Een tijdlijn maken voor je verhaal

Een tijdlijn maken is ontzettend belangrijk als je een verhaal gaat schrijven. In je verhaal gebeurt niet alles chronologisch en dan is het fijn als je een overzicht maakt van wanneer wat gebeurt. Zelfs als alles netjes van A naar B gaat, kan je een fijne houvast hebben aan een tijdlijn.

Waarom schrijf je een tijdlijn?

Als je een verhaal schrijft, maak je meestal een ruwe schets van gebeurtenissen. Daarin heb je de rode draad van het verhaal, maar ook nog wat andere gebeurtenissen om het verhaal wat meer inhoud te geven. In die andere kortere verhaallijnen kunnen dingen voorkomen die de rode draad beïnvloeden en daarmee invloed hebben op de tijdlijn.

Neem een huisje-boompje-beestje verhaal. Het stel wordt verliefd, gaat trouwen en krijgt een kindje. Als je deze volgorde aanhoudt in het verhaal, lijkt het in eerste instantie moeilijk om de (chronologische) draad kwijt te raken.

Voorbeeld: makkelijk de chronologische draad kwijt

Het stel trouwt in december 2018 en jij hebt bedacht dat het na de huwelijksnacht meteen raak is. Het kindje zou dus in september geboren moeten worden. Zo heb je je rode draad bepaald. Maar later in je uitwerking bedenk je dat een vriendin tegen de bruid zegt: “Zou je wel meteen beginnen met proberen zwanger te raken? Jullie hebben een superavontuurlijke en lange huwelijksreis gepland! Als het meteen raak is, zit je daar in aan de andere kant van de wereld met ochtendmisselijkheid…”
“Daar zit iets in…”
Je schuift de geboorte van het kind op en het kindje wordt niet in 2019, maar in 2020 geboren. Dat geeft al meteen een hele andere kraamtijd voor moeder, met een lockdown: moeilijkere regels voor bij de echo, minder bezoek in de kraamtijd…

Personagebiografie als houvast

Qua jaartal is 2020 een redelijk extreem voorbeeld, maar je ziet waarschijnlijk wel dat iets opschuiven een groot gevolg kan hebben. Om niet in de knoop te raken met jaartallen, leeftijd en levensloop, is het verstandig om je personagebiografie als houvast te gebruiken. Geef je personages allemaal een exacte geboortedatum, dus : dd-mm-jjjj. Niet: “ergens in de jaren tachtig”. Dan weet je bijvoorbeeld ook: Dochter is in 2000 25 jaar oud, Vader is dan 65. Als dochter dan in 2003 bevalt, is Vader net een jaartje met pensioen.
Dat is best handig om te weten. Opa zal een stuk makkelijker kunnen oppassen als hij niet aan het werk is.

Tijdlijn en het butterfly effect

Als je een tijdlijn hebt die je goed bijhoudt, voorkom je een verkeerd butterfly-effect.
Het butterfly-effect komt in elk verhaal in meer of mindere mate voor. Als je zomaar iets opschrijft betreffende de verstreken tijd of het jaartal, is het onvermijdelijk dat je vroeg of laat iets opschrijft wat in je tijdlijn niet meer klopt. Bijna alles heeft een samenhang of een oorzaak en gevolg. Zeker wat betreft de rode draad in je verhaal of belangrijke subplots, moet je er alert op zijn dat je weet waar je eventuele dingen verandert.

Als je bewijs wil hebben hoe een kleine verandering in de tijd grote gevolgen kan hebben voor de toekomst, moet je de filmklassieker ‘Back to the future‘ maar eens kijken.

Tijdlijn en de algemene geschiedenis

Als je schrijft over een ‘hoofdstuk in de geschiedenis’ dat al voorbij is, kun je daar je voordeel mee doen. De Tweede Wereldoorlog is daar een goed voorbeeld van. Je kan de geschiedenisboeken gebruiken om bepaalde historische gebeurtenissen als ijkpunt te nemen en aan de hand daarvan een personagebiografie aan te passen of zelfs te maken.

In Nederland duurde de oorlog van 1940 tot en met 1945. Dat is een tijdsbestek van vijf jaar. Kinderen en jongeren uit die tijd hebben dus een groot deel van hun leven of tijdens een belangrijk moment van hun ontwikkeling de oorlog meegemaakt. Daarin kan hun geboortejaar een belangrijk verschil uitmaken voor de invulling van het verhaal. Bijvoorbeeld:

1875: Je bent 65, in die tijd hoogbejaard. De kans is heel klein dat je het eind van de oorlog meemaakt. Wat doet dat met je mentale toestand als je je daar bewust van bent?

1925: je wordt negentien in 1944. In het heetst van de strijd wordt je opgeroepen voor het leger, waardoor je in levensgevaar kan gaan verkeren.

1927: je wordt negentien in 1946. Hoewel je slechts twee jaar jonger bent dan het personage hierboven, is de oorlog over zodra de dienstplicht zou gelden en hoef je dus niet naar het front, met alle bijkomende mogelijke gevolgen.

1933: Je bent zeven tot en met twaalf jaar als het oorlog is. Je bent inmiddels oud genoeg om de hele oorlog bewust mee te krijgen.

1944: je wordt geboren in de hongerwinter. Je herinnert je later niets van de oorlog, maar door de hongersnood kan je wel een groeiachterstand hebben gekregen. Dat kan van invloed zijn op de manier waarop je (lijf) verder ontwikkelt.

Voor het verhaalthema kan je tijdlijn dus ook van groot belang zijn. Het maakt voor je personage veel uit of hij drie of drieëntwintig jaar is in 1943. Dat is het verschil tussen ‘oorlogsgeheimen in een familie waar je hoofdpersonage later pas achter komt’ of ‘traumaverwerking’.

Tijdlijn en plottwists

Vanwege het eerder genoemde butterfly-effect is het ook belangrijk dat je weet welke gebeurtenissen een samenhangende oorzaak en gevolg hebben. Zeker bij een plottwist. Een plottwist gaat erom dat er ‘opeens’ iets anders gebeurt dan de lezer verwacht. Maar dat opeens komt wel op een bepaald/ specifiek moment. Omdat je moet weten welke puzzelstukjes je aan de lezer geeft, moet je ook weten wat je al voor informatie hebt weggeven en welke niet. Een tijdlijn kan hier ook houvast voor bieden. Een onverwachte zwangerschap met de uitgerekende datum in september betekent dat je tijdens oud en nieuw nog niets van de zwangerschap weet. Dus dan gaat de vriend van de aanstaande ouders geen nieuwjaarswensen geven: “Dat het maar een mooi jaar mag worden met het uitgebreide gezin.” Dan weet je dat je ergens in maart je personage hints kan laten geven.

In vijf stappen naar een persoonlijk thema

Het thema is de fundering van het verhaal. Je kan het gebruiken om je mening te verkondigen via de heldenreis van je personages. Met deze vijf stappen krijg je het voor elkaar!

1 Wat is je thema?

Bepaal als eerst je thema. Onmogelijke liefde? Armoede? Een weg naar de top?
Voordat je iets kan personaliseren, moet je beslissen waar je het over wil hebben.  

2 Wie is je personage?

Zorg dat je weet wat de drijfveren en angsten zijn van je personage zijn. Elke puber gaat voor het eerst naar de middelbare school. Maar is jouw puber daar dolenthousiast over of kan hij van de angst niet slapen?  
Soms past een thema niet bij een personage. Als een kleuter het kind is van alcoholisten, is alcoholisme niet het beste uitgangspunt voor het thema. Een kleuter snapt niet wat dronken zijn betekent of wat het met iemand doet. Het thema is dan eerder angst (voor de ouders). Als je vanuit het gezichtspunt van de kleuter schrijft, is het makkelijker om angst als hoofdthema te nemen en onzekerheid als subthema.

3 Hoofdthema en subthema

Het hoofdthema is een emotie of ervaring die ieder mens kan meemaken, ongeacht leeftijd of levenservaring.
Denk aan:

* Liefde
* Gedrevenheid
* Hebzucht (Soms zeuren kleuters al om nog meer speelgoed…)
* Verbondenheid
* Angst
* Doorzettingsvermogen
* Rouw
* Eenzaamheid
* Moed
* Hulpeloosheid

Zodra je het hoofdthema hebt bepaald, kun je het subthema bepalen. Hou dan nog steeds je personage in gedachten.
Als eenzaamheid je thema is, beleeft een dakloze veteraan dat heel anders dan een gepeste scholier. Wanneer je weet hoe je personage het hoofdthema ervaart, komt het subthema meestal vanzelf. Bij de veteraan is dat dakloos zijn en daarom nagekeken worden. Bij de scholier is dat pesten en geen vrienden hebben.

4 Wat is het centraal conflict?

Het thema bepaald grotendeels het centraal conflict.
Als je een onprettig thema hebt, dan zal je personage het willen veranderen naar een fijne omstandigheid. Geen oorlog, maar vrede. Geen angst, maar rust. Het conflict is dan: hoe gaat hij dat voor elkaar krijgen?

Bij een gelukkig thema zal je met iets moeten dreigen. Zo blijft het verhaal interessant. Een gezin dat er warmpjes bij zit kan ineens met schulden te maken krijgen. Een backpacker maakt een zware aardbeving mee op zijn fantastische wereldreis. Het hoeft niet slecht af te lopen, maar er moet iets op het spel staan.

Het conflict zelf is extra belangrijk als je een thema hebt dat op verschillende manieren kan aflopen. Neem liefde. Moet je personage een liefde voor zich winnen of dreigt zijn liefde juist verstoord te worden? Dat bepaalt sterk welke hordes je personages moet nemen.

5 Je eigen standpunt in het verhaal verwerken

Nu kun je je mening in je thema verwerken. Het werkt het makkelijkst als je je hoofdpersonage jouw overtuigingen meegeeft, of als hij jouw ideale omstandigheden probeert te bereiken.

Je platzakke personage moet meerdere oplossingen bedenken om brood op de plank te krijgen. Als hij na vaak vallen en opstaan een succesvol bedrijf start, blijkt dat jij doorzettingsvermogen vindt lonen. Gedurende het verhaal kun je laten doorschemeren dat je het niet eens bent met de manier waarop de uitkeringsinstantie werkt. Dat blijkt wel als je personage daar steeds van het kastje naar de muur wordt gestuurd.

Als iets je personage expres lijkt tegen te werken, dan zal jij dat gegeven niet ondersteunen. De dictator wordt steeds machtiger als je personage in verzet komt, of de kwalificatie-eisen voor de wereldkampioenschappen van je topsporter worden ineens veel strenger.
Als je personage kan groeien door zijn schouders ergens onder te zetten, moedig jij als schrijver je personage aan om iets te doen waar jij heil in ziet.  

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Dit moet je weten over uitgeverfonds

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en wil ermee naar een uitgeverij. Naar welke uitgeverij stuur je jouw manuscript op? Bespaar jezelf een hoop teleurstelling en ga goed na bij welke uitgeverij je aanklopt.

Een passende uitgever vinden

Het spreekt voor zich dat een manuscript bij een uitgever moet passen. Iedereen begrijpt dat je met een erotisch verhaal niet bij een kinderboekenuitgever moet zijn.
Maar misschien weet je niet dat het tegelijkertijd ook weer niet zó simpel ligt als: “Ik heb een fictieve roman geschreven, dus nu kan ik bij elke uitgever terecht die geen kinder- of informatieve boeken uitgeeft.”

Als je de teleurstelling wil vermijden dat je niet uit de slushpile komt, zijn er twee dingen goed om vooraf na te gaan:
* Wie is je doelgroep?
* Welke uitgever heeft een fond wat bij mijn verhaal zou passen?

Het eerste punt zou zoals genoemd al meteen een aantal uitgevers van je lijstje kunnen halen. Het tweede punt vergt wat meer onderzoek.

Wat is een uitgeverfond?

Een uitgeversfond geeft aan wat de soort verhalen zijn die een uitgever interessant vindt om uit te geven. Als je buiten dit fond valt, zal de uitgever je boek niet willen uitgeven. Hoe goed en boeiend je verhaal ook is.
Zie het zo: als jij een heerlijk nieuwe sushisalade hebt bedacht, zal een veganistisch restaurant dat niet op zijn menukaart zetten. Ook al vindt de kok (die een visgerecht eten als guilty pleasure heeft) het best goed smaken.

Hoe heerlijk dit ook is: een veganistisch restaurant zet dit niet op het menu. Zo is het met uitgevers ook: bekijk vooraf goed wat zij op hun (fond)menu hebben staan.

Uitgeversfond: genres en verhaallijnen

Een uitgeversfond zoeken dat bij je past is in het begin meestal niet moeilijk. Meestal staat op de website van de uitgevers welke genres in zijn fond zitten. Heb je een thriller geschreven? Kijk dan eerst eens of dat genre binnen het fond valt. Op die manier kun je opnieuw een flink aantal uitgeverijen schrappen. Zie je dat: “Ik schrijf een roman voor volwassenen, dus daar kan ik bij elke niet-kinderboekenuitgever bij terecht,” niet opgaat?

Zodra je een handvol uitgevers overhoudt met jouw genre in hun fond, moet je wat gerichter gaan kijken. Ook uitgevers moeten met elkaar concurreren. En ook binnen genres zijn er grote verschillen in verhalen, centrale conflicten en verhaalthema’s. Of juist andersom: binnen verschillende genres komen bepaalde thema’s of conflicten terug.

Op dit punt moet je wat meer gaan opletten. Uitgevers moeten zich van elkaar kunnen onderscheiden, dus waar de ene uitgever iets aanbiedt, zal de ander zich elders in specialiseren.

Een heel simpel voorbeeld van verschillen binnen genres:
In het ene verhaal laait onmiddellijk passie op, maar komt het koppel obstakels tegen die overwonnen moeten worden. Het andere verhaal gaat er juist over hoe een romance opbloeit en wat er moet gebeuren met de personages om naar elkaar toe te groeien.

Dit zijn allebei romantische verhalen, maar de uitwerking ervan is compleet anders. Zo kun je met je genre bij een specifieke uitgever binnen het fond vallen en bij een andere uitgever met hetzelfde genre in zijn fond juist daarbuiten.

De toon van het uitgeversfond

We zagen eerder al dat verhaalthema’s ook in verschillende genres terug kunnen komen.
Neem moederliefde. Dat kan in een roman voorkomen als de moeizame weg naar het moederschap. Na talloze ivf-pogingen slaagt een zwangerschap en lees je over de eerste gelukkige en gezegende jaren van het moederschap. Iets voor een streekroman.
Maar moederliefde kan ook betekenen dat zoon wordt opgepakt voor een ernstig misdrijf en dat moeder alles doet wat in haar macht ligt (zoals in drugs gaan handelen) om de kosten voor een advocaat te kunnen dekken. Dan ga je al meer richting de thriller- misdaadroman.
Om deze redenen beperken uitgevers zich meestal niet tot een genre. Probeer erachter te komen of de uitgever die je aanspreekt thema’s of centrale conflicten heeft die steeds terugkomen. Denk aan dingen als :

* zijn de hoofdpersonages meestal sterke vrouwen, of gaan de verhalen vaker in op meer conservatieve protagonisten?
* hebben de boeken altijd een licht spirituele ondertoon of een wijze verteltoon?
* zijn de meeste boeken voorspelbaar of komen er juist vaak plottwists voor?

Dit soort vragen helpen je om je te verplaatsen in de markt die de uitgever voor zich heeft. Als de lezers van de uitgever ‘gewoon lekker weg willen lezen’, dan zullen ze er niet van gediend zijn als ze een verhaal krijgen dat vol zit met ingewikkelde subplots.

Een grote uitgever of een kleine uitgever kiezen?

Uitgeven bij een grote uitgever klinkt als de meest verstandige keuze. Je krijgt immers meer bekendheid. Maar juist omdat grote uitgevers meer publiek ( moeten) trekken, zullen ze minder snel geneigd zijn om een verhaal uit te geven dat buiten de gebaande paden treedt. Een kleine uitgever kan dat risico wat makkelijker nemen.
Hetzelfde geldt voor naamsbekendheid. Je komt als debutant moeilijker binnen bij een grote uitgever omdat je nog geen lezerspubliek hebt opgebouwd.

Een limonadeverkoper behaalt zijn eerste succes meestal op straat, niet meteen bij Coca Cola.

Je kan gerust aankloppen bij een grote uitgever, maar wees je ervan bewust dat de kans dat je daar als debutant binnen komt ontzettend klein is.
Een kleine uitgever levert geen slechter werk dan een grote uitgeverij. Een kleine uitgever heeft minder te besteden. Juist daarom zal hij er alles aan doen om de boeken die hij wel uitgeeft alle nodige aandacht en moeite te geven die nodig is om het te laten verkopen.

Als beginnend auteur is het voornamelijk heel belangrijk dat je veel opties openhoudt en openstaat voor avontuur. Kijk wat er bij jouw boek of manuscript past en ga op die manier verder met je schrijversdroom. Je kan eigenlijk niet veel fout doen als je een uitgever zoekt, zodra je een uitgever met een passend fond hebt gevonden. Behalve dan als je er niet voor openstaat om feedback te ontvangen. Maar je bent een echte avonturier, dus daar schrik je niet van terug, toch? 😉

Het gebruik van symboliek in verhalen

Symboliek kan helpen om het verhaal beeldend en diepzinnig te maken. Maar een verkeerd gebruik van symbolen kan je verhaal weer dramatisch maken. Hoe vindt je een goed evenwicht in het gebruik van symbolen?

Symbolen en symboliek in verhalen

Symbolen in verhalen zijn er bijna altijd. Soms liggen ze er duimendik bovenop. Dan bestaat het risico dat je in clichés verzandt. Maar als je een boek hebt waarin de symboliek subtiel en diepgaand is, dan is het verhaal zeer waarschijnlijk van goede kwaliteit.

Helaas is er geen kant en klaar recept om symboliek te gebruiken. Niets is zwart-wit.
Aha, zwart-wit, daar hebben we een veelgebruikt symboliek. Laten we dat eens gebruiken om te zien wat er allemaal fout kan gaan.

Te makkelijke symboliek in verhalen

Zwart en wit zijn elkaars tegenpolen. In kleuren, maar nog meer in symboliek. Wit staat dan meestal voor datgene wat positief is, zwart voor het negatieve. Denk aan:
* goed – kwaad
* licht – donker
* onschuld – schuld
* hemel – aarde (of hel)

Deze tegenpolen zijn prima te gebruiken; ze helpen je lezer een stapje op weg naar wat je tussen de regels door aan hem duidelijk wilt maken. Het nadeel is alleen dat als je een cliché krijgt als je tegenstellingen houdt zoals ze zijn en daar niet dieper op ingaat.

Romantici en weerwolven: jullie weten wat jullie te doen staat, toch? 😉

Bijvoorbeeld: als je je held in (maagdelijk) wit gekleed laat gaan, golvend blond haar en een engelachtige, loepzuivere stem geeft en de vijand in het zwart rondloopt en donker haar en een rokershoestje heeft… Dan wordt de boodschap niet zozeer overgebracht, maar eerder door de strot van de lezer geduwd.
Te veel tegenstellingen laten je lezer met zijn ogen rollen.

Nog een andere valkuil met symboliek en / of tegenpolen is dat je de symboliek als verklaring gaat gebruiken waar dat niet gepast is.
“Dit personage kan die moord nooit gepleegd hebben. Ze is mooi, maagd en draagt altijd wit.”
Zeker weten? Ik weet toevallig dat ze vorige week nog tegen haar vader schreeuwde dat ze hem zou vermoorden als ze kon bewijzen dat hij haar moeder bedroog. Waarom zou ze nu anders zo’n haast hebben om haar voetstappen in de sneeuw richting van het huis van haar vaders minnares uit te wissen?

Soms is een mes geen symboliek voor goede kookkunsten, maar eerder van slagerskunsten…

Vergeet niet dat je personage altijd gedreven wordt door omstandigheden en motieven, niet door hoe ze eruit zien. Zelfs de gebochelde van de Notre Dame wordt niet gedreven door zijn lelijkheid. Het zijn de omstandigheden en hoe hij en anderen met dat uiterlijk omgaan die de drijfveer en het verloop van het verhaal bepalen.

Ook al kies je niet voor uiterlijkheden, maar voor karaktereigenschappen, dan geldt nog steeds hetzelfde. Denk aan onze moordenares. Misschien is ze normaal gesproken wel lief en al het andere wat bij haar symboliek past. Maar als de omstandigheden juist (of in dit geval ongunstig) zijn, bijvoorbeeld vanwege een serie traumatische gebeurtenissen, dan kan dat haar alsnog uit haar karakter halen.
Een topfitte, actieve sporter wil ook wel eens een avondje niksen op de bank. Gewoon eens lekker lui, de tegenpool van actief. Zo is het met personages ook. Niets is volledig zwart-wit.

Is het je ooit opgevallen dat Mary Sue bol staat van de symboliek (mooi, jong, lief, zacht, onschuldig, moederfiguur)? Dat is een van de redenen waarom ze zo’n slecht uitgewerkt personage is: te veel gebruik van symboliek. Ze is een hyperbool van het symbolisch vrouwelijke. Zo is Joe Sixpack ook een hyperbool, maar dan van symbolische masculiniteit (sterk, machtig, dominant).

Goede, diepgaande symboliek in verhalen

Goede symboliek zit hem in subtiliteit en tussen de regels door lezen. En in spelen met woorden. Als je wil weten wat voor symboliek bij je verhaal past, dan vindt je een mogelijk antwoord in je verhaalthema. Een mindmap kan daarbij helpen. Stel je thema centraal en ga de vakjes invullen.
Laten we ‘geboorte’ als voorbeeld nemen.
De eerste dingen die in je opkomen zijn waarschijnlijk: baby, moeder, kind, zwangerschap, verloskundige, enzovoorts. Je kan je hoofdpersonage dan een verloskundige maken. Maar je kan ook een stapje verder denken. Wat is geboorte nog meer, of waarvoor staan geboorte en zwangerschap mogelijk nog meer symbool?

*Een nieuw begin
*Iets creëren
*Groei (fysiek of van vaardigheden)

Met deze elementen kan je over een uitvindster schrijven. Eerst moet zij studeren (de groei van kennis), dan iets creëren ( de uitvinding maken) en vervolgens is de uitvinding zo succesvol dat het de wereld verandert en er een nieuw tijdperk begint.
Om de overkoepelende symboliek te verduidelijken, laat je haar een moeilijke zwangerschap doormaken. Of misschien is haar beste vriendin die af en toe inzichten aandraagt wel de voorgenoemde verloskundige.

Het cirkeltje rondmaken in verhalen met behulp van symboliek

“En ze leefden nog lang en gelukkig” past bij sprookjes en kan ook in de figuurlijke zin een mooi einde van het verhaal aangeven. Dat is een lineair einde. Met de symboliek die je hebt gebruikt kan je ook een mooi rondje maken: “Nu is de cirkel rond”. Laat de dochter van de uitvindster later gynaecologie studeren. Dan kan zij weer helpen de kleindochter van de inspirerende verloskundige ter wereld helpen.

Natuurlijk ligt het cliché hier ook weer op de loer. Of op zijn minst het risico dat je verhaal suikerzoet en klef wordt.
Als je de heldenreis van je personage in de gaten houdt, is dat risico kleiner. Ga na welke obstakels er overwonnen zijn en welke offers daarvoor zijn gemaakt. Dan is het einde al gauw een oprecht passende beloning voor je held. Als je held echt iets heeft verdiend, is dat einde veel bevredigender dan wanneer al zijn wensen op de valreep op een gouden bordje worden gepresenteerd.

Hoe dan ook is het toverwoord voor het gebruik van symboliek: subtiliteit. Zolang als je subtiel bent in het gebruik van symbolen, zal je vast een mooie onderliggende boodschap kunnen meegeven. Bijkomend voordeel is dat het symbool dan ook die boodschap op een prachtige manier kan onderstrepen!

Een sprookje als schrijfoefening

Er was eens… Ja, ja, sprookjes ken ik onderhand wel. Zeker weten?
Als je sprookjes ontleedt, heb je een schat aan informatie tot je beschikking. Het zal helpen met het schrijven van een goed opgebouwd verhaal.

Kenmerken van een sprookje

“Er was eens…” “En ze leefden nog lang en gelukkig”. Sprookjes zijn meer dan dat. Kun je wat meer kenmerken van sprookjes noemen voordat ik dat doe? 😉

* Er zit een duidelijk moraal in
* Het heeft elementen van magie, fantasie of iets bovennatuurlijks (draken, toverkracht, pratende dieren)
* Het getal zeven komt vaak voor ( zevenmijlslaarzen, zeven geitjes, zeven zonen)
* Het getal drie zie je ook vaak
– Drie zoons of prinsessen
– De molenaarsdochter krijgt drie dagen de tijd om Repelsteeltjes naam te raden
– Drie schuren waaruit het stro tot goud moet worden geweven in ‘Repelsteeltje’
– De jongste zoon is vaak de slimste, omdat het doel pas na drie pogingen wordt gehaald
* Ze zijn bruut! (Ga maar na: een kind vermoorden omdat ze mooier is dan jij? Spiegeltje spiegeltje, wie is hier volledig doorgedraaid?) Luister hier naar de originele versie van Andersen. (Disney heeft wat af geromantiseerd…)
Hier is een afspeellijst van de boekenserie waaruit het sprookje wordt voorgelezen. Zo kan je talloze sprookjes (her)ontdekken 🙂

Het verschilt per sprookje of er al dan niet een pratend dier, ridder of prins in voorkomt, maar bovenstaande elementen zou je in elk westers sprookje terug moeten vinden.

Sprookjeselementen zijn waarschijnlijk net zo vertrouwd als Roodkapje en de wolf zelf.

Moraal in een sprookje en een verhaalthema

Een overduidelijk kenmerk van sprookjes is het duimdikke moraal. Dat geeft ook verdieping in het verhaalthema. Als het moraal is: “praat niet met vreemden”, dan is het thema bijna als vanzelf ook gevaar. (Praten met vreemden is gevaarlijk: in sprookjes wordt je dan meestal ontvoerd of opgegeten.)
Omdat thema en moraal in sprookjes niet moeilijk te vinden zijn, kun je ze als vergrootglas gebruiken. Als je thema gevaar is, waar kun je dan mee dreigen?
Hoe kan een personage reageren als ze geconfronteerd wordt met de dood van haar (groot)ouders? Wat doet het met een kind om in armoede op te groeien?

Wat is de achterliggende gedachte?

Verwacht van sprookjes geen diepzinnige opbouw. Toch leren ze over het belang van verhaalelementen en personagebiografiëen. Let daarvoor op de oppervlakkige en steeds terugkerende elementen in sprookjes en je vindt al snel wat eerste bouwstenen om op voort te bouwen. Zowel voor verhaalelementen als voor je personagebiografie.

Neem een ridder. Die is dapper, want hij gaat de draak verslaan.
Je bent dapper als je je leven op het spel zet. Maar wat kan er nog meer gebeuren?

* De ridder overleeft, maar verliest een arm en gaat als mindervalide door het leven
* De ridder kan ernstig ziek worden door ondervoeding

Nu gebeurt zoiets nooit in sprookjes, omdat de personages daarin min of meer vaste rollen hebben. Sprookjes worden nooit zo ingewikkeld. Maar juist daardoor is het makkelijker om in te zoomen op wat bepaalde elementen eigenlijk weerspiegelen.

Wij weten dat het de ridder gaat lukken om de draak te verslaan, hij niet. Hij zal dus een betere inschatting van mogelijke gevolgen maken. Daaruit blijkt zijn echte moed. Je bent niet dapper als je bereid bent te sterven als je weet dat die kans vrijwel nul is.
In de VS sterven jaarlijks twintig mensen door toedoen van koeien. Maar we noemen niet iedereen die in de buurt van koeien durft te komen een onverschrokken superman; de verhouding zou krom zijn. Als je een koe dichtbij ziet komen, denk je waarschijnlijk iets als: loeiend beestje, herkauwer… Niet: help, potentiële moordmachine!

Ren voor je leven nu het nog kan! 😉

Je bent onverschrokken als je iets doet terwijl het waarschijnlijk is dat je iets vreselijks mee gaat maken.

Sprookjes als clichédetector

Je zet er waarschijnlijk geen vraagtekens bij als ik zeg dat de ridder de draak gaat verslaan. Dat gebeurt namelijk vrijwel altijd.
Misschien hebben clichés wel hun oorsprong in sprookjes. Het zijn per slot van rekening verhalen die met eenzelfde formule eeuwenlang zijn doorverteld. Kijk eens wat er vaak in sprookjes voorkomt:

* Het goede is mooi, zacht of onschuldig
* Het slechte is lelijk, mismaakt of sluw.

Als je sprookjes als casusstudie gebruikt, zie je wat hier de voor- en nadelen van zijn.
Lees hier uitgebreider over clichés en tropes.
Als toevoeging wat betreft spookjes zijn hier nog wat extra voorbeelden.

Voordeel van een sprookjescliché

Sprookjes kunnen dus goede bouwstenen geven om op verder te gaan. Waarom precies? De clichés in sprookjes zijn in bepaalde mate op waarheid gebaseerd.

* De wijze is een oude vrouw. Ze heeft levenservaring die een kind nog niet kan hebben.
* De mooie dame met de zachte stem die een hongerige reiziger eten geeft, is de heldin van het verhaal. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar als je het wat meer zwartwit bekijkt:
iemand die met een bloederig mes in de stad rondloopt, heeft iets op zijn kerfstok. Zou jij de vrouw of de messendrager om hulp vragen? Soms is iets geen cliché, maar een show don’t tell. Vroeger waren sprookjes namelijk bedoeld om normen en waarden aan te leren, niet als vermaak. Sprookjes kunnen daarom een goede manier zijn om clichés van tropes te leren onderscheiden.

Nadelen van sprookjesclichés

Het zijn clichés. Van sprookjes wordt dat verwacht, maar je kan niet alles afkijken wat betreft verhaalopbouw. Voor het schrijven van verhalen die je wil uitgeven, zijn ze te eenvoudig. (Tenzij je dat in eigen beheer zou doen)
Daarnaast
* zijn de vrouwen vaak een sexy lamp
* worden de moralen redelijk kort door de bocht behandeld.

Lees deze blogpost eens. Het onderwerp is de alfaman. Maar ik schreef hier ook over hoe jij als schrijver moet weten welke waarden jij belangrijk vindt en hoe je dat persoonlijk kan invullen. Sprookjes winden er geen doekjes om wat je moet geloven en zijn heel standvastig in hun boodschap. Dat heeft de oorsprong in hun originele functie. Maar zoveel eeuwen later heeft een lezer behoefte aan verhalen die meer ruimte geven voor discussie, of in ieder geval hun argumenten onderbouwen.






Doel en boodschap van je verhaal

Zodra je een thema voor je verhaal hebt bepaald, moet je gaan nadenken over het doel van je verhaal. Het zet de toon voor je boek en bepaalt in grote mate hoe de lezer het zal interpreteren.

Verhaalthema

Het verhaalthema is een belangrijke bouwsteen voor je verhaal, zoals ik al vaker schreef. Het bepaalt in hoge mate het verhaalverloop, de wereld van je personage en soms zelfs het centrale conflict. Het thema draagt een duidelijke boodschap uit. Dan is het niet meer nodig om over het doel van je tekst na te denken, toch? Nou… Nee.

Doel van je tekst

Zoals je op school hebt geleerd kan een tekst meerdere doen hebben:

* vermaken
* informeren
* aanzetten tot handelen
* overtuigen

Het ligt voor de hand om te denken dat als je een verhaal schrijft, je wil vermaken. En dat zal bij een roman, in welk genre dan ook, ook het primaire doel blijven.
Maar als je een verhaal schrijft, kun je er niet omheen dat je indirect door je plot, thema, setting of personages ook de andere tekstdoelen ook meeneemt.

Informeren
Als je schrijft over slavernij, informeer je de lezer ook. Je moet schrijfonderzoek doen, wil je dat je verhaal een beetje overeind blijft staan. Zo krijgt de lezer bijvoorbeeld te weten:
* hoe slaven werden behandeld
* hoe een dag van een slaaf eruit zag
* hoe slaven werden verkocht en of ze zich al dan niet konden vrijkopen

Als schrijver van een fictief verhaal is dit niet je doel, maar het zit toch in de tekst verweven. Hetzelfde geldt voor de andere overgebleven schrijfdoelen.

Aanzetten tot handelen
De film Avatar is hier een goed voorbeeld van. In de verre toekomst wordt er een nieuwe, prachtige planeet ontdekt. Er worden mensen naar de planeet gestuurd om contact te leggen met de inheemse bevolking, met het uiteindelijke doel bepaalde grondstoffen te delven. Als later blijkt dat daarvoor het complete ecosysteem verwoest moet worden, komen de hoofdpersonages in opstand.
De boodschap: ‘Ga zuinig om met onze prachtige planeet Aarde.’ (Stop met regenwouden omkappen enzovoorts).
Het is overduidelijk dat bij deze film vermaak op de eerste plaats staat, met de vele actiescènes en de uitgebreide ontdekkingsreis op de planeet Pandora. Maar alsnog is ´aanzetten tot handelen´in deze film duidelijk zichtbaar.

Overtuigen
Je schrijft een dystopie met moord en doodslag als thema. In jouw fictieve rechtstaat is de doodstraf bij moord toegestaan. Dat op zichzelf zegt niet zo veel.
Als je personages ertegen in opstand komen, lijkt het erop dat je als schrijver het niet eens bent met de doodstraf.
In een andere versie wordt de doodstraf vaak en niet exclusief voor moord toepast. Je personages geven het oplossen van hongersnood voorrang, zonder over de doodstraf na te denken. Dan lijkt het er al meer op dat je de doodstraf niet per definitie afkeurt.

Je held en je slechterik zijn belangrijke aanwijzingen voor jouw mening.

‘Think what you write’ zou ik hier nog aan toevoegen 😉

Je personages als boodschappers

Je hoofdpersonage en zijn tegenstander (of dat nu een persoon, een systeem, geloof of omstandigheid is) zijn vaak de uitdragers van jouw waarden. Je hoofdpersonage zal datgene belichamen dat je oké vindt, de tegenstander wat je slecht vindt (of op zijn minst waar je vraagtekens bij zet). Zij krijgen allebei een uitgebreid podium om hun normen en waarden uit te dragen, want samen vormen ze het centrale conflict. Let er dus goed op wat je deze personages laat zeggen, doen of uitdragen.

Onderschat de onderliggende boodschap niet!

Het verhaal dat je nu schrijft, wordt een wereldwijde bestseller. Wat wil je dat de mensen ervan meekrijgen?
Het is optimistisch, maar hier gaat het me om: weet je zeker dat datgene wat je onder jouw naam de wereld in stuurt iets is waar je achter kan staan? Kan je dat nog steeds als miljoenen mensen het boek lezen en jouw stem als zeer waardevol wordt gezien? Persoonlijk vind ik het je verantwoordelijkheid als schrijver om altijd de grenzen van een onderliggende boodschap te bewaken. Zodat als iemand je boek leest leest, het geen nare gedachten in hoofden kan prenten. Bij horror is de lezer erop ingesteld dat er dingen gebeuren die niet door de beugel kunnen, maar bij andere genres ligt het er niet zo dik bovenop en kan het zeer schadelijk zijn.

De romantische engerd

Helaas is het romantische genre hier een voorbeeld van. Deze (Engelstalige) video legt dit op een sarcastische manier goed uit.
De alfaman is zo’n beetje hetzelfde als Joe Sixpack en die bijkomende problemen blijven.
Merk ook op: extreem jaloers en dwingend gedrag wordt geromantiseerd.
Helaas is het niet zo dat mensen zwart-wit fictie en non-fictie van elkaar kunnen scheiden. Ze staan er niet altijd bij stil dat wat romantisch lijkt in een boek of film, zeer grote reden tot zorgen zou zijn in het echte leven. De romantische klassieker: ‘The notebook‘ heeft een paar duidelijke voorbeelden:

* Noah dreigt met zelfmoord als Allie niet met hem uit wil gaan
* Noah stuurt Allie een jaar lang elke dag een brief en krijgt nooit antwoord. Dat zijn 365 brieven. Lees: dat is ronduit stalken. De kans is nihil dat dat gebrek aan antwoord komt doordat alle brieven onderschept worden: precies wat er in de film gebeurt. Zo wordt het idee: ‘ze horen bij elkaar’ ten koste van alles goedgepraat. Ook al zouden die acties in het echte leven eng of gevaarlijk zijn.

En dames, willen jullie nog steeds met Noah uit? (Copyright: New Line Cinema)

Nog steeds zijn er miljoenen jonge meiden op de wereld die hun vriendjes verwijten niet als Noah te zijn. Ik heb medelijden met die jongens… Boeken en films als “The Notebook’ scheppen op grote schaal verkeerde verwachtingen van liefde bij tieners en soms ook nog bij volwassenen.

Je weet nooit wat voor draagvlak je boek gaat krijgen, of dat nu bij één persoon is of bij miljoenen mensen. Ben er dus zeker van dat je duidelijkste boodschap er een is waar je persoonlijk achter staat.

Hoe bepaal je een verhaalthema?

Onvoorwaardelijke liefde, (on)trouw, verraad…  Keuze genoeg voor verhaalthema’s. Maar hoe werk je ze goed uit? Ik schreef al eerder over het belang van onderzoek doen en personagebiografieën schrijven. Samen vormen ze een optelsom vormen voor een goed geschreven verhaalthema.

Je verhaalthema uitwerken

Zorg dat verhaalthema logisch aansluit op je personage. Schrijf een bijbehorende personagebiografie. Onderzoek zijn leefwereld.  Daarna kun je het verhaalthema bepalen. Wat zijn de normen en waarden van de maatschappij waarin je personage leeft? In hoeverre botsen die met die van je personage? Of voelt je held zich daar prima in thuis en moet je het centraal conflict iets aanpassen?

Je schrijft over een vrouw die wil werken voor haar geld. Als ze in de Middeleeuwen leeft, is emancipatie vrijwel zeker een thema in je verhaal. Leeft zij in onze tijd, dan kan ze het hoofdpersonage zijn van elk denkbaar genre. Als ze voor emancipatie strijdt, dan moet ze meer doen dan alleen werken. Als je emancipatie je verhaalthema wil maken en nog geen personage hebt, kun je uitzoeken waar en wanneer emancipatie relevant en logisch is. Dan kun je een personage erbij verzinnen dat leeft in bijvoorbeeld de Middeleeuwen of in bepaalde niet-Westerse landen.

Onderzoek doen tijdens het schrijfproces

Je hebt je verhaalthema gekozen en de biografie gemaakt. Nu is het tijd voor schrijfonderzoek. Naar de rechten van vrouwen in de Middeleeuwen, of de hedendaagse vrouwenbeweging. Maar wat als je een thema hebt dat niet aan tijd en plaats gebonden is, zoals liefde tussen moeder en kind, eenzaamheid of rouw?
Een thema heeft eindeloze gezichten. Een tiener kan eenzaam zijn omdat hij door iedereen op sociale media wordt genegeerd. Een Amerikaanse oorlogsveteraan die door een mislukt re-integratietraject op straat belandt, ervaart eenzaamheid vanwege totaal andere redenen. Ook zal de mate van eenzaamheid verschillen. Ga goed na wat de oorzaak van je verhaalthema is en hoe dat je personage beïnvloedt. Onderzoek zo nodig eerst de effecten van sociale media bij tieners, of het beleid van de Amerikaanse regering betreft de opvang van veteranen. Ga dus ook lezen als je je verhaalthema gaat bepalen.

Een schrijver moet veel lezen

“Je kunt geen schrijver zijn die niet leest.” Wat wordt daarmee bedoeld?
Als je veel leest, krijg je oog voor dingen die herhaaldelijk in verhalen terugkomen. Dan merk je wat goed werkt voor de leesbaarheid en waarom dat gedaan wordt. Sprookjes zijn een goed voorbeeld, met de regel van drieën. De held doet drie pogingen zijn doel te bereiken. De eerste keer mislukt het, de tweede keer mislukt het nogmaals, ondanks de nieuwe strategie. Pas de derde keer wordt het monster verslagen, de prinses gered… Repelsteeltjes naam wordt op de derde dag geraden, enzovoorts. Dit laat de moraal zien dat je met vallen en opstaan iets bereikt. Zoiets valt niet op als je maar één sprookje leest. Lees je er veel, dan wordt het uiteindelijk overduidelijk. Als je veel leest, zul je dus verhaalstructuren en schrijftechnieken gaan ontdekken.

Het pad naar goed schrijverschap is lezen. Veel lezen.

Hoe komt een verhaalthema tot stand?

Stel dat je leest over een vrouw die een scheiding aanvraagt als haar rijke man werkloos raakt. Dan kun je jezelf vragen stellen als:

Wat zegt dit over de vrouw?

Wat zegt dit over de man?

Waarom werkt de vrouw niet?

Waarom vindt de vrouw werkeloosheid een reden om de man te dumpen?

Waarom schaamt de man zich als hij ontslagen wordt, buiten zijn macht om?

Probeer deze vragen te beantwoorden, dan doe je al kleinschalig onderzoek. Met weinig moeite kom je een hoop te weten over de personages. Zo kom je meer te weten dan alleen een snelle aanname; de vrouw is een golddigger, de man is een zuiplap.

Achterliggende invulling van het verhaalthema

Ja, de man was alcoholist. Maar waarom drinkt hij? Als je erachter komt dat eenzaamheid de boosdoener is, dan is daar je thema. Was het vanwege een rotjeugd waar hij nooit overheen is gekomen? Dan is het thema trauma. De insteek van het verhaal verandert wanneer de man nooit drinkt en de vrouw de golddigger is. Zij brengt dan het thema hebzucht met zich mee. Maar als ze materiële zaken nodig heeft om bepaalde leegtes mee op te vullen, dan is het thema eenzaamheid. Die zaken komen niet uit de lucht vallen. Daarom is de personagebiografie nodig om het geheel rond te maken.

Betreft een biertje het thema genieten of alcoholisme? Dat ligt aan de biografie van je personage.

Persoonlijke invulling van het verhaalthema

Een verhaalthema kan veel invullingen hebben. Zo kan bedrog bijvoorbeeld slaan op vreemdgaan, landverraad of een man die de bankrekening van een vriend leegrooft. Binnen deze subthema’s kunnen verschillende scenario’s voorkomen. Schrijf voor jezelf op wat je spannend of leuk vindt om te lezen en waar je je aan stoort. Dan weet je waar je zelf al dan niet mee wil gaan werken. Vervolgens kan je gaan met elementen en bepalen wat je ombuigt, behoudt en hoe je je eigen verhaal uiteindelijk vormgeeft.

Boodschap van een verhaalthema

Onthoud dat bepaalde scenario’s onbedoelde of onbewuste boodschappen kunnen overbrengen.
Betrapt de vrouw haar man met zijn minnares op de keukentafel? Of vervangt hij de sloten als vrouwlief op shopweekend is met vriendinnen, zodat alleen hij en zijn minnares het huis nog binnen kunnen? Het eerste zal waarschijnlijk vanwege de sensatiefactor die alle verhalen in bepaalde mate moeten hebben, niet al te veel losmaken. Dat laatste kan de indruk wekken dat je beweert dat mannen harteloze, enkel op seks beluste en onbetrouwbare wezens zijn. (Nee, dan zijn niet alle mannen, je beschrijft nu Joe Sixpack.) Ongetwijfeld gaan sommige lezers zich daaraan storen en je boek wegleggen. Ook bij het uitwerken van je thema geldt: je lezer is niet dom.