Hoe ga je om met een mentaal writer’s block?

Het writer’s block dat je overkomt wanneer je vastloopt met je verhaal is niets nieuws. Maar het mentale writer’s block wordt niet zoveel benoemd. Wat bedoel ik met een mentaal writer’s block en wat doe je eraan?

Wat is een mentaal writer’s block?

Een writer’s block: je loopt vast met je personages of met je plot. Maar soms wordt schrijven lastig doordat je aan jezelf gaat twijfelen. Bedenk dan of je voor jezelf duidelijk hebt of je een getalenteerde schrijver bent volgens je eigen definitie. Maar soms twijfel je nog steeds aan jezelf, ook al zijn je verwachtingen duidelijk. Dan wil het schrijven alsnog niet vlotten. Dan heb je een mentaal writer’s block.

Een mentaal writer’s blok: vergelijken en ambities

Vaak is een mentaal writer´s blok het resultaat van jezelf vergelijken met anderen en de ambities die je zelf als schrijver hebt: “Een vriendin van mij heeft net haar debuut gemaakt, en ik zit hier al jaren mijn hoofdstuk één te schrijven en herschrijven. Trouwens, zij schrijft sowieso indrukwekkender dan ik. Wat doe ik hier met mijn verhaal waar misschien niet eens een passend uitgeverfond voor te vinden is?”
Dit soort gedachten kunnen een mentaal writer’s block veroorzaken. Het idee dat jij als schrijver niets bij te dragen hebt, omdat je denkt dat:
* jij als schrijver misschien niets bij te dragen hebt;
* er iemand (in je naaste omgeving) beter kan schrijven dan jij;
* het maar niet snel genoeg gaat met schrijven;
* het schrijven je niet makkelijk afgaat.

Je zou deze argumenten de kop in kunnen drukken door te zeggen dat je moet ophouden met jezelf te vergelijken met anderen, omdat je daar niet verder mee komt. Was het maar zo simpel… Daarom gaan we eerlijk naar deze nare gedachten kijken. Hopelijk heb je na het lezen van deze blogpost een blokkade minder.

Als je een mentale oppepper nodig hebt, hoop ik die met deze blogpost te geven.

Jouw bijdrage als schrijver

Nee, je zal misschien geen Nobelprijs ontvangen omdat jouw personages een realistische manier vinden om wereldvrede te ontketenen. Maar bedenk:
* Is het wel jouw doel om maatschappelijke veranderingen te ontketenen met je boek? Als je mensen vermaak wil bieden, dan is daar niets minderwaardigs aan. Als er iemand depressief is en weer eens lekker wil lachen, dan is jouw komische boek veel meer welkom dan een dikke psychologische pil waarin de helden na een hoop zware gebeurtenissen eindelijk armoede oplossen;
* Waarom schrijf je eigenlijk? Misschien is schrijven voor jou wel een manier van zelfontplooiing en krijg je er zelfvertrouwen door. Later kan jouw zelfvertrouwen dan een voorbeeld voor anderen worden. Succes als schrijver is niet alleen te vinden in verkoopcijfers.

Betere schrijvers

Goed schrijven is subjectief. Knoop dat goed in je oren, voordat je jezelf gaat vergelijken met andere schrijvers. Ja, er zijn mensen die beter kunnen schrijven dan anderen, maar bedenk daarbij ook: wat maakt dat een andere schrijver beter is? Twee veelvoorkomende punten waarmee je jezelf makkelijk onderuit kan halen als schrijver door jezelf met anderen de vergelijken zijn:
* Mijn fantasie is niet zo groot.
Nee, je zou de toverwereld van Harry Potter niet bedacht kunnen hebben. J.K. Rowling geeft je daarin het nakijken. Maar vraag je af of zij op haar beurt had kunnen bedenken hoe de onschuld van een kind een doorslaggevende factor wordt voor de start van een maatschappelijk debat betreft werkdruk. De ene fantasie is de andere niet;
*Ik kan niet poëtisch/boeiend/beeldend schrijven.
Goed schrijven lijkt synoniem te zijn geworden met moeilijke woorden, lange zinnen, diepgaande thema’s of prachtige symboliek. Maar past dat wel bij jouw verhaal? Als je schrijft over het eenvoudige leven van je oma, dan hoeft dat helemaal niet. Ze hoeft daarvoor niet eens het cliché van wijze oude dame te belichamen. Als jouw oma niet uitgesproken wijs was, maar wel een schat van een mens, dan schrijf je gewoon over die lieve vrouw. Het is vreemd om te zeggen dat oma fantastisch was als mens, maar als personage niets voorstelt. Oma is nog steeds lief, ook al is zij niet de bedenkster van een citaat als : ik zie het leven niet als een halfvol of halfleeg glas. Ik denk gewoon dat het leven van prachtig glas is gemaakt.

De vaart van het schrijfproces

Je vriendin heeft inmiddels deel vijf van haar supersuccesvolle serie uitgegeven en jij bent inmiddels bij (hoera!) hoofdstuk twee van je manuscript aangeland. Je kan er vast niks van, anders zou het wel vlotter gaan. Kijk eens of je de lat lager kan leggen. Waarom is het zo belangrijk voor je dat je boek in een jaar af is? Gaat het er niet om dat je boek in zijn best mogelijke vorm komt en dat je plezier aan het schrijven blijft beleven?
Een opkikkertje: het kostte de schrijfster van het boek Pachinko dertig jaar om haar roman te schrijven. Uiteindelijk werd de schrijfster in recensies vergeleken met grote namen als Charles Dickens. De tijd nemen voor je verhaal is dus niet altijd verkeerd.

Je kan je relatie met tijd zo moeilijk maken als je zelf wil.

Moeite met schrijven

Waarom kom je maar niet verder dan hoofdstuk drie? (De oplettende lezer ziet de voortuitgang ten opzichte van de vorige alinea’s 😉 ) Steeds vind je weer iets om aan te passen of te veranderen. Het lijkt maar niet te lukken met schrijven…
Maak voor de motivatie een lijstje van wat wel is gelukt. Ja, jouw personage is al zesentwintig keer van gedachte veranderd (Hallo, versie zevenentwintig van hoofdstuk drie…). Maar dat is wel zo omdat je het personage beter hebt leren kennen. Of omdat je leerde hoe je een betere spanningsboog maakt.
Kijk eens wat je al wel hebt bereikt: Ik mag dan wel aan versie zevenentwintig van hoofdstuk drie toe zijn, maar:
* Ik heb inmiddels wel een uitgebreidere personagebiografie kunnen maken;
* Ik moest veel herschrijven door de dingen die duidelijk werden uit mijn onderzoek;
* Ten tijde van versie dertien wist ik nog niets van save the cat. Nu kan ik dat schema perfect toepassen!

Geef de moed niet te snel op. Succes!

Behoefte aan een schrijfcoach? Kijk eens in mijn webshop: ik help je graag!

Autobiografisch schrijven: vrijblijvend schrijven?

Als je autobiografisch schrijft, schrijf je over je eigen leven. Dan kan het lijken alsof je alles kan schrijven wat je maar wil. Het is jouw leven, dus je deelt wat je wil, en je schrijft over jezelf zoals je wil. Dus autobiografisch schrijven is vast een eitje, toch? Helaas is het niet zo simpel. Waar moet je op letten als je autobiografisch schrijft?

Autobiografisch schrijven: je wordt een personage

Als je autobiografisch gaat schrijven, is er één ding dat je goed moet onthouden. Als je autobiografisch schrijft, krijg je een persona(ge). Dat betekent ook dat je leven de vorm van een fictieverhaal moet krijgen om prettig leesbaar te zijn (tenzij je een soort encyclopedie over jezelf wil schrijven, maar dat is waarschijnlijk niet je bedoeling). Een autobiografie schrijven heeft daardoor veel gemeen met het schrijven van elk ander verhaal waarin de lezer met een personage mee gaat leven. Je wordt meegenomen in de leefwereld van een persoon op papier.
Daarom moet je voordat je aan je levensverhaal begint goed weten wat jij straks ‘als personage’ laat zien of doormaakt. Net zoals bij fictieve personages zal je onderzoek moeten doen.

Autobiografisch schrijven: ken jezelf

Onderzoek naar jezelf kan klinken als een spirituele reis of een afspraak bij de psycholoog. Geen zorgen, zo extreem hoeft het niet te worden. Maar bedenk wel dat als je autobiografisch schrijft je dus een persona(ge) krijgt. Zoals je waarschijnlijk al weet als je al een tijdje oefent met schrijven, betekent dat dat je hoe dan ook een personagebiografie moet maken om een personage realistisch en narratief kloppend verhaal te kunnen schrijven.
Daarom moet je dus heel goed gaan kijken welke dingen er in je leven gebeurd zijn of welke keuze je maakt(e). Alleen dan kun je van een afstandje naar je eigen leven kijken om het te zien als een verhaal, niet als een reeks dingen die je hebt meegemaakt.
Soms kan zoiets als je favoriete vakantieland al iets over je zeggen. Vergelijk:
Jij gaat graag naar een zonnig strand om daar lekker te kunnen luieren. Heb je wel eens bedacht dat dat ontspannen gevoel iets gemeen heeft jouw nonchalante manier van doen? Of dat je juist liever naar bergachtig gebied gaat omdat je dan veel en intensief kan wandelen een actieve vakantie hebt. Geen wonder voor een sportpersoon als jij.

Hou jezelf een spiegel voor als je autobiografisch gaat schrijven.


Een ander voorbeeld. Stel dat je dol bent op lekker eten en zo nu en dan in een Michelinsterrenrestaurant gaat eten.
Waarom ga je dan graag ook naar dat ene restaurant? Is de chique omgeving vertrouwd voor je en ken je de mensen daar goed? Of wil je aan de rest van de wereld laten zien dat je dat etentje kan betalen?
Dit soort vragen zijn voor jezelf om te beantwoorden en het is belangrijk dat je hier niet meteen een waardeoordeel aan hecht. Als je je leefwereld al aan begint te passen om maar ‘juist’ over te komen nog voordat je verhaal stevig staat, dan ga je vroeg of laat jezelf tegenkomen; het zal de continuïteit geen goed doen. Hoe jij als overkomt als persoon of personage is iets van latere zorg. Je moet er rekening mee houden, maar niet op het moment dat je complete verhaalidee nog op de tekentafel ligt.
Leg je eigen interesses en manier van doen en laten onder de loep. Je moet zodra je jezelf een persona(ge) geeft enige samenhang zien in je interesses of zelfs grotere levensgebeurtenissen, anders kan je geen logisch verhaal schrijven.

Autobiografisch schrijven: wie wil je aanspreken?

Je bent als persoon iemand met veel interesses, bezigheden en je hebt verschillende dingen meegemaakt Waar wil je over vertellen? Als je een personage schrijft, staat in diens verhaal altijd een centraal conflict of specifiek onderwerp centraal. Om een verhaal af te bakenen kun je niet vertellen over een leraar/bioloog die colleges geeft op de universiteit, een gezinsleven heeft, soms onderzoek doet in het Amazonegebied en doordeweeks met haar vrienden naar het café gaat om een wijntje te drinken.
Dat kunnen allemaal verhalen zijn:
* over het universiteitsleven;
* over het het onderzoekersleven in de Amazone;
* over het moederschap;
* over een groepje vriendinnen.
Dat zijn vier zulke verschillende verhalen dat de kans klein is dat je daar veel mensen mee aanspreekt. Iemand die geïnteresseerd is in biologisch onderzoek is niet per se ook geïnteresseerd in het gezinsleven. Probeer daarom je doelgroep te bepalen voor je begint met schrijven. Dat bespaart je een hoop gedoe als je eenmaal met schrijven begonnen bent.

Ethisch autobiografisch schrijven

Als je autobiografisch schrijft, moet je fictie en non-fictie balanceren. Je zal dingen moeten verzinnen die niet gebeurd zijn om het verhaal tot een mooi geheel te maken of om bepaalde dingen privé te kunnen houden. Maar lezers denken -al is het maar onbewust- vaak dat wat in een autobiografie is geschreven, precies zo is gebeurd. Dat kan gevolgen hebben. Een voorbeeld:
Ik ben in Hiroshima geweest en heb daar het vredespark bezocht. Dat is er in Nagasaki ook één. Om fictie en non-fictie te scheiden, bezoekt mijn persona in Nagasaki het vredespark. Als ik dan schrijf dat ze de stad helemaal fantastisch vindt, is het niet onlogisch als iemand me vraagt: “Zou je me aanraden om naar Nagasaki te gaan?” terwijl ik daar nooit ben geweest.

Het kindermonument in het atoombomherdenkingspark in Hiroshima (dus niet in Nagasaki).

Dit voorbeeld zou waarschijnlijk geen spannende gevolgen hebben. Maar je kan al snel iets schrijven wat belangrijke gevolgen kan hebben. Denk daar goed over na. Als je autobiografisch schrijft, moet je een bepaalde ethiek in acht nemen. Je zal privacy van jezelf en anderen in acht moeten nemen en bepaalde meningen moeten nuanceren om geen onnodige problemen te krijgen.

Hulp nodig bij het schrijven van je autobiografie? Schakel mij in via mijn webshop.

Het opschrijfboekje: de gereedschapskist van een schrijver

Verhalen schrijven: je bedenkt de meest interessante plotwendingen en boeiende personages. Soms heb je het geluk dat de inspiratie uit het niets lijkt te komen. Dan kun je misschien wel een heel verhaal bedenken en uitwerken. Vaak is dat echter niet het geval. Als je van schrijven een serieuze(re) hobby wil maken en ten alle tijden inspiratie wil kunnen oproepen, ontkom je niet aan het opschrijfboekje.

Waarom heb je een opschrijfboekje nodig?

Mensen beginnen soms te schrijven omdat ze plotseling inspiratie krijgen voor een verhaal. Dan gaan ze aan de slag en zien ze dat schrijven een erg leuke hobby kan zijn. De een laat het bij dat ene verhaal, maar een ander wil dan een ‘serieuze schrijver’ worden. Dat enthousiasme is veelbelovend, tenzij dat betekent dat diegene – net als bij dat eerste verhaal- wacht op inspiratie. Je kan er namelijk niet van op aan dat inspiratie zomaar komt. Die moet je opdoen, gedurende je dagelijkse leven. Zodra je iets opvallends ziet, doe je er verstandig aan om dat op te schrijven.

Stel dat je bovenstaande foto hebt gemaakt. De goudachtige kleur van de karper in combinatie met de manier waarop die kleur steeds doffer van toon wordt naarmate je meer richting de staart kijkt, doet je denken aan een begraven schat met gouden munten. Dan heb je een basis voor een verhaal met een verborgen schat.
Maar- en dat is het essentiële punt- je had niet aan die schat gedacht als je de deze karper niet had gezien, die deze associaties bij je opriep. Op deze manier kun je op een dag tientallen, zo niet honderden indrukken opdoen. Als je dan geen opschrijfboekje bij de hand hebt om die indrukken op te schrijven, loop je de kans dat je door de andere indrukken of gebeurtenissen van de dag die flits van inspiratie kwijtraakt.

Je kan alles wat je ziet noteren in je telefoon, maar persoonlijk raad ik dat af: als je iets moet opschrijven met een pen, doe je daar langer over, waardoor het moment van inspiratie langer blijft hangen.

Wat schrijf je op in je opschrijfboekje?

Je schrijft alles (of op zijn minst 80%) in je opschrijfboekje op dat je opvalt, wat je bijzonder, apart of mooi vindt. Alles waarvan je grofweg drie tellen of langer bij stilstaat en denkt: Hé, hier is iets mee… Of als je intuïtief denkt: goh, dit is apart…

Dat kunnen onder andere zijn:

* mooie uitzichten;
* aparte kledingstijlen;
* uitgesproken gezichtsexpressies;
* grappige citaten of woordspelingen;
* televisiereclames die creatief zijn opgezet;
* emoties die je ziet of voelt;
* opvallend nieuws dat je hoort.

Waarom moet je veel opschrijven in je opschrijfboekje?

Buiten het feit dat opschrijven veel inspiratie geeft, zijn er nog twee redenen om veel op te schrijven in een opschrijfboekje. Je kan terugvallen op een show don’t tell als je vastloopt in je omschrijvingen. Stel dat je een uitzonderlijk blije toet ziet, zoals deze:

Als je eens wil omschrijven hoe iemand schaterlacht, maar even niet op de woorden kan komen, kan je opschrijfboekje uitkomst bieden. Waarschijnlijk heb je in je opschrijfboekje over dit gezicht geschreven: een blij meisje schaterde van de pret. Ze lachte met open mond en haar ogen versmalden zich van plezier.

Je hoeft niet per se over dit kind te gaan schrijven. Als haar lach jou aanleiding gaf je opschrijfboekje erbij te pakken, dan is dat voldoende. Vrijwel alles wat je intuïtief meent op te moeten schrijven kun je vroeg of laat wel een keer gebruiken.

Schrijven is observeren

Een goed lopende tekst, interessante personages en een goede woordenschat zijn belangrijk als je een verhaal wil schrijven. Maar schrijven vraagt niet alleen goede taalvaardigheden een flinke dosis fantasie, het is minstens net zo belangrijk om heel goed te kunnen observeren. Test het maar eens. Als ik je vraag: ‘Hoe ziet je woonkamer eruit?’ wat zeg je dan? Natuurlijk zullen er stoelen, banken en tafeltjes in staan. Maar met zulke omschrijvingen krijg je een verhaal niet gevuld. Als je kan zeggen: ouderwets of modern ingericht, dan schiet het al iets meer op. Maar wat maakt iets ouderwets? Je zal moeten observeren en noteren. Ga op bepaalde details letten: de bruine, ingezakte bank is ouderwets. Als je niet observeert en noteert, kunnen bepaalde belangrijke details niet meer opvallen. Je neemt ze zo als vanzelfsprekend aan dat je ze soms niet meer ziet. Het materiaal van je bank, de kleur van je muren… Het kunnen allemaal belangrijke dingen zijn om de sfeer van een ruimte op te roepen.

Sorteren in je opschrijfboekje

Om bepaalde zaken later makkelijker terug te vinden, is het handig om een systeem aan te houden voor je opschrijfboekje. Dit systeem kun je baseren op datum (als je meerdere verhalen schrijft, weet je wanneer je waarvan hebt gewerkt) alfabetisch naar onderwerp of je kunt met tabbladen werken, net wat je zelf fijn vindt. Maar probeer hoe dan ook een systeem aan te houden, anders zie je later door de bomen het bos niet meer. Je gaat het opschrijfboekje waarschijnlijk veel gebruiken (zorg ervoor dat je het altijd in je tas hebt zitten!) dus al die losse krabbels moeten wel overzichtelijk blijven.

Reisdagboek: het ultieme opschrijfboekje voor schrijvers

Als je van reizen houdt, ga dan niet op reis zonder een reisdagboek mee te nemen. Als je reist is alles nieuw en indrukwekkend, dus je bekijkt alles met andere ogen. Dat is ideaal om nieuwe inspiratie aan te boren. En dan heb je meteen je informatie gesorteerd: onder de categorie reiservaringen welteverstaan. Plak in je boekje ook dingen als bijvoorbeeld entreebewijzen of kassabonnetjes waar dat ene lekkere gerecht op staat. En vergeet af en toe ook niet een foto fysiek in te plakken. Als je bepaalde herinneringen levend houdt, kunnen ze steeds opnieuw nieuwe inspiratie opleveren. Dat lukt je extra goed als je handmatig schrijft, dingen inplakt en extra versiert, omdat er dan extra aandacht naartoe gaat. En hoe meer aandacht je aan je observaties besteedt, hoe beter je ze onthoudt.

Hulp nodig met het schrijven? Schakel mij in als schrijfcoach.

Zo kan je gaten in het plot van je boek voorkomen

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en nu ligt het in de winkel. Dan hoor je ineens van een lezer: er zitten gaten in je plot. Ai… Waar moet je rekening mee houden om dat te voorkomen?

Chronologisch schrijven

Als je de grote lijnen van een boek hebt uitgedacht, is de kans erg groot dat je niet begint hij hoofdstuk 1 en zo chronologisch doorschrijft tot aan het einde van je verhaal. Het is als goede voornemens voor nieuwjaar. Meestal hou je het wel vol tot ergens in januari, misschien zelfs juni, maar helemaal tot aan december, dat komt zelden voor.
Het goede nieuws is dat je dit ‘goede voornemen’ niet zo streng hoeft aan te houden als je schrijft. Sterker nog, het werkt doorgaans zelfs beter als je schrijft waar op dat moment inspiratie voor hebt. Anders duurt het zes maanden voor je hoofdstuk 2 hebt geschreven, terwijl je in de tussentijd misschien hoofdstuk 1,4, 8 en 12 had kunnen schrijven. Het nadeel van schrijven waar je inspiratie voor hebt, is dat je kan vergeten wat een lezer of een personage op dat moment al weet.
Je schrijft over een reis naar Frankrijk. In elk hoofdstuk legt je personage vijftig kilometer af. Als hij start in Amsterdam, is het vreemd als hij in hoofdstuk 2 al Frans begint te spreken. Hij is nog niet in Frankrijk en ook nog niet in het Franstalige deel van België. Maar als je een deel van hoofdstuk 10 hebt geschreven, zit je met je hoofd misschien nog halverwege een Franse vertaling. Dan volgt je lezer (of je personage) het verhaal niet meer, omdat je op de feiten vooruit loopt. Of iets klopt gewoon niet: iemand wordt opgesloten en even later loopt hij zonder sleutel diezelfde deur uit.

Hou goed in de gaten waar op de weg je bent in de reis van je verhaal

Meestal ontstaan dit soort fouten omdat je je verhaal al in zijn geheel voor je ziet, weet wat er gaat komen en je daar als het ware zin in hebt. Je verheugt je op die ene onthulling waarin het plot echt op gang gaat komen. Op die ene date waar het stelletje na jaren eindelijk de liefde aan elkaar verklaart. Bijna alsof je de lezer bent die een pageturner aan het lezen is. En dan kan je enthousiasme het nogal eens overnemen. Je kan een aantal dingen doen om dit te voorkomen:
* Proeflezers inschakelen. Meestal zien zij zulke fouten meteen, omdat ze het verhaal niet helemaal kennen. Een redacteur doet dit ook en geeft meteen feedback op de inhoud;
* Je eigen tekst teruglezen. Dit is echter riskant: op een bepaald moment ontwikkel je een blinde vlek voor je eigen tekst;
* Een tijdlijn maken. Je kan meerdere tijdlijnen maken. Een korte voor een enkel hoofdstuk en/of een grotere voor je hele verhaal. Kijk waar je zelf bang bent een mogelijk steekje te laten vallen.

Rode haring

De rode haring is een term voor een schrijftechniek die wordt gebruikt om de lezer af te leiden. Al het bewijs wijst erop dat Gijs de moordenaar is, en de lezer gelooft dat zo’n beetje voor driekwart van het verhaal. Dan blijkt John op het eind van verhaal de moordenaar te zijn. Gijs is dan de rode haring. Een rode haring is moeilijk om te schrijven, omdat je veel uit moet werken en goed moet weten wat je lezer wanneer te weten krijgt, of wat niet. Er is zoveel om rekening mee te houden dat je makkelijk de fout in kan gaan. Gijs mag dan de rode haring zijn, uiteindelijk moet wel te herleiden zijn dat John inderdaad de moordenaar is.
Als je een rode haring wil schrijven is het verstandig om veel, zo niet alles uit te schrijven wat Gijs verdacht moet maken, waar John mee wegkomt en later op gepakt kan worden en welke raakvlakken deze personages al dan niet hebben. Een hint meer of minder kan het verschil maken tussen een logische onthulling of een einde dat niet samenhangend is. Dat is fijn voor de lezer, maar ook voor jou als schrijver, omdat je niet eindeloos moet herschrijven. Misschien kan Chekhov’s gun je hierbij helpen.

Expres gaten in het plot laten

Soms kun je expres gaten in het plot laten, zodat je de karaktertrekken van een personage goed naar voren kan laten komen. Dit past meestal het best bij de archetypen relschoppers, nar en held. Zij zoeken naar gaten in de wet zodat ze kunnen doen wat ze willen. Soms zijn deze regels (of gaten in het plot) een kwestie van een beetje knutselen met taal, zelf je grapjas aandoen of creatief met bestaande regels omgaan. Meestal is dit helemaal in het straatje van de nar:
* mag ik geen oliebol opeten van mama? Dan neem ik er gewoon drie hapjes van. Hé, ik heb niet de hele oliebol opgegeten….
* mag ik niet op het gras lopen? Prima, dan stuiter ik er met mijn skippybal overheen.
* is de karaokebar plotseling gesloten als ik daar met mijn vriendengroep aankom? Dan gaan we terug naar de auto op de parkeerplaats, gooien we de volumeknop van de radio open en houden we een karaokeavond in de auto.

Ik ga spelen met het plot. Doe je mee? Afbeelding: lobbes.nl

Andere keren zijn gaten in het plot essentieel voor het verhaalverloop om de held heldhaftig te laten lijken.
De held moet onmiddellijk van A naar B omdat een bom dreigt te ontploffen. De hele stad ziet echter zwart van de auto’s… Dan is het erg handig als je held een step heeft om toch nog wat sneller dan met de benenwagen op zijn bestemming aan te komen. Er is waarschijnlijk geen verkeersregel die je verbiedt om binnen een bebouwde kom met een step tussen een verkeersopstopping door te racen… Het is meestal niet de bedoeling dat een stad ontploft omdat de held niet op tijd bij die bom kan komen. Bedenk wel dat je op moet passen voor Deus ex machina bij dit soort gaten in het plot.

Laat mij gaten in je plot opsporen en kijk in mijn webshop voor manuscriptredactie.

Zo haal je het meeste uit het meedoen aan een schrijfwedstrijd

Schrijfwedstrijden zijn een goede manier om vertrouwen te krijgen in je eigen kunnen. Daarnaast zijn ze natuurlijk leuk voor de gezonde spanning. Maar om zomaar met een schrijfwedstrijd mee te doen is niet zo verstandig. Je kan er namelijk veel meer van maken dan alleen ‘een mogelijkheid om iets te winnen’. Als je er alles uithaalt, kun je veel meer winnen dan alleen een titel of een hoofdprijs.

Je verhaal goed leren kennen

Als je meedoet aan een schrijfwedstrijd, wil je in eerste instantie natuurlijk winnen. Al is het maar stiekem. Dat is een goed uitgangspunt, want waarom zou je meedoen als je toch al denkt dat het niks wordt? Zo’n instelling is goed voor je zelfvertrouwen. Maar als je die winnaarsmentaliteit mee wil nemen in de praktijk, dan moet je er ook nog iets mee doen. Een schrijfwedstrijd is een goede aanleiding om je verhaal nog eens heel goed te bekijken. Niet alleen om de spellingsfouten er nog eens uit te halen, maar om het verhaal, je onderzoek, thema, personages… (alles eigenlijk) nog eens binnenstebuiten te keren.
Bedenk: de jury van een schrijfwedstrijd zijn vaak uitgevers of redacteuren. En als ze dat niet zijn, kunnen ze vaak wel contacten leggen met iemand die je verhaal aan de man kan brengen. Als je je verhaal dan inzendt zonder er nog eens naar te kijken, kan het gebeuren dat je niet als winnaar uit de bus komt, omdat je domweg vergeten bent iets uit te werken.

Als je meedoet aan een schrijfwedstrijd is dat het moment om al die notities er nog eens bij te pakken en goed door te lezen.

Stel dat je je schrijft over iemand die schulden heeft, maar je nog niet weet hoe hij die gaat aflossen. Misschien komt dat vraagstuk niet aan de orde in dat ene hoofdstuk dat je voor de schrijfwedstrijd mag insturen. De jury zal dus niet weten dat ze een puzzelstukje missen. Maar als je dat wél weet, dan kan je in je toegestuurde stuk een aantal zinnen schrijven die daarnaar verwijzen. Dan weet de jury nog steeds niet hoe het afloopt (en dat hoeft ook niet), maar dat laat wel zien dat je over je verhaal hebt nagedacht en dat je in staat bent bepaalde spanningsopbouw te schrijven. Dat getuigt al van een bepaald schrijfinzicht wat de jury niet zou zien als je dat weg zou laten. Of beter gezegd in dit geval: als je alvast of nogmaals alles rondom tekst nog eens goed had bestudeerd. Proeflezers inschakelen kan je helpen nagaan of je tekst echt op z’n best is als je die instuurt.

Wat als je een schrijfwedstrijd wint?

Yes, je hebt een schrijfwedstijd gewonnen! En dan? Ga eens van dit beste scenario uit. Na de eerste euforie is het winnen van een schrijfwedstrijd je schrijversreis meestal niet over. Nu heb je misschien een voorzichtige naam gemaakt in de schrijverswereld, of ga je halsoverkop het uitgeversproces in. Wees even belachelijk eerlijk: ben je daar klaar voor? Is je verhaal ver genoeg af? Wil je, nu je een ‘naam’ hebt, wel meer tijd gaan besteden aan nieuwe blogs, vlogs, of andere social media posts om ervoor te zorgen dat je een lezerspubliek houdt nu je het hebt?
Als je serieuze schrijfambities hebt, is dat waarschijnlijk je gewenste einddoel. Maar als je van het een op het andere moment je verhaal of je schrijversnaam moet promoten (het idee van: pak je fifteen minutes of fame nu je ze hebt) kan dat soms gewoon even niet uitkomen.

Als je de spots krijgt, moet je er klaar voor zijn om er onmiddellijk gebruik van te maken.

Je verhaal is nog niet ver genoeg af, je hebt de komende maanden nog een kindje aan de borst… het kan van alles zijn. Dat is geen schande, maar het kan een reden zijn te overwegen om nog even te wachten om mee te doen met een grote schrijfwedstrijd. Schrijfwedstrijden blijven komen, dus overhaast niets.

Winnen voor feedback of een prijs?

Met het bovenstaande in gedachten, kun je ook kijken wat de prijs van de wedstrijd is.
Vaak is een (hoofd)prijs van een schrijfwedstrijd professionele feedback. Dan kan het handig zijn om mee te doen als je verhaal ver, maar nog niet helemaal af is. Mocht je winnen, dan kun je nog even aanpassen of schrappen.
Krijg je een prijs in de vorm van een geldbedrag, dan is het een kwestie van zelf inschatten hoe ‘af’ en goed je verhaal in de huidige vorm is. Denk je dat dit verhaal 250 euro op kan leveren? Daar is niet echt een goed of fout.

Is de (hoofd)prijs een uitgeverscontract? Denk dan goed na. Niet alleen om de eerder genoemde redenen (of je verhaal al goed of ‘af’ genoeg is), maar ook omdat het verhaal wat je inzendt, het verhaal is waarmee je gaat debuteren. Dat betekent ook dat dat verhaal de eerste indruk is die het (grote) publiek van je krijgt. Je kan dus best een romantisch verhaal insturen om te zien of een jury denkt dat je over het algemeen schrijftalent hebt, maar als je als horrorauteur bekend wil worden, is dat niet zo handig. Dan zal je namelijk helemaal opnieuw moeten beginnen om te bewijzen dat jij ook (zo niet vooral) heerlijk bloederige verhalen kan schrijven en dat je romantische verhalen eigenlijk nog niet eens je specialiteit is.
Als je bij een uitgever aanklopt met horrorverhalen in zijn uitgeverfond, kan de uitgever zijn wenkbrauwen optrekken als jij bekend bent geworden met een suikerzoet verhaal. Het is niet zo dat je dan nooit meer kan doorbreken als de nieuwe Stephen King, maar je maakt het wel (onnodig) lastiger.
Wat schrijfwedstrijden betreft kun je dus stellen dat ‘schoenmaker, blijf bij je leest’ niet verkeerd is om in het achterhoofd te houden.

Meedoen aan een schrijfwedstijd

Wil je na het lezen van deze blogpost wel eens aan een schrijfwedstrijd meedoen? De volgende websites organiseren (regelmatig) schrijfwedstrijden of bieden daar een overzicht van:
* Schrijven Online
* Schrijverspunt

Wil je de kwaliteit van je verhaal eens laten beoordelen? Kijk eens in mijn webshop.

Leven en laten leven: Wat mag je schrijven?

Een boek schrijven is allang niet meer alleen een verhaal naar de drukker brengen en dan de reacties of discussies rondom je boek afwachten. Je moet tijdens het schrijven al nadenken over hoe je woorden over kunnen komen.

Een boek schrijven in de tijd van sociale media

Door sociale media zijn er honderd mensen met honderd meningen over één onderwerp. En die mening kan door iedereen worden gehoord. Het is onvermijdelijk dat er dan een discussie komt over je verhaal. Sommige discussies zijn wenselijk, maar een discussie op sociale media roept desondanks eerder beelden van moddergooien op dan een prettig onderbouwd gesprek. Waar kun je op letten als je wil voorkomen dat jouw verhaal de oorzaak is van een nieuw moddergevecht?

Een boek schrijven en meningen: leven en laten leven

Idealiter zou je over alles kunnen schrijven wat je zou willen en zou iedereen dat moeten respecteren, tenzij je uitgesproken racistisch bent of geweld goedkeurt of iets dergelijks. De afgelopen jaren is er echter een grote kloof op sociale media ontstaan, die als motto lijkt te hebben: We zijn het met elkaar eens en vrienden, of we zijn het oneens en dan vechten we elkaar de digitale tent uit. Tegenwoordig is het vrijwel zeker dat je iemand op de tenen gaat trappen. De een vindt je te conservatief, de ander weer te ruimdenkend. Dus je hoeft je niet in te houden, want anders komt je nooit ergens.
Het uitgangspunt ‘leven en laten leven’ is fijn om aan te houden: zowel de mensen die mijn boek lezen mogen ervan vinden wat ze willen en ik als schrijver mag dat ook. We kunnen het met elkaar oneens zijn, maar: ‘leven en laten leven’: dat is dan maar zo.

Het begin van een digitaal moddergevecht

Schrijven over je ongezouten mening brengt een risico met zich mee. Stel dat je schrijft over het abortusvraagstuk.
Scenario 1: je bent erop tegen vanwege religieuze redenen en hebt daarom moeite met andermans standpunt. Dat is netjes en beschaafd. Zeg je hetzelfde, maar met als toevoeging dat God achter je staat en de mensen die anders denken allemaal goddeloze moordenaars zijn, dan ga je te ver.
Scenario 2: je hebt niets tegen abortus, omdat je vindt dat het een individuele keuze moet kunnen zijn. Iemand heeft het recht om het aan te vragen, maar ook om het te weigeren. Dat is fatsoenlijk en onderbouwd. Voeg je daaraan toe dat mensen die het met je oneens zijn egoïsten zijn die niet voor zichzelf kunnen denken en daarmee hersenloze volgzame schapen zijn van een God die misschien niet eens bestaat… dan kun je terecht woedende reacties verwachten.

Je wil niet dat digitale modder het beeld van je verhaal gaat overheersen

Twee reacties van lezers

Bovenstaande voorbeelden trappen een open deur in. Natuurlijk maak je geen vrienden met zulke verkondigingen. En toch zie je dit soort reacties op internet. Het waarom achter een (extreme) mening an sich is een heel ander vraagstuk, maar er is wel vaak een gemene deler: de lezer voelt zich niet gehoord. Je kan om grofweg twee redenen een heftige reactie verwachten:
* De lezer voelt zich verkeerd geportretteerd;
* De lezer voelt zich als de vijand bestempeld.

Een verkeerde afspiegeling van de vertegenwoordiger

Er zijn binnen elke discussie wel argumenten die het meest voorkomen, maar meestal heeft iemand meer dan één argument voor zijn mening. Een gelovige kan tegen abortus zijn vanwege religie, maar ook omdat hij bang is voor een grensvervaging van wanneer het kind nog ‘goed genoeg’ is om geboren te worden. Als het zwaar gehandicapt wordt, is het al doorgaans al geaccepteerd om het kindje te laten weghalen. Maar waar ligt die grens? Straks misschien ook al bij een hazenlip? Als je je mening of personage eendimensionaal portretteert, loop je (terecht!) de kans om te worden beschuldigd van kortzichtig schrijven.

Maak je lezer niet onnodig kwaad.

De ander als vijand

Als iemand een impopulaire mening heeft, is diegene op sociale media al snel de ‘schuldige’ of degene met een ‘foute mening’. In het progressieve Nederland zal onze gelovige waarschijnlijk in de minderheid zijn. Of- en daar wordt het gevaarlijk- Hij is de vijand die vooruitgang in de weg staat. Niet eens meer iemand met een mening waar jij niets mee hebt.

Hoe ga je als schrijver met verschillende meningen om?

* Als je het over een gevoelig onderwerp hebt: weet waar je over praat. Doe onderzoek, verdiep je in verschillende standpunten en interview mensen met (de) verschillende visies binnen het onderwerp;
* Pas op met tropes. Zeggen dat alle mannen op seks beluste en materialistische lomperiken zijn, is zowel storend als een bepaald stereotype. Je kan stereotypen beter mijden als je een als je een discussie wil vermijden. Als je een klimaatactivist hebt die in een tiny house woont dan moet je echter ook al op gaan passen. Dit is een enkele trope en hij past goed bij je voorbeeld. Maar dit is wel een trope die je de kern van het stereotype zou kunnen noemen (klimaatactivisten zijn minimalisten en tegen materiele verspilling). Daardoor loop je de kans dat je personage nog steeds stereotype overkomt, ondanks alle nuances die je later nog aanbrengt. Kijk eens of dat het tiny house een bijkomstigheid kan zijn voor je klimaatactivist, in plaats van zijn primaire kenmerk. Dan heb je minder kans op discussies.
* Beperk het aantal argumenten. Stel dat je iets wil zeggen over de LGBTQ+-discussie. Je mening: De meeste mensen snappen LGBTQ nog wel, maar die plus niet meer. Die plus moet weg: een potentieel gezonde discussie wordt onnodig ingewikkeld omdat veel mensen het principe niet meer begrijpen. Dan kan in je verhaal beter duidelijk worden dat iedereen mag vallen op wie diegene wil en dat wat jou betreft die plus er daarom niet hoeft te zijn. Ga dan niet uitzoeken wat er allemaal onder de + valt, zodat je je argument nog meer kan verdedigen. Op een bepaald moment heb je een standpunt gemaakt, met voldoende (goede) argumenten. Hoe meer argumenten je geeft, hoe groter de kans dat je er op wordt aangevallen.

Wil je een tweede paar ogen voor je verhaal? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe vind je je schrijversstem?

Als mensen weten dat je serieus aan de slag wil met schrijven, zal de vraag “Heb je je schrijversstem al gevonden?” misschien al een keer gevallen zijn. Wat houdt een schrijversstem in en hoe kan je die vinden?

Wat is een schrijversstem?

De schrijversstem is datgene wat elke schrijver uniek maakt. Er zijn talloze schrijvers, verschillende genres en allerlei schrijfstijlen en verhaalthema’s. De mix daarvan vormt de schrijversstem. Als een doorgewinterde fan van een bepaalde schrijver diens boek voorgelezen krijgt, zal die hem herkennen. Alsof het een letterlijke stem is. Net zoals een menselijke stem hoog of laag, hees of helder is, zo heeft een schrijversstem ook een combinatie die hem uniek maakt. “Ik herken deze tekst als een van schrijver X.” zal deze lezer zeggen. “Het woordgebruik is formeel, de zinnen zijn lang, de personages zijn allemaal van hogere kringen en het verhaalthema is vergeving.”

Waarom heb je een schrijversstem nodig?

Met een unieke schrijversstem val je op in de schrijversmarkt. Dan ben je niet langer een auteur zoals er dertien in een dozijn van zijn. Maar ook vóór een eventuele doorbraak is het belangrijk dat je je eigen schrijversstem vindt.
Als je begint met schrijven, moet je veel lezen en een beetje spieken bij andere schrijvers en verhalen om te zien hoe een goed verhaal in elkaar steekt. Het is lastig om te leren schrijven als je geen voorbeeld aan iets of iemand kan nemen. Maar de andere kant van de medaille is dat je de schrijfstijl van anderen niet te makkelijk, vaak of langdurig kan blijven kopiëren. Als je dat doet, zet je je creatieve ontwikkeling op slot.

Een voorbeeld van het vinden van je schrijversstem

Stel dat je wil leren hoe je sprookjes schrijft, hoewel je ze nog niet kent. Dan begin je met sprookjes lezen en kun je in het begin de sprookjes vrijwel knippen en plakken. Je kijkt naar wat de elementen van sprookjes zijn en maakt simpele verhaaltjes volgens dezelfde structuur. Zo wen je aan hun structuur en oefen je met het schrijven zelf. Stel dat ´De wolf en de zeven geitjes´ en ´Roodkapje´ als jouw favoriete sprookjes uit de bus komen. In beide sprookjes is er een boze wolf. Dat vormt een uitdaging. Als je kopieert van bestaande sprookjes, zal er in jouw sprookje ook een wolf zijn die iets opeet. Maar dan is het geen meisje of een geitje, maar misschien een kalfje. Zo heb je wel net een ander sprookje, maar is het niet meteen origineel en zal het niet zo snel opvallen tussen de andere sprookjes met wolven erin.
Dat wil niet zeggen dat je niet over wolven mag schrijven. Gebruik het dier gerust! Maar als je je eigen schrijversstem wil vinden, moet je gaan kijken hoe je het gegeven van een wolf in gaat vullen. Is de wolf je lievelingsdier? Misschien wil je van de wolf dan wel de held maken, in plaats van de slechterik. Of kies je ervoor om de wolf de handlanger te maken van de goede tovenaar en wil je niet dat de wolf de grootste boosdoener is.
Als de rol van de wolf verandert, doet het verhaalthema dat waarschijnlijk ook. En als je dan de ietwat kinderlijke verteltoon van de meeste sprookjes ook nog eens verandert in hoogwaardig en ingewikkeld Nederlands, dan weet je zeker dat je een uniek verhaal hebt geschreven.

Een schrijversstem vinden heeft veel te maken met de interpretaties die jij aan verhalen geeft. Is de wolf een wilde jager of een zielig zwervend beestje?

Terugkerende schrijversstem

In het voorbeeld van het sprookje heb je in één enkel verhaal je schrijversstem gevonden. Over het algemeen is het echter zo dat je een schrijversstem ontwikkelt die uiteindelijk in al je verhalen terugkomt. Dat is vaak terug te zien aan wat je zelf interessant of leuk vindt om over te schrijven of te lezen.
Als je het belangrijk vindt dat je schrijft over sterkte vrouwen, dan zullen die waarschijnlijk in al je verhalen terugkomen. Als het je overtuiging is dat je het leven niet al te serieus moet nemen, zal er in elk boek dat je schrijft wel een flierefluiter of een geinig type voorkomen. Een Jane Austenfan zal misschien ook schrijven in wat ouderwetser taalgebruik.

Het gevaar van een schrijversstem kopiëren

Ga een schrijversstem niet forceren. Je komt niet als een betere schrijver over als je koste wat kost grappig, belezen of romantisch over wil komen. Het principe van een schrijversstem is juist dat je een stijl vindt die bij je past en die je relatief makkelijk afgaat. Forceren past dus niet in dat plaatje. Misschien houd je het even vol om een bepaalde stijl te kopiëren, maar vroeg of laat val je door de mand.
Misschien is het een cliché, maar in dit geval ook een belangrijke tegeltjeswijsheid: wees jezelf, er zijn al genoeg anderen.

Kun je een schrijversstem maken?

Zoals zo veel dingen met schrijven is ook het krijgen van een schrijversstem meer oefenen dan een checklistje afgaan en iets puntsgewijs maken. Je zal moeten oefenen, leren, bijschaven, schrappen… Je wordt niet van de een op de andere dag wakker met een eigen schrijversstem. Het zal eerder zo zijn dat je op een willekeurig moment opmerkt dat je je schrijversstem gevonden hebt als je een van je passages terugleest en ziet dat je dat in dezelfde stijl hebt geschreven als een heleboel andere eerder geschreven stukken.
Je kan jezelf wel trainen in het herkennen van je schrijversstem. Ga niet alleen na welke genres en zinslengten bij je passen en wat in het algemeen je voorkeur is betreft taalgebruik. Kijk ook eens welke schrijftechnieken al dan niet bij je passen. Krijgt je verhaal vaart bij een in medias res of weet je dan niet meer hoe je je verhaal op de rit krijgt? Heb je een houvast bij de details van een Chekhov’s gun of loop je daarmee alleen maar vast?

Uiteindelijk gaat het erom wat er voor jou werkt.

Is jouw schrijverstem ook prettig voor je lezer? Schakel mij in voor manuscriptredactie of een bespreking en ik geef je het antwoord.


Hoe schrijf je een ijkpersoon voor een creatief verhaal?

Als je een verhaal gaat schrijven, moet je weten welk publiek je verhaal interessant gaat vinden. Daarvoor kun je een algemene doelgroep bepalen. Wil je een stapje verder gaan, schrijf dan een ijkpersoon om er zeker van te zijn dat je je potentiële lezer goed voor ogen hebt.

Wat is een ijkpersoon?

Een ijkpersoon is een fictief personage dat je ideale lezer moet voorstellen. Hij komt niet in je boek voor: eigenlijk gaat een ijkpersonage niet veel verder dan een personage dat alleen bestaat op zijn eigen (niet al te uitgebreide) uitgewerkte personagebiografie.
Je ijkpersoon is een verdieping op je doelgroep. Stel dat je schrijft voor vrouwen van middelbare leeftijd. Dan vallen er heel wat mensen af als je ideale lezer (kinderen, jonge mannen, bejaarde dames…) Maar er zijn meer dan twee miljoen middelbare vrouwen in Nederland. Dan is het nogal link om aan te nemen dat zij allemaal dezelfde interesses hebben. Om binnen een alsnog brede groep mensen een iets specifieker beeld van een publiek te kunnen krijgen, kun je een ijkpersoon maken. Zo weet je zeker dat je ook echt schrijft voor het lezerspubliek dat je voor ogen hebt.

Maak je ijkpersoon niet te specifiek

Je ijkpersoon mag geen echt personage worden. Verder dan een globale personagebiografie komt hij niet. Dat heeft een reden. Als je schrijft over een ijkpersonage dat net zo diepgaand is als je hoofdpersoon, dan schrijf je uiteindelijk voor een te klein lezers publiek. Vergelijk ‘middelbare vrouwen met een Chinese achtergrond’ met ‘middelbare vrouwen met een Chinese achtergrond, tussen de 50 en 55 jaar, sinds twintig jaar woonachtig in Amsterdam, moeder van twee kinderen en videomontages maken als grootste hobby’. Misschien kun je je boek dan aanprijzen bij een handjevol dames, terwijl je anders misschien enkele tienduizenden mensen kan bereiken.’

Ijkpersoon schrijven: begin met algemene aannames

Als je begint met het schrijven van een ijkpersonage is het belangrijk dat je in algemene aannames denkt, zodat je een houvast hebt. Denk aan een rijk persoon: die zal echt wel een dure auto of een groot huis hebben. Natuurlijk zijn er ook rijkelui die niet zo veel geven om materieel bezit, maar zij zijn naar verhouding zeldzamer.
Het doel van een ijkpersonage is om een persona te schrijven die veel mensen in je doelgroep kan representeren. Als je dus een ijkpersoon zou schrijven voor miljonairs en je ijkpersoon woont in een bescheiden huisje met een tweedehands auto naast de deur, dan sla je de plank mis.

De ijkpersoon schrijven middels een trechtermodel

Als je een ijkpersoon gaat schrijven, stel je dan een trechter voor. In de trechter stop je om te beginnen een aantal algemene factoren. Die heb je waarschijnlijk al vastgesteld toen je je doelgroep bepaalde. Denk hierbij aan dingen als:
* geslacht;
* leeftijd;
* opleidingsniveau;
* woonplaats;
* sociaaleconomische achtergrond.

Neem een aantal van deze factoren en kijk eens wat een optelsommetje als logische aanname kan opleveren. Bijvoorbeeld: Een laagopgeleid meisje van een jaar of twintig zal relatief eenvoudige chicklits willen lezen voor op het strand. Je kan bij dit optelsommetje ook tot de conclusie komen dat je ideale lezer juist iets uitgesproken oninteressant vindt.
Is de rijke zakenman van zestig plus geïnteresseerd in romantische verhalen? Waarschijnlijk niet. Maar als je een aantal dingen (niet per se allemaal!) omdraait, kun je alsnog op factoren komen die wel degelijk kloppen. Maak van de man een vrouw. Van de zestigplusser een tiener of midden-twintiger. Inkomen hoeft dan niet per se een factor te zijn.

Steeds meer optelsommetjes

Op eenzelfde manier ga je de steeds verder de metaforische trechter in. Bijvoorbeeld: je bent een romantisch verhaal aan het schrijven. Je weet al dat je ijkpersoon een vrouw is tussen de 20 en 45 jaar oud. Dan ga je bedenken of ze een (drukke) baan heeft. Ja, en ook nog eens drie kinderen. Aha. Drukke baan en kinderen… Zou dat misschien betekenen dat de romantiek daardoor op de achtergrond van haar huwelijk is geraakt en dat ze die voortaan uit boeken moet halen? Misschien dat ze daarom wel tot dit genre wordt aangetrokken.
Hier kun je weer een aanname bij maken: als ze het altijd druk heeft, de romantiek in haar leven mist, kun je dan iets van haar man zeggen? Ja hoor. Hij heeft het net zo druk als zijn vrouw met werken, waardoor ze elkaar nauwelijks nog zien. Of hij is niet zo romantisch als de vrouw ooit had gehoopt. Wie weet dacht ze wel tevergeefs: “zodra we getrouwd zijn, zal zijn romantische inborst wel verschijnen…” Weer iets om te noteren.

Laten we even aannemen dat manlief best romantisch is, maar door het drukke schema van het echtpaar daardoor gewoon geen tijd voor een diner bij kaarslicht vrij kan maken. Dan kan je ervan uitgaan dat dit gezin er warmpjes bij zit: we kijken hier naar twee fulltime werkers. Probeer op deze manier zo de belangrijkste grote lijnen over je ijkpersoon uit te werken.

Een te specifiek ijkpersoon

Je kan het format voor een personagebiografie gebruiken voor je ijkpersonage in de betreffende post. Maar een aantal dingen die daarin staan vernoemd, is te specifiek voor een ijkpersoon. Denk aan bijvoorbeeld: grootste angst, raakt van slag als, zou een standbeeld neerzetten voor… lengte, gewicht, haarkleur en grootste geheim.

Het ultieme beeld van je ijkpersoon

Als je een goed beeld wil hebben bij je ijkpersoon, is het een goed idee om een foto bij je ijkpersoon te zoeken. Maak hier geen uitgebreide zoektocht van: een stockfoto volstaat meestal. Maar een foto kan net dat extra zetje geven om je een betere voorstelling te krijgen bij je ijkpersonage en daarmee je doelgroep.

Een zeer standaard foto kan volstaan, zolang hij enigszins bij je ijkpersoon aansluit.

Opzetje voor een schrijfoefening

Je kan bovenstaande foto ook als schrijfoefening gebruiken, zoals bij de posts van Human en schrijfoefening met namen geschreven staat. Welke informatie krijg je al met een enkele foto? Ik noem deze man Richard en zeg dat hij een docent biologie is en fan is van zeilen. Waarom associeer je dat al dan niet met hem?

Je kan mij inschakelen voor manuscriptredactie als je wil weten of je ijkpersoon ook is uitgegroeid tot een goed hoofdpersonage.

Interpretaties van genres en thema´s in een verhaal

Je hebt een beeld bij het verhaal dat je wil schrijven. Daar maak je dan een thema of een rode draad bij. Het is niet ongewoon dat je op een bepaald moment bedenkt: maar mag dit wel in dit genre? Natuurlijk moeten er bepaalde dingen in specifieke genres terugkomen. Geen romance zonder liefde, geen detective zonder moord. Maar zijn er buiten dit soort duidelijke richtlijnen nog andere dingen die per se in je verhaal terug moeten komen?

Persoonlijke invulling van een verhaal

Als je begint aan een verhaal, heb je altijd een bepaalde boodschap of een verhaalthema als insteek voor je verhaal. Dat is als het ware de fundering van je verhaal, waar de rest van het plot verder op moet worden gebouwd. In deze fundering ben je nog zo vrij als een vogeltje. Schrijf je een moordverhaal, dan zal je waarschijnlijk eerst denken wie wie vermoordt, waarom en hoe. Daarna wordt het pas interessant hoe de moordenaar probeert te vluchten en welk alibi hij verzint.

Stel dat een vrouw haar ex-man vermoordt. Die twee hebben ooit een romantische relatie gehad. Daardoor is het verhaal al anders dan wanneer het een bendelid het hoofd van de rivaliserende bende ombrengt. Als vanzelf krijg je ook een ander thema. In beide verhalen kan wraak het verhaalthema zijn. Maar jaloezie hoort toch eerder bij een vrouw die manlief met zijn minnares betrapt. ‘Leven in de onderwereld’ is dan weer passender voor de bendeleden. Dit voorbeeld laat zien dat je zelfs binnen min of meer afgebakende genres al voor je eigen persoonlijke invulling van een verhaal kiest. Die vrijheid heb je als schrijver en die mag (en moet!) je gebruiken

Artistieke vrijheid bij het schrijven van een boek

Als je een verhaal schrijft zoals jij het graag zou zien, doe je daar eigenlijk een beroep mee op je artistieke vrijheid. Dat is niet altijd makkelijk of vanzelfsprekend, maar wel belangrijk.

Wie wil schrijven, moet lezen. Dat is een bekende spreuk in schrijversland. Maar daar zit een risico aan vast. Als je veel leest (van dezelfde auteur), maar nog niet veel ervaring hebt met schrijven, kan het zijn dat je de stijl van de/een auteur gaat kopiëren.
Je kan je natuurlijk laten inspireren, door te kijken hoe een schrijver bepaalde plotwendingen, zinstructuren en personages uitwerkt. Dat is wenselijk. Het verschil tussen inspireren en kopiëren is dat, als je je laat inspireren door een bepaalde stijl je een eigen creatieve draai geeft aan je tekst. Kopiëren is koste wat kost doen wat een andere schrijver ook doet. Dat is gevaarlijk, omdat je zo niet aan het echte creatieve proces van schrijven toekomt. Je zal merken dat je niets op papier krijgt: “Want het is niet hetzelfde / net zo goed als het werk van auteur X.”

Leren schrijven is niet zomaar iets overschrijven. Je moet de formule van de schrijfkunst niet alleen noteren, maar ook kunnen toepassen. Een tien krijgen voor een proefwerk wat je volledig hebt gespiekt zegt ook niets over je kennis…

Als je (origineel) wil schrijven, moet je het lef hebben om je niet te stevig vast te klampen aan ‘wat hoort.’ Wees niet bang om te schrijven wat jij persoonlijk belangrijk vindt.

Genreverplichtingen van verhalen

Dat is allemaal makkelijk gezegd. Maar een fantasyverhaal moet toch een proloog bevatten? En een liefdesverhaal gaat toch altijd over een stelletje dat door omstandigheden niet bij elkaar kan zijn? Persoonlijk vind ik dit Onzin. Inderdaad, met een hoofdletter. Mijn mening is gebaseerd op het principe dat je altijd moet bedenken of welke in- of aanvulling in je verhaal dan ook, het verhaal of je boodschap als geheel blijft dienen. Zoals je een infodump moet voorkomen door onnodige informatie te vermijden, moet je in genres ook geen onnodige opvullingen gaan bedenken, omdat die zogezegd ‘nu eenmaal ergens bij horen’.

Verplichte opbouw van een verhaal

Bij sommige genres lijk je wel verplicht aan een bepaalde opbouw van het verhaal te moeten voldoen. Neem de proloog bij een fantasy. Waarom wil je die eigenlijk schrijven? Omdat je belangrijke informatie in het begin moet delen? Of gewoon omdat je een fantasy schrijft? Als je de mogelijkheden onderzoekt, in plaats van klakkeloos aan een proloog begint, krijg je van het begin af aan een beter beeld van je verhaal en zijn mogelijkheden.
Ga eens na of je de informatie misschien in de loop van de tekst kunt verspreiden. Door flashbacks, dialogen, show don’t tell… Als het niet lukt, schrijf dan gerust een proloog. Maar bedenk eerst waarom je hem in je verhaal wil verwerken.

Associaties bij genres van een boek

Sommige genres hebben niet zozeer vaststaande structuren, maar wel vaststaande associaties bij het verhaalthema. Neem liefde. Dat gaat over verliefde stelletjes, toch?
Maar dan vergeet je onder andere liefde tussen moeder en kind, kameraadschap, en de liefde voor een huisdier. Een boek met het thema liefde, gaat vaak eigenlijk niet over liefde, maar romantiek. Dat klinkt misschien als spelen met semantiek, maar dat is het niet. Want je kan moeilijk ontkennen dat liefde tussen moeder en kind het label liefde verdiend. En zou in je in een verhaal over moeder-dochterliefde nog een extra Romeo en Julia gaan verwerken, zodat het aan het aan het label liefdesverhaal kan voldoen? Waarschijnlijk niet. Als je merkt dat je niet weet of je verhaal aan een bepaalde associatie voldoet, ga dan eens na wat jij persoonlijk met dat begrip associeert.
Net zoals ik al schreef in deze post over de alfaman: als jij een duidelijk beeld hebt bij een bepaald verhaalthema, dan wordt je verhaal als geheel er beter door en hoef je je niet aan één afgebakend begrip te houden.

Kortom: denk goed na of je het écht verboden dan wel verplicht wordt om iets te schrijven binnen een genre. Zodat je, zodra de vraag: “Mag dit wel in dit genre?” in je opkomt, altijd kan beantwoorden met: “Waarom niet?” Als die vraag retorisch is bedoeld, heb je je antwoord. Als het antwoord letterlijk is, kun je gericht verder zoeken hoe je je verhaal vorm kan geven. Op een andere persoonlijke manier, of alsnog ‘volgens het boekje’.

Heb je hulp nodig bij dit proces? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Een tranentrekker als doel van je verhaal

Verhalen waardoor de lezer met tranen in de ogen eindigt, zijn de verhalen die onthouden worden. Dat zijn immers de boeken die de lezer diep raken. Maar moet het daarom je insteek zijn om de lezer aan het huilen te krijgen?

Wat maakt een tranentrekker?

Als je al langer schrijft, ben je vast bekend met Mary Sue. Dan weet je dat de belangrijkste regel is dat een lezer zich met een personage of verhaal moet kunnen identificeren. Dat begrijpen de schrijvers van tranentrekkers erg goed. Ze spelen in op iets wat bijna iedereen van dichtbij heeft meegemaakt. Hun slimme trucje zit in het volgende: je hoeft dit niet exact meegemaakt te hebben, als het overkoepelende idee maar herkenbaar is.

Een clichévoorbeeld hiervan is het kind met kanker. Kanker is natuurlijk een verschrikkelijke ziekte en komt helaas nog veel voor. De kans is daardoor groot dat je iemand kent die aan kanker is gestorven, of in ieder geval ertegen heeft moeten vechten. Als dat niet zo is, dan is het vrijwel zeker dat een geliefde met een andere dodelijke ziekte te kampen heeft gehad. En als je een geluksvogel bent die zelfs dat niet heeft meegemaakt, kan een tranentrekkerschrijver je nog altijd een herinnering aanboren waarin je je zorgen maakte om iemands welbevinden. Daarmee doet de schrijver een beroep op je empathie. Uiteindelijk gaat het dus om die ‘diepere laag’ van empathie en heeft het weinig te maken met een (specifieke) ziekte of de leeftijd van een patiënt.

De tranentrekkerformule

Het is je waarschijnlijk wel opgevallen dat romantische drama’s vaak tranentrekkers zijn. Dat komt omdat de lezers of kijkers het min of meer van dat genre verwachten. Voor een uitgever of filmmaatschappij is dat dus makkelijk geld binnenhalen. Om te garanderen dat het volgende project ook weer gaat slagen, kunnen ze van hun schrijvers eisen om volgens een bepaalde formule te schrijven. Onderstaande afbeelding is een weergave van de formule die altijd terugkomt in de boeken van Nicholas Sparks, een van ’s werelds meest succesvolle schrijvers van romantische verhalen.

Deze toon is nogal sceptisch. Terecht, als je een origineel verhaal wil lezen.

Is een tranentrekker een slecht verhaal?

Een tranentrekker is niet per se een slecht verhaal. Om de logische reden dat ze anders niet als warme broodjes over de toonbank zouden gaan, maar ook omdat smaken verschillen. Daardoor blijft ook de kwaliteit van verhalen tot op zekere hoogte altijd subjectief. Maar een tranentrekker is echter regelmatig onorigineel. Anders had ik bovenstaand plaatje over Nicolas Sparks’ films nooit kunnen vinden 😉

Moet je een tranentrekker willen schrijven?

Als je beginnend schrijver bent, moet je heel goed opletten wat je benadering is naar jouw tranentrekker in wording. Het lijkt misschien een eitje, nu je ziet hoe een tranentrekker in elkaar steekt. Maar dat is het niet. Zoals met alles betreft schrijven is het geen kwestie van een paar tips opvolgen en maar afwachten tot jouw pen die tranen uitlokt. Lees hier over realistische verwachtingen die je moet hebben als schrijver, zowel betreft je talent als je ambities betreft publicatie. Er zijn twee dingen waar je alert op moet zijn als je een tranentrekker wil schrijven, of volgens een bepaalde formule wil werken.

Een formule beperkt je schrijversflow

De schrijversflow is het verschijnsel dat schrijven heerlijk vlot, bijna als vanzelf gaat. Als je koste wat kost aan een bepaalde formule wilt voldoen, zal je nooit iets afkrijgen. Je bent immers continu bezig met de vraag of je iets wel goed genoeg doet, in plaats van dat je met het daadwerkelijke schrijfproces bezig bent. Dat is op zichzelf al niet prettig, maar als beginnend schrijver heb je meestal nog geen echt beeld van de kwaliteit van je tekst. Schrijven leer je door te oefenen en te doen. Niet door blindstaren op schrijftechnieken. De kans dat je dat doet is groter als je aan een formule vasthoudt. Als je twijfelt over je kennis en kunde betreft schrijftechnieken, kun je formules het best nog even links laten liggen.

Een formule biedt geen garantie op succes

Een formule kan heel goed werken, anders verdient die zijn naam niet. Maar een garantie op succes biedt hij niet. Je weet namelijk nooit hoe die ene/ jouw gemiddelde lezer ergens exact op gaat reageren, omdat je niet in zijn of haar individuele hoofd kan kijken. Je kan natuurlijk een ijkpersoon maken, waardoor de kans groter is dat je je doel bereikt. Maar het feit blijft dat mensen uniek zijn en daardoor ook uniek denken en reageren.

Het lijstje afwerken en voilà. Nee, zo makkelijk is dat niet.

Je zou kunnen denken dat je kleine kankerpatiëntje heel hard binnenkomt bij een ouder die een kind aan een ziekte verloren heeft. Die kans er inderdaad. Misschien wil de moeder jouw verhaal wel lezen als onderdeel van het rouwproces, om te troost te vinden bij het gegeven dat er meer mensen zijn die deze pijn meemaken. Een andere moeder in exact dezelfde omstandigheden zal jouw boek misschien niet eens oppakken, omdat het te confronterend is.
Wees dus heel voorzichtig met aannames maken betreft het volgen van een formule en schrijf hoe dan ook in eerste instantie vanuit je creativiteit, niet met een (al te) specifieke lezer in gedachten. Dat kan met het schrijven van creatieve verhalen enorm tegenvallen. Als die ene lezer het niets vindt, heb je ontzettend veel werk voor niets verricht. Je kan dan beter vanuit je eigen drijfveer en vindingrijkheid schrijven en vervolgens kijken welk publiek je werk gaat waarderen. Besef dat je een doelgroep moet zoeken. Een groep, dus geen apart individu.
Als je je teveel op een (ijk)persoon richt, bestaat het risico dat je te veel aannames maakt. “Hoezo? Jij bent een tiener die net een vriend heeft en dol is op de Californische stranden, dus vind je een zwijmelroman aan het strand van Los Angeles erg interessant.”
“Uhm… Ik ben óók een tiener die bezig is met keihard blokken voor de entree-examens voor een vooraanstaande studie geschiedenis. Geef mij maar een historische roman…”

Ik kan je helpen je tranentrekker oprecht verdrietig te maken: schakel me in voor manuscriptredactie.