Leer jezelf neutraal naar je tekst te kijken

Als je wil leren schrijven, moet je schrijftechnieken kunnen toepassen en met een ´schrijversoog´ naar je tekst kunnen kijken. Je bent al een heel eind op weg als je dat lukt, maar dan ben je er nog niet. Het risico ligt altijd op de loer dat je met bepaalde blinde vlekken naar je tekst kijkt. Hoewel een blinde vlek nooit helemaal te voorkomen is, zijn er wel bepaalde dingen waar je op kan letten. Als je dat consequent doet, groeit je schrijfinzicht er ook van.

Met een gekleurde bril kijken

Als je een tekst gaat schrijven, kijk je er altijd met een spreekwoordelijk gekleurde bril naar. Dat doe je als je de lezer van een tekst bent, maar ook als je de schrijver van de tekst bent. Je hebt nu eenmaal een bepaalde voorkeur, kennis, kader of ervaringen waarmee je naar de wereld kijkt. In het verlengde daarvan lees je ook bepaalde teksten zo. Dat is menselijk en het zou daarom ook gek zijn als je van jezelf verlangt dat je volledig neutraal naar een tekst kan kijken. Wees dus niet te streng voor jezelf. Maar de eerste stap in het neutraal leren kijken naar een tekst is beseffen dát je een bepaalde bril ophebt die je niet af kan zetten.

Welke kleur je persoonlijke bril ook is, door zijn unieke kleur kijk je anders naar de wereld dan dat iemand met een andere bril doet.

Wat maakt jouw persoonlijk gekleurde bril?

Als je weet dat je als schrijver en lezer een persoonlijke bril draagt, kan je een lijstje maken met de dingen die jouw bril vormen. Dit lijstje kan je zo uitgebreid maken als je zelf wil, maar het is verstandig om hem zo lang mogelijk te maken. Als iets je opvalt, schrijf het dan op. In je lijstje kunnen dingen komen te staan als:
* Ik ben opgeroeid in een rijk gezin, dus tweehonderd euro voor een nieuwe broek betalen vind ik normaal.
* Ik ben dol op wiskunde en de exacte vakken, dus taal vind ik minder interessant.
* Ik ben een man en zie een dure auto als belangrijk statussymbool voor mannen, dus heb ik een Porsche;
* Ik heb een handicap en zie daardoor de functies van mijn lichaam als minder vanzelfsprekend. Ik schat het waarschijnlijk meer waarde op dan mensen met een volledig functionerend en gezond lijf.
* Ik ben gematigd islamitisch; ik heb moeite me te verplaatsen in de denkwijze van een atheïst, omdat Allah een belangrijke steun en toeverlaat is in mijn leven.

Om dit lijstje te kunnen maken is het belangrijk dat je het niet als een psychologische of sociale ‘waardekeuring’ ziet. Als jij het normaal vindt om tweehonderd euro te betalen voor een nieuwe broek, dan is dat zo. Dat maakt je niet meteen een verwaand mens. En als jij het lastig vindt om je voor te stellen hoe iemand de liefde van Allah niet kan voelen in het dagelijkse leven, dan mag dat. Je zegt daarmee toch niet meteen dat die ander gestraft moet worden om zijn levenswijze? Je moet in deze fase beseffen dat er met jouw ideeën of ervaringen an sich niets mis is. Zolang je je maar niet meteen druk gaat maken over wat anderen van jouw ideeën denken of denkt dat ideeën die anders zijn dan die van jou verkeerd zijn. Zo heb je meteen een goede eerste oefening in het neutraal leren kijken ;).

Jij bent een mooi mens met al je unieke ervaringen en ideeën. 🙂 Onthoud dat in deze fase van oefenen met je persoonlijke bril.

Je persoonlijke bril tijdens verhalen schrijven

Als je je persoonlijke bril als mens hebt bepaald, ga je verder met de bril verkennen die je draagt tijdens het lezen en/of schrijven. Dan doe je hetzelfde, maar dan met wat je leuk vindt (of juist niet) om te lezen of te schrijven, zoals:
* De trope over de backpacker in een tussenjaar? Die vind ik fantastisch!
* Ik ben dol op poëtisch taalgebruik.
* Streekromans vind ik ontzettend traag en suf.
* Mag het alsjeblieft eens afgelopen zijn met de verplichte aanwezigheid van een cheerleader in elk godvergeten highschoolverhaal….? (Vergeet niet: oordeel niet te streng over je eigen meningen 😉 ).

Het is erg handig als je weet waarom je ergens helemaal weg van bent of iets juist vreselijk vindt, want dat kan de radar versterken die je wil krijgen als het gaat om een persoonlijke bril dragen. Nee, horrorverhalen zijn niet per definitie slecht, maar jij hebt gewoon een hekel aan wapens en bloed omdat je ooit eens aangevallen bent. Bovendien vind je horror ook vreselijk omdat je bang bent voor het donker.
Maak je niet druk als je geen verbanden kan leggen, maar als dat wel lukt, schrijf het dan zeker op!

Neutraal kijken door een gekleurde bril

Als je deze lijstjes hebt gemaakt, kan je aan de slag om met een relatief neutrale blik te kijken naar een tekst die je leest of schrijft. Daarbij is het belangrijk dat je je kennis van schrijftechnieken niet vergeet. Zo kan je namelijk optelsommetjes gaan maken:
* Alleen omdat er een cheerleader in het verhaal ís, maakt dat het nog niet cliché of saai. Sterker nog, deze cheerleader is essentieel voor het verhaal. Bovendien heeft ze geen kant-en-klaar-succesverhaal omdat ze in de pikorde van de cheerleaders niet omhoog kan klimmen. Ze is echt niet zomaar het populaire blondje dat alles zomaar voor elkaar krijgt. Bovendien is ze nog niet aan seks toe, terwijl dat wel van haar als cheerleader wordt verwacht. Daar zit een goed centraal conflict in verborgen.
* Die backpacker… Zijn hele reis wordt beschreven door tell in plaats van show. Dat werkt niet goed voor de verbeelding. En trouwens: komt hij als herboren terug van zijn wereldreis? Jij mag er dan van smullen, maar de rest van de wereld heeft dat echt nog nóóit gelezen (kuch kuch). Dan zou je clichéalarm af moeten gaan.

Als je zo naar een tekst leert kijken, groeit je schrijversinzicht, kan je makkelijker feedback verwerken en gaat kill your darlings ook een stuk makkelijker.

Heb je toch nog een ander paar ogen nodig om naar je tekst te kijken? Kijk eens in mijn webshop.




Drie keer vals alarm: wanneer schrijf je géén clichè?

Een cliché is de nummer één reden om een schrijver te laten denken dat hij waardeloze rommel neerpent. Vaak probeert hij dan om clichés koste wat kost te vermijden. Het slechte nieuws is: dat gaat niet. Het goede nieuws is: je verwart een cliché waarschijnlijk met een zogenoemde trope. Er zijn drie redenen waarom je daar niet bang voor hoeft te zijn. Sterker nog: waarom je tropes moet gebruiken om een goed verhaal te kunnen schrijven.

1 De fundering van je verhaal

Het grootste misverstand van de trope is dat het precies hetzelfde is als een cliché. Maar dat is niet zo. Een trope is een bouwsteentje waar je het verhaal verder op kan en zelfs moet bouwen. Een trope verandert pas in een cliché als hij storend herkenbaar wordt. Een cliché is daarom zeer persoonlijk. Waar de ene lezer zich stoort aan een trope (en het dus een cliché wordt) merkt de andere lezer het standaardelement niet eens op.
De trope is als de fundering van je verhaal. Als die niet stevig staat, kan je verhaal als huis nooit stevig staan. Zorg er dus voor dat je een trope niet te snel als cliché aan de kant schuift.
Neem een verliefd personage. Dat zal eerst de gevoelens van de ander peilen, voor de ware gevoelens worden gedeeld. Dat kan klinken als een cliché, maar bedenk eens: hoe moet het anders? Gaat iemand liefde van de daken schreeuwen voor ze weet wat de ander – of zijzelf!- eigenlijk voelt?
Als je een trope koste wat kost wil vermijden, krijg je een verhaal dat erg verwarrend is, omdat je geen logisch kader hebt van waaruit je kan starten.

2 De wegwijzer in een doolhof

Een trope is vaak een rode draad van een verhaal of een subplot. Dat heeft je lezer nodig om het verhaal te kunnen blijven volgen. Als je schrijft over de moeder die alles voor haar kinderen overheeft, is dat een trope. Maar dat kan een houvast zijn om je personage of verhaal geloofwaardig te houden. In een oorlog weet je dat deze moeder niet zal rusten tot haar kinderen veilig zijn. Dan is de zorgzaamheid een ijkpunt te midden van bombardementen, honger en angst. Ondanks dat je lezer niet weet wat er nu weer gaat gebeuren, kan hij ervan op aan dat de moeder haar kinderen nooit in de steek laat. Je lezer moet iets hebben om hem wegwijs te maken in het doolhof van alle acties, emoties en gebeurtenissen. Als je de lezer constant vraagt om op scherp te staan, omdat er nu weer iets verrassends staat te gebeuren (lees: ik ontwijk clichés, dus je moet geen woord overslaan) wordt het lezen van je verhaal eerder een opgave dan een ontspannen bezigheid.

3 Beloning van je artistieke creativiteit

Tropes kunnen uitgroeien tot clichés, omdat ze ontstaan vanuit tropes. Maar zie tropes niet als een gevaar voor clichés: zie ze als gelegenheid om je creativiteit de vrije loop te laten. Hoe kan jij een trope laten uitgroeien tot iets dat perfect aansluit bij je verhaal? Als je met tropes gaat knutselen, zal het resultaat uiteindelijk aanvoelen als een beloning: je hebt een lastige puzzel opgelost!
Als je tropes ontwijkt om maar geen clichès te hoeven schrijven, ga je die voldoening niet krijgen. Maak van schrijven een leuke puzzel, geen verplichte klus die volgens de regels moet verlopen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je iemand inschakelen die clichés van géén cliché kan onderscheiden? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Drie tonen die je verhaal levendig maken

Je verhaal wordt leesbaar en levendig door de toon die je gebruikt. De techniek die onmisbaar is voor levendig schrijven heet ‘show don’t tell.’ De techniek is in theorie redelijk makkelijk te begrijpen, maar er daadwerkelijk mee schrijven kan lastig zijn. Hier volgen drie metaforen die je kan onthouden om een show don’t tell-toon te herkennen.

Wat is show don’t tell?

Om te beginnen: wat is show don’t tell? In het kort is dat het principe dat je in plaats van beschrijft wat er gebeurt, in plaats van dat er iets gebeurt. Je kan schrijven: Ik huil maar als je schrijft: de tranen stromen over mijn wangen ziet de lezer meer voor zich, waardoor het verhaal levendiger wordt. Je kan hier een uitgebreidere toelichting lezen over show don’t tell.

1 De kundige reisgids

Stel je voor dat je een dure, verre en lange reis gaat maken. Dan is het een grote teleurstelling als je reisgids je alleen droge informatie voorschotelt. Als hij alleen feiten opsomt, zal je het gevoel krijgen opgelicht te zijn. Ik had net zo goed een papieren reisgids kunnen lenen bij de bibliotheek.
Dit is de gids met de ‘tell’-toon: “Deze tempel is zevenhonderdvijftig oud, en heel indrukwekkend.” Hij vertelt dat de tempel indrukwekkend is, dat moet je maar geloven. En dat kan een papieren reisgids je ook vertellen. Je hebt dan meer aan de ‘show-gids’: “In deze tempel staan duizend Boeddhabeelden trapsgewijs opgesteld. Als je dáár gaat staan, zie je je ze vanuit een hoek waardoor het lijkt alsof ze allemaal op je af komen lopen.” Deze gids ‘showt’ waarom dezelfde tempel indrukwekkend is. Als je de toon van de ‘show reisgids’ in je achterhoofd houdt kun je bedenken: Ik neem mijn lezer mee op een reis die indrukwekkend moet zijn en die droge feiten tot leven brengt.

2 De kampvuurverteller

Je kent het beeld wel van een mooi of eng verhaal dat rondom een kampvuur wordt verteld. De toon van een goede kampvuurverteller is levendig en neemt je in een verhaal mee. In plaats van: “Het meisje verstijfde van angst, maar rende even daarna alsnog doodsbang weg,” zal hij willen dat jij net zo goed bang wordt van deze enge scène. Dan komt de show om de hoek kijken: “Er ging een rilling over haar rug en ze draaide zich met een schok om toen ze een onverwacht geluid hoorde. Haar benen voelde aan als lood, maar met een enorme krachtinspanning dwong ze haar benen haar te gehoorzamen en sprintte ze met bonzend hart weg.”

3 De blindenbegeleider

Stel dat je een blinde op een wandeling begeleidt. Neem als uitgangspunt dat je de blinde voor even het gevoel wil geven dat die kan zien. Als je dan in het park gaat wandelen en in de tell-stijl vertelt, schiet dat niet veel op: “De mensen zijn blij, het is heerlijk weer en de eendjes zijn in een goed humeur.” De show-stijl helpt dan wel: “Er komt een meisje voorbij gehuppeld en haar lichte lentejurkje wappert in het briesje dat jij waarschijnlijk ook langs je wangen voelt strijken. Ze heeft brood in haar hand. Ze zal misschien nog even geduld moeten hebben met de eendjes voeren, want er is een eend heel druk bezig met kopje onder gaan en in het rond spetteren.”

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of je verhaal een goede toon heeft? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Een tranentrekker als doel van je verhaal

Verhalen waardoor de lezer met tranen in de ogen eindigt, zijn de verhalen die onthouden worden. Dat zijn immers de boeken die de lezer diep raken. Maar moet het daarom je insteek zijn om de lezer aan het huilen te krijgen?

Wat maakt een tranentrekker?

Als je al langer schrijft, ben je vast bekend met Mary Sue. Dan weet je dat de belangrijkste regel is dat een lezer zich met een personage of verhaal moet kunnen identificeren. Dat begrijpen de schrijvers van tranentrekkers erg goed. Ze spelen in op iets wat bijna iedereen van dichtbij heeft meegemaakt. Hun slimme trucje zit in het volgende: je hoeft dit niet exact meegemaakt te hebben, als het overkoepelende idee maar herkenbaar is.

Een clichévoorbeeld hiervan is het kind met kanker. Kanker is natuurlijk een verschrikkelijke ziekte en komt helaas nog veel voor. De kans is daardoor groot dat je iemand kent die aan kanker is gestorven, of in ieder geval ertegen heeft moeten vechten. Als dat niet zo is, dan is het vrijwel zeker dat een geliefde met een andere dodelijke ziekte te kampen heeft gehad. En als je een geluksvogel bent die zelfs dat niet heeft meegemaakt, kan een tranentrekkerschrijver je nog altijd een herinnering aanboren waarin je je zorgen maakte om iemands welbevinden. Daarmee doet de schrijver een beroep op je empathie. Uiteindelijk gaat het dus om die ‘diepere laag’ van empathie en heeft het weinig te maken met een (specifieke) ziekte of de leeftijd van een patiënt.

De tranentrekkerformule

Het is je waarschijnlijk wel opgevallen dat romantische drama’s vaak tranentrekkers zijn. Dat komt omdat de lezers of kijkers het min of meer van dat genre verwachten. Voor een uitgever of filmmaatschappij is dat dus makkelijk geld binnenhalen. Om te garanderen dat het volgende project ook weer gaat slagen, kunnen ze van hun schrijvers eisen om volgens een bepaalde formule te schrijven. Onderstaande afbeelding is een weergave van de formule die altijd terugkomt in de boeken van Nicholas Sparks, een van ’s werelds meest succesvolle schrijvers van romantische verhalen.

Deze toon is nogal sceptisch. Terecht, als je een origineel verhaal wil lezen.

Is een tranentrekker een slecht verhaal?

Een tranentrekker is niet per se een slecht verhaal. Om de logische reden dat ze anders niet als warme broodjes over de toonbank zouden gaan, maar ook omdat smaken verschillen. Daardoor blijft ook de kwaliteit van verhalen tot op zekere hoogte altijd subjectief. Maar een tranentrekker is echter regelmatig onorigineel. Anders had ik bovenstaand plaatje over Nicolas Sparks’ films nooit kunnen vinden 😉

Moet je een tranentrekker willen schrijven?

Als je beginnend schrijver bent, moet je heel goed opletten wat je benadering is naar jouw tranentrekker in wording. Het lijkt misschien een eitje, nu je ziet hoe een tranentrekker in elkaar steekt. Maar dat is het niet. Zoals met alles betreft schrijven is het geen kwestie van een paar tips opvolgen en maar afwachten tot jouw pen die tranen uitlokt. Lees hier over realistische verwachtingen die je moet hebben als schrijver, zowel betreft je talent als je ambities betreft publicatie. Er zijn twee dingen waar je alert op moet zijn als je een tranentrekker wil schrijven, of volgens een bepaalde formule wil werken.

Een formule beperkt je schrijversflow

De schrijversflow is het verschijnsel dat schrijven heerlijk vlot, bijna als vanzelf gaat. Als je koste wat kost aan een bepaalde formule wilt voldoen, zal je nooit iets afkrijgen. Je bent immers continu bezig met de vraag of je iets wel goed genoeg doet, in plaats van dat je met het daadwerkelijke schrijfproces bezig bent. Dat is op zichzelf al niet prettig, maar als beginnend schrijver heb je meestal nog geen echt beeld van de kwaliteit van je tekst. Schrijven leer je door te oefenen en te doen. Niet door blindstaren op schrijftechnieken. De kans dat je dat doet is groter als je aan een formule vasthoudt. Als je twijfelt over je kennis en kunde betreft schrijftechnieken, kun je formules het best nog even links laten liggen.

Een formule biedt geen garantie op succes

Een formule kan heel goed werken, anders verdient die zijn naam niet. Maar een garantie op succes biedt hij niet. Je weet namelijk nooit hoe die ene/ jouw gemiddelde lezer ergens exact op gaat reageren, omdat je niet in zijn of haar individuele hoofd kan kijken. Je kan natuurlijk een ijkpersoon maken, waardoor de kans groter is dat je je doel bereikt. Maar het feit blijft dat mensen uniek zijn en daardoor ook uniek denken en reageren.

Het lijstje afwerken en voilà. Nee, zo makkelijk is dat niet.

Je zou kunnen denken dat je kleine kankerpatiëntje heel hard binnenkomt bij een ouder die een kind aan een ziekte verloren heeft. Die kans er inderdaad. Misschien wil de moeder jouw verhaal wel lezen als onderdeel van het rouwproces, om te troost te vinden bij het gegeven dat er meer mensen zijn die deze pijn meemaken. Een andere moeder in exact dezelfde omstandigheden zal jouw boek misschien niet eens oppakken, omdat het te confronterend is.
Wees dus heel voorzichtig met aannames maken betreft het volgen van een formule en schrijf hoe dan ook in eerste instantie vanuit je creativiteit, niet met een (al te) specifieke lezer in gedachten. Dat kan met het schrijven van creatieve verhalen enorm tegenvallen. Als die ene lezer het niets vindt, heb je ontzettend veel werk voor niets verricht. Je kan dan beter vanuit je eigen drijfveer en vindingrijkheid schrijven en vervolgens kijken welk publiek je werk gaat waarderen. Besef dat je een doelgroep moet zoeken. Een groep, dus geen apart individu.
Als je je teveel op een (ijk)persoon richt, bestaat het risico dat je te veel aannames maakt. “Hoezo? Jij bent een tiener die net een vriend heeft en dol is op de Californische stranden, dus vind je een zwijmelroman aan het strand van Los Angeles erg interessant.”
“Uhm… Ik ben óók een tiener die bezig is met keihard blokken voor de entree-examens voor een vooraanstaande studie geschiedenis. Geef mij maar een historische roman…”

Ik kan je helpen je tranentrekker oprecht verdrietig te maken: schakel me in voor manuscriptredactie.

Wanneer gebruik je de ‘tell’ van de show don’t tell schrijftechniek?

Je hoort heel vaak over het belang van show don’t tell. Als je wil leren schrijven is dat een essentiële techniek. Maar het gebruik van show kan worden overschat. Daarom geef ik antwoord op de vraag: “Tell, wanneer moet het wel?”

Dit is de show don’t tell schrijftechniek

Lees hier mijn introductie over show don’t tell en hier hoe je show optimaal benut. Ik schreef in die laatstgenoemde blogpost over het ‘tell-effect’. Dat is een goede eerste aanwijzing waarom je soms beter tell dan show kan gebruiken.

Gebruik tell bij een tell-effect

Als je show zodanig veel gebruikt dat de verbeelding van je lezer alsnog wordt uitgeschakeld, krijg je een tell-effect. Als je merkt dat je een tell-effect hebt geschreven, ga dan eens na of een tell eigenlijk gerust kan. Bekijk deze zinnen eens:
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, zag ik de tranen opwellen in haar ogen (show)
Toen ik haar het vreselijke nieuws vertelde, begon ze te huilen (tell).

Geen van beide opties is per definitie beter. Als je voor de tell kiest, kun je daarna nog met show verder. Schrijf later hoe het personage een dag naderhand nog steeds niet wil eten, nog altijd niet uit bed wil komen…
Deze voorbeeldzinnen moeten duidelijk maken dat je personage verdriet heeft. Beide zinnen slagen daarin. Als opzichzelfstaande zinnen geeft de ene zin niet meer informatie dan de andere. Uiteindelijk bepaalt de verdere context hoe het verdriet van het personage daadwerkelijk overkomt. De lezer weet een pagina later niet meer of je in die ene zin de tranen over de wangen liet rollen of het personage gewoon liet huilen.

Het is belangrijk om te weten dat je over het algemeen show moet verkiezen boven tell. Maar evengoed moet je ook beseffen dat (een enkele) tell niet onmiddellijk getuigt van slecht schrijven.

Tell bij onmiddellijke actie of het moment suprême

Als er sprake is van onmiddellijke actie (al dan niet in de ‘actiescène’ zin van het woord) of als er iets dringends aan de hand is, is tell vrijwel altijd de beste optie. Door kort, bondig en daarmee vlot te schrijven, komt de actie of de urgentie beter over.
Je personage is te laat voor zijn werk:
Martijn zag dat hij te laat was. Hij vloekte, greep zijn sleutels en rende de deur uit.
werkt in dit geval beter dan Martijn keek op de klok en voelde zijn hart sneller kloppen en zijn hoofd rood aanlopen, terwijl hij naar zijn sleutels graaide en met grote stappen richting de deur liep.

Zie je dat het tell voorbeeld nog steeds enige show in zich heeft? Dat komt door de regieaanwijzingen (vloeken, grijpen en rennen). Als je die wijselijk gebruikt, zal je niet snel een gortdroge tell schrijven, zoals: Martijn zag dat hij te laat was. Hij werd boos, pakte zijn sleutels en liep de deur uit. Als je al wat schrijfinzicht hebt, dan voel je waarschijnlijk wel aan dat deze zin de actie laat uitdoven en erg traag leest.

Tell is vaak ook fijn voor een zeer belangrijk moment. Neem een huwelijksaanzoek. De man zit al op zijn knieën en heeft de ring al laten zien. Beschrijf dan alsjeblieft niet hoe ze uit haar ogen kijkt én hoe ze haar handen voor haar mond slaat én op en neer begint te springen. Dan slaapt de knie van de arme man voordat hij eindelijk eens het verlossende antwoord krijgt… Bovendien denkt de lezer dan: dit duurt te lang, ik snap het idee wel hoor!
Uiteindelijk berooft de show de ‘ja!’ dan van zijn gouden randje.
Een van de blije uitingen van de vrouw mag je (nog) best showen, maar een tell is hier ook voldoende: ze sprong dolblij in zijn armen.

Denk alsjeblieft aan zijn knieën 😉

Tell bij snelle observaties

Een plattelandsjongen gaat solliciteren bij een groot bedrijf. Eén ding valt hem meteen op: Iedereen is in pak.
Dat is een snelle observatie van het principe dat hij hoge piefen ziet. Dan is tell ook op zijn plaats. Anders krijg je: Iedereen droeg glimmende schoenen, zijde dassen en op maat gemaakte pakken. Tegen de tijd dat jij dat gelezen hebt, is onze held alweer een halve gang verder gelopen. Dan is het geen vluchtige observatie meer.
Gebruik hierbij alleen show wanneer de observatie ook iets teweegbrengt hij het personage: de dure pakken en glimmende schoenen van iedereen die passeerde, maakte dat Piet zich niet op zijn plaats voelde. Hij plukte onzeker aan de mouw van zijn keurige bloes, die een rib uit zijn lijf was geweest.
Ook de tell in dit voorbeeld heeft enige show in zich. Sloebers dragen geen pakken, dus dit zullen wel hoge piefen zijn. Wees niet onnodig bang voor een korte, droog lijkende beschrijving. Er zit vaak al meer show in dan je denkt!

Dit is geen schoonmakersuniform…

Tell bij een cliffhanger

Ken je de afkorting S.O.A.P. voor bij een cliffhanger nog? Let hier nog eens op de S.O. Spectaculair en Ongenuanceerd. Als je spectaculair en ongenuanceerd wil zijn, is tell een ideaal middel. Let eens op deze voorbeelden, allemaal zonder enige vorm van show, maar met een duidelijke tell:

* Toen viel hij dood neer;
* In een klap was het dorp verwoest door de vulkaanuitbarsting;
* Hij viel zo hard op grond dat zijn been brak.

Met show beschrijf je hoe het bloed uit de wond in de borst stroomt, de lava op het dorp afkwam of hoe het akelig krakende geluid de kamer vulde. Deze shows kun je gerust gebruiken, maar ze zijn al minder spectaculair en niet langer ongenuanceerd. Ga dus na wat je beoogde effect is.

Show don’t tell balanceren

Er zijn geen waterdichte trucs voor het gebruik van tell. Hetzelfde geldt voor een show. Nogmaals: over het algemeen is een show beter dan een tell. Maar show don’t tell blijft een schrijftechniek, geen schrijfregel. Je zal zelf een balans moeten vinden. Bij creatief schrijven moet je vooral op inzicht afgaan. Staar jezelf nooit blind op een schrijftechniek. Ook niet op de belangrijkste van allemaal. Lees daar hier meer over.

Toch nog je twijfels bij het gebruik van tell? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Zo wordt jouw expositie superspannend: drie aandachtspunten bij het schrijven van expositie

Soms wordt er informatie gegeven in een verhaal op een manier die niet natuurlijk voelt. Het laat de lezer denken: “Moet ik daar nou echt zó achter komen?” Hallo, slechte expositie! Op wat voor manieren komt informatie geven geforceerd over? En belangrijker nog: hoe kun je dat voorkomen?

1 Gebruik een aanloop

Slechte expositie is vaak het omgekeerde van show don’t tell. In plaats van iets te laten beleven, wordt het gortdroog beschreven. Dan gaat het spannende en/of de lol eraf en wordt het moment bedorven.

Een goed voorbeeld van hoe je dat kunt voorkomen is een zwangerschapsaankondiging. Die heeft altijd wel een bepaalde inleiding: “Nee sorry, ik ben volgend jaar niet fit genoeg om mee te gaan rondtrekken in de wildernis. Mijn voeten zullen dan te gezwollen zijn om nog veel te kunnen lopen…” Of in een dramatischer scenario: “Pap, beloof me dat je Mario niet aan gaat vallen, maar…”
Dan gaat de lezer (en soms ook een ander personage) uiteindelijk vanzelf conclusies trekken. “Hoezo? O, wacht eens even… Ze is zwanger!”

Een vrouw zegt uit het niets: “Ik ben zwanger.” Letterlijker wordt show don’t tell niet. Je moet (zo)iets niet plompverloren zeggen. Bij een zwangerschapsaankondiging in het echte leven zal de vrouw het niet zo willekeurig zeggen. Ze zal hints geven, aarzelen, haar blijdschap proberen te verbergen… Belangrijke informatie heeft (sfeer)opbouw, uitleg en context nodig. Let daar dus op tijdens het schrijven. Je hoeft niet elke keer dat je informatie bekend maakt grote aanlopen te nemen, want dat kan vermoeiend worden. De onthulling moet in verhouding staan met de informatie die je geeft. Maak de onthulling niet overdreven als dat niet nodig is.

Let ook op het gebruik van clichés: “Ik moet je iets vertellen…” “Wat ik nou toch heb gehoord…”
De deur stond op een kier en er sijpelde een plas bloed de gang op. Het is een gok, maar geen schok meer als dan blijkt dat er iemand is vermoord.

2 Vermijd ‘de verklaarder’

De verklaarder is een personage dat alles aan andere personages uitlegt, en de lezer daarmee berooft van de belevenis van het verhaal.
De verklaarder zegt tegen zijn toehoorder: “De oorlog wordt erger en de mensen worden bang. Ik sprak de buurman gisteren en hij zei dat hij overweegt het land uit te vluchten.” Nu zegt dat personage dat de oorlog heftig is, maar als lezer merk je dat niet. De verklaarder is dus eigenlijk een ‘tell’ met handen en voeten. 

In plaats daarvan kun je dezelfde scène zo schrijven: de buurman komt het personage haastig een laatste hand geven. Hij heeft zijn wereldse bezittingen in een koffertje gepropt en achter hem ontploft een bom… Dan wordt de lezer het verhaal pas echt ingezogen.  

3 Gebruik geen brief

De brief is zo’n standaardinstrument uit de trukendoos van expositie dat hij zijn eigen kopje verdiend. Hij is uitzonderlijk clichégevoelig. De nooit geopende en vergeelde liefdesbrief gaat de familiegeschiedenis veranderen, het gesealde document gaat een testuitslag bekend maken… Probeer waar je kan de brief te vermijden als expositievoorwerp, tenzij je er een creatieve draai aan kan geven. Een envelop waar een uitnodiging voor een bruiloft in zit? Misschien staat er in de binnenkant van de envelop wel een boodschap van een gijzelnemer in gekrabbeld…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je eventuele expositiefoutjes opspeuren met een professional? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Moet je schrijftechnieken kennen om te kunnen schrijven?

Je wil je boek zo mooi mogelijk maken. Er bestaan talloze schrijftechnieken die je daarbij helpen. Je vindt ze op internet, in fora, boeken en als je kletst met medeschrijvers pik je er ook wat van mee. Maar waarom moet je de technieken kennen? Wanneer hou je je eraan en wanneer moet je vooral je eigen ding blijven doen?

Wat is het nut van schrijftechnieken?

Is advies over schrijftechnieken nuttig? Dat hoor ik graag, want dan weet ik of mijn andere blogposts een beetje aanslaan ;).
Maar zonder grapjes: als je wil leren schrijven, is het handig om de basisprincipes van het schrijven onder de knie te krijgen. Het zal je helpen om wat technieken te leren; zowel van naam als de toepassing ervan. Als je je manuscript naar een uitgever stuurt en je leest: ´infodump‘ als feedback in de kantlijn, dan is het handig om te weten waar het over gaat en ook hoe je dat kan verbeteren.
De uitgever gaat er namelijk van uit dat je dat je die kennis hebt. Het zou te veel tijd vergen om dat elke keer opnieuw uit te moeten leggen.

Wat leer je van onderzoek naar schrijftechnieken?

Zodra je van bepaalde schrijftechnieken weet en ze in verhalen herkent, weet je ook waarom een boek (niet) fijn leest. In plaats van dat je zegt: “Het personage kwam niet realistisch over,” kun je zeggen: “De hoofdpersoon was een Mary Sue“. En je krijgt misschien in de gaten dat een verhaal niet lekker loopt, omdat er gaten zitten in het schema van save the cat. Als je alert bent op dat soort dingen, leer je van andermans fouten en hoef je ze zelf niet meer te maken. Handig, toch?

Schrijftechnieken toepassen gaat niet vanzelf

Dus als je maar alle schrijftechnieken oefent, kent en toepast, kun je goed schrijven?
Helaas is het niet zo simpel. Sterker nog: het kan je in de weg gaan staan:

“Hé verdorie, deze zin voldoet niet aan show don’t tell.”
“O help, ik schrijf volgens mij een magic pixie! Ik gooi het hele verhaal maar om…”
“Doe ik het wel goed met Chekhov’s gun? Als het misgaat, is mijn hele boek verpest.”

Om maar wat mogelijke scenario’s te noemen. Probeer niet al te veel waarde te hechten aan het schrijven volgens een bepaalde techniek of met vuistregels over plot of personage in je achterhoofd. Dat verstoort namelijk je schrijversflow en dan krijg je nooit iets af.

Geef die hele berg aan advies over schrijftechnieken niet te veel gewicht. Schrijven moet vooral leuk blijven.

Je kan beter goed onderzoek doen en je personagebiografie maken als voorbereiding en daarna lekker gaan schrijven. Zodra je een hoofdstuk of boekdeel klaar hebt, kun je er (nog eens) kritisch naar kijken.

Door de bril van een redacteur naar schrijftechnieken kijken

Je hebt iets moois geschreven en je huurt een redacteur in. (Als mijn tips je bevallen, kijk dan eens in mijn webshop.) De spreekwoordelijke rode pen heeft zijn werk gedaan. En nu? Alles aanpassen? Nee! Je moet nooit klakkeloos iets van iemand aannemen. Ook niet van een redacteur. Die verleiding is er misschien wel: de redacteur heeft er toch verstand van? Die verdient nota bene zijn brood met redigeren!
Dat klopt, maar ook een redacteur heeft een bepaalde bril of persoonlijke voorkeuren. Goed schrijven is subjectief. Hoe professioneel iemand ook is, een persoonlijke mening kun je nooit volledig uitschakelen.

Als je schrijft over een huwelijksaanzoek na een boottochtje bij volle maan en met een bos bloedrode rozen, dan zegt de professionele blik van een redacteur: dit is te cliché, dat gaat niet werken.
Nu schrijf je over een speurtocht die met hartvormige post-its naar een gesloten kistje leidt. Met het sleuteltje dat ernaast ligt, maakt de jonge vrouw het open en ziet ze de sleutel van het huis waarin ze met haar vriend gaat samenwonen… De ene redacteur zal dat heel leuk en origineel vinden. De ander zal het als te zoetsappig zien, omdat hij sowieso meer is van de historische romans dan van de romantische verhalen en hij dit net een tikje te ver vindt gaan. Als clichés niet meer overduidelijk zijn, komt er op een bepaald moment een grijs gebied waarin twee redacteurs andere meningen hebben, zonder dat dat betekent dat ze al dan niet professioneel zijn.

Onthoud goed dat het ook jouw verhaal moet moet blijven. Het moet niet dat van de redacteur worden. Wat dat betreft zijn redacteurs niet anders dan lezers: ieder zo zijn eigen smaak en je zal het nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Redacteuren kunnen streng overkomen, maar laat je niet te snel intimideren door hun opmerkingen!

Als je twijfelt of de persoonlijke bril van de redacteur aanwezig is in zijn opmerkingen, kun je proeflezers vragen of zij het met de opmerking eens zijn. Zegt de meerderheid ja, dan zie je waarschijnlijk niet dat het hier om een darling ging. Zo niet, dan was de redacteur zelf misschien niet in een romantische bui ;).

Tips van een manuscriptredacteur

Natuurlijk zegt een redacteur ook dingen waarvan je uit kan gaan dat hij iets ziet wat gewoon niet zo sterk is. Dat zijn de dingen die min of meer ‘vastliggen’. Dit zijn:

Verkeerde kenmerken

Als je personage zes van de zeven kenmerken van een sexy lamp heeft, zal je haar moeten herschrijven. Een sexy lamp is niet sterk als hoofdpersonage. En de kenmerken staan vast. (Zonder kenmerken kun je geen definitie maken).

Rode vlaggen in een boek

Er zijn rode vlaggen die laten zien dat iets niet gaat werken.
Bijvoorbeeld: infodump kan overal in het verhaal voorkomen, maar als je de eerste pagina’s van je verhaal daarmee vult, dan is niet een ‘toevallige fout’, maar een fout die veel schrijvers maken. Hieraan ziet een uitgever dat de schrijver nog moet leren. De redacteur zal deze fouten aanmerken om te voorkomen dat je niet uit de slushpile komt.

Ontbreken van belangrijke punten of schrijftechnieken in je boek

Iets dat in elk goed geschreven verhaal (enigszins) moet terugkomen, mist. Een verhaal zonder enkele vorm van show don’t tell of centraal conflict heeft geen kans van slagen.

Chekhov’s gun: de schrijftechniek die streeft naar perfectie

Als je droomt van een perfect boek, dan is de schrijftechniek ‘Chekhov’s gun’ een ideale leidraad!

Wat is Chekhov’s gun?

Chekhov’s gun is een schrijftechniek die ervan uitgaat dat alles wat je opschrijft een doel heeft of in het verhaal terugkomt. De techniek komt van de schrijver Anton Tsjechov. Hij zei: “Verwijder alles wat niet relevant is voor het verhaal. Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, dan moet dat in het tweede of derde hoofdstuk beslist afgaan. Als het niet wordt afgevuurd, dan zou het daar niet moeten hangen.”
Chekhov’s gun is dus een soort streven naar perfectie. Wat heeft dat voor gevolgen?

Chekhov’s gun geeft kennis van je plot

Als je niet eens zomaar een decoratief geweer aan de muur mag hangen, ben je constant alert op je plotontwikkeling. Dat heeft voordelen:
* Je zal niet zo snel een subplot schrijven dat het overneemt van het hoofdplot.
* Omdat je op de kleinste details let, zal je het spoor van het plot nooit bijster raken.
* Gaten in het plot schrijven kan haast niet, omdat je zo minutieus te werk gaat.

Chekhov’s gun diept je personages uit

Dus je personage heeft een decoratief wapen aan de muur hangen. Waarom eigenlijk?
* Vindt hij dat een statussymbool?
* Voelt hij zich daar beschermd door, wetende dat het geladen is?
* Is hij een geschiedenisfanaat die weg is van historische wapens?
Het ene mogelijke antwoord verschilt enorm van het andere.

Dus het geweer is een statussymbool? Komt je personage soms uit een adellijke familie? Wat betekent dat voor het karakter, de carrière en het wereldbeeld van het personage? Is dat ene geweer een erfstuk waar een familieruzie aan vooraf ging? Enzovoort, enzovoort.
Als je je bij elk klein gegeven moet afvragen waarom een personage iets doet of vindt, dan leidt dat tot een enorm uitgebreide en bruikbare personagebiografie.

Schrappen ging nog nooit zo simpel

Als Tjechovs geweer één kogel heeft, dan wordt die afgevuurd om een infodump mee van kant te maken. Je kan Chekhov’s gun gebruiken om het schrijven van infodumps af te leren. Niet elk detail is een infodump, maar als je je tekst nakijkt met het oog op Chekhov’s gun, is het makkelijker nagaan wat relevant is en wat niet.
Als je bij de fase van revisie aankomt, of als moet je schrappen omdat je tekst te lang is, dan is dit een goed hulpmiddel.

Nadeel van Chekhov’s gun: het is streng

Wees voorzichtig als je gaat schrappen met het dodelijke geweer van Tjechov. Voor je het weet, help je je hele tekst om zeep. Chekhov’s gun kan een goede schrijftechniek zijn, maar je moet zijn nadelen ook kennen.
Zoals het cliché wel eens zegt: niets of niemand is perfect. Is het dan wel realistisch daarnaar te streven?

Chekhov’s gun kan een heel gevaarlijk wapen zijn voor je bestaande tekst.

Chekhov’s gun en clichés en tropes

Als we het toch over clichés en tropes hebben:

Als je perfect wil schrijven, kom je onherroepelijk een dilemma tegen: iets wat jij perfect vindt, kan de ander oninteressant of ingewikkeld vinden. Precies zoals bij clichés en tropes is perfect schrijven subjectief. Is het dan wel realistisch om dat bij elke zin na te streven? Zelfs al hoeft niet elke zin niet per se perfect te zijn, maar slechts altijd nuttig, dan nog is succes niet gegarandeerd. Een lezer kan een hint niet snappen, een detail vergeten, de zin te lang vinden…

De lat van perfectie

Als je de uitdaging aandurft om elke zin relevant te maken, hou er dan rekening mee dat het schrijven een stuk moeizamer en trager gaat. Het kan zelfs minder leuk worden.
Het vergt een lange adem als je nooit in een schrijversflow mag raken of eindeloos moet herlezen en verbeteren. Zo’n lange adem, dat je misschien wel weken over een enkele zin gaat doen. Dat kan ertoe leiden dat je je verhaal nooit afkrijgt.
Wanneer je merkt dat je de lat van Chekhov’s gun zo’n beetje op het maanoppervlak hebt neergelegd, kun je beter een keer proeflezers inschakelen. Zo kan blijken dat het verhaal in zijn imperfecte vorm niet eens zo slecht is als je misschien denkt.

Als je de lat hier neerlegt is de kans dat het verhaal af komt, net zo groot als de kans dat je de maan zelf bezoekt.

De toon van je tekst

Volgens het principe van Chekhov’s gun moet elke zin dus ergens aan bijdragen. Dat doet show don’t tell vaak veel goed. Denk aan het beschrijven van een ruimte. Je moet hiervoor details beschrijven die afzonderlijk misschien onbenullig lijken; de kamer heeft luie stoelen en vangt veel natuurlijk zonlicht op. Samen geeft dit echter wel aan dat de kamer een ontspannen sfeer heeft.
Als je vanwege Chekhov’s gun de details voor jezelf te veel gewicht gaat geven, verzandt je verhaal in bloemig taalgebruik. Dan kan je geweer juist weer infodump in de hand werken. Bovendien zal de manier waarop jij moeizaam begint te schrijven ook vermoeiend lezen voor de lezer. Af en toe wat zinnen schrijven die op zichzelf niet meteen super belangrijk blijken, houdt de vaart in het verhaal.

Chekhov’s gun: geen makkelijke techniek

Maar als je af en toe een onbelangrijke zin laat staan, hoe weet je dan wat je moet schrappen en wat moet blijven? Wanneer is een zin gewoon minder belangrijk en wanneer is hij zodanig onnodig dat je hem toch echt moet schrappen?
Dit zijn lastige vragen waar geen kant en klaar antwoord op bestaat en waarvoor je een goed technisch schrijfinzicht moet hebben. Chekhov’s gun is dus geen schrijftechniek voor beginners. Ga goed na of je de techniek al kan gebruiken en in welke mate je dat wil doen.

De mate van Chekhov’s gun

Pas Chekhov’s gun met mate toe als de techniek nieuw voor je is. Zo val je niet in de eerder genoemde valkuilen.
Gebruik scènes, dialogen of voorwerpen die daadwerkelijk zeer belangrijk zijn voor het plotverloop of een plottwist in gang gaan zetten als eerste test met Chekhov’s gun.


Wil je weten of je het gewenste effect hebt bereikt met jouw Chekhov’s gun? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

De schrijversflow: als schrijven vanzelf gaat

Het is een fantastisch gevoel als je merkt dat het schrijven goed gaat. Als je in een ‘flow’ terechtkomt en je moeiteloos meters maakt, gaan er leuke dingen gebeuren. Waarop kun je je verheugen als het schrijven vlot gaat of je verhaal vordert?

Het plezier van schrijven

Als je een verhaal en een personage gaat bedenken, begin je met niets en heb je alles nog in de hand. Je schrijft een begin van een verhaallijn en maakt een personagebiografie: jij bepaalt waar het over gaat en wat voor karaktertrekken je personage heeft.
Wil je schrijven over een globetrotter? Als je geboeid bent door Latijns-Amerika, gaat jouw personage lekker daarheen. Laat de rest van alle (fictieve) backpackers maar naar Australië gaan. En als jij over drugskartels wil schrijven in plaats van over zoveelste langeafstandsrelatie: ga je gang!
Alleen al daarom is schrijven fantastisch: je kan op een leuke manier nieuwe dingen ontdekken en leren!

Je personage wordt levensecht

Er komt een moment dat je personage zo echt voor je wordt, dat hij net een echt mens wordt. En dan gaat hij ‘vertellen’ hoe hij ergens over denkt. Een voorbeeld: volgens mijn rode draad moet Job zich aansluiten bij een drugskartel. Ik heb een ontmoeting geregeld met een ronselaar, dus…

“Echt niet!” komt Job ineens tussenbeide.
Hij zal toch moeten, anders loopt het verhaal stuk… En trouwens: hij is het personage, ik ben de schrijver. Hij moet gewoon naar mij luisteren.
“Klets maar verder, ik doe dit gewoon niet. Die ronselaar verwacht dat ik met meteen met een geweer op zak ga lopen.”

Er volgt een welles-nietes discussie die even doorgaat. En je personage gaat die winnen. Hij is vanaf dat moment net als een echt mens met een bijbehorende wil. En mensen zijn niet naar believen te kneden… Je zal goed moeten nagaan waarom je personage protesteert en hoe je in kan schikken.
Waarom heeft Job zo’n schrik voor het idee van een geweer? Ik had in zijn personagebiografie geschreven dat hij als klein jongetje al soldaat wilde worden…
“Meteen met een geweer beginnen vind ik een te grote stap. Laat mij eerst leren hoe ik andere mensen moet ronselen. Dan kan ik mijn plaats in de groep vinden, meer over het kartel te weten komen en dan kan ik later alsnog een geweer meenemen.” Probleem opgelost.
Als je op het punt komt dat je personage gaat protesteren, kun je meestal ook goed met hem ´overleggen´ wat hij wel wil of kan. Zo worden zowel jij als je personage steeds meer het verhaal ingezogen. Het voelt alsof je de ontdekkingsreis van je verhaal niet langer alleen maakt!

Wat je onderzoekt, kom je tegen

Je bent voor Job schrijfonderzoek aan het doen naar drugskartels in Zuid-Amerika. Na een uurtje zoeken op internet ga je de benen strekken.
Bij de boekhandel valt je oog op een enorme kop op een voorpagina van een tijdschrift: Drugskartels in Zuid-Amerika: de geheimen blootgelegd
De volgende dag kijk je het journaal. Je verwacht dat het over een populair sportevenement of een belangrijke politieke vergadering zal gaan en ineens volgt er een item: Belangrijke drugsbaas uit Colombia gearresteerd.

Hoe groot is de kans dat je hier net een kop ziet betreffende iets wat je aan het onderzoeken bent?
En toch gaat zo’n toevalligheid een keer gebeuren 🙂

Toeval? Wie zal het zeggen, maar hoe dan ook: het gevoel dat je goed bezig bent, kan je waarschijnlijk niet onderdrukken 😉

Van schrijver naar lezer

Inmiddels weet je zoveel van drugskartels af dat je het gevoel hebt dat je er een lezing over kan geven. Je kent Job door en door en je kan goed met hem ‘overleggen’ als dat nodig is. Dan ga je meters maken. Meters waarin Job niet meer protesteert en je je schrijfonderzoek niet meer naast je hoeft te leggen om steeds opnieuw feiten te controleren.

Dan kan je moeiteloos complete pagina’s vullen. Je denkt niet meer na over dingen als: klopt dit wel met de feiten? Of: zou Job dit doen? Dat wéét je gewoon. Je schrijft je verhaal terwijl je er zelf wordt ingezogen en het zich aan je ontvouwt, bijna alsof je de lezer bent.
Een lezer die de luxe heeft om het einde al te weten, of hier en daar naar het verhaal believen te kunnen aanpassen. Geweldig toch?

Je proeflezer vindt het verhaal logisch

Je hebt je schrijfonderzoek gedaan met als resultaat een document genaamd Latijns- Amerikaanse drugsbazen met het formaat en de uitstraling van een klein proefschrift.
Job beleeft ondertussen zijn eigen avontuur. Nu geef je de eerste hoofdstukken van het verhaal aan een proeflezer. Omdat je een roman schrijft en geen naslagwerk, kun je heel veel informatie uit jouw ‘proefschrift’ niet delen. Anders krijg je een infodump.
Maar… snapt de proeflezer dan wel hoe drugskartels werken? Heb jij die tientallen pagina’s aan onderzoek beknopt, logisch en boeiend kunnen samenvatten in je dialogen, in voldoende show don’t tell en blijft de lezer nieuwsgierig naar de vorderingen van Jobs avonturen?
Je bijt je nagels af in afwachting…
“Ik weet nog niet hoe dat kartel precies in elkaar zit, maar volgens mij is er sprake van een netwerk waar Job nog geen benul van heeft. Ik hoop echt dat hij zijn gezonde verstand niet kwijtraakt. Maar ik weet ondertussen dat Job niet zo dapper is als hij anderen wil laten geloven, dus ik vrees het ergste…”

Tijd om een gat in de lucht te springen!

Yes! Jobs karakter komt duidelijk over en de lezer is nog steeds geïnteresseerd in het verhaal. En inderdaad: er zit een heel netwerk achter een drugskartel. Dat heb je in driehonderd woorden duidelijk gemaakt, terwijl jij het honderdvoudige over het hoe en wat daarvan gelezen hebt. Goed bezig, schrijver! Misschien wordt het tijd om te overwegen om je manuscript naar een uitgever te sturen? 🙂

Wil je weten of je in je enthousiasme van de schrijversflow niet al te hard van stapel bent gelopen? 😉 Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Feedback van proeflezers verwerken

Wanneer je proeflezers inschakelt, moet je feedback verwerken. Dat is nog een hele klus. Als je het goed doet, wordt het verhaal net zo goed als je gehoopt had toen je begon met schrijven. Doe je het fout, dan wordt het zo slecht als je ooit vreesde.

Bekende valkuilen van feedback verwerken bij het schrijven van een boek

Feedback verwerken kan lastig zijn, zeker als je in bepaalde valkuilen trapt. De meest voorkomende zijn:
* Je hebt de verkeerde proeflezers uitgekozen.
* Je weigert iets te veranderen omdat je te dol bent op je eigen tekst.
* Je wilt het iedereen naar de zin maken.

Ik schreef daar hier uitgebreider over.

Je eigen hints en verwachtingen controleren

Je hebt een proeflezer gevonden die jouw genre leuk vindt en neutraal genoeg is om jou niet richting het einde te sturen dat hij zelf graag ziet. Top!
Dan zegt hij: “Ik snap niet waarom je personage duizend euro krijgt.”

Oorzaak 1: Je hebt te weinig hints gegeven.
Je personage heeft schulden en je hebt gehint dat hij een rijke vriend heeft. Dan is het handig als je middels show don’t tell al hebt laten merken dat die vriend de laatste tijd al veel aan goede doelen heeft geschonken of je personage heeft geholpen een financieel plan te te maken.
Een rijke vriend die iemand in geldnood helpt, is op zichzelf niet zo gek. Maar als je meer hints geeft, dan is de kans kleiner dat je proeflezer iets zegt als:
* dit is niet logisch;
* dit komt uit de lucht vallen;
* het komt geforceerd over.
Let erop dat zodra je hints gaat geven, je niet verzandt in expositie.

Oorzaak 2: Je hebt verkeerde verwachtingen geschept
Je personage heeft tienduizend euro schuld en de hele tijd roept zijn rijke vriend dat hij ervoor zorgt dat je personage van alle zorgen zal worden verlost.
Dan lijkt duizend euro ineens (hoe gul ook) erg karig. Je lezer voelt zich in het ootje genomen, omdat de verwachting niet strijkt met de belofte.

Als je verkeerde verwachtingen schept, is je lezer daar niet blij mee…

Misschien wil onze gulle gever ineens proberen de vrouw van zijn dromen te versieren. Hij wil van de overige negenduizend euro dure juwelen kopen. Is die vriend wel zo trouw als we denken? Dat hoeft niet, maar nu lijkt het er eerder op dat je in een val van een verkeerde plottwist bent gelopen. Lees daar hier meer over.

Zou mijn personage dit doen?

Zorg ervoor dat je personagebiografie in orde is. Dat helpt om je personage realistisch en duidelijk te houden wanneer iemand hem liever iets anders ziet doen.
Je schrijft over een verpleegster die in een ziekenhuis werkt en je proeflezer oppert dat ze in een verzorgingstehuis kan gaan werken.
Die wisseling van baan vergt afwegingen als:
* Wil ik een nieuwe uitdaging of ben ik tevreden waar ik nu ben in mijn carrière?
* Vind ik het leuker om met bejaarden te werken dan met de baby’s die ik nu verpleeg?
* Wil ik mijn hogere salaris inleveren om te kunnen werken met een leukere doelgroep?
Het uiteindelijke resultaat van die afwegingen bepaalt of je een suggestie kan doorvoeren of niet.

Je moet ook afwegingen maken als een suggestie een andere denkwijze van het personage vraagt: is het bereid (of zelfs in staat!) om na een jaar van werkloosheid een laaggeschoold baantje aan te nemen als het altijd gewend is om een belangrijke, hoge functies te bekleden?
“Nood breekt wet, want een schoorsteen moet roken” is niet per definitie een aanvaardbaar uitgangspunt. Als je personage uitzonderlijk trots is, zal hij liever zijn spaargeld tot op de laatste cent besteden. Als hij zo nog langer kan zoeken naar werk in zijn normale functie en dat verhindert dat iemand hem laaggeschoold werk ziet doen…

Blijft het centraal conflict hetzelfde?

Je schrijft over een eenzaam personage dat verliefd wordt en die liefde blijkt wederzijds. Als het moment daar is dat de vonk overslaat, dan komt die belangrijke vraag: kussen ze meteen?

Optie 1: Ja.
Die eerste kus is zo’n opluchting voor je personage dat hij eindelijk weer iemand heeft, dat het niet bij zoenen blijft: een zwangerschap volgt. Dit schrijf je vanwege het verhaalthema ‘onvoorwaardelijke liefde’. Is een ongeplande zwangerschap daartegen bestand? Daarvoor zal je het boek moeten uitlezen…

Optie 2: Nee
Vanwege de eenzaamheid is de eigenwaarde van je personage gekelderd en durft hij zich niet aan de liefde over te geven. Het verhaal gaat verder over hoe het personage zijn eigenwaarde terugvindt voordat er uiteindelijk gekust wordt.

Optie 1 heeft als centraal conflict ‘ongeplande zwangerschap’, optie 2 ‘zelfontplooiing’. Niet bepaald hetzelfde… En dat alles vanwege een beslissing over een kus.
Als je proeflezer zegt dat hij bepaalde gebeurtenis anders wil zien, bedenk dan of die aanpassing het centrale conflict zou veranderen. Welke verandering je ook aanbrengt, (uit eigen initiatief of vanwege een proeflezer): zorg ervoor dat de vraag: “Waarom gebeurt dit?” nooit wordt beantwoord met: “Omdat iemand dat graag wilde.”

Feedback zien als een avontuur

Feedback krijgen kan eng zijn: het kan blootleggen dat je een schrijftechniek die je dacht te beheersen nog meer moet oefenen. Je zal ‘Kill your darlings‘ niet kunnen negeren. Maar bekijk het zo: de afwegingen die je maakt kunnen een fantastische ontdekkingsreis zijn voor jou (en je proeflezers). Je kan de afwegingen of alternatieve scenario’s van een scène in je opschrijfboekje uitwerken.

Als je feedback verwerkt, kan je balen van een verdwaald gevoel, of het als avontuur zien.

Als je de zuster toch met bejaarden laat werken, kom je er plotseling achter dat ze heel sterk is, omdat ze met gemak een zware rolstoel optilt. Dat had je niet geweten als je haar nooit van de couveuseafdeling had gehaald.
Ook al blijft onze zuster in het boek bij de baby’s, je kan nu wel een interessante scène toevoegen waar haar fysieke kracht goed van pas komt.

Feedback verwerken vergt moed, maar als je het aandurft, zal je beloning groot zijn!

Vraag je je na een feedbackronde van je naasten nog steeds af of je wel goed bezig bent? Boek eens een feedbackronde met mij via mijn webshop.