Zo mag je personage symboliek opmerken

Als schrijver speel en experimenteer je met symboliek, om je verhaal de nodige kleur te geven. Soms is die symboliek alleen voor de lezer zichtbaar, soms merkt het personage die ook op. Is dat een rode vlag voor een slecht verhaal of kan je dat in je voordeel gebruiken?

Symboliek opmerken in het echte leven

In het echte leven iets opmerken wat in een boek symboliek zou zijn, komt voor. Alleen wordt het dan vaak ‘ultieme ironie’ ‘een seintje’ of ‘de hand of de wil van God.’ genoemd. Denk aan:
* Net als ik hoor dat ik onvruchtbaar ben, wordt mijn beste vriendin zwanger en vernoemd ze haar zoon naar mij en word ik zijn peetvader. Zo kan ik nog steeds het ouderschap ervaren.
* Opa was gek op roodborstjes, maar je ziet ze hier bijna nooit. Nu is opa een week geleden gestorven en zijn er al drie in een week verschenen.
* Toen ik suïcidaal was, zei ik tegen God: “Ik weerhoud me alleen van zelfmoord als iemand letterlijk zegt dat ik nog niet klaar ben met dit leven.” Dat was het eerste dat mijn redder tegen me zei toen ze zag dat ik aanstalten maakte om van de brug te springen.

Je personage mag dus wel degelijk denken: hier is iets of iemand zich actief met mijn gang van zaken aan het bemoeien en dat aan aan het sturen. Zo je wil mag je personage dus (bij)gelovig zijn en hoef jij je als god van het verhaal niet volledig te verstoppen.

De paradox van de narratieve god

Als je een personage je ‘opvallend’ wil helpen, kom je al snel een paradox tegen. Zelfs als je personage wéét dat jij aan de touwtjes trekt, als zijn God, al houdt het zich aan de tien geboden en heeft het een goed afgestemd ‘lijntje’ met de hogere macht, dan mag je dat personage alsnog niet op zijn wenken bedienen en het te vaak belonen omdat het ‘een goed Christen’ of ‘een goede ziel’ of iets anders is waarvan jij denkt dat de/ een échte God hartstikke tevreden mee zou zijn. Want de god die in zo’n goede verbinding staat met een van zijn schepsels, haalt veel en/of (de) belangrijkste obstakels uit de weg. Als narratieve god mag je dat niet doen, want dan houd je geen fatsoenlijke spanningsboog meer over: de complete tweede akte zou er zowat van verdwijnen. Je kan besluiten om redelijk willekeurig je personage spiritueel bij te staan of gebeden te beantwoorden op momenten die ertoe doen, maar dan kan je alsnog de mist ingaan. Ga liever na waar, hoe en ook waarom je -omwille van een goed verhaal- je je personage het beste kan helpen.

Het bordje met de pijl bij het schrijven van symboliek

Je personage kan denken te weten waar het heen gaat met diens leven, of kan daar een sterke wil over hebben, uiteindelijk heeft je personage altijd maar een deel van het complete verhaal in de smiezen. Je kan immers nooit weten hoe een hogere macht besluit jouw leven te sturen als er dingen in het spel zijn waar jij domweg geen invloed op hebt. Als je een ‘gebed’ van je personage wil verhoren, kijk dan eens naar welke van de volgende dingen je personage redelijk goed lijkt te doorzien:
* als ik dit doe, ga ik daar spijt van krijgen
* deze comfortzone moet ik uit om later iets te kunnen overwinnen.
* dit gaat me vast lukken, want ik heb een eerder obstakel al overwonnen en dit is vrijwel hetzelfde

Doe alsof je dan voor de ogen van je personage op het spreekwoordelijke bordje met een pijl zet: voor een gelukkig leven, hier naar links of liever: voor de volgende stap in jouw goed voorziene tweede akte, hier naar links.
Je kan dan twee dingen doen: naar links wijzen en alles vervolgens verder laten gaan volgens het rechterpad (je personage dus op het verkeerde been zetten met de verdere voortgang van het plot) of je laat het personage denken dat het aan het ene groeiproces bezig is, terwijl je iets anders in gang zet wat je personage moet verwerken of wat later terugkomt als nieuwe uitdaging. Bijvoorbeeld:
* “Ik moet nu aan de slag met het feit dat ik single ben en makkelijk eenzaam ben.” In werkelijkheid is dit de verborgen leugen van dit personage en liep de relatie stuk omdat hij zichzelf niet kon zijn in de relatie. Het personage moet niet met eenzaamheid leren worstelen, maar leren een sociaal wenselijk masker af te zetten.
* De koene ridder heeft de draak verslagen en is niet meer bang voor de dood. Dat denkt hij tenminste. Wat als zijn geliefde tante plotseling op sterven ligt? Hij is dan misschien niet bang om zelf te sterven, maar nog wel bang voor een rouwproces.
* Je kan je personage ook iets laten overkomen waarvan het denkt dat het nóóit zou gebeuren. Kijk eens wat het doet als alles onvoorspelbaar wordt als het dacht alles te zien aankomen, te kunnen regelen of op een andere manier onder controle te hebben…

Met andere woorden: je mag je personage dus veel gunnen, zolang je voor de ogen van je lezer en ongezien voor je personage achter de schermen met iets anders of veel andere dingen bezig bent om het plot zodanig te laten verlopen dat als puntje bij paaltje komt er voor het personage toch nog mysterie in diens leven of heldenreis overblijft. Deze tabel geeft je een overzicht van een aantal mogelijkheden.

Je personage denkt dat je hieraan sleutelt of dat het zelf hiermee bezig isHier ben je (echt) mee bezig
een nieuwe eerste clue, om weer een andere comfortzone uit te stappenaanzet voor de ramp, van die ‘eerste’ comfortzone
je laten worstelen met diens eigen bedenkingen een symbolische foreshadowing van een plottwist of een opzet voor het derde opstakel
de crisishet tweede obstakel: de heldenreis is veel groter dan je hoofdpersonage kan voorzien
worstelen met een oude relatiehet begin geven voor een nieuwe relatie. (Elk einde is een nieuw begin…)

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Gerd Altmann via Pixabay.

Een verhaaleinde voor je boek bepalen bij meerdere mogelijkheden

Er zijn van die verhalen waarvan je als lezer denkt: maar zó had het niet af moeten lopen. En daar heb je dan ook echt gegronde redenen voor: Is de schrijver soms de groei van dat ene medepersonage vergeten? Of die ene scène waarvan jij dacht dat het de basis van het verhaal vormde?
Nee, maar soms moet een schrijver kiezen tussen twee mogelijkheden om een verhaal af te sluiten, waarbij de ene manier niet beter is, maar slechts van een andere insteek uitgaat. Hoe maak je die afweging als jij zelf de schrijver bent?

Voorbeeldcasus: “Ik ben moe, baas” – The Green mile

Alweer een voorbeeld uit The green mile (sorry, maar het is mijn lievelingsfilm ;))

John Coffey heeft helende krachten, maar wordt door een misverstand toch ter dood veroordeeld. Zijn hoofdbewaker, Paul, weet van Johns door God gegeven gave, en biedt John daarom aan om hem te helpen ontsnappen. Hij vreest de wraak van God bij de hemelpoort als hij een wonder van God doodt. Maar John wil daar niets van weten: hij is moe van het leven op aarde, omdat hem dat zoveel pijn doet. Hij zegt in zoveel woorden dat Paul hem een gunst zou verlenen door hem ter dood te veroordelen.
De film eindigt als Paul 108 jaar oud is en aan een vriendin uitlegt dat hij waarschijnlijk nog honderden jaren te leven heeft, maar nu al naar de dood verlangt. Dat is als gevolg van het feit dat ‘John hem met zijn gave me met leven heeft geïnfecteerd.’ Paul interpreteert dat als Gods straf, omdat John, een mirakel van God, uiteindelijk toch op de elektrische stoel is gestorven en Paul daar als leidinggevende van de dodencel het bevel toe moest geven.

De film sluit ook duidelijk af met de boodschap dat die interpretatie van Paul de juiste is. Terwijl in theorie Paul ook gewoon op een gemiddelde leeftijd had kunnen sterven. John, als belichaamde engel vroeg zelf om die dood en gedurende de film is Paul een door en door humaan mens. Het is dus (net zo) logisch om Paul helemaal niet zo te straffen. Als een engel je een direct verzoek geeft, zou het wel raar zijn als God dan zou zeggen dat je niet naar Zijn boodschapper had moeten luisteren.

Checklist vóór het beslissen van je einde

Als je (mogelijke) eindes hebt die allemaal kunnen kloppen omdat ze allemaal genoeg hebben gezaaid om te kunnen oogsten, dan moet je simpelweg gaan kiezen.
Het feit je dat de God in het verhaal van The Green Mile wreed zou kunnen noemen, vanwege de straf die Hij uitdeelt, terwijl hij zou kunnen weten dat Paul en John tot deze afspraak waren gekomen, maakt het angstaanjagend, maakt het de horror die King graag schrijft (de film is gebaseerd op zijn boek.)

Kom je zelf ook voor de keuze te staan dat je einde voor meer interpretaties vatbaar is over hoe je gesloten einde eruit moet zien, dan moet je eerst een aantal dingen nagaan:

  • Gaat je optionele einde als een stevige rode draad door het verhaal heen? Je kan eindigen met het idee ‘nu heb ik niets meer te zeggen’, ‘nou, ja dan trek ik maar even snel een conclusie’ of met ‘zo is er een cirkel rond’. Als een van die eerste twee opties het geval is, heb je sowieso geen goed einde. Ga dus geen verhaalthema’s nog onnodig uitleggen, koppels forceren, enzovoorts.
  • Ga na wat je zelf het belangrijkste vindt voor een /dit verhaal. De boodschap? De uniekheid van het verhaal? Het gewicht van een plottwist?
  • Als je proeflezers hebt ingeschakeld, hebben zij dan een scène waar ze he-le-maal dol op zijn? Dan is dit je kans om die mee te nemen in het slot als een soort ‘u vraagt-wij-draaien’ voor je (aankomende) publiek.

Dan kan je je door je voorkeur laten leiden.

Thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist

Je kan grofweg kiezen uit thema, genre, heldenreis, emotie of plottwist als je gaat bepalen welk element je einde vooral moet dragen. Hier volgen een aantal aandachtspunten. Hou er altijd rekening mee dat je gedurende je verhaal al de nodige aanloop en opzetjes moet geven.

Verhaalthema

  • Een verhaalthema behelst meer dan een onderwerp/gebeurtenis in een verhaal. Kies de belangrijkste ervan om het verhaal mee af te sluiten.
  • Een thema draagt meestal ook een moraal met zich mee. Waak ervoor dat je bij de wrap-up en het einde niet het podium aan een moraalridder geeft.

Genre

  • Een genre is heel breed, maar in een slot moet je afronden. Blik dus terug op scènes die ingaan op iets wat het genre duidelijk weerspiegelt.
  • Probeer één genre ‘aan te houden’. Dus als je drama en romance hebt, leg dan liever de nadruk op de romance, of het drama eromheen, niet allebei. Dat wordt geprop.

Heldenreis

  • Blik duidelijk terug op hoe de tweede akte, het vallen en opstaan is verlopen. Het groeiproces is belangrijker dan het resultaat.
  • Vergeet niet om je medepersonage(s) deel uit te laten maken van de laatste scène(s). Een held voltooid zijn heldenreis nooit alleen.

Emotie

  • De grootste beleving van de emotie die je centraal stelt, is al geweest in het slot. Geef je lezer ruimte om bij te komen in de laatste bladzijdes. Je boek moet worden dichtgeslagen met emotie, niet dichtgemept vanwege de emotionele bagage die te groot is.
  • Als je bij het einde gaat ‘uitdrijven’ qua emotie, neem dan ook de toon van het einde nog eens onder de loep.

Plottwist

  • Eindig een verhaal niet letterlijk met een plottwist, maar hoe die de personages en hun wereld op zijn kop zet.
  • Als je een verhaal met een grote plottwist eindigt, zorg er dan voor dat je in de rest van het verhaal al wat kleinere hebt verwerkt. Als een lezer niet voorbereid is op de mogelijkheid van een plottwist in je verhaal, dan gaat een plottwist op het einde geforceerd overkomen, hoe goed die ook is uitgewerkt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Vladislav Babienko, verkregen via Unsplash.

Wanneer is een personagebiografie te uitgebreid?

Het schrijven van een personagebiografie is erg belangrijk. Het geeft je zowel inzicht als grip op het wel en wee van je personage. Alles staat netjes op een rijtje, zodat fouten in de continuïteit zeldzaam worden. Ook kunnen losse stukjes informatie een eureka-moment opleveren voor het plot, of bepaalde samenhang. Toch kan je personagebiografie ook te uitgebreid worden. Wanneer is dat punt bereikt?

Wat staat er altijd in een personagebiografie?

In een personagebiografie staat alles wat belangrijk is om te weten voor je personage. Dit kunnen zeer feitelijke dingen zijn, zoals leeftijd en geboorteplaats, maar ook dingen die je personage meer vorm geven. Denk hierbij aan karaktertrekken en wat voor archetype je personage is: de zaken waarop je kan voortborduren, zowel in de personagebiografie zelf als bij de verdere plotontwikkeling. Er zijn niet echt dingen die je mee móet nemen in de personagebiografie, elk verhaal is immers anders. Al zijn er wel elementen die je niet zo snel links moet laten liggen. De verdieping die deze elementen je geven, vormen de basis voor een personage dat daadwerkelijk een verhaal kan dragen.

Een personagebiografie samenstellen

Omdat ieder verhaal en ieder hoofdpersonage anders is, zal geen personagebiografie hetzelfde zijn. Waar het in het ene verhaal belangrijk is om het lievelingskostje van je personage mee te nemen, omdat het een chef is, maakt dat in een oorlogsverhaal niets uit. Lievelingseten? Wees blij als je eten hebt! Daarom kan het maken van een personagebiografie zowel makkelijk als moeilijk zijn. Het is makkelijk omdat je vrij bent er alles in op te schrijven wat je belangrijk lijkt, het kan moeilijk worden om daarin de grens te zoeken. Niet zozeer omdat je weet of een schoenmaat al dan niet belangrijk is, maar omdat er tijdens het op een rijtje zetten van alle informatie soms een eindeloze stroom aan inspiratie komt. Het is een soort butterfly-effect aan informatie die uiteindelijk een infodump tot gevolg heeft. Een infodump die heel moeilijk aan te passen is, omdat je zelf niet meer weet wat nu belangrijk is en wat toch een detail blijkt te zijn.

Hoe komt een infodump in een personagebiografie tot stand?

Stel dat jouw supersociale, vrolijk personage receptionist is bij een hotel. Dat zijn dingen die je puntsgewijs op kan schrijven in de biografie, zoals dat format van je vraagt.
* Beroep: receptionist
* karaktertrekken: sociaal, vrolijk.

Dan bedenk je je: omdat het personage goed met klanten overweg kan, gaan die waarschijnlijk altijd met een goed gevoel weer naar huis. Daar kan ik iets mee! Een goede beoordeling op Tripadvisor is het gevolg en de receptionist wordt werknemer van de maand. Je schrijft verder:
* Heimelijk geluksmomentje: als een klant tevreden naar huis gaat
* Trots moment: toen het werd benoemd tot werknemer van de maand

Maar dan komt dat echte butterfly effect ineens om de hoek kijken, want met deze informatie komen er plotseling niet zozeer feiten naar de oppervlakte, maar complete verhaalideeën. Toen hij werknemer van de maand werd, kreeg de receptionist ook een eenmalige bonus. Daarvan heeft het een mooi cadeau gekocht voor diens wederhelft. Precies dat cadeau wat al een tijd op de wensenlijst stond. Daar kwam de receptionist achter toen het toevallig van een vriend hoorde dat de wederhelft voor dat cadeau aan het sparen was. Hé, inspiratie!
* Karaktertrekken: sociaal, vrolijk, attent, onzelfzuchtig
* Laat waarderingen zien aan anderen door middel van: verrassingen
* Zwakke punt: kan af en toe wat stiekem zijn, gevoelig voor roddelen

Nu staan er een aantal dingen in de personagebiografie die best specifiek zijn. Dat is niet erg, zoals je al kon lezen bij het voorbeeld over het lievelingskostje. Ook hoeft deze informatie niet per se het hele verhaal te blokkeren. Het feit dat dit personage gevoelig is voor roddelen, kan je later ook gebruiken om een plottwist mee te starten, of het personage mee in de penarie te laten belanden. Het wordt een probleem zodra je de informatie die tot stand komt door een flits van inspiratie niet meer los kan zien van het verhaal dat met die informatie ‘meelift’. Merk je dat je de neiging hebt om telkens weer te schrijven over dat cadeau -de blijk van waardering middels verrassingen- omdat dat zo mooi aansluit bij de goede relatie tussen deze twee mensen? Als je daar een compleet hoofdstuk aan gaat wijden om alleen dat te bewijzen, terwijl je hun liefde ook met kort en krachtige show don’t tells door het verhaal heen kan schetsen, ga je te ver. Dan zet je het plot op slot omwille van een feitje dat jij persoonlijk leuk vindt en wordt dit ‘miniplot’ niet meer dan een infodump van vele woorden.

Laat het lot beslissen

Als je te veel informatie specifiek uitschrijft in een personagebiografie, leidt dat ertoe dat je net zoals in het voorbeeld hierboven op den duur veel miniplots krijgt die langzaam maar zeker het complete verhaal kunnen opslokken. Daarmee beslis je in feite het complete verhaalverloop en dat is niet de bedoeling van een personagebiografie.
Vergelijk het met een levensloop: die kan je in de brede zin (proberen te) bepalen, maar tot in detail alles plannen gaat niet. Vroeg of laat komt het lot ertussen. Beschouw jouw creatieve inspiratie in dit geval als het lot. Die moet ook af en toe de ruimte kunnen krijgen om te beslissen, zeker tijdens het schrijfproces. Als je je personagebiografie beschouwt als iets dat definitief is en als heilig moet worden beschouwd, zet je je creativiteit tijdens het schrijven op slot. Schrappen gaat dan vrijwel onmogelijk worden en als je nieuwe inspiratie krijgt, is het niet mogelijk om die nog toe te voegen aan een verhaallijn die al bijna rond was.
Onthoud: je personagebiografie blijft een naslagwerk, niet een complete verhaallijn waar alleen nog maar een omzet van statisch format naar een goede zinsbouw voor nodig is.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto gemaakt door Glenn Carstens-Peters verkregen via Unsplash.

Kiezen tussen symboliek en plot in een boek

Een verhaal met eindeloze symboliek en zonder plot gaat geen kant op en blijft steken in eindeloze, onnodige beschrijvingen. Maar een plot zonder de nodige verhaalthema’s of symboliek is vreselijk oppervlakkig en leest daardoor enorm saai. Balans het toverwoord. Balans vinden tussen plot en symboliek is vaak een kwestie van intuïtie, maar het helpt als je weet wat de functies van het plot en de symboliek ten opzichte van elkaar zijn.

Plot: basis en verdieping

Als je een verhaal bedenkt, begin dan altijd met het uitwerken van het plot, ook al wordt je geïnspireerd door iets symbolisch. Als je bij het zien van een zwangere vrouw denkt aan een groeiproces, ga dan niet meteen denken hoe iemand op allerlei symbolische manieren kan groeien. Begin heel algemeen:
Mijn hoofdpersoon is een zwangere vrouw die door het moederschap gaat groeien, door de nieuwe verantwoordelijkheid die ze krijgt als ze er alleen voor komt te staan.
Dan kan je iets specifieker gaan kijken. Wat overkomt alleenstaande moeder (en kind) wat het verhaal noemenswaardig maakt?
* Wordt een van beide ernstig ziek?
* Is de vader gewelddadig?
* Weet de moeder niet wie de vader is en gaat haar verhaal om het groeiproces van gezonde relaties aangaan?

Stel zulke zaken vast voordat je je druk maakt over dingen als hoe de navelstreng ook symbool kan staan voor het kind dat gehecht aan de moeder en dat het een (symbolisch) groeiproces is om je kind los te laten. Ook al heb je een ware gedachtenexplosie aan inspirerende symboliek, je moet eerst van details een algemeen geheel maken voordat je die verder kan uitwerken.

Symboliek: noodzaak en toegevoegde waarde

Symboliek heeft een belangrijke functie in een verhaal. Het helpt de lezer bewust of onbewust verbanden te leggen tussen belangrijke zaken in het plot. Zo zal het in een onheilspellende scène eerder regenen dan stralend weer zijn. Het is een kunst op zich om symboliek zodanig in je verhaal te verweven dat het geen cliché wordt. Maar doorzichtig of niet, symboliek is wel het verschil tussen de eerste kop koffie naast het bureau om maandagochtend negen uur (‘Waar is mijn energie? Ik heb cafeïne nodig na een lang weekend…’) en de verder niet gespecificeerde kop koffie die je personage op ieder moment van iedere dag kan drinken.
Kortom: zonder symboliek is het heel moeilijk, zo niet onmogelijk om (prettige) sfeeromschrijvingen mee te nemen in je verhaal zonder je toevlucht te zoeken tot continue infodump. Daarnaast heeft goed uitgewerkte symboliek het enorme voordeel dat het erg bevredigend leest voor de lezer. Er is een samenhang, zonder dat die door de strot wordt geduwd. Het spreekwoordelijke cirkeltje is rond, alles is zoals het ‘hoort te zijn.’ Goede symboliek kan ervoor zorgen dat je lezer het boek uitgesproken tevreden dichtslaat. Het heeft dus zeker toegevoegde waarde.

Voorbeeld: zwangere vrouw bij de Seattle Starbucks

Als je op deze manier met plot en symboliek aan het experimenteren bent, kan het lastig worden om te kiezen tussen goede symboliek en het plot aan de gang houden. Een voorbeeldcasus:

Onze (toekomstig) zwangere heldin moet ‘ontgiften’ van schadelijke relaties. Gedurende het verhaal maakt ze daarin een groeiproces door. Zo, zeer algemeen plot vastgesteld. Koffie is in zekere mate giftig voor een foetus, dus laten we gebruik maken van ironische symboliek: ze ontmoet de aankomende vader in de allereerste vestiging van Starbucks, in Seattle. De man die haar later in het verhaal vreselijk (lees: symbolisch giftig) gaat behandelen.
De Starbucks is natuurlijk een koffiegigant, maar die eerste vestiging in Seattle geeft de symboliek nog een extra laagje: het begin van iets groots. Mensen staan daar letterlijk in de rij, niet zozeer vanwege de koffie die daar wordt geschonken zoals in iedere Starbucks, maar ómdat het de allereerste Starbucks is. Toch het blijft een Starbuckskoffiezaak, zoals er wereldwijd tienduizenden meer zijn. Oftewel: deze man draait vooral om buitenkant, en/of is er een zoals zovelen en is niet zo speciaal als hij lijkt te zijn. Laat deze man ook nog eens een echte koffiekenner zijn die de vrouw alles kan vertellen over de verschillende koffies/ menu-items in Seattle Starbucks en je hebt een hint dat deze man op allerlei manieren schadelijk is of gaat worden. Prima, niks meer aan doen!

Maar dan komt het plot zich ermee bemoeien:

  • “Als je vóór bladzijde honderd de eerste akte wil afronden, is er geen tijd voor twintig koffiebeschrijvingen! Dit betekent absolute stilstand!”
  • “Moeder drinkt alleen koffie bij zeldzame gelegenheden. Wat maakt dat ze nu al met deze man koffie wil drinken? Ze zijn net op twee dates geweest… Het is nog geen tijd voor het eerste obstakel.”
  • “Seattle is een pokkeneind hiervandaan. Waar haalt Moeder überhaupt de tijd en het geld vandaan om naar die Seattle Starbucks te gaan? Ze was toch druk bezig om haar eigen zaak te starten? Daar draaide het hele verhaal om! Gaan we dat nu uit het raam gooien omdat ze een willekeurige vent tegenkomt?”

Als symboliek het plot of de plotopbouw dreigt te verstoren, kijk dan eens of je de symboliek nog kan behouden in de brede zin van het woord. Misschien lukt het om de symboliek zodanig aan te passen dat het niet alleen oppervlakkig symbolisch is, maar ook nog toegevoegde symbolische waarde heeft: jouw heldin is geen dertien in een dozijn en gaat dus ook niet naar de massale, alledaagse Starbucksketen. Deze onafhankelijke vrouw spreekt af in een koffiezaakje dat zelfstandig wordt gerund. Dáár gaat de slechte, koffiekennende ober haar verleiden. Zie je wat ik doe met de dikgedrukte woorden? De symboliek is er nog, maar is een stuk subtieler. Misschien merkt niemand het nog als symbolisch op, maar het zal je plot in ieder geval niet op slot zetten. Kijk eens wat je kan verzinnen of juist los kan laten als je het begrip symboliek wat breder interpreteert. Bedenk: symboliek is mooi en kan een verhaal verrijken, maar het kan nooit de basis van een plot vormen.

Uiteindelijk gaat het bij het kiezen tussen plot en symboliek erom dat:
* Het plot voorrang krijgt op symboliek.
* Symboliek zich óf onopvallend op de achtergrond moet afspelen óf opvallend het plot kan verrijken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Pas op voor de valse held bij het schrijven van een boek

Een protagonist wordt pas een held als die ook iets heldhaftigs doet. Dat lijkt een open deur, maar als je niet oplet, kan je zomaar een hoofdpersonage schrijven dat een voorbeeld voor de lezer moet zijn, maar eerder een voorbeeld is om niet naar te leven.

De held en de heldenreis

Om te begrijpen wat iemand een held maakt in een verhaal, moet je de basisprincipes van het centraal conflict kennen:
* Wat is het verschil tussen een probleem en een conflict?
* Je held moet een groeiproces doormaken: door obstakels te overwinnen en uit de comfortzone te stappen.
* Een held is niet perfect: een held hoeft ‘alleen maar’ moedig te zijn. Die moed blijkt uit het vallen en opstaan.

Vallen en opstaan: drie verschillende soorten

Je held moet meer dan een keer vallen en opstaan om blijk te geven van diens moed en daadkracht. In het schema van Save the cat zijn niet voor niets meerdere obstakels opgenomen. Eén keer een obstakel overwinnen geeft aan dat je niet van suiker bent, de tweede keer geeft aan dat je hebt geleerd van je fouten, maar daarmee nog niet op je einddoel bent, en een derde keer vallen en opstaan, laat zien dat je echt voor je doel gaat, ook als het blijft tegenzitten.
Hoewel er vaak drie grote obstakels in een verhaal zitten om deze reden, zijn ze niet hetzelfde in opzet. Ze hebben namelijk verschillende functies.
1) het centrale conflict (nog eens) duidelijk maken
2) vallen en opstaan om van te leren
3) vallen en opstaan om van te groeien/ dóór te groeien.

Een goede, echte held gaat al deze obstakels aan en blijft die aangaan. Een valse held doet dat niet: die ‘stopt’ bij obstakel 2, om zichzelf dan al tot held of martelaar te kronen. Die pronkt met moed, voordat die het goed en wel heeft bewezen moedig te zijn.

Voorbeeld van een valse held

Een valse held laat zich het beste omschrijven met een voorbeeld:

Een klimaatactivist heeft een fantastisch idee voor het oplossen van het klimaatprobleem. Die gaat ermee naar verschillende bedrijven, maar ieder bedrijf heeft ofwel geen interesse in of financieringsmogelijkheden voor de uitvinding. Dat doet je personage zes keer. Tot nu is dat steeds een obstakel van de eerste categorie. De zevende keer zegt een bedrijf: “Je uitvinding is fantastisch, maar je presentatie is vreselijk. Als je daar iets aan doet, is er misschien wel iemand geïnteresseerd. Helaas kunnen wij je idee niet financieren.”
Je personage leert daar iets van en gaat diens prestatievaardigheden verbeteren: een obstakel van de tweede categorie.
Bedrijf nummer acht heeft een echte eikel als vertegenwoordiger: hij lacht de klimaatactivist keihard uit, en maakt die op sociale media belachelijk. En omdat meneer Vertegenwoordiger miljoenen volgers heeft, wordt de klimaatactivist overal waar die komt niet serieus genomen en belachelijk gemaakt. De klimaatactivist kan het nu wel vergeten om de uitvinding nog ergens aan de man te brengen.

Dit is een interessant moment in het verhaal, want je personage kan nu een paar dingen doen:
* Een andere oplossing zoeken (zelf de uitvinding proberen te financieren, een nieuwe uitvinding maken…).
* Opgeven en daar teleurgesteld om zijn, om vervolgens zich niet meer met klimaatverandering bezig te zijn. Of het doet dat wel, maar is moegestreden.
* Opgeven en de rest van het verhaal afgeven op meneer Vertegenwoordiger, de rest van de wereld en verkondigen dat de wereld nu een held heeft laten schieten.

De valse held doet het laatste: hij gaat verslagen en verbitterd in een hoekje zitten voor de rest van het verhaal. Belangrijk om op te merken is: dit personage denkt en/of doet alsof het ook categorie drie heeft doorlopen, terwijl dat niet zo is. Dat kan citaten opleveren als:
* “Doe geen moeite, dat heb ik al geprobeerd, maar er luistert nooit iemand naar je, ook niet als je het beste met iedereen voorhebt.”
* “De wereld ziet geen held wanneer die op een presteerblaadje wordt aangeboden.”
* “Het heeft geen nut om ooit iets (nieuws) te proberen, want uiteindelijk levert dat niets op.”

Wat ontbreekt er bij de valse held?

Vooral het laatste citaat hierboven is belangrijk. Dat zegt namelijk zoveel als: “Het is niet de moeite om het centrale conflict volledig te doorlopen als het te veel tegenvalt.” Maar een held kan zich pas zo noemen als die dat wel doet, ongeacht de uitkomst.
Het is zeker waar dat vallen en opstaan het bewonderen waard is; er zijn genoeg mensen die niet eens tot vallen en opstaan van de tweede categorie komen, laat staan als ze dat al zeven keer is overkomen.
Maar wat schadelijk is aan het idee dat het proberen niets eens waard is voor het geval iets tegenvalt, is het gevaarlijkst van de overtuiging van de valse held. Daarmee doe je namelijk de hele heldenreis teniet. Zowel die van de valse held die in zijn eigen heldenreis verslagen is als die van de aankomende, nieuwe held die wel bereid is om de schouders eronder te zetten en iets te proberen. “Proberen alleen stelt niets voor…”
Dat is gewoonweg niet waar! De enige momenten waarop iets niets voorstelt is als je het hebt over het oplossen van een probleem, in plaats van het centrale conflict en als je dat zelf gelooft. De valse held gelooft dat je pas een held kan zijn als de missie slaagt. Dat je dan pas een ‘winnaar’ bent en anders een ‘verliezer’. Maar de reden dat je de valse held als verliezer kan bestempelen is omdat die zélf te veel nadruk legt op de uitkomst.
Denk aan dit citaat uit Little miss sunshine: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’

Het is een cliché, maar de reis is belangrijker dan de bestemming. Dat geldt ook zeker voor de ‘reis’ van het lezen van een boek. Als je dan een hoofdpersoon hebt die aan alles uitstraalt dat dat niet zo is, heb je geen hoofdpersonage dat inspireert, maar eerder eindeloos irriteert.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Een verhaal zonder goedheid– rauw schrijven

Bij vrijwel alle verhalen is er een geld of een goed moraal, waar het boek plezierig van wordt of de goede moralen uiteindelijk overwinnen. Maar soms is de held helemaal geen goeierik, of is het verhaal zodanig eng, gemeen of duister dat goede dingen niet voorkomen of anders ver op de achtergrond staan. Kortom: hoe schrijf je een verhaal dat van slechtheid aan elkaar hangt, zonder dat het cartoonesk wordt?

Een verhaal zonder licht

Er zijn verhalen die niet tot hun recht komen als je de balans tussen goed en kwaad zou bewaren. Gemakshalve noem ik dit ‘verhalen zonder licht’. Het is niet zozeer dat er geen enkele fijne scène, of een rustig moment zonder ellende in het verhaal zit, maar er is geen licht in de spreekwoordelijke duisternis. Ook al zijn er fijnere, of rustige of zelfs hoopvolle momenten, die zijn zodanig klein of paradoxaal pijnlijk in contrast met de ellende dat ze alsnog alleen maar pijnlijk zijn. Denk aan iets als:
* Een verhaal dat volledig ingaat op een doodziek kind. In detail, zonder hoop, zonder tijdelijke opluchting van een bezoek van een Cliniclown. Het is echt een en al ellende. Dan zegt het kind: “Mama, ik heb geen pijn vandaag.”
* Een verhaal over genocide. De familie wordt verplaatst van een getto naar een plek waarvan je weet dat moeder en kinderen elkaar nooit meer levend terugzien.

De lezer kiest er bij deze boeken en films zelf voor om verder te lezen of te kijken en de ogen uit zijn hoofd te huilen, als het te confronterend wordt. Jij hoeft deze lezer niet te sparen. Die heeft nog altijd een functionerende hand om het boek dicht te klappen of de tv uit te zetten als het allemaal teveel wordt. Jouw verantwoordelijkheid als schrijver is in dit geval om het verhaal recht aan te doen. Met als gevolg de kernregel: romantiseren is uit den boze als je rauw wil schrijven.

Wat is rauw schrijven?

Rauw schrijven is er geen doekjes om winden; romantiseren is absoluut niet toestaan. Rauw schrijven is schrijven zoals iets écht is, voelt of zou zijn. We kennen allemaal het zinnetje: ‘Dat gebeurt alleen in de film.’ Hoewel niet altijd, komt deze zin bovendrijven als iets ‘romantischer’ is dan in het echte leven. Als je schrijft over hongersnood, kan de fictieve moeder vrijwel altijd wel een restje brood vinden en haar kind daarmee voeden. Het echte leven houdt zich niet aan plotontwikkeling en daardoor kan het ondervoede kind soms vrijwel onmiddellijk overlijden. Niet pas – als het dat al doet- na verschillende maanden, waar talloze mensen nog proberen het kind te redden.
En als iemand het slachtoffer is van verkrachting heeft diegene in fictie vaak een vriend die diegene kan helpen of op zijn minst gelooft. Het echte leven is niet altijd zo genadig.
Zelfs in meer onschuldige situaties zie je het terug. Neem de verboden liefde. Deze trope is zo bekend, zó cliché, dat ik verhalen ken van echte mensen die oprecht denken: ‘maar mijn verboden liefde moet goed aflopen, want zo gaat dat altijd.’ Nee. Dat is dat romantiseren: sturen naar een goede afloop omdat dat in entertainment verwacht wordt, zo niet bijna hoort. Bij rauw schrijven laat je alles los wat zogezegd verwacht wordt of waar de gemiddelde lezer op hoopt.

Je schrijft echt zoals het is: ‘raw and real.’

Citaten die rauw schrijven oproepen

Als je ooit een rauw geschreven boek of film hebt gelezen of gezien, dan heb je ongetwijfeld iets geroepen als:
* “Een keer en nóóit meer!”
* “Toegegeven, het is een meesterwerk, maar het is tegelijkertijd ook een *#&@^#&-film”.
* “Dat was niet gewoon een verdrietige tranentrekker, dat deed oprecht pijn.”
* Ik kon het boek niet uitlezen, het werd me te echt.”

Enkele voorbeelden: Schindler’s list, The green mile, Tomstone for fireflies, 1984, de jongen in de gestreepte pyjama en – persoonlijk voorbeeld van laatstgenoemd citaat- Een ladder naar de hemel.

Let op bepaalde woorden uit deze citaten: meesterwerk, oprechte pijn en te echt. Als je die woorden als uitgangspunt neemt, kan je proberen een rauw meesterwerk te schrijven (proberen ja, want dit is zo’n gevalletje: de theorie is makkelijk te begrijpen, maar doen is anders…). Om dat te bereiken is een vraag je ideale houvast: wat is rauw, wat is Hollywood?

Rauw versus Hollywood

Om rauw te schrijven, moet je onderscheid kunnen maken tussen wat echt is en wat gedramatiseerd is, om iets heftig(er) te laten lijken. Bedenk daarbij:
* Het echte leven volgt geen drie-aktenstructuur
* In fictie kan een held groeien in zijn heldenreis, waar het echte leven daar niet altijd ‘tijd voor neemt’
* soms zijn ‘grote reacties’ eerder drama dan echt.

Enkele voorbeelden om je op weg te helpen:

VoorbeeldRauwHollywood
Er wordt iemand neergeschoteniemand valt onmiddellijk, recht en stijf neer, zonder geluid te geven. iemand vliegt drie meter achteruit, schreeuwt en stuiptrekt
een kind lijdt aan hongersnoodDe verhongerende ouder is te uitgeput om het kind te troostende ouder blijft sterk en blijft het kind sussen
Een vriend sterft voor je ogenJe kan niet meer dan wegkijken of de hand vasthouden: spreken gaat nietDe mooiste one-liners komen naar boven.
iemand is zwaargewond en je moet diegene verplegen terwijl je niet weet hoeJe staat te trillen op je benen, en bevriest. Je bent misschien nog net helder genoeg om 112 te bellen, of een voorbijganger om hulp te vragen. totale paniek en snel uitgesproken ‘O mijn god o mijn god, o mijn god, wat nu?’
Een liefdesverklaring voor iemand die je lang of nooit meer gaat zien. Een brok in de keel die je ervan weerhoudt lange tijd iets te zeggen. Als het dan uiteindelijk lukt, komt er niet meer dan een schor: “Tot ziens” uit, waarna misschien nog een korte, ongemakkelijke kus volgt. “Jij bent het allerbangrijkste in mijn leven en ik zal altijd van je houden en iedere avond huilen omdat ik je zo ga missen.” Met een minuutlange zoen erachteraan.

Natuurlijk moet je hierbij niet de karakteristieken van je personage uit het oog verliezen. Een wijs mens kan misschien wel mooie woorden delen aan het eind van het leven. Maar ik hoop dat deze post in ieder geval een idee geeft waar je op moet mikken als je rauw wil schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Brett Jordan op Unsplash.

Expositie schrijven vanuit het perspectief van een personage

Expositie is de manier waarop je informatie deelt met de lezer. Vaak is daar een voorwerp bij betrokken. Maar je kan ook je personage aan het woord laten, door vanuit diens perspectief te vertellen wat het weet. Dat kan een struikelblok zijn, maar als je het goed doet, hangt de lezer aan je lippen.

De basis van expositie

Ik schreef al eerder over de basistechnieken en valkuilen van expositie. Samenvatting van de valkuilen die de blogpost benoemt:

  • Je personage vertelt letterlijk aan een ander wat er in het verhaal gebeurt: een gevaarlijke mix van infodump en tell.
  • Er is een enkel personage dat alles weet: het personage komt op de preekstoel
  • Een voorwerp wordt als cliché gebruikt om een aankomende onthulling te verklappen. Een voorbeeld is de verstopte liefdesbrief op zolder.

De paradox van expositie

Expositie kan erg lastig zijn om goed te schrijven. Het is immers broodnodig om bepaalde informatie met je lezer te delen, zodat die kan leren over relaties tussen personages onderling, nieuwswaardige gebeurtenissen in je fictieve wereld, enzovoorts. Maar als je personages altijd die informatie delen of daar zelf achter komen op het exacte moment dat de lezer die informatie ook hoort te weten, dan gaat dat erg geforceerd overkomen. Zo kan je al snel in een paradox belanden: je moet informatie delen op het moment dat je lezer het hoort te weten, maar niet op dat exacte moment dat je niets anders kan doen dan informatie delen op het moment dat het plot met informatie aangevuld moet worden.

Het perspectief van een personage bij expositie

Als je expositie niet geforceerd wil laten overkomen, helpt het uitgangspunt : ‘Zie het feit dat je personage überhaupt iets aan een ander uitlegt als een cliché’ en ga het dan clichébestendig maken. Het uitgangspunt en resultaat draaien dan om de intrinsieke motivatie van je personage om die krant aan te geven waar het verschrikkelijke nieuws in staat, om nu alle kaarten op tafel te leggen, een geheim te verklappen waardoor een mysterie wordt opgelost…

Je kan jezelf verschillende vragen stellen die je helpen om te bepalen hoe je personage de expositie kan inzetten en waarom.
* Waarom besluit je personage uitgerekend nu iets te vertellen?
– Heeft het eindelijk voldoende informatie verzameld om te delen?
– Kan het het gewicht van een geheim niet meer dragen?
– Voelt het zich in dit moment enorm eenzaam en zegt je personage dus iets om maar gehoord te worden?
– Is er sprake van acute noodzaak?

Bij de vraag: ‘Waarom nu?’ is het belangrijk dat je het antwoord een aanloopje geeft of dat het wat ‘aangekleed’ wordt in de scène, soms zelfs in de meerdere scènes die eraan voorafgaan. De mate daarvan is afhankelijk van hoe belangrijk de expositie is. Denk bij ‘aankleding en aanloopjes’ aan dingen als:

  • Als je personage een geheim gaat vertellen, laat dan in eerdere scènes wat geruchten gonzen, geef hints naar het geheim en maak het personage een paar momenten voor het vertellen van het geheim bloednerveus.
  • Een goede sfeeromschrijving. Dat doet wonderen: is de kamer al bedompt of donker voordat het eenzame personage de kamer betreedt?
  • Andere belangrijke medepersonages wachten met smart op de informatie die ze gaan krijgen van de hoofdpersoon. Dan voorkom je dat vergadervoorzitter op een slaapverwekkende infodumppreekstoel komt te zitten. Als andere personages horen of ze ontslagen worden of promotie krijgen -lees: als er voor hen iets persoonlijk op het spel staat– is de informatie geen droge kost meer.

Vraag jezelf ook af met welk personage je te maken hebt en welke karaktertrekken het heeft. Die vind je in de personagebiografie. Stel dat de partner van je hoofdpersoon een rommelige chaoot is. Dan kan je personage het wereldnieuws van die dag horen op het achtuurjournaal. Maar ’s ochtends vroeg is de partner bij het ontbijt rustig de krant aan het lezen, kijkt vervolgens op de klok, schrikt zich dood en vertrekt in alle haast, waarbij de krant op de grond valt. Je hoofdpersoon ziet de schreeuwende kop dan al als die de krant op wil rapen.
Dit trucje is wel een grijs gebied; als je het te vaak toepast of het er duimendik bovenop legt, dan kan het alsnog een deus ex machina lijken. Maar het is sowieso genuanceerder dan het recht voor zijn raap cliché: “Heb je het al gehoord?!”

De overbodige schrijver

In zekere zin gaan deze tips voor vlotte expositie uit van het principe dat de schrijver overbodig zou moeten zijn.
Als jij een plot hebt wat ergens heen gaat of heen moet, en je personages hebben eigen drijfveren en willetjes, dan gaan zowel het plot als de personages niet ‘wachten’ tot de lezer iets snapt. Het plot moet verder en de personages gaan ook verder met hun leven, want die hebben niet door dat ze geschreven worden, dat ze fictief zijn. Probeer het verhaal en de personages visueel voor je te zien als een film die zich als vanzelf ontvouwt. Wat zou er dan gebeuren als jij als schrijver niet ingrijpt of iets stopzet omwille van verduidelijking voor de lezer? Probeer dingen die je daar als een ‘show don’t tell’ ziet gebeuren te gebruiken als middel voor expositie.

Spreid de informatie

Soms ontkom je er niet aan en moet je veel informatie delen. Probeer die zoveel mogelijk over je boek te verspreiden. Mocht het dan zo zijn dat je bij de onvermijdelijke ‘verklarende expositiemonoloog’ beland, waar alle informatie op een rijtje komt te staan, dan voelt het niet meer als een grote brok aan informatie, maar als een hoop puzzelstukjes die ineens in elkaar passen. Dat leest heel fijn voor de lezer en als schrijver is het heel bevredigend: daar komt al je harde werk mooi bij elkaar op een rijtje: dat heb je toch maar goed voor elkaar gekregen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: de praktijk

Je kan een onmogelijk of onlogisch lijkend verhaal geloofwaardig en leesbaar houden. Deze week kijken we naar de praktijk.

Hoe schrijf je iets ongeloofwaardigs geloofwaardig op?

Je kan allerlei zaken in je voordeel gebruiken om iets ongeloofwaardigs realistisch te laten lijken. Ik gaf vorige week al al een aantal voorbeelden. Je kan ook zelf wat meer experimenteren en bedenken. Maar je creativiteit en je talent geven uiteindelijk de doorslag, er is niets wat je moet gebruiken als het om uitschrijven gaat. Maar als het gaat om de manier waarop je schrijft, zijn er wel een aantal dingen doorslaggevend.
* eigenlijke gebeurtenissen
* de waarheid van je personage
* sfeeromschrijvingen

en wel in die volgorde. Oftewel: er gebeurt iets, dat beleeft je personage op diens eigen manier, waardoor er een bepaalde sfeer ontstaat.

De beleving van je hoofdpersonage moet kloppen

Hakim wordt ontvoerd door een T-rex. Hij is doodsbang, dus de sfeer wordt angstig en grimmig. Vast en zeker beschrijft de volgende scène hoe de woeste T-rex Hakim bijna gaat oppeuzelen.
Maar Imran is een T-texfluisteraar. Die zal het dus supertof vinden dat hij eindelijk weer eens zo’n wezen tegenkomt. De scène zal vrolijk of tragisch verdergaan, al naargelang wat de T-rex bezighoudt in het leven. Sowieso ga je niets bloedstollends meer lezen; Imrans perspectief en de vaststaande gebeurtenissen zijn er niet naar.

Bang voor Rex of niet, in beginsel zijn beide verhalen over Hakim en Imran ongeloofwaardig; je kan überhaupt geen T-rex tegenkomen. Maar houd je aan de eigenlijke fictieve of ongeloofwaardige feiten van je boek, borduur verder op de waarheid van je personage en zet vervolgens de bijpassende sfeer of toon voor het verhaal. Dan is het alsnog makkelijk voor de lezer om zich over het absurde van het verhaal heen te zetten en zal die ‘geloven’ dat dinosaurussen nog bestaan.
Een lezer beleeft het verhaal altijd vanuit het perspectief een personage en wat dat meemaakt of overkomt. Zolang het idiote of onwaarschijnlijke plot aansluit bij hoe het personage dat beleeft, gelooft de lezer je vaak, hoe absurd het verhaal ook is.

Casus: de verliefde nazisoldaat

Wat als er veel meer en ingewikkeldere, diepgaandere zaken spelen dan levende T-rexen?
Casus: een nazi wordt verliefd op een Jood en later trouwen ze. Dit gegeven begon als een idee voor een casus, maar toen ik ging googelen, scheen dat ook daadwerkelijk gebeurd te zijn. (Om ‘te gek om te geloven’ maar weer even te ontkrachten.) Ik baseer mijn voorbeeld echter niet op de waargebeurde casus.

Bedenk als eerste wat de geloofwaardigheid van het verhaal in de weg staat.
* Je hebt de tijd niet om verliefd te worden als je iemand binnen een tel dood hoort te schieten.
* Je wordt ook niet verliefd op iemand als je die vanwege indoctrinatie niet eens als menselijk beschouwt.
* Je valt niet op iemand als je denkt dat diegene aankijken alleen al je dood kan betekenen.
enzovoorts, enzovoorts.

Bedenk dan wat de makkelijke weg is om die lastige omstandigheden te omzeilen. Dat gebeurt meestal met behulp van:
* Schadelijk overromantiseren: ‘de Jodenvervolging was niet zo erg als wordt beweerd, want er waren ook soldaten die niet elke Jood doodgeschoten die ze zagen…’ ‘Liefde op het eerste gezicht overwint alles!’
* Enorm toeval/ Deus ex machina 10.0: De Nazisoldaat kent iemand die iemand kent die alles geheim kan houden. Die persoon staat ook nog eens in contact met degene die de Jodin haar onderdakadres heeft bezorgd. Zo blijft alles veilig en geheim.
* Een buitengewoon machtige Pixie: de collega van de soldaat heeft in het geheim ook een relatie met een Jodin. Daarom voert hij allerlei dingen in het geheim uit, om de liefde van zijn collega óók mogelijk te maken. Zodanig veel, dat er voor het aankomende koppel zelf relatief niets meer is om zich zorgen om te maken.
Zoals je waarschijnlijk ziet, zijn is er vaak een combinatie van bovenstaande factoren in het spel.

Wees vervolgens eerlijk: draai die makkelijke manieren om en kijk wat er aan harde realiteit overblijft. Word een historicus en psycholoog. Het centrale conflict in jouw verhaal met de bijbehorende harde realiteit is nu eenmaal ingewikkeld, dus daar moet je ook de nodige verdieping over geven. Doe schrijfonderzoek en vraag je dingen af als:

*Hoe moeilijk en eng moet het zijn om verliefd te worden als iemand je daarom kan vermoorden, zodra dat naar buiten komt? Als je weet dat cupido je personages niet zomaar redt, hoe ga je er dan over schrijven?
* Hoe gaat de soldaat zijn contact met de Jodin verklaren, als zijn meerdere hem vraagt waarom de vrouw nog steeds niet is geëxecuteerd? Wat zouden historisch gezien de gevolgen zijn? Hoe denken de geliefden daarover en hoe handelen ze daarnaar?

Ook als je verhaal niet per se duister van toon is, maar wel onmogelijk lijkt, is de realiteit ‘hard‘. Stel dat je schrijft over een stel dat in gelukkige omstandigheden bij elkaar komt, maar de kans een op de miljard is dat ze bij elkaar blijven. Ook al is dood en verderf daar niet de oorzaak van, dan nog moet je gaan onderzoeken -net als je personages dat zullen doen- wat er moet gebeuren om die nihile kans alsnog te laten slagen? En omdat dat zoeken is naar een speld in een hooiberg ter grootte van de Mount Everest, zullen ze daar echt wel moedeloos van worden. Het centrale conflict is gewoon per definitie moeilijker als de kans van slagen kleiner is. De ‘vrolijke en makkelijke’ overvloeden aan Deus, Cupiodo’s en Pixies hebben in een realistisch verhaal wat dat betreft weinig tot niks te zoeken.

Ga als laatste het rijtje van eigenlijke feiten, persoonlijke beleving en sfeeromschrijvingen af. Voor de nazisoldaat zou dus gelden dat:
Door het regime zijn liefde onmogelijk en verboden wordt geacht. Hij is zelf al niet de dapperste, dus waar hij sowieso dag en nacht op zijn hoede was door de oorlog, is hij nu al helemaal op zijn scherpst. Dat zou een duistere, beklemmende sfeer aan je tekst geven. Misschien wordt je soldaat met vlagen wel paranoïde. Dan zou je dus een surrealistische, enge horrortoon kunnen schrijven. En omdat het realistisch is dat de soldaat zich zo zou voelen, wordt het onwaarschijnlijke element in het verhaal als vanzelf niet meer waar het verhaal van valt of staat.

Heel simpel samengevat moet je dus ervoor zorgen dat niet het onwaarschijnlijke feit zelf, maar al het realistische eromheen je verhaal gaat dragen.
Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door by Giorgio Trovato op Unsplash.

Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: inleiding

Schrijven is heerlijk om te doen, omdat in je creativiteit de mooiste dingen kan vertellen. Maar die creativiteit heeft grenzen: om plezierig te lezen, moet een verhaal logisch blijven. Maar soms bedenk je een plot wat in eerste instantie niet logisch is. Gelukkig hoef je dan niet meteen je hele verhaal te parkeren. Als je verhaal niet realistisch is of lijkt, dan moet je het realistisch maken met een logica die passend is voor het verhaal. In deze post gaan we kijken wat je dan kan doen.

Wat is realistisch in een verhaal?

Ik schreef eerder dat je verhaal in de basis logisch moet zijn om nog te kunnen volgen. Toch valt niet te ontkennen dat er vele goede verhalen zijn, die in beginsel niet logisch of realistisch zijn of lijken. Denk aan:
* het complete fantasygenre
* verhalen met extreme vormen van toeval waar géén deus ex machina het werk lijkt te zijn
* waargebeurde verhalen waarvan je het plot niet zou geloven als je niet zou weten dat het echt gebeurd was.

De geloofwaardigheid binnen het fantasygenre is vrij makkelijk te verklaren: de lezer weet dat het genre aan elkaar hangt van dingen die niet kunnen, dus verwacht die er ook geen verklaring voor. Bij de andere twee punten is het resultaat logisch omdat het logisch wordt gemaakt. Daar gaat deze blogpost verder op in.

Je kan het zo gek niet bedenken…

…of het is al eerder bedacht of gedaan. Je zou ervan schrikken hoe vaak dit waar is. Bedenk een werkelijk idioot wereldrecord en het blijkt daadwerkelijk bestaan. Daar is het Guinness World Book of Records een mooi voorbeeld van. Of als je denkt de mens toch niet zó slim, vredelievend, wreed of…. kan zijn: die waren er.
* Denk aan mensen als Einstein, Gandhi, of de traditie om zoutzuur in het gezicht van je vrouw te gooien. Ja, als traditie… (In deze trailer van Woman krijg je het te zien en te horen. Waarschuwing: het is geen prettige aanblik…)

In zekere zin kan je zeggen: niets is te gek om geloofwaardig te zijn. Nogal een paradox, omdat sommige dingen toch te mooi/gek/ eng… blijven om waar te lijken. Als je een ‘te gek’ moment in je plot wil verwerken, dan kan dat dus vrijwel altijd, maar moet je dus zorgen dat dat om wat voor reden dan ook niet meer te gek lijkt.

Iets te geks logisch maken

Een te gek gegeven kan je logisch maken door goed gebruik te maken van verschillende factoren zoals:
* eigenlijke gebeurtenissen
* het karakter van je personage
* beweegredenen van je personage
* sfeeromschrijvingen
* een samenhang van dingen die vaststaan
* een butterflyeffect

meestal vormt een optelsom van deze factoren een verklaarbaar resultaat.

Laten we een veelgebruikte trope van de onmogelijke/verboden liefde eens bekijken. Die klinkt waarschijnlijk ontzettend cliché en zoetsappig. Dat komt omdat die trope vaak voorkomt in het romantische genre en dat dat genre eist dat het stel met elkaar eindigt. De reden dat die verhalen vaak flinterdun zijn, is omdat die eis het enige doel van het boek lijkt te zijn. “Logica? Laat maar. Het moet een verhaal zijn wat lekker wegleest. De logica zou dat verpesten.” Dat is niet waar, maar de romantische verhalen worden vaak geschreven met kwantiteit boven kwaliteit als devies. En dan moet logica helaas sneuvelen.
Kortom: als je iets geks of zeer onwaarschijnlijks schrijft, is het de bedoeling dat je je kop erbij houdt en je schrijfkwaliteit voorop stelt om te voorkomen dat het verhaal flinterdun, cliché, ongeloofwaardig of dertien-in-een-dozijn wordt.

Laten we zeggen dat een jonge Nazisoldaat verliefd moet worden op een jonge Jodin die hij op straat tegenkomt en daardoor de wapens neerlegt. Niet echt geloofwaardig, omdat hij haar al moet arresteren voordat hij daar de kans toe krijgt. Het romantisch genre heeft dat snel opgelost: de Jodin is een prachtige vrouw, de pijlen van Cupido doen hun werk en na enkele worstelingen is de rest geschiedenis. Ik vind het idee van liefde op het eerste gezicht schadelijk voor een fatsoenlijke verhaalopbouw, zoals je hier al kon lezen.

Je zal veel van de eerder genoemde factoren moeten gebruiken om het verhaal nog enigszins leesbaar en niet suikerzoet te maken. Daarover schrijf ik in blogpost van volgende week; die uitleg verdient meer dan een vlugge honderd woorden.

Waargebeurde verhalen logisch laten overkomen

Als een verhaal van ongeloofwaardigheden aan elkaar hangt, maar echt zo is gebeurd, dan heb je weinig tot geen creatieve vrijheid als je het verhaal trouw wil blijven.
Ik ben de titel van de film helaas vergeten, maar ik las ooit een filmrecentie die het plot van een op waarheid gebaseerde film samenvatte als:

Zo bizar dat het wel waargebeurd móet zijn.

Lees: dit kun je eenvoudigweg niet verzinnen, omdat het plot uitgaat van een kans op een op de negenhonderdmiljard/ tenzij je een psychopaat bent/ omdat het plot uitgaat van butterfly effect met twintig schakels, waar zelfs ’s werelds grootste fantast er hoogstens veertien zou kunnen verzinnen…
Als van jouw waargebeurde verhaal het woord ‘bizar’ zowel het plot, thema, conflict en titel zou kunnen vormen en je de nieuwe Franz Kafka lijkt te zijn, dan mag je erop rekenen dat de lezer het bizarre in het boek in die extreme vorm gewoon voor lief neemt. Ergens weet de lezer ook wel dat er een moment waarop verklaringen, hoeveel je die ook zou hebben, niet zouden voldoen om het verhaal nog logisch te maken.

Samenhang van logica zoeken

Volgende week ga ik zoals gezegd een uitgebreide casus schrijven om te laten zien hoe je iets zeer onwaarschijnlijks logisch kan laten lijken. Maar dit is alvast een regel: in alle afzonderlijke factoren die je gebruikt, moet iets klein en logisch beginnen, waarna je dat vervolgens langzaam maar zeker groter maakt, zodat het groteske ervan niet uit de lucht komt vallen. Vervolgens bedenk je hoe deze afzonderlijke factoren en dat grote ervan samen een logisch geheel kunnen vormen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.

Wat mag je open laten als je een open einde schrijft?

Als je een verhaal schrijft zonder een duidelijk antwoord op belangrijke vragen in het verhaal, heb je een open einde. Een open einde geeft de lezer de mogelijkheid zijn eigen fantasie op een verhaal los te laten, maar kan het verhaal ook spannend maken. Toch mag je niet zomaar alles open laten in je boek. Hoe weeg je af wat je invult en wat je openlaat?

Invullen of openlaten

Het kan een groot verschil maken of je iets openlaat of invult voor de lezer. Ongetwijfeld heb je zelf eerder een boek met een open einde gelezen waarvan je het gevoel kreeg dat er iets belangrijks nog niet was onthuld. Of het omgekeerde: je kwam in de wrap-up een stukje informatie tegen waarvan je dacht ‘Nou en?’ of ‘Dat is precies het tegenovergestelde van hoe ik het verhaal al die tijd had geïnterpreteerd. Ik vind het niet passen.’ Waarschijnlijk kelderde je leesplezier in die paar laatste minuten enorm. Hoewel je dit niet voor iedere individuele lezer kan voorkomen, kan je de kans daarop wel verkleinen.

Wat moet duidelijk zijn aan het einde van je boek?

Er zijn verschillende dingen die je kan doen om een open einde te rechtvaardigen en in goede banen te leiden. De belangrijkste vraag die je jezelf daarvoor moet stellen is: wat is belangrijk voor mijn verhaal? Denk daarbij aan de basis die een verhaal of een personage überhaupt nodig heeft om interessant te zijn. Hoewel er meerdere dingen te benoemen zijn, zijn de volgende zaken belangrijk om te bepalen hoe je einde eruit gaat zien.
* Het verhaalthema
* Het centraal conflict
* Het willen en nodig hebben van je personage
* De grootste angst van je personage
* De grootste leugen van je personage

Deze elementen zijn belangrijk voor het bepalen van je open einde. Niet alleen omdat ze een belangrijke drijfveer van je verhaal an sich vormen, maar ook omdat deze zaken zich op verschillende manieren kunnen manifesteren. Sterker nog: je hebt verschillende opties die geen van allen het enige juiste antwoord zijn. Stel dat je verhaalthema eenzaamheid is en je personage zowel vrienden wil als die nodig heeft. Dan heb je een narratief acceptabel einde als hij eenzaam en alleen in een gevangenis sterft, maar ook als hij een gezin sticht en een bloeiend sociaal leven krijgt. Beide opties hebben met eenzaamheid te maken, het zijn alleen twee (extreem) andere kanten van dezelfde medaille.

Maatwerk leveren voor het open einde

Je zal vast begrijpen dat je over bepaalde zaken uitsluitsel moet geven bij een open einde. Als de lezer geen flauw benul heeft of de eenzame held ooit nog vriendschappen sluit, is dat geen prettig einde. Maar je kan wel openlaten of er nog een vriendschap in het verschiet ligt als je laat doorschemeren dat de held daar nu in ieder geval de sociale vaardigheden voor heeft aangeleerd. Dan geef je de lezer de mogelijkheid om zelf een einde te bedenken, met een basis om op terug te vallen.

Je lezer kan fan zijn van een open einde of niet, maar als je die echt niets geeft om op terug te vallen, dan irriteert dat altijd.

Omdat ieder verhaal uniek is, is daar een inhoudelijk afvinklijstje daar niet of nauwelijks voor te geven. Wat je wel kan doen is de zaken uit de vorige alinea één voor één terugbrengen naar een enkel kernwoord of korte zin. Dan heb je al duidelijker voor ogen waar het om draait. Als vanzelf kan je ook duidelijker krijgen wat je open mag laten, of waar je echt enig uitsluitsel over moet geven om het einde niet als een groot gat te laten voelen voor de lezer.

Voorbeeld: criteria voor een open einde bepalen

De welbekende ridder gaat op pad om de draak te verslaan en de prinses te redden. Gegeven bij ons verhaal is:
* verhaalthema: moed
* centraal conflict: de ridder moet sterk genoeg worden om de draak te verslaan
* willen en nodig hebben van de ridder: de ridder wil bejubeld worden door het hele land. Hij heeft het nodig dat iemand hem ziet staan
* grootste angst van de ridder: als lafaard worden bestempeld
* grootste leugen van de ridder: ik ben niet bang

De clichéafloop met de prinses als sexy lamp kennen we allemaal. Wat als we bepaalde zaken open laten voor de lezer? Je zou kunnen zeggen dat iedere afloop beter is dan het welbekende cliché, maar dat is niet zo. Als je te veel of de verkeerde dingen openhoudt, heb je alsnog een slecht verhaal. Laten we per criterium eens bekijken wat moet en wat mag bij het einde van dit verhaal.

* verhaalthema: het is al moedig dat de ridder de draak wil verslaan. Kan je er nog iets bij bedenken wat voor de ridder persoonlijk moedig is om te doen? Geef daar dan uitsluitsel over of een duidelijk uitgangspunt voor.
* centraal conflict: maak duidelijk of de draak wordt verslaan. Je mag open laten of de ridder met de prinses gaat trouwen, maar de draak moet al dan niet verslagen worden.
* willen en nodig hebben van de ridder: de prinses en het land mogen hem al dan niet als held bestempelen en je mag openlaten wat zijn (gebrek aan) heldenstatus oplevert. Maak wel duidelijk hoe het zelfbeeld van de ridder aan eind van het verhaal ervoor staat.
* grootste angst van de ridder: komt deze al dan niet uit? Je mag openlaten hoe het letterlijke verhaal verdergaat, je moet duidelijk maken hoe de ridder daarop reageert en hoe dat (grofweg) zijn verdere leven zal beïnvloeden.
* grootste leugen van de ridder: als deze in het plot is uitgekomen, doe je er goed aan om grofweg weer te geven wat voor gevolgen dat heeft of houdt. Zo niet, dan kan je hinten dat dat gevolgen heeft en dat open laten, of je kan deze grootste leugen alsnog negeren.

Dit geeft hopelijk wat meer houvast voor het schrijven van een open einde. Volgende week post ik een schrijfoefening om je te helpen de gevolgen van een open einde wat helderder te krijgen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.