Wat als je personage een goedzak is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een goedzak is?

Je hebt personages die oprecht goede mensen zijn. Zij hebben twee valkuilen: ze kunnen saai worden omdat ze té perfect zijn of omdat ze – al dan niet door hun goedheid- een leven hebben zonder al te veel actie. Hoe schrijf je een goedzak op een manier die interessant is? 

De perfecte goedzak

Je hebt personages die zo perfect zijn dat ze irritant worden. De vrouwelijke versie hiervan wordt Mary Sue genoemd. Wat haar zo vervelend maakt, is niet alleen haar door en door goede inborst, maar ook het gegeven dat iedereen het altijd met haar eens is. Dat zorgt ervoor dat ze – als ze die al heeft- haar minder fijne kanten nooit hoeft te laten zien. Want waarom zou je een grote mond hebben als iedereen het altijd eens is met wat er uit jouw zoetgevooisde keeltje komt? 

Over een Mary Sue wordt vaak gezegd dat je haar gebreken moet geven. Een andere insteek is: geef haar een reden om een minder fijne of hardere kant te laten zien. Kijk hiervoor naar traditionele vrouwelijke waarden: lief, zorgzaam, mooi. Kies er één uit en geef haar de tegenovergestelde eigenschap. Maak haar bijvoorbeeld snoeihard op het moment dat haar kind gevaar loopt. Dan is ze nog steeds zorgzaam en mooi. Maar het contrast met de andere karaktereigenschappen binnen datzelfde straatje maakt wel dat ze minder snel als perfect overkomt. Dan maak je haar niet geforceerd gemeen. Waarschijnlijk merken medepersonages het contrast met die andere zachte waarden ook op. Grote kans dat daar iets over wordt gezegd of geroddeld, waardoor de vrouw als vanzelf ook een keer (van zich af) gaat snauwen. Maar als de nare situatie achter de rug is, kan ze weer de lieve vrouw zijn die ze is. 

Je kan hetzelfde principe toepassen bij een man. De waarden die je dan mee kan nemen zijn: kracht, (financiële) status, moed, zelfvertrouwen en emotionele beheersing. 

Jan-met-de-pet 

Een goed geschreven personage is nooit saai. Maar er is een reden dat verhalen over een prettig gezinsleven zonder echte conflicten minder interessant zijn of trager lezen dan verhalen over moord en doodslag. Spanning en sensatie zijn nu eenmaal interessanter dan een veel-van-hetzelfde, voortkabbelend gegeven. Als het verhaal zelf niet echt stuitend is, kijk dan eens naar wat er in het hoofd van je Jan-met-de-pet omgaat. Hij heeft doelen, angsten, iets waarop hij zich kan verheugen. Dat betekent dus ook dat er iets fout kan gaan. Dáár kan je dan verder op ingaan: er staat iets op het spel. Als je laat zien waarom het voor Jan zo eng is dat zijn zoon misschien zakt voor zijn eindexamen, krijg je vanzelf een verhaal, want er staat iets op het spel. Objectief gezien stelt het niet slagen voor een examen niet veel voor als je het vergelijkt met een nationaal schandaal. Maar als je die angst van Jan goed uitwerkt, wordt wat voor Jan belangrijk is, óók belangrijk voor de lezer. Dan hoeft Jan niet per se op een rooftocht te gaan, of slechter te zijn dan hij is om interessant te zijn. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijven over de beleving van je hoofdpersonage

Je hoofdpersonage is de held van je verhaal. Je schrijft precies hoe hij alles meemaakt en hoe intens zijn belevenissen en herinneringen zijn. Maar daar ligt een valkuil op de loer: je schrijft te vaag omdat je meer uitgaat van de beleving van je held dan de beleving van de lezer. Hoe ziet dat er in de praktijk uit en hoe kan je dat voorkomen?

Kijken in het hoofd van je narratieve held

Omdat het verhaal om je held draait, krijgt de lezer de wereld door zijn ogen te zien. Het maakt daarbij niet uit of je in de de ik-vorm of de hij-vorm over je personage schrijft. Ik kon mijn ogen niet geloven en Pia kon haar ogen niet geloven heeft hetzelfde effect: het hoofdpersonage Pia weet niet wat ze ziet. Ook in de derde persoon is het duidelijk dat Pia ongeloof ervaart.
Het mooie van een hoofdpersoon is dat deze de lezer uitnodigt om samen met hem of haar de fictieve wereld of het fictieve leven dat wordt geleefd te ontdekken. Als vanzelf ga je dan ook schrijven hoe je personage de wereld inkijkt, zich voelt of zich dingen herinnert. Oftewel: je gaat schrijven over de beleving van je personage.

De persoonlijke beleving van je personage

Beleving is een mix van herinneringen en persoonlijke associaties, waartussen een samenhang bestaat. Zintuigelijke waarnemingen kunnen een extra tintje daaraan geven, maar zijn niet noodzakelijk onderdeel daarvan. Een voorbeeld:
Een van je fijnste jeugdherinneringen is dat je met je lievelingsoom naar de kermis ging en dan altijd een oliebol van hem kreeg. Dat kan tot de overtuiging leiden dat een oliebol de lekkerste traktatie op de wereld is en de kermis een gezellige plaats. Voeg daar nog zintuigelijke waarnemingen aan toe – de geur van versgebakken oliebollen, het harde lawaai van de attracties en de mooie flikkerende lichtjes- en de beleving wordt nog levendiger.

De kermis wordt een echte beleving door de verschillende dingen die je ermee kan associëren.

Als schrijver kan je in de valkuil trappen dat je de samenhang tussen herinneringen en de persoonlijke associaties vergeet uit te werken voor de lezer. Jij weet immers al veel van het personage af en je enthousiasme kan je vermogen om rustig en logisch na te denken nogal eens aan de kant zetten. Om het verschil duidelijk te maken tussen een scène die te ‘enthousiast’ is en een scène die goed werkt, volgt hier een casus: het reuzenrad van Inas.

De enthousiaste scène

Lucille was dolblij toen ze zag dat er een reuzenrad op het plein stond. Ze rende er meteen op af om een ritje te maken. Sinds die ene keer dat ze met reuzenradfan Inas een ritje had gemaakt en zij tranen van dankbaarheid in haar ogen had gekregen, omdat Lucille een ritje met haar had gemaakt, was Lucille dol geworden op de attractie. Ze hoopte altijd nogmaals zo’n mooi moment te beleven zoals destijds met Inas.

Het is duidelijk dat Lucille een mooi moment beleeft en dol is reuzenraden. Maar de lezer weet hier veel te weinig over dat ene ritje met Inas om het enthousiasme van Lucille echt te begrijpen. Jazeker, er waren tranen van dankbaarheid, dus dat belooft wat. In dit geval beloof je inderdaad iets, maar kom je die belofte niet na. Je moet immers wel een extreme fan zijn van reuzenraden om ontroerd te raken bij alleen al het vooruitzicht op een ritje. Dankbaarheidstranen zijn mooi, maar desondanks zeggen ze op zichzelf nog veel te weinig om de lezer ook deelgenoot te maken van die ontroering.

Lees nu de logische scène en je snapt Lucilles enthousiasme voor het reuzenrad.

De logische scène

“Een reuzenrad, daar ben ik dol op!” Inas keek verrukt en hoopvol naar haar mede-uitwisselingsstudenten. Wie wil mee een ritje maken?” Lucille vond dat een leuk idee, net als Alexa. Maar haar tien andere klasgenoten van het uitwisselingsprogramma schudden hun hoofd. Lucille hoopte dat Inas niet te teleurgesteld zou zijn, maar ze haalde eenvoudigweg haar schouders op. Binnen drie maanden was iedereen zo hecht geworden als levenslange boezemvrienden. Inas al helemaal, als een van de gangmaaksters van de groep. Haar nog steeds stralende blik getuigde van het feit dat ze allang blij was dat twee van haar goede vriendinnen mee de hoogte in wilden gaan.
Toen de gondel op zijn hoogste punt stilstond, keken Lucille, Alexa en Inas zwijgend naar de twinkelende lichtjes van de kerstmarkt onder hen. Lucille voelde een heerlijke rust over zich neerdalen en was blij dat Alexa en Inas de schoonheid van deze stilte net zozeer leken te waarderen en wisten dat woorden tekort zouden schieten. Totdat Inas zonder haar blik af te wenden van de lichtjes aarzelend en met schorre stem zei: “We hebben geen kerstmarkt in Portugal.” Even keken Lucille en Alexa elkaar bezorgd aan. Toen Inas’ ogen vochtig werden, kromp Lucilles maag ineen. Het zou nog wel even duren voordat de gondel weer beneden zou zijn. Zouden zij en Alexa Inas nog minutenlang kunnen troosten als ze echt zou instorten? Maar toen keek Inas Lucille en Alexa stralend aan, terwijl de tranen over haar wang
en liepen.
“Ik had veel van mijn uitwisselingavontuur verwacht, maar dat het zo fantastisch zou zijn… Ik voel me zo bevoorrecht dat ik jullie allemaal heb mogen ontmoeten en zo’n diepe band met jullie heb opgebouwd. Dank jullie wel…”
Lucille en Alexa herhaalden die laatste woorden, inmiddels ook met vochtige ogen. Toen ze het reuzenrad verlieten, leek Lucille nog minutenlang hoog in de lucht te zweven Het drietal voegde zich weer bij de groep en bleef herhalen dat ze niet wisten wat ze hadden gemist. De anderen wuifden die woorden weg: “Dat zal wel meevallen, hoor…”
Acht jaar later stond Lucille in de rij om een kaartje te kopen voor een reuzenrad, aan de andere kant van de wereld, wederom met tranen in de ogen. Nee, de groep meiden wist absoluut niet wat ze toentertijd hadden gemist…

Nu pas is dat reuzenrad net zo fantastisch voor de lezer als voor Lucille.

Nu je weet wat Lucilles beleving echt inhoudt, wordt de scène daadwerkelijk beeldend. Herlees de te enthousiaste scène. Zie je welke informatie de lezer daarin mist en van welke onterechte voorkennis werd uitgegaan?

Checklist voor belevingen schrijven

Er is een aantal vragen die je jezelf kan stellen om te controleren of de beleving van je personage te enthousiast of logisch is. Is het antwoord op onderstaande vragen ja, dan is je verhaal te enthousiast. ‘Nee’ geeft aan dat je goed bezig bent.

* Geef je sfeeromschrijving voorrang boven duidelijkheid?
* Ga je ervan uit dat je lezer automatisch met je hoofdpersoon meeleeft?
* Schrijf je kort(er) omdat je bang bent de scène te lang te maken of te veel inhoud te verklappen?

Dit lijstje is niet zaligmakend, maar helpt je wel met inschatten. Veel plezier met schrijven!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage nieuwsgierig is?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage nieuwsgierig is?

Noodzaak van nieuwsgierigheid

Een verhaal mag niet stilstaan, wil het een beetje vlot lezen. Daarom is een nieuwsgierig personage erg handig, zo niet een noodzaak. Als het personage continu iets nieuws vindt om zich over te verwonderen, over na te denken of desnoods over te roddelen, dan heb je altijd materiaal om over te schrijven. Maar weet wel in wat voor mate en op wat voor manier je personage nieuwsgierig is. Er is een groot verschil- ook voor je plotverloop!- tussen iemand die graag nieuwe dingen ontdekt en iemand die altijd en overal zijn neus in andermans zaken meent te moeten steken.

De nieuwsgierige ontdekker

Dit personage is op een gezonde manier nieuwsgierig. Een kleuter is hier het schoolvoorbeeld van. Een vrolijk kindje is een aangename verschijning en raakt niet uitgepraat over wat het vandaag weer op school heeft geleerd. Dat geeft een eindeloze stroom aan onderwerpen waar je over kan schrijven. Pas bij dit personage op dat je de onderwerpen of gebeurtenissen in het plot (op tijd) afbakent. Je kan nu eenmaal niet over twintig verhaallijnen gaan schrijven in een boek.
Niet alleen kleuters zijn ontdekkers: je personage kan ook gewoon van alles en nog wat willen weten of meemaken.

De roddeltante

Hoewel moreel gezien niet het beste personage, is ook de stereotype roddeltante fijn om mee te werken. Door alle roddels die ze hoort, vraagt de lezer zich af wat er van waar is, wat er gaat gebeuren en hoe dat afloopt. Dé formule voor een pageturner!
Er is wel voorzichtigheid geboden bij dit personage. De informatie die ze vergaart kan:

* In hoeveelheid te veel zijn voor de lezer om nog een logisch geheel van te maken: de zogenoemde infodump.
* Verwarrend werken, als de lezer niet weet wat van de roddels waar is en wat niet. Dat kan narratief gezien uitstekend werken als je het goed uitwerkt. Heb je daar wat meer moeite mee, dan kan je verhaal een rommelig geheel vormen.
* Te veel weggeven. Probeer maar eens met een plottwist te komen als alle informatie al voorhanden is… Doseer je informatie dus goed.

MacGuffin

Of je personage nu op informatie uit is, of die toevallig hoort op een van de ontdekkingstochten, nieuwsgierige personages trekken relatief makkelijk een MacGuffin aan. Dat is een voorwerp of een stukje informatie dat het plot op gang kan houden of een zetje kan geven. Vergelijk het met een letterlijk, fysiek puzzelstukje dat je personage op de grond ziet liggen en het zó op kan rapen om de figuurlijke puzzel (van het plot) in één keer op te kunnen lossen of er mee verder kan gaan. Een goed voorbeeld is ‘toevallig’ iemand iets horen zeggen als je langsloopt en er een deur op een kier staat. Af en toe mag dat gebeuren, maar continu is niet de bedoeling. Laat het personage desnoods een keer een boek lezen in plaats van rondlopen, of het theekransje bij de damesrodddelclub missen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: de kinderdroom van je personage

Kinderdromen zijn optimistisch, groots en in een bepaald opzicht erg naïef. Maar ze kunnen je ook leren waar de diepste wensen van je personage liggen. Als kind leer je vroeg of laat dat de wereld niet zo mooi is als je hoopt. En toch houden we ook als volwassene een bepaalde hoop of idealen. En uit idealen worden waarden geboren. Oftewel: als je de kinderdroom van je personage weet, leer je zijn innerlijke verlangens en de beweegredenen beter kennen en kan je de personagebiografie verder uitwerken.

Inspiratie van de oefening

De documentairefilm Human inspireerde mij tot het maken van deze schrijfoefening. Met dank aan het interview met Argus. Als antwoord op de vraag: ‘wat is de betekenis van het leven’ zegt hij: “Dat je niet uit het oog verliest wat je als (onschuldig) kind in de wereld wilde zien, zoals een wereld zonder bedelaars, waarin iedereen gelukkig is.”

Toegegeven: ik moet het eerste (jonge) kind nog tegenkomen dat zegt dat hij later de politiek in wil vanwege de macht die je dan soms hebt. Hij zou ook niet meer rijk willen zijn als je zou zeggen dat je dan misschien -hoewel niet altijd- anderen daarvoor uit moet buiten. Jonge kinderen hebben simpelweg een incompleet -of naïef zo je wil- wereldbeeld.
Maar tegelijkertijd: zeg als volwassen activist wat je de wereld uit wil vechten -of dat nu armoede, kinderarbeid of oorlog is- wat wordt er dan wel eens gezegd? “Doe niet zo kinderachtig. Dat is niet mogelijk.” Noem me pietluttig, maar ik vind de woordkeuze voor ‘kinderachtig’ erg veelzeggend, zowel letterlijk als figuurlijk.

Casus Argus

Laten we Argus uit de clip ook als casus nemen. Zijn kinderdroom om armoede uit de wereld te helpen, kan een goede show don’t tell zijn. Vooral omdat hij zich afvraagt waar die kinderdroom -of boodschap zoals hij het noemt- toch is gebleven.
Als je het jongetje Argus had gevraagd wat hij nog meer zou willen zien in de wereld, zou hij omdat hij een kind is waarschijnlijk ook nog dingen hebben gezegd als geen oorlog, geen dierenleed en geen ziekte. En toch geeft de volwassen Argus het voorbeeld van de bedelaar. Hij zegt ook letterlijk: “Je ziet de bedelaar niet meer en je stopt erom te geven.” Dit geeft twee belangrijke dingen aan. Hij vindt het vreselijk dat mensen/volwassenen minder geven om de medemens en hij vindt waardigheid van een medemens een groot goed. Anders zou hij dit voorbeeld niet benoemen met deze bitterzoete toon.

Je zou dit kunnen vertalen naar twee kernwaarden:
* Leed moet worden erkend in plaats van genegeerd;
* Behandel iedereen met waardigheid, ongeacht afkomst of mogelijke problemen.

Dit zou je al kunnen vertalen naar een mogelijk beroep dat bij hem past: hospik.

Kinderen zullen minder snel terugdeinzen om te handelen als ze iets als noodzakelijk goed zien.
Foto: Bastogne Medic, door Jeroen Koppes via werkaandemuur.nl

Nuance in de schrijfoefening

Hospik is misschien iets te makkelijk als een ideaal beroep voor Argus. Ik moet het eerste jonge kind nog tegenkomen dat zijn schouders ophaalt als het ziet dat iemand pijn heeft. Maar de meeste kinderen willen ook graag piloot (de wereld ontdekken) onderwijzer (kennis opdoen en delen) hondentrainer (liefde voor dieren) en ouder (uit liefde voor hun eigen ouders) worden. De onderliggende redenen zijn ofwel een teken van gezonde ontwikkeling of inherent aan het onschuldige kind-zijn. Waarom wil dan zowel de jonge als de volwassen Argus eerder zorgen voor dan ontdekken? Omdat zorg dragen voor een ander dan net iets hoger in het vaandel staat dan honger naar kennis.
Bij het bedenken van de kinderdroom is nuance dus nodig, maar je kan ook bedenken wat de allerliefste wens of de diepste drijfveer van je is van je personage is of zou zijn als hij maar wist hoe hij dat doel daadwerkelijk kon bereiken. Net zoals een kind nog denkt dat die mogelijkheden er (zouden moeten) zijn. ‘Ja maar’ is iets wat een kind niet zo snel zou zeggen als je naar een doel of wens vraagt.

Waarden in de praktijk

Zodra je deze waarden uit de kindertijd in kaart hebt gebracht, kan je ze vaker gebruiken dan je misschien denkt. Iedere keer als je personage een belangrijke beslissing moet nemen, of twijfelt tussen twee waarden die erg belangrijk voor hem zijn, helpen de waarden uit de kindertijd een wellicht lastige beslissing te nemen. Zodra je de waarden in een versus-constructie naast elkaar moet zetten, geven de kinderdromen misschien net dat zetje dat je nodig hebt:

KinderdroomOptie 1 Optie 2
Geen armoedeEen bedelaar eten geven of geld (met het risico dat het niet aan eten opgaat).Niets aan de bedelaar geven: misschien koopt hij er wel drugs van.
Gerechtigheid voor iedereenJe mond opendoen tegen discriminatie als je het ziet gebeuren.Je mond houden als je denkt: misschien loop ik gevaar of mis ik een deel van het verhaal.
Iedereen is gelukkigIemand uitnodigen voor een feestje als je weet dat die eenzaam isEen eenzaam iemand niet uitnodigen voor een feestje: wat zal de rest van de genodigden zeggen als je deze persoon meeneemt?

Kinderen zouden doorgaans voor optie 1 kiezen, volwassenen voor versie 2.
Ter verdediging van volwassenen: je hebt ratio nodig in het leven, anders kan je evengoed schade aanrichten, roekeloos worden of verkeerde dingen teweegbrengen voor jezelf of voor andere betrokkenen.
Ter verdediging van kinderen: als je niet durft te dromen en daarna wil of kan handelen, verandert er nooit iets. Ook niet wanneer dat nodig is.

Een beslissing op basis van het al dan niet volgen van een kinderdroom kan je vertellen hoe makkelijk een personage weer opstaat na het vallen in een centraal conflict: dat doe je makkelijker met een duidelijk doel voor ogen. Het zegt ook veel over de moed van je personage: je zegt niet snel ‘ja maar’ als je een moedig besluit neemt. Als je personage de moed opgeeft, loopt het verhaal tijdelijk vast. De kinderdroom kan je zo een idee geven over de grootste angst van je personage of wat de crisis en de ramp kunnen vormen uit het save the cat schema.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als jouw personage een belofte na moet komen?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage een belofte na moet komen?

Een belofte dat je de volgende keer nìet te laat komt, is meestal niet zo spannend. Maar als je personage een belofte na moet komen die samenhangt met het centrale conflict of die persoonlijk erg belangrijk is, is er een aantal dingen die je in de gaten kan houden. Dat geeft je zicht op wat diepere aspecten van je personage.

Je kan onderstaande punten gebruiken als een controlelijstje voor een verhaal dat je al in de steigers hebt staan. Je kan ze ook als schrijfoefening gebruiken om je personage beter te leren kennen.

Wat is het belang van de belofte?

Zodra de belofte van groot belang is voor het centrale conflict of voor je personage, loont het om te kijken waarom de belofte zo belangrijk is. Waarschijnlijk staat er iets op het spel voor je personage. Iets waarbij veel valt of staat en wat de belangrijkste waarden van je personage weerspiegelt.
Een aantal voorbeelden:

  •  “Ik beloof dat je nooit iets tekortkomt.” à financieel en/of materieel overvloed;
  •  “Ik beloof dat ik je altijd zal helpen.” à klaarstaan voor een ander.

Als je personage alles op alles zet om een belofte na te komen, staat diens waardigheid (lees dat nog eens: waarden, waardigheid) op het spel. Als je erachter komt welke waarden hoog in het vaandel staan voor je personage, dan krijg je een beter zicht op je verhaalthema.

Aan wie is de belofte gedaan?

Je doet geen belofte die zwaar voor je weegt aan iemand die niet belangrijk voor je is. Zeker niet als je waardigheid voor je op het spel staat als je de belofte doet. Kijk eens aan wie je personage een belofte doet, heeft gedaan, of zelfs zou doen. Dat geeft je inzicht wie er belangrijk is voor je personage. Later in het verhaal of de uitwerking daarvan kan je dat gebruiken: is dat ook het medepersonage dat je hoofdpersonage kan helpen in een conflict? Als je weet wie belangrijk genoeg is voor je personage om een belofte aan te doen, weet je ook welke waarden of medepersonages belangrijk (genoeg) zijn om wat uitgebreider uit te werken.

Is je personage zich bewust van de gemaakte belofte?

Soms zijn gemaakte beloftes erg makkelijk te herinneren. Maar soms weet je personage niet waarom hij allergisch is voor een bepaald gedrag, waarom iets botst met zijn waarden, of waarom hij iets doet. Dan het zijn dat hij een belofte heeft gedaan die zijn karakter heeft gevormd. Dan linkt je personage die karaktertrek of waarde alleen niet aan de belofte.

Heeft hij op zijn zesde oma op het sterfbed beloofd goed voor zijn jongere zusje te zorgen? Dan onderwerpt hij twintig jaar later de verloofde van zijn zus aan een kruisverhoor, om te waarborgen dat zuslief met een goede man trouwt. Maar de kans bestaat dat je personage de link met de belofte niet meer of niet meteen legt.

Als je in het onderbewuste van je personage graaft door te kijken naar zijn beloften, kan je informatie over hem tegenkomen die anders geheim zou blijven.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo schrijft Ghibli over liefde: een groot hart boven romance

Studio Ghibli zet in zijn films liefde voorop, ten opzichte van romance. Dat zorgt niet alleen voor een frisse verhaallijn, de personages worden er zowel levendiger als oprechter door.

Als liefde voorop komt te staan

De kijk van studio Ghibli op liefde is erg verfrissend, omdat die er een is zoals je die zelden tegenkomt. Lees hier een inleiding op hoe deze filmstudio onderscheid maakt tussen liefde en romance. In plaats van dat de film mikt om de hoofdpersonages romantisch met elkaar te laten eindigen, wil een Ghiblifilm duidelijk maken dat een koppel -of ‘koppel’ nu romance of vriendschap betreft- elkaars heldenreis moet versterken. Dat levert personages op die naar verhouding veel diepzinniger zijn.
Gemakshalve ga ik daarom De kleine zeemeermin van Disney vergelijken met Ghibli’s Ponyo: beide zijn filmadaptaties van het klassieke sprookje van Andersen. De Disneyversie zet romance voorop, Ghibli geeft voorrang aan liefde. Als je goed oplet, zie je hoe klein ogende verschillen een compleet andere draai aan de verhaalinvulling geven. Een overzicht van de rolverdelingen en verschillen in plotinvulling van beide films:

Gegeven DisneyfilmGhiblifilm
Zeemeerminprinses Ariël (16 jaar) Ponyo (5 jaar)
De prinsprins Erik (18 jaar)Sosuke (5 jaar)
Zeemeermin valt op prins omdathij knap en een mens ishij haar heeft gered
Prins valt op zeemeermin omdatze een mooie stem heeftzij hem genezen heeft van een wond
Interesses prins buiten prinses omgeen zichtbarede bewoners van een bejaardenhuis, vriendjes op school, morsecode, varen
Interesses zeemeermin buiten prins om voorwerpen van mensenHAM (ja, met hoofdletters! 😉 )
Als er geen koppel wordt gevormd, danverandert Ariël in zeewiervergaat de wereld

Andere verhaalbeleving

Het verschil in leeftijd tussen beide koppels is zodanig groot dat je er hoe dan ook een ander verhaal van krijgt. Kleuters kunnen elkaar lief vinden, maar een serieus begrip van aantrekkingskracht in de romantische of seksuele zin hebben ze niet. Bij tieners vliegen de hormonen in het rond. Dus het is logisch dat Ariël veel meer op Eriks uiterlijk afgaat, waar Ponyo Sosuke alleen maar lief hoeft te vinden.
Dat maakt een belangrijk verschil: Ponyo voelt iets voor Sosuke omdat hij dingen doet (voor haar). Ariël weegt haar kansen bij Erik af op basis van haar uiterlijk (subtiel is anders…) en Ariël denkt er niet verder bij na: natúúrlijk zal knappe Erik alleen vanwege haar uiterlijk al voor haar vallen. (Goede uitgangsbasis voor je relatie, lieverd…)

Of alles nu al dan niet aan de leeftijd of hormonen van deze hoofdpersonages te verwijten is, is een ander verhaal. Het feit blijft dat Ariël en Erik voor elkaar vallen omdat ze elkaar knap vinden. Ponyo en Sosuke sluiten vriendschap op basis van helpen en geholpen worden, gezamenlijk plezier en verwondering over de wereld om hen heen, óók buiten de ander om. Ponyo is verzot op ham en Sosuke geeft óók nog om de mensen in het verzorgingstehuis en heeft een goede band met zijn moeder.

Kortom: Ponyo is als filmbeleving uitgebreider, omdat er in de hoofden van de hoofdrolspelers meer speelt dan alleen de romance tussen hun beiden. Wat heeft dat voor breder gevolg voor de personages?

Ruimte voor authenticiteit

Ariël moet ervoor zorgen dat Erik haar op tijd kust, anders verandert ze in zeewier. Dat is een heftig vooruitzicht, dus vanzelfsprekend doet ze er alles aan om Erik verliefd op haar te laten worden. Maar daarmee wordt haar de ruimte ontnomen om als personage te groeien. Als ze groeit, is dat vanuit een zekere dwang, niet vanuit een organische en persoonlijke ontwikkeling die volgt op dingen die ze doet of meemaakt. Ariël heeft bovendien een overduidelijk doel: de liefdeskus van Erik. Als daar alle/haar aandacht naartoe moet gaan, schrap je als vanzelf scènes die daar los van staan en laten zien hoe zij als personage ook andere kenmerken dan schoonheid (verder) kan ontwikkelen.

Als je wel ziet waar het romantische schip strandt, heeft je personage meer tijd om kwaliteiten verder te ontwikkelen.
Ponyo is vaak verwonderd over alledaagse zaken en spullen. Dan maakt liefde plaats voor verwondering. Ariël heeft óók verwondering voor mensendingen, maar dat wordt indirect teruggekoppeld aan de belevingswereld van de mens Erik waar ze verliefd op is. Vroeg of laat (ver)wijst alles weer terug naar Erik.
Ponyo is gek op een warme handdoek omdat het zo lekker zacht en pluizig is en op elektriciteit omdat het mooi licht kan opwekken. Niet omdat dat haar dichterbij de affectie van Sosuke brengt, of omdat het indirect met zijn belevingswereld te maken heeft.
Dat maakt Ponyo als personage veel authentieker: haar emoties of belevingen zijn niet afhankelijk van die van Sousuke (lees: romance). Ze is óók nog zorgzaam als ze een huilende baby eten probeert te geven. Niet alleen op het moment dat Sosuke er (in)direct ook iets mee van doen of te winnen heeft.

Een groot hart kan ook liefde betekenen, niet alleen romantiek
Foto door Nicola Fioravanti op Unsplash

Als je authenticiteit van je personage voorop stelt, wordt je verhaal daar altijd beter van. Ongeacht hoe het verder (af)loopt. Zowel in de relaties met anderen als het centraal conflict in het algemeen.

Niets om te winnen is alles winnen

Het fragment van ‘kommer en kwel’ uit de kleine zeemeermin windt er geen doekjes om: Ariël zou voor Erik een trofee vormen: hij heeft de mooie meid weten te winnen. Nog buiten het feit wat voor boodschap dat afgeeft -ahum!- : er valt dus iets te winnen voor zowel Ariël als Erik.
Als je hele verhaal naar een bepaald eindresultaat toewerkt, dan hebben de personages – als alles goed gaat- een (welverdiend) happy end te vieren. Maar als je personages er niet op uit zijn om iets specifieks (wederom: lees: een romance) te winnen, dan verzamelen ze meerdere ‘trofeeën’ in de vorm van karaktergroei, authenticiteit, vaardigheden en ja, misschien ook wel een romance.

In plaats dat Ponyo alleen haar ‘Sosuke-troffee’ heeft, heeft ze er nog talloze andere verdiend. Omdat ze Sousuke niet ziet als iemand (of zelfs iets!) om te winnen, wint ze uiteindelijk alles wat er voor haar als personage te winnen valt.
Als dat geen happy end meer mag heten… 🙂

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage ergens mee worstelt?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage ergens mee worstelt?

Je personage heeft een bepaalde gedachtegang of worstelt ergens mee. Dat wordt nog ingewikkelder omdat de buitenwereld daar een mening over heeft. Dat zorgt ervoor dat je personage zich suf piekert of helemaal met zichzelf in de knoop zit. Dat kan een plot op slot zetten, dus wat doe je dan?

Het probleem in kaart brengen

Breng als eerst de oorzaak van deze worsteling in kaart. Je personage kan bang zijn om verstoten te worden uit zijn sociale kring om wat het vindt of wil: “Ik wil niet doorstuderen, terwijl ik uit een familie met dokters kom.” Of vanwege iets wat het is: “Ik moet uit de kast komen in een conservatief milieu.”
Geen van beide situaties is makkelijk, maar maak wel voor jezelf duidelijk welk van de twee het is. Het is een enorm verschil om te bedenken dat jij in je hele zijn verkeerd bent en er nooit ergens bij hoort of om te bedenken dat ‘ieder zo zijn mening heeft’. Ook al is dat laatste oorzaak van een knallende ruzie, in “Ik heb gelijk”, – terecht of niet- schuilt nog eigenwaarde. “Ik mag er niet zijn” toont een gebrek daaraan. Dat zijn compleet verschillende verhaalinvullingen.

De omgeving betrekken

Het maakt veel uit wat de omgeving van je personage is, hoe je personage die ziet en hoeveel zeggenschap die heeft. Het zou zomaar kunnen dat je personage een doemscenario voor de geest haalt, terwijl dat helemaal niet nodig is. Misschien komt er wat minder conflict dan verwacht, of zelfs helemaal geen. “Ach joh, dan word jij toch gewoon de eerste fietsenmaker in de familie?” Andere keren moet je personage de omgeving juist niet onderschatten. Als je homoseksueel bent in Saoedi-Arabië, kan je de omgeving beter het nadeel van de twijfel geven als het om het uit de kast komen gaat.
Kijk ook hier welke van de twee scenario’s aan de orde is. Een ander scenario betekent ook een andere verhaallijn en een andere persoonlijke personageontwikkeling.

In beweging komen

Wat er ook precies speelt, je personage moet op een bepaald moment ophouden met piekeren. Met piekeren kom je niet in beweging en dat is essentieel voor een verhaal. Dit kan je op verschillende manieren doen.

* Laat je personage door de zure appel heen bijten en een beslissing nemen (welke dan ook), ook al durft hij niet goed. Dat werkt goed om van hem een interessante held te maken.
* Geef hem een goede vriend om hem bij te staan en die waar nodig een schop onder het achterste geeft.
* Bied een uitweg: als je nu op vakantie gaat met je vrienden, heb je drie weken langer om te bedenken of je dat moeilijke gesprek aan wil gaan. Houd hierbij wel in de gaten dat dit slechts uitstel van executie betekent. Als die vakantie over is, moet hij toch weten of hij dat gesprek wel of niet wil voeren. Een belangrijke voorwaarde is dat hij tijdens de vakantie iets heeft gedaan, geleerd of beseft wat hem helpt een beslissing te nemen. Het piekeren mag niet weer van voren af aan beginnen.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

De autobiografie en je eigen beleving

In een autobiografie schrijf je je eigen levensverhaal. Daardoor kan het lijken alsof je alles over je leven op mag of op moet schrijven voordat het interessant is. Dat is niet zo: je moet een goed verhaal hebben. Hoe werkt dat met een autobiografie?

Het onderwerp van je autobiografie

Ik schreef in deze blogpost al dat je bij een autobiografie je onderwerp moet kiezen. In zekere zin is iedereen namelijk meerdere mensen tegelijk. Je bent bijvoorbeeld niet alleen een leraar, maar ook een broer, echtgenoot en een immigrant. Zodra je over je leven als leraar gaat schrijven, geeft dat heel andere dingen om over te schrijven dan wanneer je schrijft over je ervaringen met migreren. Bepaal je hoofdonderwerp dus voordat je begint met schrijven.

Jouw waarheid of jouw beleving?

Als je autobiografisch schrijft, doe je dat vanuit jouw beleving. Je schrijft hoe jij iets hebt meegemaakt, of hoe het is om zijnde X in het leven te staan. Bedenk vooraf of jij voornamelijk je ervaringen wil delen met de wereld, of ook (subtiel) wil laten doorschemeren dat jij iets weet wat anderen niet weten. Dat hoeft niet meteen iets te zijn als: “Ik weet hoe ik een bedrijf moet runnen, in mijn levenswerk zet ik mijn werkwijze uiteen.” Soms kan het zo subtiel zijn dat je het zelf niet eens beseft. Je kan de proef op de som nemen door jezelf de volgende vraag te stellen:
Is de volgende stelling op mijn autobiografie van toepassing?


Ik heb X meegemaakt, dus ik weet hoe het is om….

Zo nodig kan je ‘meemaken’ vervangen door ‘zijn’ of ‘hebben’. Je krijgt dan voorbeelden als:

* Ik heb de oorlog meegemaakt, dus ik weet hoe het is om honger te lijden;
* Ik heb een universiteitsdiploma, dus ik weet wat hoe het is om hard te studeren;
* Ik ben gehandicapt, dus ik weet hoe het is om lichamelijk zwak te zijn.

Als je deze stellingen afzonderlijk leest, dan neem je waarschijnlijk aan dat dat wel moet kloppen. Maar hoe zit het dan met:
* de hoge pief die vanuit zijn ivoren toren de oorlog gade kan slaan, zonder ooit op voedselbonnen over te hoeven gaan?
* een uitzonderlijke studiebol zoals Stephen Hawking, die zelfs een zeer ingewikkelde studie met twee vingers in de neus kon volgen?
* de gemiddelde paralympiër?

Ja, dit zijn eerder uitzonderingen dan de regel. Maar je moet wel beseffen dat je altijd van de waarheid van je personage uit moet gaan, en niet van een algemene aanname. Zeker niet bij een autobiografie. Je kan beter deze stelling nastreven:

Ik heb X meegemaakt. Zo is dat voor mij (geweest).

Je staat niet onder ede, dus je hoeft ook niet dé waarheid te verkondigen.

De risico’s van waarheid als uitgangspunt

Als je je persoonlijke ervaringen als de zuivere waarheid beschouwt kan je arrogant gevonden worden. Maar wat vanuit schrijversperspectief misschien nog wel belangrijker is: je verhaal wordt er vreselijk saai van. Of beter gezegd: dan heb je geen verhaal. Tenzij je iemand als Elon Musk of Jeff Bezos bent, zullen je lezers je niet geloven als je beweert dat je dé waarheid in pacht hebt als je schrijft over het runnen van een succesvol bedrijf. Ze zullen je waarschijnlijk arrogant vinden. (En zelfs als je Musk of Bezos bent, is dat laatste niet uitgesloten…)

Ik heb geen boeken over deze mannen gelezen, ook al weet ik dat ze er zijn. Maar ik kan me voorstellen wat er in die boeken staat, om ze interessant te maken:
* een deel van de jeugd;
* hoe de liefde voor uitvinden / zakendoen is ontstaan;
* de eerste stappen van het bedrijf;
* de tegenslagen die zijn doorstaan (het centraal conflict).

Deze elementen moeten betrekking hebben op de persoonlijke omstandigheden of belevingen van Musk of Bezos.
Anders hou je het bij feiten en dan heb je geen boek, maar eerder een artikel met een titel als: ‘Met deze tien stappen bouwde Bezos zijn Amazonimperium.’ of een zakelijk rapport.

Een boek wordt niet interessanter door de hoofdpersoon zelf, maar vanwege de belevenissen die de hoofdpersoon meemaakt. Dáárom wordt om het even welk boek waarin een persoon/personage centraal staat (met plezier) gelezen.

Je hoeft niet hier geen imperium van te hebben voordat je iets interessants te melden hebt.

Waarom lezen we?

Lezen over een ander persoon geeft een kijkje in een andere wereld. Je kan met een persoon meeleven, emoties voelen en in spanning zitten, zonder dat jou iets overkomt. Zo ga je met ridder mee op avontuur om een draak te verslaan. Je voelt dezelfde adrenaline vóór het gevecht en dezelfde trots als de draak is verslagen. Maar je loopt niet het risico om geroosterd te worden. Lezen is dus eigenlijk emoties beleven zonder fysieke of doorlopende risico’s. Maar om die emoties te voelen, moet je wel met een personage mee kunnen leven. En daarvoor moet je hem eerst leren kennen. En dat lees je altijd in een goede (auto)biografie. Want daarin zitten altijd:

* belangrijke elementen van de personagebiografie;
* een centraal conflict, en het verlaten van een comfortzone;
* het wordt duidelijk wat de angst is van je personage

enzovoorts.

Zo kan je met een persoon mee gaan leven en wordt iemand als Musk in plaats van een soort onsterfelijke God plotseling ook weer een gewoon mens. Dan gaan lezers zich meer identificeren met mensen die mijlenver van hen en hun manier van leven afstaan. Precies zoals je ook al voorkomt dat je hoofdpersonage een Mary Sue wordt. Zo wordt een biografie over Jeff Bezos veel meer en veel interessanter dan dat eerder genoemde korte artikel. En daarom worden dat soort (auto)biografiën ook daadwerkelijke bestsellers. Mensen weten diep vanbinnen best dat het lezen van zo’n (auto)biografie je niet meteen een handleiding voor absurd rijk worden geeft. Nee, ze willen de spanning en sensatie van een verháál.

Dat betekent dus ook dat je geen Bezos of Musk hoeft te zijn om genoeg materiaal te hebben voor een autobiografie. (Gelukkig maar 😉 ) Je moet er alleen voor zorgen dat je lezers met jouw persoonlijke beleving gaan meeleven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat als je personage vakantie heeft?

Zoveel personages, zoveel uitwerkingen. In de tipreeks ‘Wat als?’ worden er veelvoorkomende scenario’s die personages overkomen onder de loep genomen. Zo leer je een algemeen gegeven uit te werken op een manier die perfect bij jouw unieke personage past. Deze week: wat als je personage vakantie heeft?

Je personage kan op vakantie gaan of een verre reis maken. Heerlijk even lekker ontspannen, niets hoeft. Maar als schrijver moet je het verhaal wel aan de gang houden. Hoe doe je dat als je je personage even rust wil gunnen?

Nieuwe plek

Op een nieuwe plek let je veel meer op je omgeving dan normaal. Omdat alles zo anders is, let je veel meer op details en dringt er meer tot je door. Dat geldt ook voor je personage. Een nieuwe omgeving is een goede aanleiding om zintuigelijke waarnemingen goed uit te werken. Dan wordt je tekst heel beeldend en levendig, ook al gebeurt er niet veel meer dan dat je personage lekker ontspant. Het geluid van zwemmende kinderen, het gevoel van zon op de huid, de geur van chloor in een zwembad. Zelfs in een simpele setting is er dan plotseling genoeg te ontdekken. 

Iemands ideale vakantiebestemming kan het een en ander verklappen over wat voor persoon het is. Vergelijk de actieve sporter die gaat bergbeklimmen in Nepal met de middelbare Bourgondiër die liever in Zuid-Frankrijk geniet van een wijntje bij de plaatselijke wijngaard. Dit kan een subtiele, maar duidelijke show don’t tell zijn over je personage. Of draai het om en zet de bergbeklimmer in een resort en de Bourgondiër in een oerwoud. Wat gebeurt er dan, of wat doen ze dan? Dat kan ook veel over je personage zeggen, of het plot een interessante wending geven. 

Wat als het fout gaat?

Heb je ooit een vakantie gehad waarin helemaal niks foutging? Geen verregende dagen, geen bloedblaren na het wandelen, geen jetlag, autopech, verloren opladers, urenlange wachtrij bij een culturele attractie, lekke opblaaskrokodil, zonverbrande huid, tegenvallend eten, geen…Precies. 

Er gaat hoe dan ook altijd iets (kleins) fout in de vakantie van je personage. Dat biedt een schat aan informatie. Hoe gaat je personage om met onvoorziene omstandigheden of tegenslagen? Je vakantie hoort een periode te zijn waarin alles fijn is. Als uitgerekend dan dingen in de soep lopen, kan je daar chagrijnig van worden. Terecht, maar er zit een verschil in even mokken en schreeuwen naar ondergeschikten en hen overal de schuld van geven. Zo kan je een onverwacht donkere kant van je personage leren kennen…

Moet de reis leerzaam zijn?

Ken je het beeld van de cliché wereldwijze backpacker die ‘helemaal verlicht’ terugkomt van zijn reis? Jammer voor hem: hij heeft ongelijk. Je personage hoeft niet meteen een hele andere levensweg in te slaan, als een ander persoon terug te komen van de reis of er iets van leren. 

De reis hoeft absoluut niet wereldschokkend te zijn. De enige voorwaarde die de vakantie van je personage moet hebben is dat de lézer er iets van moet leren: hoe je personage denkt, hoe het plot door deze vakantie anders verloopt of verdergaat, hoe je personage met conflicten omgaat…De vakantie moet een narratieve meerwaarde hebben. Hoe je dat invult, is aan jou. Als jij je werk als schrijver goed doet, dan kan je personage gerust lekker met een cocktail aan het strand luieren. 

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een plot met te veel van het goede: deel 2

Een verhaal kan door een verhaalthema te veel te benadrukken teveel van het goede worden. In deze blogpost schreef ik al een inleiding daarover. Tijd om het geobserveerde in de praktijk te brengen!

Wat kan te veel van het goede veroorzaken?

In de inleidende blogpost kon je al lezen dat er een aantal dingen is dat ‘te veel van het goede’ kan veroorzaken. Dit zijn:
* te veel nadruk en ondersneeuwen;
* veel lange voorbeelden;
* de waarde van de een is belangrijker dan die van de ander.

Laten we ze een voor een langsgaan.

Te veel nadruk en ondersneeuwen

Om te begrijpen hoeveel schade overdreven nadruk aan een verhaal kan geven: stel je dit onaangename scenario eens voor:
Een maand geleden heb je een blauwtje gelopen en nu is een week geleden een geliefd familielid verongelukt.
Als je naar een vriend gaat om even gevoelens te luchten, heeft die het alleen maar over hoeveel liefde je nu wel niet in je leven moet missen. De liefde die je hoopte te krijgen van je Romeo of Julia, maar ook de liefde die je nu niet meer kan krijgen van je bloedverwant.
”Verlies van liefde” krijgt nu alle aandacht, maar jij komt bij je vriend vanwege rouw.
Je kan -met recht- zeggen dat liefdesverdriet ook een vorm van rouw is. In principe is daar dus weinig mis mee. Maar als de vriend op een bepaald punt blijft hangen in wanneer jij nou ein-de-lijk weer eens een romantische relatie krijgt en hopelijk ooit nog iemand tegenkomt die je soortgelijke liefde kan geven als je overleden familielid je gaf, dan krijgt (gebrek aan) liefde veel meer aandacht dan de pijn van rouw waar het jou op dat moment om gaat.

Als ieder subplot en ieder (sub)personage hetzelfde verhaalthema doormaken wat er duimendik bovenop ligt, wordt het eigenlijke thema ondergesneeuwd, of verliest een belangrijk thema zijn waarde, omdat het niet meer duidelijk genoeg terugkomt om nog een standpunt mee te kunnen maken.

“Een badeendje in bad is leuk” is niet meer zo’n handig standpunt als je bad er vervolgens zo uitziet 😉
Foto door Andrew Wulf op Unsplash

Geef dus genoeg – en niet méér dan – nodig is om je standpunt mee te maken om te voorkomen dat je boodschap ondergesneeuwd wordt.
Het is te veel van het goede als je iets herhaalt om te herhalen. Herhaling is niet altijd verkeerd, maar wordt onnodig zodra je eerdere standpunt(en) al stevig genoeg is/ zijn om een duidelijk punt mee te maken.

Te lange voorbeelden

Als je acht van de tien hoofdstukken gaat wijden aan een intense scène in de slaapkamer, heb je meer dan duidelijk gemaakt dat er een vonk is. Maar als je dan in de overige twee hoofdstukken de personagebiografieën, plottwists, het centraal conflict en al die andere belangrijke verhaalelementen moet gaan verwerken, dan heb je daar te weinig ruimte voor en komen ze niet meer over.
Waarom is die vonk er? Omdat die twee mensen karaktertrekken gemeen hebben? Een gezamenlijke hobby? Dezelfde politieke overtuigingen? Dat weet de lezer niet. Dat weten de personages zelf niet eens, want het wordt bijna letterlijk tussen de regels door genoemd. Dan is niemand zich daar bewust van. Je hebt dan geen verhaalthema meer. Zelfs niet als dat in dit voorbeeld passie of lust zou zijn. Dan wordt het een feit, een gegeven, maar geen thema.
Een verhaalthema wordt (subtiel) in de tekst verweven en ligt er niet duimendik bovenop.
Een thema is onderdeel van de inhoud, niet de inhoud alleen. En om het goed te doseren, moet je het kort of duidelijk houden waar dat kan. Uiteindelijk kom je zo weer uit op de oude vertrouwde regel: schrijven is schrappen.
Als je te lang over iets uitweidt, gaat de diepliggendere laag of zelfs de boodschap van het verhaal helemaal verloren.
Het is te veel van het goede als je iets wat al duidelijk is gaat uitbreiden omwille van zogenoemde diepgang. Diepgang is fijn, maar daar kan je je ook in verliezen. Soms moet je ook ‘gewoon’ een duidelijk standpunt (kunnen) maken.

De waarde van de personages

In een verhaal heb je altijd een hoofdpersoon en wat personages die minder belangrijk zijn. Aan de hoofdpersoon besteed je als vanzelf meer tijd en aandacht. Maar als je hoofdpersoon en subpersonages qua thema precies hetzelfde doormaken en je daarbij duidelijk wil maken dat het een terugkerend iets is, moet je goed opletten of de verhoudingen kloppen. Als je dat niet doet komt hij niet goed over, of werkt hij zelfs averechts.

Het voorbeeld hiervan is de verboden liefde in Anna and the king.
Anna en de koning zijn verliefd, maar zij geven er niet aan toe. Dat levert verdriet op, waar de film heel veel aandacht aan besteedt. Terecht levert dat verdrietige momenten op, maar het zegt ook heel veel dat op het moment dat Tuptim en Ballat publiekelijk worden onthoofd (!!!) om diezelfde reden, dat naar verhouding -in dit geval letterlijk- minstens net zo verdrietig is. Terwijl dat -als je het neutraal bekijkt- tien keer schokkender zou moeten zijn.
Als het echt over het thema onbereikbare liefde moet gaan, moeten de hoofdrollen eerder aan Tuptim en Ballat worden gegeven, in plaats van aan Anna en de koning.
Nu komt het in de film over alsof het verdriet van Anna en de koning belangrijker is. Niet omdat zij ‘toevallig’ de hoofdrollen vervullen, maar omdat er te veel aandacht (lees: te veel van het goede) naar hun verboden liefde toegaat. Dat maakt zowel de personages Tuptim en Ballat als hun – ik zeg het nog maar eens- publieke onthoofding(!!) minderwaardig. Ze zijn inderdaad niet de hoofdpersonen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze als personen als minderwaardig moeten worden behandeld. Maar dat gebeurt wel met deze invulling van het verhaal. Daardoor wordt hun tragische lot gereduceerd tot een middel om een thema onnodig aan te dikken.

Het is teveel van het goede als je personages, plotpunten of andere aspecten van het verhaal gaat reduceren tot een middel om iets anders te kunnen aandikken. Als een van deze elementen de intrinsieke waarde verliest, ga je te ver in je poging iets duidelijk te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.