Wat is het verschil tussen clichés en tropes?

Rollende ogen en geïrriteerde zuchten van herkenning bij een lezer zijn een nachtmerrie voor een schrijver. Een cliché is een bekend fenomeen, maar het is minder bekend hoe het ontstaat. Maar om goed te kunnen schrijven, moet je dat wel weten. Daarom leer je in dit artikel het verschil tussen clichés en tropes.

Trope: het onmisbare bouwsteentje

Een trope is een bouwsteentje van een verhaal. Het gegeven van dit bouwsteentje is waar de rest van het verhaal op voortborduurt of waarmee het verder wordt verduidelijkt. Zie het als een basiskader waardoor het verhaal logisch blijft voor de lezer. Enkele voorbeelden:
* een wijze oude vrouw;
* een relatie tussen een rijk meisje en een arme jongen;
* een dictator grijpt de macht;
* een groot huis.

Een trope is dus een heel uiteenlopend gegeven. Het kan een voorwerp zijn, een feit, een relatie, karaktertrek, een hele volksgeschiedenis… Waar het bij een trope om gaat is dat je iets schetst waaraan de lezer een min of meer vanzelfsprekend gevolg aan kan koppelen. Een wijze oude vrouw heeft veel levenservaring, een inkomenskloof gaat voor spanningen in de relatie zorgen, een dictatuur zorgt voor ellende en in een groot huis wonen mensen die het goed voor elkaar hebben. 

Je kan geen verhaal schrijven zonder een trope, want dan schrijf je letterlijk een verhaal zonder inhoud.

Cliché: een storend steentje

Een cliché is eigenlijk niets meer of minder dan een storende trope. En wel om de reden dat het de lezer uit het verhaal haalt en de schrijver aan het werk ziet: ‘Dit heb ik al zo vaak gelezen, dit boeit me niet meer….’ ‘O, ik kan echt níet bedenken -ahum- wat er nu weer gaat gebeuren…’ Het is dus niet per se een saai stuk, maar iets wat de lezer al zo vaak heeft gelezen dat hij de afloop kan voorspellen en daardoor eerder het verhaal gaat analyseren dan beleven. Negen van de tien keer verpest dat het leesplezier, wat de bekende rollende ogen oplevert als je een cliché tegenkomt. 

Cliché of niet?

Het lastige van clichés is dat ze persoonlijk zijn. Waar jij misschien heerlijk zit te zwijmelen (en daarmee het verhaal induikt) bij een jongen die met zijn meisje in het openbaar gaat dansen, kan een ander dat irriteren en uit het verhaal halen, waardoor het een cliché wordt. Er zijn echter wel een aantal tropes die zo vaak voorkomen dat ze als algemeen cliché worden beschouwd. Er zullen echt wel mensen zijn die zich er niet aan storen, maar het algemene publiek zal wel denken: “Daar gaan we weer, dertien in een dozijn…” Denk bijvoorbeeld aan de eerdergenoemde kloof tussen arme en rijke tortelduifjes of ‘De butler heeft het gedaan’. 

Clichés voorkomen is tropes begrijpen

Met uitzondering van algemene clichés kan je clichés nooit helemaal voorkomen vanwege de persoonlijke aard ervan. Maar je kan het risico erop wel verkleinen. Daarvoor moet je kijken naar wat het cliché storend maakt. Soms is dat een storend vooroordeel, maar het is hoe dan ook de verwachting dat het bouwsteentje volgens een specifiek patroon verloopt. Als je de invulling van die verwachtingen verandert, is de kans heel klein dat je trope nog als cliché wordt gezien. 

Een voorbeeld: De homoseksuele beste vriend. Een man en vrouw zijn boezemvrienden, maar de man is homoseksueel. Dat is de trope: dat zijn de eigenlijke feiten. Deze trope is clichégevoelig, omdat de man zich daarin vaak zeer vrouwelijk gedraagt of traditioneel vrouwelijke interesses heeft: hij is kapper en dol op mode en make-up. Als deze homoseksuele beste vriend een racefanaat met spierballen is, valt hij nog steeds op mannen, is hij nog steeds bevriend met de vrouw, maar dan zet je de verwachtingen die het cliché vormen buitenspel. De trope blijft intact, het cliché niet. Om een cliché te voorkomen, moet je dus vooral weten hoe een trope (te) vaak wordt geïnterpreteerd en dat specifieke element veranderen of een unieke draai geven, zodat je verhaal origineel blijft. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Blank slate: een slecht personage, maar een fijne schrijftechniek

Een blank slate is een slecht uitgewerkt personage. Je kent het misschien als een eendimensionaal personage. Maar als je blank slate vertaalt naar een schrijftechniek, kan je die wel degelijk gebruiken.

Wat is een blank slate?

Om zowel het personage als de techniek van blank slate (blanco lei) te begrijpen, moet je je een lei voor de geest halen. Merk op dat er niet veel ruimte is om te schrijven. Daarnaast moet je regelmatig je inhoud wissen, waardoor die als het ware vervangbaar wordt.

Een blank slate personage

Een blank slate personage kan je op twee manieren interpreteren. Het personage dat eendimensionaal is en het personage dat weinig tot geen eigen overtuigingen, meningen of doelen heeft.
Het eendimensionale personage is het personage dat zo weinig diepgang heeft dat je al zijn karaktertrekken of kenmerken op de kleine lei zou kunnen schrijven: Berkay is ijverig, stoer en muzikaal. Daar kan je niet zoveel mee. Je kan de optelsom maken dat hij een goede rapper zou zijn. Maar daar kun je hoogstens een verhaalidee van maken. Als je wil weten hoe hij dat voor elkaar gaat krijgen, moet je bijvoorbeeld ook weten of hij connecties heeft in de muziekwereld, geld om muziek te gaan studeren of desnoods zijn eigen hits helemaal uit eigen zak kan produceren en uitbrengen. Maar met een dik krijtje en een kleine lei gaan alle dingen die nodig zijn om over Berkay te weten, niet meer passen. Berkay blijft een eendimensionale muzikant.

Een blank slate is als een clichébeeld dat je niet verder uitwerkt.

Dat eerste blank slate-personage heeft een soort samenhang met de het tweede blank slate personage: die blijft zo aan de oppervlakte dat hij alles maar laat gebeuren. Door dat eendimensionale aspect heeft hij geen uitgesproken wil of mening heeft waar hij naar kan handelen.
Denk aan iemand die je uitnodigt op een feestje. Als je vraagt: ‘Wat kan ik voor drinken in huis halen voor je?’ zegt diegene: ‘Och, ik vind het allicht goed.’ (Ik ben ook zo iemand… oeps 😉 ) Het is lief bedoeld, maar handig is het niet. Want als jij straks voor het drankenrek in de supermarkt staat, neem je dan wijn, bier, of sterke drank mee, of moet je dan toch weer terug naar het frisdrankenschap?

Als je aan Berkay vraagt wat hij met (zijn) muziek wil, is het ergste wat hij kan zeggen: ‘Ach… ik zie wel.’ Mensen hebben dat voorrecht, maar personages niet. Deze houding is funest voor een verhaal, want het zorgt voor stilstand. Je verhaal mag (op sommige momenten) best wat traag zijn, maar het mag nooit stilstaan. Je moet als schrijver iets hebben om naar toe te schrijven/ over te schrijven. Je moet weten of je schrijft over de hobbyist of de ambitieuze jongeman die een platencontract wil krijgen. Anders heb je een verhaal zonder centraal conflict. Berkays verhaal hoeft niet bol van de glamour te staan, maar er moet wel beweging in zitten. En dat gebeurt niet als hij op de bank blijft zitten en zijn schouders steeds maar ophaalt.

Blank slate als schrijftechniek

Voor deze schrijftechniek bestaan vele namen. Ik noem hem expres de Blank slate-techniek, omdat je zo makkelijk het effect kan zien. Als je weet dat een blank slate-personage eendimensionaal en te gemakkelijk is, heeft de techniek een soortgelijk uitgangspunt: hou het simpel, lekker breed en maak vooral nog geen bindende beslissingen. De techniek is vooral handig om te gebruiken als je net aan een verhaal begint, of als je lang niet geschreven hebt en weer even in je verhaal moet komen. Zo kan je een mentaal writer’s block voorkomen.
Er kan niets zo ontmoedigend zijn als aan een verhaal beginnen met het idee dat je nog niet genoeg weet. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer je nog niet veelschrijfonderzoek hebt gedaan, de personagebiografie nog redelijk leeg is of het save the cat schema nog niet volledig is.
Maar je wil niet altijd wachten tot je al die zaken hebt uitgewerkt. Ofwel omdat dat niet jouw stijl is, dan wel omdat je nu al vier lange maanden aan het onderzoeken bent en ook ein-de-lijk wel eens echt wil gaan schrijven.
Sta jezelf toe om met denkbeeldige lege leien in je scène te gaan beginnen met schrijven. Begin gewoon met tikken en zodra je iets tegenkomt waarvan je denkt: hoezo moet ik dit nu al weten? Maak er dan een leitje van en ga gewoon weer verder. Geef de zaken die je op je denkbeeldige lei zet een andere kleur, zet ze tussen haakjes, maak ze vetgedrukt of typ in lettertype gigantisch, net wat jij fijn vindt. Zolang je leitje maar een duidelijk ‘gat’ of ‘werk in uitvoering’ is.
Een voorbeeld van leitjes op zinsniveau:
* Berkay ondertekende het contract van [naam]. Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want meneer [achternaam zoeken die een subtiele symboliek/ betekenis rondom een gemenerik heeft] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.
Dan loop je in ieder geval niet vast op een detail en kun je de rest van de scène nog gewoon blijven schrijven.
Misschien kom je dan wel met het idee: Meneer van den Eijk. Want wat zijn de vruchten van een eikenboom? Precies… Dat is niet subtiel genoeg naar je smaak. Dan kan je je leitje een net iets andere opmaak geven, zodat je in een oogopslag kan zien dat het concept duidelijk is, maar de uitwerking nog niet klopt:
Hij kon niet weten dat hij zojuist een wurgcontract had getekend, want [Meneer van den Eijk] bleek een oplichter van het eerste uur te zijn.

Ook in een bredere context kunnen leitjes nuttig zijn:
Als Berkay tourt, komt hij een fan tegen die… (Tja… wat eigenlijk? Geen idee…) [iets met stalken, maar hoe precies? De politie moet in ieder geval worden ingeschakeld].
Dat komt later wel. Als je nu een leitje gebruikt, kan je in ieder geval over de optredens schrijven voorafgaand aan de stalkende fan.

Heb je een goede start gemaakt? Ik kan het controleren: kijk in mijn webshop.

Zo schrijf je een interessant verliefd stel

In vrijwel elk verhaal komt een liefdesrelatie voor. Meestal is die er in het begin van het boek nog niet. Dat betekent dat je de vonk moet laten overslaan en de eerste vlinders in de buik moet beschrijven. Dat lijkt makkelijk, maar vaak mondt dat bij beginnende schrijvers uit tot een eindeloos gezwijmel, dat niet zelden vergezeld wordt door een zekere vorm van hysterie. Dat leest niet altijd interessant, soms eerder irritant. Hoe schrijf je over de welbekende zwerm vlinders zonder dat lezer al met zijn ogen gaat rollen zodra de twee geliefden elkaar in de ogen kijken?

Romantiek als grootste cliché

Verliefd worden komt zo vaak voor in verhalen dat het een van de meest voorkomende tropes is, waardoor het maar al te makkelijk uitgroeit tot een cliché. Vergelijk het met een vriend(in) die helemaal hoteldebotel is en nergens anders meer over kan praten dan de nieuwe vlam. Dat is een tijdje leuk om aan te zien, maar als dat maanden of jaren voort zou duren, zouden er grofweg twee irritaties ontstaan:
* “Ja, we weten het onderhand wel: Chaim is geweldig. Ga je nog een keer verder met je leven?”
* “Wacht maar tot je van je roze wolk afdondert, niet alles is rozengeur en maneschijn.”

Centraal conflict en balans

Bovenstaande citaten slaan de spijker op z’n kop als het gaat om waarom schrijven over romantiek zo makkelijk misgaat. Als je een personage of stelletje hebt dat niets anders doet dan verklaren hoe verliefd ze wel niet zijn, dan heb je geen centraal conflict. Dan zwakt het verhaal erg af of komt het niet op gang.
Als je een leven hebt van rozengeur en maneschijn is dat evengoed saai, omdat er dan geen afwisseling van goed en slecht in je verhaal is. Goed en slecht kan betrekking hebben op personages, maar ook op gebeurtenissen, meningen, of vaststaande situaties. Zorg daarin ook voor genoeg ‘afwisseling van soort’. Als het conflict vormt: ‘mogen arm en rijk bij elkaar en gaan ze het samen redden?’ Zorg er dan voor dat er nog iets meer is dan alleen ruzie en weer goedmaken en twijfels die om de hoek komen kijken “Wij zijn voor elkaar gemaakt. O nee, toch niet, want ik haat je. O toch wel, want ik ben dol op je. O, toch niet want onze ouders keuren het af.” Dat geeft een hele magere invulling van save the cat. Dat is geen echt verhaal waarin personages en het plot kunnen groeien, eerder een herhaling van een en hetzelfde dat snel vervelend of traag leest.

The notebook: als het om niets dan liefde gaat

The Notebook is een goed voorbeeld van het bovenstaande. Het is de bekende onmogelijke liefde tussen arm en rijk, compleet met liefdesdriehoek en het continue vraagstuk: eindigen ze wel of niet met elkaar? Hun liefde krijgt zo letterlijk alle aandacht dat de personages als persoon niet groeien of andere ambities krijgen (zonder weg te kwijnen bij de herinnering aan de ander…) Natuurlijk is dit niet meteen fout (romantische verhalen verkopen zeer goed) maar er zit zoveel meer potentie in een verhaal als het over meer gaat dan alleen de relatie en de vraag of dit stel voorbestemd is of niet.

Hoe hartverwarmend een beeld als dit ook is, als je alleen zoiets te zien krijgt, gaat het uiteindelijk ook vervelen.

Hoe schrijf je over een verliefd koppel?

Als eerst en belangrijkste: hou het gezwijmel en de roze wolk kort en bondig. Schrijf er zoveel over als je wil, maar zorg er wel voor dat die het verhaal niet gaan overheersen. Er moet méér dan die verliefdheid zijn in een verhaal. En als die er is, kijk dan eens of je erachter kan komen waarom de personages verliefd op elkaar worden en ook blijven. (Hier heb je een groot voordeel: je personage zit op een roze wolk naar de ander te kijken, jij niet 😉 ) Daardoor kun je ook neutraal naar de karaktertrekken van de ander kijken en die analyseren. Dan groeit de liefde op andere manieren. Denk aan dingen als:
* Het zelfvertrouwen van de personages wordt vergroot door hun onderlinge liefde.
* De ander laat positieve kanten zien die je personage niet van zichzelf kende.
* De ander helpt om dromen waar te maken en leert hoe obstakels overwonnen kunnen worden.
* Het stel vult elkaar aan in de nuchtere zin van het woord, waar de slaapkamer niets mee te maken heeft.

Een vriendelijke, vlugge kus getuigt ook van liefde. Er is niet ‘pas’ sprake van liefde als de vonken ervan af spatten.


Laat deze aspecten waar je personages van groeien een belangrijk deel van het plot of misschien zelfs het verhaalthema vormen. Als je personage dolgraag een bepaalde baan wil hebben, kan de partner helpen die dromen waar te maken door te helpen met sollicitatiebrieven schrijven. Dat kan je personage dan zodanig waarderen dat de vlinders in de buik blijven.
Dit is natuurlijk ook iets wat vrienden voor elkaar kunnen doen. Daarom moet je je stel af en toe tot regelmatig kleine, maar duidelijke blijken van affectie laten tonen, zoals een kus of een romantisch gebaar. Erotische of romantische uitspattingen doen het goed op momenten die tekenend zijn voor een belangrijk moment in het plot of wanneer er duidelijk blijkt waarom deze mensen zo dol op elkaar zijn. Je kan beter enkele keren ‘goed uitpakken’ en de subtiele dingen wat vaker laten terugkomen dan alles in de extremen beschrijven. Denk aan het spreekwoord: de boog kan niet altijd gespannen zijn. Dat geldt ook voor de spanningsboog en verliefdheid binnen een verhaal.

Natuurlijk is het het idee van veel romantische verhalen dat de romantiek van de pagina’s af moet spatten en dat het zwijmelgehalte hoog moet zijn. Daardoor komen de meer extreme liefdesverhalen in dat genre aan bod. Als de liefdesrelatie zelf niet het thema van je verhaal is, kan je dit genre beter niet als spiekbrief voor het schrijven van een relatie of romantiek gebruiken. Dan doe je er beter aan om de liefde tussen je personages als ‘gewoon’ fijn en vanzelfsprekend te beschouwen (wat dat dan ook precies voor je betreffende personages betekent) dan als één-op-de-miljoen-worden-zo-verliefd-als-zij.

Laat mij je koppeltje beoordelen en schakel me in voor manuscriptredactie.

Hoe vermijd je Deus ex machina in een boek?

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van een Deus ex machina

Dit zijn wat voorbeelden van een Deux ex machina:
* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was;
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken om de ontploffing te voorkomen;
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nóg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denkt die waarschijnlijk iets als: Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden, is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien wel voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval.” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gered door iets totaal willekeurigs.

Een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt gaat over het conflict zelf, de tweede over hoe dat uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Er zijn meerdere redenen waarom iemand minder snel over het vallen-en-opstaanproces:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina schrijven voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Ik kan een Deus ex machina voor je opsporen: schakel mij daarvoor in via mijn webshop.

Drie keer vals alarm: wanneer schrijf je géén clichè?

Een cliché is de nummer één reden om een schrijver te laten denken dat hij waardeloze rommel neerpent. Vaak probeert hij dan om clichés koste wat kost te vermijden. Het slechte nieuws is: dat gaat niet. Het goede nieuws is: je verwart een cliché waarschijnlijk met een zogenoemde trope. Er zijn drie redenen waarom je daar niet bang voor hoeft te zijn. Sterker nog: waarom je tropes moet gebruiken om een goed verhaal te kunnen schrijven.

1 De fundering van je verhaal

Het grootste misverstand van de trope is dat het precies hetzelfde is als een cliché. Maar dat is niet zo. Een trope is een bouwsteentje waar je het verhaal verder op kan en zelfs moet bouwen. Een trope verandert pas in een cliché als hij storend herkenbaar wordt. Een cliché is daarom zeer persoonlijk. Waar de ene lezer zich stoort aan een trope (en het dus een cliché wordt) merkt de andere lezer het standaardelement niet eens op.
De trope is als de fundering van je verhaal. Als die niet stevig staat, kan je verhaal als huis nooit stevig staan. Zorg er dus voor dat je een trope niet te snel als cliché aan de kant schuift.
Neem een verliefd personage. Dat zal eerst de gevoelens van de ander peilen, voor de ware gevoelens worden gedeeld. Dat kan klinken als een cliché, maar bedenk eens: hoe moet het anders? Gaat iemand liefde van de daken schreeuwen voor ze weet wat de ander – of zijzelf!- eigenlijk voelt?
Als je een trope koste wat kost wil vermijden, krijg je een verhaal dat erg verwarrend is, omdat je geen logisch kader hebt van waaruit je kan starten.

2 De wegwijzer in een doolhof

Een trope is vaak een rode draad van een verhaal of een subplot. Dat heeft je lezer nodig om het verhaal te kunnen blijven volgen. Als je schrijft over de moeder die alles voor haar kinderen overheeft, is dat een trope. Maar dat kan een houvast zijn om je personage of verhaal geloofwaardig te houden. In een oorlog weet je dat deze moeder niet zal rusten tot haar kinderen veilig zijn. Dan is de zorgzaamheid een ijkpunt te midden van bombardementen, honger en angst. Ondanks dat je lezer niet weet wat er nu weer gaat gebeuren, kan hij ervan op aan dat de moeder haar kinderen nooit in de steek laat. Je lezer moet iets hebben om hem wegwijs te maken in het doolhof van alle acties, emoties en gebeurtenissen. Als je de lezer constant vraagt om op scherp te staan, omdat er nu weer iets verrassends staat te gebeuren (lees: ik ontwijk clichés, dus je moet geen woord overslaan) wordt het lezen van je verhaal eerder een opgave dan een ontspannen bezigheid.

3 Beloning van je artistieke creativiteit

Tropes kunnen uitgroeien tot clichés, omdat ze ontstaan vanuit tropes. Maar zie tropes niet als een gevaar voor clichés: zie ze als gelegenheid om je creativiteit de vrije loop te laten. Hoe kan jij een trope laten uitgroeien tot iets dat perfect aansluit bij je verhaal? Als je met tropes gaat knutselen, zal het resultaat uiteindelijk aanvoelen als een beloning: je hebt een lastige puzzel opgelost!
Als je tropes ontwijkt om maar geen clichès te hoeven schrijven, ga je die voldoening niet krijgen. Maak van schrijven een leuke puzzel, geen verplichte klus die volgens de regels moet verlopen. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je iemand inschakelen die clichés van géén cliché kan onderscheiden? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Wat zijn archetypen en hoe schrijf je die voor je personages?

Elk personage heeft een rol in een verhaal. De held, de beste vriend, de vijand… Dit worden ook wel archetypen genoemd. Je kan je verhaal origineel maken door daarmee te spelen.

Wat zijn archetypen?

Archetypen zijn de belichaming van een bepaalde rol die mensen in iemands leven spelen. Of wat de relatie met die persoon is. Met iedereen in je leven heb je een ander soort relatie; bij je vriend vind je kameraadschap, in je leraar vind je een mentor.

De psycholoog Carl Jung bepaalde archetypen aan de hand van welke rol mensen (in elkaars leven) spelen. Dit geldt voor zowel echte mensen als personages. Hier zie je een overzicht van deze archetypen en ook wat voor onderliggende rol ze hebben.

Deze archetypen vormen in de fictieve wereld de basis voor je personages. Je zou kunnen zeggen dat zij de tropes vormen waarop je verder moet bouwen. Maar omdat deze archetypen tropes zijn, kunnen het clichés in de dop zijn. Lees hier meer over tropes en clichés als je daar nog onbekend mee bent. In deze blogpost gaan we kijken hoe je de meest standaard tropes -archetypen in dit geval- minder gevoelig voor clichés kan maken.

Het belang van archetypen

Van elk personage moet duidelijk zijn welke rol hij speelt. Anders is je verhaal niet meer te volgen. Neem Romeo. Hij heeft natuurlijk de rol van de geliefde. In die rol kan hij van alles zijn: verlegen, heldhaftig, huiselijk… Maar het belangrijkste is dat hij duidelijk de geliefde van Julia blijft. Als Romeo op het ene moment in de (archetype) rol van geliefde naar Julia hunkert en in het volgende de (archetype) rol van ontdekker naar vrijheid hunkert en Julia de bons geeft, weet de lezer niet meer waar hij met Romeo aan toe is, waardoor Romeo als personage nergens meer naartoe leidt. Zorg dus dat je van elk personage weet welk archetype hij (grofweg) is.

Het gevaar van archetypen

Archetypen zijn een uitgangspunt waar redelijk makkelijk een hapklaar personage uit kan voortvloeien. Een voorbeeld: de verzorger is de liefdevolle zachte opvoeder met ‘service’ als onderschrift. De verzorger zal dus al de eigen verlangens opzij zetten voor de ander. Zacht en liefdevol zijn traditioneel meer vrouwelijke waarden. Dus dat is dan misschien de verzorgende moeder de vrouw die alles voor haar gezin opzij wil zetten en het niet erg vindt een carrière te laten varen. Ze kan net zo goed meteen achter het aanrecht verdwij… Ho! Stop! Op de rem! Clichés, al dan niet storend, worden sneller geboren dan je misschien denkt.

Uitgangspunten voor archetypen

Je moet dus waakzaam blijven bij het gebruik van archetypen. Maar desondanks vormen ze een goed uitgangspunt om je personages verder te ontwikkelen. Je zal misschien al gezien hebben dat je niet bij één archetype hoeft of zelfs maar kan blijven. Nee, Romeo mag niet gaan backpacken. Maar de verzorgende moeder zal best een keer de rol van de wijze op zich nemen als haar kind in de problemen zit en om raad vraagt.
Wat dat betreft schelen archetypen niet veel van karaktertrekken: ieder persoon heeft er meerdere en ze wisselen elkaar af, afhankelijk van de situatie. Iemand met een goede inborst is ook wel eens met het verkeerde been uit bed gestapt en een keer chagrijnig in plaats van volledig vredelievend. Wees dus niet bang om wat te experimenteren met de archetypen en/of hun bijbehorende waarden.

Spelen met de kernwaarden van archetypen

Uiteindelijk gaat het erom dat je trouw blijft aan de kernwaarde van een archetype.
De verzorger is er om structuur en service te bieden. De held moet via meesterschap ergens zijn stempel op drukken. Maar binnen die gegevens kun je allerlei kanten op en je fantasie en creativiteit de vrije loop laten.
In fantasyverhalen komen er heel vaak (bebaarde) oude tovenaars voor in de rol van de wijze. Die vertellen hun leerlingen alles wat ze weten moeten om hun heldenreis tot een goed einde te kunnen brengen. Zodra ze sterven, beschikken de leerlingen over voldoende kennis om de vijand te kunnen verslaan. Die kennis is vergaard door vele uren van bijscholing of informatie-uitwisseling. Daarmee voldoet deze tovenaar aan zijn archetyperol: wijsheid overbrengen. Maar intussen ook aan een clichébeeld. Niet alleen omdat hij de bebaarde tovenaar is, maar ook omdat hij de wijze mentorrol vervult en door er maar op los te praten met zijn wijze levenslessen.

Nu is het tijd om de waarden van een archetype onder de loep te nemen. Want moet de wijze altijd zijn wijsheid verkondigen door informatie te vertellen bij een vaststaande afspraak? (Kom om drie uur maar naar mijn kantoor, therapeutpraktijk, of wacht tot ik rond middernacht plaatsneem bij het kampvuur.)

Gandalf, waar blijf je nou met je wijze levenslessen? 😉

Natuurlijk niet. Wijsheid overbrengen kan op veel meer manieren. Aan jou om dat creatief en kloppend bij jouw verhaal in te passen. Kijk nog eens naar het archetype van de wijze. Hij moet voor spirituele groei zorgen en empathie brengen. Dat kan op talloze manieren die niets met filosofische praatsessies te maken hoeven hebben. Om je op weg te helpen zal ik twee voorbeelden geven.

De wijze Florencia neemt de jonge en zelfzuchtige Catalina mee naar een klimaatdemonstratie. Florencia toont het jonge meisje dat haar acties invloed hebben op anderen: als ze haar ecologische voetafdruk niet verkleint, zal dat uiteindelijk de arme mensen benadelen (empathie) en kan ze door anderen te helpen, zingeving vinden (spiritualiteit).

Een gepest meisje gaat op bezoek bij een tuinman die een rozenstruik snoeit. Door naar haar verhaal te luisteren, biedt de tuinman empathie. Hij geeft haar (metaforische) spiritualiteit mee zodra hij haar erop wijst dat zelfs een mooie roos doorns heeft die ter zelfverdediging kunnen worden gebruikt als ze zich bedreigd voelt.

Kortom: gebruik een archetype als basis voor de rol van je personages en bekijk welke waarden en functies daarbij horen. Leg die vervolgens onder de loep en boetseer ze in de vorm die bij je verhaallijn en personages past.

Wil je hulp met het uitwerken van je archetypen? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

Zo wordt jouw expositie superspannend: drie aandachtspunten bij het schrijven van expositie

Soms wordt er informatie gegeven in een verhaal op een manier die niet natuurlijk voelt. Het laat de lezer denken: “Moet ik daar nou echt zó achter komen?” Hallo, slechte expositie! Op wat voor manieren komt informatie geven geforceerd over? En belangrijker nog: hoe kun je dat voorkomen?

1 Gebruik een aanloop

Slechte expositie is vaak het omgekeerde van show don’t tell. In plaats van iets te laten beleven, wordt het gortdroog beschreven. Dan gaat het spannende en/of de lol eraf en wordt het moment bedorven.

Een goed voorbeeld van hoe je dat kunt voorkomen is een zwangerschapsaankondiging. Die heeft altijd wel een bepaalde inleiding: “Nee sorry, ik ben volgend jaar niet fit genoeg om mee te gaan rondtrekken in de wildernis. Mijn voeten zullen dan te gezwollen zijn om nog veel te kunnen lopen…” Of in een dramatischer scenario: “Pap, beloof me dat je Mario niet aan gaat vallen, maar…”
Dan gaat de lezer (en soms ook een ander personage) uiteindelijk vanzelf conclusies trekken. “Hoezo? O, wacht eens even… Ze is zwanger!”

Een vrouw zegt uit het niets: “Ik ben zwanger.” Letterlijker wordt show don’t tell niet. Je moet (zo)iets niet plompverloren zeggen. Bij een zwangerschapsaankondiging in het echte leven zal de vrouw het niet zo willekeurig zeggen. Ze zal hints geven, aarzelen, haar blijdschap proberen te verbergen… Belangrijke informatie heeft (sfeer)opbouw, uitleg en context nodig. Let daar dus op tijdens het schrijven. Je hoeft niet elke keer dat je informatie bekend maakt grote aanlopen te nemen, want dat kan vermoeiend worden. De onthulling moet in verhouding staan met de informatie die je geeft. Maak de onthulling niet overdreven als dat niet nodig is.

Let ook op het gebruik van clichés: “Ik moet je iets vertellen…” “Wat ik nou toch heb gehoord…”
De deur stond op een kier en er sijpelde een plas bloed de gang op. Het is een gok, maar geen schok meer als dan blijkt dat er iemand is vermoord.

2 Vermijd ‘de verklaarder’

De verklaarder is een personage dat alles aan andere personages uitlegt, en de lezer daarmee berooft van de belevenis van het verhaal.
De verklaarder zegt tegen zijn toehoorder: “De oorlog wordt erger en de mensen worden bang. Ik sprak de buurman gisteren en hij zei dat hij overweegt het land uit te vluchten.” Nu zegt dat personage dat de oorlog heftig is, maar als lezer merk je dat niet. De verklaarder is dus eigenlijk een ‘tell’ met handen en voeten. 

In plaats daarvan kun je dezelfde scène zo schrijven: de buurman komt het personage haastig een laatste hand geven. Hij heeft zijn wereldse bezittingen in een koffertje gepropt en achter hem ontploft een bom… Dan wordt de lezer het verhaal pas echt ingezogen.  

3 Gebruik geen brief

De brief is zo’n standaardinstrument uit de trukendoos van expositie dat hij zijn eigen kopje verdiend. Hij is uitzonderlijk clichégevoelig. De nooit geopende en vergeelde liefdesbrief gaat de familiegeschiedenis veranderen, het gesealde document gaat een testuitslag bekend maken… Probeer waar je kan de brief te vermijden als expositievoorwerp, tenzij je er een creatieve draai aan kan geven. Een envelop waar een uitnodiging voor een bruiloft in zit? Misschien staat er in de binnenkant van de envelop wel een boodschap van een gijzelnemer in gekrabbeld…

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wil je eventuele expositiefoutjes opspeuren met een professional? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Van cliché naar creatieve creatie in vier stappen

Maar weinig dingen laten je zo amateuristisch overkomen als schrijver: clichés. Toch kan je clichés goed gebruiken als bouwstenen van een verassende plotwending! Hoe maak je van een storend voorspellend element een fantastisch deel van je verhaal?

1 Denk na vóór je een cliché aanpast

* Ken je cliché!
Je hebt pas een cliché als de lezer zuchtend met zijn ogen rolt: “Nee hè? Niet alweer…”.  Je moet weten welk element van het cliché ergernis bij de lezer oproept. Zo is een liefdesrelatie tussen arm en rijk geen cliché vanwege de romance. Dat is het stempel van ‘onmogelijke liefde’ dat dat soort relaties vaak krijgen.

* Maak het cliché passend voor je personage
Het is belangrijk dat je je personage kent en weet hoe hij op bepaalde situaties reageert. Schrijf je over een taalbarrière, dan communiceert men volgens het cliché met handen en voeten. Als jouw personage een extraverte backpacker is, vindt hij dat ontzettend lollig. Het onderwerp krijgt een heel andere toon als je personage een verlegen, maar rijke toerist is. Die hakkelt zenuwachtig met een plaatselijke venter, terwijl zijn privégids achter hem staat.

* Onthoud je onderwerp
Je schrijft een verhaal met een bepaald moraal, onderwerp of verhaalthema. Je schrijft dus naar iets toe. Uiteindelijk moet er een moord worden gepleegd, een huwelijk worden gesloten of een koninkrijk worden gered. Een gebeurtenis (cliché of niet) volgt andere gebeurtenissen op. Houd in de gaten dat je nog wel logisch kan aansluiten op je einde of thema.

2 Begin bekend, verander het vervolg

Je verrast de lezer als je de schijn van een cliché oproept en dat vervolgens heel anders invult.   
De rijkeluisdochter komt met een arme sloeber aanzetten. Maar nu zegt de vader ineens: “Wat fijn, een man die weet wat werken voor je geld betekent, in plaats van de hele dag sigaren te roken en bevelen uit te delen!” Zo plaats je jouw persoonlijke visie in een standaard verhaal. De lezer wordt op scherp gezet en zal zich daardoor geïnteresseerd afvragen hoe het verhaal verder gaat. Bedenk wel wat pa ertoe zet om zo joviaal te reageren.

3 Onthutst de omstanders

Laat de omgeving de verwarring van de lezer weerspiegelen. Als de rijke pa een sloeber met open armen ontvangt, trekt dochterlief -hetzij opgelucht- wel even een wenkbrauw op. Melk dit niet uit, anders wordt het overdreven of langdradig. Maar het is logisch als de betrokken personages hun verbazing laten blijken. Een bijkomend voordeel is dat de lezer in zijn verwarring wordt gesteund: dit is inderdaad wel apart…

4 Je cliché verder uitwerken

De onverwachte wending heeft gevolgen. De al te vriendelijke houding van de vader kan voor geroddel zorgen in de zakenwereld, waardoor zijn bedrijf plotseling op het spel staat. Wat vinden de tortelduifjes daarvan? Heeft dat ook invloed op hen? Ga op ontdekkingstocht en je zal zien dat er genoeg dingen op je pad komen die je voor een cliché behoeden.

5 Laatste controle

Controleer de beginvoorwaarden zodra je klaar bent met schrijven. Creativiteit is fijn, maar je aanpassing moet nog wel kloppen bij je personages en je verhaalthema. Als je romantische verhaal ineens verandert in een financiële thriller, dan ben je iets te enthousiast geweest. Soms ben je onnodig bang voor een cliché. Het is namelijk ook een nuttige houvast als een bouwsteen van het verhaal. Een cliché koste wat kost mijden leidt tot het cliché dat je verhaal te verwarrend wordt om nog te kunnen volgen.

Dit artikel is eerder verschenen op Schrijven Online

Wil je een tweede paar ogen om naar je clichés te kijken? Ik kan helpen: kijk in mijn webshop.

Het gebruik van symboliek in verhalen

Symboliek kan helpen om een verhaal beeldend en diepzinnig te maken. Maar een verkeerd gebruik van symbolen kan je verhaal weer dramatisch maken. Hoe vind je een goed evenwicht in het gebruik van symbolen?

Symbolen en symboliek in verhalen

Symbolen zijn er bijna altijd in verhalen. Soms liggen ze er duimendik bovenop. Dan bestaat het risico dat je in clichés verzandt. Maar als je een boek hebt waarin de symboliek subtiel en diepgaand is, dan is het verhaal zeer waarschijnlijk van goede kwaliteit. Helaas is er geen kant en klaar recept om symboliek te gebruiken. Niets is zwart-wit. Aha, zwart-wit, dat is een veelgebruikt symboliek. Laten we dat eens gebruiken om te zien wat er allemaal fout kan gaan.

Te makkelijke symboliek in verhalen

Zwart en wit zijn elkaars tegenpolen. In kleuren, maar nog meer in symboliek. Wit staat dan meestal voor datgene wat positief is, zwart voor het negatieve. Denk aan:
* goed – kwaad;
* licht – donker;
* onschuld – schuld;
* hemel – aarde (of hel);

Deze tegenpolen zijn prima te gebruiken; ze helpen je lezer een stapje op weg naar wat je tussen de regels door aan hem duidelijk wilt maken. Het nadeel is alleen dat als je een cliché krijgt als je tegenstellingen houdt zoals ze zijn en daar niet dieper op ingaat.

Romantici en weerwolven: jullie weten wat jullie te doen staat, toch? 😉

Bijvoorbeeld: als je je held in (maagdelijk) wit gekleed laat gaan, golvend blond haar en een engelachtige, loepzuivere stem geeft en de vijand in het zwart rondloopt en donker haar en een rokershoestje heeft… Dan wordt de boodschap niet zozeer overgebracht, maar eerder door de strot van de lezer geduwd. Te veel tegenstellingen laten je lezer met de ogen rollen.

Nog een andere valkuil met symboliek en tegenpolen is dat je de symboliek als verklaring gaat gebruiken waar dat niet gepast is.
“Dit personage kan die moord nooit gepleegd hebben. Ze is mooi, maagd en draagt altijd wit.”
Zeker weten? Ik weet toevallig dat ze vorige week nog tegen haar vader schreeuwde dat ze hem en zijn minnares zou vermoorden als ze kon bewijzen dat hij haar moeder bedroog. Waarom zou ze nu anders zo’n haast hebben om haar voetstappen in de sneeuw richting van het huis van de minnares uit te wissen?

Soms is een mes geen symboliek voor goede kookkunsten, eerder van slagerskunsten…

Vergeet niet dat je personage altijd gedreven wordt door omstandigheden en motieven, niet door hoe ze eruit zien. Zelfs de gebochelde van de Notre Dame wordt niet gedreven door zijn lelijkheid. Het zijn de omstandigheden en hoe hij en anderen met dat uiterlijk omgaan die de drijfveer en het verloop van het verhaal bepalen.

Als je ervoor kiest voor symboliek en karaktereigenschappen te combineren in plaats van symboliek en uiterlijkheden, gaan dezelfde regels nog steeds op. Neem de moordenares. Misschien is ze normaal gesproken wel lief en al het andere wat bij symbolische onschuld past. Maar als de omstandigheden juist (of in dit geval ongunstig) zijn, bijvoorbeeld vanwege een serie traumatische gebeurtenissen, dan kan dat haar alsnog uit haar karakter halen.
Een topfitte, actieve sporter wil ook wel eens een avondje niksen op de bank. Gewoon eens lekker lui, de tegenpool van actief. Zo is het met karaktereigenschappen ook. Niets is volledig zwart-wit.

Is het je ooit opgevallen dat Mary Sue bol staat van de symboliek (mooi, jong, lief, zacht, onschuldig, moederfiguur)? Dat is een van de redenen waarom ze zo’n slecht uitgewerkt personage is: ze is te symbolisch. Ze is een hyperbool van het symbolisch vrouwelijke. Zo is Joe Sixpack ook een hyperbool, maar dan van symbolische masculiniteit (sterk, machtig, dominant).

Goede, diepgaande symboliek in verhalen

Goede symboliek zit hem in subtiliteit en tussen de regels door lezen. En in spelen met woorden. Als je wil weten wat voor symboliek bij je verhaal past, dan vind je een mogelijk antwoord in je verhaalthema. Een mindmap kan daarbij helpen. Stel je thema centraal en ga de vakjes invullen.
Laten we ‘geboorte’ als voorbeeld nemen.
De eerste dingen die in je opkomen zijn waarschijnlijk: baby, moeder, kind, zwangerschap, verloskundige, enzovoorts. Je kan je hoofdpersonage dan een verloskundige maken. Maar je kan ook een stapje verder denken. Waarvoor staan geboorte en zwangerschap mogelijk nog meer symbool voor?
* een nieuw begin
* iets creëren
* groei (fysiek of van vaardigheden)

Met deze elementen kan je over een uitvindster schrijven. Eerst moet zij studeren (de groei van kennis), dan iets creëren (de uitvinding maken) en vervolgens is de uitvinding zo succesvol dat het de wereld verandert en er een nieuw tijdperk begint. Om de overkoepelende symboliek te verduidelijken, laat je haar een moeilijke zwangerschap doormaken. Of misschien is de vriendin die af en toe inzichten aandraagt wel de voorgenoemde verloskundige.

Het cirkeltje rondmaken in verhalen met behulp van symboliek

“En ze leefden nog lang en gelukkig” past bij sprookjes en kan ook in de figuurlijke zin een mooi einde van het verhaal aangeven. Dat is een lineair einde. Met de symboliek die je hebt gebruikt kan je ook een mooi rondje maken: “Nu is de cirkel rond”. Laat de dochter van de uitvindster later gynaecologie studeren. Dan kan zij weer helpen de kleindochter van de inspirerende verloskundige ter wereld helpen. Natuurlijk ligt het cliché hier ook weer op de loer. Of op zijn minst het risico dat je verhaal suikerzoet en klef wordt. Als je de heldenreis van je personage in de gaten houdt, is dat risico kleiner. Ga na welke obstakels er overwonnen zijn en welke offers daarvoor zijn gemaakt. Dan is het einde al gauw een oprecht passende beloning voor je held. Als je held echt iets heeft verdiend, is dat einde veel bevredigender dan wanneer al zijn wensen op de valreep op een gouden bordje worden gepresenteerd.

Hoe dan ook is het toverwoord voor het gebruik van symboliek: subtiliteit. Zolang als je subtiel bent in het gebruik van symbolen, zal je vast een mooie onderliggende boodschap kunnen meegeven. Bijkomend voordeel is dat het symbool dan ook die boodschap op een prachtige manier kan onderstrepen!

Wil je weten of jouw symboliek effectief is? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Een sprookje als schrijfoefening

Er was eens… Ja, ja, sprookjes ken ik onderhand wel. Zeker weten?
Als je sprookjes ontleedt, heb je een schat aan informatie tot je beschikking. Het zal helpen met het schrijven van een goed opgebouwd verhaal.

Kenmerken van een sprookje

Sprookjes zijn meer dan ‘Er was eens’ en ‘Ze leefden nog lang en gelukkig.’ Kun jij meer kenmerken van sprookjes noemen voordat ik dat doe? 😉

* Er zit een duidelijk moraal in.
* Het heeft elementen van magie, fantasie of iets bovennatuurlijks (draken, toverkracht, pratende dieren).
* Het getal zeven komt vaak voor (zevenmijlslaarzen, zeven geitjes, zeven zonen).
* Het getal drie zie je ook vaak:
– Drie zoons of prinsessen.
– De molenaarsdochter krijgt drie dagen de tijd om Repelsteeltjes naam te raden;
– Drie schuren waaruit het stro tot goud moet worden geweven in ‘Repelsteeltje’;
– De jongste zoon is vaak de slimste, omdat het doel pas na drie pogingen wordt gehaald;
* Ze zijn bruut! (Ga maar na: een kind vermoorden omdat ze mooier is dan jij? Spiegeltje spiegeltje, wie is hier volledig doorgedraaid?) Luister hier naar de originele versie van Andersens zeemeermin. (Disney heeft wat af geromantiseerd…) Hier is een afspeellijst van de boekenserie waaruit het sprookje wordt voorgelezen. Zo kan je talloze sprookjes (her)ontdekken 🙂

Het verschilt per sprookje of er al dan niet een pratend dier, ridder of prins in voorkomt, maar bovenstaande elementen zou je in elk westers sprookje terug moeten vinden.

Sprookjeselementen zijn waarschijnlijk net zo vertrouwd als Roodkapje en de wolf zelf.

Moraal in een sprookje en een verhaalthema

Een overduidelijk kenmerk van sprookjes is het duimdikke moraal. Dat geeft ook verdieping in het verhaalthema. Als het moraal is: ‘praat niet met vreemden’, dan is het thema bijna als vanzelf ook gevaar. (Praten met vreemden is gevaarlijk: in sprookjes word je dan meestal ontvoerd of opgegeten.)
Omdat thema en moraal in sprookjes niet moeilijk te vinden zijn, kun je ze als vergrootglas gebruiken. Als je thema gevaar is, waar kun je dan mee dreigen? Hoe kan een personage reageren als ze geconfronteerd wordt met de dood van haar (groot)ouders? Wat doet het met een kind om in armoede op te groeien?

Wat is de achterliggende gedachte?

Verwacht van sprookjes geen diepzinnige opbouw. Toch leren ze over het belang van verhaalelementen en personagebiografieën. Let daarvoor op de oppervlakkige en steeds terugkerende elementen in sprookjes en je vindt al snel wat eerste bouwstenen om op voort te bouwen. Zowel voor verhaalelementen als voor je personagebiografie.

Neem een ridder. Die is dapper, want hij gaat de draak verslaan. Je bent dapper als je je leven op het spel zet. Maar wat kan er nog meer gebeuren?
* De ridder overleeft, maar verliest een arm en gaat als mindervalide door het leven;
* De ridder kan ernstig ziek worden door ondervoeding.
Nu gebeurt zoiets nooit in sprookjes, omdat de personages daarin min of meer vaste rollen hebben. Sprookjes worden nooit zo ingewikkeld. Maar juist daardoor is het makkelijker om in te zoomen op wat bepaalde elementen eigenlijk weerspiegelen.

Wij weten dat het de ridder gaat lukken om de draak te verslaan, hij niet. Hij zal dus een betere inschatting van mogelijke gevolgen maken. Daaruit blijkt zijn echte moed. Je bent niet dapper als je bereid bent te sterven als je weet dat die kans vrijwel nul is.
In de VS sterven jaarlijks twintig mensen door toedoen van koeien. Maar we noemen niet iedereen die in de buurt van koeien durft te komen een onverschrokken superman; de verhouding zou krom zijn. Als je een koe dichtbij ziet komen, denk je waarschijnlijk iets als: loeiend beestje, herkauwer… Niet: help, potentiële moordmachine!

Ren voor je leven nu het nog kan! 😉

Je bent onverschrokken als je iets doet terwijl het waarschijnlijk is dat je iets vreselijks mee gaat maken.

Sprookjes als clichédetector

Je zet er waarschijnlijk geen vraagtekens bij als ik zeg dat de ridder de draak gaat verslaan. Dat gebeurt namelijk vrijwel altijd. Misschien hebben clichés wel hun oorsprong in sprookjes. Het zijn per slot van rekening verhalen die met eenzelfde formule eeuwenlang zijn doorverteld. Kijk eens wat er vaak in sprookjes voorkomt:
* Het goede is mooi, zacht of onschuldig.
* Het slechte is lelijk, mismaakt of sluw.
Als je sprookjes als casusstudie gebruikt, zie je wat hier de voor- en nadelen van zijn.
Lees hier uitgebreider over clichés en tropes.
Als toevoeging wat betreft spookjes zijn hier nog wat extra voorbeelden.

Voordeel van een sprookjescliché

Sprookjes kunnen dus goede bouwstenen geven om op verder te gaan. Waarom precies? De clichés in sprookjes zijn in bepaalde mate op waarheid gebaseerd:
* De wijze is een oude vrouw. Ze heeft levenservaring die een kind nog niet kan hebben;
* De mooie dame met de zachte stem die een hongerige reiziger eten geeft, is de heldin van het verhaal. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar als je het wat meer zwartwit bekijkt: iemand die met een bloederig mes in de stad rondloopt, heeft iets op zijn kerfstok. Zou jij de vrouw of de messendrager om hulp vragen? Soms is iets geen cliché, maar een show don’t tell. Vroeger waren sprookjes namelijk bedoeld om normen en waarden aan te leren, niet als vermaak. Sprookjes kunnen daarom een goede manier zijn om clichés van tropes te leren onderscheiden.

Nadelen van sprookjesclichés

Sprookjes zijn clichés. Van sprookjes wordt dat verwacht, maar je kan er niet alles van afkijken wat betreft verhaalopbouw. Voor het schrijven van verhalen die je wil uitgeven, zijn ze te eenvoudig (tenzij je dat in eigen beheer zou doen).
Daarnaast:
* zijn de vrouwen vaak een sexy lamp;
* worden de moralen redelijk kort door de bocht behandeld.

Lees deze blogpost eens. Het onderwerp is de alfaman. Maar ik schreef hier ook over hoe jij als schrijver moet weten welke waarden jij belangrijk vindt en hoe je dat persoonlijk kan invullen. Sprookjes winden er geen doekjes om wat je moet geloven en zijn heel standvastig in hun boodschap. Dat heeft de oorsprong in hun originele functie. Maar zoveel eeuwen later heeft een lezer behoefte aan verhalen die meer ruimte geven voor discussie, of in ieder geval hun argumenten onderbouwen.

Heb jij een verhaal geschreven dat leest als een sprookje? Ik kijk het graag professioneel voor je na. Kijk daarvoor in mijn webshop.