Chekhov’s gun: de schrijftechniek die streeft naar perfectie

Als je droomt van een perfect boek, dan is de schrijftechniek ‘Chekhov’s gun’ een ideale leidraad!

Wat is Chekhov’s gun?

Chekhov’s gun is een schrijftechniek die ervan uitgaat dat alles wat je opschrijft een doel heeft of in het verhaal terugkomt. De techniek komt van de schrijver Anton Tsjechov. Hij zei: “Verwijder alles wat niet relevant is voor het verhaal. Als je in het eerste hoofdstuk zegt dat er een geweer aan de muur hangt, dan moet dat in het tweede of derde hoofdstuk beslist afgaan. Als het niet wordt afgevuurd, dan zou het daar niet moeten hangen.”
Chekhov’s gun is dus een soort streven naar perfectie. Wat heeft dat voor gevolgen?

Chekhov’s gun geeft kennis van je plot

Als je niet eens zomaar een decoratief geweer aan de muur mag hangen, ben je constant alert op je plotontwikkeling. Dat heeft voordelen:
* Je zal niet zo snel een subplot schrijven dat het overneemt van het hoofdplot.
* Omdat je op de kleinste details let, zal je het spoor van het plot nooit bijster raken.
* Gaten in het plot schrijven kan haast niet, omdat je zo minutieus te werk gaat.

Chekhov’s gun diept je personages uit

Dus je personage heeft een decoratief wapen aan de muur hangen. Waarom eigenlijk?
* Vindt hij dat een statussymbool?
* Voelt hij zich daar beschermd door, wetende dat het geladen is?
* Is hij een geschiedenisfanaat die weg is van historische wapens?
Het ene mogelijke antwoord verschilt enorm van het andere.

Dus het geweer is een statussymbool? Komt je personage soms uit een adellijke familie? Wat betekent dat voor het karakter, de carrière en het wereldbeeld van het personage? Is dat ene geweer een erfstuk waar een familieruzie aan vooraf ging? Enzovoort, enzovoort.
Als je je bij elk klein gegeven moet afvragen waarom een personage iets doet of vindt, dan leidt dat tot een enorm uitgebreide en bruikbare personagebiografie.

Schrappen ging nog nooit zo simpel

Als Tjechovs geweer één kogel heeft, dan wordt die afgevuurd om een infodump mee van kant te maken. Je kan Chekhov’s gun gebruiken om het schrijven van infodumps af te leren. Niet elk detail is een infodump, maar als je je tekst nakijkt met het oog op Chekhov’s gun, is het makkelijker nagaan wat relevant is en wat niet.
Als je bij de fase van revisie aankomt, of als moet je schrappen omdat je tekst te lang is, dan is dit een goed hulpmiddel.

Nadeel van Chekhov’s gun: het is streng

Wees voorzichtig als je gaat schrappen met het dodelijke geweer van Tjechov. Voor je het weet, help je je hele tekst om zeep. Chekhov’s gun kan een goede schrijftechniek zijn, maar je moet zijn nadelen ook kennen.
Zoals het cliché wel eens zegt: niets of niemand is perfect. Is het dan wel realistisch daarnaar te streven?

Chekhov’s gun kan een heel gevaarlijk wapen zijn voor je bestaande tekst.

Chekhov’s gun en clichés en tropes

Als we het toch over clichés en tropes hebben:

Als je perfect wil schrijven, kom je onherroepelijk een dilemma tegen: iets wat jij perfect vindt, kan de ander oninteressant of ingewikkeld vinden. Precies zoals bij clichés en tropes is perfect schrijven subjectief. Is het dan wel realistisch om dat bij elke zin na te streven? Zelfs al hoeft niet elke zin niet per se perfect te zijn, maar slechts altijd nuttig, dan nog is succes niet gegarandeerd. Een lezer kan een hint niet snappen, een detail vergeten, de zin te lang vinden…

De lat van perfectie

Als je de uitdaging aandurft om elke zin relevant te maken, hou er dan rekening mee dat het schrijven een stuk moeizamer en trager gaat. Het kan zelfs minder leuk worden.
Het vergt een lange adem als je nooit in een schrijversflow mag raken of eindeloos moet herlezen en verbeteren. Zo’n lange adem, dat je misschien wel weken over een enkele zin gaat doen. Dat kan ertoe leiden dat je je verhaal nooit afkrijgt.
Wanneer je merkt dat je de lat van Chekhov’s gun zo’n beetje op het maanoppervlak hebt neergelegd, kun je beter een keer proeflezers inschakelen. Zo kan blijken dat het verhaal in zijn imperfecte vorm niet eens zo slecht is als je misschien denkt.

Als je de lat hier neerlegt is de kans dat het verhaal af komt, net zo groot als de kans dat je de maan zelf bezoekt.

De toon van je tekst

Volgens het principe van Chekhov’s gun moet elke zin dus ergens aan bijdragen. Dat doet show don’t tell vaak veel goed. Denk aan het beschrijven van een ruimte. Je moet hiervoor details beschrijven die afzonderlijk misschien onbenullig lijken; de kamer heeft luie stoelen en vangt veel natuurlijk zonlicht op. Samen geeft dit echter wel aan dat de kamer een ontspannen sfeer heeft.
Als je vanwege Chekhov’s gun de details voor jezelf te veel gewicht gaat geven, verzandt je verhaal in bloemig taalgebruik. Dan kan je geweer juist weer infodump in de hand werken. Bovendien zal de manier waarop jij moeizaam begint te schrijven ook vermoeiend lezen voor de lezer. Af en toe wat zinnen schrijven die op zichzelf niet meteen super belangrijk blijken, houdt de vaart in het verhaal.

Chekhov’s gun: geen makkelijke techniek

Maar als je af en toe een onbelangrijke zin laat staan, hoe weet je dan wat je moet schrappen en wat moet blijven? Wanneer is een zin gewoon minder belangrijk en wanneer is hij zodanig onnodig dat je hem toch echt moet schrappen?
Dit zijn lastige vragen waar geen kant en klaar antwoord op bestaat en waarvoor je een goed technisch schrijfinzicht moet hebben. Chekhov’s gun is dus geen schrijftechniek voor beginners. Ga goed na of je de techniek al kan gebruiken en in welke mate je dat wil doen.

De mate van Chekhov’s gun

Pas Chekhov’s gun met mate toe als de techniek nieuw voor je is. Zo val je niet in de eerder genoemde valkuilen.
Gebruik scènes, dialogen of voorwerpen die daadwerkelijk zeer belangrijk zijn voor het plotverloop of een plottwist in gang gaan zetten als eerste test met Chekhov’s gun.


Wil je weten of je het gewenste effect hebt bereikt met jouw Chekhov’s gun? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

De schrijversflow: als schrijven vanzelf gaat

Het is een fantastisch gevoel als je merkt dat het schrijven goed gaat. Als je in een ‘flow’ terechtkomt en je moeiteloos meters maakt, gaan er leuke dingen gebeuren. Waarop kun je je verheugen als het schrijven vlot gaat of je verhaal vordert?

Het plezier van schrijven

Als je een verhaal en een personage gaat bedenken, begin je met niets en heb je alles nog in de hand. Je schrijft een begin van een verhaallijn en maakt een personagebiografie: jij bepaalt waar het over gaat en wat voor karaktertrekken je personage heeft.
Wil je schrijven over een globetrotter? Als je geboeid bent door Latijns-Amerika, gaat jouw personage lekker daarheen. Laat de rest van alle (fictieve) backpackers maar naar Australië gaan. En als jij over drugskartels wil schrijven in plaats van over zoveelste langeafstandsrelatie: ga je gang!
Alleen al daarom is schrijven fantastisch: je kan op een leuke manier nieuwe dingen ontdekken en leren!

Je personage wordt levensecht

Er komt een moment dat je personage zo echt voor je wordt, dat hij net een echt mens wordt. En dan gaat hij ‘vertellen’ hoe hij ergens over denkt. Een voorbeeld: volgens mijn rode draad moet Job zich aansluiten bij een drugskartel. Ik heb een ontmoeting geregeld met een ronselaar, dus…

“Echt niet!” komt Job ineens tussenbeide.
Hij zal toch moeten, anders loopt het verhaal stuk… En trouwens: hij is het personage, ik ben de schrijver. Hij moet gewoon naar mij luisteren.
“Klets maar verder, ik doe dit gewoon niet. Die ronselaar verwacht dat ik met meteen met een geweer op zak ga lopen.”

Er volgt een welles-nietes discussie die even doorgaat. En je personage gaat die winnen. Hij is vanaf dat moment net als een echt mens met een bijbehorende wil. En mensen zijn niet naar believen te kneden… Je zal goed moeten nagaan waarom je personage protesteert en hoe je in kan schikken.
Waarom heeft Job zo’n schrik voor het idee van een geweer? Ik had in zijn personagebiografie geschreven dat hij als klein jongetje al soldaat wilde worden…
“Meteen met een geweer beginnen vind ik een te grote stap. Laat mij eerst leren hoe ik andere mensen moet ronselen. Dan kan ik mijn plaats in de groep vinden, meer over het kartel te weten komen en dan kan ik later alsnog een geweer meenemen.” Probleem opgelost.
Als je op het punt komt dat je personage gaat protesteren, kun je meestal ook goed met hem ´overleggen´ wat hij wel wil of kan. Zo worden zowel jij als je personage steeds meer het verhaal ingezogen. Het voelt alsof je de ontdekkingsreis van je verhaal niet langer alleen maakt!

Wat je onderzoekt, kom je tegen

Je bent voor Job schrijfonderzoek aan het doen naar drugskartels in Zuid-Amerika. Na een uurtje zoeken op internet ga je de benen strekken.
Bij de boekhandel valt je oog op een enorme kop op een voorpagina van een tijdschrift: Drugskartels in Zuid-Amerika: de geheimen blootgelegd
De volgende dag kijk je het journaal. Je verwacht dat het over een populair sportevenement of een belangrijke politieke vergadering zal gaan en ineens volgt er een item: Belangrijke drugsbaas uit Colombia gearresteerd.

Hoe groot is de kans dat je hier net een kop ziet betreffende iets wat je aan het onderzoeken bent?
En toch gaat zo’n toevalligheid een keer gebeuren 🙂

Toeval? Wie zal het zeggen, maar hoe dan ook: het gevoel dat je goed bezig bent, kan je waarschijnlijk niet onderdrukken 😉

Van schrijver naar lezer

Inmiddels weet je zoveel van drugskartels af dat je het gevoel hebt dat je er een lezing over kan geven. Je kent Job door en door en je kan goed met hem ‘overleggen’ als dat nodig is. Dan ga je meters maken. Meters waarin Job niet meer protesteert en je je schrijfonderzoek niet meer naast je hoeft te leggen om steeds opnieuw feiten te controleren.

Dan kan je moeiteloos complete pagina’s vullen. Je denkt niet meer na over dingen als: klopt dit wel met de feiten? Of: zou Job dit doen? Dat wéét je gewoon. Je schrijft je verhaal terwijl je er zelf wordt ingezogen en het zich aan je ontvouwt, bijna alsof je de lezer bent.
Een lezer die de luxe heeft om het einde al te weten, of hier en daar naar het verhaal believen te kunnen aanpassen. Geweldig toch?

Je proeflezer vindt het verhaal logisch

Je hebt je schrijfonderzoek gedaan met als resultaat een document genaamd Latijns- Amerikaanse drugsbazen met het formaat en de uitstraling van een klein proefschrift.
Job beleeft ondertussen zijn eigen avontuur. Nu geef je de eerste hoofdstukken van het verhaal aan een proeflezer. Omdat je een roman schrijft en geen naslagwerk, kun je heel veel informatie uit jouw ‘proefschrift’ niet delen. Anders krijg je een infodump.
Maar… snapt de proeflezer dan wel hoe drugskartels werken? Heb jij die tientallen pagina’s aan onderzoek beknopt, logisch en boeiend kunnen samenvatten in je dialogen, in voldoende show don’t tell en blijft de lezer nieuwsgierig naar de vorderingen van Jobs avonturen?
Je bijt je nagels af in afwachting…
“Ik weet nog niet hoe dat kartel precies in elkaar zit, maar volgens mij is er sprake van een netwerk waar Job nog geen benul van heeft. Ik hoop echt dat hij zijn gezonde verstand niet kwijtraakt. Maar ik weet ondertussen dat Job niet zo dapper is als hij anderen wil laten geloven, dus ik vrees het ergste…”

Tijd om een gat in de lucht te springen!

Yes! Jobs karakter komt duidelijk over en de lezer is nog steeds geïnteresseerd in het verhaal. En inderdaad: er zit een heel netwerk achter een drugskartel. Dat heb je in driehonderd woorden duidelijk gemaakt, terwijl jij het honderdvoudige over het hoe en wat daarvan gelezen hebt. Goed bezig, schrijver! Misschien wordt het tijd om te overwegen om je manuscript naar een uitgever te sturen? 🙂

Wil je weten of je in je enthousiasme van de schrijversflow niet al te hard van stapel bent gelopen? 😉 Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Feedback van proeflezers verwerken

Wanneer je proeflezers inschakelt, moet je feedback verwerken. Dat is nog een hele klus. Als je het goed doet, wordt het verhaal net zo goed als je gehoopt had toen je begon met schrijven. Doe je het fout, dan wordt het zo slecht als je ooit vreesde.

Bekende valkuilen van feedback verwerken bij het schrijven van een boek

Feedback verwerken kan lastig zijn, zeker als je in bepaalde valkuilen trapt. De meest voorkomende zijn:
* Je hebt de verkeerde proeflezers uitgekozen.
* Je weigert iets te veranderen omdat je te dol bent op je eigen tekst.
* Je wilt het iedereen naar de zin maken.

Ik schreef daar hier uitgebreider over.

Je eigen hints en verwachtingen controleren

Je hebt een proeflezer gevonden die jouw genre leuk vindt en neutraal genoeg is om jou niet richting het einde te sturen dat hij zelf graag ziet. Top!
Dan zegt hij: “Ik snap niet waarom je personage duizend euro krijgt.”

Oorzaak 1: Je hebt te weinig hints gegeven.
Je personage heeft schulden en je hebt gehint dat hij een rijke vriend heeft. Dan is het handig als je middels show don’t tell al hebt laten merken dat die vriend de laatste tijd al veel aan goede doelen heeft geschonken of je personage heeft geholpen een financieel plan te te maken.
Een rijke vriend die iemand in geldnood helpt, is op zichzelf niet zo gek. Maar als je meer hints geeft, dan is de kans kleiner dat je proeflezer iets zegt als:
* dit is niet logisch;
* dit komt uit de lucht vallen;
* het komt geforceerd over.
Let erop dat zodra je hints gaat geven, je niet verzandt in expositie.

Oorzaak 2: Je hebt verkeerde verwachtingen geschept
Je personage heeft tienduizend euro schuld en de hele tijd roept zijn rijke vriend dat hij ervoor zorgt dat je personage van alle zorgen zal worden verlost.
Dan lijkt duizend euro ineens (hoe gul ook) erg karig. Je lezer voelt zich in het ootje genomen, omdat de verwachting niet strijkt met de belofte.

Als je verkeerde verwachtingen schept, is je lezer daar niet blij mee…

Misschien wil onze gulle gever ineens proberen de vrouw van zijn dromen te versieren. Hij wil van de overige negenduizend euro dure juwelen kopen. Is die vriend wel zo trouw als we denken? Dat hoeft niet, maar nu lijkt het er eerder op dat je in een val van een verkeerde plottwist bent gelopen. Lees daar hier meer over.

Zou mijn personage dit doen?

Zorg ervoor dat je personagebiografie in orde is. Dat helpt om je personage realistisch en duidelijk te houden wanneer iemand hem liever iets anders ziet doen.
Je schrijft over een verpleegster die in een ziekenhuis werkt en je proeflezer oppert dat ze in een verzorgingstehuis kan gaan werken.
Die wisseling van baan vergt afwegingen als:
* Wil ik een nieuwe uitdaging of ben ik tevreden waar ik nu ben in mijn carrière?
* Vind ik het leuker om met bejaarden te werken dan met de baby’s die ik nu verpleeg?
* Wil ik mijn hogere salaris inleveren om te kunnen werken met een leukere doelgroep?
Het uiteindelijke resultaat van die afwegingen bepaalt of je een suggestie kan doorvoeren of niet.

Je moet ook afwegingen maken als een suggestie een andere denkwijze van het personage vraagt: is het bereid (of zelfs in staat!) om na een jaar van werkloosheid een laaggeschoold baantje aan te nemen als het altijd gewend is om een belangrijke, hoge functies te bekleden?
“Nood breekt wet, want een schoorsteen moet roken” is niet per definitie een aanvaardbaar uitgangspunt. Als je personage uitzonderlijk trots is, zal hij liever zijn spaargeld tot op de laatste cent besteden. Als hij zo nog langer kan zoeken naar werk in zijn normale functie en dat verhindert dat iemand hem laaggeschoold werk ziet doen…

Blijft het centraal conflict hetzelfde?

Je schrijft over een eenzaam personage dat verliefd wordt en die liefde blijkt wederzijds. Als het moment daar is dat de vonk overslaat, dan komt die belangrijke vraag: kussen ze meteen?

Optie 1: Ja.
Die eerste kus is zo’n opluchting voor je personage dat hij eindelijk weer iemand heeft, dat het niet bij zoenen blijft: een zwangerschap volgt. Dit schrijf je vanwege het verhaalthema ‘onvoorwaardelijke liefde’. Is een ongeplande zwangerschap daartegen bestand? Daarvoor zal je het boek moeten uitlezen…

Optie 2: Nee
Vanwege de eenzaamheid is de eigenwaarde van je personage gekelderd en durft hij zich niet aan de liefde over te geven. Het verhaal gaat verder over hoe het personage zijn eigenwaarde terugvindt voordat er uiteindelijk gekust wordt.

Optie 1 heeft als centraal conflict ‘ongeplande zwangerschap’, optie 2 ‘zelfontplooiing’. Niet bepaald hetzelfde… En dat alles vanwege een beslissing over een kus.
Als je proeflezer zegt dat hij bepaalde gebeurtenis anders wil zien, bedenk dan of die aanpassing het centrale conflict zou veranderen. Welke verandering je ook aanbrengt, (uit eigen initiatief of vanwege een proeflezer): zorg ervoor dat de vraag: “Waarom gebeurt dit?” nooit wordt beantwoord met: “Omdat iemand dat graag wilde.”

Feedback zien als een avontuur

Feedback krijgen kan eng zijn: het kan blootleggen dat je een schrijftechniek die je dacht te beheersen nog meer moet oefenen. Je zal ‘Kill your darlings‘ niet kunnen negeren. Maar bekijk het zo: de afwegingen die je maakt kunnen een fantastische ontdekkingsreis zijn voor jou (en je proeflezers). Je kan de afwegingen of alternatieve scenario’s van een scène in je opschrijfboekje uitwerken.

Als je feedback verwerkt, kan je balen van een verdwaald gevoel, of het als avontuur zien.

Als je de zuster toch met bejaarden laat werken, kom je er plotseling achter dat ze heel sterk is, omdat ze met gemak een zware rolstoel optilt. Dat had je niet geweten als je haar nooit van de couveuseafdeling had gehaald.
Ook al blijft onze zuster in het boek bij de baby’s, je kan nu wel een interessante scène toevoegen waar haar fysieke kracht goed van pas komt.

Feedback verwerken vergt moed, maar als je het aandurft, zal je beloning groot zijn!

Vraag je je na een feedbackronde van je naasten nog steeds af of je wel goed bezig bent? Boek eens een feedbackronde met mij via mijn webshop.

Foreshadowing: zo schrijf je een geheim dat je hele boek verklapt

Foreshadowing is het geven van een belangrijke hint over een grote onthulling. Alleen is die hint zo groot dat er van een verrassende onthulling weinig overblijft. De lezer zal dan eerder geïrriteerd zijn dan verrast. Hoe kun je hints geven zonder dat er foreshadowing ontstaat?

Voorkom foreshadowing: ken je eigen verhaal

Je moet precies weten hoe je verhaal in elkaar steekt voordat je hints kan geven. Weet welke details later in het verhaal belangrijk worden. Ga maar na: hoe moet tantes kandelaar ooit een aanwijzing naar een aankomende ruzie om de erfenis worden als jij als de schrijver niet eens weet dat de kandelaar:
* een hoge emotionele waarde heeft;
* het enige waardevolle erfstuk is in een staartarme familie;
* überhaupt bestaat?
Haal deze informatie uit je personagebiografie of je schrijfonderzoek.

Het is belangrijk om een aantal voorbeelden als deze te gebruiken. Niet één, want dat maakt de aanwijzing te vaag. (Tenzij je die ene hint gaat uitmelken, maar dan duw je de informatie alsnog door de strot van je lezer, als in een infodump.) Gebruik ze ook niet te veel, want dan wordt de onthulling voorspelbaar en niet langer indrukwekkend.

De standaardreactie na een foreshadowingontknoping…

Foreshadowing per genre

Sommige hints zijn bijna als vanzelf een cliché, omdat ze vaak gebruikt worden in een bepaald genre of verhaalthema.
Je hoofdpersonage zit vast op een onbewoond eiland. Hé, daar komt flessenpost aanspoelen!
Zou het iets bevatten dat het personage van totale mentale inzinking weet te behoeden? Goh, hoe verzin ik dat toch…
In een romantisch drama wordt in opa’s huis een oude weggestopte brief gevonden. Op zolder. Met een strikje eromheen. Weet je zeker dat opa nooit heeft getwijfeld of hij wel met oma moest trouwen?
Ik weet in ieder geval zeker dat we er nu achter komen dat oma niet opa’s enige liefde is geweest.

Daar is ie weer: de goeie ouwe verzegelde liefdesbrief. Wat zou er nu toch met het verhaal gebeuren…?

Als iets cliché aanvoelt, is er sprake van foreshadowing, niet van een goede hint. Het lastige van foreshadowing versus hints geven is dat je met iets logisch moet komen, anders gaat je lezer de hint niet snappen. Als de puzzel op het eind van je verhaal niet lijkt te passen of te ingewikkeld is, helpt dat ook niet. Daarom zijn clichés zo populair: ze helpen je lezer iets makkelijk te begrijpen. Maar als het gaat om spanningsopbouw, zijn ze alles behalve handig. Hints geven binnen een bepaald genre vraagt een vergelijkbare techniek als het gebruik van clichés en tropes. Je moet weten hoe, waarom en in welke mate je ze gebruikt en hoe je ze kan verbuigen. Lees daar hier alles over.

De belofte van spanning: uitstellen van de ontknoping

De gouden regel om foreshadowing te voorkomen is: wat je ook doet, geef de onthulling niet onmiddellijk nadat je de hint hebt gegeven. Een hint belooft bepaalde spanning: een geheim dat zich langzaam ontrafelt, een moord die geleidelijk wordt opgelost of een opbloeiende romance. Daar smult een lezer van, omdat dat een verháál belooft, geen simpel feit. Laten we Roodkapje als voorbeeld nemen.
Roodkapje komt de wolf tegen. Je hebt een verhaal als je het sprookje op de vertrouwde manier verder vertelt, inclusief spanningsopbouw.
Roodkapje kwam een wolf met gevaarlijke tanden tegen. Wat een engerd! Roodkapje holde verder, maar de wolf had haar binnen drie tellen opgeslokt. Dat klinkt niet als een verhaal dat eeuwen mee kan gaan, toch? Het is alles behalve spannend. Na de hint van de scherpe tanden wordt Roodkapje vrijwel meteen opgegeten.
Zelfs al zou de houthakker Roodkapje daarna onmiddelijk bevrijden, dan nog zal de opluchting niet groot zijn. Je hebt namelijk niet lang genoeg in spanning gezeten om ergens opgelucht over te kunnen zijn.

Als de wolf je meteen opeet, heb je niet de tijd om de tanden te bekijken die hem zo eng maken…

Stel de ontknoping dus uit. Afhankelijk van hoe groot de hint en de ontknoping moeten zijn, kan dat variëren van een aantal alinea’s tot complete delen van een boekenreeks.

The green mile: een hemels voorbeeld van een hint

In de film ‘The green mile´ is een briljant voorbeeld te vinden van zowel uitstellen van de ontknoping als een standaard trope in je voordeel gebruiken.
In het begin van de film zie je de hoogbejaarde Paul naar een oude film kijken. In die film dansen een man en vrouw op een lied met de tekst I´m in heaven. Paul is zo geraakt dat hij hard begint te huilen.
De trope waarvan hier wordt uitgegaan (en die de kijker dus aanneemt als logische verklaring) is dat Paul ooit met zijn overleden vrouw op dit liedje heeft gedanst en dat hij haar vreselijk mist. Pas op het einde van de film kom je erachter dat dat niet zo is.

Paul werkte als gevangenisbewaker en moest gevangenen executeren. John, een van de veroordeelden, bleek niet alleen onschuldig, maar ook een godswonder: hij kon ziektes genezen en gestorvenen terug tot leven wekken. Paul wist van zijn krachten en zijn onschuld, maar moest hem toch terechtstellen.
Als laatste verzoek voor zijn dood wil John nog een keer een film zien. Hij krijgt dezelfde film te zien als de kijker in het begin en is geraakt door die dansscène. Nu blijkt dat Paul in het begin niet huilde om een overleden geliefde, maar om het immense berouw dat hem plaagt omdat hij een wonder van God heeft gedood.

Dit is een prachtig voorbeeld van ‘een cliché omdraaien’: het is de tegenpool van wat je verwachtte van de trope:
* een gevangene en zijn cipier versus twee geliefden;
* een aankomende executie versus een belofte van een/ de hemel.

Omdat deze hint wordt uitgesteld, heeft de kijker de tijd gekregen om in de personages en het verhaal te investeren. Daardoor voel hij zich meer betrokken en komt deze ontknoping (heel!) hard aan. De kijker huilt net zo hard als de oude Paul bij het vooruitzicht dat John gaat sterven.

Verklapt jouw boek te veel? Manuscriptredactie kan je helpen om die vraag te beantwoorden. Ik ben daarvoor in te schakelen via mijn webshop.

Een plottwist schrijven: fantastisch of fataal

Een plottwist is een goed middel om het verhaal spannend te houden of om voor een spectaculair einde te zorgen. Als je het goed doet, schrijf je fantastisch. Doe je het verkeerd, dan stort je verhaal als een kaartenhuis in elkaar.

Wat is een plottwist?

Een plottwist is een verandering in het plot die een lezer niet aan ziet komen. De kernwoorden van een plottwist zijn: ‘plotseling’ en ‘onverwacht’. Als er plotseling (plot-seling 😉 ) iets gebeurt wat een lezer niet kan voorspellen, heb je een plottwist.

Waarom schrijf je een plottwist?

Een plottwist houdt de lezer scherp. Er gebeurt iets nieuws dat het verhaal interessant houdt en waardoor de lezer betrokken blijft. Het voorkomt soms dat een verhaal langdradig wordt. Hierom kun je een plottwist in het midden van het verhaal plaatsen. Aan het eind van een boek kan een plottwist dienen als een missend puzzelstukje met als boodschap: “Niets is wat het leek.” De geldschieter van het mooie meisje was niet de suikeroom, maar een heimelijke aanbidder, bijvoorbeeld.

Wat zijn de voorwaarden voor een plottwist?

Elke plottwist is anders, maar op een paar dingen moet je altijd letten:
* Geef hints.
* Zorg ervoor dat die hints te herleiden zijn.
* Schrijf gebeurtenissen die logisch zijn voor de personages en omstandigheden.

Hints in een plottwist

Als je een plottwist maakt, moet je vooraf hints geven. Zodat de twist, hoe onverwacht ook, wel logisch en te herleiden is. Als de buurman de vader van je hoofdpersonage blijkt te zijn, dan moet die buurman wel een paar keer in het verhaal terugkomen. Of, als je de buurman mysterieus wil houden, moet moeder vroeger er wel een paar keer stiekem tussenuit geknepen zijn om wie weet wat te gaan doen. Gezellig de slaapkamer van de buurman inspecteren, zo blijkt dan uiteindelijk.

Logische plottwists

Je plottwitst moet logisch zijn voor het personage of de omstandigheden, anders verwar je je lezer. Neem een streng gereformeerde huisvrouw. Ze heeft eerder conflicten over het geloof gehad met haar zoon en daardoor geen contact meer met hem. Als plottwist is het dan verstandig om dat conflict betreft religie centraal te stellen. Begin dan niet opeens over een dreigende kernoorlog.

Waar gaat het mis met een plottwist?

Dit gaat zoal mis bij het schrijven van een plottwist:
* Er is geen tijd besteed aan het opbouwen van het plot.
* De rol van de personages die in de twist voorkomen zijn niet duidelijk.
* De twist choqueert, maar helpt het verhaal niet verder.

De gouden regel bij plottwists: eerst investeren, dan omkeren

Zorg er bij een plottwist als allereerst voor dat je lezer geïnvesteerd heeft in het personage of het verhaal. Je kan pas iets verdraaien als de lezer weet wat er speelt en over wie het gaat. Pas als je lezer weet wat voor invloed iets heeft op het verhaal of de personages (investeren) kun je een plottwist inzetten (omkeren).

Vergelijk het met slecht nieuws: je leest in de krant het nieuws dat er een anonieme vrouw aan borstkanker is gestorven. Dat is triest, maar kanker overkomt meerdere mensen en je kent deze dame niet. Je hebt medelijden en gaat daarna verder met je leven. Maar als kanker een geliefde treft, komt dat veel harder aan, omdat je een relatie hebt opgebouwd met die persoon. Je moet je lezer een kans geven om een relatie met personages op te bouwen, wil je indruk maken met een plottwist.
Ook voor het verhaal en zijn omstandigheden is het belangrijk dat de lezer weet wat er speelt, wil hij beseffen wat voor invloed een verandering kan hebben. De zin: `Ieder gezin in deze straat moet vijfduizend euro aan de gemeente betalen´ is een crisis voor een achterstandswijk. Die mensen moeten alles op alles zetten om daarna nog te kunnen overleven. Inwoners van Bevery Hills bestellen gewoon een fles dure champagne minder, zonder verder echt verschil te merken.

Wie of wat brengt de plottwist op gang?

Datgene dat de plottwist op gang brengt, moet een bepaalde geloofwaardigheid hebben. Als je hoort: “We gaan met het vliegtuig op vakantie!” klinkt dat als de veelbelovende Turkse zon als je echtgenoot met twee vliegtickets wappert. Als je kleuter dat zegt nadat hij met krukjes een vliegtuig heeft nagebouwd en een teddybeer een pilotenpet heeft opgezet, krijg je Turkije voorlopig nog niet te zien.

Nee, lieverd, ik geloof ook niet dat jij die vliegtickets naar Turkije hebt geboekt…

Bedenk wie wat zegt. Is het een betrouwbaar iemand of de roddeltante van een boerendorp? Ga als een journalist te werk. Als dit personage zomaar wat lijkt te zeggen of te doen, gaat de plottwist niet werken. Dat geldt ook voor omstandigheden. Roep in Nederland dat er een tornado komt en iedereen raakt in paniek. Zeg dat in de centrale staten van de Verenigde Staten en de mensen lopen geroutineerd naar de schuilkelder. Kortom: een plottwist moet indrukwekkend en van gewicht zijn. En dat is in elke situatie anders.

Een plottwist is een puzzelstukje, geen schok

Laat het duidelijk zijn: plottwists werken niet als ze willekeurig worden ingezet. Je moet er naartoe werken en ze moeten logisch zijn. Als een plottwist uit de lucht komt vallen, snapt je lezer niets meer. Een plottwist moet een missend puzzelstukje zijn dat het verhaal een andere draai geeft.
Gebruik een plottwist daarom niet als middel om te choqueren. Als je een lezer wil laten schrikken, is het veiliger om (een geliefde van) je hoofdpersonage iets ergs te laten overkomen. Als je lezer is geïnvesteerd in je verhaal komt de schok goed over en blijft het verhaal stevig.

Zorg ervoor dat je plottwist als een puzzelstukje naadloos in de puzzel van je plot past.

Moet je een plottwist wel of niet inzetten?

Je kan een plottwist overwegen om de aandacht van je lezer vast te houden en het verhaal interessant te maken. Soms is dat echter niet nodig. Er is dus geen pasklaar antwoord op die vraag. Maar hoe dan ook: gebruik de plottwist met mate en werk hem goed uit. Dat is het verschil tussen een fantastisch of vreselijk verhaal.

Is jouw plottwist fantastisch of fataal? Schakel mij in voor manuscripredactie, dan kan ik je het verlossende antwoord geven.

Je doelgroep bepalen voor je boek: voor wie schrijf je?

Als je duidelijk hebt voor welke doelgroep je schrijft, zal je verhaal vaker met plezier worden gelezen. Hoe schrijf je op een manier die je doelgroep aanspreekt?

Ijkpersoon: wie is je doelgroep?

Een ijkpersoon is een fictief persona die jouw ideale ‘gemiddelde lezer’ voorstelt. Maak een ijkpersoon door net als voor je personages een biografie te schrijven. Verwerk daar dingen in als:
* Is het een man of vrouw?
* Hoe oud is hij of zij?
* Wat zijn zijn of haar interesses?
* In wat voor gezin woont hij of zij?
* Heeft hij of zij een baan? Wat voor een en hoe druk is die?
* Wat is de sociaaleconomische achtergrond?
* Welke etniciteit heeft je ijkpersoon?
* Hoe goed kan deze persoon lezen (nog maar net omdat ze in groep 4 zit, of heel goed omdat ze hoogwaardige literatuur leest?)

Als je een ijkpersoon maakt, weet je voor wie je schrijft en zo blijft je schrijfstijl hetzelfde. Als je weet dat je doelgroep lager geschoold is, ga je niet met ellenlange zinnen of ingewikkelde woorden strooien.

Doelgroep: voor welke leeftijd schrijf je?

Hou goed in de gaten voor welke leeftijd je schrijft. Bedenk wat typerend is voor de leeftijdsfase van je ijkpersoon. Denk hierbij aan:
* Kleuters gaan voor het eerst naar school;
*Tieners gaan experimenteren met dingen als alcohol, roken, seks en grenzen verleggen;
*De twintiger wil meer van de wereld zien of een gezin stichten;
* De vijftiger zit in een mogelijke midlifecrisis en heeft behoefte aan spanning;
* De bejaarde kijkt terug op het leven en heeft meer behoefte aan rust.

Je weet niet wat dit meisje leest, maar het is waarschijnlijk geen Charles Dickens…

Natuurlijk zijn er grijze gebieden. Een tiener kan net zoveel van een goede detective genieten als een oude dame dat kan. Maar het is altijd handig om een algemeen beeld te hebben. Ook voor je personages! Het is geloofwaardiger om je bejaarde personage de wijze in het verhaal te maken dan de tiener…

Wat begrijpt je doelgroep?

Niet iedereen heeft hetzelfde leesniveau. Bij kinderen spreekt dat voor zich: een kind van zes hakt woorden nog in stukjes, een kind van twaalf leest een hele pagina in een paar minuten. Maar ook niet alle volwassenen begrijpen alles wat ze lezen, al naargelang hun opleiding.
Een hoogopgeleide zal de zin: ‘Het prachtig vervaardigde schilderij gaf een authentiek beeld van de betreffende tijdsperiode, hoewel het tevens een aantal irrelevante overdrijvingen leek te bevatten om de herkomst en levensomstandigheden te kunnen weerspiegelen,’ begrijpen. Maar iemand met een gemiddelde opleiding kan hier geen touw aan vastknopen. Waarom niet?
* De zin bevat moeilijke woorden;
* De zin is lang;
* De zin gaat indirect uit van een bepaalde voorkennis.

De voorbeeldzin wil duidelijk maken dat een kimono overdreven veel aandacht kreeg, zodat het duidelijk was dat het schilderij een scène voorstelde uit de hogere klassen in Japan. Maar is dat wel overdreven? Als jouw lezer niet weet of een kimono in Japan of China werd gedragen en wanneer, waarom en door wie, dan is het helemaal niet zo logisch.
Probeer duidelijk te krijgen waar jouw ijkpersoon (voor)kennis van heeft. Schakel daarom een proeflezer in die veel wegheeft van jouw ijkpersoon.

Schrijven voor een brede doelgroep

De website van Loo van Eck biedt een programma dat je tekst controleert op leesbaarheid. Als je je tekst invoert, komt er een cijfer uit. A1, A2 en B1 zijn teksten waarvan je uit kan gaan dat een gemiddelde volwassene hem begrijpt. Met een B2, C1 en C2 zijn de teksten niet meer te begrijpen voor de meeste mensen.

Zorg ervoor dat je lezer niet het gevoel krijgt dat hij een moeilijk examen aan het maken is.

Doelgroep van een genre

Sommige genres staan erom bekend dat ze een min of meer vaste doelgroep hebben. Het makkelijkste voorbeeld zijn de romantische verhalen: zij trekken voornamelijk vrouwen aan. Je kan het wiel opnieuw proberen uit te vinden, of je kan van andere boeken leren. Lees een aantal van de beste boeken van je genre en ga daar eens spieken. Let nu niet op plotontwikkelingen, maar op dingen als:
* Hoe lang zijn de zinnen?
* Hoe vaak worden er uitroeptekens gebruikt?
* Wat is het taalgebruik van de meeste personages (bijvoorbeeld hip of ouderwets?)
* Wat komen personages vaak tegen wat niets met het genre te maken heeft?

In het geval van het romantische verhaal moet je bij de laatste vraag niet denken aan een uitgedoofd liefdesleven en een sexy buurman, maar aan dingen als:
* Zijn de vrouwen alleenstaande moeders of hebben ze een gezin?
* Woont het hoofdpersonage in de stad of op het platteland?
* Wat is de sociaaleconomische status van het hoofdpersonage?
* Hoe oud is het hoofdpersonage?

Als je dit ontdekt, dan zul je merken dat je een idee van de doelgroep krijgt. Een hoofdpersonage moet herkenbaar zijn voor de lezer en elementen als hierboven kunnen daarop inspelen.
Let op: dit is geen waterdichte regel. Uiteraard kun je ook over iets schrijven zodat de lezer een kijkje in de keuken van iets onbekends krijgt (als je historische romans of verhalen over andere culturen schrijft, bijvoorbeeld).
Maar als je tussen de regels van een genre door leest, zal je merken dat bepaalde zaken vaak terug komen. Wees alert en noteer wat je opvalt, zodat je later je eigen conclusies kan trekken. Dat is ook een reden waarom je als schrijver veel moet lezen.

Wil je eens sparren over voor wie je precies schrijft? Kijk eens in mijn webshop: daar staan diverse diensten die je kunnen helpen dat duidelijker te krijgen.

De perfecte (ro)man: Joe Sixpack

Je schrijft over een perfecte man: gespierd, knap, hagelwitte tanden en zelfverzekerd. Daar is Joe Sixpack, de tweelingbroer van Mary Sue. Waarin verschillen de irritant perfecte man en vrouw in romans van elkaar en in hoeverre komen ze overeen?

Marty Stue en Joe Sixpack: alfamannen

De schrijversterm voor een mannelijke Mary Sue is Marty Stue. Waar Mary Sue mooi en lief is, is Marty Stue vaak gespierd en heeft hij een reddersrol. De clichéman met een sixpack dus. Hij is om dezelfde redenen storend als Mary Sue: hij is eendimensionaal en beperkt het verhaalpotentieel.

Een verhaal met een perfecte, sterke man

Wie niet sterk is, moet slim zijn, toch? Nee hoor. Joe Sixpack mag niet slim zijn, hij moet sterk zijn. Anders verliest hij zowat het recht om zichzelf een man te noemen. Zijn slimme tegenhanger is de bebrilde nerd die nooit een vrouw zal krijgen. En als je geen vrouw kan krijgen, wat voor vent ben je dan?

Associaties met mannelijkheid in romans

Mannelijkheid wordt in romans vaak geassocieerd met stalen spieren. En het erge is, na ‘goed bij de vrouwen’ houdt het daar meestal op. Andere waarden die traditioneel als mannelijk worden gezien, zijn niet te zien bij onze gespierde Joe. Of juist wel, maar dan heeft Joe ze (bijna) allemaal, zodat elke man die over hem leest, er een minderwaardigheidscomplex van krijgt. Denk aan waarden als:
* leiderschap;
* (financieel) succes;
* moed;
* beheersing van emoties.

Het gaat er mij niet om hoe traditioneel mannelijk je een personage maakt. Schrijf gerust een gespierde rokkenjager, of maak je man juist ontzettend vrouwelijk. Maar wees je er bewust van hoe je bepaalde normen en waarden gebruikt en vertaalt.

Hoe schrijf je over een ‘echte vent’?

Vraag jezelf af wat jij onder een ‘echte vent’ of mannelijkheid verstaat. Waarschijnlijk zijn het een of meerdere van bovenstaande waarden. Maar welke staan bovenaan voor jou? Ga dat eerst eens na.
De belangrijkste waarden kunnen soms alleen groeien als een andere eerst sneuvelt. Als moed hoog in het vaandel staat, moet de man een keer flink huilen om (heel dapper!) toe te kunnen geven dat zijn drugsprobleem uit de hand loopt en hij hulp nodig heeft.

Hoe beschrijf je mannelijke waarden?

Als jouw Joe geen spierbundels hoeft te hebben, omdat jij moed de belangrijkste waarde vindt, ben je er nog niet. Want wat is moed (voor een man)?
* Durven huilen?
* Een promotie afslaan, omdat zijn huidige baan veel leuker is?
*Niet aan gewichtheffen gaan doen als hij om zijn kippenborst wordt gepest?

Zoiets moet je duidelijk krijgen. Als Joe spieren wil kweken, zullen mensen hem alsnog lui of een watje vinden als hij niet naar de sportschool gaat. Maar mensen zullen juichen als een nerd lak heeft aan de pesterige bodybuilder als hij erboven kan staan: straks verovert hij met zijn uitvinding de hele wereld.
Kortom: hoe wil jij dat jouw (kern)waarden worden vertaald?

Een verhaal met mannen op een voetstuk

Maar weinig films slagen voor de Bechdel test. Simpel gezegd zou je kunnen stellen dat veel verhalen gaan over de belangrijke rol van de man.
Er wordt vaak gezegd dat vrouwen daarom op de voorgrond moeten, maar ik kies een andere invalshoek: ik wil dat mannen van hun voetstuk af worden gehaald. En wat mij betreft hoeven de vrouwen dat stokje dan niet over te nemen… Een voetstuk lijkt positief, maar als mensen naar je opkijken, ga je op een bepaald moment bezwijken onder de druk die de bijbehorende verwachtingen met zich meebrengen.
Een vraag aan mannen: zouden jullie niet af en toe zonder consequenties willen zeggen:
* ik voel me verdrietig;
* dit is (fysiek) te zwaar voor me;
(vul zelf maar in, als vrouw ga ik niet te veel aannames maken).

Het probleem is dat mannen dat in fictie vrijwel nooit ongestraft kunnen doen zonder de naam ‘man’ nog waard te zijn. Joe Sixpack krijgt het immers wel voor elkaar… Het spijt me om te zeggen, heren… Volgens de meeste fictie is vrijwel niemand van jullie het label ‘man’ waard. Dat recht is alleen behouden aan Joe Sixpack, de man die alleen op het witte doek en op papier bestaat.

Dit is óók een man! Het is toch om te huilen dat Joe Sixpack dat beeld tegenspreekt?

Geef me de (ro)man terug!

Hier spreekt een vrouw: haal de echte man terug in de roman! Schrijf over een man waarmee ik heerlijk mag lachen, werken, bergbeklimmen, koken, huilen, tuinieren, drinken, bekvechten, feesten, vrijen, reizen en eten zonder dat het verhaal vereist dat ik daarvoor carrière hoef te maken, de mooiste moet zijn of tig dingen moet opofferen voordat ik dat waard zou zijn.
En mannen, het zou toch geweldig zijn om te lezen hoe je heerlijk met anderen (man of vrouw!) mag lachen, werken, bergbeklimmen koken, huilen, tuinieren, drinken, bekvechten, feesten, vrijen, reizen en eten zonder dat iemand je vraagt hoeveel vrouwen je hebt verleid, geld je in het laatje hebt gebracht, of -God verhoede- of je wel doorhebt hoe verwijfd je wel niet bent?

JA TOCH?

Waarden van je personage als deel van de media

Lezers hebben doorgaans een broertje dood aan Mary Sue, Marty Stue en Joe Sixpack omdat die waarden uitdragen waaraan niemand kan voldoen. Een verhaal is een medium, dus onderdeel van de media. De media hamert al op veel dingen waar je als man, vrouw, of mens in het algemeen aan moet voldoen. De lezer heeft gewoon geen geduld voor een verhaal waarin nog meer onbereikbare waarden worden opgedrongen. Dáárom lezen perfecte personages zo vreselijk vervelend. Ze zijn een irritante toevoeging van iets waarvan mensen toch al hun buik vol hebben.
Dus of je nu over mannen of vrouwen schrijft: kijk naar goed naar normen van mannelijkheid en vrouwelijkheid (of nota bene wat je moet doen of zijn om een goed persoon te zijn) en in hoeverre jij wil dat je personage daaraan bijdraagt.

Ik kan jouw papieren alfaman waar nodig een toontje lager laten zingen: schakel mij in voor manusctiptredactie via mijn webshop.

Sexy Lamp: een knappe vrouw als prijs

Een sexy lamp is geen goed idee om te schrijven. Het is namelijk een vrouw, geen aantrekkelijk object dat licht geeft. Ze is zo oppervlakkig als maar kan. Hoe schrijf je haar, of beter gezegd: hoe schrijf je haar niet?

Wat is een sexy lamp?

Een sexy lamp is een vrouwelijk personage dat sexy is en dat moet zijn. Niets meer, niets minder. Een lamp staat als voorwerp ook alleen maar te staan. Een lamp vindt niets, denkt niet, is vervangbaar…
Als de vrouw niet meer doet dan een lamp met de beste wil van de wereld kan doen, is ze een sexy lamp.

Voor je beeldvorming: dit is de sexy lamp waaruit de term ontstaan is: een lampstandaard met het uiterlijk van een vrouwenbeen in een hoge hak met een netkous.

Bot gezegd: een sexy lamp windt de man op of wakkert zijn fantasieën aan, maar is verder nergens goed voor.

Sexy lamp in de praktijk

Wat is een sexy lamp in de praktijk? Een voorbeeld:
“Koene ridder, ga de draak doden. Slaag je, dan mag je met de mooie prinses trouwen.”
De ridder werpt een blik op de prinses en ziet zichzelf al nachtelijke avonturen met haar beleven. Daar wil hij zijn leven wel voor wagen. Maar wat weet hij (of zelfs de lezer van zo’n sprookje) verder van de prinses? Niets. Wat zegt of doet ze verder? Niets. Ze is er alleen maar, puur omdat ze sexy is.

Als je de ridder de sexy lamp met de netkous had gegeven, dan was het ook goed geweest. (Zeker in de Middeleeuwen… Bijlo, een ontbloot been van een vrouwspersoon! Nimmer aanschouwde ik eerder iets zó erotisch…)
Zonder geintjes, uiteindelijk komt het wel daarop neer. Een vrouw die een sexy lamp is, is er alleen als (seksuele) beloning, want ze voegt niets anders aan het verhaal toe. In de meest extreme gevallen zegt de sexy lamp helemaal niets, zoals de Middeleeuwse prinses die in de laatste scène nog even snel de ridder kust. Maar het kan ook iets subtieler. Met de nadruk op iets. Want zodra je weet wat een sexy lamp is, zal je haar makkelijk herkennen.

Sexy lamp test

Wil je testen of een personage een sexy lamp is? Hier zijn wat kenmerken.
Een sexy lamp is altijd:
* seksueel aantrekkelijk;
* de beloning voor de man;
* als persoon eendimensionaal, zo niet nuldimensionaal.

Een sexy lamp zal nooit:

* in het verhaal te vinden zijn buiten de context van: ‘de beloning voor de man’;
* als persoon iets extra’s aan het verhaal toevoegen (spanning, een subplot, enzovoorts);
* een leven hebben (denk eraan: ze had evengoed levenloos kunnen zijn);
* met ideeën komen die het plotverloop veranderen.

MacGuffin en sexy post-it

Soms komt een sexy lamp wel met een plotveranderend idee:
“Ridder, de draak woont in een grot hier rechtsaf,” zegt de prinses.
Dat verandert het plot, want anders vindt de ridder de draak niet. Maar als de prinses vervolgens alsnog als niets minder dan een wandelende vagina wordt gezien, dan blijft ze een sexy lamp. Volgens de algemeen gebruikte term is ze dan een sexy lamp met een post-it briefje. Ze heeft de benodigde aanwijzing dan als een figuurlijke post-it op haar hoofd (Hier rechtsaf!) maar dan is ze hoogstens gepromoveerd van sexy lamp naar sexy wegwijzer. Nog steeds is ze evenveel waard als een levenloos object. Als een voorwerp dezelfde functie heeft als een sexy post-it, dan heet dit in de schrijverswereld een MacGuffin.

Waarom is de sexy lamp in het verhaal?

Hou jezelf niet voor de gek: in een scenario met een sexy lamp gaat het om niets meer of minder dan de beloning van de held. Niet dat het dorp wordt gered van een draak, of dat de prinses wordt gered. Het gaat zelfs niet om de heldenreis van de ridder. Daar lijkt het misschien op, maar als dat het belangrijkste was, dan was hij mensen tegengekomen die hem persoonlijk lieten groeien. Niet alleen mensen aan wie hij zijn spierballen kan laten zien.

Wat zegt een sexy lamp over de held?

Dat hij helemaal niet zo heldhaftig is als hij in eerste instantie lijkt. En dat seks zijn motivatie is. Ja, dat is kortzichtig en nuldementionaal. Net als de sexy lamp.

Sexy lamp: simpeler schrijven kan niet

Schrijf je een sexy lamp en met alles wat daarbij komt kijken, dan schrijf je:
* zonder personagebiografie;
* met een Mary Sue;
* een storend cliché;
* zonder afweging van hoe je personages overkomen;
* lui, want je hoeft geen schrijfonderzoek te doen.

Reden om een sexy lamp te schrijven

Als het om publiceren gaat, is er geen reden om over een sexy lamp te schrijven. Vrijwel iedereen vindt het storend of flinterdun. Toch is het nuttig om een keer te doen. Kijk eens wat voor schrijftechnieken je al beheerst als je je verstand op nul kan zetten en gewoon maar wat gaat tikken. Bij een sexy lamp hoef je geen rekening te houden met een diepgaand plot of personages. Als je schrijft over onze sexy lamp ridder en je denkt verder niet teveel na, heb je dan een verhaal:
* met show don’t tell?
* zonder infodump?
* zonder te veel bloemig taalgebruik?
* waarvan je kan oordelen wat je kan schrappen en wat je moet laten staan?
* met logische alinea- en hoofdstukindelingen?
* met goede spelling en grammatica?

Enzovoorts.

Bechdel test en Mako Mori test

Er zijn nog twee testen die ook testen op sexy lamp elementen, maar daarin nog wat dieper gaan:
* Bechdel test: praten de vrouwen over iets anders dan een man (uit zichzelf of als vrouwen onderling?)
* Mako Mori test: de vrouw moet een eigen verhaallijn hebben en die verhaallijn mag niet dienen als een hulpmiddel voor de verhaallijn van de man.

Ik hou niet van sexy lamps. Als je wil dat ze genadeloos worden opgespoord en uit je boek worden geschrapt, schakel me dan in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je over toeval?

Toeval bestaat niet. Dat hoor je vaak. Als schrijver gebruik je toevalligheden wanneer je wilt, als god van je gecreëerde wereld. Totdat realisme om de hoek komt kijken. Lezers haken af als alles moeiteloos gebeurt of jij de omstandigheden een handje blijft helpen. Dat pikken ze alleen bij Guus Geluk uit de Donald Duck strips. Toch zal je toeval nooit helemaal kunnen omzeilen. Hoe vind je de balans?

Een uitleg van het butterfly-effect

Het butterfly-effect is het verschijnsel dat iets bijna onmerkbaars gigantische gevolgen kan hebben; de vleugelslag van een vlinder veroorzaakt uiteindelijk een orkaan. Het is een rijtje van waardoor…waardoor… waarbij elke actie steeds een groter effect heeft. Uiteindelijk komt het neer op een reeks aan toevalligheden.
Een voorbeeld van een verhaal met een butterfly-effect:
Als Dirk zijn telefoon naast het bed had opgeladen, had zijn moeder nog geleefd. Hoezo? Ze belde midden in de nacht naar Dirk omdat ze zich niet goed voelde. Een paar minuten later, vlak voor ze 112 wilde bellen, stortte ze in. Omdat Dirks telefoon in zijn woonkamer lag, hoorde hij de eerste oproep niet, waardoor zijn moeder overleed omdat er geen hulp arriveerde. Het butterfly-effect heeft meestal meer ‘tussenstations’, maar een bijna onmerkbaar gegeven aan het begin heeft opvallend grote of opmerkelijke gevolgen.

Toeval in het echte leven

Mijn grootste persoonlijke ervaring met toeval:
Toen mijn broer in Japan studeerde ging ik hem opzoeken. Ik was in Osaka, in een restaurant waar men hoge pannenkoeken serveerde, maar waar je geen mes bij kreeg. Opeens hoorde ik vanaf het tafeltje naast mij iemand mompelen: “Hoe snij je zo’n ding?”
Ik draaide me om, verrast om Nederlands te horen. Ik legde het de vrouw naast me uit. Zij bleek ook een broer te hebben die in Japan studeerde.
“Toevallig! Welke studie doet hij?” vroeg ik.
Dezelfde als mijn broer, zo bleek.
“Aan welke school?”
Dezelfde waaraan mijn broer studeerde. Onze broers bleken zelfs klasgenoten te zijn. Ga eens na: een ander moment, een ander tafeltje in een restaurant van een stad met 2.5 miljoen inwoners of de zus die niet hardop mompelde en dit gesprek had niet plaatsgevonden. Vier jaar later verbazen mijn broer en ik er ons nog steeds over.

In deze stad zaten Zus en ik zomaar naast elkaar in een restaurant…

Toeval of het butterfly-effect zijn niet per se onrealistisch. Ze zijn echter wel onwaarschijnlijk. Neem als vuistregel: als je na een aantal maanden je het voorval nog steeds zou herinneren, dan heeft het een hoog toevalligheidsgehalte.

Als je meer dan eens een hoge toevalligheidsfactor gebruikt in een verhaal, zal het ongeloofwaardig worden. Kleine toevalligheden als: “Ik wilde jòu net bellen!” kun je vaker gebruiken. Ze gebeuren vaker en daardoor onthoud je ze minder makkelijk. Maar gebruik ze maar af en toe, anders komt Guus Geluk weer aanzetten. Kleine toevalstreffers kunnen zich opstapelen tot één groot, ongeloofwaardig toeval.

Toeval en realisme combineren in een verhaal

Als je schrijft over een groot toeval moet je het doel en de noodzaak ervan goed begrijpen. Stel dat het in mijn verhaal de bedoeling was dat ik een andere Nederlander in Japan zou tegenkomen (ongeacht welke landgenoot) om de eerste cultuurschok te verminderen. Dan is dat hele universiteitsverhaal niet nodig, omdat het de toevalfactor onnodig verhoogt. Bovendien kan dat toeval afleiden van de rode draad. Als Zus en ik dan over onze broers zouden praten, verzandt het thema cultuurschok in irrelevante details, waardoor het verhaal vaart verliest.
Soms moet je bepaalde details wél vertellen om het plot op gang te houden, of om een toeval te verklaren. Maar soms zitten er gewoon twee Nederlanders in hetzelfde restaurant in Osaka en moet je er niet te veel achter zoeken. (Hoe gebeurt er anders überhaupt nog iets dat belangrijk is voor het verhaal?)
Kijk naar jouw doel van het toeval en wat je daarmee wil bereiken. Misschien doet een toeval het verhaal eerder slecht dan goed.

Moet je iets toevalligs schrijven?

In mijn voorbeeld gebeurde er na die avond niets speciaals meer. Ik ontmoette Zus of haar broer niet meer, waardoor (vul hier een mogelijk plotvervolg in) niet gebeurde. In een boek zou dat een anticlimax zijn: met zó veel toevalligheden schep je een bepaalde verwachting.
Als ik specifiek die broer moest ontmoeten, dan heeft het meerwaarde als het verhaalthema romantiek is. Het zwijmelgehalte stijgt er enorm van als die broer en ik een stelletje zouden worden. Moesten wij uiteindelijk collega’s worden, dan is dat toeval onnodige opvulling en had mijn broer ons simpelweg aan elkaar kunnen voorstellen, of we hadden elkaar op LinkedIn kunnen vinden.

Als dit gebeurt, moet je wèl een en ander uitleggen…. (Guus Geluk © Disney)

Vraag je daarom af: laat ik het aan het (absurde) toeval over, of laat ik alles wat normaler gebeuren? Het antwoord ligt vaak in de plaats van je verhaallijn.

Een goede plaats voor toeval in het plot

Een verhaal heeft een conflict nodig en moet daarom ergens vastlopen.
Een detective kan niet binnen twee dagen een moordzaak oplossen. Maar hij zou zijn vak niet verstaan als hij vergeet om getuigen te ondervragen. Als hij alle logische stappen al gevolgd heeft en er nog niet uitkomt, is toeval handig. Hij hoort iemand iets zeggen op straat en daar is zijn laatste puzzelstukje. Toeval is misschien een cliché-achtige oplossing, maar dat heeft een reden. Gebruik het wel verstandig; verkeerde timing van toeval kan gevolgen hebben voor:
* Logische opbouw van het verhaal;
* Geloofwaardigheid van het centrale conflict;
* Hoe realistisch je personages overkomen.

Gebruik toeval in je voordeel. Schrijf het alleen zo dat het er niet duimendik bovenop ligt. Tenzij toeval het thema van je verhaal is. Ga er maar mee spelen. Hou in de gaten dat toeval vatbaar is voor clichés.

Wanneer schrijf je iets toevalligs?

Een checklistje voor het gebruik van toeval:
* Is het toeval nodig voor het verhaalverloop? Heeft het een hoger doel?
* Is de toevalligheidsfactor niet te hoog? Kan – of moet!- het minder voor het gewenste effect?
* Bevindt het toeval zich op de juiste plaats in de vehaallijn?

 Zo kom je er uit wat er (toevallig) in je verhaal gebeurt!

“Is wat ik heb geschreven té toevallig?” Ik wijs je erop als je mij inschakelt voor manuscriptredactie. Kijk in mijn webshop voor de tarieven.

Hoe bepaal je een verhaalthema voor je boek?

Onvoorwaardelijke liefde, (on)trouw, verraad… Keuze genoeg voor verhaalthema’s. Maar hoe werk je ze goed uit? Een personagebiografie schrijven en schrijfonderzoek doen vormen een effectieve optelsom voor een goed geschreven verhaalthema.

Je verhaalthema uitwerken

Zorg dat verhaalthema logisch aansluit op je personage. Schrijf een bijbehorende personagebiografie. Onderzoek zijn leefwereld. Daarna kun je het verhaalthema bepalen. Wat zijn de normen en waarden van de maatschappij waarin je personage leeft? In hoeverre botsen die met die van je personage? Of heeft je personage daar juist zijn comfortzone en moet je het centraal conflict iets aanpassen?

Je schrijft over een vrouw die wil werken voor haar geld. Als ze in de Middeleeuwen leeft, is emancipatie vrijwel zeker een thema in je verhaal. Leeft zij in onze tijd, dan kan ze het hoofdpersonage zijn van elk denkbaar genre. Als ze voor emancipatie strijdt, dan moet ze meer doen dan alleen werken. Als je emancipatie je verhaalthema wil maken en nog geen personage hebt, kun je uitzoeken waar en wanneer emancipatie relevant en logisch is. Dan kun je een personage erbij verzinnen dat leeft in bijvoorbeeld de Middeleeuwen of in bepaalde niet-Westerse landen.

Onderzoek doen tijdens het schrijfproces

Je hebt je verhaalthema gekozen en de personagebiografie gemaakt. Nu is het tijd voor schrijfonderzoek. Naar de rechten van vrouwen in de Middeleeuwen, of de hedendaagse vrouwenbeweging. Maar wat als je een thema hebt dat niet aan tijd en plaats gebonden is, zoals liefde tussen moeder en kind, eenzaamheid of rouw?
Een thema heeft eindeloos veel mogelijke gezichten. Een tiener kan eenzaam zijn omdat hij door iedereen op sociale media wordt genegeerd. Een Amerikaanse oorlogsveteraan die door een mislukt re-integratietraject op straat belandt, ervaart eenzaamheid vanwege totaal andere redenen. Ook zal de mate van eenzaamheid verschillen. Ga goed na wat de oorzaak van je verhaalthema is en hoe dat je personage beïnvloedt. Onderzoek zo nodig eerst de effecten van sociale media bij tieners, of het beleid van de Amerikaanse regering betreft de opvang van veteranen. Ga vooral veel lezen als je je verhaalthema gaat bepalen.

Een schrijver moet veel lezen

“Je kunt geen schrijver zijn die niet leest.” Wat wordt daarmee bedoeld?
Als je veel leest, krijg je oog voor dingen die herhaaldelijk in verhalen terugkomen. Dan merk je wat goed werkt voor de leesbaarheid en waarom bepaalde dingen terugkomen. Sprookjes zijn een goed voorbeeld, met de regel van drieën. De held doet drie pogingen zijn doel te bereiken. De eerste keer mislukt het, de tweede keer mislukt het nogmaals, ondanks de nieuwe strategie. Pas de derde keer wordt het monster verslagen, de prinses gered… Repelsteeltjes naam wordt op de derde dag geraden, enzovoorts. Dit laat de moraal zien dat je met vallen en opstaan iets bereikt. Zoiets valt niet op als je maar één sprookje leest. Lees je er veel, dan wordt het uiteindelijk overduidelijk. Als je veel leest, zul je dus verhaalstructuren en schrijftechnieken gaan ontdekken.

Het pad naar goed schrijverschap is lezen. Veel lezen.

Hoe komt een verhaalthema tot stand?

Stel dat je leest over een vrouw die een scheiding aanvraagt als haar rijke man werkloos raakt. Dan kun je jezelf vragen stellen als:
* Wat zegt dit over de vrouw?
*Wat zegt dit over de man?
*Waarom werkt de vrouw niet?
*Waarom vindt de vrouw werkeloosheid een reden om de man te dumpen?
*Waarom schaamt de man zich als hij buiten zijn macht om ontslagen wordt?

Probeer deze vragen te beantwoorden, dan doe je al kleinschalig onderzoek. Met weinig moeite kom je een hoop te weten over de personages. Zo kom je meer te weten dan alleen een snelle aanname; de vrouw is een golddigger, de man is een zuiplap.

Achterliggende invulling van het verhaalthema

Ja, de man was alcoholist. Maar waarom drinkt hij? Als je erachter komt dat eenzaamheid de boosdoener is, dan is daar je verhaalthema. Was het vanwege een rotjeugd waar hij nooit overheen is gekomen? Dan is het verhaalthema trauma. De insteek van het verhaal verandert wanneer de man nooit drinkt en de vrouw de golddigger is. Zij brengt dan het verhaalthema hebzucht met zich mee. Maar als ze materiële zaken nodig heeft om bepaalde leegtes mee op te vullen, dan is het verhaalthema eenzaamheid. Die zaken komen niet uit de lucht vallen. Daarom is de personagebiografie nodig om het geheel rond te maken.

Betreft een biertje het verhaalthema genieten of alcoholisme? Dat ligt aan de biografie van je personage.

Persoonlijke invulling van het verhaalthema

Een verhaalthema kan veel invullingen hebben. Zo kan bedrog bijvoorbeeld slaan op vreemdgaan, landverraad of op een man die de bankrekening van een vriend leegrooft. Binnen deze subthema’s kunnen verschillende scenario’s voorkomen. Schrijf voor jezelf op wat je spannend of leuk vindt om te lezen en waar je je aan stoort. Dan weet je waar je zelf al dan niet mee wil gaan werken. Vervolgens kan je gaan spelen met elementen en bepalen wat je ombuigt, behoudt en hoe je je eigen verhaal uiteindelijk vormgeeft.

Boodschap van een verhaalthema

Onthoud dat bepaalde scenario’s onbedoelde of onbewuste boodschappen kunnen overbrengen.
Betrapt de vrouw haar man met zijn minnares op de keukentafel? Of vervangt hij de sloten als vrouwlief op shopweekend is met vriendinnen, zodat alleen hij en zijn minnares het huis nog binnen kunnen? Het eerste zal waarschijnlijk vanwege de sensatiefactor die alle verhalen in bepaalde mate moeten hebben, niet al te veel losmaken. Dat laatste kan de indruk wekken dat je beweert dat mannen harteloze, enkel op seks beluste en onbetrouwbare wezens zijn. (Nee, dan zijn niet alle mannen, je beschrijft nu Joe Sixpack.) Ongetwijfeld gaan sommige lezers zich daaraan storen en je boek wegleggen. Ook bij het uitwerken van je thema geldt: je lezer is niet dom.

Een goed uitgewerkt verhaalthema is heel belangrijk. Schakel mij in voor manuscriptredactie om te controlen of het goed tot zijn recht komt.