De legendarische gebeurtenissen in je verhaal: inleiding

Ieder verhaal heeft legendarische gebeurtenissen nodig. Iets waar iedereen in de papieren wereld van je boek het steeds over heeft, of wat iedereen heeft gehoord en fascinerend vindt. Soms is dat daadwerkelijk iets legendarisch, zoals een draak, soms is het zo simpel als de dorpsroddel die zo uit zijn voegen is gegroeid dat er in het gehucht tien jaar later nog over gesproken wordt, ongeacht of de roddel nu op waarheid of alleen op kletspraat is gebaseerd. Waarom is dit zo belangrijk?

Wat is legendarisch?

Van Dale definieert legendarisch op twee manieren:
1 volgens een legende
2 over wie iedereen nog steeds bijzondere verhalen vertelt

Definitie 1 wijst erop dat een verhaal al generaties lang wordt doorverteld, definitie 2 neigt meer naar die van de hardnekkige dorpsroddel.
Van een legendarisch verhaal kan je zeggen dat men staat te popelen om te horen hoe het verloopt of afloopt. Neem het verhaal over de ridder die de prinses van de draak moet redden. Hoe hij door de weide trekt met zijn trouwe rijdier ben je snel vergeten, of interesseert je niet zoveel. Maar als hij met de drààk gaat vechten? Dan pak jij je warme dekentje, een lekker koekje en warme chocolademelk en ben je er helemaal klaar voor. Kom maar op met die legendarische scène!

‘Legendarisch’ schreeuwt: “Vertel, Vertel!”

Wat is het vertellen waard?

In zekere zin zijn legendes een belediging voor ‘gewone’ verhalen en scènes. Hoezo is het niet interessant om het hoofdstuk over de trektocht van de ridder en zijn paard te lezen? Je hebt hier de prachtigste sfeeromschrijvingen neergepend! Daar zit iets in, maar mooie, interessante of spannende verhalen zijn zo fantastisch omdat ze dynamisch zijn en er continu iets gebeurt. Het is de gouden wet van actie-reactie, maar dan nog een tandje hoger: wat in een legende wordt verteld, is altijd spectaculair: nergens is er een saai moment te bekennen.
Maar daar zit ook de crux: de boog kan niet altijd gespannen zijn, dus als je iets wil vertellen dat een legendarische schijn aan je verhaal moet geven, worden die ‘saaie’ elementen gewoon weggelaten. En dan is alles het vertellen waard en super interessant. Als je weet waarover je dan voornamelijk zo aangrijpend kan schrijven, is de ´en toen en toen´-test een goed hulpmiddel.

De ‘en toen en toen’- test

Bij de ‘en toen en toen’-test moet je een verhaal samenvatten. Je mag alleen maar ‘en toen’ gebruiken. Dus geen voegwoorden, die verbanden aanduiden en zo diepgang geven. Alleen de pure, droge feiten. Bovendien mag je ‘en toen’ ook maximaal vier keer gebruiken. Een drogere tekst is er waarschijnlijk niet. Je schrijft liever iets als:

Harry Potter is een jongen die in de bezemkast onder de trap slaapt bij zijn kwaadaardige oom en tante, want zijn ouders zijn dood. Tot zijn elfde verjaardag is Harry’s leven een hoop ellende, maar dan hoort hij een tovenaar is en naar de toverschool Zweinstein mag. Bovendien komt hij erachter dat zijn ouders niet zomaar zijn overleden. Ze zijn vermoord door de kwaadaardige Heer Voldemort, die op sterven na dood is. Voldemort probeerde Harry ook te vermoorden, maar dat lukte hem niet. Die poging mislukte, de vloek kaatste terug en nu is Voldemort op sterven na dood. Daarom probeert hij de Steen der wijzen te stelen om zo het levenselixer te kunnen drinken en onsterfelijk te worden. Maar Harry en zijn vrienden weten dat te voorkomen en ze verslaan Harry’s aardsvijand.

Dit verhaal klinkt niet legendarisch. Zo het nu samengevat is, klinkt het als het zoveelste fantasyverhaal. Dat komt omdat de tekst te veel woorden in beslag neemt, te lang ‘voortkabbelt’ om de legendarische elementen van het verhaal direct aan elkaar te koppelen. Het gewicht is weg, zo je wil.
Vergelijk dat eens met:

Harry woonde jarenlang bij zijn kwaadaardige oom en tante en sliep in de bezemkast onder de trap.
En toen hoorde hij dat hij een tovenaar was en naar Zweinstein mocht gaan.
(Echt?! Wauw, stel je voor dat je te horen krijgt dat je een tovenaar bent en naar een toverschool mag! Wat zou je daar allemaal leren? Maar wacht eens… Als Harry een tovenaar is, waarom heeft hij dan al die tijd de mishandeling van zijn oom en tante hebben kunnen ondergaan? Hebben ze dat misschien gedaan omdat hij een tovenaar is?)
En toen bleek op Zweinstein dat hij wereldberoemd was omdat zijn ouders waren vermoord en Harry zelf een dodelijke vloek heeft overleefd. (Waarom zijn zijn ouders vermoord? Hoe heeft Harry die vloek overleefd?)
En toen bleek Voldemort nog te leven, degene die Harry wilde vermoorden toen hij nog een baby was. (Wil Voldemort dat nog steeds? Waarom? Waar heeft hij al die tijd uitgehangen?)
En toen versloeg Harry Voldemort, voordat Voldemort de Steen der Wijzen kon stelen voor die hem onsterfelijk zou maken. (Wauw, wat een einde na al deze spanning!)

Met andere woorden: gebruik de ‘en toen en toen’ test om:
– De rode draad uit een groter verhaal te filteren. (In deze samenvattingen klinkt het bijna alsof er alleen maar een hoofdplot is, in het eerste deel van de Harry Potterreeks, maar het tegendeel is waar.)
– Erachter te komen wat voor een lezer spannend kan zijn. Dat zijn de punten waar de lezer zijn verbeelding kan gebruiken om de ‘gaten’ in het plot in te vullen met theorieën, maar aan jou als schrijver ook toeroept: “Vertel, vertel!” Of het nu gaat om het hoe, of waarom, of het wat: de lezer vraagt om invulling van de 5W1H en heeft jouw hulp daarbij nodig. De gaten die er vallen, zijn voer voor een pageturner en de verdere invulling van de legende.
– De gaten die vallen in de fantasie van de lezer te vinden, zodat je kan afwegen wat open moet laten om ruimte te geven aan de roddel en achterklap die het sterke verhaal het gehucht nog tien jaar later in zijn greep houdt, of de doorgeslagen power fantasy die van de held niet zomaar een krijger, maar een legende maakt.

Volgende week gaan we aan de slag met de praktijk achter deze theorie.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Catherine Kay Greenup verkregen via Unsplash.


Je eigen verhaal teruglezen: dit heb je er (niet) aan

Als je oefent met schrijven en dat veel doet, wordt de kwaliteit van je tekst vaak beter. Op een bepaald moment lees je dan wat van je oude teksten terug en merk je dat je als schrijver veel gegroeid bent. Deze blogpost gaat in op wat je aan dat vergelijken hebt en wanneer het je in de weg kan zitten. Met dank aan Vera Oor voor de suggestie voor dit onderwerp!

Wat zie je in je oude tekst?

Of het nu een schrijftechniek is die je beter toepast, of dat je ziet dat je personages veel levendiger zijn geworden, bij het teruglezen van een oude tekst valt je met de kennis van nu vast veel op. Vaak is dat ongemakkelijk.
“O help, wat is dit een lawine aan infodumps. Hoe zag ik dat over het hoofd?”
“Ik had het verhaal moeten hernoemen van Beatrijs en haar baronessenleven naar Beatrijs en haar baronessenleven van clichés...”
enzovoorts.

Begin met opschrijven van de dingen waarvan je weet dat je het nog niet wist ten tijde van het schrijven van de oude tekst. Bijvoorbeeld dat show don’t tell een techniek is. Of dat een held een comfortzone moet verlaten. Of dat je dat wel wist, maar nog niet wist hoe je dat moest doen, maar nu wel.
Kijk dan wat er al goedging zonder dat je erop lette. Op welk gebied komt het als vanzelf? Wist je intuïtief al een goede cliffhanger te schrijven, zonder te weten hoe je daar de S.O.A.P regel op toe kan passen zodat hij niet te overdreven wordt? Schrijf dat op. Soms hebben bepaalde technieken een bepaalde overlap. Als dat kwartje mocht vallen op een manier die je verder helpt, kan je zwaktes soms verbeteren door te leren van je sterke punten.

Daarna schrijf je op wat je fout ziet gaan in je oude tekst. Dan is het tijd om je meest recente schrijfsels erbij te pakken.

Kijken naar je recente tekst

Als je ziet wat er misging in je oude tekst, kijk je of en in hoeverre dat in je huidige teksten nog steeds het geval is. Dit werkt het beste door teksten met elkaar te vergelijken die grofweg hetzelfde woordenaantal hebben. Zo zie je bijvoorbeeld of je in de ene tekst 300 woorden gebruikt om een ruzie te beschrijven, waar dat in de andere tekst 750 woorden duurt. Als je in woordenaantal iets kan vergelijken, dan zie je hoe compact je een scène kan omschrijven, een personage-introductie de tijd geeft of er juist doorheen racet… Meer of minder woorden is niet per definitie beter of slechter; context maakt heel veel uit. Maar je leert wel kritisch kijken naar hoe je schrijf en waar je misschien meer of minder woorden aan kan of moet besteden. Of wanneer iets juist uitgesproken goed werkt.

Waarschijnlijk zie je een van deze twee dingen gebeuren:

  • Je maakt dezelfde fouten niet meer/ hebt jezelf verbeterd en dus is dat onzichtbaar in je recente tekst
  • Je probeert een fout die je hebt opgemerkt in je oude tekst weg te poesten en gaat overcompenseren.

Bij verbetering

Het vervelende van verbetering in je schrijfstijl is dat je vaak alleen ziet wat je niet meer doet -al die infodump is weg-, maar niet wat je dan wel doet wat je tekst beter maakt. Ja, minder infodump maakt een tekst beter, maar is dat alles wat de tekst nu zoveel fijner leesbaar maakt? Dat weet je niet (altijd) en er is geen waterdichte manier om dat na te gaan.
Daar zit een grote paradox van een creatieve tekst. Als je als lezer – of dat nu een ‘echte lezer’ is of iemand die naar te tekst kijkt om te verbeteren- een verhaal leest, moet je het verhaal ingezogen worden. Negen van de tien keer betekent dat paradoxaal genoeg dat je dan niet meer ziet : “O, wat slim, deze show don’t tell!” maar gewoon van het verhaal geniet. Je analytische blik gaat (vrijwel) volledig weg als je in het verhaal meegenomen wordt.
Als dat het geval is, geniet dan van de prestatie. Lees je tekst (veel) later nog eens terug, als dit je ‘oude tekst’ is, die je kan vergelijken. Voor nu ben je op de goede weg, ga op deze manier verder en je schrijft waarschijnlijk iets moois!

Bij overcompensatie

Als je als feedback hebt gekregen: “Ik zie geen show, alleen maar tell.” kan het zomaar zijn dat je nu alleen maar in show schrijft. Overdaad schaadt, ook bij technieken die je hoort te gebruiken. Als je bent vergeten dat tell soms wel moet, schrijf dan wederom op dat dat je valkuil is. Probeer dan als je verder schrijft, juist geen aandacht te besteden aan show. Ook niet aan tell. Geen van beide. Kijk eens hoe het gaat als je gewoon gaat schrijven en op je schrijfkwaliteit en intuïtie vertrouwt.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan en het volgende al helemaal: ga je oude teksten niet herschrijven, niet verbeteren met de kennis die je nu hebt. Schrijf op in de kantlijn met wat je mis ziet gaan, maar ga de tekst niet opnieuw schrijven. Als je teveel bezig bent met het verbeteren van fouten, letten op de technieken en wat er fout gaat, blokkeer je het schrijfproces. Weet wanneer je de theorie moet negeren.

Maar stel dat je moeite had met het inperken van infodumps en dat nog steeds hebt. In je oude verhaal gaf je jezelf daar het rapportcijfer 3 voor en nu een 5. Dan mag je de oude tekst erbij pakken. Met dat oude verhaal doe je waarschijnlijk toch niets meer: over het algeheel genomen zijn je nieuwe teksten toch veel beter geworden. Maar herschrijf dan ook alleen de gedeelten met het overschot aan infodumps. Leer van je fouten, maar blijf er niet in hangen. Met wat je kan en hebt geleerd, schrijf je veel mooiere verhalen (of hoofdstukken scènes, dialogen…, als het gaat om dat verhaal dat al tien jaar op de plank ligt en je nu eindelijk wil afmaken) die weer fris en fruitig beginnen dan wanneer je ze eindeloos blijft afstoffen.

Als je ook een idee hebt voor een blogpost, laat het me dan weten in de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clay Banks verkregen via Unsplash.

Nog meer manieren om met je verhaal te starten

Zoals je vorige week kon lezen kan je je verhaal starten vanuit een idee voor een plot, personage, sfeer of de toon. Maar daarmee zijn de mogelijkheden nog niet uitgeput. Deze week kijken we naar nog meer inspiraties voor het starten van een interessant boek.

Schrijven vanuit een moraal

“Vertrouwen in mensen is goed.” “Liefde wint altijd.” “Geld maakt niet gelukkig.” “Denk eerst aan anderen, dan pas aan jezelf.” Een enkele leus kan zomaar het begin zijn van een compleet verhaal dat dit standpunt moet benadrukken.

Als je een moraal als uitgangspunt neemt voor je boek, let dan heel goed op het verschil tussen verhaalthema en moraal. Helaas is de moraal de radicaalste van de twee, omdat die het sterkst aanwezig is als dat je uitgangspunt vormt en ook omdat het radicaal mis kan gaan als je het moraal te dik erbovenop legt. Dat heeft twee redenen.

“Wat is de moraal van het verhaal?” Dat klinkt als een clichéuitspraak, nietwaar? Als je hele boek leunt op een uitgangspunt dat uitgaat van iets dat clichégevoelig is of zelfs helemaal een cliché is, dan is de kans groot dat het erg geforceerd overkomt en niet fijn meer leest. In tegenstelling tot een verhaalthema, waar je boodschap of uitgangspunt meer geleidelijk in het verhaal verweven is.
Als je uitgaat van een moraal, moet je extra alert zijn op de clichés die dat met zich meebrengt. Zowel in het plot, als de verhaallijn, als wie de hoofdpersonen zijn en nog veel meer.

Een moraal is bovendien ook gevoelig voor normen en waarden. Stel dat je verhaal is: “Mensen met macht zijn niet te vertrouwen.” Dan is de kans groot dat je mensen met macht bijna als vanzelf als lezerspubliek verliest. Dat hoeft niet erg te zijn: ieder boek heeft zo zijn doelgroep, en dus ook mensen die daar buiten vallen. Maar het is wel vervelend als je een doelgroep om de verkeerde redenen (onbedoeld) uitsluit. Je zou met bovenstaand moraal maar uitgaan van het idee dat macht hebben en macht willen hetzelfde is… Dan mis je belangrijke nuances, waar je verhaal inhoudelijk niet beter op wordt. Vergeet niet dat normen en waarden nooit feitelijk vastliggen. Iemand kan andere, zelfs gestoorde normen en waarden hebben, maar mensen zijn nu eenmaal zeer verschillend.
Als je een moraal als uitgangspunt neemt, vergeet dan niet dat jouw persoonlijke waarheid van die van anderen kan verschillen. Je zal hier en daar het moraal iets meer moeten nuanceren of verschillende invalshoeken ervan moeten geven om te voorkomen dat je verhaal eentonig, cliché of het pleidooi van een moraalridder wordt.

Doel van informeren of introduceren

Of het nu om het introduceren van geschiedkundige feiten gaat, of om het verlangen om te willen schrijven hoe het is om met een minderheidskenmerk te leven, soms heeft het verhaal als voornaamste doel of inspiratie om een kijkje in de keuken te geven. “Ik ben gek op Brazilië, dus daar laat ik mijn verhaal afspelen, zodat mijn lezers met dat land kennis kunnen maken.” “Ik wil mijn lezer meer vertellen over de Tweede Wereldoorlog, dus speelt mijn verhaal zich daar af.”
“Er is weinig kennis van een bipolaire stoornis bij het grote publiek, dus mijn hoofdpersonage heeft daarmee te maken. Dan kan ik bewustzijn kweken.”

In dit geval heb je twee sleutelwoorden: afbakenen en onderzoeken.

Als eerst moet je afbakenen wat je de lezer wil vertellen. Stel jezelf de vraag: als de lezer iets moet onthouden of moet leren, wat is dat ene iets dan?
* Dit is de mooiste plek van Brazilië en wel hierom
* Wat de gruwelen van de concentratiekampen tijdens WOII waren en hoe grootschalig dat was
* Hoe iemand met een bipolaire stoornis in het dagelijks leven daar (geen) hinder van ondervindt.

Doe hier vervolgens serieus onderzoek naar en ook vooralsnog alleen hiernaar. Voor je het weet, ga je ook onderzoek doen naar bepaalde belangrijke veldslagen, de Lonely Planet Brazilië top 10 en de statistieken voor geslaagde Tinderdates van bipolaire mensen. Maar vergeet je basis niet. Je kan later altijd nog andere dingen toevoegen, maar als je in de eerste fase al eindeloos gaat vertellen en onderzoeken krijg je een infodump van informatie en mogelijkheden en wordt je boek te breed voordat de eerste letter op papier staat.
Als dat ene element wat je lezer mee moet nemen, stevig staat, volgt de rest vanzelf. Maar in de beginfase is het handig om bij dat ene te blijven, zodat je ook de voeling houdt bij wat de essentie van je verhaal vormt. Dat maakt schrappen in een later stadium namelijk vele malen makkelijker. Zo weet je bijvoorbeeld dat je als je moet kiezen tussen een scène waarin je een concentratiekamp omschrijft, of waarin een relatief willekeurige Nazi burgers mishandelt, je moet kiezen voor de eerste.

Herinneringen verwerken / veranderen

Deze inspiratie uit zich vaak in een autobiografie of met een roman met elementen daarvan. Je wil immers iets wat je zelf hebt meegemaakt op papier zetten. Misschien wil je een nare gebeurtenis uit je leven een goede afloop geven, al is het maar op papier. Het belangrijkste startpunt bij dit soort verhalen is om te bedenken in hoeverre je waarheidsgetrouw wil of zelfs kan blijven. Behandel je idee als een fantasyverhaal waar je de worldbuilding nog voor moet beginnen. Oftewel, bepaal de wetten van wat er kan of mag in je boek: wat zijn geheimen van mezelf of anderen die ik in dit verhaal prijs ga geven? Is dat wel oké, of tot op welk punt? Moet de lezer geloven dat alles echt gebeurd is of mag er gerust een fictief tintje aan het verhaal zitten? Vergeet hierbij ook niet de regels rondom het schrijven van een persona. Als je een bestaand persoon ook op papier in je verhaal terug laat komen, dan dien je die ook aan te passen. Dat kan ervoor zorgen dat er ook dingen inhoudelijk anders verlopen. Bedenk ook hier wat een lezer absoluut mee moet krijgen en schrijf alles daar verder omheen, met de bijbehorende ethische beslissingen rondom (auto)biografisch schrijven in het achterhoofd.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Yoann Siloine via Unsplash.

Vanuit welke inspiratie start je jouw verhaal?

Inspiratie kan uit allerlei hoeken komen: observaties, schrijfprompts, gesprekken…Maar een enkel woord of gegeven maakt nog geen verhaal. Daarvoor moet je meer informatie zoeken, in een personagebiografie, verhaalthema, een plot of zelfs een sfeer of emotie. Zoveel manieren van schrijven, zoveel mogelijkheden. Wat zijn de aandachtspunten voor de verschillende startblokken waarmee je een verhaal kan beginnen?

Algemene manieren van schrijven: plannen of ontdekken

Er zijn grofweg twee soorten schrijvers als het gaat om hoe die de structuur het schrijven aanpakken. De planners en de ontdekkers. De planners zijn degenen die Chekhov’s gun en het schrijfonderzoek zeer ter harte nemen in hun voorbereiding. Zij schrijven eerst (vrijwel) alles uit in hun losse documenten, opschrijfboekjes en bloknotes, zodat als ze dan gaan schrijven, alles uit het toetsenbord komt rollen. Al het werk is in zekere zin al gedaan, het moet alleen nog uitgewerkt worden. Deze schrijvers moeten vooral onthouden dat ze hier en daar nog een beetje ruimte overlaten voor als er toch nog iets belangrijks komt bovendrijven om mee te nemen. Als je door een extra scène je hele boek om moet gooien omdat je planning en uitwerking zo minutieus is, maak je het jezelf erg lastig.

De ontdekker kijkt al schrijvend waar het verhaal eindigt. Met als gevolg dat er zes hoofdstukken worden besteed aan de kennismaking van een personage. Of dat scène zes eerst wordt geschreven, omdat daar nu inspiratie voor is. Maar vervolgens klopt scène vier dan niet meer, of moet de schrijver zich in allerlei bochten wringen om alles nog kloppend te maken. De ontdekker moet genoeg discipline kunnen opbrengen om uiteindelijk de technische zaken aan de slag te gaan en die te dubbelchecken (Hoe staat het met de spanningsboog? Is dit subplot wel nodig?) in plaats van maar te schrijven, schrijven, schrijven…

Als je weet wat voor schrijver je bent, houd dan deze valkuilen in gedachten: ze kunnen al opduiken vanaf het moment dat je van een heel breed idee een echt verhaal wil schrijven, wat het dan ook is dat je inspiratie geeft.

Schrijven vanuit een plot

Soms is een enkele zin al het begin van een echt verhaal, met een plot dat zich al bijna kant-en-klaar aandient.
* De braaf ogende vrouw ontvoert haar minnaar naar een donker, verafgelegen oord
* Tijdens een storm op zee redt de knappe jongeman het leven van een kind, waar hij noodgedwongen de voogd van wordt.
* De arrogante rijkaard wordt gearresteerd voor corruptie.

Dat klinkt al als een potentiële bestseller, toch? Helaas, het zijn slechts tropes. De reden dat schrijven nog altijd een kunst is en niet een lijstje van acties om af te vinken, is omdat bij creatief schrijven de uitwerking ervan het moeilijk(st)e is. Om ervoor te zorgen dat deze trope zich daadwerkelijk zou kunnen ontpoppen tot een bestseller kijk je naar het schema van save the cat. Staar er niet willekeurig naar, maar probeer grofweg de volgende volgorde aan te houden:
* Bepaal eerst de drie akten en hou dat heel banaal.
1) Er is een arrogante rijkaard
2) Hij wordt opgepakt en er volgt een proces
3) Hij wordt veroordeeld en rot weg in de gevangenis
* Bepaal je hoofdpersoon en diens comfortzone, vervolgens het willen en nodig hebben.
* Kijk wat bijhorende interessante obstakels zijn.
(Deze laatste twee stappen kan je ook omdraaien)

Als je dat duidelijk hebt, heb je een goede basis en een goede kans dat de kop eraf is: nu zullen meer ideeën zich gaan aandienen.

Schrijven vanuit een personage

Als je vanuit een personage een verhaal wil bedenken, maak je natuurlijk eerst een personagegebiografie en begin je met de belangrijkste elementen daarvan. Zowel voor de planner als voor de ontdekker geldt: weet wanneer je moet stoppen met uitwerken. Je kan letterlijk honderden zaken opschrijven, maar slechts een handvol daar van is echt van nut voor het naslagwerk wat de biografie hoort te zijn.
Een personage is niets zonder zijn geliefden. Of het nu degene is waarop je held verliefd is, of de geliefde ‘sidekick’ je personage staat er nooit alleen voor. Het kan helpen ook een kleinschalige(!) biografie voor de belangrijkste medepersonages te maken als je vanuit een persoonlijke beleving met een verhaal wil beginnen. Als je meeleeft met de perceptie van anderen door hun waarheid serieus te nemen, ontvouwt zich al snel een heel mogelijk epos aan verhalen.

Schrijven vanuit observatie

Of het nu een mooie kleur is, een vreselijke ervaring of flard van een gesprek: soms merk je iets op waarbij je onmiddellijk denkt: daar zit een heel verhaal achter! Hier is je eerste stap: woordwebben maken tot je erbij neervalt. Schrijf ieder woord op dat in je opkomt als je aan deze observatie denkt. Doe dat tot je minstens twintig à dertig woorden hebt opgeschreven. Het is de bedoeling dat je tot de kern komt van je ‘inspiratiemoment’ komt, anders blijf je steken bij ‘interessant’ en dat is ontzettend nietszeggend als het daarbij blijft.
Vroeg of laat kom je bij woorden uit die ‘kriebelen’ of die van zichzelf al een bepaald gewicht hebben. Denk aan de titels van de veelbelovende blockbusters: de brave vrouw is hier een veelzeggend woord, want wie verwacht van haar dat ze iemand gaat ontvoeren, of überhaupt een minnaar heeft? Als je zo’n woord tegenkomt, geef die dan een kleurtje, zodat je ze eventueel in categorieën kan onderverdelen.
Deze manier van inspiratie uitwerken is in eerste instantie een zooitje, maar als de puzzelstukjes dan in elkaar vallen, voelt dat des te beter!

Sschrijven vanuit sfeer of toon

Als je een verhaal wil schrijven met een uitgesproken sfeer of toon, moet je je bovenal beseffen dat er emoties of sferen zijn die heel erg breed zijn. Een ‘nare’ sfeer, kan honderdduizend dingen betekenen. Probeer dat concept wat te vernauwen naar iets als gestrest, onuitgeproken woede, de sfeer bij een sterfbed…. Wat dan ook. Kortom: verdiep je vooral in de vele nuances van emoties die er zijn voordat je je om iets anders druk maakt. Anders bestaat de kans dat je boek vanaf het begin gedoemd is te mislukken, omdat je de opzet ervan zelf niet goed begrijpt. Zodra je in de emoties gedoken bent, komen er meestal wel herinneringen of verhaalelementen in je op die bruikbaar zijn voor het verder oriënteren voor je verhaal.

Volgende week volgen er nog meer potentiële startpunten voor je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Mediamodifier via Unsplash.

Kiezen tussen symboliek en plot in een boek

Een verhaal met eindeloze symboliek en zonder plot gaat geen kant op en blijft steken in eindeloze, onnodige beschrijvingen. Maar een plot zonder de nodige verhaalthema’s of symboliek is vreselijk oppervlakkig en leest daardoor enorm saai. Balans het toverwoord. Balans vinden tussen plot en symboliek is vaak een kwestie van intuïtie, maar het helpt als je weet wat de functies van het plot en de symboliek ten opzichte van elkaar zijn.

Plot: basis en verdieping

Als je een verhaal bedenkt, begin dan altijd met het uitwerken van het plot, ook al wordt je geïnspireerd door iets symbolisch. Als je bij het zien van een zwangere vrouw denkt aan een groeiproces, ga dan niet meteen denken hoe iemand op allerlei symbolische manieren kan groeien. Begin heel algemeen:
Mijn hoofdpersoon is een zwangere vrouw die door het moederschap gaat groeien, door de nieuwe verantwoordelijkheid die ze krijgt als ze er alleen voor komt te staan.
Dan kan je iets specifieker gaan kijken. Wat overkomt alleenstaande moeder (en kind) wat het verhaal noemenswaardig maakt?
* Wordt een van beide ernstig ziek?
* Is de vader gewelddadig?
* Weet de moeder niet wie de vader is en gaat haar verhaal om het groeiproces van gezonde relaties aangaan?

Stel zulke zaken vast voordat je je druk maakt over dingen als hoe de navelstreng ook symbool kan staan voor het kind dat gehecht aan de moeder en dat het een (symbolisch) groeiproces is om je kind los te laten. Ook al heb je een ware gedachtenexplosie aan inspirerende symboliek, je moet eerst van details een algemeen geheel maken voordat je die verder kan uitwerken.

Symboliek: noodzaak en toegevoegde waarde

Symboliek heeft een belangrijke functie in een verhaal. Het helpt de lezer bewust of onbewust verbanden te leggen tussen belangrijke zaken in het plot. Zo zal het in een onheilspellende scène eerder regenen dan stralend weer zijn. Het is een kunst op zich om symboliek zodanig in je verhaal te verweven dat het geen cliché wordt. Maar doorzichtig of niet, symboliek is wel het verschil tussen de eerste kop koffie naast het bureau om maandagochtend negen uur (‘Waar is mijn energie? Ik heb cafeïne nodig na een lang weekend…’) en de verder niet gespecificeerde kop koffie die je personage op ieder moment van iedere dag kan drinken.
Kortom: zonder symboliek is het heel moeilijk, zo niet onmogelijk om (prettige) sfeeromschrijvingen mee te nemen in je verhaal zonder je toevlucht te zoeken tot continue infodump. Daarnaast heeft goed uitgewerkte symboliek het enorme voordeel dat het erg bevredigend leest voor de lezer. Er is een samenhang, zonder dat die door de strot wordt geduwd. Het spreekwoordelijke cirkeltje is rond, alles is zoals het ‘hoort te zijn.’ Goede symboliek kan ervoor zorgen dat je lezer het boek uitgesproken tevreden dichtslaat. Het heeft dus zeker toegevoegde waarde.

Voorbeeld: zwangere vrouw bij de Seattle Starbucks

Als je op deze manier met plot en symboliek aan het experimenteren bent, kan het lastig worden om te kiezen tussen goede symboliek en het plot aan de gang houden. Een voorbeeldcasus:

Onze (toekomstig) zwangere heldin moet ‘ontgiften’ van schadelijke relaties. Gedurende het verhaal maakt ze daarin een groeiproces door. Zo, zeer algemeen plot vastgesteld. Koffie is in zekere mate giftig voor een foetus, dus laten we gebruik maken van ironische symboliek: ze ontmoet de aankomende vader in de allereerste vestiging van Starbucks, in Seattle. De man die haar later in het verhaal vreselijk (lees: symbolisch giftig) gaat behandelen.
De Starbucks is natuurlijk een koffiegigant, maar die eerste vestiging in Seattle geeft de symboliek nog een extra laagje: het begin van iets groots. Mensen staan daar letterlijk in de rij, niet zozeer vanwege de koffie die daar wordt geschonken zoals in iedere Starbucks, maar ómdat het de allereerste Starbucks is. Toch het blijft een Starbuckskoffiezaak, zoals er wereldwijd tienduizenden meer zijn. Oftewel: deze man draait vooral om buitenkant, en/of is er een zoals zovelen en is niet zo speciaal als hij lijkt te zijn. Laat deze man ook nog eens een echte koffiekenner zijn die de vrouw alles kan vertellen over de verschillende koffies/ menu-items in Seattle Starbucks en je hebt een hint dat deze man op allerlei manieren schadelijk is of gaat worden. Prima, niks meer aan doen!

Maar dan komt het plot zich ermee bemoeien:

  • “Als je vóór bladzijde honderd de eerste akte wil afronden, is er geen tijd voor twintig koffiebeschrijvingen! Dit betekent absolute stilstand!”
  • “Moeder drinkt alleen koffie bij zeldzame gelegenheden. Wat maakt dat ze nu al met deze man koffie wil drinken? Ze zijn net op twee dates geweest… Het is nog geen tijd voor het eerste obstakel.”
  • “Seattle is een pokkeneind hiervandaan. Waar haalt Moeder überhaupt de tijd en het geld vandaan om naar die Seattle Starbucks te gaan? Ze was toch druk bezig om haar eigen zaak te starten? Daar draaide het hele verhaal om! Gaan we dat nu uit het raam gooien omdat ze een willekeurige vent tegenkomt?”

Als symboliek het plot of de plotopbouw dreigt te verstoren, kijk dan eens of je de symboliek nog kan behouden in de brede zin van het woord. Misschien lukt het om de symboliek zodanig aan te passen dat het niet alleen oppervlakkig symbolisch is, maar ook nog toegevoegde symbolische waarde heeft: jouw heldin is geen dertien in een dozijn en gaat dus ook niet naar de massale, alledaagse Starbucksketen. Deze onafhankelijke vrouw spreekt af in een koffiezaakje dat zelfstandig wordt gerund. Dáár gaat de slechte, koffiekennende ober haar verleiden. Zie je wat ik doe met de dikgedrukte woorden? De symboliek is er nog, maar is een stuk subtieler. Misschien merkt niemand het nog als symbolisch op, maar het zal je plot in ieder geval niet op slot zetten. Kijk eens wat je kan verzinnen of juist los kan laten als je het begrip symboliek wat breder interpreteert. Bedenk: symboliek is mooi en kan een verhaal verrijken, maar het kan nooit de basis van een plot vormen.

Uiteindelijk gaat het bij het kiezen tussen plot en symboliek erom dat:
* Het plot voorrang krijgt op symboliek.
* Symboliek zich óf onopvallend op de achtergrond moet afspelen óf opvallend het plot kan verrijken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Pas op voor de valse held bij het schrijven van een boek

Een protagonist wordt pas een held als die ook iets heldhaftigs doet. Dat lijkt een open deur, maar als je niet oplet, kan je zomaar een hoofdpersonage schrijven dat een voorbeeld voor de lezer moet zijn, maar eerder een voorbeeld is om niet naar te leven.

De held en de heldenreis

Om te begrijpen wat iemand een held maakt in een verhaal, moet je de basisprincipes van het centraal conflict kennen:
* Wat is het verschil tussen een probleem en een conflict?
* Je held moet een groeiproces doormaken: door obstakels te overwinnen en uit de comfortzone te stappen.
* Een held is niet perfect: een held hoeft ‘alleen maar’ moedig te zijn. Die moed blijkt uit het vallen en opstaan.

Vallen en opstaan: drie verschillende soorten

Je held moet meer dan een keer vallen en opstaan om blijk te geven van diens moed en daadkracht. In het schema van Save the cat zijn niet voor niets meerdere obstakels opgenomen. Eén keer een obstakel overwinnen geeft aan dat je niet van suiker bent, de tweede keer geeft aan dat je hebt geleerd van je fouten, maar daarmee nog niet op je einddoel bent, en een derde keer vallen en opstaan, laat zien dat je echt voor je doel gaat, ook als het blijft tegenzitten.
Hoewel er vaak drie grote obstakels in een verhaal zitten om deze reden, zijn ze niet hetzelfde in opzet. Ze hebben namelijk verschillende functies.
1) het centrale conflict (nog eens) duidelijk maken
2) vallen en opstaan om van te leren
3) vallen en opstaan om van te groeien/ dóór te groeien.

Een goede, echte held gaat al deze obstakels aan en blijft die aangaan. Een valse held doet dat niet: die ‘stopt’ bij obstakel 2, om zichzelf dan al tot held of martelaar te kronen. Die pronkt met moed, voordat die het goed en wel heeft bewezen moedig te zijn.

Voorbeeld van een valse held

Een valse held laat zich het beste omschrijven met een voorbeeld:

Een klimaatactivist heeft een fantastisch idee voor het oplossen van het klimaatprobleem. Die gaat ermee naar verschillende bedrijven, maar ieder bedrijf heeft ofwel geen interesse in of financieringsmogelijkheden voor de uitvinding. Dat doet je personage zes keer. Tot nu is dat steeds een obstakel van de eerste categorie. De zevende keer zegt een bedrijf: “Je uitvinding is fantastisch, maar je presentatie is vreselijk. Als je daar iets aan doet, is er misschien wel iemand geïnteresseerd. Helaas kunnen wij je idee niet financieren.”
Je personage leert daar iets van en gaat diens prestatievaardigheden verbeteren: een obstakel van de tweede categorie.
Bedrijf nummer acht heeft een echte eikel als vertegenwoordiger: hij lacht de klimaatactivist keihard uit, en maakt die op sociale media belachelijk. En omdat meneer Vertegenwoordiger miljoenen volgers heeft, wordt de klimaatactivist overal waar die komt niet serieus genomen en belachelijk gemaakt. De klimaatactivist kan het nu wel vergeten om de uitvinding nog ergens aan de man te brengen.

Dit is een interessant moment in het verhaal, want je personage kan nu een paar dingen doen:
* Een andere oplossing zoeken (zelf de uitvinding proberen te financieren, een nieuwe uitvinding maken…).
* Opgeven en daar teleurgesteld om zijn, om vervolgens zich niet meer met klimaatverandering bezig te zijn. Of het doet dat wel, maar is moegestreden.
* Opgeven en de rest van het verhaal afgeven op meneer Vertegenwoordiger, de rest van de wereld en verkondigen dat de wereld nu een held heeft laten schieten.

De valse held doet het laatste: hij gaat verslagen en verbitterd in een hoekje zitten voor de rest van het verhaal. Belangrijk om op te merken is: dit personage denkt en/of doet alsof het ook categorie drie heeft doorlopen, terwijl dat niet zo is. Dat kan citaten opleveren als:
* “Doe geen moeite, dat heb ik al geprobeerd, maar er luistert nooit iemand naar je, ook niet als je het beste met iedereen voorhebt.”
* “De wereld ziet geen held wanneer die op een presteerblaadje wordt aangeboden.”
* “Het heeft geen nut om ooit iets (nieuws) te proberen, want uiteindelijk levert dat niets op.”

Wat ontbreekt er bij de valse held?

Vooral het laatste citaat hierboven is belangrijk. Dat zegt namelijk zoveel als: “Het is niet de moeite om het centrale conflict volledig te doorlopen als het te veel tegenvalt.” Maar een held kan zich pas zo noemen als die dat wel doet, ongeacht de uitkomst.
Het is zeker waar dat vallen en opstaan het bewonderen waard is; er zijn genoeg mensen die niet eens tot vallen en opstaan van de tweede categorie komen, laat staan als ze dat al zeven keer is overkomen.
Maar wat schadelijk is aan het idee dat het proberen niets eens waard is voor het geval iets tegenvalt, is het gevaarlijkst van de overtuiging van de valse held. Daarmee doe je namelijk de hele heldenreis teniet. Zowel die van de valse held die in zijn eigen heldenreis verslagen is als die van de aankomende, nieuwe held die wel bereid is om de schouders eronder te zetten en iets te proberen. “Proberen alleen stelt niets voor…”
Dat is gewoonweg niet waar! De enige momenten waarop iets niets voorstelt is als je het hebt over het oplossen van een probleem, in plaats van het centrale conflict en als je dat zelf gelooft. De valse held gelooft dat je pas een held kan zijn als de missie slaagt. Dat je dan pas een ‘winnaar’ bent en anders een ‘verliezer’. Maar de reden dat je de valse held als verliezer kan bestempelen is omdat die zélf te veel nadruk legt op de uitkomst.
Denk aan dit citaat uit Little miss sunshine: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’

Het is een cliché, maar de reis is belangrijker dan de bestemming. Dat geldt ook zeker voor de ‘reis’ van het lezen van een boek. Als je dan een hoofdpersoon hebt die aan alles uitstraalt dat dat niet zo is, heb je geen hoofdpersonage dat inspireert, maar eerder eindeloos irriteert.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Zo kan je schrappen op grote schaal: inleiding

Schrappen op scène-of zinsniveau is relatief makkelijk: daar zijn een aantal trucs voor. Maar je complete boek aan een revisieronde onderwerpen is toch wat anders. Niet het kijken naar de details, maar naar het grote geheel, vergt een andere aanpak. Hoe begin je daarmee?

De waarde van schrappen

Het is altijd waardevol om je tekst nog even goed te bekijken. Tijdens het schrijven van je eerste versie zie je niet (zo snel) waar spellingsfouten, infodumps, darlings, kromme zinnen of onnodige stukken verstopt zitten. In je enthousiasme of flits van inspiratie schrijf je vaak zo snel dat inconsistenties niet meer zo zichtbaar zijn. Daarom is het belangrijk om regelmatig te schrappen of te herlezen. Daar wordt je verhaal beter van en merk je gaten in het plot op, of kan je ze voorkomen.

Het beeld van je verhaal en het beeld van je boek

Als je het hele verhaal wil nakijken, dan kom je voor een moeilijke uitdaging te staan. Ten behoeve van de duidelijkheid maak in deze blogpost onderscheid maken tussen de term ‘je boek’ en ‘je verhaal’.
* Je verhaal: het verhaal zoals het zich in je hoofd afspeelt, en hoe je het grofweg in grote lijnen voor je ziet.
* Je boek: je boek is datgene wat je daadwerkelijk opschrijft, inclusief alle diepgang, thema’s, sfeeromschrijvingen, symboliek et cetera.

Zo je wil: je verhaal is de snelle verbale boekbespreking van de basisschool, waar je boek het uitgebreide, verdiepende boekverslag van de examenklas op de middelbare school betreft.

Het feit dat schrijvers enthousiast zijn over de eerste versie van hun werk, is in dit opzicht zowel een zegen als een vloek. Je kan niet goed schrijven zonder enthousiasme en creativiteit, maar het risico is dat je te veel met je verhaal bezig bent, en vergeet dat je een boek aan het schrijven bent.

Voor jou als bedenker van het verhaal is het kristalhelder: waar het verhaal naartoe gaat en wat de (impliciete) thema’s en symbolieken zijn, wat de achtergrond van je personages is… Maar uiteindelijk schrijf je een boek, en moet je dus ook met je boek bezig zijn, niet alleen met het verhaal. Anders gaat de lezer zich vroeg of laat vervelen of blijft die in verwarring achter. Wees je ervan bewust dat een schrijver die te veel met het verhaal bezig is, en niet met het boek, erg vatbaar is voor het gevaarlijke verschijnsel van een te aanwezige innerlijke voorlezer. En zolang als je op die ogenschijnlijk onschuldige manier alleen losse zinnen, enkele scènes of de premisse van je verhaal ziet, zal je je boek nooit een algemene revisie kunnen geven. Dan wordt schrappen op grote schaal onmogelijk.

De essentie van je verhaal vinden

Wat vaak gebeurt als je te veel met je verhaal en te weinig met je boek bezig bent, is dat je opstartproblemen krijgt. Je besteedt dan de eerste hoofdstukken of scènes aan de introducties en achtergronden van je personages.
Die valkuil is echt niet zo gek: “Het boek gaat over Simon, dus dan moet ik toch schrijven hoe zijn normale leven is, voordat het op zijn kop gezet kan worden? Dat is toch het hele idee van beat 1 en 2 van de drieaktenstructuur?” Zeker, maar dáár zit dat essentiële verschil tussen je verhaal en je boek.

Het verhaal zou lezen als:
Simon gaat met zijn vrienden naar de kermis. Als een achtstegroeper, de oudste van de basisschool, moet hij natuurlijk de stoerste zijn. Maar hij is vreselijk bang voor die ene attractie die hoog in de lucht alle kanten op slingert. Hij wordt al misselijk als hij ernaar kijkt. Daarom verzint hij een list. Zijn vriendin Jonna zit in het complot. Vlak voor Simon de gevreesde ‘Booster’ in gaat, zal zij hem uitnodigen om een oliebol mee te gaan eten, op de enige tijd en dag dat zij zogenaamd van haar ouders naar de kermis mag. Als dat niet lukt en Simon alsnog wordt uitgelachen, hebben de vrienden alsnog iets lekkers te delen…

Het boek zou lezen als:

Simons knieën beginnen te knikken als ziet hoe de gevaarlijkst ogende attractie van de kermis heen en weer raast. Hij ziet vanaf een afstandje hoe zijn vriend Lars Igor uit groep 7 staat uit te lachen. “Ukkie!” sneert hij. Igor is inderdaad niet de grootste, maar sinds Lars de hoofdrol toegewezen heeft gekregen in de afscheidsmusical, doet hij net alsof de hele school van hem is. Dat hoeft nou ook weer niet: Natuurlijk, de maffiabaas was een rol die iedereen wilde hebben, maar Simon is dik tevreden met de minder grote rol van gewiekste, extraverte autohandelaar. Hij houdt van overdreven acteren.
Lars draait zich om en loopt naar Simon. “Ha, Simon, klaar voor de Booster?”
“N-nou, ik wacht op Jonna.”
“Wil je nou zeggen dat je straks naar de brugklas wil gaan zonder ooit in de booster te zijn geweest?”
“Ik, eh…”
“Kom op, joh! Straks wordt je uitgelachen voor brugwup, dat wil je toch niet?”
“Simon, daar ben je!” Jonna komt aangelopen.
“Hoi Lars. Sorry, maar Simon en ik hebben afgesproken om een oliebol te gaan eten.”
“Oké, dan ga ik wel alleen, bangebroek!”
Lars loopt hanig naar de gevreesde attractie en Simon en Jonna lopen naar de oliebollenkraam. Jonna betaalt de oliebol voor hen allebei. Als ze Simons oliebol overhandigt, drukt ze snel en verlegen een kus op zijn wang. Simon wordt vuurrood, maar grijnst ook tevreden en geeft Jonna snel een kus terug. Voor zover Simon weet is Lars nog nooit gekust…
Met de oliebol in de hand gaan Simon en Jonna richting de Booster om Lars daar op te halen. Die komt wankelend de attractie uit. Met een blik op de oliebollen van Simon en Jonna, sprint hij weg. Even later klinkt er een vies gespetter en komt er een zure lucht hun kant op drijven.

In dit voorbeeld lijkt dat misschien niet zo, maar deze boekscène is veel korter en bondiger dan het voorbeeld van het verhaal. In slechts enkele zinnen wordt bijvoorbeeld duidelijk dat Jonna en Simon al langer een oogje op elkaar hebben. Als ik volgens een verhaal had geschreven, was de verleiding groot geweest om een compleet hoofdstuk te wijden aan (opbloeiende) vriendschap tussen de twee kinderen, die tot de kus gaat leiden. Het boek heeft nodige mate van show don’t tell, waardoor het verhaal implicieter en ook korter wordt.

Als je grote lappen tekst wil reviseren, moet je kunnen zien wat in je tekst volgens een verhaal moet schrijven – en waar het dus langer mag zijn- en wanneer het gebaat is bij het schrijven volgens een boek. Daarover volgende week meer.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clem Onojeghuo verkregen via Unsplash.

De risico’s van de onzichtbare trope

Tropes zijn een handig middel om snel en makkelijk duidelijk te maken wat de basis van het verhaal en de personages inhouden. Maar soms zijn tropes zo bekend dat de schrijver ervan uit gaat dat de lezer wel weet wat er met een trope wordt bedoeld, zonder dat dat waar hoeft te zijn of zelfs maar bij dit ene verhaal hoeft te kloppen. Dan ontstaat er een onzichtbare trope.

De beginselen van een onzichtbare trope

Clichés en tropes hebben hun beginselen in het idee dat de lezer snel en makkelijk weet wat de schrijver duidelijk wil maken. Zo snel en makkelijk, dat de schrijver kan vergeten dat een trope een middel is, geen gegeven waar een heel verhaal draaiende van blijft. Dat is ook niet zo gek. Want hoe ontstaat een trope en wat zijn de beginselen?
Een trope is een gegeven dat vrijwel altijd samenhangt met een andere aanname. Soms is die zo sterk, dat de hele trope uit elkaar lijkt te vallen als die volgende aanname niet van toepassing is. Enkele voorbeelden:

Het lelijke eendje: is niet alleen lelijk (het eigenlijke gegeven) maar ook sociaal onhandig: de aanname die in de loop van de tijd met de trope is vergroeid. Als je het lelijke eendje een sociale uitblinker maakt, heb je niet meer de bekende invulling van de trope waar iedereen aan denkt. Dan heb je ‘gewoon’ het lelijke meisje, niet meer het lelijke eendje.
Nee: het niet-aantrekkelijke meisje kan ook als lelijk eendje worden bestempeld omdat ze een studiebol is, of slecht in sport. Ze hoeft niet per se sociaal ongemakkelijk te zijn.
De verboden liefde: twee geliefden mogen niet bij elkaar zijn. Dat is het eigenlijke gegeven. De aanname is vaak dat de ouders dwarszitten, omdat het romantische genre die trope uitbuit. Is de reden van de verboden liefde iets anders, dan zal menig lezer zich even achter de oren krabben: wacht even… Een interraciale romance tijdens een rassenoorlog bestaat ook. Maar de gemene ouders komen zó vaak voor, dat je dat bijna zou vergeten…

Als de aanname zo sterk is dat het lijkt alsof de trope niet meer ‘klopt’ als er een andere invulling aan gegeven wordt, dan heb je een mogelijk beginsel van een onzichtbare trope: de trope die op de achtergrond raakt en en de aanname die het met zich meebrengt als absolute waarheid beschouwt. Je rekent erop dat iemand de gaten invult zoals het meestal wordt bedoeld, waar dat om meerdere redenen niet wenselijk is.

De valkuil van de onzichtbare trope

Als je niet wil dat een trope uitgroeit tot een cliché, dan moet je eraan schaven om hem bij je verhaal te laten passen. Met andere woorden: een trope mag niet kant- en klaar worden ingevuld, anders gaan er gaten vallen in de basis van je verhaal. Dit wordt het duidelijkst met een voorbeeld.

De trope: de boerenjongen blijkt de uitverkorene die de wereld moet redden door ten strijde te trekken.

Omdat deze trope een groei van de held met zich mee móet brengen, voor een kloppend plotverloop, is dit een populaire trope. Een boerenjongen weet niets van vechten maar gaat dat leren om het verhaal te laten starten.
Meestal begint het verhaal ook daar: er komt iemand aan de deur kloppen: “Uitverkorene, uit je bed, het lot roept!”
De held kleedt zich aan en kijkt nog even om naar de varkensstal en de kippenren, zodat de lezer weet dat hij als boerenzoon is opgevoed. De boerderij wordt nooit meer bezocht of zelfs maar genoemd. In de letterlijke zin, noch het feit dat de held daar is opgegroeid.

Waar deze invulling van de trope op rekent, is dat de lezer denkt: de gemiddelde boerderij-activiteit leert je niet vechten, dus onze jonge boer is onervaren, fysiek relatief zwak en moet dus flink worden getraind voor hij de rol van ridder op zich kan nemen.
Op zichzelf is daar niets mis mee, maar wel als je die invulling van de trope daarbij laat. Zo zeg je in feite: ik gebruik een makkelijke aanname om een situatie te schetsen door te zeggen dat die heel belangrijk is – de jongen groeide op op een boerderij- om daar vervolgens geen aandacht meer aan te besteden. Zo wordt je trope onzichtbaar. Hij speelt op de achtergrond in stilte mee, alsof het niets voorstelt, maar paradoxaal genoeg doet het dat wel. Omdat je lezer een kant-en-klaar beeld heeft bij de typische boerenzoon van de trope, gaat die dingen aannemen bij jouw personage die misschien helemaal niet waar zijn.

Gevolgen van de onzichtbare trope

Als je de aannames bij een trope als een waarheid aanneemt, zonder de lezer te laten weten wat de context ervan is in jouw verhaal, vallen vroeg of laat gaten. Denk aan:
Als een boerenjongen zwak is per definitie van de trope, kan hij dus nooit gespierd zijn. Ook al heeft hij getraind in zwaardvechten met zijn vriend, de zoon van de smidse. -Waar de lezer sowieso niets van te weten kan komen, als je de achtergrond van je personage nooit meer benoemd….-
Als de boerenjongen niets weet van de profetie, moet hij in alles bijgeschoold worden. Wat hij al aan eigen intelligentie vergaard heeft, doet er niet toe. Daar laat je een schat aan unieke, mogelijke handig-en slimheden liggen.

Of, nog erger, je wordt zelf het slachtoffer van de aannames bij de algemene trope. De basis van hoe de trope überhaupt tot stand is gekomen is dan zo onzichtbaar geworden voor jou als schrijver dat er zaken in je plot komen die niet kloppen:
Onze nieuwe ridder moet de draak uit zijn grot lokken door een geplukte kip voor de ingang neer te leggen:
“Maar ik ben een getrainde ridder, ik weet niet hoe ik een kip moet plukken!”
– Lieverd, je bent opgegroeid op een boerderij in een middeleeuwse setting. Het lijkt me dat je wel eens een kip hebt geplukt.-
“O ja…”

Ken je deze beestjes nog, boerenzoon? Nee? Nog nooit gezien? Vraag je dan eens af waarom je deze trope van de onwetende boerenzoon gebruikt.

Als je een trope zo gedachteloos gebruikt dat hij voor jezelf of je lezers onzichtbaar dreigt te worden of is, dan doe je iets verkeerd. Zodra iets onlosmakelijk met de aanname van een trope is verbonden is, moet je het uitwerken of ontkrachten, niet zomaar naar de achtergrond schuiven. Doe je dat wel, dan krijg je of gaten in je plot, of personages die nooit echt driedimensionaal kunnen worden.

Vergeet niet dat je geen boerderij nodig hebt om een onwetende, ongetrainde uitverkorene te vinden. Het bos, het vissershutje, het marktplein het winkelcentrum, zelfs het bejaardenhuis: ook daar kan een aankomende held zich bevinden.

Tropes blijven gereedschappen, geen kant en klare formules om een verhaal mee te schetsen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Brooke Cagle verkregen via Unsplash.

Je doelgroep verkeerd begrijpen: choqueren en forceren

Als je doelgroep duidelijk is afgebakend, weet je wat die interessant vindt om over te lezen. Een valkuil die daarmee gepaard gaat, is dat het verhaalthema ontzettend wordt uitvergroot. Dan vertelt het geen mooi verhaal meer, maar is het slechts een middel om te choqueren en forceren. Hoe kan dat gebeuren en hoe kan je dat voorkomen?

Een vaag beeld bij je doelgroep

Een belangrijke reden dat er iets verkeerd gaat bij het schrijven voor je doelgroep, is dat de bijbehorende toon de plank misslaat. Dat komt vaak omdat je slechts een vaag beeld hebt bij je lezers en je niet de moeite doet om ze meer dan oppervlakkig te leren kennen. En dat heeft meer vervelende gevolgen dan alleen een kromme of ongepaste schrijfstijl. Het verhaalthema of de onderwerpen die worden aangesneden zijn er ook vaak de dupe van. Als je het idee hebt dat een doelgroep -of dat nu de doelgroep van een genre, een bepaalde leeftijdsgroep of wat dan ook betreft- zich alleen maar met één (overkoepelend) iets bezighoudt, kan je de fout maken dat je dat ene ding gaat uitmelken, uitvergroten en forceren. Niet omdat je dat wil, maar omdat dat naar jouw idee moet.

* Een liefdesdrama moét gaan over vreemdgaan met de beste vriendin. Niet alleen gaan de partners elkaar in de haren vliegen, de vriendinnen gaan ook nog eens elkaars mooiste jurk vernielen. Want ja, gebroken hart, jaloezie, drama…
* Een financieel schandaal bij een hoge pief van een groot bedrijf. Daar is witwasserij aan de orde, maar natuurlijk kunnen de maîtresse en de cocaïneverslaving niet al te ver achterblijven. Bij een schandaal waar geld mee gemoeid is, hoort ook macht en drama…
* De tiener rebelleert met drank, drugs en veelvoudige one night stands. Anders is het toch geen fatsoenlijk afzetten? En trouwens: de tiener is de wereld sowieso aan het ontdekken en de grenzen aan het verleggen…

Zie je dat hier de fout van te brede aannames aan de orde is? Met een uitgebreider voorbeeld kan je zien hoe snel zo’n aanname kan escaleren.

Casus: Fieke de rebelse tiener

De luie, snelle aanname van de doelgroep tieners is: ze zijn rebels, niks kan ze wat schelen en ze storten zich in allerlei problemen. Drank en drugs en grof in de mond. Dus gaat Fieke, onze heldin helemaal los. Ze zuipt zich vier keer per week klem – tieners gaan naar de kroeg!- Heeft een grote mond tegen haar ouders -rebellie!- en snuift wel eens een lijntje in de klas, net voor de docent binnenkomt -Het kan tieners nooit iets schelen- Fieke krijg je niet zomaar klein, ze is voor niets en niemand bang. -Onverschrokken grenzen opzoeken- .
Die problemen moeten een keer een gevolg krijgen, als is het maar voor de plotontwikkeling. Dus grijpen haar ouders in: dit gedrag kan zo niet langer. Ze weten dat pubers grenzen opzoeken, maar hun dochter loopt nu echt gevaar. Fieke krijgt huisarrest. En omdat ze niet meer kan zijn dan de rebelse tiener, omdat jij daar maar zo’n vaag beeld van hebt, kan ze maar een ding doen: haar ouders gaan haten. -rebelse tieners denken altijd wereldwijs te zijn en geven niets om gezag.- Maar omdat Fieke zo stoer moet zijn – het boeit tieners nooit iets- zoekt ze nooit hulp met deze serieuze problemen. Dus de enige overgebleven optie is om Fieke suïcidaal te maken. Prima, toch? De tienerwereld is immers een en al drama…

Als je je doelgroep niet kent, heeft dat twee grote gevolgen: je houdt een verhaal zonder broodnodige nuance over en het eindresultaat kan alleen maar choqueren en forceren, met alle gevolgen van dien.

Nuance in je verhaal schrijven

Fieke is in de minderheid met haar extreme drank- en drugsgebruik, maar vanwege het vertekende beeld wat jij van de doelgroep tieners hebt, lijkt dat niet zo. Het is ook mogelijk dat Fieke zich eens per week op haar vaste stapavond helemaal laat gaan, maar de rest van de week zorgzaam en beleefd is, ook al schaamt ze zich af en toe ook voor haar ‘bejaarde ouders’. Als je niet ziet dat nuance mogelijk is of zelfs nodig is, dan heb je vroeg of laat geen andere keuze meer dan alles aan je verhaal uit te vergroten. Daarmee kan het niet anders meer dan choqueren, interessant of realistisch wordt het niet meer: ‘Tieners (zoals Fieke) zijn gedoemd om vroegtijdig te sterven aan zelfmoord door alle ellende die ze meemaken.’
Je kan een doelgroep niet bij je houden als je die zo eenzijdig afschildert. Er is een zekere mate van own voice nodig in de manier waarop je over iemand schrijft, wil je diegene geïnteresseerd houden. Als je iemand afschildert als een archetype zonder verdere diepgang of subtiliteit, zal die zich niet serieus genomen voelen, laat staan identificeren met de held. Terwijl dat wel je bedoeling is bij het vinden van je doelgroep.

Hierom werkt het choqueren en forceren van je doelgroep niet

Als je slechts een eenzijdig beeld hebt van je doelgroep, kan je niet anders dan het plot forceren door middel van choqueren. Een verhaal heeft immers een interessant plotverloop nodig. Als Fieke de rebelse tiener moet zijn omdat ze anders geen tiener zou zijn, kan dat extreme gedachten teweegbrengen als ‘Ach ja, alle tieners zijn ‘gebroken’ en ‘vechten tegen het systeem’, dus ze dreigen allemaal met zelfmoord. Fieke zoekt gewoon aandacht en zal het allemaal niet zo serieus bedoelen.’ Zie je hoe hard dat kan gaan? Dan zou je dus niet eens meer 113 bellen, want: ‘tieners en zelfmoordneigingen zijn toch noodnormaal?’
Fieke wordt zo gedegradeerd tot een middel om te choqueren over heftige onderwerpen als zelfmoord en onverantwoord drank- en drugsgebruik. Dat is niet expres, maar door je beperkte beeld van haar, kàn je haar niet anders zien, dus dan moet je dat ook nog eens forceren. Als je moet choqueren en forceren, brengt dat dezelfde valkuilen als overromantiseren met zich mee: je blijft als schrijver in zekere zin langs de zijlijn staan en laat alles gebeuren, terwijl je dringend moet ingrijpen.
Neem als god van je personages hen ook serieus en wees een beetje lief voor je schepsels. Je kan met een verhaal choqueren, maar als het hele uitgangspunt is dat je personage – als een weerspiegeling van je doelgroep- dat moet doen, dan gaat er iets erg fout.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Je doelgroep verkeerd begrijpen: onjuiste toon

Het is belangrijk om je doelgroep goed af te bakenen als je een verhaal schrijft. Zo weet je dat het ook een bepaalde groep mensen aanspreekt. Het bepalen van je doelgroep is een ding, die doelgroep ook goed begrijpen is het volgende. Als je je doelgroep verkeerd begrijpt, kan je verhaal inhoudelijk fantastisch zijn, maar kan een onbedoeld vervelende toon roet in het eten gooien.

Het toontje van een doelgroep

Het idee dat een bepaalde groep mensen een heel eigen manier van praten heeft, is je vast niet onbekend. Rijke mensen praten bekakt of met chique woorden, geestelijken spreken met diepe, plechtige stem en de hysterische bruidsmeisjes die bij het minste of geringste in enthousiast gegil uitbarsten spreken met een hoge stem.
Of dit nu op clichés berust, of ook gedeeltelijk echt zo is, deze toontjes zijn waarschijnlijk een grotere aanname dan je zelf doorhebt. Want een tiener zonder eigen, hippe woordenschat en taal, wat voor tiener is dat nou? Zo ga je niet alleen in dialogen wat hippe woorden schrijven, maar wordt ook je verhaal in het algemeen wat vlotter van stijl. Omdat een manier van praten tot op zekere hoogte een goede show don’t tell kan zijn, bestaat het risico dat je deze stijl het feilloos overneemt, waardoor je tekst erg geforceerd over kan komen.

Meerdere gezichten van een doelgroep

Als je een ijkpersoon gaat schrijven, is het logisch dat je bepaalde aannames maakt. Maar als die al standaard zijn en je dat uitbuit, wordt je doelgroep net zo levendig afgeschilderd als een stuk karton. Denk aan voorbeelden als:
* iedere tiener zegt om de andere zin een hip stopwoordje
* iedere lezeres van romantische verhalen smelt van complimentjes en wil niets anders lezen dan dichterlijk taalgebruik om de tekst zo dweperig mogelijk te houden.
* alle rijkelui praten met zo’n hoogwaardig vocabulaire dat ze nooit eens doodgewoon ‘vreselijk!’ zeggen. Neen, ‘affreus!’ zal de uitroep immer wezen.

Als je deze stijl zin in, zin uit volhoudt, wordt je verhaal doodvermoeiend om te lezen. Tegelijkertijd is het ook niet logisch om de heer met de hoge hoed meteen te verbieden om te zeggen dat de vergadering affreus verliep. Wie weet moet hij voor zijn functie wel ten alle tijden geleerd overkomen.
Natuurlijk kan het helpen om je gebruik van afzonderlijke woorden goed in de gaten te houden. Maar wat je je vooral moet bedenken, is dat je doelgroep meer is dan hetgeen waarmee je ze in eerste instantie associeert.
De tiener is dus niet alleen bezig om cool te zijn, de grenzen op te zoeken en zich af te zetten van het ouderlijk gezag. Die zit ook wel eens gewoon gezellig te eten of te kletsen. Met leeftijdsgenoten of anderen.
De romantisch ingestelde vrouw maakt zich ook wel eens druk om de irritante file, zonder meteen te denken dat haar concurrente op liefdesgebied er nu met haar geheime vlam vandoor gaat. Zij komt altijd op de fiets naar het werk en kan dus naast de mooie man gaan zitten in de vergadering… Een file is gewoon vervelend, óók al niet meteen je hele liefdesleven op het spel staat.

Het toontje en de boodschap van de tekst

Om te voorkomen dat je een doelgroep denkt te kennen, zonder dat dat zo is, moet je dus geen klakkeloze aannames maken en goed afwegen wat en hoe vaak je een bepaald toontje toepast. ‘De toon moet bij de doelgroep aanslaan bij de doelgroep’ als voornaamste uitgangspunt kan een vreselijk ongemakkelijke tekst opleveren: “Man, die gast is vet lijp geworden, dude! Als hij denkt dat ik dat voor hem doe nadat hij me zo genaaid, heeft, dan moet zich laten checken, weet je wel?”
Klinkt dit als een schrijver die ooit in de eigen jeugd een paar hippe woorden kende en die wil combineren met een aantal -willekeurige- uitspraken die die een aantal jaren, weken… geleden gehoord heeft? Als iemand die waarschijnlijk in de laatste vijftien jaar geen tiener meer gehoord heeft en maar gewoon hoopt dat dit taalgebruik nog in de mode is? Precies.
Door de eindeloze stopwoordjes en hippe termen en de algemene aanname van een ‘boze, hippe tiener’, gaat de boodschap van de zin volledig verloren. Je kan dan veel beter in ‘normale woorden’ de gevoelens van de tiener weergeven: “Die vent is gek geworden! Als hij denkt dat ik hem nog vertrouw nadat hij me zo genaaid heeft, moet hij zich laten nakijken.” Je kan ‘genaaid’ hier laten staan. Dat is grof in de mond, iets wat past bij de boze, lompe tiener die je waarschijnlijk wil schetsen. ‘Belazerd’ zou dan wel erg beschaafd zijn. Kortom: het is een kwestie van goed afwegen. (En in het geval van tieners: hun eigen, tijdelijk hippe taal ontwikkelt zich zo snel dat tegen de tijd dat je je boek geschreven en uitgegeven is, die specifieke woorden alweer uit de mode zijn. Dus 😉 )
Kijk of je mensen uit je doelgroep kan bereiken en vraag wat hen bezighoudt. Waarschijnlijk kom je dan achter een aantal dingen waar je helemaal niet aan had gedacht. Belangrijker nog: je leert je bril af te zetten die je hebt over je doelgroep. Dat levert een daadwerkelijk authentieke weerspiegeling van je doelgroep op, niet wat jij denkt dat het authentieke toontje kan weergegeven. Want door die bedoeling prikt de doelgroep – en vaak andere mensen ook- heel makkelijk heen.

Meer risico’s van een verkeerd begrepen doelgroep

Het toontje van een doelgroep is een van de valkuilen die het verkeerd begrepen doelgroep met zich meebrengt. Net zoals bij zoveel zaken moet je ervoor zorgen dat je zorgvuldig onderzoek doet als je de doelgroep gaat bepalen. Dat voorkomt dat je allerlei zaken gaat forceren, die passen bij de aannames die je doet of hebt als je een doelgroep niet goed genoeg doorgrond.
Een van die risico’s is dat je allerlei dingen in je verhaal gaat forceren en uitvergroten, omdat je maar van een enkel uitgangspunt uitgaat. Dat begint vaak bij het verkeerd begrijpen van je doelgroep. Volgende week besteed ik een afzonderlijke blogpost aan het principe van iets geforceerd uitvergroten.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto van Alyssa Yung, vergkrgen via Unsplash.