Drie tips voor een tranentrekker: schrijf een tekst die ráákt

Als je een dramatisch verhaal schrijft, is “Ik moest er gewoon van huilen!” misschien wel het mooiste compliment dat je kan ontvangen. Dat kan jij ook voor elkaar krijgen. Let daarbij op de volgende dingen.

1 Doe een beroep op de empathie van de lezer

Als je een lezer wil laten huilen, moet je hem natuurlijk eerst verdrietig maken. Het is makkelijk om dan met het meest verdrietige voorbeeld te komen dat je kan bedenken. Een kind met kanker, bijvoorbeeld. Maar hoewel niemand graag een kind ziet lijden, hoef je niet meteen over iets heel heftigs te schrijven. Je hoeft er alleen voor te zorgen dat je lezer iets voelt dat hij ongeveer heeft meegemaakt. Dat ‘ongeveer’ kun je heel breed opvatten. Een lezer hoeft geen kind met kanker hebben gekend om dit triest te vinden. Ongetwijfeld heeft je lezer een andere geliefde ooit ziek zien worden of verloren, al dan niet aan kanker. Dan kun je een beroep doen op het verdriet dat je lezer toentertijd heeft gevoeld. Op die manier kan je empathie bij de lezer opwekken. Iedereen kan empathie voelen voor iets ergs of vervelends. Niet alleen voor extreem dramatische gebeurtenissen.

2 Zorg dat je lezer de personages kent

Het wordt echter wel lastiger om empathie te voelen als de personages in je verhaal aanvoelen als vreemden. Natuurlijk: je gunt het niemand om ellende of pijn te voelen. Maar je kan ook niet verwachten dat een lezer in tranen is als een vreemde iets vervelends meemaakt. Zorg er daarom voor dat de lezer je personages net zo goed kent als zijn eigen vrienden. Als je dan met een verdrietig moment komt, dan zullen de tranen waarschijnlijk wel komen.

3 Denk niet te makkelijk over gedeelde omstandigheden

Als je in je verhaal over iets schrijft dat veel mensen hebben meegemaakt, reken jezelf dan niet te snel rijk. Schrijf je over een scheiding? Denk dan niet dat als vanzelf iedereen die ooit gescheiden is, geraakt is door je tekst. Mocht je schrijven vanuit je eigen ervaringen, dan ga je misschien uit van het idee dat er veel gehuild werd toen het besluit tot scheiden definitief werd uitgesproken. Daar is op zichzelf niets mis mee. Veel mensen zullen het zelf ook zo hebben ervaren. Maar houd er ook rekening mee dat er ook mensen kunnen zijn die de uiteindelijke beslissing als opluchting hebben ervaren. Na eindeloze, weinig vruchtbare relatietherapie, werd de knoop dan eindelijk doorgehakt. Die mensen zullen zich kunnen verplaatsen in een scheiding, maar niet in dat hele specifieke verdriet. 

Het is beter om ervan uit te gaan dat je lezer meeleeft vanwege de emoties, niet vanwege de omstandigheden, zoals je al kon zien in de eerste tip.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Ik controleer of je tranentrekker je doel heeft bereikt: kijk in mijn webshop.

Hoe vind je je schrijversstem?

Als mensen weten dat je serieus aan de slag wil met schrijven, zal de vraag “Heb je je schrijversstem al gevonden?” misschien al een keer gevallen zijn. Wat houdt een schrijversstem in en hoe kan je die vinden?

Wat is een schrijversstem?

De schrijversstem is datgene wat elke schrijver uniek maakt. Er zijn talloze schrijvers, verschillende genres en allerlei schrijfstijlen en verhaalthema’s. De mix daarvan vormt de schrijversstem. Als een doorgewinterde fan van een bepaalde schrijver diens boek voorgelezen krijgt, zal die hem herkennen. Alsof het een letterlijke stem is. Net zoals een menselijke stem hoog of laag, hees of helder is, zo heeft een schrijversstem ook een combinatie die hem uniek maakt. “Ik herken deze tekst als een van schrijver X.” zal deze lezer zeggen. “Het woordgebruik is formeel, de zinnen zijn lang, de personages zijn allemaal van hogere kringen en het verhaalthema is vergeving.”

Waarom heb je een schrijversstem nodig?

Met een unieke schrijversstem val je op in de schrijversmarkt. Dan ben je niet langer een auteur zoals er dertien in een dozijn van zijn. Maar ook vóór een eventuele doorbraak is het belangrijk dat je je eigen schrijversstem vindt.
Als je begint met schrijven, moet je veel lezen en een beetje spieken bij andere schrijvers en verhalen om te zien hoe een goed verhaal in elkaar steekt. Het is lastig om te leren schrijven als je geen voorbeeld aan iets of iemand kan nemen. Maar de andere kant van de medaille is dat je de schrijfstijl van anderen niet te makkelijk, vaak of langdurig kan blijven kopiëren. Als je dat doet, zet je je creatieve ontwikkeling op slot.

Een voorbeeld van het vinden van je schrijversstem

Stel dat je wil leren hoe je sprookjes schrijft, hoewel je ze nog niet kent. Dan begin je met sprookjes lezen en kun je in het begin de sprookjes vrijwel knippen en plakken. Je kijkt naar wat de elementen van sprookjes zijn en maakt simpele verhaaltjes volgens dezelfde structuur. Zo wen je aan hun structuur en oefen je met het schrijven zelf. Stel dat ´De wolf en de zeven geitjes´ en ´Roodkapje´ als jouw favoriete sprookjes uit de bus komen. In beide sprookjes is er een boze wolf. Dat vormt een uitdaging. Als je kopieert van bestaande sprookjes, zal er in jouw sprookje ook een wolf zijn die iets opeet. Maar dan is het geen meisje of een geitje, maar misschien een kalfje. Zo heb je wel net een ander sprookje, maar is het niet meteen origineel en zal het niet zo snel opvallen tussen de andere sprookjes met wolven erin.
Dat wil niet zeggen dat je niet over wolven mag schrijven. Gebruik het dier gerust! Maar als je je eigen schrijversstem wil vinden, moet je gaan kijken hoe je het gegeven van een wolf in gaat vullen. Is de wolf je lievelingsdier? Misschien wil je van de wolf dan wel de held maken, in plaats van de slechterik. Of kies je ervoor om de wolf de handlanger te maken van de goede tovenaar en wil je niet dat de wolf de grootste boosdoener is.
Als de rol van de wolf verandert, doet het verhaalthema dat waarschijnlijk ook. En als je dan de ietwat kinderlijke verteltoon van de meeste sprookjes ook nog eens verandert in hoogwaardig en ingewikkeld Nederlands, dan weet je zeker dat je een uniek verhaal hebt geschreven.

Een schrijversstem vinden heeft veel te maken met de interpretaties die jij aan verhalen geeft. Is de wolf een wilde jager of een zielig zwervend beestje?

Terugkerende schrijversstem

In het voorbeeld van het sprookje heb je in één enkel verhaal je schrijversstem gevonden. Over het algemeen is het echter zo dat je een schrijversstem ontwikkelt die uiteindelijk in al je verhalen terugkomt. Dat is vaak terug te zien aan wat je zelf interessant of leuk vindt om over te schrijven of te lezen.
Als je het belangrijk vindt dat je schrijft over sterkte vrouwen, dan zullen die waarschijnlijk in al je verhalen terugkomen. Als het je overtuiging is dat je het leven niet al te serieus moet nemen, zal er in elk boek dat je schrijft wel een flierefluiter of een geinig type voorkomen. Een Jane Austenfan zal misschien ook schrijven in wat ouderwetser taalgebruik.

Het gevaar van een schrijversstem kopiëren

Ga een schrijversstem niet forceren. Je komt niet als een betere schrijver over als je koste wat kost grappig, belezen of romantisch over wil komen. Het principe van een schrijversstem is juist dat je een stijl vindt die bij je past en die je relatief makkelijk afgaat. Forceren past dus niet in dat plaatje. Misschien houd je het even vol om een bepaalde stijl te kopiëren, maar vroeg of laat val je door de mand.
Misschien is het een cliché, maar in dit geval ook een belangrijke tegeltjeswijsheid: wees jezelf, er zijn al genoeg anderen.

Kun je een schrijversstem maken?

Zoals zo veel dingen met schrijven is ook het krijgen van een schrijversstem meer oefenen dan een checklistje afgaan en iets puntsgewijs maken. Je zal moeten oefenen, leren, bijschaven, schrappen… Je wordt niet van de een op de andere dag wakker met een eigen schrijversstem. Het zal eerder zo zijn dat je op een willekeurig moment opmerkt dat je je schrijversstem gevonden hebt als je een van je passages terugleest en ziet dat je dat in dezelfde stijl hebt geschreven als een heleboel andere eerder geschreven stukken.
Je kan jezelf wel trainen in het herkennen van je schrijversstem. Ga niet alleen na welke genres en zinslengten bij je passen en wat in het algemeen je voorkeur is betreft taalgebruik. Kijk ook eens welke schrijftechnieken al dan niet bij je passen. Krijgt je verhaal vaart bij een in medias res of weet je dan niet meer hoe je je verhaal op de rit krijgt? Heb je een houvast bij de details van een Chekhov’s gun of loop je daarmee alleen maar vast?

Uiteindelijk gaat het erom wat er voor jou werkt.

Is jouw schrijverstem ook prettig voor je lezer? Schakel mij in voor manuscriptredactie of een bespreking en ik geef je het antwoord.


Vier tips voor toevallige plotwendingen in je boek

Er zijn momenten waarop je in je verhaal iets wil schrijven waarvan zowel je personages als lezers kunnen denken: “Dat is wel heel toevallig…” Op zichzelf is dat niet erg, maar je loopt wel het risico dat je verhaal er ongeloofwaardig door wordt. Waar moet je rekening mee houden als je over toeval schrijft?

1. Hoe groot is het toeval?

Toeval is per definitie iets wat heel onwaarschijnlijk is. Maar die onwaarschijnlijkheid kan in schaal ontzettend verschillen. Stel dat je hebt afgesproken om te bellen, maar dat het belletje door omstandigheden een kwartiertje moet worden uitgesteld. Net als je de telefoon in je hand hebt, begint hij te rinkelen. Het welbekende: “Ik wilde jou net bellen!”, is misschien een kans van op de honderd. Maar nu ben je voor een week op vakantie in een stad met twintig miljoen inwoners. Als je daar dan onverwacht een oude klasgenoot tegenkomt die je al vijf jaar niet gesproken hebt, dan is dat een kans van misschien wel één op de honderd miljoen. 

Als je over toeval wil schrijven, is het verstandig om na te gaan hoe groot de kans ongeveer is dat dit daadwerkelijk zou gebeuren. Zodra je een onwaarschijnlijk hoog nummer krijgt met het principe van: ‘Dat is een kans van één op de… wordt het toeval en daarmee je verhaal makkelijker ongeloofwaardig. 

2. Is het toeval echt nodig?

Als je schrijft over iets wat zeer onwaarschijnlijk is, is het verstandig om na te gaan of het toeval echt nodig is. In het voorbeeld van de onverwachte ontmoeting met de klasgenoot kun je bedenken: moet hij echt in die miljoenenstad rondlopen? Of kunnen de personages elkaar weer ontmoeten in hun eigen dorp, als ze toevallig op hetzelfde moment de schoenenzaak binnenstappen? Als de vrienden geen gezamenlijk avontuur in dat verre land aan hoeven gaan, dan is het verstandiger om te kiezen voor de ontmoeting in de schoenenzaak. 

3. Controleer de verwachtingen

Hoe groter het toeval, hoe groter de verwachtingen zijn die je lezer krijgt. Als er in het echte leven iets gebeurt met een kans van een op de honderd miljoen, heb je een leuk sterk verhaal om over te vertellen. Maar in een boek werkt dat anders. Een lezer weet altijd dat hij een fictief boek aan het lezen is, en weet dus (onbewust) dat vrijwel alles in een verhaal een bepaalde betekenis of waarde heeft. Als je dus iets heel toevalligs laat gebeuren en daar niets mee doet, dan voelt dat als een grote anticlimax. Dan zijn de woorden die over dat toeval gaan slechts onnodige opvulling van het papier. 

4. Wat is de plaats van het toeval in het verhaal?

Soms is toeval nodig om het plot een zetje te geven. Zo voorkom je dat het verhaal stagneert. Denk aan een detective die toevallig iemand op straat iets hoort zeggen waardoor hij de puzzelstukjes in elkaar kan passen en zo het mysterie op kan lossen. Wees gewaarschuwd: dit soort toevallen zijn gevoelig voor clichés. Maar daarnaast moet je rekening houden met de plaats van het toeval. Als de detective deze toevallige informatie helemaal in het begin van het verhaal hoort, is je boek uit voor het op gang is gekomen. Als hij deze toevallige hint erg laat krijgt, heeft de lezer het boek misschien al weggelegd, omdat er maar geen verandering of vaart in het verhaal is gekomen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je je boek gecontroleerd hebben op te toevallige gebeurtenissen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe vermijd je Deus ex machina in een boek?

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van een Deus ex machina

Dit zijn wat voorbeelden van een Deux ex machina:
* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was;
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken om de ontploffing te voorkomen;
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nóg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denkt die waarschijnlijk iets als: Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden, is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien wel voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval.” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gered door iets totaal willekeurigs.

Een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt gaat over het conflict zelf, de tweede over hoe dat uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Er zijn meerdere redenen waarom iemand minder snel over het vallen-en-opstaanproces:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina schrijven voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Ik kan een Deus ex machina voor je opsporen: schakel mij daarvoor in via mijn webshop.

Drie keer vals alarm: wanneer schrijf je géén clichè?

Een cliché is de nummer één reden om een schrijver te laten denken dat hij waardeloze rommel neerpent. Vaak probeert hij dan om clichés koste wat kost te vermijden. Het slechte nieuws is: dat gaat niet. Het goede nieuws is: je verwart een cliché waarschijnlijk met een zogenoemde trope. Er zijn drie redenen waarom je daar niet bang voor hoeft te zijn. Sterker nog: waarom je tropes moet gebruiken om een goed verhaal te kunnen schrijven.

1 De fundering van je verhaal

Het grootste misverstand van de trope is dat het precies hetzelfde is als een cliché. Maar dat is niet zo. Een trope is een bouwsteentje waar je het verhaal verder op kan en zelfs moet bouwen. Een trope verandert pas in een cliché als hij storend herkenbaar wordt. Een cliché is daarom zeer persoonlijk. Waar de ene lezer zich stoort aan een trope (en het dus een cliché wordt) merkt de andere lezer het standaardelement niet eens op.
De trope is als de fundering van je verhaal. Als die niet stevig staat, kan je verhaal als huis nooit stevig staan. Zorg er dus voor dat je een trope niet te snel als cliché aan de kant schuift.
Neem een verliefd personage. Dat zal eerst de gevoelens van de ander peilen, voor de ware gevoelens worden gedeeld. Dat kan klinken als een cliché, maar bedenk eens: hoe moet het anders? Gaat iemand liefde van de daken schreeuwen voor ze weet wat de ander – of zijzelf!- eigenlijk voelt?
Als je een trope koste wat kost wil vermijden, krijg je een verhaal dat erg verwarrend is, omdat je geen logisch kader hebt van waaruit je kan starten.

2 De wegwijzer in een doolhof

Een trope is vaak een rode draad van een verhaal of een subplot. Dat heeft je lezer nodig om het verhaal te kunnen blijven volgen. Als je schrijft over de moeder die alles voor haar kinderen overheeft, is dat een trope. Maar dat kan een houvast zijn om je personage of verhaal geloofwaardig te houden. In een oorlog weet je dat deze moeder niet zal rusten tot haar kinderen veilig zijn. Dan is de zorgzaamheid een ijkpunt te midden van bombardementen, honger en angst. Ondanks dat je lezer niet weet wat er nu weer gaat gebeuren, kan hij ervan op aan dat de moeder haar kinderen nooit in de steek laat. Je lezer moet iets hebben om hem wegwijs te maken in het doolhof van alle acties, emoties en gebeurtenissen. Als je de lezer constant vraagt om op scherp te staan, omdat er nu weer iets verrassends staat te gebeuren (lees: ik ontwijk clichés, dus je moet geen woord overslaan) wordt het lezen van je verhaal eerder een opgave dan een ontspannen bezigheid.

3 Beloning van je artistieke creativiteit

Tropes kunnen uitgroeien tot clichés, omdat ze ontstaan vanuit tropes. Maar zie tropes niet als een gevaar voor clichés: zie ze als gelegenheid om je creativiteit de vrije loop te laten. Hoe kan jij een trope laten uitgroeien tot iets dat perfect aansluit bij je verhaal? Als je met tropes gaat knutselen, zal het resultaat uiteindelijk aanvoelen als een beloning: je hebt een lastige puzzel opgelost!
Als je tropes ontwijkt om maar geen clichès te hoeven schrijven, ga je die voldoening niet krijgen. Maak van schrijven een leuke puzzel, geen verplichte klus die volgens de regels moet verlopen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je iemand inschakelen die clichés van géén cliché kan onderscheiden? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je een ijkpersoon voor een creatief verhaal?

Als je een verhaal gaat schrijven, moet je weten welk publiek je verhaal interessant gaat vinden. Daarvoor kun je een algemene doelgroep bepalen. Wil je een stapje verder gaan, schrijf dan een ijkpersoon om er zeker van te zijn dat je je potentiële lezer goed voor ogen hebt.

Wat is een ijkpersoon?

Een ijkpersoon is een fictief personage dat je ideale lezer moet voorstellen. Hij komt niet in je boek voor: eigenlijk gaat een ijkpersonage niet veel verder dan een personage dat alleen bestaat op zijn eigen (niet al te uitgebreide) uitgewerkte personagebiografie.
Je ijkpersoon is een verdieping op je doelgroep. Stel dat je schrijft voor vrouwen van middelbare leeftijd. Dan vallen er heel wat mensen af als je ideale lezer (kinderen, jonge mannen, bejaarde dames…) Maar er zijn meer dan twee miljoen middelbare vrouwen in Nederland. Dan is het nogal link om aan te nemen dat zij allemaal dezelfde interesses hebben. Om binnen een alsnog brede groep mensen een iets specifieker beeld van een publiek te kunnen krijgen, kun je een ijkpersoon maken. Zo weet je zeker dat je ook echt schrijft voor het lezerspubliek dat je voor ogen hebt.

Maak je ijkpersoon niet te specifiek

Je ijkpersoon mag geen echt personage worden. Verder dan een globale personagebiografie komt hij niet. Dat heeft een reden. Als je schrijft over een ijkpersonage dat net zo diepgaand is als je hoofdpersoon, dan schrijf je uiteindelijk voor een te klein lezers publiek. Vergelijk ‘middelbare vrouwen met een Chinese achtergrond’ met ‘middelbare vrouwen met een Chinese achtergrond, tussen de 50 en 55 jaar, sinds twintig jaar woonachtig in Amsterdam, moeder van twee kinderen en videomontages maken als grootste hobby’. Misschien kun je je boek dan aanprijzen bij een handjevol dames, terwijl je anders misschien enkele tienduizenden mensen kan bereiken.’

Ijkpersoon schrijven: begin met algemene aannames

Als je begint met het schrijven van een ijkpersonage is het belangrijk dat je in algemene aannames denkt, zodat je een houvast hebt. Denk aan een rijk persoon: die zal echt wel een dure auto of een groot huis hebben. Natuurlijk zijn er ook rijkelui die niet zo veel geven om materieel bezit, maar zij zijn naar verhouding zeldzamer.
Het doel van een ijkpersonage is om een persona te schrijven die veel mensen in je doelgroep kan representeren. Als je dus een ijkpersoon zou schrijven voor miljonairs en je ijkpersoon woont in een bescheiden huisje met een tweedehands auto naast de deur, dan sla je de plank mis.

De ijkpersoon schrijven middels een trechtermodel

Als je een ijkpersoon gaat schrijven, stel je dan een trechter voor. In de trechter stop je om te beginnen een aantal algemene factoren. Die heb je waarschijnlijk al vastgesteld toen je je doelgroep bepaalde. Denk hierbij aan dingen als:
* geslacht;
* leeftijd;
* opleidingsniveau;
* woonplaats;
* sociaaleconomische achtergrond.

Neem een aantal van deze factoren en kijk eens wat een optelsommetje als logische aanname kan opleveren. Bijvoorbeeld: Een laagopgeleid meisje van een jaar of twintig zal relatief eenvoudige chicklits willen lezen voor op het strand. Je kan bij dit optelsommetje ook tot de conclusie komen dat je ideale lezer juist iets uitgesproken oninteressant vindt.
Is de rijke zakenman van zestig plus geïnteresseerd in romantische verhalen? Waarschijnlijk niet. Maar als je een aantal dingen (niet per se allemaal!) omdraait, kun je alsnog op factoren komen die wel degelijk kloppen. Maak van de man een vrouw. Van de zestigplusser een tiener of midden-twintiger. Inkomen hoeft dan niet per se een factor te zijn.

Steeds meer optelsommetjes

Op eenzelfde manier ga je de steeds verder de metaforische trechter in. Bijvoorbeeld: je bent een romantisch verhaal aan het schrijven. Je weet al dat je ijkpersoon een vrouw is tussen de 20 en 45 jaar oud. Dan ga je bedenken of ze een (drukke) baan heeft. Ja, en ook nog eens drie kinderen. Aha. Drukke baan en kinderen… Zou dat misschien betekenen dat de romantiek daardoor op de achtergrond van haar huwelijk is geraakt en dat ze die voortaan uit boeken moet halen? Misschien dat ze daarom wel tot dit genre wordt aangetrokken.
Hier kun je weer een aanname bij maken: als ze het altijd druk heeft, de romantiek in haar leven mist, kun je dan iets van haar man zeggen? Ja hoor. Hij heeft het net zo druk als zijn vrouw met werken, waardoor ze elkaar nauwelijks nog zien. Of hij is niet zo romantisch als de vrouw ooit had gehoopt. Wie weet dacht ze wel tevergeefs: “zodra we getrouwd zijn, zal zijn romantische inborst wel verschijnen…” Weer iets om te noteren.

Laten we even aannemen dat manlief best romantisch is, maar door het drukke schema van het echtpaar daardoor gewoon geen tijd voor een diner bij kaarslicht vrij kan maken. Dan kan je ervan uitgaan dat dit gezin er warmpjes bij zit: we kijken hier naar twee fulltime werkers. Probeer op deze manier zo de belangrijkste grote lijnen over je ijkpersoon uit te werken.

Een te specifiek ijkpersoon

Je kan het format voor een personagebiografie gebruiken voor je ijkpersonage in de betreffende post. Maar een aantal dingen die daarin staan vernoemd, is te specifiek voor een ijkpersoon. Denk aan bijvoorbeeld: grootste angst, raakt van slag als, zou een standbeeld neerzetten voor… lengte, gewicht, haarkleur en grootste geheim.

Het ultieme beeld van je ijkpersoon

Als je een goed beeld wil hebben bij je ijkpersoon, is het een goed idee om een foto bij je ijkpersoon te zoeken. Maak hier geen uitgebreide zoektocht van: een stockfoto volstaat meestal. Maar een foto kan net dat extra zetje geven om je een betere voorstelling te krijgen bij je ijkpersonage en daarmee je doelgroep.

Een zeer standaard foto kan volstaan, zolang hij enigszins bij je ijkpersoon aansluit.

Opzetje voor een schrijfoefening

Je kan bovenstaande foto ook als schrijfoefening gebruiken, zoals bij de posts van Human en schrijfoefening met namen geschreven staat. Welke informatie krijg je al met een enkele foto? Ik noem deze man Richard en zeg dat hij een docent biologie is en fan is van zeilen. Waarom associeer je dat al dan niet met hem?

Je kan mij inschakelen voor manuscriptredactie als je wil weten of je ijkpersoon ook is uitgegroeid tot een goed hoofdpersonage.

Drie tonen die je verhaal levendig maken

Je verhaal wordt leesbaar en levendig door de toon die je gebruikt. De techniek die onmisbaar is voor levendig schrijven heet ‘show don’t tell.’ De techniek is in theorie redelijk makkelijk te begrijpen, maar er daadwerkelijk mee schrijven kan lastig zijn. Hier volgen drie metaforen die je kan onthouden om een show don’t tell-toon te herkennen.

Wat is show don’t tell?

Om te beginnen: wat is show don’t tell? In het kort is dat het principe dat je in plaats van beschrijft wat er gebeurt, in plaats van dat er iets gebeurt. Je kan schrijven: Ik huil maar als je schrijft: de tranen stromen over mijn wangen ziet de lezer meer voor zich, waardoor het verhaal levendiger wordt. Je kan hier een uitgebreidere toelichting lezen over show don’t tell.

1 De kundige reisgids

Stel je voor dat je een dure, verre en lange reis gaat maken. Dan is het een grote teleurstelling als je reisgids je alleen droge informatie voorschotelt. Als hij alleen feiten opsomt, zal je het gevoel krijgen opgelicht te zijn. Ik had net zo goed een papieren reisgids kunnen lenen bij de bibliotheek.
Dit is de gids met de ‘tell’-toon: “Deze tempel is zevenhonderdvijftig oud, en heel indrukwekkend.” Hij vertelt dat de tempel indrukwekkend is, dat moet je maar geloven. En dat kan een papieren reisgids je ook vertellen. Je hebt dan meer aan de ‘show-gids’: “In deze tempel staan duizend Boeddhabeelden trapsgewijs opgesteld. Als je dáár gaat staan, zie je je ze vanuit een hoek waardoor het lijkt alsof ze allemaal op je af komen lopen.” Deze gids ‘showt’ waarom dezelfde tempel indrukwekkend is. Als je de toon van de ‘show reisgids’ in je achterhoofd houdt kun je bedenken: Ik neem mijn lezer mee op een reis die indrukwekkend moet zijn en die droge feiten tot leven brengt.

2 De kampvuurverteller

Je kent het beeld wel van een mooi of eng verhaal dat rondom een kampvuur wordt verteld. De toon van een goede kampvuurverteller is levendig en neemt je in een verhaal mee. In plaats van: “Het meisje verstijfde van angst, maar rende even daarna alsnog doodsbang weg,” zal hij willen dat jij net zo goed bang wordt van deze enge scène. Dan komt de show om de hoek kijken: “Er ging een rilling over haar rug en ze draaide zich met een schok om toen ze een onverwacht geluid hoorde. Haar benen voelde aan als lood, maar met een enorme krachtinspanning dwong ze haar benen haar te gehoorzamen en sprintte ze met bonzend hart weg.”

3 De blindenbegeleider

Stel dat je een blinde op een wandeling begeleidt. Neem als uitgangspunt dat je de blinde voor even het gevoel wil geven dat die kan zien. Als je dan in het park gaat wandelen en in de tell-stijl vertelt, schiet dat niet veel op: “De mensen zijn blij, het is heerlijk weer en de eendjes zijn in een goed humeur.” De show-stijl helpt dan wel: “Er komt een meisje voorbij gehuppeld en haar lichte lentejurkje wappert in het briesje dat jij waarschijnlijk ook langs je wangen voelt strijken. Ze heeft brood in haar hand. Ze zal misschien nog even geduld moeten hebben met de eendjes voeren, want er is een eend heel druk bezig met kopje onder gaan en in het rond spetteren.”

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of je verhaal een goede toon heeft? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Schrijfoefening: de belofte

Beloftes kunnen een leven veranderen en het helemaal op zijn kop zetten. Als je achter de drijfveren, comfortzone, zwaktes en sterke kanten van je personage wil komen, laat hem in je opschrijfboekje dan eens een belofte doen.

De onbreekbare belofte van je personage

Beloftes heb je in allerlei soorten en maten. De kleinste zijn de beloftes waarbij er geen man overboord is als ze gebroken worden. “De volgende keer kom ik wél op tijd in plaats van vijf minuten te laat.” De grootste beloftes zijn zo serieus dat de bekende metafoor ervoor de dood erbij betrekt. “Ik zweer op het graf van mijn moeder dat…/ ik ga nog liever dood dan…” Deze schrijfoefening neemt die ‘doodsbelofte’ vrij letterlijk. Je personage zal er alles aan doen om deze maar niet te hoeven verbreken. Zelfs als dat zover gaat dat hij er niet meer bij stilstaat of hij de belofte wel kan houden zonder zichzelf of anderen geweld aan te doen.

Deze schrijfoefening betreft een belofte die een torenhoge emotionele waarde heeft.

Wat is belangrijk voor je personage om te beloven?

De eerste vraag die je jezelf moet stellen is: “Wie of wat is zo belangrijk voor mijn personage dat hij er een onbreekbare belofte voor aan zou willen gaan?” Het kan een belofte aan een ander zijn, maar ook aan zichzelf. Ga na wie of wat onlosmakelijk met je personage verbonden is. Het principe van: “Zeg Stefano en je zegt X.” Dit kunnen geliefden zijn, overtuigingen, levensstijlen of een droom die je personage heeft. Is hij gelukkig als zijn kinderen gezond zijn? Dan doet hij er alles aan om te voorkomen dat zijn kinderen ziek worden. Hecht hij veel waarde aan zijn vaderland? Dan kan hij het leger in met de belofte dat hij voor zijn land zal sterven als dat nodig is. Wil Stefano hoe dan ook een wereldberoemd acteur worden en een Oscar binnenslepen? Dan zal hij alles op alles zetten om naar Los Angeles te kunnen vertrekken.

De gemaakte belofte en de benodigde middelen

Je hebt vastgesteld wat je personage voor belofte wil maken. Nu weet je wat belangrijk voor hem of haar is en waar hij of zij naar wil handelen. Bedenk vervolgens wat je personage moet doen, leren, kopen… om dat doel te verwezenlijken.
Neem Stefano. Als hij wereldberoemd acteur in Hollywood wil worden, moet hij onder andere:
* naar de toneelschool gaan om zichzelf te trainen en een realistische kans te maken bij audities in Amerika;
* hard werken (om veel geld te verdienen). Een ticket naar Los Angeles loopt al in de honderden euro’s. Tel daarbij op dat je daar voor langere tijd moet wonen om meerdere audities te kunnen doen… Los Angeles is niet bepaald een goedkope stad. Stefano moet óf lange werkuren maken voor hij door kan breken óf een moddervet spaarvarkentje hebben.

De belofte uitgedaagd door het centrale conflict

Je schrijft een verhaal, en daarmee is het onvermijdelijk dat Stefano te maken krijgt met tegenslag, in de vorm van het centrale conflict. Je kan makkelijk van de daken schreeuwen dat je Hollywoodacteur wilt worden, maar als het moment daar is, handel je er dan wel naar? Stefano wel: hij wil de belofte aan zichzelf namelijk absoluut niet breken. Dat kan twee scenario’s opleveren: de belofte faalt of overwint.

De belofte faalt

Stefano doet auditie na auditie, maar krijgt alleen een paar bijrolletjes die niet genoeg geld opleveren om van te kunnen leven. Maar hij moet en zal acteur worden, een ander beroep is niet voor hem weggelegd. Vroeg of laat levert zijn baan nog te weinig op voor de huur en belandt hij op straat. Vrienden heeft hij niet meer; om de huur te kunnen betalen, leende hij steeds geld wat hij nooit kon terugbetalen. Dat werden zijn vrienden beu, zeker omdat Stefano niet naar hen wilde luisteren door van acteren zijn hobby te maken en een andere baan te zoeken.

Als je personage tegenspoed heeft en dat niet wil erkennen of ernaar wil handelen, heeft dat meer effect dan alleen het feit dat zijn belofte niet wordt nagekomen. Banksaldo’s kunnen kelderen, kinderen raken vervreemd van hun ouders, of ouders willen hun kinderen niet meer zien omdat ze radicale ideeën hebben die ze een bedreiging vinden voor hun eigen leven. Of het personage raakt zo geobsedeerd dat hij opgenomen moet worden in een kliniek of de gevangenis. (Als je moet en zal trouwen met iemand die jou niet ziet zitten, wordt je óf een stalker, óf iemand die aan waanbeelden lijdt.)

Je komt met dit griezelige worst-case-scenario veel te weten over de duisterste kant en de (verborgen) zwaktes van je personage. Voorbeelden zijn: overdreven trots, grootheidswaanzin en verslavingsgevoeligheid.

De belofte overwint

Ook als het lot je personage gunstig gezind blijkt te zijn, komen er nog conflicten om de hoek kijken. Wat zijn de factoren die bijdragen aan het succes van je personage?
Heeft hij inderdaad een belofte gedaan op het sterfbed van oma en is haar niet-aflatende moed een houvast voor je personage om toch vooral niet op te geven?
Is je personage in staat om tegenslagen naar zijn hand te zetten en een andere aanpak te verzinnen wanneer het geplande spoor doodloopt? Kan je personage om hulp vragen als het nodig is? Is je personage een aanpakker die overal een oplossing voor vindt of heeft hij een beschikking over een groot vangnet wat hij niet schuwt om aan te spreken?

Dit scenario is er een van vallen en opstaan en uiteindelijk je overwinning vieren. Je komt ermee te weten hoe vindingrijk je personage is, hoeveel kracht hij heeft (zowel fysiek, mentaal en emotioneel) en welke hulpbronnen hij aan kan spreken. Denk daarbij aan bijvoorbeeld een goed stel hersens, een goede talenknobbel, vaardigheden om in het wild te overleven, zuinig om kunnen gaan met geld, makkelijk vrienden kunnen maken, vriendjes hebben bij de maffia, zodat detentie niets is om je druk om te maken… Alles wat er maar in je opkomt, is in deze oefening toegestaan als je daardoor meer over je personage te weten komt.

Wil je de belofte uitwerken tot een mooi verhaal? Je kan me inschakelen voor manuscriptredactie: kijk in mijn webshop.

Drie kenmerken van de tragisch slechte slechterik

De laatste jaren is het populair geworden in films en boeken om de slechterik een achtergrondverhaal te geven. Zo begrijp je de slechterik beter en heeft het er schijn van dat er aandacht aan het ontwikkelen van de slechterik is besteed. Maar schijn kan bedriegen. Wat zijn de kenmerken van een tragisch slechte slechterik?

1 Tragisch achtergrondverhaal

De achtergrond van een slechterik moet zijn slechte daden verklaren. Dat is logisch: je wordt niet van de een of andere dag wakker als crimineel. Daar zit altijd een geschiedenis achter. Als je die geschiedenis blootgeeft, ligt er een valkuil op de loer: je kan de daden van de slechterik goedpraten. Het achtergrondverhaal van de slechterik is nooit prettig. Hij is opgegroeid met geweld, pesterijen of trauma. Zo kan het tragisch achtergrondverhaal ontstaan. Er is sprake van een tragisch achtergrondverhaal op het moment dat iets vreselijks in het verleden van je slechterik een excuus wordt voor zijn slechte gedrag, in plaats van een verklaring.
Een voorbeeld: een man is in zijn jeugd door zijn vader als jongetje dagelijks zwaar mishandeld. Dat is natuurlijk vreselijk. Nu slaat de man zijn zoon op dezelfde manier. Misschien omdat hij nooit een goed voorbeeld van zijn vader heeft gekregen. Dan is het misschien te begrijpen, tot op zekere hoogte. Het tragisch achtergrondverhaal heeft dan als standpunt: Wat erg dat je mishandeld bent. Je kon niet beter of anders handelen: daar heb je nooit een voorbeeld van gehad. Wie ben ik dan om te zeggen dat je slecht bent?
Als je wat langer nadenkt, is dat bizar. Geeft zijn verleden die man het recht om zijn zoon ook hardhandig en dagelijks te slaan? Nee. (Het spijt me van je verleden, maar hou in hemelsnaam je handen thuis!) Als je het tragische achtergrondverhaal wil voorkomen, moet je je lezer niet laten vergeten wat de slechterik gedaan heeft. Dat kun je doen door het standpunt in deze tip te laten uitspreken door een personage: je bent misschien niet door en door slecht, maar je hebt wel degelijk slechte dingen gedaan.

2 Tienpuntschaal op hol

Als je een slechterik goed wil uitwerken, kun je twee tienpuntschalen gebruiken. Eentje voor het trauma en eentje voor de misdaad.
De schaal van het trauma zou dan kunnen zijn: 1: gepest zijn, 10 langdurig gemarteld in een concentratiekamp. Die van de misdaad: 1: iemand een klap in het gezicht geven, 10: een genocide in gang zetten. Een slecht uitgewerkte slechterik heeft een trauma van 1 en een misdaad van 8 of 9. “Ik ben twee maanden gepest op de basisschool, daarom sla ik nu voorbijgangers in elkaar.” Dan hoef je geen empathie van de lezer te verwachten. Er zijn mensen die langer zijn gepest en nu als verpleegkundige pijn wegnemen in plaats van het anderen te bezorgen.

3 Oost-Indisch doof slachtoffer

Misschien wel de slechtst geschreven slechterik is degene die door het tragisch achtergrondverhaal als slachtoffer wordt neergezet. De mishandelende vader is niet alleen geen dader meer, hij is ook nog eens zielig. Zodra dit personage tot de orde wordt geroepen door een systeem of andere personages, valt hij in een slachtofferrol, of ontkent of bagatelliseert hij zijn daden.
In dat geval kun je beter over een gruwelijke sociopaat schrijven die echt door en door slecht is en geen verklaringen voor zijn daden of een achtergrondgeschiedenis geven. Dan is de verklaring: hij is gewoon compleet gestoord bevredigender dan storend gedrag goedkeuren met argumenten die aan alle kanten piepen en kraken.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je weten of jouw slechterik echt slecht is? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Interpretaties van genres en thema´s in een verhaal

Je hebt een beeld bij het verhaal dat je wil schrijven. Daar maak je dan een thema of een rode draad bij. Het is niet ongewoon dat je op een bepaald moment bedenkt: maar mag dit wel in dit genre? Natuurlijk moeten er bepaalde dingen in specifieke genres terugkomen. Geen romance zonder liefde, geen detective zonder moord. Maar zijn er buiten dit soort duidelijke richtlijnen nog andere dingen die per se in je verhaal terug moeten komen?

Persoonlijke invulling van een verhaal

Als je begint aan een verhaal, heb je altijd een bepaalde boodschap of een verhaalthema als insteek voor je verhaal. Dat is als het ware de fundering van je verhaal, waar de rest van het plot verder op moet worden gebouwd. In deze fundering ben je nog zo vrij als een vogeltje. Schrijf je een moordverhaal, dan zal je waarschijnlijk eerst denken wie wie vermoordt, waarom en hoe. Daarna wordt het pas interessant hoe de moordenaar probeert te vluchten en welk alibi hij verzint.

Stel dat een vrouw haar ex-man vermoordt. Die twee hebben ooit een romantische relatie gehad. Daardoor is het verhaal al anders dan wanneer het een bendelid het hoofd van de rivaliserende bende ombrengt. Als vanzelf krijg je ook een ander thema. In beide verhalen kan wraak het verhaalthema zijn. Maar jaloezie hoort toch eerder bij een vrouw die manlief met zijn minnares betrapt. ‘Leven in de onderwereld’ is dan weer passender voor de bendeleden. Dit voorbeeld laat zien dat je zelfs binnen min of meer afgebakende genres al voor je eigen persoonlijke invulling van een verhaal kiest. Die vrijheid heb je als schrijver en die mag (en moet!) je gebruiken

Artistieke vrijheid bij het schrijven van een boek

Als je een verhaal schrijft zoals jij het graag zou zien, doe je daar eigenlijk een beroep mee op je artistieke vrijheid. Dat is niet altijd makkelijk of vanzelfsprekend, maar wel belangrijk.

Wie wil schrijven, moet lezen. Dat is een bekende spreuk in schrijversland. Maar daar zit een risico aan vast. Als je veel leest (van dezelfde auteur), maar nog niet veel ervaring hebt met schrijven, kan het zijn dat je de stijl van de/een auteur gaat kopiëren.
Je kan je natuurlijk laten inspireren, door te kijken hoe een schrijver bepaalde plotwendingen, zinstructuren en personages uitwerkt. Dat is wenselijk. Het verschil tussen inspireren en kopiëren is dat, als je je laat inspireren door een bepaalde stijl je een eigen creatieve draai geeft aan je tekst. Kopiëren is koste wat kost doen wat een andere schrijver ook doet. Dat is gevaarlijk, omdat je zo niet aan het echte creatieve proces van schrijven toekomt. Je zal merken dat je niets op papier krijgt: “Want het is niet hetzelfde / net zo goed als het werk van auteur X.”

Leren schrijven is niet zomaar iets overschrijven. Je moet de formule van de schrijfkunst niet alleen noteren, maar ook kunnen toepassen. Een tien krijgen voor een proefwerk wat je volledig hebt gespiekt zegt ook niets over je kennis…

Als je (origineel) wil schrijven, moet je het lef hebben om je niet te stevig vast te klampen aan ‘wat hoort.’ Wees niet bang om te schrijven wat jij persoonlijk belangrijk vindt.

Genreverplichtingen van verhalen

Dat is allemaal makkelijk gezegd. Maar een fantasyverhaal moet toch een proloog bevatten? En een liefdesverhaal gaat toch altijd over een stelletje dat door omstandigheden niet bij elkaar kan zijn? Persoonlijk vind ik dit Onzin. Inderdaad, met een hoofdletter. Mijn mening is gebaseerd op het principe dat je altijd moet bedenken of welke in- of aanvulling in je verhaal dan ook, het verhaal of je boodschap als geheel blijft dienen. Zoals je een infodump moet voorkomen door onnodige informatie te vermijden, moet je in genres ook geen onnodige opvullingen gaan bedenken, omdat die zogezegd ‘nu eenmaal ergens bij horen’.

Verplichte opbouw van een verhaal

Bij sommige genres lijk je wel verplicht aan een bepaalde opbouw van het verhaal te moeten voldoen. Neem de proloog bij een fantasy. Waarom wil je die eigenlijk schrijven? Omdat je belangrijke informatie in het begin moet delen? Of gewoon omdat je een fantasy schrijft? Als je de mogelijkheden onderzoekt, in plaats van klakkeloos aan een proloog begint, krijg je van het begin af aan een beter beeld van je verhaal en zijn mogelijkheden.
Ga eens na of je de informatie misschien in de loop van de tekst kunt verspreiden. Door flashbacks, dialogen, show don’t tell… Als het niet lukt, schrijf dan gerust een proloog. Maar bedenk eerst waarom je hem in je verhaal wil verwerken.

Associaties bij genres van een boek

Sommige genres hebben niet zozeer vaststaande structuren, maar wel vaststaande associaties bij het verhaalthema. Neem liefde. Dat gaat over verliefde stelletjes, toch?
Maar dan vergeet je onder andere liefde tussen moeder en kind, kameraadschap, en de liefde voor een huisdier. Een boek met het thema liefde, gaat vaak eigenlijk niet over liefde, maar romantiek. Dat klinkt misschien als spelen met semantiek, maar dat is het niet. Want je kan moeilijk ontkennen dat liefde tussen moeder en kind het label liefde verdiend. En zou in je in een verhaal over moeder-dochterliefde nog een extra Romeo en Julia gaan verwerken, zodat het aan het aan het label liefdesverhaal kan voldoen? Waarschijnlijk niet. Als je merkt dat je niet weet of je verhaal aan een bepaalde associatie voldoet, ga dan eens na wat jij persoonlijk met dat begrip associeert.
Net zoals ik al schreef in deze post over de alfaman: als jij een duidelijk beeld hebt bij een bepaald verhaalthema, dan wordt je verhaal als geheel er beter door en hoef je je niet aan één afgebakend begrip te houden.

Kortom: denk goed na of je het écht verboden dan wel verplicht wordt om iets te schrijven binnen een genre. Zodat je, zodra de vraag: “Mag dit wel in dit genre?” in je opkomt, altijd kan beantwoorden met: “Waarom niet?” Als die vraag retorisch is bedoeld, heb je je antwoord. Als het antwoord letterlijk is, kun je gericht verder zoeken hoe je je verhaal vorm kan geven. Op een andere persoonlijke manier, of alsnog ‘volgens het boekje’.

Heb je hulp nodig bij dit proces? Schakel mij in voor manuscriptredactie.