De risico’s van de onzichtbare trope

Tropes zijn een handig middel om snel en makkelijk duidelijk te maken wat de basis van het verhaal en de personages inhouden. Maar soms zijn tropes zo bekend dat de schrijver ervan uit gaat dat de lezer wel weet wat er met een trope wordt bedoeld, zonder dat dat waar hoeft te zijn of zelfs maar bij dit ene verhaal hoeft te kloppen. Dan ontstaat er een onzichtbare trope.

De beginselen van een onzichtbare trope

Clichés en tropes hebben hun beginselen in het idee dat de lezer snel en makkelijk weet wat de schrijver duidelijk wil maken. Zo snel en makkelijk, dat de schrijver kan vergeten dat een trope een middel is, geen gegeven waar een heel verhaal draaiende van blijft. Dat is ook niet zo gek. Want hoe ontstaat een trope en wat zijn de beginselen?
Een trope is een gegeven dat vrijwel altijd samenhangt met een andere aanname. Soms is die zo sterk, dat de hele trope uit elkaar lijkt te vallen als die volgende aanname niet van toepassing is. Enkele voorbeelden:

Het lelijke eendje: is niet alleen lelijk (het eigenlijke gegeven) maar ook sociaal onhandig: de aanname die in de loop van de tijd met de trope is vergroeid. Als je het lelijke eendje een sociale uitblinker maakt, heb je niet meer de bekende invulling van de trope waar iedereen aan denkt. Dan heb je ‘gewoon’ het lelijke meisje, niet meer het lelijke eendje.
Nee: het niet-aantrekkelijke meisje kan ook als lelijk eendje worden bestempeld omdat ze een studiebol is, of slecht in sport. Ze hoeft niet per se sociaal ongemakkelijk te zijn.
De verboden liefde: twee geliefden mogen niet bij elkaar zijn. Dat is het eigenlijke gegeven. De aanname is vaak dat de ouders dwarszitten, omdat het romantische genre die trope uitbuit. Is de reden van de verboden liefde iets anders, dan zal menig lezer zich even achter de oren krabben: wacht even… Een interraciale romance tijdens een rassenoorlog bestaat ook. Maar de gemene ouders komen zó vaak voor, dat je dat bijna zou vergeten…

Als de aanname zo sterk is dat het lijkt alsof de trope niet meer ‘klopt’ als er een andere invulling aan gegeven wordt, dan heb je een mogelijk beginsel van een onzichtbare trope: de trope die op de achtergrond raakt en en de aanname die het met zich meebrengt als absolute waarheid beschouwt. Je rekent erop dat iemand de gaten invult zoals het meestal wordt bedoeld, waar dat om meerdere redenen niet wenselijk is.

De valkuil van de onzichtbare trope

Als je niet wil dat een trope uitgroeit tot een cliché, dan moet je eraan schaven om hem bij je verhaal te laten passen. Met andere woorden: een trope mag niet kant- en klaar worden ingevuld, anders gaan er gaten vallen in de basis van je verhaal. Dit wordt het duidelijkst met een voorbeeld.

De trope: de boerenjongen blijkt de uitverkorene die de wereld moet redden door ten strijde te trekken.

Omdat deze trope een groei van de held met zich mee móet brengen, voor een kloppend plotverloop, is dit een populaire trope. Een boerenjongen weet niets van vechten maar gaat dat leren om het verhaal te laten starten.
Meestal begint het verhaal ook daar: er komt iemand aan de deur kloppen: “Uitverkorene, uit je bed, het lot roept!”
De held kleedt zich aan en kijkt nog even om naar de varkensstal en de kippenren, zodat de lezer weet dat hij als boerenzoon is opgevoed. De boerderij wordt nooit meer bezocht of zelfs maar genoemd. In de letterlijke zin, noch het feit dat de held daar is opgegroeid.

Waar deze invulling van de trope op rekent, is dat de lezer denkt: de gemiddelde boerderij-activiteit leert je niet vechten, dus onze jonge boer is onervaren, fysiek relatief zwak en moet dus flink worden getraind voor hij de rol van ridder op zich kan nemen.
Op zichzelf is daar niets mis mee, maar wel als je die invulling van de trope daarbij laat. Zo zeg je in feite: ik gebruik een makkelijke aanname om een situatie te schetsen door te zeggen dat die heel belangrijk is – de jongen groeide op op een boerderij- om daar vervolgens geen aandacht meer aan te besteden. Zo wordt je trope onzichtbaar. Hij speelt op de achtergrond in stilte mee, alsof het niets voorstelt, maar paradoxaal genoeg doet het dat wel. Omdat je lezer een kant-en-klaar beeld heeft bij de typische boerenzoon van de trope, gaat die dingen aannemen bij jouw personage die misschien helemaal niet waar zijn.

Gevolgen van de onzichtbare trope

Als je de aannames bij een trope als een waarheid aanneemt, zonder de lezer te laten weten wat de context ervan is in jouw verhaal, vallen vroeg of laat gaten. Denk aan:
Als een boerenjongen zwak is per definitie van de trope, kan hij dus nooit gespierd zijn. Ook al heeft hij getraind in zwaardvechten met zijn vriend, de zoon van de smidse. -Waar de lezer sowieso niets van te weten kan komen, als je de achtergrond van je personage nooit meer benoemd….-
Als de boerenjongen niets weet van de profetie, moet hij in alles bijgeschoold worden. Wat hij al aan eigen intelligentie vergaard heeft, doet er niet toe. Daar laat je een schat aan unieke, mogelijke handig-en slimheden liggen.

Of, nog erger, je wordt zelf het slachtoffer van de aannames bij de algemene trope. De basis van hoe de trope überhaupt tot stand is gekomen is dan zo onzichtbaar geworden voor jou als schrijver dat er zaken in je plot komen die niet kloppen:
Onze nieuwe ridder moet de draak uit zijn grot lokken door een geplukte kip voor de ingang neer te leggen:
“Maar ik ben een getrainde ridder, ik weet niet hoe ik een kip moet plukken!”
– Lieverd, je bent opgegroeid op een boerderij in een middeleeuwse setting. Het lijkt me dat je wel eens een kip hebt geplukt.-
“O ja…”

Ken je deze beestjes nog, boerenzoon? Nee? Nog nooit gezien? Vraag je dan eens af waarom je deze trope van de onwetende boerenzoon gebruikt.

Als je een trope zo gedachteloos gebruikt dat hij voor jezelf of je lezers onzichtbaar dreigt te worden of is, dan doe je iets verkeerd. Zodra iets onlosmakelijk met de aanname van een trope is verbonden is, moet je het uitwerken of ontkrachten, niet zomaar naar de achtergrond schuiven. Doe je dat wel, dan krijg je of gaten in je plot, of personages die nooit echt driedimensionaal kunnen worden.

Vergeet niet dat je geen boerderij nodig hebt om een onwetende, ongetrainde uitverkorene te vinden. Het bos, het vissershutje, het marktplein het winkelcentrum, zelfs het bejaardenhuis: ook daar kan een aankomende held zich bevinden.

Tropes blijven gereedschappen, geen kant en klare formules om een verhaal mee te schetsen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brooke Cagle verkregen via Unsplash.

Je doelgroep verkeerd begrijpen: choqueren en forceren

Als je doelgroep duidelijk is afgebakend, weet je wat die interessant vindt om over te lezen. Een valkuil die daarmee gepaard gaat, is dat het verhaalthema ontzettend wordt uitvergroot. Dan vertelt het geen mooi verhaal meer, maar is het slechts een middel om te choqueren en forceren. Hoe kan dat gebeuren en hoe kan je dat voorkomen?

Een vaag beeld bij je doelgroep

Een belangrijke reden dat er iets verkeerd gaat bij het schrijven voor je doelgroep, is dat de bijbehorende toon de plank misslaat. Dat komt vaak omdat je slechts een vaag beeld hebt bij je lezers en je niet de moeite doet om ze meer dan oppervlakkig te leren kennen. En dat heeft meer vervelende gevolgen dan alleen een kromme of ongepaste schrijfstijl. Het verhaalthema of de onderwerpen die worden aangesneden zijn er ook vaak de dupe van. Als je het idee hebt dat een doelgroep -of dat nu de doelgroep van een genre, een bepaalde leeftijdsgroep of wat dan ook betreft- zich alleen maar met één (overkoepelend) iets bezighoudt, kan je de fout maken dat je dat ene ding gaat uitmelken, uitvergroten en forceren. Niet omdat je dat wil, maar omdat dat naar jouw idee moet.

* Een liefdesdrama moét gaan over vreemdgaan met de beste vriendin. Niet alleen gaan de partners elkaar in de haren vliegen, de vriendinnen gaan ook nog eens elkaars mooiste jurk vernielen. Want ja, gebroken hart, jaloezie, drama…
* Een financieel schandaal bij een hoge pief van een groot bedrijf. Daar is witwasserij aan de orde, maar natuurlijk kunnen de maîtresse en de cocaïneverslaving niet al te ver achterblijven. Bij een schandaal waar geld mee gemoeid is, hoort ook macht en drama…
* De tiener rebelleert met drank, drugs en veelvoudige one night stands. Anders is het toch geen fatsoenlijk afzetten? En trouwens: de tiener is de wereld sowieso aan het ontdekken en de grenzen aan het verleggen…

Zie je dat hier de fout van te brede aannames aan de orde is? Met een uitgebreider voorbeeld kan je zien hoe snel zo’n aanname kan escaleren.

Casus: Fieke de rebelse tiener

De luie, snelle aanname van de doelgroep tieners is: ze zijn rebels, niks kan ze wat schelen en ze storten zich in allerlei problemen. Drank en drugs en grof in de mond. Dus gaat Fieke, onze heldin helemaal los. Ze zuipt zich vier keer per week klem – tieners gaan naar de kroeg!- Heeft een grote mond tegen haar ouders -rebellie!- en snuift wel eens een lijntje in de klas, net voor de docent binnenkomt -Het kan tieners nooit iets schelen- Fieke krijg je niet zomaar klein, ze is voor niets en niemand bang. -Onverschrokken grenzen opzoeken- .
Die problemen moeten een keer een gevolg krijgen, als is het maar voor de plotontwikkeling. Dus grijpen haar ouders in: dit gedrag kan zo niet langer. Ze weten dat pubers grenzen opzoeken, maar hun dochter loopt nu echt gevaar. Fieke krijgt huisarrest. En omdat ze niet meer kan zijn dan de rebelse tiener, omdat jij daar maar zo’n vaag beeld van hebt, kan ze maar een ding doen: haar ouders gaan haten. -rebelse tieners denken altijd wereldwijs te zijn en geven niets om gezag.- Maar omdat Fieke zo stoer moet zijn – het boeit tieners nooit iets- zoekt ze nooit hulp met deze serieuze problemen. Dus de enige overgebleven optie is om Fieke suïcidaal te maken. Prima, toch? De tienerwereld is immers een en al drama…

Als je je doelgroep niet kent, heeft dat twee grote gevolgen: je houdt een verhaal zonder broodnodige nuance over en het eindresultaat kan alleen maar choqueren en forceren, met alle gevolgen van dien.

Nuance in je verhaal schrijven

Fieke is in de minderheid met haar extreme drank- en drugsgebruik, maar vanwege het vertekende beeld wat jij van de doelgroep tieners hebt, lijkt dat niet zo. Het is ook mogelijk dat Fieke zich eens per week op haar vaste stapavond helemaal laat gaan, maar de rest van de week zorgzaam en beleefd is, ook al schaamt ze zich af en toe ook voor haar ‘bejaarde ouders’. Als je niet ziet dat nuance mogelijk is of zelfs nodig is, dan heb je vroeg of laat geen andere keuze meer dan alles aan je verhaal uit te vergroten. Daarmee kan het niet anders meer dan choqueren, interessant of realistisch wordt het niet meer: ‘Tieners (zoals Fieke) zijn gedoemd om vroegtijdig te sterven aan zelfmoord door alle ellende die ze meemaken.’
Je kan een doelgroep niet bij je houden als je die zo eenzijdig afschildert. Er is een zekere mate van own voice nodig in de manier waarop je over iemand schrijft, wil je diegene geïnteresseerd houden. Als je iemand afschildert als een archetype zonder verdere diepgang of subtiliteit, zal die zich niet serieus genomen voelen, laat staan identificeren met de held. Terwijl dat wel je bedoeling is bij het vinden van je doelgroep.

Hierom werkt het choqueren en forceren van je doelgroep niet

Als je slechts een eenzijdig beeld hebt van je doelgroep, kan je niet anders dan het plot forceren door middel van choqueren. Een verhaal heeft immers een interessant plotverloop nodig. Als Fieke de rebelse tiener moet zijn omdat ze anders geen tiener zou zijn, kan dat extreme gedachten teweegbrengen als ‘Ach ja, alle tieners zijn ‘gebroken’ en ‘vechten tegen het systeem’, dus ze dreigen allemaal met zelfmoord. Fieke zoekt gewoon aandacht en zal het allemaal niet zo serieus bedoelen.’ Zie je hoe hard dat kan gaan? Dan zou je dus niet eens meer 113 bellen, want: ‘tieners en zelfmoordneigingen zijn toch noodnormaal?’
Fieke wordt zo gedegradeerd tot een middel om te choqueren over heftige onderwerpen als zelfmoord en onverantwoord drank- en drugsgebruik. Dat is niet expres, maar door je beperkte beeld van haar, kàn je haar niet anders zien, dus dan moet je dat ook nog eens forceren. Als je moet choqueren en forceren, brengt dat dezelfde valkuilen als overromantiseren met zich mee: je blijft als schrijver in zekere zin langs de zijlijn staan en laat alles gebeuren, terwijl je dringend moet ingrijpen.
Neem als god van je personages hen ook serieus en wees een beetje lief voor je schepsels. Je kan met een verhaal choqueren, maar als het hele uitgangspunt is dat je personage – als een weerspiegeling van je doelgroep- dat moet doen, dan gaat er iets erg fout.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat mag je open laten als je een open einde schrijft?

Als je een verhaal schrijft zonder een duidelijk antwoord op belangrijke vragen in het verhaal, heb je een open einde. Een open einde geeft de lezer de mogelijkheid zijn eigen fantasie op een verhaal los te laten, maar kan het verhaal ook spannend maken. Toch mag je niet zomaar alles open laten in je boek. Hoe weeg je af wat je invult en wat je openlaat?

Invullen of openlaten

Het kan een groot verschil maken of je iets openlaat of invult voor de lezer. Ongetwijfeld heb je zelf eerder een boek met een open einde gelezen waarvan je het gevoel kreeg dat er iets belangrijks nog niet was onthuld. Of het omgekeerde: je kwam in de wrap-up een stukje informatie tegen waarvan je dacht ‘Nou en?’ of ‘Dat is precies het tegenovergestelde van hoe ik het verhaal al die tijd had geïnterpreteerd. Ik vind het niet passen.’ Waarschijnlijk kelderde je leesplezier in die paar laatste minuten enorm. Hoewel je dit niet voor iedere individuele lezer kan voorkomen, kan je de kans daarop wel verkleinen.

Wat moet duidelijk zijn aan het einde van je boek?

Er zijn verschillende dingen die je kan doen om een open einde te rechtvaardigen en in goede banen te leiden. De belangrijkste vraag die je jezelf daarvoor moet stellen is: wat is belangrijk voor mijn verhaal? Denk daarbij aan de basis die een verhaal of een personage überhaupt nodig heeft om interessant te zijn. Hoewel er meerdere dingen te benoemen zijn, zijn de volgende zaken belangrijk om te bepalen hoe je einde eruit gaat zien.
* Het verhaalthema
* Het centraal conflict
* Het willen en nodig hebben van je personage
* De grootste angst van je personage
* De grootste leugen van je personage

Deze elementen zijn belangrijk voor het bepalen van je open einde. Niet alleen omdat ze een belangrijke drijfveer van je verhaal an sich vormen, maar ook omdat deze zaken zich op verschillende manieren kunnen manifesteren. Sterker nog: je hebt verschillende opties die geen van allen het enige juiste antwoord zijn. Stel dat je verhaalthema eenzaamheid is en je personage zowel vrienden wil als die nodig heeft. Dan heb je een narratief acceptabel einde als hij eenzaam en alleen in een gevangenis sterft, maar ook als hij een gezin sticht en een bloeiend sociaal leven krijgt. Beide opties hebben met eenzaamheid te maken, het zijn alleen twee (extreem) andere kanten van dezelfde medaille.

Maatwerk leveren voor het open einde

Je zal vast begrijpen dat je over bepaalde zaken uitsluitsel moet geven bij een open einde. Als de lezer geen flauw benul heeft of de eenzame held ooit nog vriendschappen sluit, is dat geen prettig einde. Maar je kan wel openlaten of er nog een vriendschap in het verschiet ligt als je laat doorschemeren dat de held daar nu in ieder geval de sociale vaardigheden voor heeft aangeleerd. Dan geef je de lezer de mogelijkheid om zelf een einde te bedenken, met een basis om op terug te vallen.

Je lezer kan fan zijn van een open einde of niet, maar als je die echt niets geeft om op terug te vallen, dan irriteert dat altijd.

Omdat ieder verhaal uniek is, is daar een inhoudelijk afvinklijstje daar niet of nauwelijks voor te geven. Wat je wel kan doen is de zaken uit de vorige alinea één voor één terugbrengen naar een enkel kernwoord of korte zin. Dan heb je al duidelijker voor ogen waar het om draait. Als vanzelf kan je ook duidelijker krijgen wat je open mag laten, of waar je echt enig uitsluitsel over moet geven om het einde niet als een groot gat te laten voelen voor de lezer.

Voorbeeld: criteria voor een open einde bepalen

De welbekende ridder gaat op pad om de draak te verslaan en de prinses te redden. Gegeven bij ons verhaal is:
* verhaalthema: moed
* centraal conflict: de ridder moet sterk genoeg worden om de draak te verslaan
* willen en nodig hebben van de ridder: de ridder wil bejubeld worden door het hele land. Hij heeft het nodig dat iemand hem ziet staan
* grootste angst van de ridder: als lafaard worden bestempeld
* grootste leugen van de ridder: ik ben niet bang

De clichéafloop met de prinses als sexy lamp kennen we allemaal. Wat als we bepaalde zaken open laten voor de lezer? Je zou kunnen zeggen dat iedere afloop beter is dan het welbekende cliché, maar dat is niet zo. Als je te veel of de verkeerde dingen openhoudt, heb je alsnog een slecht verhaal. Laten we per criterium eens bekijken wat moet en wat mag bij het einde van dit verhaal.

* verhaalthema: het is al moedig dat de ridder de draak wil verslaan. Kan je er nog iets bij bedenken wat voor de ridder persoonlijk moedig is om te doen? Geef daar dan uitsluitsel over of een duidelijk uitgangspunt voor.
* centraal conflict: maak duidelijk of de draak wordt verslaan. Je mag open laten of de ridder met de prinses gaat trouwen, maar de draak moet al dan niet verslagen worden.
* willen en nodig hebben van de ridder: de prinses en het land mogen hem al dan niet als held bestempelen en je mag openlaten wat zijn (gebrek aan) heldenstatus oplevert. Maak wel duidelijk hoe het zelfbeeld van de ridder aan eind van het verhaal ervoor staat.
* grootste angst van de ridder: komt deze al dan niet uit? Je mag openlaten hoe het letterlijke verhaal verdergaat, je moet duidelijk maken hoe de ridder daarop reageert en hoe dat (grofweg) zijn verdere leven zal beïnvloeden.
* grootste leugen van de ridder: als deze in het plot is uitgekomen, doe je er goed aan om grofweg weer te geven wat voor gevolgen dat heeft of houdt. Zo niet, dan kan je hinten dat dat gevolgen heeft en dat open laten, of je kan deze grootste leugen alsnog negeren.

Dit geeft hopelijk wat meer houvast voor het schrijven van een open einde. Volgende week post ik een schrijfoefening om je te helpen de gevolgen van een open einde wat helderder te krijgen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zaaien en oogsten: subtiel en pakkend schrijven

Zaaien en oogsten is een van de manieren om je lezer helemaal in je verhaal mee te nemen. Je geeft ergens bijna achteloos iets prijs, om dat later te herhalen voor een emotioneel effect. Of je laat je personage iets ‘nutteloos’ leren om daar vervolgens de wereld mee te redden.

Wat is zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Om de lezer in je verhaal te zuigen moet je die betrekken bij je verhaal. Dat kan op veel verschillende manieren. Interessante personages schrijven, herkenbare momenten schrijven, of door zaaien en oogsten.
Zaaien en oogsten is het principe van relatief subtiel ergens in het verhaal enkele dingen naar de voorgrond te halen, om hetzelfde later in de grote schijnwerpers te zetten. Enkele voorbeelden:

ZaaienOogsten
Een kindje zegt: tijdens het spelen een keer trots tegen opa: ‘Mijn teddybeer beschermt me tegen alle kwaad.’Het kindje geeft Teddy aan opa wanneer er kanker bij hem wordt geconstateerd. Zo kan hem niks gebeuren.
Een vrouw woont een karateworkshop bij, omdat zij en haar vriendinnen eens een keer iets ‘out of the box’ willen doen als meidenuitje.De vrouw kan haar overvaller zes weken later een flinke karatetrap verkopen.
Na een marathon van Koreaanse series kent een tienermeisje de zin ‘Kan ik helpen?’ in het Koreaans.Als een Koreaan in de stad slachtoffer is van racisme, kan het meisje het slachtoffer in diens moedertaal benaderen.

Zaaien kan grote gevolgen hebben voor het plot, zoals bij de overval. Andere keren betaalt het effect zichzelf vooral emotioneel uit, zoals bij de teddybeer. Soms is datgene wat wordt geoogst, relatief eenvoudig. De Koreaan en het meisje houden er niet meteen een levenslange vriendschap aan over. Maar wat het effect van het oogsten ook is: zonder het zaaien zou het oogsten minder effect hebben of zelfs niet kunnen.

Waarom moet je zaaien bij creatief schrijven?

Neem de jonge vrouw die karate kent. Je hoeft haar niet op karakteles te laten gaan, maar ze moet wel blijk geven van fysieke dosis kracht en/ of lef. Stel je voor dat ze bang en zwak is en ze de overvaller alsnog te grazen neemt. Zowel haar vrienden als de lezer zullen dan denken: “Wauw, dat had ik niet achter je gezocht.” Het verschil is dat haar vrienden trots zullen zijn, maar de lezer met de ogen gaat rollen; dit is een Deus ex-machina.
Het is belangrijk om te weten dat zaaien niet meteen complete scènes in beslag hoeft te nemen. Sterker nog, het werkt vaak goed als het ‘tussen neus en lippen door’ gebeurt. Laat de vrouw een keer haar vader tegenspreken, vervolgens nog een keer een zware doos of tillen en voilà: een sterke, mondige vrouw!

Voordelen van zaaien en oogsten ten opzichte van een formule volgen

Als je goed zaait en oogst, zet je dus relatief subtiel iets in gang. Daarvoor moet je dus goed kijken naar wat er bij jouw verhaal past. Een formule volgen en dan succesvol zaaien en oogsten is veel moeilijker, omdat bij een formule meer van een groot geheel dan van de details uitgaat. Lees deze post en kijk naar de bijbehorende afbeelding. Vergis je niet: Nicholas Sparks doet niet aan zaaien en oogsten door een verboden liefde alsnog te laten werken, ondanks de tegenslagen. Dat is niet wat zaaien en oogsten inhoudt.
Neem The Notebook: Noah en Allie zijn als tieners verliefd geworden en ondanks obstakels alsnog met elkaar getrouwd. Nu heeft Allie Alzheimer en herinnert ze zich Noah niet meer. Maar Noah heeft hun romance in een dagboek genoteerd. Zo nu en dan herinnert Allie zich haar man weer als hij haar zijn herinneringen voorleest.
Maar dit dagboek wordt nergens echt gebruikt in de film. Er wordt enkel en alleen uit voorgelezen. Als Allie zich nu iets herinnert, is dat alleen vanwege het idee dat liefde alles overwint. Niet vanwege het principe van zaaien en oogsten. Dat is jammer, want er valt veel uit te halen, nog buiten het feit dat Allies heldere momenten dan ook daadwerkelijk ergens op terugslaan.

* Laat de verplegers aan Allie vragen of ze dat dagboek ooit gezien heeft. “Vroeger was je daar zo zuinig op…”
* Laat het dagboek in een scènes terugkomen als Noah en Allie nog jong zijn. In plaats van 365 brieven te schrijven, had Noah ook kunnen zeggen dat hij jarenlang zijn hart uitstortte in een dagboek.
.* Laat Noah het verstoppen en Allie het vinden, waardoor ze later niet alleen het fysieke boek, maar ook passages herkent.
* Jonge Allie kan het dagboek opgestuurd hebben gekregen van de jonge Noah. Als zij het dan jarenlang voor haar ouders heeft moeten verstoppen, is dat niet alleen mooie symboliek – ze moet ook haar liefde voor Noah verbergen- maar dan krijgt oude Allie in ieder geval een helder moment wat logisch te herleiden is als ze het dagboek weer ziet.

Zie je de voordelen? Als je niet klakkeloos een formule volgt, maar de unieke details het werk laat doen, blijkt dat de schrijver ook moeite heeft gedaan om de personages te leren kennen. Een ‘spontaan’ helder moment bij dementie is aandoenlijk, maar het is zoveel mooier als er ook nog iets achter zit wat de personages ervoor hebben moeten doen, of meegemaakt. Bovendien beloon je de lezer als die zaait: “Je bent bij de les gebleven en daarom mag je nu genieten van het emotionele effect van de blijdschap/opluchting/ het warme gevoel dat het zaaien je geeft.”

Zaaien en oogsten: kort en krachtiger

Zoals je misschien al hebt gezien, is zaaien en oogsten in zekere zin een show don’t tell. De vrouw die eerst een grote mond opzet is een voorbode in show don’t tell vorm gegoten: deze vrouw is niet bang aangelegd. Daarna tilt ze een zware doos op: ze is sterk. Deze voorbeelden zou je kunnen zien als oneliners; aan dat soort voorbeelden besteed je geen handvol alinea’s. Deze korte ‘zaadjes’ zijn doorgaans effectief, omdat het alternatieve uiterste vaak geforceerd overkomt. Als je je heldin ieder hoofdstuk voor de zwakkeren op laat komen, of haar een bodybuilder maakt, is een overvaller afweren niet indrukwekkend meer, Je lezer zou dat zelfs als cliché kunnen zien. Korte zaadjes vallen niet zo (duidelijk) op, waardoor het oogsten logisch en natuurlijk overkomt, zonder meteen te lezen als een sarcastisch ‘Goh, dat zagen we echt niet aankomen…’

Hier schrijf ik hoe je zaaien en oogsten in de praktijk kan brengen.

Foto door Jametlene Reskp op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don’t tell tip: de reiskoffer

Vakantie, tijd om de koffers te pakken en voor het aloude rijmpje: ik ga op reis en ik neem mee… Ja, wat neemt je personage eigenlijk mee? De reiskoffer en de inhoud kunnen je veel vertellen. Niet alleen over de reisbestemming, maar ook over je personage zelf. Zo maak je van de reiskoffer een mooie show don’t tell.

Waarin stopt je personage de bagage?

Heeft je personage de laatste designerkoffer, dezelfde koffer als dertig jaar geleden die nog steeds in topconditie is omdat hij maar eens in de vijftien jaar op reis gaat? Of is dezelfde geliefde rugzak die ieder jaar een ander continent ziet al zo versleten dat die hier en daar al aan elkaar is gestikt om niet uit elkaar te vallen?

Hoeveel stuks bagage?

Is een koffer(tje) genoeg of zit de hele auto vol met koffers? Waar heeft je personage al die koffers voor nodig? Zit het vol met alles waarover je hieronder nog meer kan lezen? Of zijn het lege koffers om lekker op de plaats van bestemming te kunnen shoppen?
Hoewel niet altijd, kan het een aantal dingen over je personage vertellen als er veel koffers in het spel zijn:
* Je personage is materialistisch
* Je personage is bang niet genoeg te hebben van X
* Je personage kiest voor gemak: dan maar een extra koffer kleren mee, als ik de komende twee weken maar niet hoef te wassen.
En als je personage vrijwel niets meeneemt:
* wil het licht reizen, dan wel omdat het minimalistisch is, dan wel vanwege het gemak van een klein koffertje (ga maar eens met drie koffers sjouwen als je drie weken de bergen in gaat hiken.)
* “Ik koop daar wel extra kleren of spullen als het nodig is.” Een andere vorm van praktisch, maar dat betekent ook dat je personage het dus niet erg vindt om een dagje sightseeing op te offeren voor een dagje (gezellig of plichtmatig) winkelen.

De inhoud van de reiskoffer

Kleding

Hoewel er zeker ook een middenweg is, kan je aan de hand van de kleren die je personage meeneemt het vaak in een van twee groepen onderverdelen. Dat zegt dan vaak ook meteen iets over het personage zelf.

Veel kleren in een kofferWeinig kleren in de koffer
een setje voor overdag en bij het uit eten gaan: dit personage is luxer of cultureler ingesteld. Het zal waarschijnlijk niet de bergen in gaan. drie setjes in totaal “Ik was wel wat vaker.” Avontuur is belangrijker dan een modieuze indruk achterlaten bij mensen die het personage tegenkomt.
is veel van plan: je hebt niet zomaar vijftien setjes nodig als je maar vijf dagen weg bent. Je gaat je niet zonder reden meerdere keren per dag verkleden. gaat relatief veel van hetzelfde doen: je hebt nou eenmaal andere kleren nodig voor een concert dan bij het survivallen.
Wil waarschijnlijk altijd netjes voor de dag komen. O help… ga alsjeblieft niet met die naaldhakken op kinderkopjes lopen….!Neemt praktisch soms iets te serieus: O help… laat de afritsbroek alsjeblieft thuis!

Vermaak

Neemt je personage veel boeken of een powerbank en veel opladers mee om eindeloos te kunnen Netflixen? Dat is een heel andere vakantie (waarschijnlijk lekker ontspannen in een resort) als iemand die aan één tijdschrift voor een maand genoeg heeft. Die vakantie staat waarschijnlijk bol van adrenaline, of je personage verstaat onder vermaak: gewoon de omgeving in zich opnemen.

Bestemmingsgerelateerd

Je gaat geen bikini inpakken voor een wintersportvakantie. Maar denk eens aan de dingen die je personage wel kan inpakken die meteen iets over de bestemming of het doel van de reis vertellen, zoals:
* zakwoordenboekjes;
* bepaalde kledij, om een moskee of boeddhistische tempel te mogen betreden;
* toegangskaartjes voor bezienswaardigheden;
* anti-kater middeltjes of condooms (hallo festivalganger!)

Of draai het om: als je weet waar je personage naartoe gaat, maar deze dingen juist thuislaat, wat zegt dat dan? Neem het Japanse zakwoordenboekje thuislaten. Dan is je personage:
* verstrooid: het is iets belangrijks vergeten;
* avontuurlijk: ik ga dat Japans zelf wel uitvogelen en ik zie wel waar het schip strandt. (Ganbate! 😉 )

Voor noodgevallen

Een aantal dingen voor noodgevallen voorbereiden is noodzakelijk. Kopieën maken van je paspoort, bijvoorbeeld. Of extra geld op de bank hebben voor als je net iets meer uitgeeft dan bedoeld. Maar er is een verschil tussen je voorbereiden en zes EHBO dozen, twintig noodnummers en de tien extra voor-het-geval-er-geen-wasmachine-is-onderbroeken meenemen. Of je personage bereidt zich helemaal niet voor op noodgevallen, tot op het punt dat het roekeloos wordt. Waar bevindt je personage zich op deze schaal?
Dat zegt iets over hoeveel het los kan laten, vertrouwt op zijn probleemoplossend vermogen en zijn realiteitszin. Als je personage zich of helemaal niet of overdreven veel op noodgevallen voorbereidt, heeft het niet in de gaten hoe realistisch het al dan niet is dat er iets ongewensts gebeurt op reis.

Hagelslag

Of iets anders van thuis waar je personage geen dag zonder kan ;). Dit kan je vertellen of je personage genot voorop stelt. Als het echt verzot is op hagelslag, waarom zou het dat dan thuislaten als dat de vakantie enorm kan veraangenamen? Het kan je echter ook vertellen dat je personage gevoelig is voor heimwee of, op een dieper niveau, moeite heeft met loslaten.

Extra’s

Natuurlijk kan je personage nog heel andere dingen meenemen die niet per se in een van deze categorieën vallen. Kijk daar eens goed naar. Meestal is het onmiddellijk duidelijk wat voor symboliek het laat zien of waarom het personage dit meeneemt. Maar dat neemt niet weg dat deze show don’t tell vaak redelijk uniek is voor je personage. Neem het dus zeker onder de loep om meer over je personage te leren.

Denk aan een notitieboekje: dat personage is waarschijnlijk een schrijver, journalist, of filosoof! Wat zegt dat over je personage? Een woordenweb maken kan je helpen handige associaties en verbanden te ontdekken.

Foto door Charles Eugene op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Show don’t tell schrijftip: aan tafel!

Show don’t tell kan op vele manieren. Er is geen uitgesproken beste manier, maar over het algemeen geldt wel: hoe subtieler, hoe beter. Dan valt het de lezer minder op dat je iets duidelijk probeert te maken. Een goede subtiele manier is om een eetscène te schrijven en in te gaan op de eetgewoontes en -manieren van je personage. Waar kan je zoal aan denken?

De tafel dekken

Als het tijd wordt om te gaan eten, wordt de tafel gedekt. Hoe gebeurt dat? En wie doet dat?
Als er kristallen glazen worden gebruikt bij de simpelste maaltijd, durf ik er gif op in te nemen dat dat proces heel lang duurt, omdat alle bestek en borden dan op de millimeter recht moeten liggen volgens de etiquette-indeling. Misschien doet een butler dit klusje wel. In andere huishoudens wordt het bestek misschien willekeurig naast de borden neergelegd.
Als de kinderen de tafel moeten dekken, kan dat zijn omdat de ouders dat zien als een onderdeel van opvoeding (”Je moet meehelpen in het huishouden.”) of bij gebrek aan tijd (”Als ik de tafel ook nog moet dekken voor acht man, dan ben ik weer tien minuten verder…”)
Sommige mensen scheppen in de keuken op, in andere huishoudens komen de pannen of tafel te staan. Dat laatste kan vanuit praktisch oogpunt zijn om een huishouden van Jan Steen te vermijden, andere mensen vinden dat een teken van gezelligheid.

Je fantasie zou op hol moeten slaan bij de show don’t tell die deze tafel je biedt. Al is het maar omdat niemand de kat wegjaagt 😉

De regels aan tafel

Iedereen heeft binnen een gezin regels aan tafel. Denk aan bijvoorbeeld:
* We bidden voor het eten.
* Iedereen krijgt een ‘beurt’ om over zijn dag te praten, zodat iedereen zich gehoord voelt.
* Je schept voor jezelf op, of iemand doet dat juist voor iedereen.
* Telefoons zijn verboden onder het eten.
* Tijdens het eten wordt er ontspannende muziek gedraaid.
* Je krijgt alleen een toetje als je je bord leeg eet.

Met deze tafelregels kun je meerdere kanten op. Stel jezelf de volgende vragen:
* Waarom zijn juist deze regels de norm?
* Komt er een discussie of straf als men zich niet aan de regels houdt? Waarom dan? Omdat het gezin streng is in het naleven van regels in het algemeen of omdat deze regels in het bijzonder belangrijk zijn? Wat zegt dat over deze mensen?
* Is iedereen het wel eens met de regels?
Neem de ´hoe was jouw dag-regel?’ Een feest voor iedere puber… Die gaat gewoon de kont tegen de krib gooien: niks zeggen, zuchten, sarcastisch zijn, noem maar op. Dat kan een goede show vormen voor het humeur van de puber, maar ook een goede show don’t tell voor een (beginnende) verandering in de gezinsdynamiek. Die show kan je dan weer gebruiken om ongeforceerd een plotverandering in gang te zetten.

Wat komt er op tafel te staan?

Wat er op tafel komt, kan je op verschillende manieren interpreteren. Is het eten luxe of juist eenvoudig? Dat zegt waarschijnlijk iets over hoeveel het gezin zich kan veroorloven. Wordt er simpel gekookt? Dan is er misschien een gebrek aan tijd of een keukenprins(es) in de familie. Denk ook eens aan hoe uitgebreid het eten (en koken) wordt gedaan. Als er uitgebreid getafeld wordt, kan dat erop wijzen dat er een formeel diner aan de gang is, of dat etenstijd als zeer belangrijke gezinstijd wordt gezien. Wordt er ook vaak (on)gezond gegeten? Misschien kun je daar ook wat mee. Vergeet daarom niet ook een kijkje in de koelkast te nemen. Wat je personage eet, zegt vaak ook veel over hem.

Tafelmanieren

Bij het woord tafelmanieren denk je waarschijnlijk aan bepaalde etiquetteregels. Of je personage zich daar al dan niet aan houdt, zegt veel. Maar je kan dat begrip nog breder interpreteren. Niet zozeer of hij zogezegd netjes eet, maar de hele manier waarop. Vaak heeft dat wel een bepaalde overlap met traditionele tafelmanieren. Kijk dus of je personage met zijn mond dicht eet, maar vergeet je ook niet af te vragen:

* Hoe groot zijn de happen die worden genomen?
* Hoe snel eet je personage?
* Als je personage geniet van zijn eten, laat hij dan elke vierkante centimeter voedsel op de tong smelten of heeft hij in zijn gretigheid dan eerder de neiging alles naar binnen te schrokken?
* Hoe wordt het bestek gebruikt? Wordt er met een mes gesneden of worden de boontjes of gebakken eieren met een vork aan stukken geprikt?
* Prakt je personage zijn eten? Speelt hij er misschien mee?
* Gebruikt je personage een servet? Zo ja, hoe en hoe vaak?
* Eet je personage ooit met zijn handen bij eten waar dat over het algemeen nog redelijk geaccepteerd wordt (boterhammen, hamburgers of frietjes) of moeten er altijd mes en vork aanwezig zijn?

Het interieur van de keuken en de eetkamer

Net zoals het huis van je personage kunnen de grootte en het interieur van de keuken en de eetkamer je een heel eind op weg helpen om je iets over je personage te vertellen. Is de keuken vaak smerig omdat er continu meelresten van de laatst gebakken koekjes op het aanrecht liggen? Of omdat de mensen te lui zijn om af te wassen? Of is hij juist brandschoon omdat Mevrouw Helderder in dit huis woont? Is de eetkamer ruim om zo een huiselijke sfeer te creëren? Of is er net een halve vierkante meter op de salontafel voor de televisie om je bord op te kunnen zetten? (”Eten houdt je in leven, dat is alles…”)
Je kan hier nog eindeloos veel kanten mee op. Kijk eens wat je zelf allemaal nog meer kan bedenken!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wanneer en waarom moet je schrijfregels negeren?

Als je een verhaal schrijft kan je talloze kanten op. Van horror tot romantische verhalen en alles daartussenin. Welk genre, verhaalthema of inhoudelijke invulling je ook aan een verhaal geeft, ieder verhaal moet aan bepaalde randwaarden voldoen. Dat maakt het schrijven van een verhaal soms erg lastig. Als je in je hoofd alleen maar af aan het vinken bent of je verhaal aan eisen voldoet, kom je volledig vast te zitten. Daarom moet je schrijfregels soms helemaal laten voor wat ze zijn.

Ken de schrijfregels

Ik schreef al eerder over welke regels handig zijn om te kennen, waarom en hoe een redacteur vervolgens naar jouw manuscript kan kijken. Het is hoe dan ook verstandig om de basisregels van het schrijven te kennen. Al is het maar om te begrijpen wat je precies doet. Als je dan beseft dat je ergens vastloopt, kan je gericht kijken naar wat je moet behouden of juist los moet laten om verder te kunnen schrijven. Zomaar iets doen is nooit echt verstandig.

De schrijfregels loslaten

Je moet schrijfregels los durven laten zodra je ergens (steevast) tegenaan botst. Dat is namelijk een teken dat jouw idee niet past in de traditionele manier van vertellen en het een andere aanpak nodig heeft. Neem het eenvoudige, maar duidelijke voorbeeld van een sprookje. Dat loopt volgens een zeer vast stramien of heeft zeer kenmerkende elementen, waaronder:
* een centraal conflict waarin de derde poging slaagt;
* een fantastisch element;
* een moraal.

Ik besluit dat mijn sprookje gaat over een beer die moet leren jagen, maar door de andere beren wordt uitgelachen omdat hem dat niet lukt. Beer probeert een zelfbedachte jaagtactiek uit, maar die mislukt. Hij wordt door iedereen uitgelachen en kruipt daardoor in zijn schulp. Maar dan komt zijn vriend Wolf hem oppeppen en probeert Beer het nog eens. Nu kan hij wel als de beste jagen.

Uiteindelijk wordt Beer alsnog stoer 🙂

Volgens de traditionele schrijfregels is dit geen sterk verhaal/ sprookje, want die stellen dat Beer twee keer zou moeten falen voordat hij uiteindelijk een goede jager wordt. Maar als ik ervoor zorg dat Wolf niet alleen Beer kan motiveren, maar de lezer ook kan inspireren met een heel interessante levenswijze of filosofie, dan leest de tekst nog steeds fijn. Beer moet nog steeds zijn comfortzone verlaten en er is nog steeds een moraal over. Een bepaald standaardelement mist dus wel, maar als je op andere fronten goed en doordacht blijft schrijven, compenseert dat meestal wel.

Waarom zou je schrijfregels overtreden?

Soms breek je met de schrijfregels omdat je met je verhaal vastloopt. Maar je kan de regels ook aan je laars lappen omdat die jouw verhaal niet dienen en/of omdat je een uniek verhaal wil schrijven. Denk aan het verschil tussen clichés en tropes. Tropes zijn bouwstenen voor een verhaal, en worden cliché op het moment dat die zo vaak gebruikt worden dat ze de lezer uit het verhaal halen omdat ze zo algemeen bekend zijn.
Een verhaalthema of genre kan zich ook in een grijs gebied daartussen bevinden. Neem de verboden liefde. Die is zo cliché als wat, maar als je goed of origineel kan schrijven, kan je de trope zodanig invullen dat die niet storend is, of nog wel een verrassend randje heeft. Dat maakt het geen cliché meer (het is niet meer storend), maar ergens weet of verwacht de lezer nog steeds dat het stel met elkaar eindigt. Of dat dat niet lukt met als gevolg dat de personages de rest van hun leven miserabel zijn omdat er toch een stokje voor de relatie werd gestoken. Dat is een ongeschreven regel: een verboden liefde heeft een gelukkig of een somber einde.

Maar nu zeg jij: ik laat die liefde volledig opbloeien, tot een moment waarop de personages beseffen dat de kloof gewoon te groot is. Ze trouwen uiteindelijk met iemand anders, zijn gelukkig in dat huwelijk, maar hun oude vlam blijft wel voor de rest van hun leven hun beste vriend(in). In welk romantisch zwijmelverhaal blijft de ex de beste vriend en werkt dat ook nog eens voor alle betrokkenen? Nou, in het jouwe dus. Breek lekker met de regel van hoe dit verhaal moet verlopen!
Als je niet met (ongeschreven) schrijfregels durft te breken, laat je je soms onnodig veel beperken. Daardoor kan je pareltjes van verhaalideeën negeren of je unieke schrijversstem ongehoord laten.

Laat je niet te snel het zwijgen opleggen door schrijfregels.

Welke schrijfregel moet je breken?

Er is geen vuistregel die zegt welke schrijfregel je wanneer moet breken voor een bepaald effect. Er is echter wel een aantal afwegingen die je helpen bepalen met welke regel je moet breken of wat je kan meenemen in je beslissing. Bijvoorbeeld:

* Wie is mijn doelgroep?
Als je schrijft voor een doorgewinterd leespubliek dat al eindeloos veel boeken heeft gelezen, kan je makkelijker bepaalde ongeschreven regels of verwachtingen doorbreken, om de lezer op scherp te houden. Schrijf je voor nieuwkomers binnen een genre, dan is wat meer houvast aan de thematische structuur geboden.

* Wat is mijn doel?
Als je een lezer uit wil dagen, kun je met het breken van schrijfregels je lezer geïnteresseerd houden. Als je slechts wil vermaken, kunnen schrijfregels de houvast bieden die een verhaal lekker weg laten lezen. Of laat ze juist los: schrijf je een kort verhaal of gedicht als aardigheidje, laat je dan vooral leiden door je creativiteit. Wil je oefenen met schrijftechnieken, hou je er dan vooral aan.

* Wat is mijn boodschap?
Boodschap en context vaak gaan hand in hand. Je kan tieners beter geen bouquetroman geven als je ze wil leren dat seks fijn is. Ja, daarin is de seks fantastisch, maar ook onrealistisch en het schept verkeerde verwachtingen. Breek dan vooral met de ongeschreven regels van romantische verhalen als je een realistisch beeld wil schetsen.

* Hoe kan ik mijn creativiteit kwijt?
Deze vraag kan jij alleen beantwoorden. Kijk zelf goed naar wat je wil uitproberen wat betreft schrijfregels en je merkt vanzelf welke je aan moet houden of juist los moet laten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Blank slate: een slecht personage, maar een fijne schrijftechniek

Een blank slate is een slecht uitgewerkt personage. Je kent het misschien als een eendimensionaal personage. Maar als je blank slate vertaalt naar een schrijftechniek, kan je die wel degelijk gebruiken.

Wat is een blank slate?

Om zowel het personage als de techniek van blank slate (blanco lei) te begrijpen, moet je je een lei voor de geest halen. Merk op dat er niet veel ruimte is om te schrijven. Daarnaast moet je regelmatig je inhoud wissen, waardoor die als het ware vervangbaar wordt.

Een blank slate personage

Een blank slate personage kan je op twee manieren interpreteren. Het personage dat eendimensionaal is en het personage dat weinig tot geen eigen overtuigingen, meningen of doelen heeft.
Het eendimensionale personage is het personage dat zo weinig diepgang heeft dat je al zijn karaktertrekken of kenmerken op de kleine lei zou kunnen schrijven: Berkay is ijverig, stoer en muzikaal. Daar kan je niet zoveel mee. Je kan de optelsom maken dat hij een goede rapper zou zijn. Maar daar kun je hoogstens een verhaalidee van maken. Als je wil weten hoe hij dat voor elkaar gaat krijgen, moet je bijvoorbeeld ook weten of hij connecties heeft in de muziekwereld, geld om muziek te gaan studeren of desnoods zijn eigen hits helemaal uit eigen zak kan produceren en uitbrengen. Maar met een dik krijtje en een kleine lei gaan alle dingen die nodig zijn om over Berkay te weten, niet meer passen. Berkay blijft een eendimensionale muzikant.

Een blank slate is als een clichébeeld dat je niet verder uitwerkt.

Dat eerste blank slate-personage heeft een soort samenhang met de het tweede blank slate personage: die blijft zo aan de oppervlakte dat hij alles maar laat gebeuren. Door dat eendimensionale aspect heeft hij geen uitgesproken wil of mening heeft waar hij naar kan handelen.
Denk aan iemand die je uitnodigt op een feestje. Als je vraagt: ‘Wat kan ik voor drinken in huis halen voor je?’ zegt diegene: ‘Och, ik vind het allicht goed.’ (Ik ben ook zo iemand… oeps 😉 ) Het is lief bedoeld, maar handig is het niet. Want als jij straks voor het drankenrek in de supermarkt staat, neem je dan wijn, bier, of sterke drank mee, of moet je dan toch weer terug naar het frisdrankenschap?

Als je aan Berkay vraagt wat hij met (zijn) muziek wil, is het ergste wat hij kan zeggen: ‘Ach… ik zie wel.’ Mensen hebben dat voorrecht, maar personages niet. Deze houding is funest voor een verhaal, want het zorgt voor stilstand. Je verhaal mag (op sommige momenten) best wat traag zijn, maar het mag nooit stilstaan. Je moet als schrijver iets hebben om naar toe te schrijven/ over te schrijven. Je moet weten of je schrijft over de hobbyist of de ambitieuze jongeman die een platencontract wil krijgen. Anders heb je een verhaal zonder centraal conflict. Berkays verhaal hoeft niet bol van de glamour te staan, maar er moet wel beweging in zitten. En dat gebeurt niet als hij op de bank blijft zitten en zijn schouders steeds maar ophaalt.

Blank slate als schrijftechniek

Voor deze schrijftechniek bestaan vele namen. Ik noem hem expres de Blank slate-techniek, omdat je zo makkelijk het effect kan zien. Als je weet dat een blank slate-personage eendimensionaal en te gemakkelijk is, heeft de techniek een soortgelijk uitgangspunt: hou het simpel, lekker breed en maak vooral nog geen bindende beslissingen. De techniek is vooral handig om te gebruiken als je net aan een verhaal begint, of als je lang niet geschreven hebt en weer even in je verhaal moet komen. Zo kan je een mentaal writer’s block voorkomen.
Er kan niets zo ontmoedigend zijn als aan een verhaal beginnen met het idee dat je nog niet genoeg weet. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer je nog niet veelschrijfonderzoek hebt gedaan, de personagebiografie nog redelijk leeg is of het save the cat schema nog niet volledig is.
Maar je wil niet altijd wachten tot je al die zaken hebt uitgewerkt. Ofwel omdat dat niet jouw stijl is, dan wel omdat je nu al vier lange maanden aan het onderzoeken bent en ook ein-de-lijk wel eens echt wil gaan schrijven.
Sta jezelf toe om met denkbeeldige lege leien in je scène te gaan beginnen met schrijven. Begin gewoon met tikken en zodra je iets tegenkomt waarvan je denkt: hoezo moet ik dit nu al weten? Maak er dan een leitje van en ga gewoon weer verder. Geef de zaken die je op je denkbeeldige lei zet een andere kleur, zet ze tussen haakjes, maak ze vetgedrukt of typ in lettertype gigantisch, net wat jij fijn vindt. Zolang je leitje maar een duidelijk ‘gat’ of ‘werk in uitvoering’ is.
Een voorbeeld van leitjes op zinsniveau:
* Berkay ondertekende het contract van [naam]. Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want meneer [achternaam zoeken die een subtiele symboliek/ betekenis rondom een gemenerik heeft] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.
Dan loop je in ieder geval niet vast op een detail en kun je de rest van de scène nog gewoon blijven schrijven.
Misschien kom je dan wel met het idee: Meneer van den Eijk. Want wat zijn de vruchten van een eikenboom? Precies… Dat is niet subtiel genoeg naar je smaak. Dan kan je je leitje een net iets andere opmaak geven, zodat je in een oogopslag kan zien dat het concept duidelijk is, maar de uitwerking nog niet klopt:
Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want [Meneer van den Eijk] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.

Ook in een bredere context kunnen leitjes nuttig zijn:
Als Berkay tourt, komt hij een fan tegen die… (Tja… wat eigenlijk? Geen idee…) [iets met stalken, maar hoe precies? De politie moet in ieder geval worden ingeschakeld].
Dat komt later wel. Als je nu een leitje gebruikt, kan je in ieder geval over de optredens schrijven voorafgaand aan de stalkende fan.

Heb je een goede start gemaakt? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

De trope met een valse start

Alles wat je maar kan bedenken, kan in een verhaal worden verwerkt. Maar soms is het wat lastiger om bepaalde elementen in een verhaal te verwerken, omdat je lezer een totaal ander beeld bij jouw trope heeft. Dan moet je meer moeite doen om je lezer geïnteresseerd te houden. Wat moet je doen als je weet dat je tegen algemene verwachtingen in gaat schrijven?

Het nut van een algemene trope

Een trope is een bouwsteentje van je verhaal, personage of ander element uit je boek. Het is niets meer of minder dan een gegeven waar je lezer verder op voort kan bouwen. Dat is belangrijk om een beeld bij het verhaal te krijgen. Dat heeft een lezer altijd, maar welk beeld dat precies is verschilt per lezer:

TropeDe lezer denkt aan
Een groot huis* een vakantievilla in Frankrijk;
* een langdradige rijkeluisfamilie;
* een inkijkje in een wereld vol glamour.
Een verliefd stelletje* een heerlijk zwijmelverhaal;
* het zoveelste kleffe stel;
* een gelukkig en alleraardigst jong gezin.

Zo kan je nog meer dingen bedenken, maar deze eerste associaties zijn redelijk standaard. Dat is handig, omdat je geen talloze pagina’s nodig hebt om iets te beschrijven dat min of meer voor zich spreekt. Als je over het verliefde stelletje schrijft, wordt er gezoend en geknuffeld en in het grote huis zal men er warmpjes bij zitten, met alle bijbehorende gemakken. Het is dan aan jou als schrijver om de lezer vervolgens jouw richting in te sturen. Als de familie uit het grote huis inderdaad langdradig en stijf is, zal de lezer daar makkelijk in meegaan, ook al is zijn eerste associatie bij de trope misschien de vakantievilla. Omdat de tropes ongeveer in hetzelfde ‘bekende straatje’ blijven, is dat voor de lezer niet al te moeilijk schakelen.

De onverwachte trope

Maar nu schrijf je over een trope die helemaal niet in de lijn der verwachtingen ligt, of daar zelfs haaks tegenover staat:
* De geniale wiskundige stapt uit de wereld van getallen en gaat Frans leren, net nu hij op het punt staat zijn doctoraal te behalen in zijn exacte vak;
* de succesvolle componist wordt ineens computerprogrammeur;
* een soldaat meldt zich aan voor het leger, maar weigert een geweer te dragen, laat staan het te gebruiken.

Met deze tropes op zichzelf is niets mis. Een trope is namelijk niets meer of minder dan een gegeven dat er gewoon is. De uitwerking (en de logica daarvan) kunnen echter wel verkeerd gaan. Bij onverwachte tropes moet je veel (!) meer moeite doen om de lezer ‘jouw kant op te sturen’: je moet hem helpen te begrijpen hoe jij de trope wil invullen en je zal meer tijd nodig hebben om aan je lezer duidelijk te kunnen maken waarom de trope alsnog ‘klopt’. Zo krijgt je trope een ‘valse start’. In plaats van dat je verhaal vanaf de start te volgen is, moet je wat meer tekst en uitleg geven.

Je zal heel wat zaken ethisch of neutraal moeten bekijken en afwegen bij een trope met een valse start.

Normen en waarden achter een trope

Zonder dat je het je misschien beseft, heb je vaak bepaalde normen en waarden bij een trope. Neem het grote huis. Misschien heb je een bepaalde afkeer van mensen met veel geld, dan zal je ze eerder als vervelende rijkelui zien. Ben jij zelf iemand met een prettig banksaldo, dan is de kans groot dat jij eerder aan een Franse vakantievilla denkt. Zo heeft iedereen zijn eigen associaties, maar er zijn ook een heleboel tropes die vanwege een algemeen (maatschappelijk) gedachtegoed aan hun eerste associatie komen. (‘De goede moeder’ is er zo eentje. De eerste algemene associatie is dat ze alles voor haar kinderen overheeft.)
In zo’n geval moet je heel goed nagaan hoe het komt dat de meeste mensen die/ een dergelijke eerste associatie hebben. Neem de bijbehorende waarden dan eens onder de loep. Zodra je weet wat die zijn, kijk je wat het is dat die waarden tegenspreekt. Vervolgens zet je ze in een zodanig daglicht dat de waarden die de trope eerst leek te verstoren, uiteindelijk slechts anders worden ingevuld.

Hacksaw ridge: valse start, prachtige uitwerking

Het eerder genoemde voorbeeld van de soldaat is het plot van de film Hacksaw ridge. Soldaat Doss wil dienen in het leger, maar alleen als hospik: hij weigert een geweer te dragen. Dat is een valse start: het is niet logisch dat iemand het leger in wil, maar absoluut niet wil verwonden of doden. Je zou zeggen: dat hoort nou eenmaal bij het vak. Maar Doss weigert zich daarbij neer te leggen, met alle gevolgen van dien. Hij is nou niet bepaald een Joe Sixpack in zijn doen en laten. Hij schept niet op over zijn spierkracht, ‘de harde mannenwereld’ (waarbij ik doel op het belang van spierkracht, de overtuiging niet kwetsbaar te mogen zijn en waar goed kunnen vechten hoog in aanzien staat) bevalt hem-uiteraard- helemaal niet. De soldaten die met hem in training zijn, verafschuwen hem daarom: ze slaan hem in elkaar en maken hem meerdere malen uit voor een enorme lafaard.
Het moge duidelijk zijn: de algemene eerste associatie waardoor Doss’ trope een valse start krijgt, is omdat hij niet mannelijk genoeg zou zijn. Het duidelijkste voorbeeld is dat hij wordt uitgemaakt voor lafaard. Het ontbreekt hem aan (‘mannelijke’) moed. Maar uiteindelijk riskeert Doss als hospik zijn leven en rent hij maar liefst vijfenzeventig keer terug de vuurlinie in om gewonde soldaten, zowel vriend als vijand, het leven te redden. Als dat geen moed mag heten…
Doss laat dus wel degelijk de ‘nodige’ of ‘verwachte’ mannelijkheid zien, alleen komt het uit een onverwachte hoek.
Als je een trope hebt met een valse start, zoek dan die onverwachte hoek. Zo strookt de trope alsnog met de (algemene) verwachting die een lezer kan plaatsen. Bovendien wordt je trope zo erg stevig: het is sowieso geen cliché, en je werkt je trope buitengewoon goed uit. Je zalhem alleen meer moeten uitwerken om de onverwachte hoek te kunnen verklaren.

Wil je weten of jouw trope goed van start is gegaan? Schakel mijn in voor manuscriptredactie.

Own voice: schrijven over iets dat je kent

Own voice betekent: schrijven over iets dat je kent. Tegenwoordig wordt de term echter vaak gebruikt om aan te geven dat je niet mag schrijven waarmee je niet bekend bent. Denk aan: schrijven over het leven van zwarte mensen als je zelf wit bent, of schrijven over een homoseksuele relatie als je zelf hetero bent. Wat zijn de voordelen van own voice en wanneer slaan die voordelen om in nadelen?

Het schrijverscredo: schrijf wat je kent

‘Schrijf wat je kent’ is misschien wel een van de bekendste schrijverscredo’s die er zijn. Dat is niet voor niets. Als je een personage realistisch wil portretteren, is het erg belangrijk om je in je personage in te kunnen leven. En het is nu eenmaal makkelijker om je in te leven en/of over iets te schrijven wat je zelf hebt meegemaakt. Je kan je misschien heel goed voorstellen hoe spannend het is om op het vliegveld te staan, minuten voordat je vliegtuig vertrekt en het startschot voor je wereldreis wordt gegeven. Maar als je het zelf hebt meegemaakt, is het stukken eenvoudiger om te beschrijven hoe bewust je je was van alle verschillende talen om je heen, wetend dat je veel ervan nog vaak zou horen. En ergens op de vluchthaven is er misschien wel een Mexicaans restaurant, maar jij proefde op dat moment het échte Mexicaanse eten al op je tong. Over drie maanden zou je het ook kunnen kauwen…
Dat is het principe waar own voice om draait: je kan nooit écht goed over iets schrijven, tenzij je het zelf hebt meegemaakt.

Als het niet in je dagboek zou kunnen staan, kan je het niet schrijven. Zo kan je de redenering van own voice ongeveer samenvatten.

Voordelen van own voice als leidraad

Own voice heeft een enorm voordeel ten opzichte van ervaringen of verhalen die je niet uit de eerste hand schrijft. Omdat je alles zelf hebt meegemaakt, is het veel makkelijker om over bepaalde details te schrijven en ze te ontwarren waar ze anders een onoverzichtelijk zooitje lijken. Show don’t tell gebruiken gaat eenvoudiger omdat jij het hebt zien gebeuren, niemand heeft het je moeten vertellen. (De gekozen naam voor show don’t tell als techniek klinkt nu opeens een stuk logischer, of niet? 😉 )

Ook als je niet vanuit eigen beleving kan schrijven (daarover later meer) is het handig om own voice als een soort techniek te beschouwen, met als uitgangspunt: ‘Ik moet proberen om zoveel mogelijk over dit personage te weten te komen, alsof ik hem of haar zou kunnen zijn geweest’. Dat geeft je namelijk veel meer inzicht in belangrijke zaken als:
* de personagebiografie;
* de comfortzone;
* het mogelijke centraal conflict;
* de eerste opzet voor het save the cat schema.

Ook helpt het je om dingen in perspectief te zien. Stel dat je in een rolstoel zit en je weet niet beter. Als je dan own voice schrijft, hoef je je niet druk te maken over hoe je bepaalde clichés van mensen in een rolstoel ontwijkt. Je schrijft over je eigen ervaringen. Die zullen niet zo snel cliché zijn, want jij weet als ervaringsdeskundige maar al te goed wat je daadwerkelijk voor beperkingen hebt en wat door het grote (lezers)publiek vaak verkeerd wordt begrepen.
“Wat is normaal?” wordt zo, hoe dan ook – own voice of niet- een hele interessante vraag…

Doorslaan in own voice

Het is begrijpelijk waarom own voice een opmars heeft gehad aan populariteit. Zoals je al las, zijn er goede redenen voor. Maar je kan ook doorslaan in own voice. En daar moet je echt mee oppassen, want je loopt zo het risico om bekrompen of zelfs racistisch te worden. Bovendien kan je er je broodnodige neutrale bril (voorgoed!) mee verliezen…
Enkele voorbeelden van doorgeslagen own voice beweringen (met bijbehorende voorbeelden van verweer) zijn:
* “Jij bent geen man, dus jij kan niet weten hoe het is om je een slap watje te voelen als je daarvoor wordt uitgemaakt.”
(Ik was als meisje zo slecht in gym dat waar iedereen tot aan het plafond in de touwen kon klimmen, ik me nog niet eens aan die touwen vast kon houden of me van de grond af zetten. Ik ben voor slap watje uitgemaakt en nooit harder uitgelachen dan toen.)
* Jij bent geen zwart persoon in een voornamelijk witte maatschappij, dus je kan niet weten niet hoe het is om je de hele tijd aangekeken te worden als ‘die ander’.
(Ik heb een tijd als enige niet-moslima op een islamitische school gewerkt. Ik was vrijwel de enige vrouw zonder hoofddoek.)
Dat contrast heb ik daadwerkelijk meegemaakt. Daarom wil ik melden dat mijn oud-collega’s en de ouders van de kinderen me altijd zeer welkom hebben laten voelen en ik me nooit ‘die andere’ heb gevoeld. 🙂

Als je doorslaat in de own voice beredenering, vinden mensen je al snel een irritante betweter…

Het voorbeeld uit mijn privéleven deel ik vanwege het volgende: besef dat je er niet van uit kan gaan wat voor de een een nare ervaring is, voor de ander een soortgelijke situatie hetzelfde aanvoelt. En iets wat jij oké vindt, vind een ander weer naar: er zijn meerdere factoren die een uitkomst bepalen. Bovendien is er nog iets anders erg belangrijk:

Zoek een gemene deler als je volgens own voice schrijft

Om niet door te slaan in own voice, is het verstandig om een gemene deler te zoeken.
Nee, ik zal als blanke vrouw nooit echt weten hoe het is om zwart te zijn (in Nederland). Maar ik kan nog steeds met de nek aangekeken worden, of door anderen worden gediscrimineerd (al dan niet vanwege mijn ras). Daar hoef ik niet zwart voor te zijn.
Een aantal onderliggende emoties die je kan voelen als je wordt gediscrimineerd zijn bijvoorbeeld verdriet, ongemak, of boosheid. En die emoties zijn bij iedereen bekend. Probeer dat vast te houden tijdens het schrijven (van own voice). Anders blijf je beperkt tot het schrijven van een autobiografie of kan je zelfs niet over andere personages schrijven dan je persona (want jij hebt hun leven niet meegemaakt…) Dat schiet niet echt op als je een roman wil schrijven… 😉

Schrijf je te veel met own voice? Schakel mij in voor manuscriptredactie, dan kijk ik ernaar voor je.