De rol en kernmerken van een personage combineren

Het idee dat je kan raden wat iemand is door alleen naar diegene te kijken is zowel een belangrijke show don’t tell als de grootste onzin die er is. Gebruik die paradox om een personage te ontwerpen dat in je verhaal past.

Raadselspel: Wie is de…?

In een raadselspelletje op Youtube raden deelnemers wie wat is (of voor beroep doet, hoe slim diegene is…) Soms moeten ze dat raden op basis van uiterlijk, soms mogen ze vragen stellen. Daar komt bijna altijd de paradox van eerste aannames bij kijken. De deelnemers gaan uit van aannames als:
* Die jongeman met trendy kleren kan geen pastoor zijn.
* De vrouw met de keurige trui, platte schoenen en strenge bril moet wel de bibliothecaresse zijn.
* Een vrouw met piercings en fel geverfde haren vol gel is vast niet de basisschoollerares
* Die jongeman is geen homo: hij draagt stoere kleren, is gespierd en straalt op allerlei andere manieren mannelijkheid uit.
Om er dan vervolgens achter te komen dat de helft van de beweringen klopt en de andere helft juist absoluut niet: jawel, er zijn wel degelijk jonge pastoors die zich hip willen kleden. En nee, niet alle homoseksuele mannen hebben vrouwelijke trekjes.

De basis van een personage

Als je een personage schrijft dat een bepaalde groep of eigenschap vertegenwoordigt, kijk je eerst wat onomwonden waar is over deze groep. Denk aan:

* Advocaten zijn hoogopgeleid: je moet studeren om je bul te halen.
* Brandweerkrachten zijn fysiek sterk.
* Hoveniers hebben groene vingers.

Wees voorzichtig met logische aannames als:
* Zorgmedewerkers zijn zorgzaam en lief (gelukkig meestal wel, maar niet per definitie)
* Schrijvers hebben een bodemloze put van inspiratie (vaak wel, maar een writersblock is desondanks geen verzinsel)

Deze zaken moet je meenemen om je personage realistisch te portretteren. Daarna moet je beslissen in hoeverre je van aannames uitgaat en wanneer je daar juist van afwijkt. De volgende stap is kijken naar welke archetype je personage belichaamt.
Als je het archetype verzorger bekijkt, zie je dat die structuur kan brengen en ‘service’ verleent’. Neem een receptionist. Die moét beleefd, behulpzaam en geduldig zijn. (Wees onbeleefd en je raakt je baan kwijt, maar als een klant onbeleefd is tegen jou, dan moet je intern tot tien kunnen tellen).
Als je verder gaat met de logische aannames, krijg je: ziet er netjes uit en praat formeel tijdens zijn werk. Voilà, hier is een foto van ons personage: Michael.

Afbeelding van Rodrigo Salomón Cañas via Pixabay

Ziet Michael eruit als een stockfotopersonage? Precies. Dit is een receptionist en een hotel waar niet veel fantasie bij komt kijken. Als je je personage wat ronder wil maken, kun je andere aannames of invullingen uitproberen. Kijk eens naar de verschillen tussen Michael en zijn collega Samuel.

ReceptionistMichaelSamuel
Werkt ineen zakenhoteleen backpackershostel
Vindt het werk voornamelijk leuk omdathij het mensen gemakkelijk kan makenhij veel met mensen in contact komt
Groet het klant het liefst met“Hoe kan ik uw verblijf nog aangenamer maken?”“Hoe was je dag vandaag?”
Denkt bij een confrontatie met Karengewoon lachen en zwaaien….Wát doe jij hier?! Effe dimmen, dame!
is het archetypezorgerontdekkingsreiziger

Hoe zit Samuel eruit, denk je, na deze tabel te hebben gelezen? Zo misschien?

Foto door Stephanie Cook on Unsplash

Als je Samuel zo ziet, zal je waarschijnlijk niet meteen denken dat hij een receptionist is. Dat brengt ons weer bij de hamvraag van het begin: wanneer kan alleen een beeld van iemand écht bepalen wat of hoe iemand is? En hoe beantwoord je als schrijver die vraag?

Hoe groter de rol, hoe anders het beeld

Hoe groter de rol van een personage is, hoe meer je van het stereotype beeld moet afwijken en andersom. Een personage met een klein aandeel mag -of moet!- je uitwerken met kant-en-klare kenmerken. Michael zal nooit een grote rol spelen in een verhaal: daar is hij te oppervlakkig voor. Samuel zou de held, de beste vriend of een anderszins grotere rol kunnen spelen in het verhaal. Laten we beide heren en hun nut voor een verhaal op een rijtje zetten aan de hand van een casus.

Michael

Michael is een ideale show don’t tell en sfeeromschrijver voor een belangrijke scène. Als je held een lange, vermoeide reis achter de rug heeft, zorgt Michael voor een warm ontvangst en een comfortabel bed. Wat een opluchting voor Held die net een tien uur lange vlucht met een Karen aan boord heeft gehad…
Dan komt Held tenminste tot rust, met het complementaire drankje van de roomservice dat Michael regelt. Als er dan een chagrijnige collega aan de balie zou zitten, zou dat de druppel kunnen zijn waardoor Held een zenuwinzinking krijgt en alles van kwaad tot erger leidt. Michael voorkomt dat het verhaal overgecompliceerd wordt, of bol staat van de infodumps. Dat is ook de reden dat je hem oppervlakkig moet houden.

Samuel zou ongetwijfeld ook voor een goed ontvangst kunnen zorgen, maar als Held alleen maar even tot rust hoeft te komen na een rampvlucht, is het onnodig om hem achter de balie te zetten: het is een verspilling van woorden om kennis te maken met iemand die slechts in een enkele scène een bijdrage hoeft te leveren.

Samuel

Held komt bij Samuel in het hostel en het verhaal moet ernaar leiden dat Held van Samuel een andere blik op het leven krijgt. Dan is het belangrijk dat Samuel een uitgewerkt personage is, omdat het feit dat hij een receptionist is, op de lange duur niet meer het belangrijkste is. Aan het eind van het verhaal herinnert de lezer hem als Samuel de Wijze, niet als Samuel de (willekeurige) Receptionist. En dus moet hij zich ook vooral gaan gedragen als een mens met allerlei unieke trekjes.
Michael is niet meteen te stom als personage om advies te kunnen geven of een luisterend oor te bieden, maar iemand die een leven(svisie) verandert, kan je niet afschilderen als iemand die een bijrol speelt in het leven. Dat zou hetzelfde zijn als een levensveranderende ontmoeting afdoen als iets dat niet uitmaakt.

Kortom: als een personage een belangrijke rol vervult, moet die uniek genoeg zijn om je lezer in het verhaal mee te kunnen nemen. Als je personage een scèneondersteunende functie heeft, moet die wat algemener blijven, zodat de lezer een makkelijk beeld van de situatie kan vormen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat is het trotse moment van je personage?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens geschiedenis, en doen en laten. Als je weet waar je personage trots op is, kan je te weten komen of het een gezond zelfvertrouwen heeft, of dat het trotse moment zich ooit tegen je personage zal keren.   

Trots en zelfvertrouwen

Als je eraan denkt om dit element mee te nemen in je personagebiografie, dan weet je meestal al wel wat oppervlakkige dingen over je personage die laten zien wat het duidelijk al dan niet is. Is het een arrogante kwal of juist een onzeker persoon? Als je weet welke van de twee van toepassing is, kan je gaan bedenken waar je personage trots op is. Op heel veel dingen of juist op helemaal niets?
Probeer desondanks altijd één trots moment voor je personage te vinden. Want als je weet wat hét trotse moment is van je personage, kan dat ook weerslag hebben op de invulling van je verhaal.   

Bedenk bij het afwegen hiervan gemakshalve:

  • Zelfvertrouwen is de gezonde dosis zelfverzekerdheid die je nodig hebt om met vertrouwen door het leven te gaan.
  • Trots is zelfverzekerdheid die zo ver doorslaat dat je personage niet meer aan zelfreflectie kan doen, of die hem arrogant maakt, zo niet allebei.

Is je trotse moment een voorbeeld van zelfvertrouwen of de trots van de arrogante soort? Nu je dat weet, kan je veel meer over de heldenreis van je personage gaan bepalen.

Wanneer kan dit relevant zijn?

In een heldenreis komt je personage meerdere momenten van conflict tegen. Het scheelt nogal of je personage door gebrek aan zelfvertrouwen en trotste momenten denkt dat het niet geschikt is om het avontuur aan te gaan, of dat je personage door een overvloed aan bombarie en gebrek aan zelfreflectie juist de groeikansen of mogelijkheden om waardevolle relaties aan te gaan in de weg staat. Met andere woorden: de mate en de manier waarop trots een rol speelt in het leven van je personage, bepaalt ook een groot deel van de obstakels die je personage tegen gaat komen in het centrale conflict.

Staat dit gegeven vast?

Zoals iedere held van het verhaal moet je hoofdpersonage door het verhaal heen een groeiproces doormaken. Het is echter wel zo dat personages die te weinig of te veel trotse momenten hebben meegemaakt, vaak personages zijn die of die klem (komen te) zitten of  koppig zijn. Daardoor zijn het vaak niet de makkelijkste personages om over te schrijven: hun verhaal loopt vroeg of laat vast.
Idealiter is het trotse moment van je personage iets als: Toen ik de mooiste vlieger had gemaakt tijdens handenarbeid. Daardoor voelde ik me zelfverzekerd genoeg om kunstenaar te worden. Nu heb ik het financieel niet altijd erg breed, maar ik doe wel wat ik het liefste doe.’ Dat geeft je personage een basis om met genoeg vertrouwen een avontuur (in dit geval een carrière) aan te gaan, maar blijft er nog genoeg ruimte over voor een centraal conflict (met wat minder geld rondkomen).  

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Zoals je al hebt kunnen lezen, speelt een gebrek aan of een teveel aan trots soms een hele grote rol in een verhaal, maar zijn dat ook verhalen die erg lastig zijn om te schrijven. Bij een personage waar trots in balans is, hoef je dat niet te melden, omdat het relatief op de achtergrond meespeelt of als show, don’t tell duidelijk wordt. Wil je toch een trots moment in de schijnwerpers zetten, laat dan naar voren komen vóór een obstakel, zodat je personage er kracht uit kan putten op het moment dat het dat nodig heeft.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Uta Scholl, verkregen via Unsplash.

Hoe schrijf je details die van groot belang zijn in een boek?

Details zijn per definitie maar kleine dingen. Maar soms zijn ze wel degelijk zeer belangrijk in een verhaal. Je kan een detail klein en onopvallend houden, zonder dat die op de achtergrond verdwijnt. Handig voor het in stand houden van een spanningsboog of als bouwsteentje voor een plottwist!

Waarom kan een detail belangrijk zijn in een verhaal?

Een lezer onthoudt vooral de grote lijnen van een verhaal het beste. Maar waar de grote lijnen het verhaal maken, maken de details de sfeer. In de letterlijke zin, zoals het verschil tussen: Een fijne dag op het strand en met prettig kriebelende zand tussen de tenen kijk ik ontspannen naar de kinderen die spelen in de zon.
Zonder details is een verhaal dus maar weinigzeggend. Bovendien dienen details vaak als haakjes die nodig zijn om een verhaal aan elkaar te weven, zonder dat het geforceerd of overduidelijk zichtbaar is in de tekst.
Dit zie je goed terug in spannende verhalen. Er valt niets te speuren of op te lossen als je geen gebruik maakt van details. Het is niet moeilijk om een moordenaar te vangen als hij met knipperende neonlichten boven zijn hoofd rondloopt waarop staat: ‘Ik heb het gedaan!’

De paradox van een belangrijk detail

Je hebt details dus nodig om iets subtiel te verkondigen, hints te geven of een sfeer te scheppen. Maar een detail op zichzelf blijft iets kleins, dat een lezer makkelijk over het hoofd kan en soms zelfs hoort te zien. Stel je voor dat je erop zou rekenen dat die de kleur van ieder ladekastje, ieder gerecht dat je personage eet en iedere naam van iedere voorbijganger kan of zelfs moet onthouden… Dat is voor niemand fijn. Je lezer wordt bedolven onder de last van een infodump en jij zou als schrijver een Chekovs gun moeten gebruiken die werkelijk monsterlijke proporties aanneemt.
Je moet er dus voor zorgen dat precies die details opvallen die belangrijk zijn en dat de écht kleine details dat ook blijven. Om hier een evenwicht in te vinden, gebruik je de eigenschappen van details en zet je die in bij een scène die in verband staat met het detail. Daar werk je de eigenschappen groot uit, zodat het detail kan schitteren als iets kleins dat nog steeds onopvallend is. De scène heeft het opvallende werk al gedaan.

Eigenschappen van details

Details hebben de volgende belangrijke eigenschappen:

  • Ze zijn relatief onbelangrijk en daardoor makkelijker te vergeten (1)
  • Ze zeggen op zichzelf niet veel: ze moeten een verband hebben met iets anders (2)
  • Ze vormen verbanden tussen grote lijnen in het verhaal: ze kunnen scènes aan elkaar weven (3)
  • Het zijn de belangrijkste hulpmiddelen voor het omschrijven van sfeer. (4)

In deze tabel zie je wat voorbeelden hoe een detail relatief onbelangrijk en wanneer het alleszeggend kan zijn.

Detailweinigzeggend wanneer belangrijk zodra
de knalrode muts die je personage draagt je personage aan het winkelen is (1)iemand je personage in een menigte moet vinden (2)
De zon schijntje personage binnen moet blijven op kantoor en er niets mee kan of van meekrijgt (2)Wanneer het een dag is waar je personage al maanden naar heeft uitgekeken (4)
De deur valt met een klap dicht het stormt en de ramen nog open stonden (1) (2) Je personage doet de ramen (uit voorzorg) dicht en gaat verder met een boek lezen.dit de laatste zin is van een hoofdstuk na een ruzie: dit kan een pageturner zijn. (3)
Het is stil je personage toevallig in een lege ruimte aan komt lopen (1) of wanneer hij in een vertrouwde omgeving is waar niets spannends gebeurt (4)Je personage op retraite is (2), of het huis van een mogelijke moordenaar betreedt. (2) (3) (4)

Details belangrijk maken in je boek: de praktijk

Om deze principes duidelijker te maken, volgt hier een casus.

We schrijven over een muziekdoosje dat weggestopt ligt in een laatje van de vermoorde persoon. Iedereen weet in eerste instantie wel dat het er is, maar niemand beseft dat dit voorwerp van belang is, laat staan dat het later de laatste hint naar de moordenaar gaat vormen. Hoe kun je dit detail -een willekeurig voorwerp ligt ergens weggestopt- voorbereiden op een grote onthulling waar het pas later echt belangrijk blijkt? Denk aan dingen als:

  • Maak de ruimte waarin het muziekdoosje is verstopt, verstoft of anderszins onprettig van sfeer (4)
  • Laat de personages om andere reden meerdere keren de kamer in een uit lopen voor een andere reden dan dat laatje met het muziekdoosje (1) (2)
  • Laat de muziek van de componist van de melodie van het muziekdoosje onderwerp van gesprek zijn (1) (2)
  • Iemand merkt eens -of een paar keer- terloops op dat het slachtoffer dol was op het melodietje van het muziekdoosje, of dat de moordenaar een bloedhekel had aan de werken van de betreffende componist.
  • Iemand maakt een grapje over een heel ander liedje : “Mijn god, wat een rotherrie! Je zou haast denken dat muziek je nog eens zou vermoorden.”

Let dus ook op het gebruik van symboliek, dat kan veel helpen. Of maak de symboliek haast letterlijk: laat je personages op een rommelmarkt een kraampje met muziekdoosjes tegenkomen. Let er in het geval van een thriller of detective wel op dat dit soort zetten pas echt op het allerlaatst mogen komen, tenzij je ze als rode haring gebruikt. Anders ligt het er te dik bovenop. De vuistregel is: hoe dikker het erbovenop ligt, hoe later in de onthulling van een spannend moment de hint mag komen.

Merk ook op dat meerdere details uiteindelijk optellen tot iets veel groters. Eén detail kan zelden een plottwist of een onthulling vormen, maar als er meer details zijn die duidelijk – of wat meer op de achtergrond- over hetzelfde onderwerp, dezelfde ruimte, hetzelfde gedacht of hetzelfde…. zinspelen, dan staat een detail zelden tot nooit meer op zichzelf.

Als je alles zo in een lijstje ziet staan, lijkt een detail veel te duidelijk om nog een detail te zijn. Dat kan een valkuil vormen: let daarom goed op hoe je je informatie spreidt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Yang Shuo op Unsplash.

Waar heeft je personage geduld voor?

ls je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens geschiedenis, en doen en laten. Als je kijkt waar je personage het geduld voor heeft, kan je goed inzetten op obstakels voor de heldenreis.

Kwestie van geduld

Laten we even niet schijnheilig doen: niemand heeft eindeloos geduld voor alles. Ja, de een is geduldiger dan de ander, maar iedereen heeft zo zijn dingen waar die gewoon meer geduld voor kan opbrengen dan voor iets anders.
Waar iemand eindeloos met ‘Karen’ in discussie kan blijven gaan, maar door het lint gaat wanneer er een langzame automobilist op de weg rijdt, is dat bij de ander precies andersom.

Kijk dus eerst eens of je kan ontdekken waarvoor je personage al dan geen geduld heeft. Is dat voor:

  • onbeschofte mensen
  • kapotte apparaten
  • mensen die niet op dezelfde lijn zitten als zij
  • mensen die bijna als de spreekwoordelijke ezel zich wél aan dezelfde steen blijven stoten
  • lang moeten wachten
  • mensen die zich niet authentiek voordoen
  • mensen die veel op een ander leunen

Enzovoorts.  Vaak kan je de oorzaak van ongeduld onderverdelen in een van de volgende categorieën:

  • onmacht à de hand van God is hier in je nadeel
  • onkunde à je personage kan iets niet
  • controle à je personage verliest de controle waar die dat dacht te hebben
  • ‘omgekeerde spiegel’ à je personage komt met iemand anders in aanraking die een eigenschap heeft waar je personage een hekel aan heeft, omdat dat laat zien wat je personage niet prettig vindt. Soms heeft je personage die eigenschap zelf ook, maar wil het dat niet onder ogen zien.

Staat dit gegeven vast?

Natuurlijk staat dit gegeven niet altijd vast. Je zal het echt niet zo’n ramp vinden als je trein een keer vijf minuten te laat is op het moment dat je niets belangrijks hebt gepland. Maar als je daardoor je aansluiting en als gevolg daarvan je vliegtuig dreigt te missen…
Vaak is het verliezen van geduld pas interessant voor het verhaal als er in een bepaalde scène iets belangrijks op het punt staat te gebeuren. En dan kan de manier waarop en hoe snel je personage het geduld verliest veelzeggend zijn.

Wat kan je te weten komen?

Een personage dat zijn geduld vooral bij onkunde van zichzelf verliest, heeft waarschijnlijk een laag zelfbeeld dat zich laat zien in de vorm van perfectionisme. Als je woedend op jezelf wordt omdat je eens een keer iets niet kan, leg je de lat heel hoog voor jezelf. Bedenk eens wat voor – en vooral hoe vaak!- je personage nog meer voor hoge latten legt voor zichzelf. En wat het op de lange termijn met zijn mentale toestand doet als het voortdurend zulke maskers van perfectie moet dragen.
Waarschijnlijk heeft dit personage als centraal conflict dat het moet leren dat het meer zichzelf mag of moet zijn door gewone menselijke fouten bij zichzelf toe te staan.

Pas op met controlefreaks! Ze kunnen koppig zijn, maar bij jou als schrijver is de verleiding misschien erg groot om als hun God ze overdreven veel te gaan plagen of te pesten. Merk je dat wel heel vaak voor God moet of gaat spelen om nog vaart in het verhaal te houden, kijk dan of deze controlefreak wat meer de controle los kan laten.
Anders verandert je personage in iemand die niet af en toe, maar vrijwel altijd ongevoelig is voor de omgekeerde spiegel. Die personages zijn meestal erg naar. Daar is in de narratieve zin niets mis mee, maar deze personages zijn doorgaans niet geschikt voor de heldenrol, nog minder dan de koppige controlefreaks: ze kunnen zelden tot nooit groeien. Zij schitteren beter in de rol van de antagonist.

Foto door Deniz Altindas op Unsplash.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfwedstrijd verhaalentaal.blog: de vreemdeling

Het is weer tijd voor een nieuwe schrijfwedstrijd. Deze keer ga ik de deelnemers flink uitdagen!
We gaan experimenteren met open einden en een verhaalopzet gebruiken waar een butterfly-effect centraal staat.

Opzet van schrijfwedstrijd de vreemdeling

Je personage komt een vreemdeling tegen. Die enkele ontmoeting verandert het leven van je personage voorgoed. Hoe? Dat is aan jou, maar ook aan de lezer! Je schrijft namelijk een verhaal waarvan het einde op verschillende manieren geïnterpreteerd kan worden.

Inhoudelijke voorwaarden voor je verhaal

*Je hoofdpersoon en de vreemdeling mogen elkaar letterlijk voor de eerste keer ontmoeten, of mogen elkaar oppervlakkig kennen, zoals je de vaste kassamedewerker van de supermarkt misschien kent.

* De ontmoeting/het gesprek moet spontaan en/of (relatief) subtiel ontstaan. Het cliché dat je uit verveling maar met medepassagiers gaat praten op het moment dat de trein een uur stilstaat, is dus uit den boze. Het gesprek dat het leven van je personage verandert, moet dus tot stand komen door een samenhang van meerdere details, of schakels van het butterfly-effect.

* Je einde mag geen vaststaande conclusie zijn over hoe het leven van de hoofdpersoon verdergaat. Als je het verhaal aan drie mensen zou laten lezen, zou je idealiter minstens twee, zo niet drie antwoorden moeten kunnen krijgen op de vraag: ‘Hoe gaat het leven van de hoofdpersoon nu verder?’
Met andere woorden: er zit een ‘wat als’-element in:

Als een tienermeisje op straat gescout wordt door een modellenbureau, laat je het verhaal eindigen met het meisje dat naar het kaartje van de scout kijkt. Als ze deze baan buiten het geschreven verhaal om aanneemt en een supermodel wordt, verandert dat natuurlijk haar leven. Als ze dat níet doet, verandert haar leven in zekere zin nog steeds. Dan heeft ze altijd een moment om later in haar leven terug te kijken op dat moment en te denken:
– Als ik supermodel was geworden, was ik misschien binnen drie jaar gestoord geworden van de druk in de schoonheidsindustrie: nu ben ik gelukkig als studente dierengeneeskunde
– Goddank ben ik supermodel, nu ben ik rijk, anders was ik in de goot beland/ gebleven, want mijn leven stond echt op het puntje van de afrond.

Kijk eens naar deze tip en deze voor wat opzetjes voor het schrijven van een open einde. Deze schrijfoefening helpt je ook wat verder.

Aandachtspunten en tips
* Je kletst misschien gezellig met je bijrijder in de bus over het weer, maar als je ‘toevallig’ praat over iets dat een leven kan veranderen, is er of een deus ex machina (zoals het voorbeeld van de modellenscout) in het spel, of je personage vertelt diens levensproblemen aan iedereen die het tegenkomt…
Zorg dus dat zowel je hoofdpersonage als de vreemdeling een reden hebben dat ze dit gesprek starten en blijven voeren. Dat moet in het verhaal duidelijk worden.

* In fictie en in het echte leven gebruiken we vaak uitvergrote taal: “Je bent de knapste man die ik ooit heb gezien.” “Als je dat doet, dan vermoord ik je!” Als een uitspraak een leven verandert, zijn deze uitroepen waarschijnlijk geen overdrijvingen. Wat maakt dat je personage beseft dat de vreemdeling iets wat een cliché lijkt, echt meent of dat dat in ieder geval zo lijkt?
Oftewel: waarom heeft de onzekere man nooit geloofd dat hij knap is, maar gelooft hij dat na dat gesprek wel? Of waarom wordt je maffialid vaker met de dood bedreigt, maar haalt die nu niet achteloos de schouders op en wordt hij daadwerkelijk doodsbang?

* De oplettende lezer merkt op dat voor deze schrijfwedstrijd overromaniseren geen goede tactiek is 😉 Een kernemotie centraal stellen gaat je meer helpen.

Wedstrijdvoorwaarden schrijfwedstrijd de vreemdeling

* Eén inzending per persoon.
* Je verhaal is maximaal 5000 woorden.
* Inzenden van je verhaal kan vanaf 24 augustus 2023 tot en met 24 november 2023. Je hebt dus drie maanden de tijd om een verhaal te schrijven.
Stuur je inzending naar nadinevandesande@outlook.com met de onderwerpregel: schrijfwedstrijd vreemdeling.

Ieder genre is welkom.

De winnaar ontvangt een uitgebreid leesrapport voor een tekst van 5000 woorden. Dat mag het ingezonden verhaal voor de wedstrijd betreffen, maar ook een (deel van een) ander zelfgeschreven verhaal. Aan de winnaar de keuze!

Over de uitslag kan niet worden gecorrespondeerd. Ik neem persoonlijk contact op met de winnaar of winnares. Als diegene dat wil, zal ik het winnende verhaal op mijn blog publiceren.

Foto door Priscilla Du Preez verkregen via Unsplash.

Zo mag je personage symboliek opmerken

Als schrijver speel en experimenteer je met symboliek, om je verhaal de nodige kleur te geven. Soms is die symboliek alleen voor de lezer zichtbaar, soms merkt het personage die ook op. Is dat een rode vlag voor een slecht verhaal of kan je dat in je voordeel gebruiken?

Symboliek opmerken in het echte leven

In het echte leven iets opmerken wat in een boek symboliek zou zijn, komt voor. Alleen wordt het dan vaak ‘ultieme ironie’ ‘een seintje’ of ‘de hand of de wil van God.’ genoemd. Denk aan:
* Net als ik hoor dat ik onvruchtbaar ben, wordt mijn beste vriendin zwanger en vernoemd ze haar zoon naar mij en word ik zijn peetvader. Zo kan ik nog steeds het ouderschap ervaren.
* Opa was gek op roodborstjes, maar je ziet ze hier bijna nooit. Nu is opa een week geleden gestorven en zijn er al drie in een week verschenen.
* Toen ik suïcidaal was, zei ik tegen God: “Ik weerhoud me alleen van zelfmoord als iemand letterlijk zegt dat ik nog niet klaar ben met dit leven.” Dat was het eerste dat mijn redder tegen me zei toen ze zag dat ik aanstalten maakte om van de brug te springen.

Je personage mag dus wel degelijk denken: hier is iets of iemand zich actief met mijn gang van zaken aan het bemoeien en dat aan aan het sturen. Zo je wil mag je personage dus (bij)gelovig zijn en hoef jij je als god van het verhaal niet volledig te verstoppen.

De paradox van de narratieve god

Als je een personage je ‘opvallend’ wil helpen, kom je al snel een paradox tegen. Zelfs als je personage wéét dat jij aan de touwtjes trekt, als zijn God, al houdt het zich aan de tien geboden en heeft het een goed afgestemd ‘lijntje’ met de hogere macht, dan mag je dat personage alsnog niet op zijn wenken bedienen en het te vaak belonen omdat het ‘een goed Christen’ of ‘een goede ziel’ of iets anders is waarvan jij denkt dat de/ een échte God hartstikke tevreden mee zou zijn. Want de god die in zo’n goede verbinding staat met een van zijn schepsels, haalt veel en/of (de) belangrijkste obstakels uit de weg. Als narratieve god mag je dat niet doen, want dan houd je geen fatsoenlijke spanningsboog meer over: de complete tweede akte zou er zowat van verdwijnen. Je kan besluiten om redelijk willekeurig je personage spiritueel bij te staan of gebeden te beantwoorden op momenten die ertoe doen, maar dan kan je alsnog de mist ingaan. Ga liever na waar, hoe en ook waarom je -omwille van een goed verhaal- je je personage het beste kan helpen.

Het bordje met de pijl bij het schrijven van symboliek

Je personage kan denken te weten waar het heen gaat met diens leven, of kan daar een sterke wil over hebben, uiteindelijk heeft je personage altijd maar een deel van het complete verhaal in de smiezen. Je kan immers nooit weten hoe een hogere macht besluit jouw leven te sturen als er dingen in het spel zijn waar jij domweg geen invloed op hebt. Als je een ‘gebed’ van je personage wil verhoren, kijk dan eens naar welke van de volgende dingen je personage redelijk goed lijkt te doorzien:
* als ik dit doe, ga ik daar spijt van krijgen
* deze comfortzone moet ik uit om later iets te kunnen overwinnen.
* dit gaat me vast lukken, want ik heb een eerder obstakel al overwonnen en dit is vrijwel hetzelfde

Doe alsof je dan voor de ogen van je personage op het spreekwoordelijke bordje met een pijl zet: voor een gelukkig leven, hier naar links of liever: voor de volgende stap in jouw goed voorziene tweede akte, hier naar links.
Je kan dan twee dingen doen: naar links wijzen en alles vervolgens verder laten gaan volgens het rechterpad (je personage dus op het verkeerde been zetten met de verdere voortgang van het plot) of je laat het personage denken dat het aan het ene groeiproces bezig is, terwijl je iets anders in gang zet wat je personage moet verwerken of wat later terugkomt als nieuwe uitdaging. Bijvoorbeeld:
* “Ik moet nu aan de slag met het feit dat ik single ben en makkelijk eenzaam ben.” In werkelijkheid is dit de verborgen leugen van dit personage en liep de relatie stuk omdat hij zichzelf niet kon zijn in de relatie. Het personage moet niet met eenzaamheid leren worstelen, maar leren een sociaal wenselijk masker af te zetten.
* De koene ridder heeft de draak verslagen en is niet meer bang voor de dood. Dat denkt hij tenminste. Wat als zijn geliefde tante plotseling op sterven ligt? Hij is dan misschien niet bang om zelf te sterven, maar nog wel bang voor een rouwproces.
* Je kan je personage ook iets laten overkomen waarvan het denkt dat het nóóit zou gebeuren. Kijk eens wat het doet als alles onvoorspelbaar wordt als het dacht alles te zien aankomen, te kunnen regelen of op een andere manier onder controle te hebben…

Met andere woorden: je mag je personage dus veel gunnen, zolang je voor de ogen van je lezer en ongezien voor je personage achter de schermen met iets anders of veel andere dingen bezig bent om het plot zodanig te laten verlopen dat als puntje bij paaltje komt er voor het personage toch nog mysterie in diens leven of heldenreis overblijft. Deze tabel geeft je een overzicht van een aantal mogelijkheden.

Je personage denkt dat je hieraan sleutelt of dat het zelf hiermee bezig isHier ben je (echt) mee bezig
een nieuwe eerste clue, om weer een andere comfortzone uit te stappenaanzet voor de ramp, van die ‘eerste’ comfortzone
je laten worstelen met diens eigen bedenkingen een symbolische foreshadowing van een plottwist of een opzet voor het derde opstakel
de crisishet tweede obstakel: de heldenreis is veel groter dan je hoofdpersonage kan voorzien
worstelen met een oude relatiehet begin geven voor een nieuwe relatie. (Elk einde is een nieuw begin…)

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.

Kan je personage grenzen bewaken?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Deze week kijken we naar hoe goed je personage is in het bewaken van grenzen.

Dit is mijn limiet – als het even kan…-

Iedereen heeft zo zijn grenzen. “Ik wil best een keer overwerken, maar niet langer dan een halfuur per dag en maximaal twee keer per week.”
Dat is een mooi streven, maar als je personage onder druk komt te staan kan het die grenzen nogal eens vergeten. Het is de moeite waard om te bestuderen voor wat voor soort druk je personage bezwijkt (“Ik bewaak mijn grenzen als het even kan”) en waarom andere grenzen helemaal niet lastig zijn om te bewaken (“Dit is mijn absolute limiet, punt uit.”)

Omstandigheden of patroon?

Er zijn talloze redenen te bedenken waarom je personage een keer flexibel wil zijn met diens grenzen. Laten we die gemakshalve samenvatten als omstandigheden. Onder omstandigheden vallen dingen als letterlijke omstandigheden (“Natuurlijk breng ik mijn kind wel met de auto naar school als er windkracht acht staat. Nu gaat het echt niet fietsen!”) maar ook dingen als:

  •  Je wil wel een keer extra invallen voor die ene collega die je graag mag, maar niet voor de collega die je altijd aankijkt alsof die een citroen heeft ingeslikt
  • Normaalgesproken zou ik dit gewoon doen, maar mijn onderbuikgevoel zegt dat ik dit nu moet laten.

Omstandigheden betreft het bewaken van grenzen zijn zo specifiek en uniek dat die niet de moeite waard zijn om mee te nemen in de personagebiografie. Gaat het om een patroon, dan is het wel interessant om eens naar te kijken. Denk bij een patroon aan bijvoorbeeld:

  • Je personage schikt altijd in bij mensen die een hogere status hebben.
  • Je personage hoeft maar een compliment te krijgen en het doet alles voor die ander, ongeacht het voornemen om nu eerst eens aan zichzelf te denken.
  • Je personage houdt zich nooit aan de grenzen van het vooraf gestelde budget als het denkt in de financiële zin iets te kunnen of moeten bewijzen aan vrienden.  

Wat kan je te weten komen?

Als je personage een patroon laat ziet van het niet bewaken van grenzen, zit daar een angst achter. Bedenk of het een angst is om door de mand te vallen (“Als ik nu niet doe wat gevraagd of verwacht wordt, denkt men dat ik asociaal/onkundig/onaantrekkelijk/dom… ben.”) of een angst die heel praktisch van aard is. Die angst is niet zozeer wat het personage vreest dat kán gebeuren, maar wat ook zeer waarschijnlijk gáát gebeuren als het personage op zijn strepen gaat staan.
* “Als ik om opslag vraag – ik werk al voor vijf euro minder dan mijn gebruikelijke tarief- sta ik morgen op straat. De werkeloosheid is hoog  ‘voor jou tien anderen’ gaat nu zeker op.”
*  “Als ik tegen mijn dronken, gewelddadige echtgenote zeg dat zij moet stoppen met slaan, slaat zij alleen maar harder.”

Als je personage bang is door de mand te vallen, dan kan je er een (deel van) het centrale conflict van maken om de assertiviteit en het zelfvertrouwen van je personage omtrent deze angst te vergroten. Als er een praktische angst in het spel is, heeft dat geen zin. Dan moet je meer naar het plot in het algemeen kijken; je personage is niet bij machte om dit zelfstandig te veranderen.

Als je personage in het algemeen slecht is in het bewaken van grenzen, kun je daar vrijwel altijd iets mee, maar weeg goed af hoe belangrijk je het voor het plot gaat maken. Als je held continu over zich heen laat lopen, heb je de kans dat diens ruggengraat te slap is om überhaupt een heldenreis aan te kunnen gaan.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Anika Huizinga verkregen via Unsplash.

Een verhaaleinde voor je boek bepalen bij meerdere mogelijkheden

Er zijn van die verhalen waarvan je als lezer denkt: maar zó had het niet af moeten lopen. En daar heb je dan ook echt gegronde redenen voor: Is de schrijver soms de groei van dat ene medepersonage vergeten? Of die ene scène waarvan jij dacht dat het de basis van het verhaal vormde?
Nee, maar soms moet een schrijver kiezen tussen twee mogelijkheden om een verhaal af te sluiten, waarbij de ene manier niet beter is, maar slechts van een andere insteek uitgaat. Hoe maak je die afweging als jij zelf de schrijver bent?

Voorbeeldcasus: “Ik ben moe, baas” – The Green mile

Alweer een voorbeeld uit The green mile (sorry, maar het is mijn lievelingsfilm ;))

John Coffey heeft helende krachten, maar wordt door een misverstand toch ter dood veroordeeld. Zijn hoofdbewaker, Paul, weet van Johns door God gegeven gave, en biedt John daarom aan om hem te helpen ontsnappen. Hij vreest de wraak van God bij de hemelpoort als hij een wonder van God doodt. Maar John wil daar niets van weten: hij is moe van het leven op aarde, omdat hem dat zoveel pijn doet. Hij zegt in zoveel woorden dat Paul hem een gunst zou verlenen door hem ter dood te veroordelen.
De film eindigt als Paul 108 jaar oud is en aan een vriendin uitlegt dat hij waarschijnlijk nog honderden jaren te leven heeft, maar nu al naar de dood verlangt. Dat is als gevolg van het feit dat ‘John hem met zijn gave me met leven heeft geïnfecteerd.’ Paul interpreteert dat als Gods straf, omdat John, een mirakel van God, uiteindelijk toch op de elektrische stoel is gestorven en Paul daar als leidinggevende van de dodencel het bevel toe moest geven.

De film sluit ook duidelijk af met de boodschap dat die interpretatie van Paul de juiste is. Terwijl in theorie Paul ook gewoon op een gemiddelde leeftijd had kunnen sterven. John, als belichaamde engel vroeg zelf om die dood en gedurende de film is Paul een door en door humaan mens. Het is dus (net zo) logisch om Paul helemaal niet zo te straffen. Als een engel je een direct verzoek geeft, zou het wel raar zijn als God dan zou zeggen dat je niet naar Zijn boodschapper had moeten luisteren.

Checklist vóór het beslissen van je einde

Als je (mogelijke) eindes hebt die allemaal kunnen kloppen omdat ze allemaal genoeg hebben gezaaid om te kunnen oogsten, dan moet je simpelweg gaan kiezen.
Het feit je dat de God in het verhaal van The Green Mile wreed zou kunnen noemen, vanwege de straf die Hij uitdeelt, terwijl hij zou kunnen weten dat Paul en John tot deze afspraak waren gekomen, maakt het angstaanjagend, maakt het de horror die King graag schrijft (de film is gebaseerd op zijn boek.)

Kom je zelf ook voor de keuze te staan dat je einde voor meer interpretaties vatbaar is over hoe je gesloten einde eruit moet zien, dan moet je eerst een aantal dingen nagaan:

  • Gaat je optionele einde als een stevige rode draad door het verhaal heen? Je kan eindigen met het idee ‘nu heb ik niets meer te zeggen’, ‘nou, ja dan trek ik maar even snel een conclusie’ of met ‘zo is er een cirkel rond’. Als een van die eerste twee opties het geval is, heb je sowieso geen goed einde. Ga dus geen verhaalthema’s nog onnodig uitleggen, koppels forceren, enzovoorts.
  • Ga na wat je zelf het belangrijkste vindt voor een /dit verhaal. De boodschap? De uniekheid van het verhaal? Het gewicht van een plottwist?
  • Als je proeflezers hebt ingeschakeld, hebben zij dan een scène waar ze he-le-maal dol op zijn? Dan is dit je kans om die mee te nemen in het slot als een soort ‘u vraagt-wij-draaien’ voor je (aankomende) publiek.

Dan kan je je door je voorkeur laten leiden.

Thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist

Je kan grofweg kiezen uit thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist als je gaat bepalen welk element je einde vooral moet dragen. Hier volgen een aantal aandachtspunten. Hou er altijd rekening mee dat je gedurende je verhaal al de nodige aanloop en opzetjes moet geven.

Verhaalthema

  • Een verhaalthema behelst meer dan een onderwerp/gebeurtenis in een verhaal. Kies de belangrijkste ervan om het verhaal mee af te sluiten.
  • Een thema draagt meestal ook een moraal met zich mee. Waak ervoor dat je bij de wrap-up en het einde niet het podium aan een moraalridder geeft.

Genre

  • Een genre is heel breed, maar in een slot moet je afronden. Blik dus terug op scènes die ingaan op iets wat het genre duidelijk weerspiegelt.
  • Probeer één genre ‘aan te houden’. Dus als je drama en romance hebt, leg dan liever de nadruk op de romance, of het drama eromheen, niet allebei. Dat wordt geprop.

Heldenreis

  • Blik duidelijk terug op hoe de tweede akte, het vallen en opstaan is verlopen. Het groeiproces is belangrijker dan het resultaat.
  • Vergeet niet om je medepersonage(s) deel uit te laten maken van de laatste scène(s). Een held voltooid zijn heldenreis nooit alleen.

Emotie

  • De grootste beleving van de emotie die je centraal stelt, is al geweest in het slot. Geef je lezer ruimte om bij te komen in de laatste bladzijdes. Je boek moet worden dichtgeslagen met emotie, niet dichtgemept vanwege de emotionele bagage die te groot is.
  • Als je bij het einde gaat ‘uitdrijven’ qua emotie, neem dan ook de toon van het einde nog eens onder de loep.

Plottwist

  • Eindig een verhaal niet letterlijk met een plottwist, maar hoe die de personages en hun wereld op zijn kop zet.
  • Als je een verhaal met een grote plottwist eindigt, zorg er dan voor dat je in de rest van het verhaal al wat kleinere hebt verwerkt. Als een lezer niet voorbereid is op de mogelijkheid van een plottwist in je verhaal, dan gaat een plottwist op het einde geforceerd overkomen, hoe goed die ook is uitgewerkt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vladislav Babienko, verkregen via Unsplash.

Hoe statusgevoelig is je personage?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Zo kan je heel wat leren over hoe gevoelig je personage is voor status.

Wat is status?

Voor een prettige uitleg bij dit artikel, wordt status gezien als alles waarmee je personage kan pronken en als gevolg daarvan aandacht of lof krijgt. Dit personage doet het daar ook om. Als het status najaagt, dan is dat om indruk te maken op anderen, zich beter te voelen dan iemand anders of om een compliment te krijgen: “Wat heb jij het toch goed voor elkaar!”

Wie is er statusgevoelig?

Laten we niet schijnheilig zijn: iederéén heeft wel een momentje waarop je even gewoon wil pronken, of naar een complimentje vist. Maar op het moment dat je personage dat continu najaagt en er zaken voor gaat doen of laten, dan kun je spreken van een personage dat gevoelig is voor status. Een makkelijk voorbeeld is dat iemand een werkweek van veertig naar zestig opschroeft, alleen zodat de buurman straks zegt: “Wauw, kan jij je zo’n dure auto veroorloven?!”

Wat kan je te weten komen?

Als je personage statusgevoelig is, kijk dan eens wat voor status het nastreeft. Het is handig om dat als titel te beschouwen : ‘Meest onzelfzuchtige moeder van groep 6.’  ‘Meest vermogende man in de villawijk.’ ‘Degene met de meeste vrienden in de kennissenkring.’ ‘De enige die het nog altijd, zonder uitzondering, elke dag leuk heeft in de slaapkamer, óók na twintig jaar huwelijk.’
Het is waarschijnlijk een open deur intrappen om te zeggen dat de kans groot is dat daar een grote onzekerheid achter schuilt. Waarom is het zo belangrijk dat iedereen van je personage denkt dat het uitgesproken op dít gebied helemaal perfect is?  Zo is mevrouw-nog-altijd-non-stop-actief-in-de-slaapkamer waarschijnlijk eerder eens per week nog intiem met haar wederhelft. Maar denk eens een stap verder: als intimiteit een onderwerp van schaamte is, wat is die oorzaak dan?

  • Een lichaam dat niet meer zo mooi is als twintig jaar geleden?
  • Een angst dat verminderde seksuele activiteit een aantasting is op haar vrouw-zijn?
  • Het idee dat als je enigszins normaal bent, seks nooit een probleem is of zou moeten zijn? Verbergt je personage iets dat ze abnormaal aan zichzelf vindt, of dat misschien ook abnormaal is?

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Als je personage iets moet overschreeuwen om iets te verbergen, dan is daar vrijwel altijd een mogelijkheid om als persoon te groeien. Dat betekent dus dat deze ‘vondst’ een hele goede aanvulling kan zijn voor de invulling van het centrale conflict van je personage.
Houd in gedachten dat het aspect van statusgevoelig wel daadwerkelijk een vondst is; je kan het niet afdwingen. Als statusgevoeligheid niet bij je personage past, dan kan je het niet in een verhaal of personagebiografie meenemen, zonder heel veel andere zaken aan je verhaal of personage te gaan veranderen en forceren. Als je er dus niets mee kan, dan mag je het ook echt links laten liggen.
Maar als je het opmerkt, neem het dan zeker mee in de personagebiografie: je hebt zonet een onverwachte schat aan informatie gevonden!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Daniel Salcius via Unsplash.

Schrijfoefening: sollicitatie voor de heldenrol

Je kan een personage leren kennen gedurende het schrijven van je verhaal, maar je kan het ook anders aanpakken. Laat potentiële personages eens op sollicitatiegesprek komen voor een rol in je verhaal!

Waar moet een personage aan voldoen?

Er zijn eigenschappen waaraan ieder personage moet voldoen om interessant te zijn om over te lezen. Het moet kunnen en willen groeien en een centraal conflict aangaan, bijvoorbeeld. Maar ieder genre, ieder apart verhaal vraagt om een andere held. Waar held in het ene verhaal een onverschrokken bankier met een grote mond moet zijn om in de harde financiële wereld te overleven, dat personage zal het niet lang uithouden als die veel met zijn handen moet werken op een plaats waar warm stromend water al een luxe is. Vergeet dat vijfsterrenhotel dan maar. Deze bankier is niet de held die je voor dit verhaal zoekt. Kijk eens verder waar de boerenknechten rondhangen.

Het profiel van een personage

Op deze manier kan je een kort profiel maken van waar je personage aan moet voldoen om een goede held voor je verhaal te kunnen zijn. Beeld je vervolgens in dat al deze personages met dit ‘cv’ naar je toe komen en je een ronde sollicitatiegesprekken met ze houdt. Zo kom je erachter wat je held absoluut in zich moet hebben om het verhaal te kunnen dragen en in welk ‘gebrek aan werkervaring’ (lees: wat je nog niet over dit personage weet) je voor lief kan en durft te nemen om te zien waar dit personage het verhaal naartoe gaat brengen.

Verwar voor deze schrijfoefening dit korte profiel vooral niet met een uitgebreide personagebiografie! Net zoals je bij een gemiddelde sollicitatie echt niet hoeft te vermelden op wat voor basisschool je hebt gezeten, hoef je van deze sollicitant ook niet per se te weten hoe dit personage is opgegroeid, hoewel dat normaalgesproken wel belangrijke elementen zijn voor in een personagebiografie. Probeer juist aan de oppervlakte te blijven om te zien of dit personage een geschikte kandidaat is.

De voorbereiding op de sollicitatie

Een goede aankomende werkgever bereidt een sollicitatiegesprek voor, dus dat ga jij nu ook doen. Nog vóór je je gaat bekommeren om het personage, neem je je eigen associaties of eisen onder de loep.
Denk hierbij aan:
* Vind jij een genre de naam niet waard als er een bepaalde trope mist, zoals een fantasyverhaal zonder wijze tovenaar?
* Wat vind je leuk om te schrijven? Zou je zin hebben om met deze nieuwe collega samen te gaan werken als je zelf al op het punt staat ontslag te nemen bij deze rotbaan…?

Zo weet je grofweg wie je zoekt voor de baan van de held.

De sollicitanten

Nu gaan de sollicitaties echt beginnen. Kijk eens wat voor personages zich voor je geestesoog aandienen voor de rol van de held. Misschien zijn het wel zeer onverwachte figuren. Of vond jij het vanzelfsprekend dat de ministerpresident zich meldt als held van een survivalverhaal in de jungle? Denk eens een paar minuten na en schrijf iedereen op waar je aan denkt, hoe maf het in eerste instantie ook klinkt om diegene te overwegen. Als je de sollicitatie eerlijk wil laten verlopen, verdient iedereen een kans.
Mocht er een personage zijn waarvan je de gedachte ‘Wat doet die hier?’ maar niet van je afgeschud krijgt, is het verstandig om eens te kijken of je geen bepaalde bril ophebt. Vroeg of laat kom je tegen dat je een bril draagt, en in dit geval is het vroeg. Het is maar beter om dat probleem meteen even uit de weg te ruimen.

Het sollicitatiegesprek

Het is sterk afhankelijk van je verhaal wat je aan je personages kan vragen tijdens een sollicitatiegesprek. Je hebt er helemaal niets aan om van de mediterende kluizenaar te vragen wat zijn beste flirttactiek is, maar als je een bouquetroman schrijft, is dat waarschijnlijk vraag 1 die je aan de steenrijke Romeo zal moeten vragen. Deze vragen zijn echter altijd bruikbaar:

  • Als je je door een crisis moet slaan, naar wie wend je je dan als je een helpende hand nodig hebt?
  • Hoe pak je een crisis normaalgesproken aan? Vechten, charmeren, vluchten, of nog iets anders?
  • Wat is je levensmotto of het moraal waarnaar je het meeste leeft?
  • Waar ben je goed in?
  • Waar ben je slecht in?
  • Hoe leer je iets? Door te doen, door boeken, door je intuïtie te volgen….?
  • Van wie houd je?
  • Wat wil je nog bereiken in je leven?
  • Waar ben je bang voor?

De selectie van je held

Misschien heb je na de eerste sollicitatieronde een kandidaat voor ogen die overduidelijk het meest geschikt is om de heldenrol voor je verhaal te vervullen. Maar de kans is groot dat er een handjevol gegadigden overblijft. In dat geval doe je er goed aan om het stappenplan te volgen dat ik heb opgesteld in de post over dubbele standaarden. Dat geeft je nogmaals een controle betreft de eventuele brillen die je draagt, maar ook die van de lezer. Dan weet je niet alleen of jij het personage ziet zitten, maar of je aankomende held niet te ongeloofwaardig is voor de lezer om in het verhaal geïnteresseerd te raken.

Als je daarna nog een tweede sollicitatieronde nodig hebt, kan je de vragen wat meer verdiepend maken. Stel in deze fase echter niet al te veel of te specifieke vragen meer. Stop zodra de kogel door de kerk is. Je moet nog genoeg ruimte overhouden om je personage te leren kennen als je weet wie de held van je verhaal gaat worden.

Zo maak je een goede start met het kennismaken met je held!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nik, verkregen via Unsplash.