De crisis als grootste kracht: de Gewonde Heler

Iedere held maakt een groeiproces door. Maar er is een type held dat achter de schermen al heel krachtig is geworden. Hoe schrijf je over zo’n personage?

Het archetype de Gewonde Heler

De term Archetypes komt uit de psychologie, maar het begrip archetype is in creatief schrijven ook prima te gebruiken om ervoor te zorgen dat je bij het ontwerpen van je personages niet het wiel hoeft uit te vinden. Archetypen delen typen mensen op in bepaalde groepen. Held heeft als doel het beste uit zichzelf te halen, De Wijze is goed in het bieden van empathie, de Heerser zoekt structuur, enzovoort.

Als je een held wil die al het nodige heeft meegemaakt en dat in het boek kan uitdragen om anderen te helpen, denk je waarschijnlijk aan de Wijze, maar die is al gauw cliché. Kijk in plaats daarvan eens naar de Gewonde Heler. Die heeft veel trauma’s meegemaakt en die niet alleen overwonnen, maar zet ze in om anderen te helpen hun eigen trauma te overwinnen.

De echte donkerte van een crisis

De crisis is het punt in de heldenreis waarin je held helemaal bevriest en even niet verder kan. Uiteindelijk komt die er weer uit, maar dan heeft een verhaal te neiging om de crisis te laten waar die was. De ridder heeft uren in de grot gebibberd, zijn ergste persoonlijke demonen onder ogen gezien en komt er uiteindelijk achter dat hij verder kán, dat de draak verslagen móet worden. De moed wordt verzameld, de ridder gaat op pad en de rest van het verhaal loopt goed af. De ridder wordt als held onthaald, zonder dat het enge moment in de grot nog een keer genoemd wordt. Je zou kunnen zeggen: de crisis is hier tijdelijk. Maak die crisis, hetzij op de achtergrond, altijd aanwezig in de beleving van je held en je hebt een heel interessante heldenreis om te volgen.

Spijt en pijn

Hoewel volgens de structuur van een roman de crisis veel later komt, wil dat natuurlijk niet zeggen dat je held in een andere levensfase geen crisis doorgemaakt kan hebben.

Als die crisis zo groot is dat de held die niet kan vergeten, is daar pijn in het spel en vaak ook spijt. Vooral dat laatste is interessant, want dat maakt dat je lezer zich met een pageturnereffect kan afvragen: waar heeft hij dan spijt van en hoe heeft die zo kunnen groeien dat dat zoveel jaren later nog altijd aan dit personage vreet?
Of het nu alleen pijn of ook spijt betreft, voor je (huidige) verhaal gaat een van deze twee dingen op als je van dit trauma een belangrijk punt in het verhaal wil maken: je held wordt erdoor verteerd, of komt er weer bovenop.
Je hebt Gewonde Heler als die deze twee dingen combineert. Dan volgt een credo dat je zou kunnen samenvatten als:


Mijn pijn was heftig en ik kom er nooit meer (volledig) van af. De gebeurtenissen kan ik soms plaatsen, soms niet. Ik kan ze hoe dan ook niet (meer) veranderen. Daarom zet ik me ervoor in dat anderen dit niet overkomt. Dan dient die/ mijn ervaring nog ergens toe, zodat een zodanig grote crisis anderen bespaard blijft. Zo verzacht ik mijn eigen pijn alsnog.

Zo is een Gewonde Heler dus een held die de pijn van zichzelf en anderen probeert te verzachten. Maar zoals gezegd zijn deze pijnen dus wel van zodanige aard dat het held in potentie op kan vreten, als die even niet oplet. Dat is waar de crsis veel groter moet worden dan normaal.

De crisis van: Weet je nog, die keer dat…?

De Gewonde Heler heeft een heftig verleden, dat vaak maar net onder de oppervlakte sluimert. In zijn innerlijke voice dialogue staat waarschijnlijk een onverbiddelijk en onvergeeflijk streng persoontje aan het roer. Die fluistert op zwakke momenten: “Weet je nog die keer dat…?’

  • Jij het ‘goed bedoelde’ en een week daarna de hele familie uit elkaar viel?
  • Jouw laksheid ervoor zorgde dat een kind zwaargewond raakte?
  • Toen je ziek was, geen enkele vriend had die zich genoeg zorgen maakte om te vragen hoe het met je ging?

De Gewonde Heler weet dat maar al te goed, maar heeft ervoor gekozen om dat in zijn voordeel te gebruiken. In zijn denken, doen en laten, krijgen deze vragen antwoorden als:

  • Als iemand zijn mond per ongeluk voorbij praat en dat in een butterfly effect eindigt, oordeel ik niet, maar probeer ik met die ander de schade te beperken
  • Daarom werk ik nu als monteur bij een bedrijf van speeltoestellen, om herhaling te voorkomen
  • Ik zal een eenzaam persoon nooit als een mislukkeling zien, ook al is die op het eerste gezicht misschien een lomperik, inderdaad wat vreemd of niet per se mijn type. Als ik wéét dat iemand eenzaam is, bied ik altijd een praatje aan.

Is een gewonde heler uitgegroeid?

Met de bovenstaande innerlijke dialoog kan het lijken alsof je gewonde heler ‘uitgegroeid’ , een Mary Sue is of een overschot aan power fantasy heeft. Het is een valkuil om dat zo uit te werken. Maar onthoud dat deze innerlijke dialoog zich niet ergens diep vanbinnen schuilhoudt, maar op een achtergrond die zodanig zichtbaar is en blijft voor je held dat deze manier van handelen en denken is als balanceren op een smal koord. Even je concentratie verliezen of een verkeerde stap zetten en je kan een (tijdelijke) terugval krijgen naar het volle crisismoment, of in een slachtofferrol vallen, in plaats van de heldenrol.

Een gewonde heler leent zich goed als mysterieus personage. Fop je lezer door het te laten lijken alsof je Heler is uitgegroeid (die heeft alles al door in het leven…) en later het tegendeel te bewijzen en het achtergrondverhaal te onthullen. Of laat Heler juist in eerste instantie bitter overkomen. Laat Heler zien op momenten dat er actief gevochten wordt tegen die innerlijke pestkop, (Hoe kan iemand nou kinderen redden en dan nog af en toe met zo’n chagrijnig hoofd rondlopen? Aha…)

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Max Muselmann verkregen via Unsplash.

Zo maak je een cliché origineel: het doodzieke kind

Clichés schrijf je liever niet. Geen nood! Ik help je een cliché te herkennen en de goede weg in te slaan als je tekst naar een cliché neigt. Daarvoor gaan we het cliché ontleden en de tekst weer terug op de rit zetten. Deze week: het doodzieke kind.

Het cliché: nóg meer ellende

Je held heeft het al moeilijk, maar het wordt zo mogelijk nog erger. Een geliefd kind wordt doodziek of sterft. Andere varianten op dit cliché zijn: er wordt onverwacht een scheiding aangekondigd, er valt een ontslag, je personage wordt opgelicht… Als het maar nóg meer ellende oplevert. Maar het doodziekte kind spant als cliché de kroon.

Waarom stoort dit zo?

Er is niets zo erg als een doodziek kind. Het is ronduit beledigend voor je gevoelens als je het meemaken van een ernstige ziekte of de dood gelijkstelt aan teleurstelling of alledaags verdriet. Dat doet dit cliché wel. Bovendien gebruikt het het doodzieke kind als een goedkoop middel om gewoon de zoveelste tegenslag in het verhaal te laten sluipen. Ieder probleem is gelijk.

Oftewel: het doodziekte kind neemt zowel het (hele!) verhaal als de gevoelens van de lezer niet serieus.

De aanloop naar het cliché

Het doodzieke kind vervult een belangrijk element in het verhaal. Het laat zien dat de held kan opstaan na een val en/of daartoe pogingen blijft doen, ook moet dat alwéér.
Dit cliché is de druppel of het eindpunt dat zegt: als je zelfs dit kan doorstaan, ben je je heldentitel waardig. Dat mag, tenzij je beweert dat problemen aan elkaar gelijk zijn.
Van ontslag leert de held zelfvertrouwen te behouden en bij een periode van rouw moet die leren om emoties toe te staan. Met alleen opstaan verwerf je geen heldenstatus. Je held moet laten zien waarvan en hoe die opstaat in verschillende situaties. Als de tegenslag er is zodat je held ‘gewoon nog een keer valt’, is dat wat het cliché zo vervelend maakt.

Nu jij!

Je personage heeft onlangs een ernstige diagnose gekregen, vlak na een ontslag. De telefoon gaat: “Ik heb slecht nieuws.”

Er mag een kind doodziek of overleden zijn, maar dat hoeft niet. Als het maar de spreekwoordelijke druppel is die je personage op zijn dak krijgt.  

De twee mogelijkheden van de aanloop naar het cliché zijn:

  1. Je personage slaat zich er uiteindelijk doorheen.
  2. Je personage gaat eronderdoor.

De bijbehorende clichés zijn:

  1. Je personage wordt een Mary Sue met doorgeslagen powerfantasy die echt alles aankan. Het vergt slechts een huilbuil die komt en gaat en de schouders worden er weer onder gezet.   
  2. Er knapt iets in je personage. Gevolg: drank, drugs en ellende.

Scenario 1 werkt niet in deze zuivere vorm nooit. Je held kan niet groeien als die perfect is of alle problemen aan elkaar gelijk zijn.   
Scenario 2 kan werken, zolang na dat telefoontje niet direct volgt: ‘En toen knapte er iets en greep ze naar de fles. Einde.’  Raffel je verhaal niet af en zorg voor de nodige afbouw.

Welk scenario er ook speelt, voorkom het cliché en:

Schrijf rauw  

Rauw schrijven?

Rauw schijven windt er geen emotionele doekjes om. Dit. Doet. Pijn.  Dat is niet ‘Ai, ik pinkte wel een traantje weg…”  Dat is grofweg een 5 op een tienpuntschaal. Rauw schrijven is een 9 of een 10, omdat je het publiek dwingt bij de emoties stil te staan en ze net zo heftig laat beleven als ze zijn. Je spaart ze niet en verzacht of romantiseert ook geen omstandigheden: hier heb je nog dagen last van. (Denk bijvoorbeeld aan een film als Schindlers list.)

Schrijf dus over rouw in plaats van verdriet en over machteloosheid in plaats van besluiteloosheid.

Ga je gang, schrijf een scène in de comments!

 Gebruik je dit cliché? Let dan hierop

  • Weet waarom je kiest voor een doodziek kind. Of juist voor ontslag, ontrouw…
  • Ga goed na of je held nog moet groeien. Gebruik het doodzieke kind niet als excuus voor een extra subplot of spanning.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door National Cancer Institute verkregen via Unsplash.

Een scène als een verhaal in het klein

Een boek gaat van de ene scène naar de volgende, naar de volgende, tot het verhaal uit is. Zo is een verhaal een opsomming van scènes. Als je wil dat zij niet lezen als een opeenvolging van gebeurtenissen die losjes aan elkaar zijn geplakt, bekijk de scène dan eens als een compleet verhaal.

Wat is een scène?

Een scène kan lang zijn, of kort. Hij kan een dialoog bevatten, of een actiescène. Maar ongeacht wat erin staat, is een scène in beginsel een stuk tekst dat je in een zin kan samenvatten wat er in een deel van de tijdlijn gebeurt.
– Hier ontmoeten de personages elkaar
– Hier krijgen ze ruzie
– Een wandeling in het park waarin de held over zijn leven nadenkt
– Hier komt de strijd tussen Held en Slechterik

Kortom: denk terug aan de basisschool en je slechtste boekbespreking. “En toen gingen ze, en toen, en toen, en toen… Wat daar wordt opgesomd, dat zijn scènes.

De diashow

Zoals die jongen uit groep 5 een boekbespreking houdt, klinkt een boek wel heel erg saai, ongeacht wat erin gebeurt. Met een beetje schrijfinzicht en schrijfervaring zal je deze diashow niet zo snel schrijven. De diashow is als je scènes zo duidelijk een voor een geschreven zijn dat het hele boek er een staccato ritme van krijgt. En hier gaat mijn held op reis. In het vliegtuig zit een krijsende baby. In de volgende scène landt het vliegtuig en vindt mijn held geen douche op het vliegveld. In de volgende scène…
Hoewel enkele goedgeschreven zinnen er al voor kunnen zorgen dat een hardnekkige diashow uitblijft, kan je een scène eindeloos veel sterker maken als je ze ziet als verhalen in het klein.

Wat is een sterke verhaalbasis?

Laten we een aantal basisfactoren van een goed verhaal nog eens op een rij zetten.
* Het heeft een begin, midden en een eind
* Het heeft een structuur, zoals bijvoorbeeld dat van save the cat (ook wel: drieaktenstructuur) waarin:
– de spanningsboog een bepaalde lijn heeft, niet van de hak op de tak gaat
– er vallen en opstaan wordt gevraagd van de personages die erin voorkomen.
Wat die personages betreft:
– Die willen iets, dus die gaan ergens naar handelen om dat proberen te bereiken
– Dat wat het personage verlangt, wordt niet zomaar gegeven: er komt een obstakel, vaak in de vorm of met hulp van een tegenstander.
– Je personage moet een bepaalde vindingrijkheid laten zien: het valt en staat op.

Als je deze zaken in een scène terug laat komen, weet je zeker dat die inhoud heeft. Hij gaat ergens naartoe en vooral ook ergens over.

Verschil tussen een compleet verhaal en een scène

In een scène moet je in met een relatief klein woordenaantal meer informatie kunnen geven. Dat betekent dat de subtekst en sfeeromschrijvingen belangrijk zijn: die zullen het meeste gewicht krijgen.
Dat kan lastig zijn. Probeer het als een handige houvast te zien dat je met een uitdaging als: ‘schrijf in 300 woorden hoe in dit gesprek de personages uitgroeien van kennissen tot vrienden’. Dan moet je bijvoorbeeld in het hoofd van je personages en diens gevoelens gaan duiken. Het dwingt je om die kostbare 26 woorden die:
“Ha, Sjors, hoe gaat het?”
“Hoi Kim, goed en met jou?”
“Goed hoor, wat fijn om je weer te zien. Dat is al even geleden hè?”
In te korten of te schrappen. Als je een scène als miniverhaal ziet, denk je waarschijnlijk wel twee keer na voordat je een hoog percentage van je woordenaantal van je verhaal aan iets besteedt dat geen echte toevoeging is voor het verhaal. Dat brengt ons bij het tweede verschil tussen een scène en een verhaal.

Doel van een scène

Een verhaal, als groot geheel, heeft grotere doelen dan een scène. Een verhaalthema uitdiepen, een moraal overbrengen, een aantal uur ontspanning bieden. Vanwege zijn kortere aard, kan scène daar niet altijd of allemaal aan voldoen. Dat zijn bonuspunten. Er zijn twee mogelijke doelen die typisch zijn voor een scène. Een interessante scène voldoet aan minstens een van de twee doelen, soms aan allebei.
* De scène helpt het verhaal vooruit
* De scène geeft informatie over je personage

Waar kan je aan denken als je deze doelen ziet?

‘Verhaal vooruit’ is bijvoorbeeld‘Verhaal vooruit’ is nietgoede personage-info is goede personage-info is (doorgaans) niet
er worden nieuwe banden gesmeedeen vrij letterlijke of weinig subtiele : ‘we komen hier later op terug’de grootste angstuiterlijke details
er is een nieuwe hint gegeven‘zoek het maar uit, personage’, zonder verdere echte hintkunde om iets op te lossen, of gebrek daaraan hobby’s
er is iets nieuws op te lossenals het meerdere scènes duurt voor het duidelijk wordt wat het conflict in scène 1 nu was. hoe het omgaat met een tegenslagroutine
je vraagt je af: ‘hoe nu verder?’als in plaats van de lezer alleen je personages zich afvragen: ‘hoe nu verder?’achtergrond die het karakter heeft gevormdiets wat na een of twee hoofdstukken niet meer terugkomt

Valt het je op dat een scène zelden tot nooit oppervlakkig hoort te zijn? Zelfs als je over een doodnormale dag op het strand wil schrijven, kan je het nog een redelijke diepgang geven. Beschrijf bijvoorbeeld met sfeeromschrijving hoe het zand tussen de tenen van je personage kriebelt en hoe dat kriebelt of juist irriteert. Dat kan een bruggetje vormen naar hoe gewenst deze rustige dag op het strand was: want je personage komt er nu eindelijk achter dat de werkdruk niet meer normaal is. Er kan een burn-out op de loer liggen…

Scènes zijn in zekere zin niet alleen onderdeel van het verhaal, maar ook het verhaal zelf. Probeer het ook zo te benaderen. Dan onthoud je makkelijker dat je om een lezer geïntegreerd te houden, je continu ook een verhaal hebt dat het lezen of vertellen waard is. Laat het feit dat een scène relatief kort is, je niet verleiden tot de valkuil dat je nu wel even ‘gewoon iets leuks’ mag schrijven tussendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je scènes? Ik kan je helpen met de structuur en invulling. Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Olga Tutunaru, verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een perfecte dialoog: zeven aandachtspunten

Een perfecte dialoog heeft geen eenvoudige formule.  Je plot en je personages hebben er grote invloed op. Maar met deze zeven aandachtspunten kom je een heel eind.

1)  Je personage mag geen publiek hebben

Schrijf nooit iets wat leest alsof je personage de lezer direct informeert over een bepaalde stand van zaken. Weten je held en de gesprekspartner wat er aan de hand is, wat de relaties onderling zijn, maar de lezer niet? Als je dat uitschrijft, is dat een ‘As you know, Bob’. Blijf weg van deze Bob!

2) Laat het begrip ‘realistisch’ los

Bedenk wat een personage in het grote geheel met deze dialoog wil bereiken. In zekere zin kan je stellen dat mensen tijdens praten socialiseren in het achterhoofd hebben. Personages daarentegen moeten vooral iets duidelijk maken. Soms over zichzelf, soms over de plot. Maar gewoon kletsen, dat doen ze zelden tot nooit. Schrap dat ‘lekker weetje hè?’ dus vooral. ‘Realistisch praten’ hoeft een personage niet.

3) Laat weten wie er aan het woord is en waarom

Ieder personage kan praten, maar kan je ook aan het taalgebruik ook zien wie er aan het woord is, ook als dat niet uitgeschreven staat in de scène? Deze manier van gepersonaliseerd taalgebruik geeft iedere dialoog een origineel tintje. Al helemaal als je laat zien wat de reden is dat je personage blijft praten in plaats van ermee stopt.

4) Bedenk wat er nog meer wordt gezegd

Omdat personages niet hetzelfde praten als mensen, bedoelen ze negen van de tien keer meer dan ze eigenlijk zeggen. Neem deze subtekst mee in je dialoog om hem levendig te maken.

5) Als het lichaam spreekt…

Soms zegt lichaamstaal veel meer dan gesproken woorden. Maak daar dan ook gebruik van, ook in een dialoog!

6) Neem de juiste regie

Regieaanwijzingen in een dialoog kunnen zowel een vloek als een zegen zijn. Overweeg goed wanneer en hoe je ze gebruikt, dan weet je zeker dat je dialoog goed in balans blijft.

7) Bepaal de laag

Een dialoog kent drie mogelijke lagen. Die van de buitenkant, de binnenkant en de verborgen laag. Bepaal eerst het doel van je scène om te weten wat het nu is dat jij en je personages letterlijk dan wel figuurlijk gaan zeggen. Kijk vervolgens hoe ze dat gaan doen en hoeveel ze weg willen geven. Aan hun gesprekspartner of de lezer. Dan weet je welke laag passend is voor je dialoog en blijft je lezer op het puntje van de stoel zitten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jarritos Mexican Soda verkregen via Unsplash.

Het verhaalthema en de heldenreis samenvoegen

Het verhaalthema is het overkoepelende onderwerp dat de verschillende personages op verschillende manieren meemaken, of waar ze naartoe groeien. Dat groeien is dan weer een belangrijk vereiste van een held met een heldenreis. Als je deze twee elementen samenvoegt, kan je de heldenreis inhoud geven door het thema aan een stelling te onderwerpen.

Waarom laat een verhaalthema personages groeien?

Een verhaalthema is zoiets als: eenzaamheid, loslaten, de vergankelijkheid van het leven, zelfliefde vinden…Het zijn dingen die personages over zichzelf en anderen kunnen leren of als obstakel of gebeurtenis in hun leven voorkomen. In een mensenleven, buiten een boek om, kun je duizend-en- een van zulke thema’s meemaken. Maar omdat je een boek overzichtelijk en afgebakend moet houden, kies je als schrijver per verhaal een hoofdthema en een aantal subthema’s. Afbakenen is dus noodzakelijk. En van de verhaalthema’s die dan overblijven, daar moet je dan ook een compleet ‘echt leven’ aan verhaalthema’s of emotionele beleving in stoppen. Anders wordt je verhaal doodsaai en krijg je iets als: ‘He, heldin! In jouw verhaal word jij zelf niet eenzaam, maar zie jij een onbekende op een afstandje eenzaam zijn terwijl jij de hele dag niets anders doet dan kleedjes haken.’
Niks daarvan, Heldin moet aan de bak. Dus eenzaam worden zal ze. En ze zal daarvoor zichzelf leren kennen, proberen die eenzaamheid te ontvluchten, anderen leren kennen. Kortom: daar groeit ze van.

Meer belevingen mogelijk bij een verhaalthema

Het mooie van verhaalthema’s is dat ze in de narratieve zin het over precies hetzelfde kunnen hebben, maar toch een compleet ander verhaal teweeg kunnen brengen. Neem verslaving, dat heeft vaak soortgelijke symptomen, maar het kan zich compleet anders uiten en ook (daardoor) een compleet andere oorzaak hebben.
Zo kan een gokverslaving thematisch staan voor iemand die zich altijd maar een verliezer voelt in de hoop dat hij ooit iets wint. Een gameverslaafde is dan weer iemand die symbool staat voor het willen ontsnappen van de werkelijkheid door zich in de digitale wereld te verliezen.

Kies de themabeleving

Als je de persoonlijke beleving van een verhaalthema vertaalt naar een ervaring geeft dat een heel concrete houvast om een interessant en consistent centraal conflict bij te kunnen schrijven. Kijk daarbij naar een mogelijke ervaring en een mogelijke levensles. Dat kan je opschrijven in een of twee enkele zinnen wat je held precies moet meemaken of leren van het verhaalthema. Daarbij is het dus handig om als kanttekening in je achterhoofd te houden dat een andere (extreem tegenovergestelde) ervaring dus ook mogelijk is. Dan weet wat je held juist niet moet meemaken om diens eigen weg consistent te houden. Of kan je die andere ervaring aan een vriend of de tegenstander geven.

Een aantal voorbeelden van deze zinnen zijn:
– Het ouderschap leert je wat opoffering betekent
– Rijkdom brengt verantwoordelijkheid met zich mee
– Vertrouwen staat aan de basis van een gezonde vriendschap

Dan krijg je dingen als:

verhaalthemabeleving of ervaringheldenreiseventuele tegenhanger
ouderschapsociaal leven wordt minder omdat de opvoeding meer tijd kosteen gezonde balans vinden tussen gezin en vriendenhet kind wordt bij opa en oma gedumpt en later ziet het kind de ouder niet meer als figuur dat gezag heeft of verdiend
rijkdomIk deel mijn voorspoed met anderen, omdat ik de wereld ten goede dien te veranderen als ik die middelen hebDe echte vrienden van de ‘vrienden’ onderscheiden die slechts op je geld uit zijn. Een Dagobert Duck die juist moet leren verantwoording te nemen door wat guller te zijn.
vriendschapik moet erop vertrouwen dat mijn vrienden oprecht aardig zijn trauma’s uit het verleden onder ogen zien en het begrip vertrouwen herdefiniërenals ik belazerd word, door mijn vrienden, moeten zij bewijzen dat ze weer/ alsnog te vertrouwen zijn, willen ze mijn vrienden blijven.

De tegenhanger is ter verduidelijking extreem gemaakt in het voorbeeld. Idealiter is het verhaalthema en het bijbehorende groeiproces bij de held duidelijk genoeg om op te vallen, maar niet zo duidelijk dat het irritant wordt. Hetzelfde geldt voor de tegenstander die een ongewenst moraal binnen het thema uitdraagt. Voor de vrienden of andere personages die wel belangrijk zijn, maar het verhaal niet dragen geldt iets anders. Zij hebben het verhaalthema en het groeiproces weliswaar gemeen met de held, maar daar is het wat meer incognito. Zo’n gevalletje: ‘O ja, nu je het zegt, zie ik het wel.’

Mag je van het verhaalthema afwijken in de heldenreis?

Natuurlijk hoef je niet alleen maar over het hoofdthema te schrijven. Net als bij het subplot bij het hoofdplot, zijn subthema’s een fijne aanvulling op het hoofdthema. Houd je het alleen daarbij, dan kan je verhaal alsnog oppervlakkig overkomen. Maar deze benadering is een goede houvast als je merkt dat je een hyperrealistisch personage, zeer rijke verhaallijn of veel personages hebt. Als je veel te vertellen hebt, kan je dat nu eenmaal niet in een boek of zelfs eenzelfde serie passen.

Te veel willen vertellen creëert vroeg of laat de valkuil dat je heldenreis of je thema verandert in iets wat het niet was of zelfs hoorde te zijn. Denk aan hoe een Mary Sue kan ontstaan. Het begint met een wens een lieve vrouw neer te zetten die zorgzaam is voor kinderen en binnen de kortste keren heb je een vrouw die niet alleen de overblijfmoeder is en de hele klas naar de voetbaltraining brengt. Het halve boek later heeft ze een eigen stichting opgericht om kinderen met een beperking te kunnen laten sporten. Doorgeslagen powerfantasy, dus. Of je begint met een doorsnee, alledaagse lastige relatie en even later is daar de dramatische liefdesdriehoek.

Je kan het schema natuurlijk ook gebruiken voor subplots. Blijf in ieder geval alert op waar de grenzen van een thema en een heldenreis liggen als je deze met dit format samenvoegt. De mogelijkheden zijn eindeloos en dat is zowel het voordeel als het grote nadeel.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Marcos Paulo Prado verkregen via Unsplash

Drie mogelijke lagen in een dialoog

Met een dialoog kan je personage heel veel dingen zeggen. Soms is wat gezegd wordt recht voor zijn raap, soms houdt je held iets geheim en soms kom je op het punt dat niets zeggen meer zegt dan duizend woorden. Deze lagen van een dialoog kan je gebruiken om je tekst de juiste toon en kleur te geven.  

Buitenkant, binnenkant, verborgen laag

Net als een personage heeft een dialoog drie lagen.
De buitenkant is het spreekwoordelijke open boek: er wordt gezegd wat er wordt bedoeld, zonder dat er iets achter zit of je personage iets probeert te verbergen.
De binnenkant is: “Ik zeg iets, maar iets anders zeg ik ook (niet).” Er zijn meerdere interpretaties of een groter doel in het spel.
De verborgen laag is ‘binnenkant 2.0’. Er wordt iets ook (niet) gezegd, maar de lezer kan hierbij aanvoelen: ‘iets klopt er niet’ of ‘hier zijn we nog vele scènes mee zoet’. Deze dialoog staat niet op zichzelf, maar wordt een puzzelstukje van een plottwist of is de eerste beat van een plotlijn waarin bijvoorbeeld een groot geheim wordt onthuld.

Dit tipartikel heeft ter verduidelijking een casus. De vraag: vindt Maartje Stijn leuk?

De buitenkant: ongecompliceerd

“Maartje, vertel eens: vind je Stijn leuk?”
“Leuk? Ik vind hem een absolute hunk! Heb je zijn wasbordje gezien? En hij is zo attent!”
Of:
“Uhm, eerlijk gezegd wel…”

Lekker duidelijk, hè?  

De buitenkant heeft geen vaststaande sfeer of toon. Van vrolijk tot woedend en alles ertussenin. Misschien denkt je personage er nog iets achteraan. In het tweede voorbeeld bijvoorbeeld: betrapt!
Maar zolang de dialoog er niet van verandert, is de buitenkantlaag in het spel. Of Maartje ‘betrapt!’ denkt of niet, is onbelangrijk. Ze zou zelfs kunnen zeggen: “En wat dan nog?” omdat deze dialoog enkel gaat over het eenduidige antwoord op de vraag van haar gesprekspartner. 

De binnenkant: de extra tekst

In een goede dialoog wordt er veel niet uitgesproken. Daarom gebruik je de binnenkantlaag het meest, omdat het een pageturner-effect teweegbrengt. Wat is er aan de hand en wat gaat er nog meer gebeuren?

“Hé Maartje, Stijn kan goed zoenen hè?”
Deze zin alleen al kan betekenen:

  • Eens kijken of ze hapt.
  • Zou ze dat inderdaad weten?
  • Raad je me aan om hem ook eens te versieren?

De context van het verhaal vertelt wat er precies speelt, maar dit is niet alleen maar een verwachting van een ja of nee. Want is het echt interessant hoe goed iemand zoent? Waarschijnlijk wil de spreker liever weten wat er al dan niet is gebeurd, wat de onderlinge relatie is tussen Maartje en Stijn, of wat diens eigenbelang hierbij is.

Hij zoende me wel héél lang.”

  • Vond Maartje dat fijn?
  • Vond ze Stijn wanhopig overkomen?
  • Had Maartje meer initiatief verwacht in een stap verder gaan?
    Zo kan je een dialoog een eindeloze binnenkantlaag geven. Schrijf af en toe wel een buitenkantlaag om te voorkomen dat een simpele dialoog een complete detective wordt.  

De verborgen laag: een (extra) plot

Een verborgen laag heeft een inleidende scène nodig, of de lezer moet een cruciaal detail weten. Bij deze laag komt de wereld van het personage op zijn kop te staan. Negen van de tien keer krijgt lichaamstaal hier de overhand, omdat woorden tekortschieten of te veel verraden. Daarna volgt vaak een fikse plotwending.  

Maartje zoende gisteren met Stijn, vlak voor hij verongelukte:
“Vertel eens over deze zoenkampioen…”
Zonder het te beseffen, gleed Maartjes vinger over haar lippen. Even later begonnen die te trillen en holde ze de kamer uit.

Maartje doet alsof ze Stijn leuk vindt, als afleidend toneelstukje om de moord op de gesprekspartner te verdoezelen die zij en Stijn aan het beramen zijn:
“Enne… heb je zijn bed al kunnen inspecteren?”
Er trok een zenuwachtig spiertje bij Maartjes kaak. Mooi, onder het mom van de eerste zenuwen van nieuwe vlinders zou dat niet opvallen.

Kijk goed naar het doel van je scène en je dialoog, kies de juiste laag en hij is gegarandeerd interessant.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Harli Marten verkregen via Unsplash.

Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: genremixer

Laten we de pen weer eens oppakken: verhaalentaal.blog organiseert weer een nieuwe schijfwedstrijd. Deze keer gaan we niet uit van een plotpunt of van wat personages meemaken, maar gaan we genres eens wat meer onder de loep nemen en daar een goede mix van maken. Een uitdaging, maar uit de resultaten van de vreemdeling en allerlei soorten liefde, blijkt dat er in mijn lezerspubliek goede schrijvers zitten 😀

Opzet van schrijfwedstrijd genremixer

We kennen allemaal de verhalen die een gemixt genre hebben: het romantische drama, de erotische thriller, het historische drama… Maar niet altijd is dat ‘gemixte genre’ een terechte term.
Want hoe vaak is een romantisch drama gewoon het zoveelste romantische verhaal waar het drama-element gewoon het centrale conflict is, of de drie aktenstructuur, die ervoor zorgt dat er überhaupt een plotverloop met spanningsboog in het verhaal zit? Of is de erotische thriller gewoon een verhaal over veel seks, waar af en toe eens een geweer verstopt zit, omdat de derde persoon in de liefdesdriehoek een beetje te jaloers is?

In deze schrijfwedstrijd gaan we met zijn allen eens kijken hoe we die term ‘gemixt genre’ echt eer aan kunnen doen.
Denk aan dingen als:
* In plaats van een romantische sciene fiction waarin een setje verliefd wordt op Mars, omdat de mensheid daar over 300 jaar naartoe is verhuisd, is het sciene fiction element van jouw romance dat er een machine is uitgevonden die liefde maakbaar heeft gemaakt.
* Een historische thriller is niet een whodunnit die zich afspeelt in het verleden, maar gaat over een archeoloog die erachter komt hoe een oude beschaving elkaar het leven heeft zuurgemaakt. En die bevindingen bloedstollend zodra het verhaal daarachter zich ontvouwt.
* Jouw romantische feelgood gaat niet over een ontluikende liefde waarbij een groepje vriendinnen nauw bij betrokken is, maar over een onzekere heldin die door diepgaande liefde, -toevallig in de vorm van een romance- zichzelf eindelijk weer terugvindt en goed kan voelen.

Aandachtspunten en tips

  • Je gaat punten scoren als niet duidelijk is wat je ‘eerste genre is’: heb je nu een komische romance of een romantische komedie geschreven? Kortom: als je de genres goed mixt
  • Ieder genre kan je rekken naar eigen inzicht, maar heeft wel een bepaalde basis waar het aan moet blijven voldoen. Denk aan het voorbeeld van de romantische feelgood hierboven. Zeg feelgood en je denkt aan een luchtige romance, niet per se aan de diepgaande. Je kan de romance alsnog diepgaand en wat ‘zwaarder’ maken, maar dan moet de toon van je verhaal nog steeds die luchtige zijn waar het genre feelgood zijn naam aan verleent.
  • Zo heeft ook ieder genre bepaalde tropes die er vaak in terugkomen. Hebben jouw twee genres tropes die raakvlakken hebben? Het mooiste meisje van de klas dat in de feelgood het uitstekend naar haar zin heeft en vrolijk is, maar in de thriller een stalker heeft, bijvoorbeeld?
    Deze ‘tweezijdige tropes’ kan je combineren. Pas op! Dat kan zowel een valkuil van een cliché opleveren als een deur naar originaliteit openen. Voor deze wedstrijd wordt het goed opletten en wikken en wegen met wat en waarover je schrijft.

Wedstrijdvoorwaarden: genremixer

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 5000 woorden.
* Je verhaal is in het Nederlands geschreven.
* Gedichten mogen helaas niet ingezonden worden voor deze wedstrijd.
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 24 januari 2025 tot en met 24 april 2025. Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.
* Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: schrijfwedstrijd genremixer.
Je mag erop rekenen dat ik je mail goed ontvangen heb. Wil je toch een ontvangstbevestiging? Geef dat dan even aan. Vraag je daarom tussen 12 maart en 20 april, dan laat die waarschijnlijk wat langer op zich wachten. Binnen drie weken krijg je de bevestiging zeker.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 5000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een (deel van een) ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Veel plezier en succes met schrijven! Wie weet mag ik je binnenkort feliciteren met een leesrapport en de titel: ‘meesterlijke genremixer’ 😉

Foto door Anthony Roberts verkregen via Unsplash

Zo kies je de juiste regieaanwijzing: het wachtwoord

Een regieaanwijzing kan een dialoog levendiger maken. Kijk goed of je regieaanwijzing groot of klein genoeg is om de sfeer van het moment of de scène goed weer te geven. Maar wat als het de vraag is niet hoe groot die moet zijn, maar welke regieaanwijzing je kan gebruiken, kan ‘het wachtwoord’ helpen.

Regieaanwijzing als emotie-aanduider

In een regieaanwijzing krijg je altijd een zekere mate van emotie mee. Zo zit er vrijwel zeker ofwel woede ofwel blijdschap in een schreeuw. Je zal dan niet snel denken aan twijfel. Zo vertelt een regieaanwijzing je ook bijna altijd tussen de regels door wat er aan de hand is. Je gaat niet sluipen als je je op je gemak voelt. Waarschijnlijk word je bijna betrapt of kom je in gevaar als je gezien of gehoord wordt. Daarom ga je niet stampvoetend door de gang lopen.

In een tekst zijn regieaanwijzingen geslaagd als ze deze emotie van de scène of het personage kunnen ondersteunen zonder overweldigend te worden. Er is niets zo vermoeiend als over iets of iemand te lezen die continu hoog in de emotie zit. Of dat nu blijdschap, woede, verdriet of… betreft. Daarom kan het lastig zijn om te bedenken welke regieaanwijzing je gebruikt. Laten we gaan kijken naar een casus: het wachtwoord.

Geef mij het wachtwoord

In deze casus betekent een wachtwoord dat van de Middeleeuwse, analoge soort. Achter de deur of poort waar een wachtwoord wordt gevraagd, bevindt zich iemand die jij graag wil spreken, die jou kan helpen, die je een medicijn aanbiedt, of die jou op het matje heeft geroepen. Een betoverde deurklopper vraagt je naar het wachtwoord en kan de deur laten openzwaaien als het wachtwoord juist is.

Mogelijke wachtwoorden zijn:
– Chocolademelk
– Duimschroeven
– Verlossing
– Doe open

Deze wachtwoorden staan symbool voor een gemoedstoestand van je personage of de toon van een scène. Stel je eens voor dat je naar de persoon achter de gesloten deur wil omdat er net iemand is vermoord. Daar kom je dan: “Help, moord, brand, CHOCOLADEMELK!”

.Nee toch?

Anders gezegd: als de wachtwoorden de regieaanwijzingen zijn, moet je niet alleen weten of je ze wel moet gebruiken, maar ook of het wel bij het grotere geheel past. In het geval van de moord ‘Doe open!’ omdat het aansluit bij je paniek of ‘duimschroeven’ om het lugubere thema wat meer kleur te geven.

Voorbeelden van regieaanwijzingen als wachtwoord

Kijk eens naar deze scenario’s.

Scenarioje personage voelt zichDe persoon achter de deurhet wachtwoord iseen passende regieaanwijzing zou zijn
een routineuze vergaderingverveeldis de net zo verveelde collegadoe openmompelen
een routineuze vergadering goed in zijn velis een bevriende collegachocolademelk zei hij opwekt.
Of gewoon:
‘chocolademelk!’
De deur ging open
een noodgevalangstigmoet worden geëvacueerddoe open
duimschroeven (als er oorlog is)
schreeuwen
een romantisch afspraakjeZenuwachtigmoet nog worden veroverdverlossing
( na het vinden van liefde, of van de zenuwen)
fluisteren
een romantisch afspraakjezelfverzekerdis er helemaal voor in doe openzei ze zangerig/ zwoel
een promotie is vol zelfvertrouwenheeft er zin in goed nieuws te brengendoe open
verlossing (een lekker groots woord)
de deur gaat open, zei ze zelfverzekerd
een geheim wordt gedeeldweet nog van niks en is nog op zijn hoedeweet dat er niets ernstigs aan de hand is chocolademelk ( alles komt goed) doe openzei hij aarzelend

Kijk goed naar je personage en hoe die iets uitspreekt. Daar zit een samenhang in. Ook zit er een samenhang met de situatie, het wachtwoord en de relatie tussen je held en het eventuele medepersonage. Anders gezegd: als je een regieaanwijzing weloverwogen inzet, kan het een complete sfeeromschrijving worden van een scène, de verhoudingen van je personage en anderen of het plot… Het kan zelfs een show don’t tell worden die je nergens anders kwijt kan.

Het belangrijke van deze bevindingen is dat je een regieaanwijzing zo wel veel meer gewicht kan geven dan hij eigenlijk dragen kan. Als je ervanuit gaat dat de regieaanwijzing een scène of dialoog aan moet vullen, maar niet de boventoon moet voeren of zelfs de toon moet zetten, dan zit je goed.

Een ‘wachtwoord’ of regieaanwijzing kiezen

We zetten de chocolademelk aan de kant: hoe kies je een passende of originele regieaanwijzing in de praktijk?
Het werkt bijna hetzelfde als in het schema, alleen moet je de chocolademelk naar iets concreets vertalen. Daar kan je een aantal vragen voor gebruiken:
– Wat is er precies aan de hand?
– Wat gaat er nu gebeuren (en weet mijn held dat ook?)
Deze vragen kan je samenvatten als de sfeer.

Maak dan een woordenweb van woorden die bij de sfeer passen in acties die je kan uitvoeren, emoties die je kan voelen of gedachten die je kan hebben. Als de sfeer ongemakkelijk is krijg je bijvoorbeeld:
ijsberen, blozen, gêne, ongeduld, verwarring ‘Oh help’ ‘Kan ik hier weg?’

Kijk vervolgens naar het plot en de doel van de scène: wat moet er tussen de regels door duidelijk worden?
– Moet er een relatie veranderen?
– Moet er iemand tot actie worden aangezet?
– Moeten de gedachten of motieven van de held duidelijk worden?
Kijk nogmaals in je woordenweb en vul het desnoods nog aan als er je iets te binnen schiet. Wat zijn woorden uit het web die hierbij passen? Schrijf omcirkel deze woorden in je web.

Kijk tot slot naar je held en het punt in de heldenreis waar die zich bevindt. Dan krijg je dingen als:

– Is je held iemand die van zichzelf passief is of meer actief? In het laatste geval vertaalt de regieaanwijzing zich eerder naar ijsberen – iets fysieks- dan in elkaar krimpen, een iets passievere actie.
– Moet je held nog leren van zijn zelfzuchtigheid los te komen? Die zelfzuchtigheid vertaalt zich eerder naar verbale zelfverdediging in de vorm van een ongeduldige snauw dan een zelfreflecterend gebloos. Dat komt pas als je personage daarin wat meer is gegroeid.

Hopelijk helpt deze post om creatiever regieaanwijzingen te kiezen en het gebruik ervan beter te begrijpen.

Foto verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo gebruik je regieaanwijzingen in een dialoog

Met een dialoog kan je personage heel veel dingen zeggen. Regieaanwijzingen helpen je de intensiteit of emotie te benadrukken. Daar kan je tekst zowel overdadig als prettig leesbaar van worden. Zo kan je regieaanwijzingen en dialoog combineren tot een mooi geheel.

Zeggen, schreeuwen of fluisteren

Regieaanwijzingen zijn de ‘losse woorden’ achter een zin. Ze geven verhalend of in een dialoog de intensiteit van een actie aan. Denk aan: zeggen, fluisteren en schreeuwen, maar ook: strompelen, rennen, kruipen… Het zijn de woorden die neutrale werkwoorden als zeggen en lopen wat meer kleur geven. Dat komt omdat het duidelijk is waar je het over hebt. Fluisteren is heel anders dan schreeuwen, omdat het respectievelijk 1 en 10 is op een schaal van 1 op 10 op de schaal van het gewone ‘praten’.

Gebruik geen regieaanwijzingen en je tekst wordt doodsaai. Gebruik ze te vaak en je tekst wordt doodvermoeiend. Maar regieaanwijzingen die weloverwogen in de tekst zijn geschreven, kunnen je dialoog veel kleur, maar ook inhoud geven.

Aanvulling op een dialoog

Als je een regieaanwijzing overweegt, kijk dan eerst goed naar je dialoog. Een regieaanwijzing verhoogt de intensiteit van je tekst, dus kijk eerst eens of dat nodig is. Vraag je daar vooral bij af:

  • Wat is het doel van deze dialoog/ deze scène?
  • Wat wordt er hardop gezegd en wat niet?
  • Wat is het tempo van deze scène?

Doel van een scène of een dialoog

Een scène of dialoog hoort altijd een bepaald doel te hebben. De lezer informatie verschaffen, spanning oproepen, een plotpunt afsluiten of starten, een setting duidelijk maken…
Dat maakt veel verschil voor de manier waarop je de scène schrijft.
De climax vraagt om intensiteit, een setting introduceren vraagt meer om neutrale observatie. Kijk goed naar je dialoog om te bepalen of je regieaanwijzingen echt nodig hebt. Je kan gerust iemand laten roepen in een scène waar de gemoederen hoog oplopen, maar als het doel is dat je lezer ziet dat dit personage een snel geïrriteerd is, is het misschien niet nodig om uitgesproken ‘snauwt hij’ te schrijven. Dan kan de dialoog zelf inhoudelijk duidelijk maken. Wil je laten zien dat dit personage een ongeleid projectiel is dat zonder waarschuwing kan ontploffen, dan is ‘schreeuwt hij’ heel effectief om dat extreme van het onverwachte te benadrukken. Kijk zo goed naar wat je wil bereiken en hoeveel en wáár de intensiteit van iets benadrukt moet worden.

Wat wordt er hardop gezegd?

In een goede dialoog wordt er veel hardop gezegd, maar misschien nog wel meer níet gezegd. Het kan lastig zijn om dat wat niet gezegd wordt, alsnog duidelijk te maken aan de lezer. Een regieaanwijzing kan daarbij uitkomst bieden. Denk hierbij aan iets als een tienerstel dat aan het flirten is.
“Ik verheug me op het weekend, als je ouders niet thuis zijn.”
Tieners zijn tieners, dus dit snapt je lezer best. Maar als je schrijft: “Ik verheug me op het weekend, als je ouders niet thuis zijn,”  fluisterde hij.  Is dat net dat tandje duidelijker en is er wat extra sfeer zonder dat je er complete zinnen aan vuil maakt. Zo kan een regieaanwijzing heel verrijkend zijn voor een dialoog.

Tempo van de scène

Zit je midden in een achtervolging of zit het kind bij opa op schoot een boek te lezen?
Het tempo van een scène of een dialoog kan ook bepalend zijn voor het toevoegen of weglaten van een regieaanwijzing. Of je dat moet doen of niet, zie je meestal wel als je de scène of de dialoog nog eens terugleest. Soms helpt het om een dialoog geen enkele regieaanwijzing te geven:
“Tekst.”
“Antwoord op tekst.”
“Volgend antwoord.”

Enzovoort.

Andere keren kan een welgekozen regieaanwijzing die tekst juist verrijken.

Probeer, wat je regieaanwijzing ook is, voor je te zien hoe iemand beweegt of praat als die schreeuwt, rent, fluistert, kruipt, mompelt…  Dan krijg je een goed beeld van de intensiteit die deze manier van praten of bewegen met zich meebrengt. En dus ook of dit bij het tempo van je tekst past of dat je de gesproken tekst voor zich kan laten spreken.

Dit tipartikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Age Cymru verkregen via Unsplash.

De ‘Wat-vijand’: moraal overbrengen in je boek

Er zijn verhalen waarbij je een boodschap mee wil geven aan de lezer. Maar een boek dat vooral een moraalridder in plaats van een bron van vermaak of inspiratie wil zijn, leest niet fijn. Je kan dan beter de held van je verhaal tegen de wereld laten vechten op een manier die relatief onzichtbaar is.

De broodnodige vijand

Een held heeft in een verhaal een vijand nodig. Dat is belangrijk voor het verhaalthema: het geeft je boek een prettig kader voor wat er moet gebeuren: als je held het goede of het licht symboliseert, moet de vijand duisternis symboliseren om ervoor te zorgen dat de held niet al te fluitend door het leven gaat. Vaak is de vijand een ander personage: de machtswelluste dictator, de ouder die de verliefde tieners uit elkaar wil trekken…
Maar niet ieder verhaal heeft een ‘iemand’ als een verhaal nodig. Verhalen waarin een moraal centraal staat, doen het beter als je een ‘iets’ de vijand maakt.

Bepaal en behoud de ‘wat- vijand’

‘Een ‘wat-vijand’ zijn dingen als: maatschappelijk onrecht, armoede of een extreem gevoel van eenzaamheid. Dingen die groter zijn dat de persoonlijke wereld van je held alleen, of wat je held kan overkomen. Het zijn ook zaken die je als verhaalthema zou kunnen gebruiken. Maar daar zit een valkuil in verborgen als je met je verhaal ook een moraal mee wil geven over datzelfde thema: personificatie.

Zoals je kon lezen in de inleiding op deze blogpost, komt het zelden voor dat iemand letterlijk representeert wat je held dwarszit en wat die moet overwinnen. Dat leest namelijk vreselijk geforceerd. Als het probleem van jouw feministische heldin Felicia Feminist is dat er gemene mannen aan de bedrijfstop zitten, is het wel erg toevallig *kuch* dat zodra ze de man op de zesde verdieping wegjaagt, al haar problemen zijn opgelost. Daarmee vergeet je dat niet Co de CEO als eenzaam persoontje de vijand of het verhaalthema is, maar het feit dat je heldin niet door het glazen plafond kan breken. Co (wie?) mag in een moralistisch verhaal niet de vijand worden, dat moet dat glazen plafond blijven (wat?)

Wat zijn de (minder) zichtbare tegenslagen?

Denk eens aan iemand die je niet mag. Niet je ergste vijand, maar iemand waar je wel een onprettig gevoel bij hebt. Schrijf nu eens op waarom. Wat doet diegene of wat heeft diegene gezegd waarvan je denkt: Nou… nee.
Waarschijnlijk zijn dat maniertjes, uitspraken of overtuigingen waarvan je niet met recht kan zeggen dat deze persoon in-en in slecht is, maar die desondanks vaker terugkomen en je ongemakkelijk laten voelen. Bijvoorbeeld:
* Hij neemt net iets te vaak de leiding in een gesprek, waardoor ik vind dat hij niet zo goed luistert.
* Zij laat zodanig vaak een taak liggen, dat ik erop begin te rekenen dat ik haar taak moet overnemen.
* Hij gebruikt het woord ‘vrouwtje’ zodanig vaak en met zo’n intonatie dat ik niet zeker meer weet of hij dat liefhebbend of neerbuigend bedoelt.

Zie je de twijfel in deze formuleringen? Wat je ergert is er wel, maar niet genoeg om te zeggen dat deze persoon meteen een ongevoelige hork, waardeloze collega of vrouwenhater is. Zo’n zelfde nuance moeten je plotpunten, scènes en dialogen krijgen als je een verhaal wil schrijven waarin een moraal de ruimte krijgt, maar niet alles overheersend wordt.
In tegenstelling tot:
* Hij laat nooit iemand uitpraten, praat luid en over iedereen heen
* Zij voert geen donder uit en ik moet iedere taak van haar overnemen: ik heb nu een parttime baan erbij
* Hij zegt steevast bij binnenkomst: ‘Hé vrouwtje, nu lust ik wel een biertje. Ga dat eens halen!”

Felicia Feminist en Sterke Steffie

We gaan kijken hoe dit er in de praktijk uitziet. Felicia Feminist is de sterke vrouw van de doorgeslagen trope, Sterke Steffie is daadwerkelijk een sterke vrouw: een van wie je kan zeggen dat ze tegenslagen overwint, niet per se iemand neer hoeft te halen en dat ze herkenbaar is voor vrouwen met een ‘echt’ leven: inclusief het doodnormale gezinsleven, de dagelijkse sleur en menselijke gevoelens en worstelingen. Beide vrouwen worstelen met het glazen plafond: hun ‘wat-vijand’.

De ‘wat vijand’Felicias verhaal Steffies verhaal
Mannen hebben meer macht dan vrouwenFelicia wordt afgeblaft door Co CEO zodra ze maar door dezelfde gang lopenSteffie is een van de weinige vrouwen in het bedrijf en ze zit niet in de vergadercommissie.
De vrouw zit niet bij de pakken neerFelicia schrijft -zodra Co niet kijkt – een bedrijfsrapport over gendergelijkheid dat ze later met rechte rug en een trots knikje bij Co op zijn bureau neerkwakt.Steffie schrijft een marketingsvoorstel en legt dat voor aan een (mannelijke) collega, in goed overleg
De vrouw kan haar eigen boontjes doppenFelicia vraagt nooit een (mannelijke!) collega om hulpSteffie neemt feedback van collega’s mee en gaat daarmee verder.
De vrouw is capabelAchter haar rug om zijn de (mannelijke) collega’s bang voor Felicia’s vooruitgang en proberen die in de kiem te smoren.Tijdens een vergadering wordt Steffies marketingsvoorstel afgewezen. Het is wel goed, maar te duur om uit te voeren.
De vrouw is geen Mary SueFelicia barst op het toilet in snikken uit als Co weer eens tegen haar heeft geschreeuwdSteffie verliest een deel van haar concentratie en wordt minder scherp, als ze overuren draait om haar marketingsvoorstel te herschrijven en in de tussentijd haar huishouden en gezin draaiende probeert te houden.

Merk op dat Felicia’s verhaal geen echte plotlijnen heeft, maar slechts losse momenten. Bovendien heeft Steffie ruimte voor groei: Felicia moet alleen maar overwinnen. Alleen al daarom is Felicia ongeschikt als heldin met een centraal conflict. Bovendien is alles wat er in haar verhaal gebeurt heel groots, niet bepaald subtiel.
Steffies verhaal hoeft niet altijd ‘braaf‘ te zijn, maar waak ervoor dat wat haar overkomt niet buiten proporties raakt.
Kijk zo eens naar je moraal: zit daar nog een verhaal in, of lijkt dat maar zo op de oppervlakte, omdat diezelfde oppervlakte alle ruimte opzuigt?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Arièle Bonte verkregen via Unsplash.