Deze slechterik haalt het bloed onder de nagels vandaan

Je hebt slechteriken die slecht zijn door de wereld te willen veroveren en slechteriken die het de held lastig maken zijn doel te bereiken. En dan heb je nog de slechterik die het bloed onder de nagels van de lezer vandaan haalt. Die slechterik die het lezerspubliek niet haat omdat het de slechterik van het verhaal is, maar omdat iets in diens karakter extreem frustrerend is. Hoe schrijf je zo’n slechterik?

Wat maakt een goede slechterik?

Een goede slechterik heeft een aantal belangrijke basiseigenschappen. Deze lijken misschen een open deur in te trappen, maar later hebben we die nodig voor een goede nuance. Een goede slechterik:

  • Zit de heldenreis van de held dwars
  • Komt realistisch over: het is geen man met een gleufhoed die met een hinnikende enge lach om zijn dunne snor draait
  • Heeft vervelende normen, waarden en karaktereigenschappen

Met deze basis kan je iedere slechterik beginnen te schrijven. Van degene die de wereld wil overheersen tot, de pestkop op het speelplein, de agressieve echtgenote en alles ertussenin. Maar afhankelijk van de macht van de slechterik, het verhaalthema, het plotverloop en nog allerlei andere zaken, zullen deze slechteriken erg van elkaar verschillen. Het worden daardoor niet meteen degene die we als lezers en filmkijkers massaal maar al te graag haten en afkammen. De Percy Wetmores, Dorothea Ombers en al die andere van wie je kan zeggen: eigenlijk is er in de verhaallijn zelf een slechterik die op papier nog veel erger is. En toch, haat ik deze slechterik nog meer.
Hoe kan dat?

Ik ken zo iemand als deze slechterik

Een slechterik die echt het bloed onder de nagels vandaan haalt, is zo iemand van wie je denkt: jij zou zomaar eens mijn collega, buurman of oudtante kunnen zijn. Dictators kom je in het dagelijks leven niet tegen, maar mensen met karaktertrekken en eigenschappen als extreem egoïstisch, genadeloos, harteloos en koud kom je – al dan niet in een combinatie hiervan wel eens tegen. Nu is een dictator dat ook, maar het verschil zit hem in het principe dat je die niet persoonlijk kent. Harry Potter heeft dan misschien wel altijd te maken met de dreiging van Voldemort, hij komt hem niet dagelijks tegen. Bij Dorothea Omber daarentegen is dat wel zo: zij is in zekere mate realistisch. Om deze slechterik kan je held niet heen, omdat die continu en ook zichtbaar op de voorgrond van het plot staat. En dat gebruikt die slechterik ook om zowel de held als de lezer enorm te ergeren. Door niet de heldenmissie, maar het plot dwars te zitten.

De slechterik die zich met het plot bemoeit: ik zeg nee

Als de held, de dictator en de slechterik aan de tekentafel van je boek mochten zitten om het plot te bepalen, zou het gesprek er ongeveer zo uitzien:
“Held, als jij nu eens op zoek gaat naar de magische gouden beker, dan doe ik dat ook. Ondertussen zaai ik dood en verderf. Dan mag jij mijn slachtoffers opvangen, en mij proberen tegen te houden terwijl je de beker zoekt,” stelt Dictator voor.
“Prima,” zegt de Held. “Slechterik, wat doe jij dan?”
“Dan zorg ik ervoor dat de mentor die jou moet trainen, eerst even flink ziek wordt, zodat er langer mensen lijden. O, en ik kom zelf ook langs om de mensen die lijden, niet te helpen. Sterker, ik ga ze nog meer vernederen. En ik zorg ervoor dat er nog een extra draak is om te verslaan – of twee of drie- , zodat Dictator meer tijd krijgt om zijn plan uit te voeren.”

Met andere woorden: Slechterik vecht niet zozeer direct tegen de acties van Held, maar zorgt ervoor dat het potentieel van Held, het groeiproces, de uitvoering van het plan wordt vertraagd. De acties worden nóg moeilijker om uit te voeren.
Dictator is makkelijker om mee om te gaan, omdat die zich in dat opzicht niet met de held bemoeit. Die blijft zelf ook op zoek naar de gouden beker, of probeert een leger te vergroten. Hij werkt in een groot deel van het verhaal Held niet direct tegen.
Slechterik probeert ‘nee’ te zeggen. Niet tegen Held en de heldenreis, maar tegen het hele plot. Als kers op de taart gebeurt dat met een aantal verdorven motieven. En omdat zowel je held als je lezer vooruit willen met het verhaal, is dat ontzettend frustrerend. Zeker als de situatie er in de tussentijd niet beter op wordt.

De slechterik zonder schuldgevoel en met een megafoon

Dictator heeft nogal eens een achtergrondverhaal dat uitlegt hoe die tot diens verdorven daden of gedachtengang is gekomen. De lezer is het daar misschien niet mee eens, maar accepteert die wel als zodanig. Slechterik heeft misschien wel wat motieven, maar een compleet achtergrondverhaal ontbreekt. Maar er is nog een belangrijk verschil: Dictator heeft een plan en voer dat uit. Slechterik voert dat uit, door zowel de lezer als de held continu voor te houden: ‘Kijk eens hoe slecht ik ben!’ En nee, daar zit geen enkele wroeging of schuldgevoel bij. Sterker nog, Slechterik ziet dat soms zelfs als een sterke, gerespecteerde of een anderszins positieve eigenschap. Dictator doet wat die moet doen. Onsterfelijk worden, volkeren uitmoorden, wat de misdaad ook is, dat is uiteindelijk wel het ultieme einddoel. In dat opzicht kan Dictator in een zekere ‘bescheidenheid’ opereren. De trawanten doen het vieze werk wel, de plannen worden in het geheim bedacht en uitgedeeld en als uiteindelijk iedereen weet wie er de baas is, is dat voldoende voor Dictator.

Slechterik wil niet zozeer — of in ieder geval niet altijd- naar een einddoel toewerken, maar eerder een megafoon en een podium hebben wanneer die al die slechte dingen doet. “Kijk eens hoe ik de slechtste van allemaal ben, in al mijn realisme, verachtelijke waarden en mijn pogingen en resultaten om iedereen te dwarsbomen en te ergeren!’

Kortom: Slechterik is slecht, is daar trots op, voelt geen wroeging en wil daarmee continu op de voorgrond staan.

Als die optelsom geen reden meer is om dit soort slechterik te hekelen…

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Hassan Sherif verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een tranentrekker: laat de lezer bijna huilen

Een tranentrekker als doel voor je boek is heel erg link. Je gaat uit van het idee dat je lezer als vanzelf meeleeft als de gebeurtenis maar dramatisch is. Zo houdt je geen rekening met het feit dat iedereen zo zijn eigen belevingen heeft, en dus ook andere dingen heeft die de betreffende persoon aan het huilen maakt. Dus als opzichzelfstaand doel is het niet zo’n goed idee. Je kan beter als uitgangspunt nemen waar de reden om (uiteindelijk) te huilen vandaan komt en dat goed uitwerken.

Waarom komen de tranen?

Laten we eerst eens kijken waarom er uiteindelijk tranen komen. Nee, niet wanneer je ‘emotioneel wordt’ , dat moment waarop je daadwerkelijk huilt. Los van de eigenlijke reden waarom je huilt – verdriet, woede, blijdschap…- De emotie komt eerst, het huilen daarna. Het verschil zit hem in een kantelpunt.

Je huilt omdat je hersens de emoties niet meer aankunnen

Denk eens even na wat je zegt als je zegt ‘emotioneel te worden’. Eigenlijk is het een stom synoniem voor huilen. Niet alleen komt huilen daarmee in een taboehoekje, maar je zegt daarmee ook zoveel als: ‘pas als ik in tranen uitbarst, voel ik de emotie (van verdriet)’, wat natuurlijk niet zo is. Misschien is huilen een 8 of 9 op de tienpuntschaal van verdriet, maar zeker niet het enig mogelijke cijfer daarop. Dat klinkt misschien pietluttig, tot je bedenkt dat er tranen komen op het moment dat je hersens zodanig overweldigd of overprikkeld zijn door de emotie. Dan vormen tranen een manier om de druk van de ketel te halen. Het zou poëtischer zijn om te zeggen dat je hart de emoties niet aankan, maar zet de hersens hier aan het roer, en je leert iets wat je spanningsboog sterk kan maken.

Zorg voor een emotionele spanningsboog

Denk aan een emotioneel heftige scène: de dokter brengt slecht nieuws:
“Het is kanker.”
“Wat is de prognose?”
“Drie maanden, zonder kans op genezing.”

Wel heel erg steriel, nietwaar? Laten we er eens wat meer regieaanwijzingen aan besteden:

“Het is kanker,’ zei de dokter zacht. Hij durfde geen oogcontact te maken.
Amir slikte. “Wat is de prognose?” vroeg hij hakkelend.
“Drie maanden, zonder kans op genezing, ” antwoorde de arts.
Amir barstte in huilen uit.

Dat is ‘m nog steeds niet, hè? En toch is er middels show don’t tell al wat aan emotie beschreven, bij zowel dokter als patiënt. Het zit het hem er natuurlijk in dat dit tempo veel te hoog ligt. Er is geen moment van echte bezinning. Amir is ook maar een mens. Hij gaat echt niet in een paar seconden dit noodlot accepteren, begrijpen of zelfs maar beseffen wat de dokter hier zegt. In een filmscène zou je hier een paar tellen de camera op zijn gezicht gericht zien terwijl dat vreselijke nieuws begint te dagen. Deze momenten van ‘close-ups’ , waarin de dokter aarzelt om de prognose uit te spreken en waarop Amir het nieuws tot zich door laat dringen, vormen een emotionele spanningsboog.

De lezer die bijna huilt is beter dan een die daadwerkelijk huilt

Het is als lezer pijnlijker om met Amir mee te leven in die pijnlijke seconden van opkomend besef dan dat het is om hem te zien huilen als het nieuws echt tot hem doordringt. In die seconden dat Amir bijna huilt – dan wel omdat hij de puzzelstukjes in elkaar past, of omdat hij zich groothoudt in het bijzijn van de arts- leeft de lezer als de opbouw goed geschreven is mee met alles wat op dat moment door Amirs hoofd schiet. Is er echt geen kans op overleving? Wat moeten mijn vrouw en kinderen dan? Had ik dit kunnen voorkomen? Waarom ik?
Dat zijn heel rauwe, pijnlijke vragen. En daarvan vraag je in zekere zin van de lezer dat die die pijn met Amir meevoelt. In dat opzicht is dat dus emotioneel veel heftiger dan het eigenlijke moment van huilen. Dus wordt de lezer daar veel meer door gegrepen. Dit geldt niet alleen voor verdriet, maar ook voor woede, blijdschap, paniek, dankbaarheid, wat het dan ook is waardoor je personage uiteindelijk door gaat huilen.

Daarom is dit moment van bijna-huilen waardevoller voor jou als schrijver dan het effect van het echte huilen. Als is het maar omdat wat in het hoofd van het personage speelt altijd een vraag betreft. Gebeurt deze nachtmerrie echt? Is dit mij echt gegund? Heeft die rotzak dat nou echt gezegd? Bestaat er echt zoiets moois? En die vraag moet jij als schrijver beantwoorden met een ‘ja’. Ja, en dus ga je dood, Ja, en dus komt je droom uit. Ja, en dus wil jij nu waarschijnlijk wraak gaan nemen. Kortom: Ja, en daarom gaat het verhaal hierna nog verder en gebeurt er iets noemenswaardigs. Met andere woorden: de lezer kan zich verheugen op een volgend interessant plotpunt.

Als de tranen komen…

…is dat, vanuit de ‘hersenlogica’ dus het moment van de ontlading. En zo kan je dat ook het best benaderen als je moment met tranen beschrijft. Het hoge woord, hoe goed of kwaad ook, is eruit. Daar mag even bij stilgestaan worden. Je huilt immers niet voor niets: je zit aan een bepaalde emotionele taks. Maar wil je dat moment ook krachtig houden, hou het dan bij het observeren van het moment, niet bij het hoe, wat waar, wanneer of waarom. Dat heb je hiervoor als het goed is al beschreven en de uitwerking daarvan komt in de scènes hierna ook weer terug.

Wees niet bang om je personages te laten huilen. Houd alleen wel voor ogen dat je lezer aan het huilen willen maken, op zichzelf geen doel op zich zou moeten zijn. Dat blijkt namelijk meer van een ontlading dan van het meeleven in een moment zelf. Als je wil dat je lezer gaat huilen, mik je meer op de pijnpunten van de lezer. “Jij hebt kanker van dichtbij meegemaakt, dus dit gaat jou raken.” Je kan beter mikken op empathie van de lezer. “Ik wil dat je om Amir gaat geven en (bijna) gaat huilen, omdat juist hij een vreselijke diagnose krijgt.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Photo door n 🎈 verkregen via Unsplash.

Schrijfoefening: dat doe je toch gewoon (niet)?

Er zijn dingen waarvan we het er allemaal over eens zijn dat die veel voeten in de aarde hebben of aan de extreme kant zijn. Naar de andere kant van de wereld vliegen voor een bruiloft, veel geld lenen aan een vriend… Zo’n situatie uit zich vaak in een van twee uiterste overtuigingen. ‘Geen denken aan!’ of juist: ‘Dat doe ik zonder erbij na te denken!’ Dat contrast vormt een goede schrijfoefening om je personage beter te leren kennen en je verhaal beter vorm te geven. Zo zal je ontdekken dat er achter een enkele acties soms complete drijfveren, subplots, verhaalthema’s en karaktertrekken te vinden zijn. En je zal zien: met een beetje morrelen aan de elementen die meespelen zou je personage zomaar eens van ‘Ammenooitniet!’ naar ‘Al is het het laatste wat ik doe’ kunnen gaan. Met deze schrijfoefening kan je veel ontdekken over je held en je verhaal.

Wat is belangrijk voor je?

Er zijn van die dingen die sommige mensen absoluut niet doen, maar waar anderen juist alles voor over hebben. Honderden euro’s voor een concertkaartje betalen bijvoorbeeld. Als superfan van de artiest die maar eens per drie jaar naar Nederland komt, doe je dat, natúúrlijk! De sporter reageert: “wie gaat er nou in hemelsnaam honderden euro’s neertellen voor een concert? Weet je wel dat je daar een jaarabonnement voor de sportschool kan betalen?”
Waarop de concertganger dan zegt: “Honderden euro’s voor de sportschool? Een blokje om wandelen is gratis, dan heb je je beweging ook gehad…” Het is maar net waar je waarde aan hecht.

Het wordt iets anders als je naar voorbeelden kijkt die niet zozeer met een afgebakende voorkeur of hobby te maken hebben. Bijvoorbeeld: zou jij naar de andere kant van de wereld vliegen, voor anderhalve week om zo een keer met je goede vriend die daar woont uit te kunnen gaan eten?
“Ben je gek of zo? Nee!” versus: “Dat zou ik absoluut doen! Ik waardeer onze vriendschap enorm, ik word horendol van steeds dat scherm tussen ons in tijdens het videobellen. En als ik op bezoek ga, plak ik er een korte vakantie aan vast. Kan ik meteen een nieuwe stad ontdekken. Kort maar superkrachtig.”

De reiziger die de vriend wel op zou zoeken ziet waar die het voor doet en hoe die denkt er méér uit te halen dan in het eerste, eigenlijke doel. Het is interessant om te kijken wat je personage zou doen, als die ‘extremere acties’ aan bod komen. Die staan namelijk nooit op zichzelf: er is altijd wel een subplot, thema, karaktertrek of zelfs een misschien zelfs een achterliggende angst te bespeuren. Anders is er ook voor deze held te ‘weinig’ uit te halen.

Waarom zou je het niet doen?

Vergeet ook niet als je zo’n extreem scenario bedenkt waarom je personage iets niet zou doen. Je kan aan simpele dingen denken als: heeft het geld niet voor zo’n stunt, of vliegangst. Sorry, vriend in Verweggistan… Maar je kan ook bedenken wat er zou moeten of kunnen veranderen om je personage over de streep te trekken. Is het een nee als het Vera betreft, maar een ja als het om Sasha gaat, bijvoorbeeld? Schrijf dat op: dat is op zichzelf al waardevolle informatie. In de rest van de post gaan we echter uit van een personage dat wel bereid is tot een extremere ‘Dat doe ik zonder aarzeling’ actie. We houden het voorbeeld aan van het bezoek aan de verre vriend.

Wie zijn hier de spelers?

Als je wil kijken waarom je personage door iets wordt aangezet, kijk dan eerst eens wie de spelers zijn. In dit geval je held en de vriend. Schrijf afzonderlijk op wat zij doen of betekenen in je verhaal. Mix and match naar hartenlust! Bijvoorbeeld:

HeldVriend
leeft uit een koffer en is sowieso altijd op pad heeft net diens wederhelft verloren
is eenzaamwoont in de droombestemming van Held
staat bij Vriend in het krijtkan een (vrijwel) gratis vliegticket voor Held ritselen

Wat zijn andere factoren?

Kijk daarna/ook eens naar de factoren die er meespelen om dit extreme voorval (relatief) normaal te laten lijken. Dat vertaalt zich vaak naar iets dat je breed of concreet kan vertalen naar een groter element van je verhaal.

Dit speelt er (nog meer) dat uit zich inen dat vertaalt zich naar
Held wil het leven van Vriend reddengaat naar het ziekenhuis in thuisstad van Vriend om als nierdonor op te tredenverhaalthema: ziekte en gezondheid/ onvoorwaardelijke vriendschap
Held is op de vlucht en veilig bij Vriend: emotioneel gezien en vanwege de afstand met Achtervolgereen hoofdstuk over vluchten en plannen maken voor de nabije toekomsteen (sub)plot waarin Achtervolger Held en Vriend de stuipen op het lijf jaagt
Held is depressief en wanhopig op zoek naar troost en een fysieke knuffel van de anders altijd ‘digitale vriend’. Vriend biedt een luisterend oorverdere blootlegging van de personagebiografie van Held: wat schuilt er achter die depressie?
Onuitgesproken romantische gevoelens tussen Held en Vriendhet dilemma tussen die twee: zal ik het zeggen, of niet? Ik wil onze vriendschap niet riskeren, maar ik ben wel verliefdhet vinden van de juiste puzzelstukjes om de spanningsboog in balans te houden, of om er een plottwist van te kunnen maken

Extra prompts

Wil je nog wat meer oefenen met dit idee? Hier zijn wat meer prompts. Waarom zou je…

  • Twee jaar een studie volgen naast een fulltime baan?
  • Een uur per dag toewijden aan het leren van een nieuwe vaardigheid die je niet meteen zal kunnen gebruiken?
  • Al je verjaardagsgeld weggeven (als vervolgvraag: aan wie of wat?)
  • Veel geld uitgeven aan iets dat status uit moet stralen?
  • De spreekwoordelijke dag plukken en helemaal uit je dak gaan als een relatief rustig leven je er langer van laat genieten (of andersom: waarom een lang willen leven als dat betekent dat het relatief saai zou zijn?) Kijk eens welke van de twee overtuigingen het beste bij je held past en waarom: een leuk onderzoekje naar de personagebiografie!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Kamil Pietrzak verkregen via Unsplash.

Personage en paradox: zo gaan ze samen in een boek

Als je een clichépersonage wilt vermijden, is de paradox een goed uitgangspunt. Die laat zien dat niemand eenzijdig is en dus ook niet voorspelbaar of als een uitgesproken typetje reageert. Maar er komt een moment in dat zoeken naar diepgang waarbij je niet meer weet of iets paradoxaal is, of gewoon niet meer klopt. Zo kun je te werk gaan om dat probleem op te lossen.

Welke emoties spelen er en wanneer spelen ze?

Een paradox speelt als er twee dingen tegelijk gebeuren die los van elkaar, elkaar lijken uit te sluiten. Dankbaarheid en verdriet, bijvoorbeeld. Dankbaarheid maakt je blij, verdriet juist niet. Maar toch kan je na een mooie vakantie zowel blij of dankbaar zijn dat je hem heb gehad en ook verdrietig zijn dat hij over is.
Dat moment in het vliegtuig is een heel specifieke momentopname: je zweeft tussen twee bestemmingen in. Niet meer thuis, maar ook niet meer op de vakantieplaats. Dat tussen twee momenten of gevoelens inzweven is wat de paradox mogelijk maakt.

Was je nog aan het strand een cocktail aan het drinken, dan was je waarschijnlijk alleen maar blij of dankbaar. En thuis als de eerste keer de wekker voor de werkdag gaat, neemt verdriet (of een mopperbui) die dankbaarheid waarschijnlijk wel weer weg. Bij een paradox spelen dus twee dingen tegelijk spelen die zo verschillend van elkaar zijn dat het onmogelijk is om te beweren dat je de bijbehorende emoties zowel zwartwit als los van elkaar kan zien. Wat op ieder ander moment, tijd, of plaats of emotionele setting, wel had gekund, als de omstandigheden net iets anders waren. Verander een van deze factoren en je ziet dat de paradox verdwijnt. Als je dus met een paradox in je verhaal wil werken, moet je dus eerst een heel duidelijk beeld krijgen van het ‘wanneer/ waar’ en het (emotionele) ‘wat’.

Toen, in die situatie…

Een paradox kijkt dus als het ware terug op een moment of een situatie die op dat moment niet speelt, maar die herinnering eraan wel oproept. Je zit in het vliegtuig van vakantie terug naar huis niet langer aan het strand met de cocktail, maar je denkt daaraan terug. Dat mengt zich met de emotie van van nu of straks. “Als ik weer aan het werk moet…” waardoor de paradox ontstaat.

Dat vergelijken met het gevoel dat hier en nu speelt en het terugblikken op of een gevoel hebben bij een andere situatie kan ook paradoxen opleveren bij meer morele scenario’s. Zo kan iemand met engelengeduld onmiddellijk diens geduld verliezen als die een persoon tegenkomt die grotere, vervelende emoties oproepen. Dat rechtvaardigt dus uitspraken als: “Ik heb engelengeduld, behalve als ik mensen onrechtvaardig behandeld zie worden. Dan schiet ik meteen uit mijn slof!” De vervelende woede die de ‘herinnering’ of de situatie van onrechtvaardigheid oproept, staat dan in contrast met het meer fijne geduld.

Tegenstrijdigheden en paradox

Bovenstaande voorbeelden helpen je om makkelijker te zien wanneer iets echt niet kan en tegenstrijdig is, en wanneer iets paradoxaal kan zijn. Neem het voorbeeld van ‘deze milieubewuste chauffeur heeft drie auto’s, waaronder een Hummer’. Een Hummer is geen milieuvriendelijk voertuig. Nooit, hoe de situatie ook verandert of hoe emotioneel je er ook bij betrokken bent. Ook al noem je hem liefkozend Hummie, hij gaat echt niet eens op gras lopen als je hem een extra wasbeurt geeft. De mogelijkheid om in emoties veranderlijkheid te zien, laat zien dat er een paradox mogelijk is.

Hoe maak en vind ik paradoxen in mijn personage?

Paradoxen zijn dus complex: hoera, complexe personages zijn meestal de meest interessante om over te lezen! Als je een diepzinnig personage wil schrijven, helpt het dus om je personage zodanig divers te maken dat er tegenstrijdigheden lijken te zijn als je ze opgesomd in de personagebiografie zou lezen. Bijvoorbeeld
– Is dol op haar Romeo en zegt niet zonder hem te kunnen
– Kan Romeo niet luchten of zien wanneer hij weer eens over ijshockey begint

“Ik kan niet met en niet zonder jou”, is grammaticaal een tegenstrijdigheid. Maar waarschijnlijk kennen we allemaal wel zo’n stelletje. Maar dat kan dus omdat er emotie en gevoel bij deze paradox komt kijken. Ik voel me helemaal op mijn gemak bij jou als ik bij je ben, maar ik kan je wel schieten -woede en dus emotie- als je je rotzooi weer eens laat slingeren.

Je kan proberen paradoxen te maken als je een personage gaat ontwerpen, of je kan ze proberen te bespeuren als je al een biografie met de bullet points hebt gemaakt. Zodra je een paradox opmerkt, ga dan eens na welke emotie achter dit gegeven of in deze situatie (op)speelt.
– Ze is gek op Romeo ( ze voelt liefde)
– Als Romeo over ijshockey begint, berg je dan maar.
* Julia kan zich tekortgedaan voelen, omdat ze dan minder aandacht krijgt
* Julia denkt terug aan die keer dat ze gewond raakte tijdens ijshockey en daar zit nog een onverwerkt trauma achter
* Julia kan zich eenzaam voelen: Romeo heeft een heel stel ijshockeyvrienden, maar Julia heeft geen hechte vriendengroep waarmee ze eenzelfde hobby kan delen

enzovoorts.

Zodra je weet wat er tussen de regels door staat over een relatief simpel gegeven, kan je daar allerlei kanten mee op of nieuwe vragen bij stellen. Denk aan: weet Romeo van Julia’s ijshockeyongeluk of is dat haar grote geheim? Wat doet dat met hun relatie? Of: als Julia zo eenzaam is: in hoeverre moet je dat in het centrale conflict meenemen, of kan je er misschien een of het verhaalthema van maken?

Je ziet dat je zo vragen krijgt die dieper op de personage ingaan. Dat is iets wat de paradox afdwingt. Als je dus een personage hebt met de nodige paradoxen, moet je er haast je best voor doen om dat nog cliché te maken.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 愚木混株 cdd20 verkregen via Unsplash

Is mijn personage cliché? Test het met de paradox

Een van de eerste voorwaarden van een goed personage is dat het echt moet lijken. Dat het iemand is waarvan je gelooft dat die in het echt ook zou kunnen bestaan. Toch kan het voelen alsof je personage een cliché is zodra het een of meerdere specifieke kenmerken heeft. Met de paradox als uitgangspunt kan je peilen of je personage levensecht lijkt, of misschien toch nog meer als een cliché of trope.

Wat maakt clichés in personages zo lastig te vermijden?

Een wandelend cliché herken je met de ogen dicht. Een overdreven popperig meisje heeft natuurlijk vlechtjes met róze strikjes en lakschoentjes. Hup, schoentjes en vlechten uit, regenlaarsjes aan en de vrolijke glimlach houden. Klaar met het cliché: het meisje is nog steeds schattig, maar niet overdreven lieflijk. Clichés zijn echter zelden zo makkelijk te verminderen. Al is het maar omdat je denkt: o jee, mag mijn personage nu geen boekenworm meer zijn? Dan is het meteen een nerd en dus cliché. Zo zwartwit is het niet: een boekenworm blijft een trope. Maar als je eenmaal alert bent op clichés kan je wel zo gaan overdenken, hopend om die clichés toch maar te vermijden. Daar komt de truc van de paradox om de hoek kijken.

De pracht van de paradox bij het schrijven van personages

Je vraagt een personage een karaktertrek te omschrijven. Het zegt:
“Ik heb engelengeduld, behalve als ik mensen onrechtvaardig behandeld zie worden. Dan schiet ik meteen uit mijn slof!”
“Dat is niet echt geduldig dan…”
“Ja, maar in iedere andere situatie ben ik zó geduldig dat andere mensen zeggen dat ik wat meer van me af zou moeten bijten, voor mezelf op moet komen, of in de actie moet overgaan…”

Dit personage liegt niet: die laatste bewering geeft blijk van engelengeduld. Tegelijkertijd is het niet echt geduldig om meteen kwaad te worden, ongeacht de situatie. Beide beweringen zijn waar: dat is de paradox. Het is een situatie waarin schijnbaar tegenovergestelde dingen tegelijkertijd waar zijn. Onthoud ‘schijnbaar’, want dat geeft een belangrijk nuanceverschil aan.
De ‘ja maar’ die je hier ziet, is wat je kan gebruiken om te paradox bloot te leggen. Als je personage met de ‘ja maar’ niet in de verdedigingsmodus schiet: – Ja maar, ik ben echt wel een engeltje hoor, wat wil je dan? Dat ik alles maar slik?- , maar oprecht kan aanstrepen waarom het een het ander niet uitsluit, is dat het eerste teken dat je personage niet zo cliché is als je misschien denkt. Mensen (en levensechte personages) zijn namelijk nooit makkelijk in één hokje te stoppen en reageren anders aan de hand van verschillende situaties.

Paradox als emotie

Brené Brown is een sociale wetenschapster die emoties onderzoekt. In een van haar boeken stelt ze een paar dingen die interessant zijn voor het onderzoeken van wanneer iets cliché is of niet:

  • Er zijn 87 verschillende emoties
  • ‘Paradox’ is geen emotie, maar heeft daar wel een sterke samenhang mee.
  • Gemiddeld kunnen mensen van die 87 emoties er maar drie (!) benoemen: blij, verdrietig en boos.
  • Als je een emotie niet kan benoemen, kan je het ook niet zo makkelijk ‘los’ voelen, of überhaupt begrijpen.

Wat heeft dat met ons ‘clichéprobleem’ te maken? Als jij of de lezer niet inziet dat iets paradoxaal kan zijn, doe je – zou je kunnen stellen- een bepaalde emotionele beleving tekort. Vanwege een paradox is de kans groot dat iets tegenstrijdigs heel goed kan bestaan, maar dat je door te weinig begrip van de situatie of emotie je gewoon er de vinger niet op kan leggen waarom dat niet kan. Maar dat is wel belangrijk om het cliché te kunnen omzetten naar een oprechte belevenis, anders blijft het aan de oppervlakte waar diepgang nodig is. Anders zou ons geduldige personage ofwel altijd en overal geduld voor moeten hebben, of altijd onmiddellijk in de aanvalmodus moeten gaan als iets niets meteen naar behoren verloopt.

Verschillen in emoties opmerken

Het belang van het begrijpen van verschillende emoties -of brillen van waarheid of beleving– en daar onderscheid in kunnen maken, zie je terug in dit heftige, maar duidelijke voorbeeld. Als een geliefde een lang en vreselijk ziekbed heeft gehad, ben je natuurlijk verdrietig als die uiteindelijk overlijdt. Maar die andere emotie van de paradox? Als je slechts die drie basisemoties begrijpt, dan zou je zeggen dat je blij bent dat je geliefde gestorven is. Dat klinkt bijna alsof je nu met een feestmuts op rondloopt. Natuurlijk is ‘opluchting’ hier passender: er is een einde aan een lijden. Maar als ‘opluchting’ niet in je (emotionele) woordenboek staat, dan wordt een broodnodige paradox onmogelijk om te omschrijven. Dan moet je alsnog je toevlucht zoeken tot iets oppervlakkigs en wordt je personage cliché. Of je schrijft iets wat gewoon echt niet kan. Blij en verdrietig dat iemand overlijdt… Dat klopt gewoon niet. Waar ‘blij’ schijnbaar eerst nog lijkt te kloppen, zolang het alternatief ‘opgelucht’ nog niet is genoemd, past ‘blijdschap’ echt niet meer zodra ‘opluchting’ – als beter alternatief- voorbij gekomen is of wel in het woordenboek van een lezer staat.

Dat ‘betere alternatief’ zoeken is essentieel voor het schrijven van iets paradoxaals. Niet alleen worden je verhaal en je personage er diepgaander van, het voorkomt ook dat je gaat schrijven over dingen die elkaar (duidelijk) tegenspreken. Denk aan dingen als:
– deze milieubewuste chauffeur heeft drie auto’s, waaronder een Hummer.
– ik let op mijn gewicht: daarom eet ik alles waar ik zin in heb.
– hij blijft het liefst in Nederland: daarom gaat hij ieder jaar op vakantie naar Azië.

Deze voorbeelden zijn natuurlijk overduidelijk geen paradoxen, maar gewoon tegenstrijdig. Maar in de praktijk is het onderscheid tussen een paradox en een tegenstrijdigheid soms moeilijk te zien, laat staan te schrijven.

Daarom volgt er volgende week een blogpost die hier verder op ingaat. Als je alvast aan de slag wil gaan met deze tips, kan je het volgende doen:

  • Schrijf alle emoties op die je kan benoemen. Neem rustig de tijd 😉
  • Schrijf een aantal paradoxen op en noem daarbij welke emoties er spelen. Noteer ook waarom er sprake is van juist die emoties en waarom de situatie nog steeds kan bestaan of ‘klopt’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 愚木混株 cdd20 verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: de praktijk

Een infodump ontstaat als je informatie wil delen voor een bepaalde context, maar daarin uiteindelijk doorslaat. De kunst is om te weten waar die scheidingslijn zit tussen nodige en overbodige informatie. Daarvoor moet je het doel van de scène kennen, in kunnen schatten waar de interesse van je lezer op dat moment ligt en of en hoe eventuele andere zaken tussen de regels door (al) iets duidelijk maken.

De laagjes van een infodump

Een infodump bestaat als het ware uit een stel laagjes informatie. De eerste informatie is belangrijk voor beeldvorming, maar hoe meer laagjes je tegenkomt, hoe groter de kans is dat je in details verzandt. Er is geen vuistregel voor een cijfer dat aangeeft wanneer iets van informatie naar een dump overgaat. Uitzondering daarop zijn opsommingen met bijvoeglijke naamwoorden: houd idealiter twee, maximaal drie stukjes informatie aan in een lopende tekst: De jonge, blonde, slanke, vrouw. Rijk, lomp, wat er dan nog meer achter mag komen, moet je dan maar voor een volgende beschrijving bewaren.

Vertel eens wat je de lezer wil laten beleven…

Wat je bij de laagjes van een infodump moet bedenken is wat je ermee wil vertellen, in plaats van wat je wil laten zien of bewijzen. Daarbij moet je het grote plaatje van je verhaal in het achterhoofd kunnen houden Kijk eens naar de tabel:

Bewijs/ laat zien dat…ResultaatVertel eens…Resultaat
Dit een mooie man isHij had vrolijke ogen, een zelfverzekerde uitstraling een goede bouw en gespierde armenWaarom je personage deze man mooi vindt (schoonheid is subjectief!)Zijn vrolijke ogen leken op die van zijn opa en die spieren… Kreeg Arnoud maar zo’n resultaat van al die uren in de sportschool!
Dit huis oud isDe planken kraakten als je erover liep, de ramen waren kapot, en het behang was gescheurdWaarom je personage in dit oude huis moet zijnDie krakende vloer en al die spinnenwebben…Valerie zou blij zijn als ze de mysterieuze brief had gevonden
Een douche verkwikkend isJe huid is zacht, je ruikt fris, en je bent weer alertwaarom je personage zich zo vies voelt of extra fris wil zijn en de douche daardoor een uitgesproken verkwikkend moment wordt, in plaats van een routineHeerlijk, die zachte huid na wat luxe douchegel. Erika was benieuwd of Freddy de geur ervan lekker zou vinden en of hij zou merken hoe zacht haar huid was als hij die zou aanraken
deze oorlog gruwelijk isEr waren duizenden doden, overal was paniek en geweld was aan de orde van de daghoe de gruwelen van deze oorlog je personage persoonlijk rakenAlex voelde zijn maaginhoud naar boven komen na het zien van de stapel lijken. Toen hij dichtbij een geweerschot hoorde, maakte hij zich uit de voeten.

Merk op dat je een aantal schrijftechnieken in de ‘vertelkolom’ kan terugvinden, zoals show don’t tell en sfeeromschrijvingen. Maar het kan je ook iets vertellen over dingen die je in de personagebiografie hebt staan, zoals de doelen of angsten van je personage. Arnoud is misschien bang om slap te zijn, of anders heeft hij gewoon als doel om spieren te kweken en als vrolijke ogen hem aan opa doen denken, is zijn grootvader waarschijnlijk belangrijk voor hem. Andere keren worden dingen uit het plot duidelijk: Valerie heeft een mysterie op te lossen en Erika is verliefd en/of verheugd zich op een romantische dag. Met dit uitgangspunt schrijf je meer over een belevenis dan over feiten, en dat leest altijd prettiger.

Vergis je niet: je hoeft niet alle ‘droge informatie’ meteen in een show don’t tell te gieten of weg te laten. Stukjes informatie zijn ook gewoon nodig om een snel beeld van de situatie te schetsen. Zie je dat die er nog steeds staan bij de resultaten van de vertelkolom? Maar als je gaat nadenken waarom je informatie überhaupt opschrijft is het makkelijker te herkennen wanneer je van info naar dump gaat.

‘Dump’ voorkomen

Vul de bovenstaande tabel zelf eens in voor je scène of je zin. Stel jezelf daarbij de volgende vragen:

* Waarover moet deze informatie vooral iets zeggen: het plot, het personage, de omgeving, de omstandigheden…?
Probeer de informatie uit de categorieën die niet gelden in deze zin of scène te verwijderen of te verminderen.
* Wat weet de lezer al? Lees: heb je al vaker genoemd dat deze held mager is? Of misschien is je informatie gewoon algemene kennis: ‘de hoofdstad Amsterdam’. Tenzij echt benadrukt moet worden dat Amsterdam de hoofdstad van Nederland is, mag ‘hoofdstad’ weg.
* Moet de lezer dit per se weten? Is het essentieel dat de lezer weet dat je held zwarte haren heeft, of mag de haarkleur aan de verbeelding van de lezer worden overgelaten? Is het niet belangrijk, schrap het dan, of zorg ervoor dat je de informatie zoveel mogelijk spreidt. Is het wel belangrijk, bedenk dan:
– Moet de lezer dit ook (allemaal) nú weten? (Lees: in deze zin?) Zo ja, zet die informatie dan vooraan in je opsomming. Zo niet, spreid de informatie dan in je tekst of zet de informatie verder achteraan.
– Hoeveel context is er nog nodig of heb je al gegeven?
* Wat is belangrijk vanuit de beleving van je personage op dit moment? Je lezer kijkt door de ogen van je personage naar de wereld in het boek. Als het personage dan iets niet (meer) registreert, of opmerkt, hoeft de lezer dat meestal ook niet te weten. Als ik jou vraag om je bank te beschrijven, doe je dat waarschijnlijk ook met twee of drie bijvoeglijke naamwoorden. Personages zijn geen magische wezens wiens zintuigen zes keer meer registeren dan die van echte mensen. Dus ook daarom hoef je een bank niet met zeven kenmerken te omschrijven. Zie het zo:


Infodump op papier voor de lezer is hetzelfde als zintuigelijke overprikkeling in het hoofd van een personage

Zo zou je een heel eind moeten komen met het herkennen en zelfstandig schrappen van infodumps. Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Clarissa Watson verkregen via Unsplash.

Zo kan je infodumps makkelijker schrappen: introductie

Infodumps zetten de tekst op slot, omdat er informatie blijft komen die helemaal niet belangrijk is voor de tekst. Soms is infodump makkelijk te herkennen, maar andere keren is het wat lastiger. Heb je een infodump voor je neus, of is het toch nog belangrijke informatie? Deze blogpost geeft een introductie over een manier die je kan gebruiken om de relevantie van de informatie in je tekst te peilen.

Korte uitleg over infodumps

Een uitgebreide introductie over infodump vindt je hier, maar kort gezegd is een infodump: informatie die niet nodig is in een tekst, omdat die te veel op details ingaat. Een makkelijk voorbeeld is het beschrijven van het uiterlijk van een personage. Je kan simpelweg zeggen dat je personage een haviksneus heeft en een magere lichaamsbouw. Je kan ook nog de oog-en haarkleur, sproetjes op de armen, lengte, gewicht, donkerte van de wenkbrauwen meenemen. Maar dan is de lezer bezig met informatie te sorteren, in plaats van een beeld te vormen van het uiterlijk. Op die manier kan een infodump je tekst helemaal verpesten. Maar soms is het lastig om te zien of een stukje informatie een infodump is of iets wat je wel moet melden voor die beeldvorming. Om dat te weten, moet je vooral beseffen wat de informatie is die je wil delen en die je moet delen. Een handig middel daarbij is om het doel van je tekst goed in de gaten te houden.

Casus: dure kersenbloesemdouchemousse

Ik ben helemaal ondersteboven van kersenbloesems. Mijn moeder heeft een tas voor me gemaakt met dat patroontje, er zit kersenbloesem in mijn bedrijfslogo verwerkt en ik word warm vanbinnen als ik ook maar één kerselaar in bloei zie staan. Dus toen ik van een vriendin een luxe kersenbloesemdouchemousse cadeau kreeg, was ik helemaal blij.

Ik had geen marketingpraatjes nodig om me erop te verheugen de eerste keer te douchen met die mousse. Het zou een ‘goedkope imitatie’ van een kersenbloesembeleving zijn. Maar hé, als ik al vrolijk word bij het zien van een centimeter knutseltape waar een kersenbloesempatroon op staat, dan was een goedkope imitatie ook vast genoeg om blij van te worden, toch? Gek genoeg niet. De mousse zelf was heerlijk zacht op de huid, maar dat kersenbloesemgedeelte, daar was niks bijzonders aan. Ik was er zelf verbaasd over. Ik besloot daarom eens te kijken wat die fles mij allemaal beloofde. Het kwam neer op: ‘Zenjapan’ uit een fles: ultieme rust en wijsheid en de majesteit van de Fujiberg, onder het genot van zacht strelende kersenbloesemgeur’.

Vriend… Het ging mij om die bloesem. Ik weet niet wat je allemaal uit de Fujiberg hebt proberen te schrapen, maar ergens is dat blijkbaar – voor mij in ieder geval- ten koste gegaan van de bloesems. Dat was genoeg geweest: die opsmuk heb ik niet nodig. Bloesems zijn van zichzelf al tof genoeg!

Op de fles van mijn minder speciale douchegel zonder kersenbloesemgeurtje staat: ‘Voor een voelbaar zachte huid en een verfrissend gevoel.’ Een beetje marketingtaal misschien, maar niet overdreven veel. Klanten moeten natuurlijk wel zeker weten dat deze douchegel in ieder geval je huid reinigt en dat je niet stinkt na het gebruik ervan ;).

Wat maakt info? Wat maakt dump?

Als je van een redacteur hoort dat er infodump in je tekst staat, of je bij je eigen tekst opmerkt dat je veel feitelijke informatie deelt of uitzonderlijk veel woorden gebruikt om een sfeer te omschrijven dan moet je dus gaan schrappen met die informatie. Maar wat is het infogedeelte van je schrijfsel en wanneer is het een dump? Mijn douchegels zijn een goede spiekbrief. Laten we het eens in stappen doorlopen. Stel dat je ongelooflijk vies bent: je bent in je badkleding een modderpoel gevallen, en die modder is nu opgedroogd. Denk aan Jochem Meijer: je bent een ‘stinkende bastognekoek’. Dan wil je je wassen en maakt het niet uit hoe luxe de zeep is. Sterker nog: douchemousse is dan misschien luxe, maar daar kan je je niet echt goed mee schrobben en dat is vast wel nodig. Dan is een ouderwets stuk zeep nog wel het handigst. Dat brengt ons bij de vraag Wat moet zeep nou eigenlijk doen, en in welke volgorde? Zeep moet:

  1. schoonmaken / hygiëne bieden
  2. je niet meer laten stinken
  3. de huid zacht achterlaten. Als die Bastognekoek weg moet, zal je huid misschien wel rood en geïrriteerd zijn na flink schrobben. Niet fijn, maar je bent tenminste schoon.
  4. je lekker laten ruiken. Lees: naar kersenbloemens, of gewoon fris.
  5. eventueel nog de majesteit van Mount Fuji kunnen oproepen. Lees: met deze zeep voelt douchen als een uitgesproken luxe momentje, om wat voor reden dan ook.

Deze ‘opbouw’ werkt ook in het schrijven van scènes. Waar de scène ook over gaat, of uiteindelijk naartoe gaat, de basis van de informatie die je deelt, is vrijwel altijd hetzelfde.

Het verschil tussen info en dump is niet altijd even makkelijk te zien. Waar het de ene keer gewoon belangrijk is dat je schoon uit de douche komt, is het voor een avondje uit ook fijn als je uitgesproken lekker fris ruikt voor je de deur uit gaat.

Dat is met een scène schrijven net zo. Is het belangrijk om te weten waarom deze Julia zo mooi is in de ogen van onze held? Je moet wel íets van vlinders laten zien, want je wordt niet zomaar verliefd. Op zijn allerminst zijn er mooie ogen in het spel. Daar kan je het in theorie bij laten, dan heb je de basis ‘info’. (Vrijwel) alles daarna wordt een ‘dump’ als het doel van de scène moet zijn dat Cupido schijnbaar willekeurig een voltreffer heeft gemaakt. Maar als Julia de eerste is die onze held een blik waardig keurt nadat hij door zijn vriendengroep is uitgespuugd om een misverstand en zich vreselijk eenzaam voelt, dan zal Julia als vanzelf nog mooier lijken en vallen ook haar mooie lippen en zachte handen op.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

In deze post kijken we naar praktijkvoorbeelden voor het bepalen of iets ‘info’ is, en wanneer iets een ‘dump’ wordt.

Foto door ian dooley via Unsplash

Zo verminder je een cliché: van tien naar normaal

Afgelopen week probeerde ik AI te slim af te zijn en dat lukte 😉 Het resultaat is een blogpost waarin je leest hoe je van een extreem cliché weer richting ietwat normale tekst kan gaan. Want je kan wel weten waar het fout gaat met een cliché, die fouten moet je ook weer kunnen rechtzetten.

Klefste tekst ooit: een AI-experiment

Ik sprak met een (Engelssprekende) vriend over in hoeverre AI op dit moment emoties en gevoelens kan faken. Als wij al moeite hebben om goede definities te geven aan grote woorden als liefde en hoop, hoe doet een computer dat die die zaken niet kan voelen? Ik vermoedde dat AI getraind zou zijn op het herkennen van romance, niet zozeer op andere soorten liefde en dat wilde ik gaan testen. De prompt die wij gaven aan een AI-liedjesmaker was: ‘Ik mis mijn niet-romantische liefde’. Ziehier de vertaling.

Ik mis je lach elke dag
Jouw grappen verlichten mijn weg
Je bent mijn zonneschijn door het grijs
Zonder jou ben ik verdwaald

Geen bloemen geen zoete lijnen
Geen kaarsen geen witte wijn
Alleen wij en de leuke tijden
Samen verstrengelen we

[Refrein]
Ik mis mijn niet-romantische liefde
Je bent mijn beste vriend gezonden van boven
Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg
Ik mis mijn niet-romantische liefde

We praten de hele nacht door
Geen behoefte aan een liefdeslied
In elkaars leven horen we thuis
Onze band voor altijd sterk

Door dik en dun blijven we
In lachen pijn en spel
Je bent mijn rots mijn elke dag
Op een niet-romantische manier

[Refrein]

De titel die AI aan het lied gaf was erg simpel: ‘niet-romantische liefde’. Wij hadden al snel een passendere: ‘mensen in ontkenning van verliefdheid’. Want: ‘samen verstrengelen we’? Ja joh, platonisch als wat… Een andere vriendin zei: “Het slachtoffer lijkt in de friendzone te zitten. Ik heb er bijna medelijden mee.”

Hoe dan ook: de tekst is overduidelijk romantisch. (Daarom moet AI het glashard ontkennen om nog aan de prompt te voldoen, haha.) Want bijna ieder cliché over romantische liefde wordt er genoemd. Daarom is dit liedje duidelijk door AI gemaakt, concludeerden wij: een mens zou dit makkelijk als te veel van het goede bestempelen. Het werken met iets dat clichégevoelig is, vergt nu eenmaal afweging van wat je in de tekst laat en wat je wel degelijk kan of zelfs moet gebruiken. Dat moet dan weer aansluiten op je verhaalthema op een manier die gebalanceerd is…

Ik schreef al over hoe clichés vaak hyperbolen zijn, en dat je ze af moet zwakken. Maar nu gaan we kijken hoe je die afwegingen in de praktijk maakt, met het perfecte voorbeeld van het liedje over (niet-) romantische liefde als uitgangpunt.

Wat is het goede in ‘te veel van het goede?’

Als je een clichégevoelig element gaat schrijven, heb je voorbeelden te over om mee te werken. Je kan niet vermijden dat een aantal elementen die het cliché vormen moet gebruiken. Onthoud dat een cliché altijd een uit de hand gelopen trope is: met het element op zichzelf is niets mis: het is de manier waarop het wordt ingezet. Vaak heeft een trope een bepaalde symboliek of een betekenis die gewoon duidelijk is.

‘Ik mis je lach elke dag’ is duidelijk en daar zit niets achter. ‘Zonder jou ben ik verdwaald.’ is al iets meer figuurlijk: je partner geeft je hier geen stadsplattegrond, maar advies over wat je (nu) in je leven kan doen. En iets als ‘Geen harten geen duiven alleen wij, het is genoeg’ is echt symbolisch, want dat zijn symbolieken van romantiek en liefde. In dat geval is het handig om te gaan bedenken waarom dat is, of kan zijn. Soms is dat een open deur. Schrijf het toch op, want het kan je helpen om tot de kern van je (symbolische) boodschap te komen. Het hart en de duif gaan we samen bekijken:

Hart: laat het bloed in je lijf rondpompen, en zorgt dat je leeft. Het gevoel dat je leeft, wordt versterkt als je diepe liefde ervaart. Spreekwoorden en gezegden met ‘hart’ erin, zijn vaak tekenen van liefde, of op zijn minst diepe vriendschap, blijdschap of empathie. ‘Mijn hart zwol op.’ ‘Dat gaat mij aan het hart.’ ‘Een hart van goud hebben’ ‘Het hart op de juiste plek hebben’, enzovoorts. Kortom: het hart staat voor alles wat goed is in een mens.

Duif: staat voor vrede, liefde, harmonie… Al die leuke dingen. Maar: hier wordt het leuk: symbolisch gezien is die duif altijd wit…

Deze duiven zijn nou niet echt de bron van romantiek, of wel? Flauw, maar wel een goed punt als je wil kijken hoe je iets moet bekijken als het onderdeel is van een cliché: weet je wel wat je zegt? Weet je wel waaróm iets cliché is?

Weet wat je zegt

Als je weet wat je zegt, kan je de elementen van een cliché makkelijker herkennen, maar ook rangschikken. Dat helpt je weer om te bedenken wat je kan behouden, of aanpassen. Uiteindelijk is dat wat romantiek romantisch in plaats van klef maakt, het dreigement echt eng in plaats van loos of ongeloofwaardig en het de blijdschap oprecht in plaats van hysterisch. Dan kan je gaan afwegen en gericht gaan selecteren. Zodat dat ene romantische gebaar of die lieve opmerking in je liefdesliedje ook daadwerkelijk gewicht krijgt. Natuurlijk is een kort liedje iets anders dan een compleet verhaal met plotontwikkeling, personagebiografieën en al dat soort zaken. Maar hetzelfde principe gaat op. Als je goed nagaat wat je schrijft en waar zich dat op de clichéschaal van 1 tot 10 bevindt.

Ik mis mijn niet-romantische liefde écht

Ik heb heb het eerder genoemde liedje herschreven op een manier waarop het daadwerkelijk een niet-romantische liefde is die wordt gemist. Ik heb de tekst niet als geheel bekeken, maar per zin alles heroverwogen en herschreven, om het overzicht van de theorie in deze blogpost duidelijk te kunnen houden. Per alinea heb ik gekeken of het nog een beetje een geheel vormt. Helemaal niet-romantisch is het niet: misschien vind je dit nog steeds een liefdesliedje. Maar daarmee heb je dan nog een kleine schrijfoefening over: ik heb een begin gemaakt, maak het zelf af ;). Veel plezier en succes!

Ik mis je lach de laatste tijd –> niet altijd
Omdat je mij aan het lachen maakt –> geen hyperbool van het ‘verlichten van iedere pijn’, gewoon feitelijk
Ik ben blij als je bij me bent
Omdat ik aan jou een goeie heb

Grote gebaren, daar hebben wij niets aan
Of misschien geen behoefte aan
Want wij hebben gewoon gezellig samen
Samen zijn we Jut en Jul

[Refrein]
Ik mis mijn allerbeste vriend
Zonder wie het leven saai zou zijn
Wij zijn twee handen op een buik
Ik mis je en dat doet pijn

We weten van elkaar wat we denken
En toch praten we heel veel
Ik heb met jou een sterke band
en een maatje in mijn leven

Maatjes door dik en dun
Die samen lachen en huilen
Wanneer dat kan of nodig is
Ik mis je nu dat niet gaat

[Refrein]

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Empathie verdienen van de lezer: de praktijk

Om een boek mooi te schrijven heb je een goed verhaal nodig. Dat krijg je niet voor elkaar als je geen empathie bij de lezer kan opwekken. Vorige week las je al een inleiding, in deze blogpost kijken we wat je kan toepassen om de empathie van de lezer echt te vangen.

Welke elementen zijn er nodig voor empathie voor een verhaal?

Empathie bij een lezer wekken is lastig en vergt maatwerk. Het is heel anders om empathie te voelen voor een soldaat in een oorlog dan het is om helemaal mee op te kunnen gaan in de blijdschap van een kind. Maar een aantal zaken gelden altijd:

  • De held is altijd moedig: die kan vallen en weer opstaan.
  • Een valse held roept geen empathie, maar antipathie op. .
  • De held is om wat voor reden dan ook de Harry Potter onder de Harry’s.
  • De held laat menselijkheid zien.
  • De verbeeldingskracht van de lezer moet de ruimte krijgen.
  • Het plot mag nooit helemaal stilstaan.

Sommige punten spreken voor zich, andere hebben wat meer uitleg nodig.

De menselijkheid van de held

Om niet zomaar als een personage, maar als echt mens over te komen, moet je personage tekortkomingen en menselijke trekjes en voorkeuren hebben. Dat houdt niet op bij Mary Sue-af zijn of het hebben van iets als een lievelingskostje. Zie het in dit geval eerder als: je personage reageert ook als een mens. Met de actie-reactieregel van een plot, kan je in de val trappen dat je personage altijd meteen met het plot meegaat. Tenzij je personage dom is, want dan is langzamer reageren daar een show don’t tell van. Merk op dat de beredenering van deze laatste zin heel kort door de bocht kan zijn. Het kan inderdaad een show don’t tell betreffen, maar ook een manier om van een personage cartoonesk te maken. Je personages krijgen menselijkheid als ze ook eens aarzelen, iets niet snappen, vastlopen of anderszins afwachtend zijn ten behoeve van een sfeeromschrijving in plaats van een show don’t tell van hun karakter of de voortgang van het plot.

Bedenk ook dat het doel om je personage ‘menselijk’ te maken te ver kan doorslaan in het principe dat het levensecht moet zijn volgens het principe van own voice, of als een representant van een groep – minderheden, mensen uit een ander tijdperk of een bepaalde klasse…. Als het gaat om empathie opwekken moet je niet uitgaan van een personage dat echt lijkt, maar eerder erop mikken dat het echt voelt. Anders gezegd: zoek de gemene deler die we als mensen allemaal hebben en stel kernemotiesliever centraal dan de vraag of je personage realistisch overkomt.

Verbeeldingskracht moet de ruimte krijgen

Als de verbeeldingskracht van de lezer wordt aangesproken, wordt die helemaal in het verhaal meegezogen. Dan leest die gevoelsmatig niet meer, maar ziet die voor het geestesoog een film afspelen en ben jij als schrijver onzichtbaar. Als je empathie wil opwekken, moet je voorkomen dat je door infodump, slechte expositie of geforceerde dialogen alsnog je schrijversgezicht laat zien. Vertrouw erop dat de verbeeldingskracht van je lezer de belangrijkste ‘gaten’ kan vullen.

Vaart in het plot

Je plot heeft gedurende het boek verschillende snelheden. Tijdens een actiescène is die hoog, vlak daarna ligt het tempo lager, om de lezer wat ademruimte te geven. Het is dus niet erg als je plot even wat trager is, maar je lezer moet wel altijd weten wat er op het spel staat. Ook al is het maar in het volgende hoofdstuk. Het is moeilijk duimen voor een verhaal waarin het lijkt alsof de ridder de draak al verslagen heeft en er ook geen tweede draak gaat komen.

Wanneer is er empathie voor je verhaal?

Je kan pas echt empathie bereiken bij de lezer als die helemaal in het verhaal gezogen is of wordt. Daarvoor moet de lezer een glashelder beeld hebben van het personage, centraal conflict, het plot, de wereld waarin het verhaal zich afspeelt, een uitzonderlijke situatie waarin actie-reactie onvermijdelijk is.. Kortom: er is geen enkel element wat op zichzelf gegarandeerd empathie opwekt bij de lezer. Het ligt heel erg aan het verhaal dat je schrijft. De ene keer kan je met een perfecte openingszin al empathie opwekken, waar je dat andere keren gedurende het verhaal, na enkele pagina’s of met een flitsende scène bij de lezer opwekt, om dat niet meer te verliezen. Maar als je een credo wil hebben om in te schatten of je op de goede weg zit, dan is dat dit:

Als je empathie bij de lezer wil opwekken, moet je zorgen dat je pakkend schrijft.

Met ‘pakkend schrijven’ bedoel ik hier niet wat men vaak bedoelt in cursussen zakelijk schrijven: kort en krachtig en met een duidelijke indeling van alinea’s. Met ‘pakken’ bedoel ik hier: zorg dat de lezer iets heeft -een mooie wereld, een interessant personage, een wijze levensles, een vlot plot…- dat maakt dat je lezer het boek (weer) wil pakken en verder willen lezen, of dat willen blijven doen. Zorg voor een en-toen?! -element in je plot, maak je personage interessant genoeg om het verlangen naar een nog verdere kennismaking aan te wakkeren of maak je verhaal(element) zodanig uniek dat de uitwerking an sich al voldoende is om nieuwsgierig naar te blijven. Verwar dit niet meteen met een pageturner, dan maak je het misschien groter dan het hoeft te zijn. Het gaat er bij empathie opwekken bij de lezer niet om dat alles en iedereen in je boek continu vlot en super interessant is. Het is meer zo dat er altijd überhaupt íets interessants moet zijn.
Denk aan het principe van onbekend maakt onbemind. Het omgekeerde daarvan is ook waar. Als er iets bekends is, raak je daar als vanzelf al meer bij betrokken. Tenzij je (heel) slecht schrijft, volgt de empathie van de lezer dan vaak ook.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Christin Hume verkregen via Unsplash.

Empathie verdienen van de lezer — inleiding

Je lezer gaat pas echt meeleven met het verhaal als je empathie voor een personage voelt. Dat gebeurt op het moment dat alles levensecht wordt. Dat is geen einddoel: het moet eerder in het verhaal gebeuren. Grote, spannende plotpunten hebben pas effect als er empathie is verdiend. Hoe krijg je dat voor elkaar en hoe zorg je ervoor dat je niet te snel op empathie rekent?

Het gaat om déze held — Harry Potter onder de Harry’s

De theorie voor empathie opwekken bij je lezer is simpel: maak het personage/het verhaal zodanig uniek dat het levensecht wordt. Om dat voor elkaar te krijgen, moet je ervoor zorgen dat je personage/verhaal zich onderscheid van alle anderen. Harry is een goed voorbeeld. Het is een veelvoorkomende, op zichzelf vrij nietszeggende naam. Maar zeg Harry Potter en je hebt miljoenen fans: het gaat om Harry Pótter, niet over Harry Haringhandelaar wiens verhaal je na twee dagen alweer vergeten was omdat het niet bijzonder genoeg was om te onthouden.

Stel je voor dat een alien de aarde bezoekt en bij thuiskomst vertelt over de aardbewoners. “Zeven op de tien mannen leken Harry te heten, dus ik kon ze nauwelijks nog uit elkaar houden. Maar Harry Pótter zal ik niet snel vergeten. Die kon zoveel vertellen. Over magie, zijn doodsvijand, interessante vrienden, de waarde van moed en liefde… Over hem raak ik niet uitgepraat.”

Zorg ervoor dat jouw personage de Harry Potter onder de Harry’s wordt. Je hoeft geen multimiljardair te worden met je nieuwe boek, maar je hebt wel die grote globale ingrediënten nodig die in ieder goed verhaal te vinden zijn: een rijk plot, prettige personages, mooie thema’s, enzovoorts. Als je personage niet aan die basisvoorwaarde voldoet en de alien het überhaupt niet de moeite zou vinden om thuis op de andere planeet over jouw personage te vertellen, of het alweer vergeten zou zijn na een ruimtereis, dan wordt het oproepen van empathie voor je verhaal of personage erg moeilijk, zo niet onmogelijk.

Onmisbaar opschrijfboekje

Het is onmogelijk om Harry Haringhandelaar te transformeren naar Harry Potter zonder een goed uitgewerkte personagebiografie. Of een ‘worldbuildingbiografie’ of al het andere aan verzamelde aantekeningen dat voor jou als schrijver duidelijk maakt waarom jouw wereld, plot, personage of… het verhaal uniek en interessant maken. Pak dus je opschrijfboekje erbij en schrijf tot je vijf pennen compleet hebt leeggeschreven. De ‘extra’ informatie die jij als schrijver hebt, maar niet met je lezer deelt is onmisbaar: het geeft je de mogelijkheid om via een soort show don’t tell je verhaal vorm te geven die daadwerkelijk tot de verbeelding – of in dit geval empathie- spreekt.

Je kan namelijk niet zomaar zeggen dat je personage moedig is. Of letterlijk schrijven: in deze wereld was alles vreugde en liefde. Niet alleen omdat dat te recht voor zijn raap is, vooral omdat het niet geloofwaardig is. Je kan show don’t tell in dit geval zien als een kwestie van: je moet het meerdere keren laten zien voor de lezer je gelooft. Die wil zeker weten dat iets echt zo is, in plaats van dat het toevallig een keer gebeurt.

Neem de koene ridder. Een draak verslaan is niet niks, maar zou hij het nog een keer doen? Misschien deed hij het wel omdat hij het in zijn broek deed bij de gedachte uit zijn dorp verbannen te worden. Dan krijgt die moed een beetje een laffe bijsmaak die niet past bij een dappere held. Dus zet je de ridder aan het werk. Eerst verslaat hij een zwarte draak. Dan een rode. Vervolgens een gele. En een groene. Dat is zoveel van hetzelfde dat het eerder lijkt dat de schrijver de lezer ergens van wil overtuigen, in plaats van iets wil bewijzen. Maar dat werkt alleen maar averechts.

Dat is waar je van Harry Haringhandelaar naar Harry Potter kan gaan. Vraag jezelf af: wat doet (of is, of kan, of weet…) de ene Harry wel en de andere Harry niet? Dat onderscheid is waar het begin van een uniek personage ontstaat. Beide Harry’s zijn bijvoorbeeld dapper, maar Harry Haringhandelaar denkt na voor hij zich in de actie stort, waar Harry Potter erg impulsief is. Impulsiviteit is niet vaak een karaktertrek van een personage waar een centraal conflict van valt of staat. Voor het grote geheel is het dus misschien een detail, maar tegelijkertijd is het groot genoeg om op te vallen. Je gaat Harry Haringhandelaar niet onthouden omdat hij blond haar heeft en daarmee scheelt van Harry Potter met zijn zwarte haren. Maar je onthoudt wel hoe Harry Haringhandelaar eerst dagenlang piekert over hoe hij een probleem aan moet pakken, terwijl Harry Potter zo impulsief handelt dat hij zich in levensgevaar brengt, terwijl dat absoluut niet nodig was. Voor mensen die Harry Potter in meer detail kennen: naar het departement van mystificatie gaan om Sirius te redden, terwijl hij hem in de tweewegspiegel kon roepen om te kijken waar hij was? Niet echt doordacht… Als Harry toen wat minder impulsief had gereageerd, had zijn peetvader nog geleefd.

Je kan ook duidelijk maken dat Harry Haringhandelaar gehecht is aan zijn rode zakdoek en altijd controleert of hij die zich bij zich heeft als hij het huis verlaat. Soms zijn het niet eens (opvallend) grote dingen die de omstandigheden maken tot iets wat aan kan spreken. Details of de net iets grotere dingen die meer opvallen, maar waar je normaliter niet zomaar bij stilstaat moet je gaan gebruiken om empathie op te wekken. En die verzin je niet zomaar. Of juist wel, maar dan onthoud je er niet genoeg of je onthoud je niet lang genoeg om van al die feitjes een plot of personage te kunnen maken dat uiteindelijk leidt tot empathie.

Je kan deze factoren niet pas verzinnen als je aan het schrijven bent. Zie het ‘gereedschappen smeden voor empathie’ als een afzonderlijke, voor te bereiden klus, net zoals het (globaal) uitschrijven van je plot of het maken van de personagebiografieën. Volgende week meer over dat smeden en de samenhang met andere zaken van je boek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Aarón Blanco Tejedor via Unsplash.