Drie factoren die de stem van je personage bepalen

Als je personage een heel eigen stem(geluid) heeft, maakt hem dat uniek en levendig. Wat maakt een stem tot een persoonlijke manier van uiten? Als voormalig spraak-taaltherapeut geef ik je wat tips, zodat jij het helemaal passend kan maken voor je personage. 

1. De stem van je personage

De stem is de manier waarop je personage spreekt. Hees, laag, zacht, hoog, schor…
Hier heb je veel mogelijkheden. Kijk eerst eens naar je eigen associaties. Denk je bij een hoge stem aan een lieve, zorgzame vrouw of juist aan een schijnheilig, bevoorrecht tienermeisje?
Dan kun je gaan kijken naar hoe bepaalde stemgeluiden tot stand komen. De nuttigste inzichten vanuit de logopedie die jij als schrijver kan gebruiken zijn:

  •  hese of rauwe stemmen ontstaan voornamelijk door veel schreeuwen, roken en/ of drinken;
  •  hoe lager de stem, hoe meer ontspannen de stembanden zijn als ze geluid geven. Tenzij de stem alsnog hees of schor is, zijn lagere stemmen door de ontspannen stemgeving vaak prettig om naar te luisteren. 

2. De uitspraak van je personage

Uitspraak is de manier waarop de woorden uit iemands mond komen. Meestal valt uitspraak pas op als die niet helemaal is zoals het hoort te zijn. Denk aan slissen, stotteren of echheelonduilijkallsanekaarpraten. Door te snel praten je woorden in elkaar schuiven en daardoor onverstaanbaar worden, dus.
Het is verstandig hier goed mee op te passen. Uitspraakproblemen worden in boeken vaak als storend cliché gebruikt om aan te geven dat het personage druk of dom is. Hetzelfde geldt voor dialecten en de bijbehorende uitspraken. Een Twents accent maakt je personage misschien niet al te slim en als je kan horen dat iemand in ’t Gooi is opgegroeid, dan is hij vast een rijkeluisjong zonder hart. Je mag uitspraakproblemen en dialecten gerust gebruiken, maar dan is het extra belangrijk om je personage veel diepgang te geven om te voorkomen dat hij stereotiep wordt. 

3. Het taalgebruik van je personage

Hier kun je eindeloos veel mee variëren. Je bent schrijver, dus dit is jouw straatje! Denk aan het principe van de schrijversstem die jij hebt. Je hebt een voorkeur voor een bepaald taalgebruik in je verhaal (formeel of informeel, lange zinnen of korte zinnen…). Maar ook als mens in het dagelijks leven heb je een bepaald eigen taalgebruik. Let er maar eens op. Praat je in korte zinnen, of klets je aan een stuk door met veel voegwoorden omdat je zo veel te vertellen hebt? Vloek je meer dan je zou willen? Heb je stopwoordjes? Zijn er woorden die je gewoon niet zo fijn vindt klinken en daarom altijd een synoniem ervan gebruikt? (Zeg je altijd dat een antwoord goed is, in plaats van dat een antwoord juist is?)
Kijk eens of je een persoonlijk taalgebruik bij jezelf of anderen kan opmerken. Als dat lukt, ga dan eens puzzelen voor je personage. Hij zal er ongetwijfeld uniek en realistisch van uit de bus komen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Laat deze voormalig logopediste en huidige schrijfcoach eens naar je tekst kijken. Bestel manuscriptredactie in mijn webshop.

Zo haal je het meeste uit het meedoen aan een schrijfwedstrijd

Schrijfwedstrijden zijn een goede manier om vertrouwen te krijgen in je eigen kunnen. Daarnaast zijn ze natuurlijk leuk voor de gezonde spanning. Maar om zomaar met een schrijfwedstrijd mee te doen is niet zo verstandig. Je kan er namelijk veel meer van maken dan alleen ‘een mogelijkheid om iets te winnen’. Als je er alles uithaalt, kun je veel meer winnen dan alleen een titel of een hoofdprijs.

Je verhaal goed leren kennen

Als je meedoet aan een schrijfwedstrijd, wil je in eerste instantie natuurlijk winnen. Al is het maar stiekem. Dat is een goed uitgangspunt, want waarom zou je meedoen als je toch al denkt dat het niks wordt? Zo’n instelling is goed voor je zelfvertrouwen. Maar als je die winnaarsmentaliteit mee wil nemen in de praktijk, dan moet je er ook nog iets mee doen. Een schrijfwedstrijd is een goede aanleiding om je verhaal nog eens heel goed te bekijken. Niet alleen om de spellingsfouten er nog eens uit te halen, maar om het verhaal, je onderzoek, thema, personages… (alles eigenlijk) nog eens binnenstebuiten te keren.
Bedenk: de jury van een schrijfwedstrijd zijn vaak uitgevers of redacteuren. En als ze dat niet zijn, kunnen ze vaak wel contacten leggen met iemand die je verhaal aan de man kan brengen. Als je je verhaal dan inzendt zonder er nog eens naar te kijken, kan het gebeuren dat je niet als winnaar uit de bus komt, omdat je domweg vergeten bent iets uit te werken.

Als je meedoet aan een schrijfwedstrijd is dat het moment om al die notities er nog eens bij te pakken en goed door te lezen.

Stel dat je je schrijft over iemand die schulden heeft, maar je nog niet weet hoe hij die gaat aflossen. Misschien komt dat vraagstuk niet aan de orde in dat ene hoofdstuk dat je voor de schrijfwedstrijd mag insturen. De jury zal dus niet weten dat ze een puzzelstukje missen. Maar als je dat wél weet, dan kan je in je toegestuurde stuk een aantal zinnen schrijven die daarnaar verwijzen. Dan weet de jury nog steeds niet hoe het afloopt (en dat hoeft ook niet), maar dat laat wel zien dat je over je verhaal hebt nagedacht en dat je in staat bent bepaalde spanningsopbouw te schrijven. Dat getuigt al van een bepaald schrijfinzicht wat de jury niet zou zien als je dat weg zou laten. Of beter gezegd in dit geval: als je alvast of nogmaals alles rondom tekst nog eens goed had bestudeerd. Proeflezers inschakelen kan je helpen nagaan of je tekst echt op z’n best is als je die instuurt.

Wat als je een schrijfwedstrijd wint?

Yes, je hebt een schrijfwedstijd gewonnen! En dan? Ga eens van dit beste scenario uit. Na de eerste euforie is het winnen van een schrijfwedstrijd je schrijversreis meestal niet over. Nu heb je misschien een voorzichtige naam gemaakt in de schrijverswereld, of ga je halsoverkop het uitgeversproces in. Wees even belachelijk eerlijk: ben je daar klaar voor? Is je verhaal ver genoeg af? Wil je, nu je een ‘naam’ hebt, wel meer tijd gaan besteden aan nieuwe blogs, vlogs, of andere social media posts om ervoor te zorgen dat je een lezerspubliek houdt nu je het hebt?
Als je serieuze schrijfambities hebt, is dat waarschijnlijk je gewenste einddoel. Maar als je van het een op het andere moment je verhaal of je schrijversnaam moet promoten (het idee van: pak je fifteen minutes of fame nu je ze hebt) kan dat soms gewoon even niet uitkomen.

Als je de spots krijgt, moet je er klaar voor zijn om er onmiddellijk gebruik van te maken.

Je verhaal is nog niet ver genoeg af, je hebt de komende maanden nog een kindje aan de borst… het kan van alles zijn. Dat is geen schande, maar het kan een reden zijn te overwegen om nog even te wachten om mee te doen met een grote schrijfwedstrijd. Schrijfwedstrijden blijven komen, dus overhaast niets.

Winnen voor feedback of een prijs?

Met het bovenstaande in gedachten, kun je ook kijken wat de prijs van de wedstrijd is.
Vaak is een (hoofd)prijs van een schrijfwedstrijd professionele feedback. Dan kan het handig zijn om mee te doen als je verhaal ver, maar nog niet helemaal af is. Mocht je winnen, dan kun je nog even aanpassen of schrappen.
Krijg je een prijs in de vorm van een geldbedrag, dan is het een kwestie van zelf inschatten hoe ‘af’ en goed je verhaal in de huidige vorm is. Denk je dat dit verhaal 250 euro op kan leveren? Daar is niet echt een goed of fout.

Is de (hoofd)prijs een uitgeverscontract? Denk dan goed na. Niet alleen om de eerder genoemde redenen (of je verhaal al goed of ‘af’ genoeg is), maar ook omdat het verhaal wat je inzendt, het verhaal is waarmee je gaat debuteren. Dat betekent ook dat dat verhaal de eerste indruk is die het (grote) publiek van je krijgt. Je kan dus best een romantisch verhaal insturen om te zien of een jury denkt dat je over het algemeen schrijftalent hebt, maar als je als horrorauteur bekend wil worden, is dat niet zo handig. Dan zal je namelijk helemaal opnieuw moeten beginnen om te bewijzen dat jij ook (zo niet vooral) heerlijk bloederige verhalen kan schrijven en dat je romantische verhalen eigenlijk nog niet eens je specialiteit is.
Als je bij een uitgever aanklopt met horrorverhalen in zijn uitgeverfond, kan de uitgever zijn wenkbrauwen optrekken als jij bekend bent geworden met een suikerzoet verhaal. Het is niet zo dat je dan nooit meer kan doorbreken als de nieuwe Stephen King, maar je maakt het wel (onnodig) lastiger.
Wat schrijfwedstrijden betreft kun je dus stellen dat ‘schoenmaker, blijf bij je leest’ niet verkeerd is om in het achterhoofd te houden.

Meedoen aan een schrijfwedstijd

Wil je na het lezen van deze blogpost wel eens aan een schrijfwedstrijd meedoen? De volgende websites organiseren (regelmatig) schrijfwedstrijden of bieden daar een overzicht van:
* Schrijven Online
* Schrijverspunt

Wil je de kwaliteit van je verhaal eens laten beoordelen? Kijk eens in mijn webshop.

Leven en laten leven: Wat mag je schrijven?

Een boek schrijven is allang niet meer alleen een verhaal naar de drukker brengen en dan de reacties of discussies rondom je boek afwachten. Je moet tijdens het schrijven al nadenken over hoe je woorden over kunnen komen.

Een boek schrijven in de tijd van sociale media

Door sociale media zijn er honderd mensen met honderd meningen over één onderwerp. En die mening kan door iedereen worden gehoord. Het is onvermijdelijk dat er dan een discussie komt over je verhaal. Sommige discussies zijn wenselijk, maar een discussie op sociale media roept desondanks eerder beelden van moddergooien op dan een prettig onderbouwd gesprek. Waar kun je op letten als je wil voorkomen dat jouw verhaal de oorzaak is van een nieuw moddergevecht?

Een boek schrijven en meningen: leven en laten leven

Idealiter zou je over alles kunnen schrijven wat je zou willen en zou iedereen dat moeten respecteren, tenzij je uitgesproken racistisch bent of geweld goedkeurt of iets dergelijks. De afgelopen jaren is er echter een grote kloof op sociale media ontstaan, die als motto lijkt te hebben: We zijn het met elkaar eens en vrienden, of we zijn het oneens en dan vechten we elkaar de digitale tent uit. Tegenwoordig is het vrijwel zeker dat je iemand op de tenen gaat trappen. De een vindt je te conservatief, de ander weer te ruimdenkend. Dus je hoeft je niet in te houden, want anders komt je nooit ergens.
Het uitgangspunt ‘leven en laten leven’ is fijn om aan te houden: zowel de mensen die mijn boek lezen mogen ervan vinden wat ze willen en ik als schrijver mag dat ook. We kunnen het met elkaar oneens zijn, maar: ‘leven en laten leven’: dat is dan maar zo.

Het begin van een digitaal moddergevecht

Schrijven over je ongezouten mening brengt een risico met zich mee. Stel dat je schrijft over het abortusvraagstuk.
Scenario 1: je bent erop tegen vanwege religieuze redenen en hebt daarom moeite met andermans standpunt. Dat is netjes en beschaafd. Zeg je hetzelfde, maar met als toevoeging dat God achter je staat en de mensen die anders denken allemaal goddeloze moordenaars zijn, dan ga je te ver.
Scenario 2: je hebt niets tegen abortus, omdat je vindt dat het een individuele keuze moet kunnen zijn. Iemand heeft het recht om het aan te vragen, maar ook om het te weigeren. Dat is fatsoenlijk en onderbouwd. Voeg je daaraan toe dat mensen die het met je oneens zijn egoïsten zijn die niet voor zichzelf kunnen denken en daarmee hersenloze volgzame schapen zijn van een God die misschien niet eens bestaat… dan kun je terecht woedende reacties verwachten.

Je wil niet dat digitale modder het beeld van je verhaal gaat overheersen

Twee reacties van lezers

Bovenstaande voorbeelden trappen een open deur in. Natuurlijk maak je geen vrienden met zulke verkondigingen. En toch zie je dit soort reacties op internet. Het waarom achter een (extreme) mening an sich is een heel ander vraagstuk, maar er is wel vaak een gemene deler: de lezer voelt zich niet gehoord. Je kan om grofweg twee redenen een heftige reactie verwachten:
* De lezer voelt zich verkeerd geportretteerd;
* De lezer voelt zich als de vijand bestempeld.

Een verkeerde afspiegeling van de vertegenwoordiger

Er zijn binnen elke discussie wel argumenten die het meest voorkomen, maar meestal heeft iemand meer dan één argument voor zijn mening. Een gelovige kan tegen abortus zijn vanwege religie, maar ook omdat hij bang is voor een grensvervaging van wanneer het kind nog ‘goed genoeg’ is om geboren te worden. Als het zwaar gehandicapt wordt, is het al doorgaans al geaccepteerd om het kindje te laten weghalen. Maar waar ligt die grens? Straks misschien ook al bij een hazenlip? Als je je mening of personage eendimensionaal portretteert, loop je (terecht!) de kans om te worden beschuldigd van kortzichtig schrijven.

Maak je lezer niet onnodig kwaad.

De ander als vijand

Als iemand een impopulaire mening heeft, is diegene op sociale media al snel de ‘schuldige’ of degene met een ‘foute mening’. In het progressieve Nederland zal onze gelovige waarschijnlijk in de minderheid zijn. Of- en daar wordt het gevaarlijk- Hij is de vijand die vooruitgang in de weg staat. Niet eens meer iemand met een mening waar jij niets mee hebt.

Hoe ga je als schrijver met verschillende meningen om?

* Als je het over een gevoelig onderwerp hebt: weet waar je over praat. Doe onderzoek, verdiep je in verschillende standpunten en interview mensen met (de) verschillende visies binnen het onderwerp;
* Pas op met tropes. Zeggen dat alle mannen op seks beluste en materialistische lomperiken zijn, is zowel storend als een bepaald stereotype. Je kan stereotypen beter mijden als je een als je een discussie wil vermijden. Als je een klimaatactivist hebt die in een tiny house woont dan moet je echter ook al op gaan passen. Dit is een enkele trope en hij past goed bij je voorbeeld. Maar dit is wel een trope die je de kern van het stereotype zou kunnen noemen (klimaatactivisten zijn minimalisten en tegen materiele verspilling). Daardoor loop je de kans dat je personage nog steeds stereotype overkomt, ondanks alle nuances die je later nog aanbrengt. Kijk eens of dat het tiny house een bijkomstigheid kan zijn voor je klimaatactivist, in plaats van zijn primaire kenmerk. Dan heb je minder kans op discussies.
* Beperk het aantal argumenten. Stel dat je iets wil zeggen over de LGBTQ+-discussie. Je mening: De meeste mensen snappen LGBTQ nog wel, maar die plus niet meer. Die plus moet weg: een potentieel gezonde discussie wordt onnodig ingewikkeld omdat veel mensen het principe niet meer begrijpen. Dan kan in je verhaal beter duidelijk worden dat iedereen mag vallen op wie diegene wil en dat wat jou betreft die plus er daarom niet hoeft te zijn. Ga dan niet uitzoeken wat er allemaal onder de + valt, zodat je je argument nog meer kan verdedigen. Op een bepaald moment heb je een standpunt gemaakt, met voldoende (goede) argumenten. Hoe meer argumenten je geeft, hoe groter de kans dat je er op wordt aangevallen.

Wil je een tweede paar ogen voor je verhaal? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Drie redenen om je personage een geboortedatum te geven

Als je begint met schrijven, bepaal je vaak wat de leeftijd van je personage is. Dat kan voldoende zijn. Maar het heeft een aantal onverwachte voordelen om de geboortedatum van je personage exact vast te leggen. Geloof het of niet, je hele verhaal kan er zelfs indrukwekkender door worden!

1 Je raakt de chronologische draad van je verhaal niet kwijt

De eerste reden om je personage een specifieke geboortedatum te geven is vooral praktisch van aard. Als je je personage een geboortedatum geeft, zal je geen onnodige fouten maken met de (chronologische) gebeurtenissen van je verhaal.
Stel dat je personage oma wordt. Ze is geboren op 23 augustus 1961 en haar dochter is uitgerekend in juli 2021. Dat is het verschil tussen wel of geen oma worden voor je zestigste.
Soms zijn dit slechts details, maar het kan ook van groot belang zijn voor je verhaal. Bijvoorbeeld wanneer het hele verhaal draait om de aanstaande oma die voor haar zestigste een hele bucket list wil hebben afgewerkt.

Ook als je geen verhaal hebt waarin dit soort details van belang zijn, is een geboortedatum van je hoofdpersoon handig. De geboortedatum kan dan als houvast dienen voor je hele tijdlijn. Je kan dan namelijk niet meer beweren dat het personage op een bepaald moment twintig is en twee jaar later vierentwintig. Of dat ze op haar dertigste een huis heeft gekocht en drie jaar later ineens op haar vierendertigste zwanger raakt.

2 Symboliek voor diepgang en personage-uitwerkingen

Je kan de geboortedatum van een personage gebruiken om te spelen met symboliek. Stel dat je personage het eerstgeboren kind is na meerdere miskramen in het gezin. Dan kun je haar in de lente geboren laten worden, als symbool voor nieuw leven. Je hoeft die symboliek niet eens overduidelijk uit te werken in het verhaal zelf. Als jij weet dat dit vooral (symbolisch) belangrijk is voor de moeder, kan je de manier van opvoeden van de moeder gaan verklaren. Gaat ze het kind zo enorm verwennen dat het meisje een verwend nest wordt? Of wordt het meisje juist heel zachtaardig en onzelfzuchtig omdat ze het leven nooit als vanzelfsprekend aanneemt? Of wordt je personage op de derde sterfdag van haar geliefde oma geboren? Speel eens met de mogelijkheden die seizoenen, jaartallen of zelfs specifieke data kunnen bieden voor je personage(s). Wie weet wat je over ze te weten komt!

3 Algemene geschiedenis

Er zijn jaren waarin relatief weinig spannends gebeurt, maar ook jaren die de hele wereld op zijn kop zetten en daardoor een onontkoombare invloed hebben op de wereld (en daarmee op je personage). Hou daarom altijd rekening met de loop van de geschiedenis, hoe oud je personage was tijdens belangrijke gebeurtenissen en wat dat voor weerslag op hem heeft.
Als je personage bijvoorbeeld twaalf is in 2020, dan is hij brugklasser in coronatijd. Maak je hem zeventien in 2020, dan zal zijn examenjaar om dezelfde reden wat meer memorabel voor hem zijn. Het kan een verschil zijn of je vrijwel volwassen een vertrouwde school verlaat in rare tijden, of juist in vreemde tijden als kind een vreemde school binnenkomt.
Soms kunnen twee jaar al een groot verschil maken. Ben je geboren tijdens de hongerwinter van 1944 of in het naoorlogse 1946? Het is het verschil tussen een start met honger en angst of een start in vrede en relatieve weelde.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Behoefte aan manuscriptredactie? Kijk eens in mijn webshop.

Zo maak je van meerdere verhaallijnen een mooi geheel

Elk verhaal heeft een rode draad, maar ook subplotten. Als je een verhaal tot een mooi geheel wil maken, moet je deze integreren. Dat kun je doen door een subplot in je opschrijfboekje net zo belangrijk te maken als de rode draad. We gaan eerst kijken hoe je die rode draad stevig maakt. Als je dat kan, kan je dat ook voor de subplots.

Let hierop als je een rode draad schrijft voor een verhaal

Als je een rode draad voor het verhaal bepaalt, moet je een aantal dingen in de gaten houden:
* Wat is mijn protagonist voor iemand? (Gebruik daar je personagebiografie voor);
* Wat is het centraal conflict? Hoe groeit of beweegt mijn hoofdpersoon zich daarin?
* Welke andere mensen komt hij tegen? Wat voor invloed hebben die mensen op hem?

Wat is mijn personage voor iemand?

Je kon in mijn post over de personagebiografie lezen hoe je de kennis van je personage inzet om een wankel plot of niet-passende beslissingen van je personage te voorkomen. Maar ook in een meer basale vorm is je personagebiografie erg belangrijk. Aan schijnbaar heel eenvoudige of vanzelfsprekende dingen kun je al zien hoe bepaalde dingen tot stand komen. Als je personage als favoriete land Frankrijk heeft en dol is op nieuwe talen leren, kan dat verklaren waarom ze docente Frans is geworden. Als docente Frans wordt ze verliefd op een collega, waardoor er een roddel op de school ontstaat….
Kortom, in je personagebiografie kan je vaak tussen de regels door al een mogelijk butterfly-effect (van een verhaal) vinden.
Als je weet dat je personage het fijn vindt om op de voorgrond te staan weet je ook dat hij eerder zanger wordt dan archivaris. En als je personage niet voor zichzelf op kan komen, zal hij makkelijker over te halen zijn slechte dingen te doen dan iemand die niet bang is zijn mond open te trekken.

Wat doet het centraal conflict met mijn personage?

In het centraal conflict moet je personage obstakels overwinnen, vallen en opstaan: zo leert hij dingen. Dat verandert je personage. Uiteindelijk komt hij zo als een ander persoon uit het verhaal. Als held, als verliezer, als moeder, slimmer, mooier, wraakzuchtiger, verdrietiger… Hoe je verhaal ook loopt, je personage is niet de persoon die hij was voor het verhaal begon. Bekijk goed wat er in dat centraal conflict verandert en wat dat met je personage doet. Wordt hij een dappere grote broer in plaats van een bang klein jongetje? Een klusjesman in plaats van de bankdirecteur?

Wie komt mijn personage tegen?

Mensen zijn sociale wezens die andere mensen om zich heen nodig hebben of willen. Zelfs een afgezonderde monnik in de bergen van Tibet heeft nog collegamonniken in zijn klooster. (En mocht hij zich echt honderd procent afzonderen, dan wordt hij daar of op een bepaald moment gestoord van of heeft hij herinneringen aan mensen die ooit in zijn leven waren). Andere mensen doen iets met je personage. Dat kan iets fijns zijn of iets vervelends, maar de omgang met anderen zorgt ervoor dat het leven, de overtuigingen en de relaties van je hoofpersoon veranderen.
Denk dingen als:
* door de omgang met deze man verandert deze vrouw van een single dame in een getrouwde vrouw;
* doordat zijn lerares hem onderwijst, wordt jouw personage slimmer;
* een meisje wordt gepest door een ander persoon waardoor haar eigenwaarde verandert.
Kortom: omgang met anderen brengt altijd actie-reactie teweeg. Als jij gaat voetballen en je schopt de bal weg (actie) neemt een ander de bal over (reactie). Welke actie-reactie brengt de omgang met elk ander personage teweeg bij je hoofdpersoon?

Doe nu hetzelfde voor een ander personage

Zo simpel is het eigenlijk. Als je ook voor andere (belangrijke) personages een personagebiografie maakt, leer je ze ook kennen. Dan weet je ook wat hun heldenreis is. Net als je hoofdpersonage hebben andere personages bepaalde gevoelens en doelen. Ook zij hebben actie-reactie op datgene wat om hen heen gebeurt. In je opschrijfboekje moet je doen alsof elk personage de held van het verhaal is.
Zo maak je elk personage even diepzinnig en zorg je ervoor dat de actie-reactie altijd voor je personages kloppen. Niet alleen dat, zo komen verhaallijnen ook samen.
Stel dat je schrijft over twee generaals in oorlog: Generaal Goedzak en Generaal Gemeen. Als schrijver werk je toe naar een goede afloop voor generaal Goedzak. Maar om Generaal Gemeen realistisch te portretteren, moet je hem laten handelen volgens zijn eigen waarden, overtuigingen en karakter en op basis daarvan zijn actie-reactie bepalen.

Schrijf ‘achter de schermen’ alles zodanig uit dat je aan de hand van je aantekeningen niet ziet wie de hoofdpersoon is.

Gemeen is erop uit (vanuit het gezichtspunt dat hij de held is van zijn eigen verhaal en niet de ondergeschikte in het verhaal van Goedzak) om macht te vergaren. Je weet dat hij verlies niet zal accepteren, dus zal hij tot doorvechten tot zijn laatste laatste soldaat is gesneuveld. Als je Gemeen op dit punt minder belangrijk maakt dan Goedzak, zal het verhaal erg kort worden: Goedzak moet winnen en dus is het onbelangrijk wat Gemeen denkt of beweegt. Als je Gemeen als de held van zijn eigen verhaal maakt, doe je er alles aan om hem in zijn volle slechtheid als personage naar voren te laten komen: Gemeen is er zo op gebrand dat hij gaat winnen dat hij zijn tegenstander steeds twee stappen vooruit is.
Zo hebben de acties van beiden generaals invloed op elkaar als persoon (hoe ze op de acties van de ander reageren) en daarmee ook invloed op het verhaal, in dit geval de oorlog.

Samengevat: als je verhaallijnen goed in elkaar wil laten overlopen:
* moet je ervoor zorgen dat alle belangrijke personages goed zijn uitgewerkt (in je opschrijfboekje);
* moet je elk personage laten handelen volgens zijn eigen heldenreis, niet volgens die van de held;
* moet je je heel bewust zijn op de actie-reactie die tussen personages ontstaan en wat dat met de verhaallijn doet. Verandert die daardoor? Kunnen verhaallijnen elkaar daardoor doorkruisen?

Wil je weten of je verhaallijnen goed aansluiten op elkaar? Schakel me in voor manuscriptredactie.

Vijf tips voor het toepassen van Power Fantasy

Je hoofdpersonage moet de held van het verhaal zijn. Daardoor is het onvermijdelijk dat hij sommige dingen net iets makkelijker kan dan andere personages. De valkuil is dat je daarin doorslaat en een held maakt die eerder irritant en arrogant dan heldhaftig is. Met deze vijf tips kan je dat voorkomen. 

1. Laat je personage knokken

Het allerbelangrijkste van een held is dat hij moet knokken om iets voor elkaar te krijgen. Dit kan letterlijk, net als een superheld. Maar je kan het ook figuurlijk zien in de vorm van werken, trainen, dromen in rook zien opgaan, verlies lijden, tegenslag krijgen… De lijst kan eindeloos doorgaan. Het gaat erom dat je held zijn einddoel of overwinning niet op een presenteerblaadje aangereikt mag krijgen. 

2. Zet een talent niet meteen op de voorgrond 

Het is verstandig om het talent van je hoofdpersonage een tijdje op de achtergrond te houden. Zo valt het niet meteen op dat hij uitzonderlijk is en kan hij als persoon groeien voordat hij zijn heldenrol moet vervullen. Dan weet de lezer met wat voor iemand hij te maken heeft. Zo wordt het makkelijker en leuker om de talentontwikkeling van je personage te volgen. Je kan ervoor kiezen om je personage helemaal vanaf nul te laten starten als het om ontwikkelen van zijn vaardigheden gaat. Een andere optie is om zijn duidelijke talent onbelangrijk te maken in de huidige situatie waarin je personage zich bevindt. Zo zal de geniale wiskundige die later een code moet kraken, niet veel hebben aan zijn uitzonderlijke talent voor cijfers als hij fulltime mantelzorger is voor zijn doodzieke vader. 

3. Lauwer je personage niet onnodig

Geef je personage geen bewondering van anderen als het daar niet het moment voor is. Als je personage heerlijk kan koken, mag hij complimenten krijgen als hij heeft gekookt, of als eten het onderwerp van gesprek is. Als je personages met iets heel anders bezig zijn, zijn complimenten niet op zijn plaats. Daarnaast helpt het om niet te vergeten dat je held zelden de enige is die met iets belangrijks of heldhaftigs bezig is. Als er een code moet worden gekraakt, zal de geheime dienst meer mensen dan alleen een wiskundige aannemen. Probeer te vermijden dat je personage continu (als enige) in de spotlights staat. 

4. Geef je personage onmisbare vrienden

Wat betreft het onnodig lauweren is er nog een extra aandachtspunt. Probeer te voorkomen dat je personage een uitverkorene is en dus als enige iets voor elkaar kan krijgen. Het is erg belangrijk dat je personage vrienden heeft die hij niet kan missen. Om hem te helpen, uit de brand te helpen als er iets misgaat, een oplossing te bedenken waar de held zelf niet aan denkt… Wat dan ook om te voorkomen dat je held alles zelf kan doen en dus oppermachtig is. 

5. Het talent moet alleen het doel van het verhaal betreffen

Je personage moet soms uitzonderlijke talenten hebben om het verhaal vorm en vaart te geven. Dat geeft niet, maar zorg er wel voor dat je personage niet meer supergaven heeft dan nodig is voor het plot. Anders wordt hij onrealistisch. Als het verhaal gaat over het redden van drenkelingen, dan moet je personage uitzonderlijk goed kunnen zwemmen. Maar dan mag hij niet ook nog eens vloeiend zijn in twintig talen, zodat hij daar ook nog mee kan pronken. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Behoefte aan een controle van je tekst en de mate van powerfantasy? Schakel me in voor manuscriptredactie.

Manieren waarop schrijfoefeningen jouw schrijftalent aanwakkeren

Schrijfoefeningen kun je tegenwoordig overal vinden. Er zijn websites die ze aanbieden, ze staan in tijdschriften over schrijven en er zijn websites die lezers gelegenheid geven om elkaar feedback te geven op de schrijfoefeningen. Waarom zijn schrijfoefeningen zo populair, of beter gezegd belangrijk?

Schrijfoefeningen geven creatieve inspiratie

Schrijfoefeningen zijn er in allerlei soorten en maten. Net zoals er talloze verhalen en genres zijn. Schrijfoefeningen kunnen gezinspeeld zijn op een bepaald genre of scenario.
Bijvoorbeeld: Hoe zou je detective dit mysterie oplossen? Hoe gaat deze man een baan bemachtigen?
Dat dwingt je om je comfortzone als schrijver te verlaten. Jij schrijft niet over Jan-met-de-pet; jouw personages zijn aliens uit een dystopische setting. Maar de schrijfoefening zorgt ervoor dat je ook na moet denken over alledaagse dingen en hoe je die interessant beschrijft. Dit kan je creatieve inspiratie geven voor de teksten die je wel schrijft.

Het doodnormale wordt boeiend

De meeste schrijfoefeningen die je op het internet vindt zijn niet de simpelste in concept. De opdracht is niet om te schrijven over een detective, verliefd stelletje of een ander onderwerp wat voor sommige schrijvers dagelijkse kost is. Dan zou het immers geen schrijfoefening meer zijn. Daarom moet je vaak over dingen schrijven die redelijk willekeurig lijken: Schrijf over een kapotte radio. Een kapotte radio? Nou en? Er gaan toch wel eens vaker dingen kapot? En trouwens, wie heeft er tegenwoordig nog een radio? Je streamt toch via allerlei kanalen?

Als je gedwongen wordt over iets doodnormaals te schrijven, kan het niet meer normaal of saai zijn: het doel van een creatieve tekst is dat je iets (normaals) interessant(s) opschrijft. Dus dan moet je je af gaan vragen wat het verhaal achter iets heel simpels kan zijn. Verdiep je in symboliek en/of in de historische context.
Neem de kapotte radio. Die kan symbool staan voor gezelligheid in de huiskamer, informatieoverdracht, muziek…. Wat gebeurt er als dat wegvalt?
Bovendien is er een groot verschil tussen de ene radio en de andere. Het is geen probleem als de radio in de huiskamer kapot gaat. Je koopt dezelfde dag een nieuwe en luistert weer naar je favoriete muziek. Maar wat als een radio in de Tweede Wereldoorlog kapot ging? Dat kon het verschil zijn tussen leven en dood, vanwege de belangrijke informatieoverdracht. En die radio kon je toentertijd echt niet zomaar even vervangen.
Schrijfoefeningen dwingen je om naar doodgewone dingen te kijken en daar iets speciaals van te maken. Zodra het je lukt om van allerlei gewone dingen iets bijzonders te maken, is dat de beste creativiteitsoefening die je je maar kan wensen. En creatief schrijven zonder creativiteit… dat houdt je niet lang vol.

Hoe zorg jij ervoor dat iets normaals interessant wordt? Maak de radio bijvoorbeeld antiek! Dat alleen al spreekt meer tot de verbeelding dan eentje waarvan er miljoenen op de wereld zijn.

Schrijfoefeningen en een andere invalshoek

Als je anders schrijft dan je normaalgesproken doet, ga je dingen vanuit een ander perspectief of invalshoek bekijken. Soms vrij letterlijk. Want hoe schrijf je als je vanuit de schrijfoefening iets moet schrijven vanuit een ander perspectief? Laat nu eens iemand anders dan je hoofdpersonage aan het woord. Wat doet dat met je verhaal? Hoe ga je schrijven als je verhaal in de tegenwoordige tijd moet worden geschreven in plaats van de verleden tijd? Als je een autobiografie in de derde persoon gaat schrijven, hoe komt je verhaal dan over? Schrijfoefeningen houden je op scherp wat betreft je eigen schrijfstijl en openen zo deuren voor nieuwe schrijftechnieken die je je eigen kan maken. Zowel vanuit de taalkundige als de creatieve kant.

Met schrijfoefeningen leer je je personages beter kennen

Als een schrijfoefening je personages betreft, kun je een heel andere kant van ze leren kennen. Als je verhaal zich afspeelt in een klein Zeeuws dorpje – en het daar zich ook altijd blijft afspelen- kan het heel interessant zijn om via een schrijfoefening erachter te komen wat je personage zou doen als zij plotseling in de gevaarlijke rimboe terecht komt. Hoe gaat je personage om met dit soort onverwachte omstandigheden? Zo kun je erachter komen dat ze een paniekzaaier kan zijn, of juist een koele kikker is. Alles wat je via deze schrijfoefeningen te weten komt, kun je in je opschrijfboekje opschrijven. Om later te weten dat als er een westerstorm komt, je personage al dan niet bang wordt.

Schrijfoefeningen als kettingreactie aan associaties

De volgende schrijfoefening die je tegenkomt is: schrijf over een warme deken.
Denk je al aan koude winteravonden in je knusse bed? Of vergeet je ook niet te denken aan een hartelijke geestelijke? Soms hebben woorden die op papier er hetzelfde uitzien een totaal andere betekenis. Als je dit opmerkt, kan dit een kettingreactie aan ideeën of associaties opleveren: Welke deken kies ik? Ik doe het gewoon allebei. Mijn geestelijke deelt warme dekens uit tijdens een hongersnood. Hé, een hongersnood… hoe komen geestelijken in zulke tijden aan hun eten? Hoe verdelen ze dat dan onder hun gemeenschap? enzovoorts.

Als je dit soort kettingreacties aan ideeën krijgt, schrijf je ze dan vooral op. Wees niet bang om even flink met je gedachten af te dwalen. Je kan ze misschien niet meteen gebruiken voor het verhaal waar je nu mee bezig bent, maar later kan je met deze associaties misschien een volgend verhaal maken. Of leer je nieuwe personages kennen die je wel in je huidige verhaal kan plaatsen.

Aan de slag met schrijfoefeningen

Zoals je kan zien hebben schrijfoefeningen meer dan genoeg voordelen om ermee aan de slag te gaan. Probeer het eens. Ik heb nog drie tips om op te letten bij het maken van schrijfoefeningen. Als je aan de slag wil gaan, vind je op deze pagina alvast wat schrijfoefeningen.

Nog een voordeel van schrijfoefeningen: je kan kiezen waar je zin in hebt en niets is verplicht. Echt maatwerk, zou je kunnen zeggen.

Veel plezier en succes!

Wil je weten of je op de goede weg bent schrijven? Schakel me in voor manuscriptredactie.

Zo verlaat je personage in vijf stappen een comfortzone

Je hoofdpersonage maakt allerlei actie, drama of intriges mee. Maar die starten niet zomaar. Eerst moet hij de noodzaak voelen om iets in beweging te zetten. Dat is het moment waarop hij uit zijn comfortzone komt. Met dit stappenplan is je personage al de held van het verhaal voordat het goed en wel is begonnen. 

1. Bepaal waar je personage aan gewend is

Het woord comfortzone kan de indruk geven dat iemand het in zijn eigen persoonlijke bubbeltje prima naar zijn zin heeft, maar dat is niet altijd zo. Een gelukkig huwelijk is een comfortzone, maar in narratieve termen is in een gewelddadige relatie blijven dat ook. Je personage doet wat hij gewend is omdat een andere optie om welke reden dan ook niet speelt. Bepaal eerst wat de comfortzone van je personage is. Met andere woorden: aan welke gang van zaken is hij gewend?

2. Maak je personage bang

Mensen en daarmee personages zijn gewoontedieren en willen grofweg weten wat ze kunnen verwachten. Ongeacht hoe (on)comfortabel de comfortzone van je personage is, hij wil er het liefst in blijven, omdat hij zo de gevolgen kan overzien. Je kan je personage bang maken door iets aan de kaak te stellen dat hij kan voorkomen door uit zijn comfortzone te stappen. 

3. Bedreig je personage

Je personage zal zich tegen het onbekende en de bijbehorende angst gaan verzetten. Daarom moet je hem gaan bedreigen. Niet per se met een mes, het hoeft geen bloederige boel te worden. Je moet er alleen voor zorgen dat in de comfortzone blijven erger is voor je personage dan wanneer hij eruit stapt. Daarom moet je weten wat de waarden van je personage zijn. Als een huwelijk op de klippen dreigt te lopen, maar je personage niet in scheiding gelooft, zal het stel in relatietherapie moeten. Niet ideaal en niet prettig, maar de enige ander optie is het huwelijk laten stranden en dat wil je personage absoluut niet. Uiteindelijk moet je personage kiezen of delen zodra je hem hebt bedreigd en bang gemaakt: je blijft in je comfortzone zitten en je ergste angst wordt bewaarheid, of je komt eruit, bijt door de zure appel heen en begint aan je heldenreis. Misschien loopt het goed voor je af, misschien niet. Maar als je in je comfortzone blijft, heb je in ieder geval de garantie dat het niet fijn voor je afloopt. (Daar moet jij als schrijver voor zorgen, want zonder een (aankomend) conflict heb je geen verhaal.) 

4. Laat het ongemak van je personage zien

Je personage verlaat zijn comfortzone. Laat zien dat hij dat met gezonde tegenzin doet, blunders maakt, niet weet wat hij moet doen… Dat hij echt een heldenreis heeft met het bijbehorende vallen en opstaan, waarbij niet alles meteen lukt. Zo wordt het spannender, want je weet niet of het verlaten van de comfortzone uiteindelijk in het voordeel van het personage werkt.

5. Laat je personage in actie komen

Nu komt je personage in de (ongemakkelijke) actie. En daarmee heb je een held van hem gemaakt. Hij laat zien dat hij bereid is om ergens de schouders onder te zetten, fouten te maken en ongeacht de uitkomst ergens voor te gaan. Vanaf nu zal je lezer gaan duimen voor een goede afloop. Je personage heeft immers bewezen geen watje te zijn dat zekerheid boven ongemak verkiest. Dat is in fictie een gedeelde eigenschap van helden, ongeacht de invulling van de heldenreis. 

Dit bericht verscheen eerder op Schrijven Online.

Hulp nodig met het uitwerken van de comfortone? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Vijf nadelen van een Deus Ex Machina

Als er een probleem is, moet er een oplossing komen. Deus ex machina is zo’n oplossing. Hij wordt vaak gebruikt, maar is een van de meest luie schrijftechnieken die er zijn. Wat ontneem je een verhaal met een Deus ex machina?

1. Je oplossing is niet realistisch

Een Deus ex machina is een moment waarop de oplossing van een probleem uit de lucht lijkt te vallen. Soms gebeurt dat zelfs letterlijk. Wat de Deus ex machina ook is, de algemene indruk is dat God zich persoonlijk met de personages bemoeit. Als je rationeel en logisch zou nadenken, zou deze oplossing niet in je opkomen. Een bekend voorbeeld van een Deus ex machina: je personage staat met zijn rug tegen de muur gedrukt, in een hoek gedreven door een moordenaar die over een tel gaat schieten. Maar dan wordt de moordenaar plotseling door iemand anders neergeschoten. Iemand die twee tellen geleden beslist nog niet in dezelfde kamer stond. 

2. Je oplossing is cliché

Begin je al met je ogen te rollen bij het voorbeeld hierboven? Precies, Deus ex machina is een cliché. De exacte invulling van een Deus kan misschien origineel zijn, maar de uitwerking blijft hetzelfde: de oplossing komt uit de lucht vallen. En dat gegeven is al zo vaak als oplossing gebruikt dat je te maken hebt met een cliché. 

3. De schrijver is zichtbaar

Er wordt wel eens gezegd dat een schrijver een god is van zijn eigen geschapen wereld. Dat is ook zo: jij hebt als schrijver alles over je verhaal en het verloop ervan in de hand. Dat is niet erg, behalve als een lezer dat in de gaten krijgt. Als jij je als schrijver krachten toebedeelt die niet voor normale stervelingen zijn weggelegd, gaat de lezer dat merken: “Dit is zo vreselijk onwaarschijnlijk, dit zou nooit gebeuren. Dit is gewoon de schrijver die het plot vooruit drijft…”. Zo haal je de lezer uit het verhaal en zal hij niet meer verder willen lezen. 

4. Je held verliest zijn spierballen

Je schrijft over een topsporter die naar de Olympische Spelen gaat. Hij staat in de finale, tegenover zijn laatste tegenstander. Maar dan krijgt de tegenstander plotseling een hartaanval en overlijdt hij. Er zit nu niets anders op dan de held de Olympische titel te geven. Maar heeft hij die titel wel echt verdiend? Hij had moeten bewijzen de beste te zijn door een tegenstander te verslaan. Dat heeft hij niet kunnen doen. Kun je jezelf met recht de beste noemen als dat per toeval zo uitkomt? Natuurlijk, de held heeft echt wel iets voor elkaar gekregen: hij heeft de top van de Olympische Spelen gehaald. Maar zijn kampioenschap zou een mooier randje hebben gekregen als hij de titel eerlijk had verdiend in de wedstrijd. Met een Deus worden de prestaties van je held een stuk minder indrukwekkend.

5. Hard werk blijft onbeloond

Deus ex machina kan aanvoelen als een anticlimax, of de lezer kan zich bedrogen voelen. Hij is met de held mee gaan leven en kent hem als een goede vriend. Het is daarom veel bevredigender om te lezen hoe het harde werk van je personage vruchten afwerpt dan dat er zomaar iets lukt. Zo kan je lezer voor je personage juichen. Bedenk dat een lezer hoopt dat een personage wordt beloond voor zijn inzet, niet dat hij simpelweg een goede afloop krijgt. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heeft jouw boek een Deus ex machina verstopt zitten? Ik kan het controleren: kijk eens in mijn webshop.

Je boek uitgeven bij een uitgever

Als je je boek wil uitgeven kun je zelfstandig uitgeven of je kan bij een grote uitgever terecht. Het is allebei een aparte manier van werken, met bijbehorende voor-en nadelen.
Welke manier van uitgeven past het beste bij jou? In deze blogpost: de gang van zaken bij een reguliere uitgeverij.

Traditioneel uitgeven bij een uitgeverij

Als je ervan droomt om schrijver te worden, is de kans groot dat je het proces van uitgeven voor je ziet zoals dat gaat bij een traditionele uitgeverij. Je stuurt je manuscript in dat geaccepteerd wordt en de uitgever zorgt ervoor dat je boek in de boekhandel komt te liggen. Dat is de het gedroomde pad, maar zo eenvoudig is het niet. Er komt veel meer bij kijken.

Je manuscript opsturen is op veel dingen letten en veel afwachten…

Je manuscript aanleveren bij een uitgever

Het lijkt een open deur intrappen, maar er zijn veel aspirant schrijvers die het vergeten: hun manuscript goed aanleveren bij de uitgever. Meestal heeft de uitgever de richtlijnen daarvoor wel op de website staan, maar in ieder geval moet je ervoor zorgen dat je regelafstand 1.5 aanhoudt. Zo kan een redacteur je manuscript uitprinten en tussen de regels aantekeningen maken met een pen. Meestal vraagt de uitgever ook om een synopsis mee te sturen. In het begeleidend schrijven van je mail kun je een samenvatting van een paar regels meesturen en jezelf kort voorstellen. Om teleurstelling te voorkomen, moet je eerst goed uitknobbelen of je manuscript past bij het fond van de uitgever.

Wachten op antwoord: de slush pile

Na het opsturen van je manuscript volgt de slush pile. Dat is verreweg het moeilijkste van het uitgeefproces bij een reguliere uitgever: je komt er namelijk lastig doorheen. De slush pile is het postvak in van een uitgever. En die zit altijd boordevol. Daarom moet je op twee dingen rekenen:
* Je krijgt niet altijd (persoonlijk) antwoord als je manuscript wordt afgewezen: er is simpelweg te veel aanwas om iedereen een bericht te sturen;
* Als je al antwoord krijgt, duurt dat maanden: ga uit van ongeveer een half jaar.

Dat wachten is vervelend: op een bepaald moment weet je niet of de uitgever op het punt staat contact met je op te nemen met goed nieuws, of dat je bent afgewezen. Dat is je eerste proef.

Aan de slag met de redacteur

Als je goed nieuws hebt gekregen, is het nog steeds niet zover. Je uitgever zal met je om de tafel willen gaan zitten, omdat niet alles is geschreven zoals de uitgever het graag ziet. Omdat de uitgever aan jouw boek moet gaan verdienen, kan het zijn dat bepaalde plottwists, personages andere zaken niet optimaal verkoopbaar lijken voor de uitgever. Het zou zomaar kunnen dat je nog relatief veel aan je verhaal zal moeten veranderen. Wees voorbereid op een kritische redacteur: ook al is je verhaal in principe in jouw ogen af, je zal nog een en ander moeten schrappen of herschrijven. De redacteur heeft het beste met je voor: samen met jou wil hij of zij kijken hoe je eruit kan halen wat erin zit. Maar deze fase van uitgeven gaat vooral om feedback verwerken.

Het is belangrijk dat je open staat voor feedback, maar je moet ook beseffen dat een redacteur dingen niet weet die jij wel weet. Denk aan de details uit een personagebiografie. Ken je verhaal goed. Weet wat je aan je verhaal kan veranderen zonder dat het in elkaar zakt, en ook wat je uit je verhaal kan verwijderen zonder dat het gevolgen heeft. Ken je belangrijkste oorzaken en gevolgen, wat een butterfly-effect in de hand kan werken. Deel dat eventueel samen met een redacteur, zodat jullie samen tot het beste resultaat kunnen komen.

Je kan overwegen om voordat je naar de uitgever gaat, een redacteur in te huren, zodat je weet of je kans maakt bij een uitgever, om te zien hoe je met feedback omgaat en hoe het werken met een redacteur in zijn werk gaat. Ik kan je daar ook bij helpen. Kijk eens in de verhaal en taal webshop voor mijn werkwijze en tarieven.

Schreeuw het van de (digitale) daken

Een traditionele uitgever zal de promotie van je boek op zich nemen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je het risico loopt om een roepende in de woestijn te worden met je gedrukte boek, dat is een risico dat je wel loopt met zelfstandig publiceren. Desondanks zal de uitgever wel van je verlangen dat je naar voren treedt met je verhaal. Als je de kans krijgt om te worden geïnterviewd, zal je die moeten pakken. En in het digitale tijdperk is het belangrijk dat je ook een online aanwezigheid hebt. Maak de mensen vast warm voor je boek. Kondig aan dat je boek wordt uitgegeven, deel de stappen van het uitgeefproces en laat vooral weten hoe goed de verkoop gaat, waar je signeersessies houdt…

Het is je gelukt om je spreekwoordelijke kindje op de wereld te zetten. Nu is het tijd om er schaamteloos mee te pronken! Wees gewaarschuwd: als je het er niet zo op hebt om de (online) publiciteit op te zoeken of moeite voor de promotie te doen, zal je dat waarschijnlijk wel te horen krijgen van je uitgever…

Je moet hard durven schreeuwen in het grote oerwoud van schrijvers en boeken 😉


Het werkt enorm in je voordeel als je veel volgers hebt op sociale media. Dan ziet de uitgever dat je een groot aantal potentiële lezers (kopers, dus) hebt zonder er al te veel voor te doen. Zodra je het goede nieuws hebt gehoord dat je bij een reguliere uitgever binnen bent, is het dus verstandig om je sociale media actiever bij te gaan houden of om ermee te starten als je dat nog niet gedaan hebt.

Als je je boek wel gedrukt wil zien, maar niet per se veel tijd en moeite in de verkoop wil steken (bijvoorbeeld omdat je het verhaal alleen aan bekenden wil laten lezen) is zelfstandig publiceren waarschijnlijk geschikter voor je.

Behoefte aan een redactieronde voor je naar de uitgever gaat? Kijk eens in mijn webshop.