Drie-aktenstructuur: de tweede clue

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week de tweede clue: de confrontatie in het midden van het verhaal.

Zo ziet de drie-aktenstructuur eruit:

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

Zoals je kan zien in het schema staat de tweede clue zowel in het midden van het verhaal als in het midden van de tweede akte. De held van het verhaal bevindt zich ook in het midden van zijn reis. Dat betekent dat dit moment een zekere ideale balans heeft. De eerdere verhaalopbouw – waarvan de lezer nu een goed beeld heeft – betaalt zich uit voor de held. De tweede clue zelf is interessante actie, maar er wordt ook nog naderend onheil aangekondigd.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Alles wat de lezer op dit moment in verhaal weet, is het resultaat van eerdere uitwerkingen. In dit verhaalelement hoef je je niet druk te maken om wat je nog moet vertellen aan de lezer. Het is een clue, dus je moet vooral de actie van het moment benadrukken. Specifiek voor deze clue geldt dat je moet laten zien dat je held in de vorige elementen obstakels heeft overwonnen. Vanaf nu verdient die de titel van held dus ook echt. Laat je held niet bang zijn: het klappen van de zweep is bekend. Wek vooral de indruk dat deze held nergens voor terugdeinst. Als er ergens een moment is in het verhaal waarop de held met de spreekwoordelijke spierballen mag pronken, is het in deze clue.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

“De held denkt van wel, maar we zijn er nog niet…” Wat het ook is waar je held in de tweede clue de show mee steelt, laat het eindigen met het knagende gevoel dat er toch nog iets te wachten staat.
Je kan de tweede clue in twee stukken verdelen. In het eerste, grootste stuk is er de actie waarin de held alle vruchten van de eerdere elementen kan plukken. Op het einde van dat eerste stuk moet de held – al is het maar heel even- denken dat het gevecht erop zit en het einddoel is behaald. Maar dan komt het tweede stukje er nog aan dat een hint geeft naar het volgende element in het schema: toch weer een obstakel.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Weet wie de helpers van de held zijn en zorg dat zij als personages ook al de nodige ontwikkelingen hebben doorgemaakt. Geen enkele held lost alle problemen volledig in zijn eentje op. De vrienden of helpers van de held mogen dan niet de hoofdrol spelen in je verhaal, ze moeten als personage wel minstens net zo interessant zijn om over te lezen als over de held zelf.
Na dit verhaalelement komen de serieuze beproevingen. Daar gaat de held hulp voor inroepen van zijn helpers. Controleer (nogmaals) of de helpers op dit punt in het verhaal (nog steeds) interessant zijn. Anders worden latere beproevingen vervelend om over te lezen. Niets is zo saai als tijdens een spannend moment te moeten lezen over een (mede)personage met de persoonlijkheid van een tandenstoker.

Een valkuil van dit verhaalelement

De volgende situatie doet zich bij dit verhaalelement nogal eens voor: “Hé, mijn personage is al verzekerd van een plaatsje op de gerespecteerde universiteit. Maar ik ben pas halverwege het verhaalstructuurschema. O. Dan…nou ja… wordt moeder plotseling wel ernstig ziek.”
Zie je hoe geforceerd dat overkomt? Zo’n plotseling verzonnen conflict werkt niet. Je kan beter helemaal terug naar de tekentafel gaan en je verhaal in de basis verbeteren dan snel iets nieuws verzinnen. Anders kom je vroeg of laat met de verhaallijn in de knoop.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Photo door Humberto Portillo op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: stilte in een dialoog

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik fan ben van de documentaire Human van Yann Arthus Bertrand.
Ook bij deze schrijfoefening maak ik weer gebruik van deze diepgaande interviews.

De opzet van Human the movie

Human is eigenlijk niet veel meer dan een reeks interviews over allerlei aspecten van een mensenleven, afgewisseld door beelden van de wereld. (Maar het is wel meer dan prachtig!)
Soms aarzelen mensen voordat ze verder praten. Die aarzelingen zijn het uitgangspunt voor deze schrijfoefening.
Je gaat kijken hoe lang en wanneer de mensen aarzelen, kijken naar hun gezichtsuitdrukking op het moment dat ze dat doen en wat voor gedachte er achter die aarzeling lijkt te zitten.
Waarschuwing: er zitten interviews in deze selectie die heftige dingen erg specifiek omschrijven, waaronder beschrijvingen van mishandeling of (bijna-)moord (Sylver, Leonard, Zohar), en rouw (Aidan, Siobhan)

Voorbeelden van stiltes in een gesprek

Aarzeling lijkt te zeggenZoals te zien in het interview met
Ik moet mijn woorden zoekenJonathan Zohar Aidan Leonard Raul Milia
Laat wat ik zeg goed tot je doordringenZohar Zica Caleb
Ik kan (het gewicht van) wat ik wil zeggen niet in woorden uitdrukkenJonathan Caleb
Sylver
Zohar
Leonard
Ik word emotioneel en kan daardoor even niet pratenSiobhan Aidan Leonard Camille Robert
Ik besef nu pas hoeveel invloed dit onderwerp op me heeft (gehad). Er valt een kwartje, emoties die ik altijd heb vastgehouden komen nu los. Christian Caleb Katie
Siobhan Aidan Leonard Camille Milia Robert

Je ziet dat er meerdere dingen aan de hand kunnen zijn. Dat is interessant, want dat maakt een zin als ‘er viel een stilte’ plotseling erg riskant. Natuurlijk zal je met show don’t tell in de zinnen die volgen of eraan vooraf gaan wel wat meer duidelijk kunnen maken.
Ik heb dit overzicht concreet en kort proberen te houden. Misschien zie of hoor jij wel iets meer of iets anders in deze stiltes dan ik in de tabel schrijf. Dat brengt ons bij de hamvraag.

Hoe beschrijf je stilte in een gesprek?

Net zoals er verschillende manieren zijn om een stilte te interpreteren, zo zijn er ook verschillende manieren om stiltes te omschrijven. Waar je vooral op moet letten is:

* de eigenlijke woorden die je personage al dan niet uitspreekt
* wat bij je personage past
* het gebruik van regieaanwijzingen en beschrijvingen van expressie
* het moment waarop de stilte valt

Onuitgesproken woorden

Als er een stilte valt, worden er vaak bepaalde woorden niet uitgesproken. Dat kan je goed in deze interviews terugzien. Iedereen die woorden lijkt te zoeken of bij wie er een kwartje lijkt te vallen, laat blijken dat er nog een complete geschiedenis achter deze woorden zit. Een geschiedenis van relaties of emoties. Dan is het de kunst om die emoties of relaties in eerdere zinnen of scènes al duidelijk te hebben gemaakt. Oftewel: zorg dat duidelijk is (voor jou en je lezer!) waarom je personage even niets weet te zeggen, of waarom dat kwartje juist nu valt.
Zo zal Raul misschien nu pas beffen hoeveel hij van zijn vrouw houdt. Of hoort Robert zichzelf nu voor het eerst hardop zeggen dat hij niet de vader kan zijn voor zijn zoon die hij graag wil zijn.

Wat past er bij je personage? Wanneer valt de stilte?

Ieder personage reageert anders op situaties. Zowel in emoties als in de intensiteit ervan. Leonard en Aidan vormen een mooi contrast om te vergelijken. Beide mannen houden het uiteindelijk niet droog als ze het hebben over het gemis van liefde. Maar Leonard kan eerst nog heel beheerst spreken over het gemis en verkeerde begrip van liefde dat hij in zijn jeugd meekreeg. Hij begint ‘pas’ te huilen als hij omschrijft dat hij heeft geleerd wat liefde is, niet als hij spreekt over het het feit dat hij dat jarenlang niet gehad heeft. Die ‘inleiding’ kan hij nog relatief makkelijk vertellen. Aidan huilt ‘al’ zodra hij vertelt dat hij liefde van zijn vader mist.
Natuurlijk zijn hun situaties niet zomaar met elkaar te vergelijken. Leonard praat over levenslange mishandeling en de door hem gepleegde moorden, Aidan vertelt over een liefdevolle vader en nog verse rouw.
Maar het betekent wel dat beide mannen wel op een andere manier met hun emoties om (kunnen) gaan en om andere dingen stil vallen. Wat raakt jouw personage zo dat het erdoor stilvalt? Waarom is dat zo? Door diens geschiedenis, het karakter? De relatie met anderen? Deze geschiedenis van je personage is belangrijk om mee te nemen om de stiltes veelbetekenend te maken.

Expressie en regieaanwijzingen bij stilte

Op het moment dat je een spreekwoordelijke speld kan horen vallen, kijk dan vooral goed naar regieaanwijzingen en de expressie in het gezicht van je stilgevallen personage. Met name regieaanwijzingen (of sommige bijvoeglijke naamwoorden) moet je niet te groot inzetten. Dat zou zijn alsof je op een harde toeter zou blazen tijdens een plechtig moment. De intensiteit komt dan namelijk heel ‘snel’, waar een stilte juist een moment is wat je langzaam zou kunnen noemen. Het gesprek valt namelijk even stil. Je kan dan beter show don’t tell gebruiken of lichaamstaal of gezichtsexpressie beschrijven.

Kijk eens naar dit verschil:
“Ik ben gescheiden.” proest Milia beschaamt uit. Even later biedt ze herhaaldelijk haar excuses aan voor haar woorden, die ze brutaal lijkt te vinden.

“Ik ben gescheiden.” Milia begint te lachen, maar er wellen tranen in haar ogen op. Dan draait ze haar gezicht van me weg, terwijl ze haar tranen wegveegt. Ze blijft zenuwachtig giechelen en biedt haar herhaaldelijk excuses aan voor haar ongepaste woorden.

Als het langer duurt om te lezen, komt de stilte en daarmee de emotie erachter meer binnen bij de lezer. Zie stilte niet als iets wat koste wat kost (snel) doorbroken moet worden. Er zit vaak een schat aan informatie verborgen in een stilte die je durft te laten duren.

Voor je opschrijfboekje

Ik heb gebruik gemaakt van Human om concrete voorbeelden te kunnen geven. Maar deze oefening is ideaal voor in je opschrijfboekje. Details zoals gezichtsexpressie en stiltes in een gesprek vergeet je namelijk relatief snel. Wees alert op de wereld om je heen en houd pen en papier paraat 🙂

Foto door Ernie A. Stephens op Unsplash


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.



Drie-aktenstructuur: het tweede obstakel

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? In het zesde element volgt er wederom een obstakel.

Zo ziet de drie-aktenstructuur eruit:

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

Het verhaalelement hiervoor was een obstakel en dit is er weer een. Bovendien staan beide obstakels op het lijntje van de stijgende spanningsboog. Maar waar het eerste obstakel na de clue kwam, komt dit obstakel vóór de nieuwe, tweede clue. Dat maakt een belangrijk verschil. Zowel het tweede obstakel als de tweede clue hebben meer voeten in de aarde dan hun eerdere varianten.  

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Zowel de lezer als het personage weten intuïtief dat dit tweede obstakel eraan zat te komen en dat het moeilijker zou worden dan het eerste. Een verhaal is immers een groeiproces, en dus niet in een keer klaar. Maak gebruik van die kennis. Daag je personage uit en maak het tweede obstakel moeilijker dan het eerste. Dat is niet alleen nodig voor de stijgende spanningsboog, maar ook omdat direct hierna de tweede clue komt: weer een belangrijk keerpunt. Dan moet duidelijk worden dat het personage zich daar klaar voor heeft gemaakt. Met zichzelf eenmalig op de proef stellen, bewijst het personage niet meteen dat het een lange heldenreis aankan. Doe het dat twee keer, dan krijgt de lezer al meer vertrouwen dat het personage de heldenreis die het begonnen is ook waardig is.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Hoewel het echte moment van vallen en opstaan pas later komt, moet je personage hier laten zien dat het niet zomaar opgeeft. Zonet is er een beproeving geweest en nu is er weer een. Meteen hierna komt er bovendien weer een keerpunt, wat een beroep zal doen op de ruggengraat van je held. Het tweede obstakel is niet het zwaarste moment dat je personage zal meemaken, maar het is wel een goed moment om te laten zien uit wat voor hout het gesneden is. Houd wel in gedachten dat je protagonist nog een groot deel van het verhaal voor zich geeft om in te kunnen groeien: het hoeft dus nog (lang) niet alles te kunnen.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Vanzelfsprekend moet je de uitdagingen kennen die je personage in dit deel van het verhaal tegen gaat komen. Met name bij het tweede obstakel is het belangrijk dat je weet hoe je nuances in de uitdagingen kan aanbrengen om ze zo niet exact hetzelfde te maken. Zowel in de narratieve zin als in de mate waarin je personage op de proef wordt gesteld.

Wat moet je geheimhouden of niet doen in dit verhaalelement?

Bij het tweede obstakel is het belangrijk dat je personage het gevoel krijgt dat het diens uitdagingen onder de knie begint te krijgen. Het heeft in het vorige obstakel iets geleerd en kan en gaat daarmee verder. Je personage mag in dit verhaalelement niet of nauwelijks aan zichzelf twijfelen. Anders kan het de volgende stap niet aan. Twijfels komen er nog meer dan genoeg, maar dit is niet het goede moment daarvoor. Integendeel: het tweede obstakel is bij uitstek het verhaalelement voor zelfvertrouwen bij je personage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dobbelstenen: schrijfprompt en anti-writersblock

Een schrijfprompt is een zinnetje, woord of gegeven dat je hoort te inspireren of een idee kan geven om ergens over te schrijven. Dobbelstenen zijn daar een goed middel voor. Ze geven je namelijk veel meer ideeën dan het aantal zijden die een dobbelsteen heeft.

Hoe werk je als schrijver met dobbelstenen?

Ik kwam de dobbelstenen als schrijfprompt voor het eerst tegen toen ik nog logopediste was. De praktijk waar ik werkte had story cubes. Dat zijn dobbelstenen met plaatjes. Je rolt de dobbelstenen, legt ze in een volgorde en gaat dan een verhaal maken aan de hand van de plaatjes die je ziet. Een beetje alsof je een stripverhaal moet bedenken. Een uitgebreidere uitleg vind je hier.

Zelf dobbelstenen maken

Je kan de story cubes kopen om je op weg te helpen, maar dat vind ik persoonlijk niet nodig en bovendien ook een beetje te makkelijk 😉
Schrijf zelf ideeën op, geef ze een nummer en rol een dobbelsteen. Op deze website kan je een of meerdere digitale dobbelstenen rollen. Onder het kopje non conventional dice roller kan je elk gewenst getal invullen, zodat je je niet hoeft te laten beperken door de zes zijden van een traditionele dobbelsteen.

Hoeveel dobbelstenen heb je nodig om een verhaal te maken?

Om een verhaal te kunnen maken, heb je minstens drie dobbelstenen nodig, voor het begin, midden en einde van een verhaal.
1: er was eens (een kikker)
2 toen (vond een vriendje)
3 einde. (nu is hij blij)

Of zoals de story cubes het aanpakken:
1) brief (er was een mysterieuze brief)
2) alienhoofd (die van een alien zou zijn)
3) smiley (maar dat bleek een grap)

Als je een uitgebreidere schrijfprompt wil, heb je meer dobbelstenen nodig. Een limiet van aantallen is er niet, maar houd wel de volgende regel aan: voor iedere extra dobbelsteen gebruik je een voegwoord om alles aan elkaar te breien.
Denk aan:
* maar (toen../ dan…)
* want
* terwijl
* omdat

Stel dat je één dobbelsteen wil toevoegen aan het voorbeeldje van de storycubes. Je houdt in gedachten dat het woord ‘maar’ de vierde dobbelsteen vormt en je krijgt:
4) krant (maar toen verscheen een foto van een UFO in de krant)

Wat zet je op de dobbelstenen?

Je kan alles wat je maar wil op de dobbelstenen zetten, zoals woorden of afgebakende begrippen/onderwerpen. Die kan je weer onderverdelen in categorieën zoals:
* beroepen
* karaktereigenschappen
* nare gebeurtenissen
* plaatsen

en allerlei andere dingen die onderdeel kunnen zijn van een personagebiografie, verhaalthema, of centraal conflict.

Je kan ook zinnen gebruiken. In dat geval is het handig als je die zinnen per ‘setje’ van dobbelstenen bepaalt. Bijvoorbeeld de eerste voor personage-introductie of plaats, de tweede voor een gebeurtenis en de derde voor een opzet voor een start van een conflict. Dan krijg je een dobbelsteenschema zoals dit:

Cijfer Dobbelsteen 1 Dobbelsteen 2Dobbelsteen 3
1Een schooljufgaat in een sjieke keuken werkendan gaat het stormen
2Een jongetje van zeskomt op de kermismaar heeft geen telefoon
3Een pratende zebramaakt een kampvuuren valt plotseling in slaap
4Een stewardesszit bij de kapperin het buitenland
5Een chemicuskoopt een videospelletjeen verdwaalt onderweg naar huis
6Een groenteboerontvoert een multimiljonairen komt daarmee in de krant

Dat is de basis van het werken met dobbelstenen als schrijfprompt. Maar je kan er nog wat mee.

Dobbelstenen gebruiken bij een writersblock

Soms krijg je een (klein) writersblock omdat je op een obstakel stuit waar je niet op had gerekend. Dan kan je dobbelstenen gebruiken om erachter te komen wat de precieze oorzaak is van de blokkade.
Hiervoor moet je wat geduld hebben; je zal vaak met de dobbelstenen moeten rollen, de dobbelstenen soms moeten herzien en bij sommige uitkomsten veel moeten opschrijven en uitwerken in je opschrijfboekje om tot de nodige conclusies te komen.

Het principe is gebaseerd op het idee dat je soms moet weten wat niet werkt, om zo langzaam maar zeker erachter te komen wat wel werkt. Daar zijn dobbelstenen uitermate geschikt voor, omdat ze door hun willekeurigheid soms bizarre resultaten opleveren. Een casus laat dit het beste zien.
Stel dat je een stelletje maar niet gekoppeld krijgt en je niet weet waarom. Neem dan drie dobbelstenen:
1) personage
2) gegeven
3) omdat/daardoor

Vul hier alleen ‘echte’ gegevens in. Dus: zaken uit de personagebiografie die vaststaan, waar jij wil dat het plot naartoe gaat, of elementen uit het centraal conflict (of die je daar graag in zou willen zien). Dit levert dan het volgende dobbelsteenschema op:

Cijferdobbelsteen 1dobbelsteen 2dobbelsteen 3
1Donald is moe en wil daarom niet uit gaan eten
2Donaldis bluten voelt zich daardoor onzeker
3Donaldweigert zijn/haar ongelijk toe te gevenen geeft daardoor nooit complimentjes
4Katrienis ijdelen is daarom egocentrisch
5Katrien is kieskeurigen heeft daarom geen tijd voor de ander
6Katriendurft niet in het openbaar gezien te wordenen heeft daardoor bindingsangst


Onherroepelijk krijg je een aantal belachelijke resultaten als je dit probeert. Donald is moe en heeft daardoor bindingsangst. Tuurlijk…
Maar iets als Katrien is ijdel en heeft daardoor bindingsangst kan minder vergezocht klinken als het lijkt of is. Wie weet is ze wel bang dat Donald haar verlaat op het moment dat hij haar niet meer mooi vindt. Daar is je aha-momentje!
Stel, je rolt: Donald is kieskeurig en wil daarom niet uit gaan eten. Je denkt: dat is meer iets voor Katrien, want die wil altijd bij de vergulde vork gaan eten. Oordeel niet te snel! Katrien lijkt het kieskeurigste omdat zij altijd luxe uit eten wil gaan, maar zeg tegen Donald dat het etentje meer dan twintig euro gaat kosten en hij zal zich ook twee keer bedenken. Zeg je in eerste instantie “Dat past beter bij het andere personage” bedenk dan vooral waarom je dat denkt voordat je deze optie als onzin bestempelt of het op een ander personage schuift. Je kan zomaar eens op een blinde vlek zijn gestuit…

Foto door Ugo Mendes Donelli op Unsplash.



Drie-aktenstructuur: het eerste obstakel

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week het eerste obstakel, waar de held voor het eerst moet laten zien wat die echt waard is.

Zo ziet het schema eruit:

Waar staat dit verhaalelement?

Het eerste obstakel komt na de eerste clue. Dat was het eerste echte moment dat de held in actie moest komen. Maar toen heeft de held slechts laten zien dat die zich ergens voor wil inzetten. Nu komt het eerste obstakel dat zegt: “Bewijs dat nu dan ook maar in daden.”

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

De lezer weet wat er op het spel staat, dat is in de clue duidelijk geworden. Een lezer weet intuïtief  dat in een verhaal niets zonder slag of stoot gaat. Met andere woorden: dat er een obstakel aankomt. Dat moet meteen na de eerste clue komen. Er is niets zo saai als wachten op een tegenslag waarvan je weet dat die toch gaat komen. Denk aan de vergelijking met de gladiatorenarena uit het vorige artikel. Stel dat een gladiator in de arena in vol ornaat de arena instapt en vervolgens de mededeling klinkt: “Beste toeschouwers, nog even geduld alstublieft, de tegenstander heeft zijn broodje kaas nog niet op.”
Dat is funest voor de spanningsboog en bovendien zou je het personage de kans geven om de arena uit te rennen. Die twijfels heeft het in het derde verhaalelement al gehad. Het duurt nog even voordat die weer terug mogen komen.

Plaats van het obstakel in het schema

Je ziet in het schema onder de twee obstakels ‘ascending action’ staan. Dat is de oplopende spanningsboog. Zie je dat die gestaag omhoog loopt? Het eerste obstakel is een soort test: je held zal zich al wel moeten bewijzen, maar loop niet te hard van stapel.
Als een uitverkoren boerenjongen uiteindelijk de hele wereld moet redden, is hij in de eerste clue naar het paleis van de koning vertrokken. Zijn eerste obstakel is het trainingskamp waar hij een zwaard leert te hanteren en met dat wapen mag oefenen op een strooien vogelverschrikker.
Het eerste obstakel is wel degelijk serieus: als de boerenzoon niet eens een dummy kan verslaan, dan heeft het land een groot probleem. Maar bedenk ook dat meteen na het eerste obstakel het tweede volgt. Je held krijgt dus geen tijd om uit te rusten tussen de twee obstakels in. Het eerste obstakel is het zoeken van de balans tussen ‘serieuze oefening’ en ‘zoetjes aan beginnen aan de missie.’

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Het is hier handig om te weten waar je personage zelfvertrouwen uit haalt, door gemotiveerd wordt of aan wie het hulp vraagt als het ergens vastloopt of iets toch nog niet helemaal durft. Je personage móet verder, er is geen weg terug. Als je weet waar het energie uit kan halen, dan kan je je personage daarmee motiveren. Zorg ervoor dat je personage er zin in blijft hebben. Net als je lezer weet je personage ook dat nog niet alles over is na dit eerste obstakel. Zorg er dus voor dat het vooruitzicht op meer of grotere uitdagingen ook voor je personage behapbaar blijft.

Wat moet je geheimhouden in dit verhaalelement?

Je personage mag weten wat diens einddoel is, zoals een koene ridder weet dat hij de draak moet verslaan. Maar het mag niet doorhebben hoe gevaarlijk dat daadwerkelijk is of kan worden. In dit eerste obstakel moet het optimisme of de naïviteit betreft het avontuur aangaan de overhand houden bij het personage.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Matthew Hamilton op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een schrijfwedstrijd winnen: een goed verhaal kiezen

Als je een schrijfwedstrijd wil winnen, moet je niet alleen goed kunnen schrijven. Je moet weten waar een jury op let en je tekst moet op kunnen vallen. Dat vergt wat extra voorbereiding: hoe kies je een verhaal uit dat je gaat schrijven voor een schrijfwedstrijd?

Welk verhaal kies je uit voor een schrijfwedstrijd?

Als je aan een schrijfwedstrijd meedoet, schrijf je meestal al wat langer of in ieder geval graag. Het verhaal dat je inzendt voor de schrijfwedstrijd, is niet het eerste en het enige dat je geschreven hebt. Je zal over meer dan één onderwerp willen schrijven. Vorig jaar schreef je een feelgood die zich afspeelde in het buitenland en waar de cocktails rijkelijk vloeiden. Nu ben je met een roman bezig waarin het leven met Alzheimer centraal staat. Zo kan je meerdere verhalen in gedachten hebben. Om eerst maar even een aantal open deuren in te trappen:

Zend dit/ een verhaal in voor een schrijfwedstrijd als:Zend geen/dit verhaal niet in voor een schrijfwedstrijd als:
het toegestane genre je aanspreekt.het genre je ècht niet ligt. Je mag gerust eens een uitstapje maken naar een ongeoefend genre, dat is zelfs goed om alert te blijven op je schrijftechnieken en je schrijfontwikkeling. Maar als je een genre echt vreselijk vindt om te schrijven, ziet een jury dat bijna altijd in je tekst terug en ga je niet winnen. Zonde van de tijd, zeker als je er niet eens lol in hebt.
het schrijven je plezier oplevert.de inzending 3000 woorden mag bedragen en je niet weet hoe het nog incomplete verhaal daarna verder gaat. Ook al zendt je een hoofdstuk in van een boek, je moet het vervolg wel weten. Voor het geval je een uitgeverscontract kan winnen, of gewoon om die eerste 3000 woorden goed tot hun recht te laten komen.
je een uitdaging aandurft.Je het niet hebt nagekeken voordat je het naar de jury opstuurt. Niets laat een tekst zo snel op de afgekeurde stapel belanden als een tekst die fan spellinsvouten an elkaar hangt en waarvan iedereen kan sien d at de scrijver geen mieote heeft gedaan het nog eens ddoor te lezen.
je van jezelf niet per se hoeft te winnen.je de tijdsdruk van een deadline niet aankan/ de deadline niet kan halen zonder te veel stress. (Een afgeraffelde tekst wint vrijwel nooit.)

Past het verhaal bij een schrijfwedstrijd?

Je hebt een verhaal gekozen dat je graag zou willen schrijven, maar weet je ook of het past bij een schrijfwedstrijd?
Nog buiten de wedstrijdvoorwaarden (het woordenaantal, het toegestane genre, enzovoorts) zijn er nog wat andere dingen die een verhaal geschikt(er) maken voor een schrijfwedstrijd. Hiervoor moet je een beetje in het hoofd van de jury kijken en weten wat er op dat moment populair is binnen het genre dat je schrijft. Met een beetje voorbereidend werk kom je vaak al een heel eind! Stel jezelf de volgende vragen:

* Wie is de jury?
– Als een uitgever een schrijfwedstrijd uitschrijft, kijk dan ook eens naar de fonds van die uitgever. Als je een verhaal schrijft dat daarbij aansluit, vergroot je je winkansen.
– Als een organisatie of persoon eerder een schrijfwedstrijd heeft georganiseerd, kijk dan eens naar eerdere winnaars. Een verhaal heeft niet voor niets gewonnen. Iets in het winnende verhaal sprak de jury aan. Kun je bedenken wat dat zou kunnen zijn?
– Als een schrijfcoach of een schrijversgroep de wedstrijd organiseert, kan je misschien wel uitvinden wat de stokpaardjes zijn van de organisator. Dat kan een bepaalde schrijfstijl zijn, maar het kan ook betekenen dat de jury gevoeliger is voor goede worldbuilding dan voor een mooi uitgewerkte dialoog. Daar kan je dan proberen op in te spelen.
Waak er wel voor dat je niet puur gaat schrijven wat je denkt dat de jury mooi gaat vinden. Dat weet je immers nooit zeker en de jury zou bovendien ook nog eens door dat trucje heen kunnen prikken…

* Wat kenmerkt mijn genre?
– Een goed begin is het halve werk. Schrijf eens voor jezelf op wat essentieel is voor je gekozen genre. Een romantisch verhaal kan niet zonder tortelduifjes, dat snapt iedereen. Maar wat kan je nog meer bedenken? Schrijf ook dat eens op. Dan staat je verhaal al een stuk steviger in de steigers. Hoe kan en wil jij vervolgens een draai geven aan die bekende tropes?
– Wat betekent het concreet om een unieke draai te geven aan een veelgebruikte trope?
Verhalen zijn net als zoveel dingen aan mode onderhevig. Dat heeft zowel een voordeel als een nadeel bij schrijfwedstrijden. Je kan veelgebruikte tropes in je voordeel gebruiken: als je schrijft wat actueel en populair is, bewijst dat dat je weet wat er speelt in schrijversland en dat je daarop in kan spelen. Een nadeel is dat als iedereen dat doet, je binnen de schrijfwedstrijd de kans loopt om met een cliché aan te komen zetten. En dan val je weer niet voldoende op. Vooraf weet je nooit wat de andere deelnemers gaan schrijven. Bovendien weet je niet wat de jury specifiek mooi(er) vindt: de kleinste details kunnen daarin het verschil maken. Maar als je weet wat je schrijft en ook waarom, ga je in ieder geval goed voorbereid de schrijfwedstrijd in.

* Forceer ik niet te veel?
Meedoen aan een schrijfwedstrijd kan een goede manier zijn om te oefenen voor als je de ambitie hebt om ooit bij een uitgever aan te kloppen. Je zorgt dan immers ook voor een goede voorbereiding. Maar je kan daarin ook doorslaan. Als je eindeloos gaat kijken wat de uitgever mooi vindt, raak je vroeg op laat het zicht op je eigen verhaal en je schrijversstem kwijt. Dat is nooit de bedoeling. Als je merkt dat je voor een schrijfwedstrijd al net zo krampachtig probeert je verhaal ‘goed’ te maken om maar aan een wens van een jury te voldoen, laat dat dan een vriendelijke herinnering zijn dat je de teugels wat dat betreft wat meer mag laten vieren.

Foto door Fahrul Azmi op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Drie-aktenstructuur: de eerste clue

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leert de schrijver ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Waar in het schema staat een verhaalelement? Maar belangrijker nog: waarom is dit verhaalelement in het schema opgenomen en wat is de meerwaarde daarvan? Deze week, in het vierde verhaalelement, komt de eerste clue aan bod. Het eerste echte moment van actie.

Zo ziet de drie-aktenstructuur eruit: 

Waar staat dit verhaalelement?

De eerste clue vormt het einde van de eerste akte en het begin van de tweede. De belangrijkste introductie van het verhaal is gegeven. Een clue is een verhaalelement waarbij duidelijk blijkt dat er een keerpunt is in het verhaal. Dat wat er gebeurt heeft duidelijke invloed op het personage en de rest van het plotverloop. Eerst maakte het personage relatief weinig tot niets mee, maar vanaf nu moet het uitdagingen en veranderingen onder ogen zien. De eerste clue is van alle clues het duidelijkst: er komt actie en dat houdt voorlopig (lees: gedurende vrijwel het hele boek) aan.

Wat weet de lezer al op dit punt in het verhaal?

Je kan dit verhaalelement vergelijken met een gladiator die op het punt staat de arena in te stappen. De lezer en je personage weten dat er een gevecht gaat komen en wat dat grofweg in gaat houden. Alles wat je lezer tot nu toe over het verhaal en je personage te weten is gekomen, heeft in grote lijnen laten zien welke wapens de metaforische gladiator meeneemt in de arena. Zijn karaktereigenschappen, dromen, angsten…Daardoor weet de lezer ook bij benadering in welke mate en in welk opzicht je personage zal slagen of zal falen bij het eerste moment waarop het echt in actie moet komen.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Tijdens de eerste clue moet de volle aandacht gaan naar de actie waar de eerste akte naartoe heeft gewerkt. Later in het schema komen er momenten van reflectie of rust, maar de eerste clue is het moment waarop het verhaal in volle gang wordt gezet. Je moet dus niet zozeer iets duidelijk maken met hints of verwijzingen, maar ‘gewoon’ in actie komen.

Enkele eenvoudige voorbeelden:

  • Als de eerste akte ging over voorbereidingsdagen voor de universiteit, dan is de eerste clue de dag van de eerste colleges.
  • Is jouw personage iemand die altijd al wilde schrijven? Tot nu toe kwam het nooit verder dan notities in een boekje. Deze keer is het wel serieus: de notities liggen klaar, de twijfels zijn geweest: nu gaat er daadwerkelijk getypt worden in de tekstverwerker.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Waarschijnlijk heb je geen problemen met de inhoud van je verhaal bij de eerste clue. Dit is namelijk waar het boek over gáát. Het verhaal over de eerdergenoemde schrijver is inhoudsloos als je niet ergens benoemt dat hij ooit start met zijn grote uitdaging. En het studentenleven begint nu eenmaal met een studie. Wat je wel in de gaten moet houden, is de veerkracht van je personage. Meteen na dit verhaalelement volgt namelijk het eerste obstakel. Daarin komt er een tegenslag in de heldenreis. Als je personage dan geen of te weinig ruggengraat heeft, durft het niet verder en stopt het vroegtijdig. Schrijf daarom globaal hoe sterk de ruggengraat van het personage op dat moment is. En licht alvast een tipje van de sluier op wat het komende obstakel gaat zijn. Dan houd je het verhaal spannend.

Volgende week meer over dit eerste obstakel!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Elizaveta Dushechkina op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Waarop beoordeelt een jury inzendingen voor een schrijfwedstrijd?

Er is weer een schrijfwedstrijd van start gegaan op verhaalentaal.blog! Reden genoeg om ook eens te kijken naar hoe je schrijfwedstrijden kan winnen. Natuurlijk moet je een goede tekst schrijven, maar wat is een goede tekst dan precies? Kon je maar in het hoofd van de jury kijken… Zullen we dat dan eens doen? 😉
Dit zijn zaken waar een jury op let bij inzendingen van een schrijfwedstrijd.

De slush pilemethode

Ken je het principe van de slush pile? Die manier van selecteren gebruikt een jurylid van een schrijfwedstrijd ook. Als een tekst niet meteen prikkelt, dan wordt die aan de kant gelegd.
Iedereen, beginner of gevorderde, mag meedoen met een schrijfwedstijd. Meestal trekken schrijfwedstrijden ook schrijvers van beide niveaus aan en een jurylid weet dat. Dus als het jurylid een inzending ziet die start met:

Zoals iedere donderdagmorgen ging Kees naar kaasboer Pietje op de markt.
“Ha Pietje. Lekker weertje hè?”
“Jazeker, Kees. Pondje jong belegen, zoals altijd?”

dan wordt die meteen opzij gelegd. In deze tekst begint met een infodump een een jurylid weet dat:
* starten met een infodump (die ook nog eens routine betreft) een beginnersfout is. Als je wat meer ervaring hebt met schrijven, is het schrappen van de infodumps meestal een van de eerste dingen die je qua schrijversinzicht leert. Deze schrijver heeft dus nog geen echt schrijversinzicht. Dat maakt de kans op verbetering van de schrijfkwaliteit in de zinnen, alinea’s en pagina’s die volgen zeer klein.
* er óók deelnemers zijn die niet met infodumps starten en dus beter kunnen schrijven. Dan gaat het verhaal over kaasboer Pietje dus al niet meer winnen.

Een goede openingszin

Tenzij je met net zo’n overduidelijke infodump als hierboven begint, hoef je niet bang te zijn dat je verhaal na drie zinnen of een tiental woorden al wordt afgekeurd. Maar probeer zeker in de eerste grofweg honderd tot honderdvijftig woorden al een wat- of waaromvraag bij de lezer op te roepen, zoals bij een pageturner.

De openingszin van ‘Trots en vooroordeel’ van Jane Austen wordt vaak de beste aller tijden genoemd:

“Iedereen is het erover eens dat een alleenstaande man die een groot vermogen bezit, een vrouw moet hebben.

Waarom is deze zin zo goed? Omdat die het hele verhaal, en het thema, en de heldenreis samenvat. Bovendien kom je er later ook nog achter dat je Austen zelf aan het woord ziet en dat ze hiermee een – nog verborgen- cynisme over deze stelling uitdrukt. En dat in een zin!
Maar ook als je dat allemaal (nog) niet wist van dit beroemde boek, dan gaat de pageturnerregel alsnog op:
Waarom is iedereen het daar over eens? Wat speelt er in het leven van het personage dat dit überhaupt ter sprake komt? Wie stelt dit? Een welgestelde man die pocht met zijn vrouw? Een vrouw die pocht dat ze een welgestelde man gevonden heeft? Een vrouw die een man zoekt? De mogelijkheden zijn eindeloos en je wordt meteen nieuwsgierig gemaakt naar het wie, wat en waarom.

Beheersing van de basis

Als je een schrijfwedstrijd wil winnen, moet de basis van het schrijven onder de knie hebben. Hoewel de meningen van juryleden zullen verschillen wat precies basistechnieken zijn en wat al wat meer richting een volgend niveau van schrijfvaardigheden gaat, zijn de volgende vaardigheden wel echt essentieel voor een vertrekpunt voor het schrijven van een goede tekst:
* het kunnen identificeren en voorkomen van infodump;
* beheersing van show don’t tell;
* een heldenreis kunnen schrijven zonder een Mary Sue
* een consistente verhaallijn: je springt niet van de hak op de tak, zowel qua gebeurtenissen als qua spanningsboog.

Een origineel verhaal

Het lijkt misschien een open deur, maar zorg ervoor dat je verhaal origineel is. Zeker als je meedoet aan een schrijfwedstrijd voor een specifiek genre, is de kans groot dat veel anderen schrijvers met dezelfde tropes aan de slag gaan. Dat is ook niet zo gek. In een romantisch verhaal komt immers ook vaak een onbereikbare liefde voor, in een horrorverhaal moet er bloed in het rond spatten en een feelgoodroman draait ook bijna altijd om een groepje vriendinnen.
Uiteraard heeft dat ook zijn limieten: een romantisch verhaal zonder een verliefd hoofdpersonage schiet niet op. Maar probeer in ieder geval te laten zien wat er dan wel anders is aan jouw personage of plot. Wat maakt jouw verhaal géén dertien in een dozijn? Laat daarvoor bijvoorbeeld unieke karaktertrekken van jouw personage goed naar voren komen, of sla een onverwachte weg in met een trope die al talloze keren is gebruikt.

Je eigen schrijversstem

Een van de manieren om op een positieve manier op te vallen met je inzending, is om je schrijversstem goed naar voren te laten komen. Je kan je kansen vergroten om een schrijfwedstrijd te winnen door te weten wat er populair is en wat binnen je genre goed aanslaat bij lezers- daarover in een latere blogbost meer- maar trap niet in de val dat je schrijft om op te vallen omdat je dan beter denkt te kunnen scoren. Dan komt je tekst eerder over als een slechte imitatie van andermans werk en dan ga je zeker niet winnen. Met een goede schrijversstem val je ook op!
Als je nog geen unieke schrijversstem hebt, kan je nog steeds meedoen aan een schrijfwedstrijd. Een schrijversstem is ook niet iets wat je kan afvinken op een checklist, dus ga er niet te verwoed naar ‘zoeken’.
Je kan wel proberen om een verhaal eerst volledig uit te schrijven, het te herlezen en dan te bedenken hoe je het nog net iets origineler kan maken. Voeg bijvoorbeeld wat meer van je unieke humor toe of schrijf wat meer sfeeromschrijvingen in de tekst, als jij dat een mooie schrijfstijl vindt. Wie weet wat de jury ervan vindt!

Dit zijn een aantal tips, maar de belangrijkste is dat je tijdens het schrijven niet te veel aan de jury denkt. Dat blokkeert je schrijfproces. Houd de bovenstaande punten in je achterhoofd, maar ga vooral met plezier de uitdaging van de wedstrijd aan.

Succes!

Foto banner door Brooke Cagle op Unsplash.


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Drie-aktenstructuur: de bedenkingen

In de serie ‘Drie-aktenstructuur’ leer je ieder verhaalelement van het drie-aktenstructuurschema beter te begrijpen. Dit schema helpt je jouw verhaal in stappen op te bouwen en om een goede spanningsboog te behouden. Als je verhaal vastloopt, kan je dit schema gebruiken om te zien waar je nog iets moet aanpassen. Er zijn vijftien verhaalelementen, deze week bespreken we het derde: de second thoughts, het moment dat je personage gaat twijfelen en allerlei ‘ja-maars’ gaat bedenken.

Three act structure second thoughts

Waar staat dit verhaalelement in het schema?

De second thoughts staan op een ongemakkelijke plaats in het schema; één stapje na dit element staat er een explosietekentje op je personage te wachten.
Stel je voor dat je personage dat zou zien. In het vorige verhaalelement moest het al de comfortzone verlaten en nu ziet het ook nog eens dat het richting (letterlijke) explosieven gaat. Dan krijg je reacties als:

  • Hó eens even!
  • Ja, maar dát ga ik niet doen!
  • Even op de rem, denk je nou echt dat ik dat kan?

Zie het tweede element als het moment waarop je personage intuïtief aanvoelt dat er geen echte dreiging van leven of dood in het spel is, maar daar diep vanbinnen toch bang voor blijft. Het heeft zin in een avontuur of heeft met het verlaten van de comfortzone besloten dat sommige dingen het waard zijn om voor te strijden. Maar twee meter voor de ingang van de metaforische arena wordt het toch nog eng. Daardoor blijft je personage twijfelen en bedenkt het allerlei ja-maars:

  • Ja, maar daar ben ik niet slim genoeg voor.
  • Ja, maar wat als het niet lukt?
  • Ik kan wel zeggen dat ik ga vechten, maar ik heb nog nooit een geweer vastgehouden.

Wat moet er in dit verhaalelement gebeuren of duidelijk worden?

Technisch gezien gebeurt er in dit verhaalelement niets anders dan dat je personage aan het twijfelen slaat en de ja-maars hoogtij vieren. Je personage krijgt pas in het volgende verhaalelement een schop onder het achterste, waardoor het verhaal (weer) op gang komt. Wat dat betreft is dit verhaalelement narratief gezien relatief langzaam en saai. Maar het is zeker niet onbelangrijk of over te slaan! Dit is een mooi moment om te laten zien dat je personage imperfect is. Een perfect personage zou immers geen angsten of twijfels hebben. Deze twijfels maken je personage menselijk en dat maakt dat de lezer zich met het personage kan identificeren. Maak dus duidelijk wat de tekortkomingen van je personage zijn of wat het nog moet leren. Oftewel: wat de heldenreis in gaat houden. Dit verhaalelement is perfect om je lezer gehecht te laten raken aan het personage: het heeft een conflict aan te gaan, net als normale mensen.

Wat moet je weten over je verhaal als je dit verhaalelement gaat schrijven?

Bij het vorige verhaalelement heb je voor jezelf opgeschreven wat de angsten van je personage zijn. Angsten kunnen een goede drijfveer zijn, maar bedenk in deze fase ook wat de dromen van je personage zijn. Waardoor wordt het gemotiveerd? Een prettig vooruitzicht kan helpen om uit het cirkeltje van ja-maars te stappen.
Je kan met een ernstig vooruitzicht dreigen om je personage over de streep te trekken. Maar dan bestaat het risico dat je personage alsnog bevriest in angst en het verhaal alsnog niet van de grond komt.
Of je nu dreigt met een grote angst of een vervulde droom in het vooruitzicht stelt, zorg er in ieder geval voor dat je personage een tipje van de sluier krijgt van wat er achter de horizon lonkt. Dan komt het altijd in beweging.

Hierna is het vierde verhaalelement, de eerste clue: een belangrijk en terugkerend element in een verhaal.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Afif Ramdhasuma op Unsplash

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: 300

Hoera! Over een aantal maanden wordt de driehonderdste schrijftip op verhaalentaal.blog gepubliceerd. Reden voor een feestje: tot dat heugelijke moment heb jij de tijd om een verhaal te schrijven voor een nieuwe schrijfwedstrijd.

Schrijfwedstrijd ‘300’

In de tweede week van het nieuwe jaar verschijnt de driehonderdste schrijftip op verhaalentaal.blog. Het getal drie en de meervouden daarvan staan daarom centraal in deze schrijfwedstrijd.
Je gaat een tekst schrijven van maximaal negenduizend woorden waarin een drie-eenheid centraal staat. Wat je onder een drie-eenheid verstaat, mag je zelf beslissen. Enkele voorbeelden:
* Vader, Zoon en Heilige Geest
* Vader, moeder en kind
* Lichaam, ziel en gedachten
* Rood, geel en blauw
* Lengte, breedte en hoogte
* Massa, snelheid en kracht
* Vast, vloeibaar en gas

Enzovoorts. Ieder genre is welkom.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 9000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een deel van een ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Wedstrijdvoorwaarden schrijfwedstrijd 300

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 9000 woorden.
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 13 oktober 2022 tot en met 13 januari 2023. (De dag waarop de driehonderdste tip verschijnt 🙂 ) Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: 300.

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Foto door Ariel op Unsplash