Zo blijf je alert op het verteleffect

Hoewel het bij sommige schrijfstijlen uitgesproken de bedoeling is dat de schrijver een verhaal letterlijk lijkt te vertellen aan de lezer, is dat niet effectief als dat slechts in enkele zinnen gebeurt. Dan gaat dat ten koste van de innerlijke film die voor de ogen van de lezer draait. Toch kan je soms de noodzaak voelen om de lezer net iets meer te sturen. In deze blogpost kijken we hoe je dat kan doen zonder in het vertelleffect te belanden.

Wat is het verteleffect?

Een korte opfrisser van het verteleffect: door enkele ongelukkige woordkeuzes wordt de schrijver zichtbaar door net iets te letterlijk te verklaren wat er gebeurt of wat het personage beweegt. Dat niet alleen, de schrijver trekt daarmee ook bepaalde conclusies die ofwel vanzelfsprekend zijn, of die helemaal niet aan de schrijver zijn om te trekken. In dat laatste geval neem je de lezer de vrijheid af om zelf een beeld of een mening bij je tekst te vormen.

Verteleffect in de dop: de boodschap

Als je een verhaal schrijft, heb je een moraal of een verhaalthema dat je aan de lezer duidelijk wil maken. Die heb je als het goed is aan de tekentafel al duidelijk. Kijk nog eens naar je woordenweb, lijst aan leuzen of al die andere dingen uit je opschrijfboekje die je hebben geholpen die af te bakenen. In deze blogpost houd ik het voorbeeld aan van Felicia Feminist: een doorgeslagen casus van een vrouw die het glazen plafond tegenkomt.
Haar verhaal is erg gevoelig voor een verteleffect. Niet zozeer vanwege het thema zelf, maar omdat de uitwerking ongenuanceerd en extreem is. En dan sluipt een verteleffect er erg makkelijk in. In Felicia’s verhaal is Co CEO de personificatie van het glazen plafond. Hij is de oorzaak en het gevolg van alle problemen. Dus als Co maar op zou donderen, wordt Felicia zomaar ineens en wonderbaarlijk genoeg de CEO van het bedrijf en hebben ook ineens alle vrouwen van de hele wereld een eerlijke positie in het bedrijfsleven. De boodschap is kortom: mannen moeten plaatsmaken voor vrouwen in het bedrijfsleven.
Ook kan het verteleffect ontstaan door Felicia tot boodschapper te degraderen. In plaats van een veelzijdig personage, is zij slechts iemand die moet laten zien hoe belangrijk het feminisme is.

Verteleffect aan de tekentafel

Kijk ook eens hoe je bepaalde boodschappen of overtuigingen van je personage in je personagebiografie hebt genoteerd. Let daarbij ook op hoe vaak die terugkomen. Bijvoorbeeld:
Felicia’s motto: Girlpower is the best power
Felicia’s seksuele oriëntatie: lesbisch (zelfs in de seksuele zin mag ze niets aan mannen hebben of ze interessant vinden)
Felicia’s trauma: heftige aanranding door een man in haar tienertijd

Felicia is hiermee vrij extreem vrouwgericht of anti-man. Een trauma is een belangrijke drijfveer voor zowel een verhaal als een personage persoonlijk. Maak Felicia dan niet ook nog eens expliciet lesbisch om de boodschap te versterken dat ze ‘beter is’ dan mannen of geen mannen nodig heeft. Dan wordt ze slechts een doorgeslagen trope.

Merk je op dat je een vertelleffect in je tekst heb staan, zoek dan in je aantekeningen naar dit soort overdaad van een en dezelfde overtuiging, of oppervlakkige schets van je personage. Stel jezelf vragen als:
* Wat is de verhouding tussen de boodschap van mijn verhaal en het aantal punten in de personagebiografie die daarop aansluiten?
* Heeft je personage nog een ander doel dan de boodschap uitdragen?
* Waarvan moet je personage precies groeien? Wat is precies het centrale conflict?

Als je nog in een vroeg statium van het schrijven zit, kan je teruggaan naar de tekentafel en het een en ander aanvullen of aanpassen. Als je verhaal meer diepgang krijgt, val je niet zo snel in de vertelstijl. Ben je al verder in het verhaal, kijk dan uit naar vertellwoorden in de lopende tekst.

Vertellwoorden vermijden

Vertellwoorden zijn woorden als namelijk, want, daarom, blijkbaar als ze worden gebruikt om acties en gedachten van personages te verklaren die een zin of wat eerder rij letterlijk zijn uitgeschreven en regelrecht uit de personagebiografie lijken te komen. Felicia was helemaal klaar met mannen, daarom gaf ze Co een grote mond. Felicia voelde zich niet zo haar gemak: deze man deed haar namelijk denken aan de man die haar had aangerand.

Probeer in plaats daarvan het hier en nu vanuit het perspectief van je personage toe te lichten. Dat gaat meestal prima met een combinatie van goede sfeeromschrijving en show don’t tell. Ook kan show don’t speak een goede aanvulling zijn. Dan krijg je voorbeelden als:

“Felicia, ik praat tegen je!”
Co’s stem echode door de ruimte en meerdere collega’s keken verschrikt op. Carmen dook ineen en zag plotseling iets heel interessants op haar computerscherm staan.
Felicia trok een vragende wenkbrauw op.
“Staar me niet zo onnozel aan, vrouw!”
Felicia’s bloed begon te koken. Inwendig begon ze tot tien te tellen. Ze was nog niet bij de vier of ze zag Co’s blik afdwalen naar haar boezem.
“Kun jij nou echt niks? Geef eens antwoord!”
Hou op met in mijn bloes kijken, vuile… Bewijs ik pas mijn waarde aan jou als ik die uit zou trekken? Dacht Felicia. Haar gedachten gingen razendsnel: ze zou Co niet meer aanleiding geven om haar nog verder te vernederen.
“I-ik dat was mijn fout. Ik zal het meteen rechtzetten.”
Co liep met een tevreden knikje en een hanenloopje het kantoor uit. Felicia ging terug naar haar bureau en stopte Carmen even later een briefje toe: Ben je er al klaar voor om samen met mij een klacht in te dienen of wachten we nog even?
Dan vermijd je zinnen als: Felicia wist dat Carmen ook regelmatig onheus bejegend werd. Het was tijd om actie te ondernemen: ze was er nu namelijk wel klaar mee. Als Co zelfs al in haar bloes ging staren…

Het is niet altijd nodig om altijd langere scènes te schrijven om vertellwoorden te vermijden. Maar onthoud wel dat de lezer liever met het personage meekijkt dat iets beleeft dan luistert naar een schrijver die iets wil benadrukken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Fa Barboza verkregen via Unsplash.

Drie mogelijke lagen in een dialoog

Met een dialoog kan je personage heel veel dingen zeggen. Soms is wat gezegd wordt recht voor zijn raap, soms houdt je held iets geheim en soms kom je op het punt dat niets zeggen meer zegt dan duizend woorden. Deze lagen van een dialoog kan je gebruiken om je tekst de juiste toon en kleur te geven.  

Buitenkant, binnenkant, verborgen laag

Net als een personage heeft een dialoog drie lagen.
De buitenkant is het spreekwoordelijke open boek: er wordt gezegd wat er wordt bedoeld, zonder dat er iets achter zit of je personage iets probeert te verbergen.
De binnenkant is: “Ik zeg iets, maar iets anders zeg ik ook (niet).” Er zijn meerdere interpretaties of een groter doel in het spel.
De verborgen laag is ‘binnenkant 2.0’. Er wordt iets ook (niet) gezegd, maar de lezer kan hierbij aanvoelen: ‘iets klopt er niet’ of ‘hier zijn we nog vele scènes mee zoet’. Deze dialoog staat niet op zichzelf, maar wordt een puzzelstukje van een plottwist of is de eerste beat van een plotlijn waarin bijvoorbeeld een groot geheim wordt onthuld.

Dit tipartikel heeft ter verduidelijking een casus. De vraag: vindt Maartje Stijn leuk?

De buitenkant: ongecompliceerd

“Maartje, vertel eens: vind je Stijn leuk?”
“Leuk? Ik vind hem een absolute hunk! Heb je zijn wasbordje gezien? En hij is zo attent!”
Of:
“Uhm, eerlijk gezegd wel…”

Lekker duidelijk, hè?  

De buitenkant heeft geen vaststaande sfeer of toon. Van vrolijk tot woedend en alles ertussenin. Misschien denkt je personage er nog iets achteraan. In het tweede voorbeeld bijvoorbeeld: betrapt!
Maar zolang de dialoog er niet van verandert, is de buitenkantlaag in het spel. Of Maartje ‘betrapt!’ denkt of niet, is onbelangrijk. Ze zou zelfs kunnen zeggen: “En wat dan nog?” omdat deze dialoog enkel gaat over het eenduidige antwoord op de vraag van haar gesprekspartner. 

De binnenkant: de extra tekst

In een goede dialoog wordt er veel niet uitgesproken. Daarom gebruik je de binnenkantlaag het meest, omdat het een pageturner-effect teweegbrengt. Wat is er aan de hand en wat gaat er nog meer gebeuren?

“Hé Maartje, Stijn kan goed zoenen hè?”
Deze zin alleen al kan betekenen:

  • Eens kijken of ze hapt.
  • Zou ze dat inderdaad weten?
  • Raad je me aan om hem ook eens te versieren?

De context van het verhaal vertelt wat er precies speelt, maar dit is niet alleen maar een verwachting van een ja of nee. Want is het echt interessant hoe goed iemand zoent? Waarschijnlijk wil de spreker liever weten wat er al dan niet is gebeurd, wat de onderlinge relatie is tussen Maartje en Stijn, of wat diens eigenbelang hierbij is.

Hij zoende me wel héél lang.”

  • Vond Maartje dat fijn?
  • Vond ze Stijn wanhopig overkomen?
  • Had Maartje meer initiatief verwacht in een stap verder gaan?
    Zo kan je een dialoog een eindeloze binnenkantlaag geven. Schrijf af en toe wel een buitenkantlaag om te voorkomen dat een simpele dialoog een complete detective wordt.  

De verborgen laag: een (extra) plot

Een verborgen laag heeft een inleidende scène nodig, of de lezer moet een cruciaal detail weten. Bij deze laag komt de wereld van het personage op zijn kop te staan. Negen van de tien keer krijgt lichaamstaal hier de overhand, omdat woorden tekortschieten of te veel verraden. Daarna volgt vaak een fikse plotwending.  

Maartje zoende gisteren met Stijn, vlak voor hij verongelukte:
“Vertel eens over deze zoenkampioen…”
Zonder het te beseffen, gleed Maartjes vinger over haar lippen. Even later begonnen die te trillen en holde ze de kamer uit.

Maartje doet alsof ze Stijn leuk vindt, als afleidend toneelstukje om de moord op de gesprekspartner te verdoezelen die zij en Stijn aan het beramen zijn:
“Enne… heb je zijn bed al kunnen inspecteren?”
Er trok een zenuwachtig spiertje bij Maartjes kaak. Mooi, onder het mom van de eerste zenuwen van nieuwe vlinders zou dat niet opvallen.

Kijk goed naar het doel van je scène en je dialoog, kies de juiste laag en hij is gegarandeerd interessant.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Harli Marten verkregen via Unsplash.

Een gouden regel voor het schrijven van expositie: ‘Even wat anders’

Expositie is het bekendmaken van informatie aan de lezer. Doe je het goed, dan valt het niet op en wordt je informatie zelfs een onderdeel van een lopend verhaal. Dat is lastig. Maar als je loslaat dat er een lezer is die informatie moet krijgen en je personages niet weten dat ze van papier zijn, kom je al een heel eind.

Slechte expositie: ‘Heb je al gehoord…?’

Laten we eerst even herhalen waarom expositie zo belangrijk is om goed te doen. Je lezer moet weten wat er speelt in de papieren wereld, maar maak van Hoofdstuk 1 een infodump en je lezer komt niet verder dan dat deel van je boek. ‘Mijn personage werkt in een dierentuin, heeft een vrouw en zijn grootste angst is om ontslagen te worden.’ Dat is een beetje te direct als introductie. Maar dat is slechte expositie ook:
“Hoi Martha, hoe is het met Bert?”
“Hij zit niet zo lekker in zijn vel. Hij hoorde vorige week het gerucht dat de dierentuin gaat bezuinigen…”
“Maar zijn baan zal toch niet in gevaar zijn?”
“Dat weet hij dus niet: hij slaapt de hele week al slecht.”

Hier is het te duidelijk dat de personages iets duidelijk willen maken aan de lezer. Elke zin draagt daar op zijn eigen manier aan bij:

  • Hoe gaat het? –> Dit is een erg lege frase in een boek. Als het antwoord ‘goed’ is, is het een nietzeggende beleefdheidszin. Zo niet, dan schreeuwt het met knipperende neonlichten: ‘Lezer, zet je schrap, er komt een conflict aan!’
  • Hij zit (…) –> dit is een infodump: het is veel te directe informatie.
  • Maar zijn baan (…) –> natuurlijk wel. Als iets zo direct wordt meegedeeld. voelt een lezer aan dat hier iets mee gaat gebeuren. Het voegt geen spanning toe, het voelt alleen maar geforceerd.
  • Dat weet (…) Hier herhaalt Martha zichzelf alleen maar. En dat Bert slecht slaapt, is zo logisch, dat je dat niet extra hoeft uit te leggen.

Kortom: hier zie je alleen maar holle frases en wordt iets uitgelegd wat iedereen kan begrijpen. Er worden in deze expositie dus een aantal grote fouten gemaakt. Dat gaan we op een rijtje zetten.

Dit gaat er mis bij slechte expositieVervelend gevolgJe kan beter…dat doe je door…
je (personage) legt iets (logisch) letterlijk uitje lezer wordt als dom gezienmet het verhaal verder gaande aandacht op iets anders te richten
informatie wordt geforceerdde lezer wordt uit het verhaal gehaaldde aandacht op iets anders richtenmeerdere lagen toe te passen in je tekst
informatie voegt weinig tot niets toede vaart gaat uit de tekstbedenken wat je echt wil zeggenmeerdere lagen toe te passen in je tekst

Zie je de samenhang tussen de uitgangspunten meerdere lagen en de aandacht ergens anders op richten? Als je expositie in de subtekst – dat wat je tussen de regels door kan lezen- kan verstoppen, wordt de expositie een deel van het verhaal. Maar daarvoor moet je de aandacht wel verschuiven. Naar iets (heel) anders dan wat je (aan de oppervlakte) aan het vertellen bent.
Voor de beelddenkers onder jullie: zie goede expositie als een snoepje wat je lezer ongezien wil toestoppen. Dat kan je bereiken met het het aloude trucje van:
“Hé, kijk daar eens, daar loopt je beste vriend!”
“Waar?”
Je luisteraar kijkt even afgeleid achterom en voilà: even later zit er een snoepje in zijn jaszak. Je moet iets anders dan dat eigenlijke snoepje dus belangrijker maken op het moment dat je het introduceert.

Casus: reiziger met bindingsangst?

Tommy komt net terug van een vakantie en laat Joris zijn foto’s op zijn telefoon zien. Joris heeft net de telefoon in handen gekregen om op zijn eigen tempo door de foto’s te kunnen scrollen.

“Als je het over parelwitte stranden hebt, zeg. Wauw! Waar was dit precies?”
“Even goed kijken, hoor, dat was…”
Joris ziet de foto van Puck voor Tommy hem kan tegenhouden op het scherm verschijnen.
“Ik app haar wel als we de foto’s zijn doorgelopen, ” zegt Tommy als hij dat ook ziet.

Even pauzeren. Want dit is het punt waarop het helemaal mis kan gaan, maar waar je het ook goed kan doen.
Als het doel is dat duidelijk moet worden dat Tommy bindingsangst heeft, doet slechte expositie iets als:
” Wie is Puck? Zo’n mooie meid moet je terugbellen! Hoe lang is het nou geleden dat je een date hebt gehad? Vriend, spring je soms steeds maar in een vliegtuig om relaties te ontlopen?”

Of je kan verder gaan met:
“Ik weet het niet meer, ik ben op zoveel stranden geweest,” zegt Tommy.
“Ja, dan wordt het al snel veel van hetzelfde. Wordt dat nooit saai?”
Tommy scrollt verder naar een foto met een spectaculaire zonsondergang op een prachtig strand en trekt een veelbetekenende wenkbrauw op.
“Nou, vooruit dan,” lacht Joris toegeeflijk. “Maar ik zie jou nauwelijks op je vakantiefoto’s.”
“Als je zoveel natuurschoon tegenkomt, denk ik niet aan mezelf.”
Er klinkt een belletje: Puck appt opnieuw.
“Nee?” vraagt Joris
” Nee. Op de schoonheid van de stranden kan je altijd rekenen. Iets mooiers bestaat er niet.”

Ik moet deze scène bijna overdreven subtiel houden. Meestal leunt een expositie als deze meer op gebeurtenissen in het (grotere) plot. Als er in een plot al puzzelstukjes zijn gegeven dat Tommy bindingsangst heeft, zou je Joris’ ‘Nee’ kunnen vervangen door iets als ‘Neem je dan nooit vrienden mee naar het strand?’
Tommy’s reactie zou dan ook weer veranderen, wil het er niet bovenop liggen.

Maar het belangrijke punt is: zie je in deze scène nog dat Tommy bindingsangst heeft? Een hint ernaar misschien, maar als expositie is het onzichtbaar geworden, doordat je de aandacht van wat er echt toe doet hebt afgeleid. En ondertussen heb je ook nog:

  • een scène waarin de vriendschap tussen de mannen aandacht krijgt
  • laten weten dat Tommy bijzonder gek is op stranden
    • laten zien dat Tommy veel reist
    • laten weten dat Joris lichtelijk jaloers is

      Daar kan je in het grotere geheel veel meer mee dan de lezer alles maar voorschotelen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door by Sean Oulashin verkregen Unsplash

De legendarische gebeurtenissen in je verhaal: inleiding

Ieder verhaal heeft legendarische gebeurtenissen nodig. Iets waar iedereen in de papieren wereld van je boek het steeds over heeft, of wat iedereen heeft gehoord en fascinerend vindt. Soms is dat daadwerkelijk iets legendarisch, zoals een draak, soms is het zo simpel als de dorpsroddel die zo uit zijn voegen is gegroeid dat er in het gehucht tien jaar later nog over gesproken wordt, ongeacht of de roddel nu op waarheid of alleen op kletspraat is gebaseerd. Waarom is dit zo belangrijk?

Wat is legendarisch?

Van Dale definieert legendarisch op twee manieren:
1 volgens een legende
2 over wie iedereen nog steeds bijzondere verhalen vertelt

Definitie 1 wijst erop dat een verhaal al generaties lang wordt doorverteld, definitie 2 neigt meer naar die van de hardnekkige dorpsroddel.
Van een legendarisch verhaal kan je zeggen dat men staat te popelen om te horen hoe het verloopt of afloopt. Neem het verhaal over de ridder die de prinses van de draak moet redden. Hoe hij door de weide trekt met zijn trouwe rijdier ben je snel vergeten, of interesseert je niet zoveel. Maar als hij met de drààk gaat vechten? Dan pak jij je warme dekentje, een lekker koekje en warme chocolademelk en ben je er helemaal klaar voor. Kom maar op met die legendarische scène!

‘Legendarisch’ schreeuwt: “Vertel, Vertel!”

Wat is het vertellen waard?

In zekere zin zijn legendes een belediging voor ‘gewone’ verhalen en scènes. Hoezo is het niet interessant om het hoofdstuk over de trektocht van de ridder en zijn paard te lezen? Je hebt hier de prachtigste sfeeromschrijvingen neergepend! Daar zit iets in, maar mooie, interessante of spannende verhalen zijn zo fantastisch omdat ze dynamisch zijn en er continu iets gebeurt. Het is de gouden wet van actie-reactie, maar dan nog een tandje hoger: wat in een legende wordt verteld, is altijd spectaculair: nergens is er een saai moment te bekennen.
Maar daar zit ook de crux: de boog kan niet altijd gespannen zijn, dus als je iets wil vertellen dat een legendarische schijn aan je verhaal moet geven, worden die ‘saaie’ elementen gewoon weggelaten. En dan is alles het vertellen waard en super interessant. Als je weet waarover je dan voornamelijk zo aangrijpend kan schrijven, is de ´en toen en toen´-test een goed hulpmiddel.

De ‘en toen en toen’- test

Bij de ‘en toen en toen’-test moet je een verhaal samenvatten. Je mag alleen maar ‘en toen’ gebruiken. Dus geen voegwoorden, die verbanden aanduiden en zo diepgang geven. Alleen de pure, droge feiten. Bovendien mag je ‘en toen’ ook maximaal vier keer gebruiken. Een drogere tekst is er waarschijnlijk niet. Je schrijft liever iets als:

Harry Potter is een jongen die in de bezemkast onder de trap slaapt bij zijn kwaadaardige oom en tante, want zijn ouders zijn dood. Tot zijn elfde verjaardag is Harry’s leven een hoop ellende, maar dan hoort hij een tovenaar is en naar de toverschool Zweinstein mag. Bovendien komt hij erachter dat zijn ouders niet zomaar zijn overleden. Ze zijn vermoord door de kwaadaardige Heer Voldemort, die op sterven na dood is. Voldemort probeerde Harry ook te vermoorden, maar dat lukte hem niet. Die poging mislukte, de vloek kaatste terug en nu is Voldemort op sterven na dood. Daarom probeert hij de Steen der wijzen te stelen om zo het levenselixer te kunnen drinken en onsterfelijk te worden. Maar Harry en zijn vrienden weten dat te voorkomen en ze verslaan Harry’s aardsvijand.

Dit verhaal klinkt niet legendarisch. Zo het nu samengevat is, klinkt het als het zoveelste fantasyverhaal. Dat komt omdat de tekst te veel woorden in beslag neemt, te lang ‘voortkabbelt’ om de legendarische elementen van het verhaal direct aan elkaar te koppelen. Het gewicht is weg, zo je wil.
Vergelijk dat eens met:

Harry woonde jarenlang bij zijn kwaadaardige oom en tante en sliep in de bezemkast onder de trap.
En toen hoorde hij dat hij een tovenaar was en naar Zweinstein mocht gaan.
(Echt?! Wauw, stel je voor dat je te horen krijgt dat je een tovenaar bent en naar een toverschool mag! Wat zou je daar allemaal leren? Maar wacht eens… Als Harry een tovenaar is, waarom heeft hij dan al die tijd de mishandeling van zijn oom en tante hebben kunnen ondergaan? Hebben ze dat misschien gedaan omdat hij een tovenaar is?)
En toen bleek op Zweinstein dat hij wereldberoemd was omdat zijn ouders waren vermoord en Harry zelf een dodelijke vloek heeft overleefd. (Waarom zijn zijn ouders vermoord? Hoe heeft Harry die vloek overleefd?)
En toen bleek Voldemort nog te leven, degene die Harry wilde vermoorden toen hij nog een baby was. (Wil Voldemort dat nog steeds? Waarom? Waar heeft hij al die tijd uitgehangen?)
En toen versloeg Harry Voldemort, voordat Voldemort de Steen der Wijzen kon stelen voor die hem onsterfelijk zou maken. (Wauw, wat een einde na al deze spanning!)

Met andere woorden: gebruik de ‘en toen en toen’ test om:
– De rode draad uit een groter verhaal te filteren. (In deze samenvattingen klinkt het bijna alsof er alleen maar een hoofdplot is, in het eerste deel van de Harry Potterreeks, maar het tegendeel is waar.)
– Erachter te komen wat voor een lezer spannend kan zijn. Dat zijn de punten waar de lezer zijn verbeelding kan gebruiken om de ‘gaten’ in het plot in te vullen met theorieën, maar aan jou als schrijver ook toeroept: “Vertel, vertel!” Of het nu gaat om het hoe, of waarom, of het wat: de lezer vraagt om invulling van de 5W1H en heeft jouw hulp daarbij nodig. De gaten die er vallen, zijn voer voor een pageturner en de verdere invulling van de legende.
– De gaten die vallen in de fantasie van de lezer te vinden, zodat je kan afwegen wat open moet laten om ruimte te geven aan de roddel en achterklap die het sterke verhaal het gehucht nog tien jaar later in zijn greep houdt, of de doorgeslagen power fantasy die van de held niet zomaar een krijger, maar een legende maakt.

Volgende week gaan we aan de slag met de praktijk achter deze theorie.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Catherine Kay Greenup verkregen via Unsplash.


Nog meer manieren om met je verhaal te starten

Zoals je vorige week kon lezen kan je je verhaal starten vanuit een idee voor een plot, personage, sfeer of de toon. Maar daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput. Deze week kijken we naar nog meer inspiraties voor het starten van een interessant boek.

Schrijven vanuit een moraal

“Vertrouwen in mensen is goed.” “Liefde wint altijd.” “Geld maakt niet gelukkig.” “Denk eerst aan anderen, dan pas aan jezelf.” Een enkele leus kan zomaar het begin zijn van een compleet verhaal dat dit standpunt moet benadrukken.

Als je een moraal als uitgangspunt neemt voor je boek, let dan heel goed op het verschil tussen verhaalthema en moraal. Helaas is de moraal de radicaalste van de twee, omdat die het sterkst aanwezig is als dat je uitgangspunt vormt en ook omdat het radicaal mis kan gaan als je het moraal te dik erbovenop legt. Dat heeft twee redenen.

“Wat is de moraal van het verhaal?” Dat klinkt als een clichéuitspraak, nietwaar? Als je hele boek leunt op een uitgangspunt dat uitgaat van iets dat clichégevoelig is of zelfs helemaal een cliché is, dan is de kans groot dat het erg geforceerd overkomt en niet fijn meer leest. In tegenstelling tot een verhaalthema, waar je boodschap of uitgangspunt meer geleidelijk in het verhaal verweven is.
Als je uitgaat van een moraal, moet je extra alert zijn op de clichés die dat met zich meebrengt. Zowel in het plot, als de verhaallijn, als wie de hoofdpersonen zijn en nog veel meer.

Een moraal is bovendien ook gevoelig voor normen en waarden. Stel dat je verhaal is: “Mensen met macht zijn niet te vertrouwen.” Dan is de kans groot dat je mensen met macht bijna als vanzelf als lezerspubliek verliest. Dat hoeft niet erg te zijn: ieder boek heeft zo zijn doelgroep, en dus ook mensen die daar buiten vallen. Maar het is wel vervelend als je een doelgroep om de verkeerde redenen (onbedoeld) uitsluit. Je zou met bovenstaand moraal maar uitgaan van het idee dat macht hebben en macht willen hetzelfde is… Dan mis je belangrijke nuances, waar je verhaal inhoudelijk niet beter op wordt. Vergeet niet dat normen en waarden nooit feitelijk vastliggen. Iemand kan andere, zelfs gestoorde normen en waarden hebben, maar mensen zijn nu eenmaal zeer verschillend.
Als je een moraal als uitgangspunt neemt, vergeet dan niet dat jouw persoonlijke waarheid van die van anderen kan verschillen. Je zal hier en daar het moraal iets meer moeten nuanceren of verschillende invalshoeken ervan moeten geven om te voorkomen dat je verhaal eentonig, cliché of het pleidooi van een moraalridder wordt.

Doel van informeren of introduceren

Of het nu om het introduceren van geschiedkundige feiten gaat, of om het verlangen om te willen schrijven hoe het is om met een minderheidskenmerk te leven, soms heeft het verhaal als voornaamste doel of inspiratie om een kijkje in de keuken te geven. “Ik ben gek op Brazilië, dus daar laat ik mijn verhaal afspelen, zodat mijn lezers met dat land kennis kunnen maken.” “Ik wil mijn lezer meer vertellen over de Tweede Wereldoorlog, dus speelt mijn verhaal zich daar af.”
“Er is weinig kennis van een bipolaire stoornis bij het grote publiek, dus mijn hoofdpersonage heeft daarmee te maken. Dan kan ik bewustzijn kweken.”

In dit geval heb je twee sleutelwoorden: afbakenen en onderzoeken.

Als eerst moet je afbakenen wat je de lezer wil vertellen. Stel jezelf de vraag: als de lezer iets moet onthouden of moet leren, wat is dat ene iets dan?
* Dit is de mooiste plek van Brazilië en wel hierom
* Wat de gruwelen van de concentratiekampen tijdens WOII waren en hoe grootschalig dat was
* Hoe iemand met een bipolaire stoornis in het dagelijks leven daar (geen) hinder van ondervindt.

Doe hier vervolgens serieus onderzoek naar en ook vooralsnog alleen hiernaar. Voor je het weet, ga je ook onderzoek doen naar bepaalde belangrijke veldslagen, de Lonely Planet Brazilië top 10 en de statistieken voor geslaagde Tinderdates van bipolaire mensen. Maar vergeet je basis niet. Je kan later altijd nog andere dingen toevoegen, maar als je in de eerste fase al eindeloos gaat vertellen en onderzoeken krijg je een infodump van informatie en mogelijkheden en wordt je boek te breed voordat de eerste letter op papier staat.
Als dat ene element wat je lezer mee moet nemen, stevig staat, volgt de rest vanzelf. Maar in de beginfase is het handig om bij dat ene te blijven, zodat je ook de voeling houdt bij wat de essentie van je verhaal vormt. Dat maakt schrappen in een later stadium namelijk vele malen makkelijker. Zo weet je bijvoorbeeld dat je als je moet kiezen tussen een scène waarin je een concentratiekamp omschrijft, of waarin een relatief willekeurige Nazi burgers mishandelt, je moet kiezen voor de eerste.

Herinneringen verwerken / veranderen

Deze inspiratie uit zich vaak in een autobiografie of met een roman met elementen daarvan. Je wil immers iets wat je zelf hebt meegemaakt op papier zetten. Misschien wil je een nare gebeurtenis uit je leven een goede afloop geven, al is het maar op papier. Het belangrijkste startpunt bij dit soort verhalen is om te bedenken in hoeverre je waarheidsgetrouw wil of zelfs kan blijven. Behandel je idee als een fantasyverhaal waar je de worldbuilding nog voor moet beginnen. Oftewel, bepaal de wetten van wat er kan of mag in je boek: wat zijn geheimen van mezelf of anderen die ik in dit verhaal prijs ga geven? Is dat wel oké, of tot op welk punt? Moet de lezer geloven dat alles echt gebeurd is of mag er gerust een fictief tintje aan het verhaal zitten? Vergeet hierbij ook niet de regels rondom het schrijven van een persona. Als je een bestaand persoon ook op papier in je verhaal terug laat komen, dan dien je die ook aan te passen. Dat kan ervoor zorgen dat er ook dingen inhoudelijk anders verlopen. Bedenk ook hier wat een lezer absoluut mee moet krijgen en schrijf alles daar verder omheen, met de bijbehorende ethische beslissingen rondom (auto)biografisch schrijven in het achterhoofd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Yoann Siloine via Unsplash.

Zo kan je schrappen op grote schaal: inleiding

Schrappen op scène-of zinsniveau is relatief makkelijk: daar zijn een aantal trucs voor. Maar je complete boek aan een revisieronde onderwerpen is toch wat anders. Niet het kijken naar de details, maar naar het grote geheel, vergt een andere aanpak. Hoe begin je daarmee?

De waarde van schrappen

Het is altijd waardevol om je tekst nog even goed te bekijken. Tijdens het schrijven van je eerste versie zie je niet (zo snel) waar spellingsfouten, infodumps, darlings, kromme zinnen of onnodige stukken verstopt zitten. In je enthousiasme of flits van inspiratie schrijf je vaak zo snel dat inconsistenties niet meer zo zichtbaar zijn. Daarom is het belangrijk om regelmatig te schrappen of te herlezen. Daar wordt je verhaal beter van en merk je gaten in het plot op, of kan je ze voorkomen.

Het beeld van je verhaal en het beeld van je boek

Als je het hele verhaal wil nakijken, dan kom je voor een moeilijke uitdaging te staan. Ten behoeve van de duidelijkheid maak in deze blogpost onderscheid maken tussen de term ‘je boek’ en ‘je verhaal’.
* Je verhaal: het verhaal zoals het zich in je hoofd afspeelt, en hoe je het grofweg in grote lijnen voor je ziet.
* Je boek: je boek is datgene wat je daadwerkelijk opschrijft, inclusief alle diepgang, thema’s, sfeeromschrijvingen, symboliek et cetera.

Zo je wil: je verhaal is de snelle verbale boekbespreking van de basisschool, waar je boek het uitgebreide, verdiepende boekverslag van de examenklas op de middelbare school betreft.

Het feit dat schrijvers enthousiast zijn over de eerste versie van hun werk, is in dit opzicht zowel een zegen als een vloek. Je kan niet goed schrijven zonder enthousiasme en creativiteit, maar het risico is dat je te veel met je verhaal bezig bent, en vergeet dat je een boek aan het schrijven bent.

Voor jou als bedenker van het verhaal is het kristalhelder: waar het verhaal naartoe gaat en wat de (impliciete) thema’s en symbolieken zijn, wat de achtergrond van je personages is… Maar uiteindelijk schrijf je een boek, en moet je dus ook met je boek bezig zijn, niet alleen met het verhaal. Anders gaat de lezer zich vroeg of laat vervelen of blijft die in verwarring achter. Wees je ervan bewust dat een schrijver die te veel met het verhaal bezig is, en niet met het boek, erg vatbaar is voor het gevaarlijke verschijnsel van een te aanwezige innerlijke voorlezer. En zolang als je op die ogenschijnlijk onschuldige manier alleen losse zinnen, enkele scènes of de premisse van je verhaal ziet, zal je je boek nooit een algemene revisie kunnen geven. Dan wordt schrappen op grote schaal onmogelijk.

De essentie van je verhaal vinden

Wat vaak gebeurt als je te veel met je verhaal en te weinig met je boek bezig bent, is dat je opstartproblemen krijgt. Je besteedt dan de eerste hoofdstukken of scènes aan de introducties en achtergronden van je personages.
Die valkuil is echt niet zo gek: “Het boek gaat over Simon, dus dan moet ik toch schrijven hoe zijn normale leven is, voordat het op zijn kop gezet kan worden? Dat is toch het hele idee van beat 1 en 2 van de drieaktenstructuur?” Zeker, maar dáár zit dat essentiële verschil tussen je verhaal en je boek.

Het verhaal zou lezen als:
Simon gaat met zijn vrienden naar de kermis. Als een achtstegroeper, de oudste van de basisschool, moet hij natuurlijk de stoerste zijn. Maar hij is vreselijk bang voor die ene attractie die hoog in de lucht alle kanten op slingert. Hij wordt al misselijk als hij ernaar kijkt. Daarom verzint hij een list. Zijn vriendin Jonna zit in het complot. Vlak voor Simon de gevreesde ‘Booster’ in gaat, zal zij hem uitnodigen om een oliebol mee te gaan eten, op de enige tijd en dag dat zij zogenaamd van haar ouders naar de kermis mag. Als dat niet lukt en Simon alsnog wordt uitgelachen, hebben de vrienden alsnog iets lekkers te delen…

Het boek zou lezen als:

Simons knieën beginnen te knikken als ziet hoe de gevaarlijkst ogende attractie van de kermis heen en weer raast. Hij ziet vanaf een afstandje hoe zijn vriend Lars Igor uit groep 7 staat uit te lachen. “Ukkie!” sneert hij. Igor is inderdaad niet de grootste, maar sinds Lars de hoofdrol toegewezen heeft gekregen in de afscheidsmusical, doet hij net alsof de hele school van hem is. Dat hoeft nou ook weer niet: Natuurlijk, de maffiabaas was een rol die iedereen wilde hebben, maar Simon is dik tevreden met de minder grote rol van gewiekste, extraverte autohandelaar. Hij houdt van overdreven acteren.
Lars draait zich om en loopt naar Simon. “Ha, Simon, klaar voor de Booster?”
“N-nou, ik wacht op Jonna.”
“Wil je nou zeggen dat je straks naar de brugklas wil gaan zonder ooit in de booster te zijn geweest?”
“Ik, eh…”
“Kom op, joh! Straks wordt je uitgelachen voor brugwup, dat wil je toch niet?”
“Simon, daar ben je!” Jonna komt aangelopen.
“Hoi Lars. Sorry, maar Simon en ik hebben afgesproken om een oliebol te gaan eten.”
“Oké, dan ga ik wel alleen, bangebroek!”
Lars loopt hanig naar de gevreesde attractie en Simon en Jonna lopen naar de oliebollenkraam. Jonna betaalt de oliebol voor hen allebei. Als ze Simons oliebol overhandigt, drukt ze snel en verlegen een kus op zijn wang. Simon wordt vuurrood, maar grijnst ook tevreden en geeft Jonna snel een kus terug. Voor zover Simon weet is Lars nog nooit gekust…
Met de oliebol in de hand gaan Simon en Jonna richting de Booster om Lars daar op te halen. Die komt wankelend de attractie uit. Met een blik op de oliebollen van Simon en Jonna, sprint hij weg. Even later klinkt er een vies gespetter en komt er een zure lucht hun kant op drijven.

In dit voorbeeld lijkt dat misschien niet zo, maar deze boekscène is veel korter en bondiger dan het voorbeeld van het verhaal. In slechts enkele zinnen wordt bijvoorbeeld duidelijk dat Jonna en Simon al langer een oogje op elkaar hebben. Als ik volgens een verhaal had geschreven, was de verleiding groot geweest om een compleet hoofdstuk te wijden aan (opbloeiende) vriendschap tussen de twee kinderen, die tot de kus gaat leiden. Het boek heeft nodige mate van show don’t tell, waardoor het verhaal implicieter en ook korter wordt.

Als je grote lappen tekst wil reviseren, moet je kunnen zien wat in je tekst volgens een verhaal moet schrijven – en waar het dus langer mag zijn- en wanneer het gebaat is bij het schrijven volgens een boek. Daarover volgende week meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clem Onojeghuo verkregen via Unsplash.

Het centraal conflict: de heldenreis van een verhaal

Elk verhaal heeft een hoofdpersonage, ook wel de held genoemd. Net als een echte superheld moet je protagonist een conflict oplossen. Maar hoe schrijf je een heldenreis als er geen supercape in je verhaal voorkomt?

Superman: de makkelijkste heldenreis ooit

Om te begrijpen wat een held een held maakt, gaan we eerst eens kijken naar wie dat eigenlijk niet zijn: traditionele superhelden. Zij vertonen namelijk veel gelijkenissen met een man die een magic pixie dream girl als partner heeft. Alleen hebben Superman en co geen vrouw, maar laserogen. De superkracht neemt alle èchte conflicten weg. Even een potje knokken, mensen redden en voilà, het conflict is opgelost. Maar… was er eigenlijk wel een conflict? Meestal is er bij een superheld eerder sprake van een probleem.

Superman vindt zichzelf eigenlijk veel te makkelijk de stoere held

Probleem versus conflict in een verhaal

Stel dat je de tafel wil dekken, maar er een grote doos met breekbaar goed op tafel staat. Nu kun je de borden niet op tafel zetten en heb je een probleem. De oplossing ligt echter voor de hand en kost geen tot weinig moeite: je tilt de doos gewoon van de tafel af.
Maar nu staat diezelfde doos op tafel en heb je beide armen in een mitella. Nu heb je een conflict, want dit is niet zo makkelijk op te lossen. Je moet je creativiteit aanspreken en ergens serieuze moeite voor doen. De oplossing en hoe die tot stand komt, is iets waar je later over kan vertellen (of schrijven… 😉 ). Vooral omdat een conflict nog iets anders met zich meebrengt: een onbehaaglijk gevoel. Je zal nu als stoere bodybuilder moeten toegeven dat jouw perfecte lijf nog steeds gebreken kan hebben. Ga er maar aanstaan, macho, nu moet je een deuk in je ego zien te herstellen.
Is er een overbezorgde moeder die haar kinderen alle zorgen uit handen wil nemen? Nu moet ze vragen of de kinderen een keer iets voor háár doen…

Als een overbezorgde moeder aan dit plaatje gewend is, ontstaat er een conflict als daar iets aan verandert.

Voorwaarden voor een interessant narratief conflict

Als je een interessant conflict wil schrijven, moet het aan de volgende voorwaarden voldoen:

* Je personage wordt uit zijn comfortzone gehaald.
* De nieuwe situatie is voor je personage ongemakkelijk, gevaarlijk, naar of eng.
* Je personage heeft iets te verliezen.
* De omstandigheden dwingen je personage om het conflict zelf aan te gaan.

Nu zie je waarom superhelden zelden een conflict hebben: voor hen gaan niet alle punten op. Ja, Superman kan doodgaan, maar met zijn superkrachten wordt die kans wel erg verkleind. Zodanig zelfs dat de dreiging te klein is om nog bang voor te zijn. En gevaarlijke situaties zijn zo ongeveer de comfortzone van mensen met superkracht…

Van conflict naar heldenreis in een verhaal

Een conflict dat moet uitgroeien tot de heldenreis is sterk afhankelijk van je verhaalthema, maar nog meer van je personage zelf. Kijk nog eens naar de voorwaarden van een conflict. Steeds staat het personage centraal. Dat is ergens ook logisch.
Neem het voorbeeld van een toespraak houden: Malala Yousafzai doet dat zonder zenuwen en strooit de ene parel na de andere de zaal in. Maar voor veel mensen betekent publiekelijk spreken dat er plankenkoorts overwonnen moet worden. Het ligt dus helemaal aan je personage wat een conflict vormt en wat een probleem is. Om erachter te komen wat er speelt, moet je je personagebiografie raadplegen.

Voorwaarden van een goede heldenreis in een verhaal

Zodra je een conflict hebt bepaald, kan je de heldenreis in elkaar gaan zetten. Die heeft ook een aantal belangrijke voorwaarden:

* Allereerst en het belangrijkst: je personage moet het conflict zélf aangaan;
* Je personage doet meerdere pogingen doen om zijn doel te bereiken (lees: hij faalt minstens één keer);
* Het doel uiteindelijke doel is altijd: groeien als persoon. Soms weet het personage dat, soms niet.

Het groeiproces van je personage

Je personage moet dus groeien door zijn heldenreis. Maar wat betekent groeien precies? Je kan het samenvatten als: alles waarvan hij een beter mens wordt en/of iets van leert. Denk aan dingen als:
* minder egoïstisch worden;
* (betere) relaties aan kunnen gaan;
* uit een dal klimmen;
* inzichten krijgen;
* leren vergeven;
* zingeving vinden;
* zelfvertrouwen krijgen;
* een gezondere relatie hebben met geld of gezondheid;
* nieuwe vaardigheden leren.
enzovoort, enzovoort.

Dat groeien is geen finishlijn. Sterker nog: juist gedurende het verhaal zal je personage groeien. Maar op het einde van de heldenreis kan je personage (of kunnen andere betrokkenen) zien wat dat groeiproces teweeggebracht heeft.

Held of lafaard?

Het proces van de heldenreis is nu duidelijk, waarmee ik hoop dat het ook duidelijk is dat er maar een ding is dat de held onderscheidt van de lafaard. De held is niet degene die superkrachten heeft en de lafaard is niet Jan-met-de-pet met een saaie kantoorbaan. De held is degene die na het vallen weer opstaat en bereid is om te groeien, ondanks alle worstelingen en risico’s. De lafaard is de persoon die zijn problemen niet aangaat, zijn problemen aan ander overlaat of na één keer vallen niet meer opstaat.
Malala roept onmiddellijk het woord ‘heldin’ op. Ze is daar het schoolvoorbeeld van omdat ze eindeloos vaak de ‘conflictvoorwaarden’ heeft doorstaan. Ze heeft dat wereldpodium dubbel en dwars verdiend (lees: ze heeft het niet zomaar gekregen).

Wie zijn echte helden?

Niet alleen uitzonderlijke mensen als Malala zijn helden. Je vindt ze verrassend vaak ook dichter bij huis. Kijk maar eens om je heen naar je vrienden, familie en geliefden. Wie bewonder je? Het antwoord op die vraag geeft je een voorbeeld van een echte held. Bewonderen is namelijk een groot woord en als iemand dat woord verdient, durf ik er gif op in te nemen dat de persoon waar je nu aan denkt hindernissen heeft overwonnen, iets heeft opgeofferd… na het vallen keer op keer weer is opgestaan.
Daarom zijn perfecte personages als Mary Sue en Joe Sixpack niet interessant: hun wereld is zo perfect dat er nooit een conflict op gang komt. Lezers willen zichzelf of hun helden uit het echte leven terug zien in verhalen. En in goede verhalen is het altijd knokken. Niet met een supercape en stalen spieren, maar net als in het echte leven om te groeien en een beter mens te worden.

Schrijf je in jouw boek over een conflict, of toch meer over een probleem? Schakel mij in voor manuscriptredactie en ik help je het beste conflict voor je verhaal en je personage duidelijk te krijgen.