Zo schrijf je een heldenreis die verkeerd loopt

In een boek heeft het hoofdpersonage altijd een doel dat het nastreeft of waar het naartoe groeit. Je hoopt dat dat streven uiteindelijk slaagt, maar dat gebeurt niet altijd. Dat is een slechte afloop. Maar het kan ook zijn dat het personage er achteraf achter komt dat de heldenreis onderweg al gestrand was, zonder de mogelijkheid er was om dat nog te fixen. Hoe schrijf je daarover?

Vallen en opstaan in een heldenreis

Als je een heldenreis schrijft, moet je ervoor zorgen dat je held valt en opstaat. Dat betekent dat je held dingen moet proberen, die dingen moeten mislukken en dat je held datzelfde opnieuw probeert, of op zijn minst een andere insteek zoekt om het doel alsnog te bereiken. Dat laat zien dat je held niet van suiker is, zeker niet als dat proces meerdere keren gebeurt. Zo blijft een verhaal ook spannend, als die het na een enkele keer al opgeeft, strandt het verhaal voortijdig bij de eerste clue. Bovendien is het een stuk interessanter als je mee kan leven/ lezen met iemand die laat zien dat die wil groeien: een doel heeft om beter te worden. Denk bij beter aan dingen als: slimmer, vrijgeviger, sterker, minder zelfzuchtig, aardiger, dapperder, energieker… De lijst van dat doel is eindeloos. Als je personage maar het idee heeft dat het iets goeds doet. Dat geldt zelfs voor een verdorven slechterik. Want het is toch beter voor de wereld dat zijn regime aan de macht komt? Objectief gezien niet, maar zodra een personage zich eenmaal blindstaart, is er van alles te verantwoorden.

Stapje voor stapje naar het einddoel?

Met vallen en opstaan zal je held zich stapje voor stapje naar het einddoel bewegen, met het bijbehorende vallen en opstaan. Het personage zal altijd een idee hebben van zijn heldenreis, onthoud goed dat het dat nooit zeker kan weten. Net zoals jij als echt mens van vlees en bloed ook nooit zeker weet wat het leven voor jou in petto heeft. Dat kan ertoe leiden dat je hoofdpersonage een ‘verkeerde’ heldenreis najaagt. Niet zozeer in termen van moraal, maar de manier waarop je personage dat probeert. Zo gaat het personage op weg naar het gewenste einddoel dat nooit komt, omdat het personage de heldenreis verkeerd aanpakt, of – zo je wil- verkeerd begrijpt. Niet zozeer omdat de weg verkeerd is, maar de manier waarop het personage die weg bewandeld het doel nooit kan bereiken.

Denk aan een recept waarbij je een oven nodig hebt omdat je iets moet bakken. Je personage heeft de goede ingrediënten gekocht, heeft de juiste messen voor het snijden daarvan, maar kookt dan uiteindelijk alles in water in plaats van dat het in de oven bakt. Het was heel goed op weg, maar een of meerdere (uiteindelijke) keuzes maken dat het resultaat hoe dan ook gedoemd is om te mislukken, hoe goed je bedoelingen of voorbereidingen ook zijn.
Dat principe is wat ik bedoel met een heldenreis die verkeerd loopt.

Gewoon het recept volgen?

Dacht je bij het lezen van de bovenstaande metafoor: volg gewoon het recept, hoe moeilijk kan het zijn? Of: wilde je soms een hamburger kóken? Dat is wel echt heel erg… In zo’n voorbeeld ligt het er wel erg dik bovenop dat de oplossing een eitje zou moeten zijn, of op zijn minst dat het niet zó erg fout zou moeten kunnen gaan.
Maar bedenk dan:
Wat als jij en je omgeving nooit vlees eten en dat nooit hebben gedaan en je dus echt niet weet hoe je dat klaar moet maken? En tot overmaat van ramp heb je wel een recept, maar ja…: バターを入れたフライパンでハンバーガーを炒める. Als je dat niet kan lezen, schiet het ook niet op.
Voor dit personage wordt het dus onmogelijk gemaakt. Maar voor iemand die graag vlees eet, de basis van koken kent of Japans kan lezen, zou de hamburger niet moeten mislukken.

Anders gezegd: ‘doe gewoon wat logisch is,’ ‘denk gewoon even na’ is een uitgangspunt dat op papier prima is, maar dat het echte leven of omstandigheden kunnen dat zomaar eens veranderen.

Wat stuurt een heldenreis de verkeerde kant op?

Het voorbeeld van het recept is misschien wat geforceerd, een vegetariër met een Japans recept voor de neus is wel erg vergezocht. Maar nog buiten het feit dat het een – hopelijk- duidelijk voorbeeld is om van te leren, is dat ‘vergezochte’ ook iets wat je mee moet nemen als de heldenreis van een personage de verkeerde kant op gaat.
De kern van dat idee gaat terug naar de waarheid van je personage. Waar een zakenman talloze keren per jaar vliegt, is (de eerste keer) vliegen voor iemand met vliegangst helemaal niet zo simpel, bijvoorbeeld.
“Stap gewoon dat vliegtuig in!”
“Dat doe ik wel ‘even’, mijn levenslange angst overwinnen…”

Daar begint het: een heldenreis is niet altijd even simpel. Hij kan te eng zijn, er kan geen kant-en-klare handleiding voor zijn… En toch zal je held moeten, want het is de comfortzone uit, er moet een verhaal op gang komen. Dus gaat het personage roeien met de riemen die het heeft. En soms is dat gewoon niet genoeg. Voor de een staat schaamte in de weg, de ander heeft niet de goede middelen, overtuigingen die tegenwerken, of het personage heeft geleerd iets aan te pakken met een methode die niet effectief is. Je zal in je personagebiografie terugvinden wat het is dat je personage op deze manier precies tegenwerkt. Probeer er wel voor te waken dat het niet lijkt of je personage alsmaar blundert: je boek wordt interessanter als het lijkt alsof de heldenreis wel gewoon gaat slagen. Maar een anticlimax ligt dan wel op de loer. Geef daarom genoeg puzzelstukjes, bijvoorbeeld door te laten doorschemeren dat personages met eenzelfde uitdaging het anders aanpakken en wel slagen, of het in ieder geval makkelijker afgaat. In dat opzicht moet je een verkeerd lopende heldenreis zien en uitwerken als een plottwist.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mahdi Bafande verkregen via Unsplash.

Een groeiproces voor je hoofdpersoon bedenken

Een hoofdpersonage in een boek moet groeien voor die zich een held kan noemen. Dat groeiproces sluit aan op wie de hoofdpersoon was en wie die worden moet. Maar zelfs met dat gegeven blijven er nog talloze invullingen voor de heldenreis over. Hoe kies je de optie die perfect aansluit op je held en het narratieve geheel van je verhaalthema?

Wat is een narratief groeiproces?

Een hoofdpersonage wordt bewonderenswaardig en daardoor een held als die aan het eind van het boek een beter mens is dan aan het begin. Beter kan van alles en nog wat betekenen: slimmer, guller, vriendelijker, dapperder, minder wraakzuchtig… Hieraan kan je meteen zien dat het bedenken voor een groeiproces voor je hoofdpersonage maatwerk is. Een brandweerman die iemand uit een vlammenzee redt, heeft moed niet als grootste leerschool. Dat is meer weggelegd voor de jongere die de moed moet hebben om te vertrekken uit een huis waarin huiselijk geweld heerst. Waar diegene eerst nog dagelijks met het geweld te maken krijgt en dat ondergaat, is die uiteindelijk sterk genoeg om de biezen te pakken.

Beweegredenen van je personage

Het kiezen van een groeiproces is vrij eenvoudig als je uitgaat van het idee dat het punt waarvan je personage nog het meest te leren heeft, het groeiproces vormt. Iemand die gierig is, moet leren wat meer weg te kunnen geven, bijvoorbeeld. Maar dan heb je slechts de hoofdlijn te pakken. Een goed personage is namelijk meer dan alleen maar die ene zwakke plek. Het moet er een paar meer hebben, wil het realistisch zijn. Anders heb je alsnog een Mary Sue, veel te perfect om waar te lijken.
Kijk dus verder dan dat ene zwakke punt en bedenk welke dat nog meer zijn. Je personagebiografie biedt hier niet alleen een goed overzicht voor, maar geeft waarschijnlijk ook je antwoord. Want waarom is je personage gierig, onzeker, perfectionistisch, laf, zelfzuchtig…? Als je dat weet, krijg je vrij letterlijk de beweegredenen van je personage in beeld. Wat beweegt jouw personage vanuit die gierigheid, onzekerheid…?
Op die manier kan je al wat grotere plotpunten bedenken.

Levensthema van je personage

Zodra je een aantal van die zwakheden hebt blootgelegd en de algehele verhaallijn hebt bepaald, kan je ze naast elkaar opschrijven. Als het goed is, zie je daar wat soortgelijke zaken terugkomen, of zelfs een terugkerend patroon. Wat je in ieder geval niet zal zien, zijn tegenstrijdigheden. Jouw uiterst vriendelijke moederfiguur zal egoïsme niet als zwakte hebben. Dat is een open deur, maar gebruik dat gegeven om de vraag ‘om te draaien’. Als ze niet egoïstisch is, wat staat dan in de personagebiografie – of kan je erin schrijven- wat dan wel zou passen? Pleasen, of geen grenzen aan kunnen geven. Leven voor een ander en het eigen leven daarvoor compleet wegcijferen.
Zo krijg je woordgroepen van eigenschappen die je kan samenvatten als het levensthema van je personage. Wegcijferen, bijvoorbeeld. Dat kan ook je verhaalthema vormen, al hoeft dat niet altijd. Levensthema en verhaalthema moeten echter wel raakvlakken hebben.

Thema van het algemene verhaal

Hoewel je hoofdpersonage het gereedschap is om de lezer in jouw fictieve wereld te laten rondlopen, is jouw fictieve wereld meer dan hoe je personage die beleeft. Wil je vertellen over een oorlog, dan kan jouw held een soldaat zijn, maar dan moet je ook de nodige scènes besteden aan de honger en ellende die de burgers, of familieleden van de soldaat die niet in het leger dienen. Anders wordt je verhaal uitgedund tot een verslag over een soldaat op een ‘gewone missie’.

Ook deze soldaat heeft het levensthema wegcijferen: hij moet zichzelf kunnen opofferen en hij is het leger ingegaan om zijn vader trots te maken, hoewel hij het in zijn broek doet bij de gedachte een geweer te moeten hanteren. Het verhaalthema is hetzelfde: de dictator cijfert het belang van mensenlevens weg, mensen verkopen dierbare bezittingen om eten te kunnen kopen en cijferen daarmee emotionele waarde weg ten behoeve van levensbehoud…

Dan ga je een groeiproces voor de soldaat bedenken. De optie dat hij zich verzoent met het vooruitzicht zich op te moeten offeren ligt voor de hand. Maar daarmee laat je veel andere mogelijkheden onbenut.

Maatwerk van narratief groeien: wegcijferen

Het maatwerk van narratief groeien begint met kijken wat je personage wegcijfert binnen dat verhaal- of levensthema. Wegcijferen heeft als woord een negatieve en radicale bijklank. Je hoort jezelf niet weg te cijferen voor ander, maar als je een ander wegcijfert, is dat evengoed verkeerd. Maar los van die emotionele koppeling: wat doe je nou eigenlijk als je iets wegcijfert? De offert iets op, ten koste van iets anders. En wel op zo’n manier dat je er niet bij stilstaat wat dat voor eventuele gevolgen heeft.

Dan is het begrip al iets neutraler. Toegegeven, wegcijferen klinkt nog steeds niet fijn. Maar je mag dat in deze ‘brainstormfase’ gerust iets meer loslaten als dat helpt om nog meer passende mogelijkheden te bedenken. Zoals:
* Je solovakantie in Thailand wegcijferen ten gunste van een (saaiere) familievakantie in Oostenrijk.
* Je gezondheid wegcijferen ten gunste van een keertje schaamteloos een zak chips eten tijdens een filmavondje.

Het helpt je namelijk om te bedenken wat je personage op dat moment belangrijker vindt, of over het algemeen meer drijft. Zo kom je erachter wat je personage makkelijk(er) laat liggen of niet doet. Als je op deze manier een aantal dingen opschrijft in de constructie: Kiest je personage voor optie A of B in deze situatie/ in het algemeen, dan zit in dat wat ‘verwaarloosd’ wordt, een goed aanknopingspunt om het groeiproces net iets persoonlijker te maken. Want iedere soldaat cijfert dan misschien het leven weg ten koste van het vaderland, de onzekere soldaat cijfert zijn eigenwaarde weg ten koste van goedkeuring , waar de egoïstische soldaat bescheidenheid wegcijfert ten opzichte van bravoure.

Zoek zo de samenhang tussen bepaalde elementen in de personagebiografie, het verhaal- en levensthema en hetgeen wat het moet ontgelden of juist overwint in de ‘wegcijferingsstrijd’. Dan krijg je een heel geloofwaardig groeiproces om over te vertellen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kourosh Qaffari verkegen via Unsplash.

De persona van je personage: de praktijk

Als je personage een masker heeft dat het hele verhaal mee moet gaan, moet je goed kijken naar de invulling van de drie-aktenstructuur en hoe vlot je held de heldenreis kan voltooien. In hoeverre bepaalt een persona de het tempo waarin je held zich door het verhaal beweegt?

De reis van twee helden?

In de inleiding op deze post kon je al lezen dat een personage met een persona bijna twee verschillende levens lijkt te leiden. Als je de heldenreis dan uit wil werken, is de vraag: in hoeverre moet je het leven van de persona, dat masker uitwerken? Wordt je verhaal een verslag van een façade met twee verhaallijnen, waarin elk hoofdstuk de naam van ofwel je personage ofwel van het persona krijgt? Hou je het masker als geheim achter voor de lezer, of verklap je dat juist meteen, zodat de lezer weet wat er voor je personage op het spel staat?
Dat zijn allemaal mogelijkheden en creatieve keuzes waar jouw voorkeur bepalend is.

Let op: het uitgangspunt blijft dat je over één held schrijft en dat die ook centraal blijft staan. Je schrijft dus altijd met Cythia uit de inleiding als leidraad voor de basis. Niet over Cynthia en Cindy als afzonderlijke personen: dat zijn ze immers niet. Daar wordt je verhaalstructuur alleen maar rommelig van. Maar nog steeds is Cindy onlosmakelijk verbonden met Cynthia: dat vormt het centrale conflict, of op zijn minst een zeer belangrijk subplot. Waar en hoe geef je dat dan vorm?

Geef voorrang aan het masker

Als je personage een zeer hardnekkige persona heeft, moet je ongeacht je creatieve keuze in ieder geval het masker zelf introduceren en daar de nodige aandacht aan te besteden. Uiteindelijk bestaat de heldenreis in dit geval voornamelijk uit het principe van afpellen, dus dan moet de lezer wel weten wat er voor het personage af te pellen valt.
Neem dus de tijd om dat masker te introduceren en doe het ook goed.
In termen van de drie-aktenstructuur: als het proces van afpellen het verlaten van de comfortzone is, dan moet je daarvóór het personage al heel goed hebben uitgewerkt.

Maar dan is daar het probleem dat de comfortzone stap twee van de vijftien is. Je krijgt een enorm dikke pil als je eerst uitgebreid op je personage in moet gaan zoals het zich voordoet met het masker op en je daarna pas obstakels en clues mag introduceren… In dit verhaal is de drie-aktenstructuur dus niet zo strak als gewoonlijk. Of liever: het heeft een heel apart tempo en zelf ook meerdere laagjes.

Het eerste, langzame laagje

Als eerst werk je het masker zelf uit. Schrijf dus over hoe ‘Cindy’ zichtbaar is: wat doet Cynthia om zich uit de vuurlinie te houden? Welke vrienden verzamelt ze om zich heen? Wat zegt ze? En wat vreest ze dat ontdekt wordt?
Neem dat als apart drie-aktenstructuurschema mee en neem daar relatief alle tijd van de wereld voor. Laat in die periode zien hoe Cynthia zegt dat ze van haar lang zal ze leven niet in een hostel zou willen overnachten. Beneden haar stand, natuurlijk. In een stapelbed slapen met vreemden in dezelfde zaal? Nee! Terwijl ze dat eigenlijk dolgraag wil: wat een avontuur! Het is belangrijk om dat wel degelijk tussen de regels door te laten blijken, anders maak je van Cynthia en Cindy twee personen, in plaats van een vrouw met een masker op.
Werk op deze manier een complete, maar compacte structuur uit. Laat de clues terugkomen, zorg voor obstakels, de crisis.. Maar werk het dus zodanig kort en klein uit dat de situatie als geheel dan wel ongemakkelijk mag zijn, hij is voor Cynthia nog wel in stand te houden. Denk bijvoorbeeld aan een mogelijkheid voor Cynthia om te gaan backpacken. Diep in haar hart schreeuwt ze van ja, maar het nee zeggen is alsnog relatief makkelijk: dat is nu eenmaal de gang van zaken en ze gaat er niet dood van als die trip niet doorgaat. Zo je wil: dat masker draagt ze al zo lang dat op die manier liegen niet moeilijk meer is.

De razendsnelle hoofdlaag

Maar er komt een moment dat het masker definitief van het gezicht van je personage valt en het geen mogelijkheid heeft om zich nog te verstoppen. Het nieuwe begin, tijd voor een nieuw drie-aktenschema.
Op dit moment valt de grond onder de voeten van je personage vandaan. Vergelijkbaar met het moment waarop je personage de grootste leugen eindelijk onder ogen ziet. Dan is de situatie voor je personage even niet meer te overzien, omdat die zo overweldigend is. Vertaald naar de aktenstructuur betekent dat zoiets als: nog voor je personage weet waar en hoe het zo ooit heeft kunnen beginnen, krijgt het meerdere obstakels te verduren en valt het alweer als het nog maar half lijkt te zijn opgestaan. Dit gaat in vergelijking met het eerste laagje dus razendsnel.

Waak ervoor dat alles duidelijk blijft: houd de structuur wel (enigszins) aan. In de acending action mag het ene obstakel wel vliegensvlug op het andere volgen, maar zorg wel dat ze niet door elkaar heen gaan lopen. Ook hier: zorg ervoor dat het geheel geen rommeltje wordt. Verwar snelheid ook zeker niet met een klein(er) woordenaantal. Denk eerder iets als: waar het tempo in het eerste laagje relatief voortkabbelde, moet ik nu een pageturner schrijven, waar de wet van actie-reactie de hoogste stand bereikt.
In dit gedeelte verdwijnt Cindy volledig uit beeld. Dat zou ergens een opluchting moeten zijn voor Cynthia, maar dat betekent waarschijnlijk ook dat ze vrienden gaat verliezen, misschien wel noodgedwongen en halsoverkop een nieuw huis moet zoeken (op een krappe huizenmarkt), haar baan kwijtraakt… dus er zijn genoeg obstakels, cues en dieptepunten te bedenken.

Maar als de climax van deze structuur dan is geweest, geef de lezer (en Cynthia) dan genoeg tijd om uit te drijven in de descending action. Zo kunnen zowel de lezer als Cynthia aan het einde opgelucht ademhalen dat aan het einde van de strijd er een ton aan gewicht van de schouders afvalt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Julio Rionaldo verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een goed wraakverhaal

Bij een wraakverhaal denk je aan spanning, intriges en uitspattingen. Een echt recept voor een pageturner dus. Als je een wraakverhaal goed schrijft, zit de lezer inderdaad op het puntje van de stoel. Doe je het fout, dan komt het verhaal eerder slap over dan het stevige verhaal dat je voor je ziet.

Wraak begrijpen om een wraakverhaal te schrijven

Om een goed wraakverhaal te kunnen schrijven, moet je begrijpen wat wraak is. Zowel als wat het met je doet als waarom je personage op wraak uit is. Dat moet allebei helemaal kloppen, anders is het verhaal al snel wankel. En een wankel wraakverhaal is gedoemd om te mislukken. Laten we eens beginnen wat wraak met je doet, of wat je doet als je wraak gaat nemen. Dit is maar een globale schets, natuurlijk kunnen er veel meer meer emoties meespelen die ook genuanceerder kunnen zijn dan wat ik hier samenvat.

* Je bent boos
* Je voelt je tekort gedaan
* Je gaat (snode) plannen smeden om het de antagonist betaald te zetten.

Als je boos bent en je tekort gedaan voelt, dan vreet dat energie. En de tijd die je in je plannen steekt, had je liever aan een hobby besteedt. Als je wraak wil, is er iets gebeurt waarvan je niet wilde dat het was gebeurd. Met andere woorden: wat het ook is dat is voorgevallen, je personage denkt: dit had niet zo moeten zijn. Daar kan je bij laten, maar dat doet je wraakzuchtige personage niet, ondanks de tijd, woede en stress die het oplevert om wraak te nemen. Er moet dus wel iets heel ergs zijn gebeurd, wil je personage al die pijn en moeite van het wraaknemen ondergaan.

Dat brengt ons bij het tweede punt. Wat is er gebeurd en waarom is dat zo erg voor je personage? Specifieer dat ‘zo’:
* Kan je personage niet meer slapen door traumatische nachtmerries?
* Durft je personage niet meer onder bepaalde mensen te komen en wordt de vrijheid daarmee ingeperkt?
* Ziet je personage de zin van het leven niet meer in omdat de vijand iets essentieels van je protagonist heeft afgenomen?
Kortom: hoe heeft dat invloed (gehad) op het leven van je personage? Het is belangrijk om dat goed uit te werken, want zo leert je lezer de held kennen. Dat kweekt begrip voor de situatie. Ook al is de hele familie van de held vermoord, je mag er niet zomaar op rekenen dat je lezer daardoor met het hoofdpersonage meeleeft.

Het gevaar van wraak voor een verhaal

Wraak nemen is van zichzelf al iets groots: het heeft veel meer voeten in de aarde dan je onvrede en woede uitschreeuwen met je gezicht in een kussen geduwd. Het is niet gek of ongewoon dat het een leven helemaal kan overnemen. Zowel in de emotionele zin – je voelt alleen nog maar die wraakzucht en boosheid en blijdschap vervaagt daardoor- als dat je nog maar weinig aandacht hebt voor andere dingen in het leven, zoals bijvoorbeeld je baan of je sociale leven. Daarom is een wraakverhaal een van het soort waar je altijd goed op moet passen: voor je het weet, gaat het plot over niets anders dan de snode plannen, of lees je alleen maar over een woedend personage. In dat opzicht heeft een wraakverhaal een aantal raakvlakken met de liefdesdriehoek. Pas dus op die valkuilen!

Effectief wraak nemen in een verhaal

Een wraakverhaal heeft wel een aantal aanzienlijke voordelen ten opzichte van de liefdesdriehoek die je in je voordeel kan gebruiken.
* Bij een liefdesdriehoek is verliefdheid de oorzaak. En verliefdheid is een gegeven: dat gebeurt gewoon. Als je wraak wil nemen, doe je dat niet om een simpel gegeven. Daar gaat altijd al een verhaal aan vooraf. Van bedrog, onrecht… Dat zijn complete verhaalthema’s. Heel wat diepgaander dan het simpele gegeven: voltreffer van Cupido.
* Wraak nemen gaat in stappen. De wil om het te doen, het besluit om het te doen, het smeden van de uitvoering, de uitwerking daarvan… Wraak nemen geeft veel mogelijkheden om scènes te spreiden en de spanningsboog van je verhaal een oppepper te geven op het moment dat er in de volgende scène wel erg volgende scène wel erg veel op het spel staat. Speel met tempo, toon en spreiding, daar wordt en blijft wraaknemen spannend van, in plaats van een klusje dat moet worden afgevinkt in het vullen van een plot.
* Wraak nemen kan alleen. Of juist niet. Waar kiest je personage voor? Op allerlei manieren vergt wraaknemen afwegingen. Dat biedt veel mogelijkheden om in het hoofd van je personage te duiken en diens logica verder te ontdekken. Let op: logica: dus wat je personage bedenkt, logisch vindt of bepaalde oorzaken aan gevolgen koppelt. De logica van een personage ontdekken is altijd interessant: het heeft een actie-reactie element in zich.
Ter vergelijking met de liefdesdriehoek: ‘Ik voel me hoteldebotel.” Dat is wederom eerder een gegeven dan iets waar je uitgebreid op in kan gaan: verliefdheid an sich omschrijven is óf zo gedaan, óf je besteedt er zodanig veel woorden aan dat je bijna niet anders kan dan een cliché schrijven. Doe er met een wraakverhaal je voordeel mee dat je de diepte in kan duiken.

Wat deed de antagonist eigenlijk?

Degene die je held iets heeft aangedaan, heeft iets gedaan. Maar wat eigenlijk? Belangrijker nog: had de antagonist het kunnen voorkomen? Was het met voorbedachte rade? Of heeft je held door de emotionele klap de schuld in de schoenen van de antagonist geschoven om maar niet naar de eigen pijn – ja, misschien zelfs een (deel) eigen schuld!- te hoeven kijken? ‘Waar twee vechten hebben twee schuld’ hoeft niet altijd waar te zijn, maar het is zeker iets om te onderzoeken. Een wraakverhaal is een genre waar je held gebaat kan zijn bij het hebben van een blinde vlek. Dat kan een extra manier zijn om je wraakverhaal echt dat verhaal te maken waar je lezer van gaat smullen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Niranjan _ Photographs verkregen via Unsplash

/


Vanuit welke inspiratie start je jouw verhaal?

Inspiratie kan uit allerlei hoeken komen: observaties, schrijfprompts, gesprekken…Maar een enkel woord of gegeven maakt nog geen verhaal. Daarvoor moet je meer informatie zoeken, in een personagebiografie, verhaalthema, een plot of zelfs een sfeer of emotie. Zoveel manieren van schrijven, zoveel mogelijkheden. Wat zijn de aandachtspunten voor de verschillende startblokken waarmee je een verhaal kan beginnen?

Algemene manieren van schrijven: plannen of ontdekken

Er zijn grofweg twee soorten schrijvers als het gaat om hoe die de structuur het schrijven aanpakken. De planners en de ontdekkers. De planners zijn degenen die Chekhov’s gun en het schrijfonderzoek zeer ter harte nemen in hun voorbereiding. Zij schrijven eerst (vrijwel) alles uit in hun losse documenten, opschrijfboekjes en bloknotes, zodat als ze dan gaan schrijven, alles uit het toetsenbord komt rollen. Al het werk is in zekere zin al gedaan, het moet alleen nog uitgewerkt worden. Deze schrijvers moeten vooral onthouden dat ze hier en daar nog een beetje ruimte overlaten voor als er toch nog iets belangrijks komt bovendrijven om mee te nemen. Als je door een extra scène je hele boek om moet gooien omdat je planning en uitwerking zo minutieus is, maak je het jezelf erg lastig.

De ontdekker kijkt al schrijvend waar het verhaal eindigt. Met als gevolg dat er zes hoofdstukken worden besteed aan de kennismaking van een personage. Of dat scène zes eerst wordt geschreven, omdat daar nu inspiratie voor is. Maar vervolgens klopt scène vier dan niet meer, of moet de schrijver zich in allerlei bochten wringen om alles nog kloppend te maken. De ontdekker moet genoeg discipline kunnen opbrengen om uiteindelijk de technische zaken aan de slag te gaan en die te dubbelchecken (Hoe staat het met de spanningsboog? Is dit subplot wel nodig?) in plaats van maar te schrijven, schrijven, schrijven…

Als je weet wat voor schrijver je bent, houd dan deze valkuilen in gedachten: ze kunnen al opduiken vanaf het moment dat je van een heel breed idee een echt verhaal wil schrijven, wat het dan ook is dat je inspiratie geeft.

Schrijven vanuit een plot

Soms is een enkele zin al het begin van een echt verhaal, met een plot dat zich al bijna kant-en-klaar aandient.
* De braaf ogende vrouw ontvoert haar minnaar naar een donker, verafgelegen oord
* Tijdens een storm op zee redt de knappe jongeman het leven van een kind, waar hij noodgedwongen de voogd van wordt.
* De arrogante rijkaard wordt gearresteerd voor corruptie.

Dat klinkt al als een potentiële bestseller, toch? Helaas, het zijn slechts tropes. De reden dat schrijven nog altijd een kunst is en niet een lijstje van acties om af te vinken, is omdat bij creatief schrijven de uitwerking ervan het moeilijk(st)e is. Om ervoor te zorgen dat deze trope zich daadwerkelijk zou kunnen ontpoppen tot een bestseller kijk je naar het schema van save the cat. Staar er niet willekeurig naar, maar probeer grofweg de volgende volgorde aan te houden:
* Bepaal eerst de drie akten en hou dat heel banaal.
1) Er is een arrogante rijkaard
2) Hij wordt opgepakt en er volgt een proces
3) Hij wordt veroordeeld en rot weg in de gevangenis
* Bepaal je hoofdpersoon en diens comfortzone, vervolgens het willen en nodig hebben.
* Kijk wat bijhorende interessante obstakels zijn.
(Deze laatste twee stappen kan je ook omdraaien)

Als je dat duidelijk hebt, heb je een goede basis en een goede kans dat de kop eraf is: nu zullen meer ideeën zich gaan aandienen.

Schrijven vanuit een personage

Als je vanuit een personage een verhaal wil bedenken, maak je natuurlijk eerst een personagegebiografie en begin je met de belangrijkste elementen daarvan. Zowel voor de planner als voor de ontdekker geldt: weet wanneer je moet stoppen met uitwerken. Je kan letterlijk honderden zaken opschrijven, maar slechts een handvol daar van is echt van nut voor het naslagwerk wat de biografie hoort te zijn.
Een personage is niets zonder zijn geliefden. Of het nu degene is waarop je held verliefd is, of de geliefde ‘sidekick’ je personage staat er nooit alleen voor. Het kan helpen ook een kleinschalige(!) biografie voor de belangrijkste medepersonages te maken als je vanuit een persoonlijke beleving met een verhaal wil beginnen. Als je meeleeft met de perceptie van anderen door hun waarheid serieus te nemen, ontvouwt zich al snel een heel mogelijk epos aan verhalen.

Schrijven vanuit observatie

Of het nu een mooie kleur is, een vreselijke ervaring of flard van een gesprek: soms merk je iets op waarbij je onmiddellijk denkt: daar zit een heel verhaal achter! Hier is je eerste stap: woordwebben maken tot je erbij neervalt. Schrijf ieder woord op dat in je opkomt als je aan deze observatie denkt. Doe dat tot je minstens twintig à dertig woorden hebt opgeschreven. Het is de bedoeling dat je tot de kern komt van je ‘inspiratiemoment’ komt, anders blijf je steken bij ‘interessant’ en dat is ontzettend nietszeggend als het daarbij blijft.
Vroeg of laat kom je bij woorden uit die ‘kriebelen’ of die van zichzelf al een bepaald gewicht hebben. Denk aan de titels van de veelbelovende blockbusters: de brave vrouw is hier een veelzeggend woord, want wie verwacht van haar dat ze iemand gaat ontvoeren, of überhaupt een minnaar heeft? Als je zo’n woord tegenkomt, geef die dan een kleurtje, zodat je ze eventueel in categorieën kan onderverdelen.
Deze manier van inspiratie uitwerken is in eerste instantie een zooitje, maar als de puzzelstukjes dan in elkaar vallen, voelt dat des te beter!

Sschrijven vanuit sfeer of toon

Als je een verhaal wil schrijven met een uitgesproken sfeer of toon, moet je je bovenal beseffen dat er emoties of sferen zijn die heel erg breed zijn. Een ‘nare’ sfeer, kan honderdduizend dingen betekenen. Probeer dat concept wat te vernauwen naar iets als gestrest, onuitgeproken woede, de sfeer bij een sterfbed…. Wat dan ook. Kortom: verdiep je vooral in de vele nuances van emoties die er zijn voordat je je om iets anders druk maakt. Anders bestaat de kans dat je boek vanaf het begin gedoemd is te mislukken, omdat je de opzet ervan zelf niet goed begrijpt. Zodra je in de emoties gedoken bent, komen er meestal wel herinneringen of verhaalelementen in je op die bruikbaar zijn voor het verder oriënteren voor je verhaal.

Volgende week volgen er nog meer potentiële startpunten voor je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mediamodifier via Unsplash.

Zo maak je de puzzelstukjes van een plottwist

Een plottwist is vaak een van de meest spraakmakende delen van een verhaal en heeft daarom een goede opbouw nodig. De puzzelstukjes moeten goed in elkaar vallen om een conclusie te kunnen trekken die de lezer versteld doet staan. Maar wat zijn de vereisten voor die puzzelstukjes?

Dit maakt een goede plottwist

Om bij het begin te beginnen: wat zijn vuistregels voor een goede plottwist?
* De plottwist moet te herleiden zijn: je moet gedurende het verhaal puzzelstukjes geven
* Eerst investeren, dan omkeren
* Een plottwist staat altijd in dienst van het verhaal en dient nooit enkel te worden ingezet als middel om te choqueren.

Lees hier de basisuitleg over plottwist nog eens na: er is een aantal dingen die essentieel zijn voor een plottwist om te slagen, nog buiten het geven van hints om. Maar als we het dan toch over hints gaan hebben, hoe bouw je die dan op voor een plottwist?

Een groep van schakels

Voor een lezer moet een plottwist voelen als het oplossen van een puzzel: nu alle stukjes op hun plaats vallen, is de afbeelding erop erg logisch en verklaren die de mysterieuze dingen in het boek. Als schrijver moet je het anders aanpakken: zie de hints in eerste instantie niet als puzzelstukjes, maar als schakels. Uiteindelijk moeten die schakels die een plottwist vormen, een logisch oorzaak-gevolg vormen. Dan heeft de plottwist een verband dat je lezer uiteindelijk kan zien. Als je een plottwist tijdens het schrijven behandelt als een stel puzzelstukjes die al dan niet toevallig bij elkaar passen, wordt het een onoverzichtelijk zooitje en is er niets meer te herleiden.

Er zijn talloze manieren hoe je deze schakels kan groeperen. Eigenlijk zit de truc al in het woord: kijk welke raakvlakken je kan vinden. Zijn er elementen die in eerste instantie mijlenver uit elkaar liggen, waardoor de lezer zoals bedoeld in het duister tast, maar waar bij nader inzien toch wel veel overeenkomsten in zitten?

Denk hiervoor breed en niet al te moeilijk; voor een goede basis van een verhaal, baken je sowieso al een aantal dingen af of stel je juist zaken centraal. Denk aan: wat is je grootste verhaalthema? Wat is de boodschap van je verhaal? Welke archetypes komen in je verhaal voor? Zijn deze archetypes vooral de helden of juist de vijanden? Dat brengt je al eind op weg. Ga maar na: het voelt geforceerd, zo niet helemaal fout om in een verhaal dat bol staat van machtsmisbruik, moord en overspel de plottwist te maken: maar toen bleek de machtswellustige moordenaar gewoon de droom te hebben om een lieve huisvader te zijn. Natuurlijk zou het theoretisch kunnen als je alles goed uitwerkt, maar in eerste instantie zijn de voorgenoemde thema’s te groot als contrast met thema’s als liefde, geborgenheid en regelmaat, die aansluiten bij het beeld van een fijn gezinsleven.
Als je een plottwist uit wil werken, moet je alle schakels in het butterfly-effect eerst goed hebben uitgewerkt in je opschrijfboekje: laat een van die schakels weg en de puzzel voor de lezer is aan het eind is niet logisch of incompleet.

De andere kant van de medaille en het grijze gebied

In bovenstaande uitleg zit een zekere paradox. Een plottwist is een plottwist omdat je iets niet verwacht, dus moet het uit onverwachte hoek komen, niet uit de ‘bekende’ hoek waar je het hele boek al over schrijft. En toch zou je bij het schrijven van een plottwist het niet te ver van de ‘bron’ moeten zoeken. Dat zit zo:

Noem het de andere kant van dezelfde medaille of het grijze gebied, maar dingen die compleet tegenovergesteld lijken, hebben vaak een -soms verrassend grote- overlap. Al is het maar ‘achter de schermen’ of via het masker waarachter je personage zichzelf of diens bedoelingen kan verstoppen.

Zo kan een personage dat super zorgzaam lijkt, uiteindelijk de compleet egocentrische en narcistische moordenaar zijn. Deze twee karakteristieken zijn namelijk de twee uitersten van hetzelfde principe: hoeveel je (niet) over hebt voor een ander. Onze moordenaar kan dus prima zorgzaam lijken -ja, zelfs zijn- als die eerst geld inzamelt voor het goede doel. Alleen blijkt dat ‘goede doel’ later niet Unicef te zijn, maar de plannen om zijn aardsvijand om te leggen. In zijn -hetzij gestoorde- optiek is de moordenaar heel zorgzaam voor zichzelf en is dat wel degelijk een goed doel.

Daarom werkt het voorbeeld van de gezinsleven verlangende moordenaar niet. Een gezinsleven staat voor rust, reinheid en regelmaat, moord eerder voor ruw, rottend en richtingsloosheid.

Als je dus iets laat gebeuren wat later een plottwist gaat vormen, moet je taalkundig heel slim, zo niet regelrecht sluw zijn. Datgene wat de plottwist maakt, moet als het ware de advocaat voor beide partijen of extremen kunnen zijn. Het moet – op het eerste gezicht- voor beide uitersten of mogelijkheden kunnen opgaan.
Als een schakeltje niet in dezelfde ‘cirkels van extremen’ past, dan is dat vaak het moment waarop je informatie weg moet laten ten behoeve van het mysterie dat de plottwist spannend maakt.

Wanneer is er iets te verschillend?

De oplettende lezer zegt misschien: “Maar twee verschillende extremen hebben soms óók weer iets gemeen: zodra er twee extremen in het spel zijn, komt diezelfde paradox vroeg of laat weer bovendrijven.”
Goed opgelet 😉 Daarom kan een liefhebbende vader nog steeds een moordenaar zijn, of een moordenaar een liefhebbende vader. Maar dat vergt meer schakels voor een werkende plottwist.
In dit geval moet je de grijze cirkels meer verkleinen. Zoek het dan niet in het al dan geliefd zijn of liefde kunnen voelen, bijvoorbeeld. Dat kan op tientallen, zo niet honderden manieren vorm krijgen. Werk dan bijvoorbeeld het willen en nodig hebben van de personages verder uit, zodat je daarin kan nuanceren. Dan kom je er misschien achter dat het te maken heeft met het vervullen van ambities. Dat is nog steeds breed, maar al iets minder specifiek.

Blijf zo verkleinen tot je een overeenkomst hebt gevonden en je kan van de schakels puzzelstukjes gaan maken waar zowel jij als de lezer uiteindelijk van kunnen smullen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe schrijf je details die van groot belang zijn in een boek?

Details zijn per definitie maar kleine dingen. Maar soms zijn ze wel degelijk zeer belangrijk in een verhaal. Je kan een detail klein en onopvallend houden, zonder dat die op de achtergrond verdwijnt. Handig voor het in stand houden van een spanningsboog of als bouwsteentje voor een plottwist!

Waarom kan een detail belangrijk zijn in een verhaal?

Een lezer onthoudt vooral de grote lijnen van een verhaal het beste. Maar waar de grote lijnen het verhaal maken, maken de details de sfeer. In de letterlijke zin, zoals het verschil tussen: Een fijne dag op het strand en met prettig kriebelende zand tussen de tenen kijk ik ontspannen naar de kinderen die spelen in de zon.
Zonder details is een verhaal dus maar weinigzeggend. Bovendien dienen details vaak als haakjes die nodig zijn om een verhaal aan elkaar te weven, zonder dat het geforceerd of overduidelijk zichtbaar is in de tekst.
Dit zie je goed terug in spannende verhalen. Er valt niets te speuren of op te lossen als je geen gebruik maakt van details. Het is niet moeilijk om een moordenaar te vangen als hij met knipperende neonlichten boven zijn hoofd rondloopt waarop staat: ‘Ik heb het gedaan!’

De paradox van een belangrijk detail

Je hebt details dus nodig om iets subtiel te verkondigen, hints te geven of een sfeer te scheppen. Maar een detail op zichzelf blijft iets kleins, dat een lezer makkelijk over het hoofd kan en soms zelfs hoort te zien. Stel je voor dat je erop zou rekenen dat die de kleur van ieder ladekastje, ieder gerecht dat je personage eet en iedere naam van iedere voorbijganger kan of zelfs moet onthouden… Dat is voor niemand fijn. Je lezer wordt bedolven onder de last van een infodump en jij zou als schrijver een Chekovs gun moeten gebruiken die werkelijk monsterlijke proporties aanneemt.
Je moet er dus voor zorgen dat precies die details opvallen die belangrijk zijn en dat de écht kleine details dat ook blijven. Om hier een evenwicht in te vinden, gebruik je de eigenschappen van details en zet je die in bij een scène die in verband staat met het detail. Daar werk je de eigenschappen groot uit, zodat het detail kan schitteren als iets kleins dat nog steeds onopvallend is. De scène heeft het opvallende werk al gedaan.

Eigenschappen van details

Details hebben de volgende belangrijke eigenschappen:

  • Ze zijn relatief onbelangrijk en daardoor makkelijker te vergeten (1)
  • Ze zeggen op zichzelf niet veel: ze moeten een verband hebben met iets anders (2)
  • Ze vormen verbanden tussen grote lijnen in het verhaal: ze kunnen scènes aan elkaar weven (3)
  • Het zijn de belangrijkste hulpmiddelen voor het omschrijven van sfeer. (4)

In deze tabel zie je wat voorbeelden hoe een detail relatief onbelangrijk en wanneer het alleszeggend kan zijn.

Detailweinigzeggend wanneer belangrijk zodra
de knalrode muts die je personage draagt je personage aan het winkelen is (1)iemand je personage in een menigte moet vinden (2)
De zon schijntje personage binnen moet blijven op kantoor en er niets mee kan of van meekrijgt (2)Wanneer het een dag is waar je personage al maanden naar heeft uitgekeken (4)
De deur valt met een klap dicht het stormt en de ramen nog open stonden (1) (2) Je personage doet de ramen (uit voorzorg) dicht en gaat verder met een boek lezen.dit de laatste zin is van een hoofdstuk na een ruzie: dit kan een pageturner zijn. (3)
Het is stil je personage toevallig in een lege ruimte aan komt lopen (1) of wanneer hij in een vertrouwde omgeving is waar niets spannends gebeurt (4)Je personage op retraite is (2), of het huis van een mogelijke moordenaar betreedt. (2) (3) (4)

Details belangrijk maken in je boek: de praktijk

Om deze principes duidelijker te maken, volgt hier een casus.

We schrijven over een muziekdoosje dat weggestopt ligt in een laatje van de vermoorde persoon. Iedereen weet in eerste instantie wel dat het er is, maar niemand beseft dat dit voorwerp van belang is, laat staan dat het later de laatste hint naar de moordenaar gaat vormen. Hoe kun je dit detail -een willekeurig voorwerp ligt ergens weggestopt- voorbereiden op een grote onthulling waar het pas later echt belangrijk blijkt? Denk aan dingen als:

  • Maak de ruimte waarin het muziekdoosje is verstopt, verstoft of anderszins onprettig van sfeer (4)
  • Laat de personages om andere reden meerdere keren de kamer in een uit lopen voor een andere reden dan dat laatje met het muziekdoosje (1) (2)
  • Laat de muziek van de componist van de melodie van het muziekdoosje onderwerp van gesprek zijn (1) (2)
  • Iemand merkt eens -of een paar keer- terloops op dat het slachtoffer dol was op het melodietje van het muziekdoosje, of dat de moordenaar een bloedhekel had aan de werken van de betreffende componist.
  • Iemand maakt een grapje over een heel ander liedje : “Mijn god, wat een rotherrie! Je zou haast denken dat muziek je nog eens zou vermoorden.”

Let dus ook op het gebruik van symboliek, dat kan veel helpen. Of maak de symboliek haast letterlijk: laat je personages op een rommelmarkt een kraampje met muziekdoosjes tegenkomen. Let er in het geval van een thriller of detective wel op dat dit soort zetten pas echt op het allerlaatst mogen komen, tenzij je ze als rode haring gebruikt. Anders ligt het er te dik bovenop. De vuistregel is: hoe dikker het erbovenop ligt, hoe later in de onthulling van een spannend moment de hint mag komen.

Merk ook op dat meerdere details uiteindelijk optellen tot iets veel groters. Eén detail kan zelden een plottwist of een onthulling vormen, maar als er meer details zijn die duidelijk – of wat meer op de achtergrond- over hetzelfde onderwerp, dezelfde ruimte, hetzelfde gedacht of hetzelfde…. zinspelen, dan staat een detail zelden tot nooit meer op zichzelf.

Als je alles zo in een lijstje ziet staan, lijkt een detail veel te duidelijk om nog een detail te zijn. Dat kan een valkuil vormen: let daarom goed op hoe je je informatie spreidt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Yang Shuo op Unsplash.

Zo mag je personage symboliek opmerken

Als schrijver speel en experimenteer je met symboliek, om je verhaal de nodige kleur te geven. Soms is die symboliek alleen voor de lezer zichtbaar, soms merkt het personage die ook op. Is dat een rode vlag voor een slecht verhaal of kan je dat in je voordeel gebruiken?

Symboliek opmerken in het echte leven

In het echte leven iets opmerken wat in een boek symboliek zou zijn, komt voor. Alleen wordt het dan vaak ‘ultieme ironie’ ‘een seintje’ of ‘de hand of de wil van God.’ genoemd. Denk aan:
* Net als ik hoor dat ik onvruchtbaar ben, wordt mijn beste vriendin zwanger en vernoemd ze haar zoon naar mij en word ik zijn peetvader. Zo kan ik nog steeds het ouderschap ervaren.
* Opa was gek op roodborstjes, maar je ziet ze hier bijna nooit. Nu is opa een week geleden gestorven en zijn er al drie in een week verschenen.
* Toen ik suïcidaal was, zei ik tegen God: “Ik weerhoud me alleen van zelfmoord als iemand letterlijk zegt dat ik nog niet klaar ben met dit leven.” Dat was het eerste dat mijn redder tegen me zei toen ze zag dat ik aanstalten maakte om van de brug te springen.

Je personage mag dus wel degelijk denken: hier is iets of iemand zich actief met mijn gang van zaken aan het bemoeien en dat aan aan het sturen. Zo je wil mag je personage dus (bij)gelovig zijn en hoef jij je als god van het verhaal niet volledig te verstoppen.

De paradox van de narratieve god

Als je een personage je ‘opvallend’ wil helpen, kom je al snel een paradox tegen. Zelfs als je personage wéét dat jij aan de touwtjes trekt, als zijn God, al houdt het zich aan de tien geboden en heeft het een goed afgestemd ‘lijntje’ met de hogere macht, dan mag je dat personage alsnog niet op zijn wenken bedienen en het te vaak belonen omdat het ‘een goed Christen’ of ‘een goede ziel’ of iets anders is waarvan jij denkt dat de/ een échte God hartstikke tevreden mee zou zijn. Want de god die in zo’n goede verbinding staat met een van zijn schepsels, haalt veel en/of (de) belangrijkste obstakels uit de weg. Als narratieve god mag je dat niet doen, want dan houd je geen fatsoenlijke spanningsboog meer over: de complete tweede akte zou er zowat van verdwijnen. Je kan besluiten om redelijk willekeurig je personage spiritueel bij te staan of gebeden te beantwoorden op momenten die ertoe doen, maar dan kan je alsnog de mist ingaan. Ga liever na waar, hoe en ook waarom je -omwille van een goed verhaal- je je personage het beste kan helpen.

Het bordje met de pijl bij het schrijven van symboliek

Je personage kan denken te weten waar het heen gaat met diens leven, of kan daar een sterke wil over hebben, uiteindelijk heeft je personage altijd maar een deel van het complete verhaal in de smiezen. Je kan immers nooit weten hoe een hogere macht besluit jouw leven te sturen als er dingen in het spel zijn waar jij domweg geen invloed op hebt. Als je een ‘gebed’ van je personage wil verhoren, kijk dan eens naar welke van de volgende dingen je personage redelijk goed lijkt te doorzien:
* als ik dit doe, ga ik daar spijt van krijgen
* deze comfortzone moet ik uit om later iets te kunnen overwinnen.
* dit gaat me vast lukken, want ik heb een eerder obstakel al overwonnen en dit is vrijwel hetzelfde

Doe alsof je dan voor de ogen van je personage op het spreekwoordelijke bordje met een pijl zet: voor een gelukkig leven, hier naar links of liever: voor de volgende stap in jouw goed voorziene tweede akte, hier naar links.
Je kan dan twee dingen doen: naar links wijzen en alles vervolgens verder laten gaan volgens het rechterpad (je personage dus op het verkeerde been zetten met de verdere voortgang van het plot) of je laat het personage denken dat het aan het ene groeiproces bezig is, terwijl je iets anders in gang zet wat je personage moet verwerken of wat later terugkomt als nieuwe uitdaging. Bijvoorbeeld:
* “Ik moet nu aan de slag met het feit dat ik single ben en makkelijk eenzaam ben.” In werkelijkheid is dit de verborgen leugen van dit personage en liep de relatie stuk omdat hij zichzelf niet kon zijn in de relatie. Het personage moet niet met eenzaamheid leren worstelen, maar leren een sociaal wenselijk masker af te zetten.
* De koene ridder heeft de draak verslagen en is niet meer bang voor de dood. Dat denkt hij tenminste. Wat als zijn geliefde tante plotseling op sterven ligt? Hij is dan misschien niet bang om zelf te sterven, maar nog wel bang voor een rouwproces.
* Je kan je personage ook iets laten overkomen waarvan het denkt dat het nóóit zou gebeuren. Kijk eens wat het doet als alles onvoorspelbaar wordt als het dacht alles te zien aankomen, te kunnen regelen of op een andere manier onder controle te hebben…

Met andere woorden: je mag je personage dus veel gunnen, zolang je voor de ogen van je lezer en ongezien voor je personage achter de schermen met iets anders of veel andere dingen bezig bent om het plot zodanig te laten verlopen dat als puntje bij paaltje komt er voor het personage toch nog mysterie in diens leven of heldenreis overblijft. Deze tabel geeft je een overzicht van een aantal mogelijkheden.

Je personage denkt dat je hieraan sleutelt of dat het zelf hiermee bezig isHier ben je (echt) mee bezig
een nieuwe eerste clue, om weer een andere comfortzone uit te stappenaanzet voor de ramp, van die ‘eerste’ comfortzone
je laten worstelen met diens eigen bedenkingen een symbolische foreshadowing van een plottwist of een opzet voor het derde opstakel
de crisishet tweede obstakel: de heldenreis is veel groter dan je hoofdpersonage kan voorzien
worstelen met een oude relatiehet begin geven voor een nieuwe relatie. (Elk einde is een nieuw begin…)

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.

Een verhaaleinde voor je boek bepalen bij meerdere mogelijkheden

Er zijn van die verhalen waarvan je als lezer denkt: maar zó had het niet af moeten lopen. En daar heb je dan ook echt gegronde redenen voor: Is de schrijver soms de groei van dat ene medepersonage vergeten? Of die ene scène waarvan jij dacht dat het de basis van het verhaal vormde?
Nee, maar soms moet een schrijver kiezen tussen twee mogelijkheden om een verhaal af te sluiten, waarbij de ene manier niet beter is, maar slechts van een andere insteek uitgaat. Hoe maak je die afweging als jij zelf de schrijver bent?

Voorbeeldcasus: “Ik ben moe, baas” – The Green mile

Alweer een voorbeeld uit The green mile (sorry, maar het is mijn lievelingsfilm ;))

John Coffey heeft helende krachten, maar wordt door een misverstand toch ter dood veroordeeld. Zijn hoofdbewaker, Paul, weet van Johns door God gegeven gave, en biedt John daarom aan om hem te helpen ontsnappen. Hij vreest de wraak van God bij de hemelpoort als hij een wonder van God doodt. Maar John wil daar niets van weten: hij is moe van het leven op aarde, omdat hem dat zoveel pijn doet. Hij zegt in zoveel woorden dat Paul hem een gunst zou verlenen door hem ter dood te veroordelen.
De film eindigt als Paul 108 jaar oud is en aan een vriendin uitlegt dat hij waarschijnlijk nog honderden jaren te leven heeft, maar nu al naar de dood verlangt. Dat is als gevolg van het feit dat ‘John hem met zijn gave me met leven heeft geïnfecteerd.’ Paul interpreteert dat als Gods straf, omdat John, een mirakel van God, uiteindelijk toch op de elektrische stoel is gestorven en Paul daar als leidinggevende van de dodencel het bevel toe moest geven.

De film sluit ook duidelijk af met de boodschap dat die interpretatie van Paul de juiste is. Terwijl in theorie Paul ook gewoon op een gemiddelde leeftijd had kunnen sterven. John, als belichaamde engel vroeg zelf om die dood en gedurende de film is Paul een door en door humaan mens. Het is dus (net zo) logisch om Paul helemaal niet zo te straffen. Als een engel je een direct verzoek geeft, zou het wel raar zijn als God dan zou zeggen dat je niet naar Zijn boodschapper had moeten luisteren.

Checklist vóór het beslissen van je einde

Als je (mogelijke) eindes hebt die allemaal kunnen kloppen omdat ze allemaal genoeg hebben gezaaid om te kunnen oogsten, dan moet je simpelweg gaan kiezen.
Het feit je dat de God in het verhaal van The Green Mile wreed zou kunnen noemen, vanwege de straf die Hij uitdeelt, terwijl hij zou kunnen weten dat Paul en John tot deze afspraak waren gekomen, maakt het angstaanjagend, maakt het de horror die King graag schrijft (de film is gebaseerd op zijn boek.)

Kom je zelf ook voor de keuze te staan dat je einde voor meer interpretaties vatbaar is over hoe je gesloten einde eruit moet zien, dan moet je eerst een aantal dingen nagaan:

  • Gaat je optionele einde als een stevige rode draad door het verhaal heen? Je kan eindigen met het idee ‘nu heb ik niets meer te zeggen’, ‘nou, ja dan trek ik maar even snel een conclusie’ of met ‘zo is er een cirkel rond’. Als een van die eerste twee opties het geval is, heb je sowieso geen goed einde. Ga dus geen verhaalthema’s nog onnodig uitleggen, koppels forceren, enzovoorts.
  • Ga na wat je zelf het belangrijkste vindt voor een /dit verhaal. De boodschap? De uniekheid van het verhaal? Het gewicht van een plottwist?
  • Als je proeflezers hebt ingeschakeld, hebben zij dan een scène waar ze he-le-maal dol op zijn? Dan is dit je kans om die mee te nemen in het slot als een soort ‘u vraagt-wij-draaien’ voor je (aankomende) publiek.

Dan kan je je door je voorkeur laten leiden.

Thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist

Je kan grofweg kiezen uit thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist als je gaat bepalen welk element je einde vooral moet dragen. Hier volgen een aantal aandachtspunten. Hou er altijd rekening mee dat je gedurende je verhaal al de nodige aanloop en opzetjes moet geven.

Verhaalthema

  • Een verhaalthema behelst meer dan een onderwerp/gebeurtenis in een verhaal. Kies de belangrijkste ervan om het verhaal mee af te sluiten.
  • Een thema draagt meestal ook een moraal met zich mee. Waak ervoor dat je bij de wrap-up en het einde niet het podium aan een moraalridder geeft.

Genre

  • Een genre is heel breed, maar in een slot moet je afronden. Blik dus terug op scènes die ingaan op iets wat het genre duidelijk weerspiegelt.
  • Probeer één genre ‘aan te houden’. Dus als je drama en romance hebt, leg dan liever de nadruk op de romance, of het drama eromheen, niet allebei. Dat wordt geprop.

Heldenreis

  • Blik duidelijk terug op hoe de tweede akte, het vallen en opstaan is verlopen. Het groeiproces is belangrijker dan het resultaat.
  • Vergeet niet om je medepersonage(s) deel uit te laten maken van de laatste scène(s). Een held voltooid zijn heldenreis nooit alleen.

Emotie

  • De grootste beleving van de emotie die je centraal stelt, is al geweest in het slot. Geef je lezer ruimte om bij te komen in de laatste bladzijdes. Je boek moet worden dichtgeslagen met emotie, niet dichtgemept vanwege de emotionele bagage die te groot is.
  • Als je bij het einde gaat ‘uitdrijven’ qua emotie, neem dan ook de toon van het einde nog eens onder de loep.

Plottwist

  • Eindig een verhaal niet letterlijk met een plottwist, maar hoe die de personages en hun wereld op zijn kop zet.
  • Als je een verhaal met een grote plottwist eindigt, zorg er dan voor dat je in de rest van het verhaal al wat kleinere hebt verwerkt. Als een lezer niet voorbereid is op de mogelijkheid van een plottwist in je verhaal, dan gaat een plottwist op het einde geforceerd overkomen, hoe goed die ook is uitgewerkt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vladislav Babienko, verkregen via Unsplash.

Wanneer is een personagebiografie te uitgebreid?

Het schrijven van een personagebiografie is erg belangrijk. Het geeft je zowel inzicht als grip op het wel en wee van je personage. Alles staat netjes op een rijtje, zodat fouten in de continuïteit zeldzaam worden. Ook kunnen losse stukjes informatie een eureka-moment opleveren voor het plot, of bepaalde samenhang. Toch kan je personagebiografie ook te uitgebreid worden. Wanneer is dat punt bereikt?

Wat staat er altijd in een personagebiografie?

In een personagebiografie staat alles wat belangrijk is om te weten voor je personage. Dit kunnen zeer feitelijke dingen zijn, zoals leeftijd en geboorteplaats, maar ook dingen die je personage meer vorm geven. Denk hierbij aan karaktertrekken en wat voor archetype je personage is: de zaken waarop je kan voortborduren, zowel in de personagebiografie zelf als bij de verdere plotontwikkeling. Er zijn niet echt dingen die je mee móet nemen in de personagebiografie, elk verhaal is immers anders. Al zijn er wel elementen die je niet zo snel links moet laten liggen. De verdieping die deze elementen je geven, vormen de basis voor een personage dat daadwerkelijk een verhaal kan dragen.

Een personagebiografie samenstellen

Omdat ieder verhaal en ieder hoofdpersonage anders is, zal geen personagebiografie hetzelfde zijn. Waar het in het ene verhaal belangrijk is om het lievelingskostje van je personage mee te nemen, omdat het een chef is, maakt dat in een oorlogsverhaal niets uit. Lievelingseten? Wees blij als je eten hebt! Daarom kan het maken van een personagebiografie zowel makkelijk als moeilijk zijn. Het is makkelijk omdat je vrij bent er alles in op te schrijven wat je belangrijk lijkt, het kan moeilijk worden om daarin de grens te zoeken. Niet zozeer omdat je weet of een schoenmaat al dan niet belangrijk is, maar omdat er tijdens het op een rijtje zetten van alle informatie soms een eindeloze stroom aan inspiratie komt. Het is een soort butterfly-effect aan informatie die uiteindelijk een infodump tot gevolg heeft. Een infodump die heel moeilijk aan te passen is, omdat je zelf niet meer weet wat nu belangrijk is en wat toch een detail blijkt te zijn.

Hoe komt een infodump in een personagebiografie tot stand?

Stel dat jouw supersociale, vrolijk personage receptionist is bij een hotel. Dat zijn dingen die je puntsgewijs op kan schrijven in de biografie, zoals dat format van je vraagt.
* Beroep: receptionist
* karaktertrekken: sociaal, vrolijk.

Dan bedenk je je: omdat het personage goed met klanten overweg kan, gaan die waarschijnlijk altijd met een goed gevoel weer naar huis. Daar kan ik iets mee! Een goede beoordeling op Tripadvisor is het gevolg en de receptionist wordt werknemer van de maand. Je schrijft verder:
* Heimelijk geluksmomentje: als een klant tevreden naar huis gaat
* Trots moment: toen het werd benoemd tot werknemer van de maand

Maar dan komt dat echte butterfly effect ineens om de hoek kijken, want met deze informatie komen er plotseling niet zozeer feiten naar de oppervlakte, maar complete verhaalideeën. Toen hij werknemer van de maand werd, kreeg de receptionist ook een eenmalige bonus. Daarvan heeft het een mooi cadeau gekocht voor diens wederhelft. Precies dat cadeau wat al een tijd op de wensenlijst stond. Daar kwam de receptionist achter toen het toevallig van een vriend hoorde dat de wederhelft voor dat cadeau aan het sparen was. Hé, inspiratie!
* Karaktertrekken: sociaal, vrolijk, attent, onzelfzuchtig
* Laat waarderingen zien aan anderen door middel van: verrassingen
* Zwakke punt: kan af en toe wat stiekem zijn, gevoelig voor roddelen

Nu staan er een aantal dingen in de personagebiografie die best specifiek zijn. Dat is niet erg, zoals je al kon lezen bij het voorbeeld over het lievelingskostje. Ook hoeft deze informatie niet per se het hele verhaal te blokkeren. Het feit dat dit personage gevoelig is voor roddelen, kan je later ook gebruiken om een plottwist mee te starten, of het personage mee in de penarie te laten belanden. Het wordt een probleem zodra je de informatie die tot stand komt door een flits van inspiratie niet meer los kan zien van het verhaal dat met die informatie ‘meelift’. Merk je dat je de neiging hebt om telkens weer te schrijven over dat cadeau -de blijk van waardering middels verrassingen- omdat dat zo mooi aansluit bij de goede relatie tussen deze twee mensen? Als je daar een compleet hoofdstuk aan gaat wijden om alleen dat te bewijzen, terwijl je hun liefde ook met kort en krachtige show don’t tells door het verhaal heen kan schetsen, ga je te ver. Dan zet je het plot op slot omwille van een feitje dat jij persoonlijk leuk vindt en wordt dit ‘miniplot’ niet meer dan een infodump van vele woorden.

Laat het lot beslissen

Als je te veel informatie specifiek uitschrijft in een personagebiografie, leidt dat ertoe dat je net zoals in het voorbeeld hierboven op den duur veel miniplots krijgt die langzaam maar zeker het complete verhaal kunnen opslokken. Daarmee beslis je in feite het complete verhaalverloop en dat is niet de bedoeling van een personagebiografie.
Vergelijk het met een levensloop: die kan je in de brede zin (proberen te) bepalen, maar tot in detail alles plannen gaat niet. Vroeg of laat komt het lot ertussen. Beschouw jouw creatieve inspiratie in dit geval als het lot. Die moet ook af en toe de ruimte kunnen krijgen om te beslissen, zeker tijdens het schrijfproces. Als je je personagebiografie beschouwt als iets dat definitief is en als heilig moet worden beschouwd, zet je je creativiteit tijdens het schrijven op slot. Schrappen gaat dan vrijwel onmogelijk worden en als je nieuwe inspiratie krijgt, is het niet mogelijk om die nog toe te voegen aan een verhaallijn die al bijna rond was.
Onthoud: je personagebiografie blijft een naslagwerk, niet een complete verhaallijn waar alleen nog maar een omzet van statisch format naar een goede zinsbouw voor nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto gemaakt door Glenn Carstens-Peters verkregen via Unsplash.