Een goede tegenstander schrijven: versterk de heldenreis en je verhaal

Om een goede heldenreis te maken, heeft je protagonist tegenstand nodig. Het is minstens zo belangrijk om de tegenstander goed uit te werken als de held. Hoe doe je dat?

Wat maakt de tegenstander van de held?

De tegenstander van de held:
* is de tegenhanger van de held (in bepaalde opzichten);
* stopt de groei van de held (al dan niet bewust);
* heeft vaak -volgens de protagonist- aanstootgevende normen, waarden of plannen;
* heeft aanhangers, systemen, argumenten of meevallers die met hem meewerken. Daardoor heeft hij macht (over de protagonist);
* En, heel belangrijk: de tegenstander van de held is er niet per se op uit hem onderuit te halen. Daarom vermijd ik de term slechterik.

De held en de tegenstander zijn elkaars spiegel

Je protagonist en tegenstander zullen elkaar tot op zekere hoogte moeten spiegelen. Ze zijn de andere kant van dezelfde medaille. Dus je moet een tegenstander minstens net zo goed uitwerken als je held; samen dragen ze het verhaal. Ze balanceren twee uitersten. Als je je held overdreven goedhartig maakt, heb je een zoetsappig verhaal met eenhoorns en luchtkastelen waarin alles goed komt zolang we allemaal vriendjes zijn. De andere kant is dat de tegenstander het overmachtige evenbeeld is van Satan. Geen eenhoorns hier, maar wel elke dag zes doelloze moorden na uren van zware marteling. Geen van beide uitersten werkt voor een stevig verhaal.
Als je de held en de tegenstander in de vergelijking van zwart versus wit ziet, moeten zowel je held als de tegenstander allebei een beetje van de tegengestelde kleur in zich hebben. Zoals je ziet in het ying-yangsymbool.

De vijanden moeten altijd iets van de ander in zich hebben.

Waarom moet de tegenstander een spiegel zijn?

Er zijn verschillende redenen waarom de tegenstander een spiegel van de held moet zijn. Om dit te verduidelijken gaan we nog even terug naar het ying-yangsymbool. Het witte puntje in het zwarte veld en vice versa zijn essentieel: als de ander óók een deel van jou in zichzelf heeft, wordt dat confronterend en daarmee interessant.

Het essentiële punt van het verhaal

Dat puntje in het ying-yangsymbool (“de andere kant is er ook nog”) is vaak het essentiële punt van het wat het verhaal in de brede zin spannend houdt. De personages, het conflict, de afloop…

De roep tot avontuur

Voor (met name) de held is het zwarte puntje interessant. Iedereen streeft ernaar om een zo goed mogelijk mens te worden. Dit ‘goed’ kan vrijwel alles zijn en ligt aan het verhaal en de motivatie van het personage. Maar het is altijd een overtreffende trap van iets. Het personage wil méér van iets zijn: rijker, slimmer, nuchterder, knapper, vrijer, beroemder et cetera.

Dat gebrek aan méér vormt de roep tot avontuur. Bijvoorbeeld: een nieuwe studie beginnen als de heldin slimmer wil worden. Op de opleiding komt ze iemand tegen die de studie met twee vingers in haar neus doorloopt. Daar heb je de tegenstander. De heldin kan jaloers op haar worden, proberen tegen haar op te boksen, ze kan proberen vrienden met haar te worden ten koste van haar eigen persoonlijkheid…
Een tegenstander is niet per se een dictator. Die moet alleen iets of iemand zijn die de held uitdaagt, afleidt van zijn persoonlijke groei, die in de weg staat of groeien (actief) moeilijker maakt.

Daarvoor moet de heldin dat ‘zwarte puntje’ hebben. Daar kan ze zich bewust van zijn, maar dat hoeft niet. Zolang jij hem als schrijver maar kent. Dat puntje komt het best tot zijn recht als de tegenstander die spiegelt. Let er wel op dat je niet overboord gaat met extremen of symboliek.

Versterk het goede middels het zwarte puntje

Laten we Mary Sue nu eens een keer in ons voordeel gebruiken. We geven haar een ‘zwart puntje’. Onze Miss Beverly Hills is doodsbang dat iemand erachter komt dat ze onzeker is over haar talenten. Stiekem denkt ze dat ze haar glorie slechts te danken heeft aan haar -vergankelijke- schoonheid.
Dan is het al logischer dat ze niet drinkt en vrijwilligerswerk doet in het kinderkankerziekenhuis. Ze vreest dat ze door de mand valt en wil daarom haar goede punten benadrukken. Als ze een keer op dronkenschap zou worden betrapt, ziet een scout misschien wel dat er iemand die is die nog mooier is dan zij…
Nu heeft ze een conflict (lukt het haar om niet door de mand te vallen?). Nu gaat de lezer misschien duimen dat ze daarin slaagt. Dan heeft ze nog steeds een geweldig goede inborst, maar niet meer zodanig dat die alleen maar ergert. Door het zwarte puntje wordt de rest van haar witte veld versterkt, in plaats van verzwakt. Let op: als het over de cliché Mary Sue hebben, moet ze wel een groter zwart punt (meer dan één gebrek) hebben om haar heel grote witte veld mee te compenseren.

Roep vragen op met het witte puntje

Andersom: het zwarte personage met de witte stip. Een soldaat komt in een klein dorp de schutter tegen die hem de dag ervoor op een haar na had gedood. Een overduidelijke tegenstander. Maar nu aait de schutter een straatkat en geeft hij het laatste beetje eten dat hij heeft aan het beestje.
De schutter is dus niet door en door slecht of moordzuchtig. Hij is zelfs onzelfzuchtig en behulpzaam door zijn laatste eten te voeren aan een hopeloos dier. Dit kan vragen oproepen bij de soldaat. Als hij geen moordlustig monster is:
* kan ik dan misschien een staakt-het-vuren met hem afspreken? Al is het maar dat we elkáár niet doodschieten?
* moet ik hem dan wel proberen te vermoorden, nu ik de kans heb en hij mij nog niet gezien heeft? Hij is immers niet door en door slecht…
* zou ik hem kunnen betrappen op zijn goede daad, vriendschap met hem proberen te sluiten en zo proberen om als spion zijn leger binnen te komen…?

Oftewel: als je ruimte overlaat voor het witte puntje, laat je veel opties open of ontstaan. Hierdoor blijft de lezer benieuwd naar het verloop van het verhaal en zal hij blijven lezen.

Heb je toch nog moeite met een balans vinden voor je personage. Ik kan je helpen: kijk in mijn webshop.

Zo smult je lezer van je cliffhanger, en jij als schrijver ook

De cliffhanger: de zinnen aan het eind van een stuk waarvan de lezer denkt: wow, wat gebeurt hier nou? Dat meen je niet! Of: hoe gaat het verhaal nu verder?
De zinnen waardoor de lezer spijt krijgt dat hij naar zijn werk moet vertrekken of dat net nu de baby honger krijgt.
De zinnen waarvan jij als schrijver denkt: yes! Ik heb het goed gedaan, want mijn lezer blijft geïnteresseerd. Iedereen weet wat cliffhangers zijn, maar hoe schrijf je ze?

Verschillende soorten cliffhangers

Cliffhangers komen altijd op ‘het einde’: het einde van een paragraaf, hoofdstuk, boek of de achterflaptekst. Het doel is om de lezer duidelijk te maken: blijf lezen, er komt iets veelbelovends aan. Een cliffhanger kan verschillende tonen hebben en op verschillende manieren worden uitgewerkt. Als je de goede cliffhanger uitkiest, gaat het verhaal goed verder. Laten we kijken naar de vier soorten cliffhangers die er zijn.

De ‘volgend hoofdstuk’ cliffhanger

Bij deze cliffhanger eindigt het hoofdstuk met een zin waarvan de lezer aanvoelt dat hij (vrij) letterlijk in de eerste zin(nen) van het volgende hoofdstuk het antwoord op een belangrijke vraag krijgt.
Een voorbeeld uit Harry Potter en de steen der wijzen, waarin Harry erachter komt wie hem het hele boek heeft dwarsgezeten:
… en toen was hij aan de andere kant, in de laatste kamer. Er was al iemand – maar niet Sneep. Het was zelfs Voldemort niet.

Maar wie is het dan? Vertel het me!
We zijn aan het eind van een hoofdstuk. Dus lees het volgende hoofdstuk maar…
De eerste zin van het volgende hoofdstuk is: Het was Krinkel.

Dit soort cliffhanger hoeft niet zó letterlijk een onthulling te geven, maar de vuistregel is de belofte aan je lezer: lees een zin/ hoofdstuk verder en ik beloon je voor het feit dat je zo lang bent blijven lezen.
Deze cliffhanger kan je gebruiken als inzet voor de laatste onthulling, zoals in de climax van akte drie van het save the cat schema. Nu gaan we langzaam maar zeker afronden, maar we doen het wel spectaculair!

De sfeercliffhanger

Deze cliffhanger onderstreept de sfeer van datgene wat net is gebeurd. Je kan hem herkennen aan de show don’t tell. Iemand wordt gedumpt: De deur sloeg met een klap achter me dicht. Het gejank van de zieke hond van de buren was door te muren heen te horen. Dat geluid hield me de hele nacht wakker.

Iemand slaagt voor een opleiding: Ze keek de zaal in. Haar ouders grijnsden van oor tot oor. Terwijl de eerste zonnestralen in een week door de ramen kropen, wist Rebecca dat de wereld op haar stond te wachten.

Rebeccas gevoelens kunnen een prima cliffhanger zijn als je ze goed omschrijft.

Zoals je misschien merkt, zijn deze cliffhangers gevoelig voor clichès of klef taalgebruik. Let goed op je gebruik van symboliek, om te voorkomen dat de cliffhanger niet veelbelovend, maar irritant wordt. Zoek een passende balans.
Deze cliffhanger kun je vrijwel altijd gebruiken.

De serieuze cliffhanger

De serieuze cliffhanger hangt vaak samen met een ziekte of de dood van een geliefd personage. Zodra dat personage de slechte prognose krijgt of (in de armen van een geliefde) sterft, wordt het menens.
Onze helden zijn op een gevaarlijke missie. Er zijn al wat gevechten geweest of dagen met een lege maag. Maar de groep had er altijd vertrouwen in dat het goed zou komen. Want ze hadden een wijze mentor bij zich die altijd een oplossing had. Of een spierbundel die de fysieke blokkades weg kon halen.
Maar dan breekt de spierbundel zijn beide armen. Nu wordt de missie moeilijker, want er is nu niemand meer die met gevaarlijke wolven durft te worstelen. Of de mentor sterft. Wat moeten ze nu zonder zijn wijsheid?
Met zijn laatste krachten duwde de tovenaar het magische amulet in de hand van zijn leerling. “Denk eraan,” zei hij met trillende stem. “Je moet het schoonspoelen in de Pure Fontein om de vloek weg te wassen.” Toen ademde hij niet meer. Terwijl de tranen van de leerling op het gezicht van de tovenaar vielen, hoorde het reisgezelschap in de verte het geluid van het aanstormende leger van de vijand.

De serieuze cliffhanger is dat moment waarop zowel je personages als je lezer beseffen: Ai… Het was al ingewikkeld, maar nu wordt pas echt verdrietig, gevaarlijk of eenzaam. Deze cliffhanger is ideaal toe te passen bij de stap van obstakel of ramp in het schema van save the cat.
Je kan deze cliffhanger aanvullen met een sfeercliffhanger. Al kun je ook stoppen bij het moment dat het kwaad geschied is, zoals het moment dat de mentor sterft.

De soapcliffhanger

“Ik weet dat jij hem hebt vermoord!”
“Richard is betrapt op het bezit van harddrugs…”
“De DNA-test wijst uit dat jij mijn vader helemaal niet bent.”

Een soapcliffhanger is als een glimp opvangen van het volgende grote (film)drama

De soapcliffhanger: de goeie ouwe DUM DUM DUMMM-cliffhanger die je in soaps ziet. Hij komt -verrassing- vooral voor in soaps en zijn kenmerken vormen ook een S.O.A.P.:
Spectaculair;
Ongenuanceerd;
Aanwezige;
Plottwist.

Zoals je in S.O.A.P. kan zien, zijn deze cliffhangers ideaal voor een plottwist. Let extra goed op de O: ongenuanceerd. Een televisiesoap kan daadwerkelijk ongenuanceerd zijn, omdat de kijker op ongenuanceerde dingen is voorbereid, of ze zelfs verwacht. Zoals mijn oma vaak zegt: “Die acteur stopt met Goede Tijden Slechte Tijden, maar als hij de serie weer in wil, wordt zijn vermoorde personage gewoon weer tot leven gewekt. Zo gaat dat in soaps.”
Dus dan is: “Ik heb vandaag je doodverklaarde moeder in de stad gezien,” niet eens zo raar en heerlijk ongenuanceerd.

Maar in verhalen kom je daar niet zo makkelijk mee weg. Een romanlezer verwacht meer realisme en subtiliteit dan een soapkijker. Voor een handreiking over hoe (on)genuanceerd de O in je S.O.A.P. moet zijn: lees hier over regieaanwijzingen en hoe je bepaalt hoe spectaculair je iets kan, moet of niet hoeft te maken.

Veel plezier met het schrijven van je cliffhangers!

Wil je controleren of je cliffhangers goed aanslaan? Schakel mij dan in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je de achterflaptekst voor je boek?

De achterflaptekst schrijven voor je boek is een belangrijke klus. Veel mensen bepalen of ze een boek gaan lezen door eerst de achterflap te lezen. Hoe krijg je het voor elkaar om van deze mensen jouw lezers te maken?

Functie van de achterflaptekst van een boek

De tekst van je achterflap is erg belangrijk: hij moet potentiële lezers over de streep trekken. Een titel en een mooi ontwerp op de voorkant zijn niet voldoende, want die geven vrijwel niets prijs over de inhoud. Neem de titel. Als een boek de naam van je personage als titel heeft, zegt dat vrijwel niets. Want wat is Emma voor iemand? Waar en wanneer leeft ze?
Getallen zijn de laatste tijd ook erg populair in titels: 23 seconden, 19 minuten, 24 dagen …Om Vijftig tinten grijs en allerlei variaties van aantal tinten en kleuren, zoals twee tinten blauw of duizend kleuren blauw niet te vergeten. (Dit zijn allemaal bestaande titels).
Maar op zichzelf weet je niet of die verhalen erotisch, misdadig of dramatisch zijn. Of kun jij wél raden waar mijn splinternieuwe verhaalidee voor Acht maanden paars over gaat? 😉

En het ontwerp van de voorkant… dat kan heel mooi zijn, maar zou jij uren van je tijd besteden aan lezen vanwege een afbeelding, terwijl het om het verhaal gaat?

Wat moet er in de achterflaptekst van een boek staan?

Een achterflaptekst is ontzettend kort. Het woordenaantal kan per uitgever schelen, maar ga uit van ongeveer 75 à 100 woorden. Toch moet je veel in deze korte samenvatting verwerken.

De rode draad en het centrale conflict

Schrijf in de achterflaptekst alleen over je hoofdpersonage en de direct betrokkenen. De direct betrokkenen zijn de personages of omstandigheden die het centrale conflict in gang zetten.

Als Shanti een spelshow wint, waant ze zich een heerlijke week miljonair. Maar dan krijgt ze een stel verdachte geluiden over de spelshow te horen. Opeens is ze haar nieuwe fortuin niet meer zeker.

Hier zet de spelshow het centrale conflict in: er komt geld in het spel waarvan de origine achterhaald moet worden.

De tweede akte in de achterflaptekst

De heldenreis/ het centrale conflict is niet alleen een uitdaging, maar ook een hindernis voor je protagonist die hij daadwerkelijk moet aangaan. Kijk voor een uitgebreide uitleg in het schema van save the cat: de tweede clue in de tweede akte is vaak handig om toe te voegen. Sprookjes geven duidelijke voorbeelden hiervan.

In het voorbeeld van Shanti:

…haar beste vriend lijkt meer over het voorval te weten. Shanti zal hun vriendschap moeten riskeren om te weten te komen of hij wel is wie hij altijd gezegd heeft te zijn.

Shanti zal moeten afwegen of ze voor het geld of voor haar vriendschap kiest. En niet alleen dat: ze vermoedt al dat haar vriend iets achterhoudt. Ze zal hoe dan ook opnieuw over de vriendschap na gaan denken. Dat belooft conflict, drama; een (boeiend) verhaal.

De cliffhanger op de achterflaptekst van een boek

De cliffhanger: “Wat gaat er hierna gebeuren? Spannend!”
“O nee! Nu gaat de drama pas echt beginnen.”
De DUM DUM DUMMM-jingle aan het einde van een soapaflevering.
Je kent het principe wel.

Moet er een cliffhanger op een achterflaptekst? Het korte antwoord is nee. Het uitgebreide antwoord is: nee, omdat je de achterflaptekst als één grote cliffhanger kan zien. Hij moet aanzetten tot het lezen van het boek. Hij heeft net genoeg informatie gegeven aan de lezer om hem nieuwsgierig te maken.

Een verhaal heeft, hoe uniek ook, raakvlakken met het gros van de verhalen van hetzelfde genre. Dat maakt je verhaal niet onmiddellijk cliché, maar wel tot op zekere hoogte voorspelbaar. Dat werkt (desondanks) in je voordeel: als je lezer een spannend verhaal zoekt, vindt hij je makkelijk tussen de andere thrillers. Als je het uitzonderlijk uniek en onvoorspelbaar maakt, past het nergens in een bepaalde kast van een boekhandel. Zo wordt het dus nooit gevonden.

Dit is een tafel met een bepaald onderwerp. Zo zullen horrorverhalen niet bij de streekromans liggen. Je boek zal altijd op een bepaalde tafel thuis of kast moeten horen en dus enigszins voorspelbaar moeten zijn.

Forceer geen cliffhanger op de achterflaptekst

Als je de verwachting rondom het genre of het centrale conflict gaat benadrukken, werkt een zin met een cliffhangertoon op de achterflaptekst averechts.
Zal dit romantische stel van arm en rijk de kloof van hun status kunnen overwinnen?
Phoe, goeie vraag! Het gebeurt misschien een op de duizend keer níet. En dat ene boek ligt dan waarschijnlijk bij de dramaboeken op tafel. Ik vond dit verhaal gewoon in de kast met zwijmelverhalen. Dus voor de grap gok ik erop dat dat wel lukt.

Hier komt over een paar tellen geen zoen, maar een krokodillenaanval! Logisch toch, in een romantisch verhaal? Daarmee fop je niemand. In plaats van die zoen kan je je beter concentreren op de manier waarop de relatie opbloeit of in gevaar komt. Iets wat binnen genres of verhalen wél het verschil uitmaakt tussen het ene verhaal en het andere.

De invulling van de cliffhanger open houden

Je kan wel een cliffhanger gebruiken voor de achterflap, maar dan kan je het beste:
*geen vraag stellen: Gaat het lukken om…? Hoe gaan ze…? Wat zal er gebeuren als…?
Dat ligt de cliffhangertoon er te dik bovenop.

*niet aansturen op iets dat op één van twee scenario’s uitloopt:
Nu moet het kersverse stel hun relatie zien te redden (De relatie strandt of houdt stand.) Je kan dan beter schrijven: zodra er een krokodillenaanval komt, moet de man bewijzen hoeveel hij voor zijn vriendin overheeft. Dat gaat de relatie het evengoed al dan niet overleven. Maar nu heb je er nog een extra vraagstuk bij: hoeveel heeft hij voor zijn wederhelft over? Niks? Een gebroken been? Zijn leven?

Maak ik nou een grapje met al die krokodillen of niet? Om daar achter te komen, moet je mijn fictieve boek lezen. Nieuwsgierigheid naar je verhaal is essentieel voor een goede achterflaptekst.

Je hebt maar weinig woorden voor de achterflaptekst. Het wordt dus puzzelen, maar met deze puzzelstukjes kom je daar wel uit. Zo niet: ik kan je helpen met de achterflaptekst en algemene manuscriptedactie. Kijk daarvoor in mijn webshop.

Dit moet je weten over uitgeverfonds

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en wil ermee naar een uitgeverij. Naar welke uitgeverij stuur je jouw manuscript op? Bespaar jezelf een hoop teleurstelling en ga goed na bij welke uitgeverij je aanklopt.

Een passende uitgever vinden voor je boek

Het spreekt voor zich dat een manuscript bij een uitgever moet passen. Iedereen begrijpt dat je met een erotisch verhaal niet bij een kinderboekenuitgever moet zijn. Maar misschien weet je niet dat het tegelijkertijd ook weer niet zó simpel ligt als: “Ik heb een fictieve roman geschreven, dus nu kan ik bij elke uitgever terecht die geen kinder- of informatieve boeken uitgeeft.”

Als je de teleurstelling wil vermijden dat je niet uit de slushpile komt, zijn er twee dingen goed om vooraf na te gaan:
* Wie is je doelgroep?
* Welke uitgever heeft een fond wat bij mijn verhaal zou passen?

Het eerste punt zou zoals genoemd al meteen een aantal uitgevers van je lijstje kunnen halen. Het tweede punt vergt wat meer onderzoek.

Wat is een uitgeverfond?

Een uitgeversfond geeft aan wat de soort verhalen zijn die een uitgever interessant vindt om uit te geven. Als je buiten dit fond valt, zal de uitgever je boek niet willen uitgeven. Hoe goed en boeiend je verhaal ook is.
Zie het zo: als jij een heerlijk nieuwe sushisalade hebt bedacht, zal een veganistisch restaurant dat niet op zijn menukaart zetten. Ook al vindt de kok (die een visgerecht eten als guilty pleasure heeft) het best goed smaken.

Hoe heerlijk dit ook is: een veganistisch restaurant zet dit niet op het menu. Zo is het met uitgevers ook: bekijk vooraf goed wat zij op hun (fond)menu hebben staan.

Uitgeversfond: genres en verhaallijnen

Een uitgeversfond zoeken dat bij je past is in het begin meestal niet moeilijk. Meestal staat op de website van de uitgevers welke genres in zijn fond zitten. Heb je een thriller geschreven? Kijk dan eerst eens of dat genre binnen het fond valt. Op die manier kun je opnieuw een flink aantal uitgeverijen schrappen. Zie je dat: “Ik schrijf een roman voor volwassenen, dus daar kan ik bij elke niet-kinderboekenuitgever bij terecht,” niet opgaat?

Zodra je een handvol uitgevers overhoudt met jouw genre in hun fond, moet je wat gerichter gaan kijken. Ook uitgevers moeten met elkaar concurreren. En ook binnen genres zijn er grote verschillen in verhalen, centrale conflicten en verhaalthema’s. Of juist andersom: binnen verschillende genres komen bepaalde thema’s of conflicten terug. Op dit punt moet je wat meer gaan opletten. Uitgevers moeten zich van elkaar kunnen onderscheiden, dus waar de ene uitgever iets aanbiedt, zal de ander zich elders in specialiseren.

Een heel simpel voorbeeld van verschillen binnen genres:
In het ene verhaal laait onmiddellijk passie op, maar komt het koppel obstakels tegen die overwonnen moeten worden. Het andere verhaal gaat er juist over hoe een romance opbloeit en wat er moet gebeuren met de personages om naar elkaar toe te groeien. Dit zijn allebei romantische verhalen, maar de uitwerking ervan is compleet anders. Zo kun je met je genre bij een specifieke uitgever binnen het fond vallen en bij een andere uitgever met hetzelfde genre in zijn fond juist daarbuiten.

De toon van het uitgeversfond

We zagen eerder al dat verhaalthema’s ook in verschillende genres terug kunnen komen.
Neem moederliefde. Dat kan in een roman voorkomen als de moeizame weg naar het moederschap. Na talloze ivf-pogingen slaagt een zwangerschap en lees je over de eerste gelukkige en gezegende jaren van het moederschap. Iets voor een streekroman.
Maar moederliefde kan ook betekenen dat zoon wordt opgepakt voor een ernstig misdrijf en dat moeder alles doet wat in haar macht ligt (zoals in drugs gaan handelen) om de kosten voor een advocaat te kunnen dekken. Dan ga je al meer richting de thriller-misdaadroman. Om deze redenen beperken uitgevers zich meestal niet tot een genre. Probeer erachter te komen of de uitgever die je aanspreekt thema’s of centrale conflicten heeft die steeds terugkomen. Denk aan dingen als :
* zijn de hoofdpersonages meestal sterke vrouwen, of gaan de verhalen vaker in op meer conservatieve protagonisten?
* hebben de boeken altijd een licht spirituele ondertoon of een wijze verteltoon?
* zijn de meeste boeken voorspelbaar of komen er juist vaak plottwists voor?

Dit soort vragen helpen je om je te verplaatsen in de markt die de uitgever voor zich heeft. Als de lezers van de uitgever ‘gewoon lekker weg willen lezen’, dan zullen ze er niet van gediend zijn als ze een verhaal krijgen dat vol zit met ingewikkelde subplots.

Een grote uitgever of een kleine uitgever kiezen?

Uitgeven bij een grote uitgever klinkt als de meest verstandige keuze. Je krijgt immers meer bekendheid. Maar juist omdat grote uitgevers meer publiek (moeten) trekken, zullen ze minder snel geneigd zijn om een verhaal uit te geven dat buiten de gebaande paden treedt. Een kleine uitgever kan dat risico wat makkelijker nemen.
Hetzelfde geldt voor naamsbekendheid. Je komt als debutant moeilijker binnen bij een grote uitgever omdat je nog geen lezerspubliek hebt opgebouwd.

Een limonadeverkoper behaalt zijn eerste succes meestal op straat, niet meteen bij Coca Cola.

Je kan gerust aankloppen bij een grote uitgever, maar wees je ervan bewust dat de kans dat je daar als debutant binnen komt ontzettend klein is. Een kleine uitgever levert geen slechter werk dan een grote uitgeverij. Een kleine uitgever heeft minder te besteden. Juist daarom zal die er alles aan doen om de boeken die hij wel uitgeeft alle nodige aandacht en moeite te geven die nodig is om het te laten verkopen.

Als beginnend auteur is het voornamelijk belangrijk dat je veel opties openhoudt en openstaat voor avontuur. Kijk wat er bij jouw boek of manuscript past en ga op die manier verder met je schrijversdroom. Je kan eigenlijk niet veel fout doen als je een uitgever zoekt, zodra je een uitgever met een passend fond hebt gevonden. Behalve dan als je er niet voor openstaat om feedback te ontvangen. Maar je bent een echte avonturier, dus daar schrik je niet van terug, toch? 😉

Wil je goed voorbereid naar een uitgever stappen en eerst nog een professionele redactieronde laten doen? Dat kan: kijk in mijn webshop.

Hoe moet je logisch schrijven over fictieve werelden, wezens en personages?

Realistisch schrijven is essentieel voor een boeiend verhaal. Hoe krijg je dat niet alleen voor een losse scène of voor een specifiek genre, maar altijd voor elkaar?

Het toverwoord voor realistisch schrijven: logisch

Of je nu over een nieuw personage in een alledaagse wereld, een mythe schrijft of met worldbuilding aan de slag gaat: alles kan, zo lang het maar logisch te verklaren is. “Logisch” moet je hier als een breed begrip zien dat op veel dingen kan slaan:

* anatomie;
* biologie;
* geschiedenis;
* psychologie;
* maatschappelijke ontwikkelingen;
* spiritualiteit;
* wetenschap;
* (culturele) overtuigingen

enzovoorts. Als je kunt zeggen: “Dit is X logisch” dan komt je verhaal realistisch over. Bijvoorbeeld: Het is anatomisch logisch dat….Een voorbeeld dat laat zien hoe het niet moet:

De Huppeldepuffervis: als iets onlogisch is

Mijn zelfbedachte Huppeldepuffervis heeft vinnen, drie ogen en een bek op een van de twee hoorns die uit zijn hoofd groeien. Hij zal nooit fans vergaren. Vanwege die rare naam, maar ook omdat hij anatomisch nooit kan kloppen. Zijn bek moet uitmonden in een slokdarm en een maag, anders kan hij niet eten en sterft hij. De substantie van een hoorn sluit niet aan op die van een slokdarm: in een hoorn zitten geen spieren.
Zo is de Huppeldepuffervis dus anatomisch onlogisch.
Als de hoorns uit zijn vinnen of schubben groeien en de bek op de normale plaats zit, kan hij eten en overleven en is hij dus (anatomisch) logisch. Nog altijd niet-bestaand, maar wel logisch. De absolute basis klopt. Als het absolute beginsel van je idee onlogisch is, gaat het ook niet werken in een verhaal.

“Ik snap maar niet hoe dit ooit gaat werken….” Logisch, als dat ook niet kàn.

Een logisch verhaal

Natuurlijk kost een zwijmelverhaal relatief weinig schrijfonderzoek; je gaat geen nieuwe planeten creëren. Toch moet je voor elk verhaal dingen onderzoeken om erachter te komen wat ‘logisch’ is, om zo je verhaal sterker te maken.

Fictieve werelden, culturen of maatschappijen logisch maken

De manier waarop mensen leven, wordt sterk bepaald door hun cultuur.
Wat doen, geloven, kunnen, vinden en willen ze?
Aan welke dingen denk je als ik zeg ‘Cultuur (van land) X?’ Het antwoord geeft belangrijke culturele aspecten weer.
Amerika, bijvoorbeeld. Stel dat je denkt aan:
* het Vrijheidsbeeld –> De Amerikaanse cultuur hecht belang aan vrijheid;
* studiebeurzen voor topsporters –> sport is belangrijk in Amerika;
* grote porties –> eten komt terug in de cultuur van de VS.

Als je je eigen maatschappij maakt, bedenk dan goed hoe de cultuur tot stand komt en hoe zich dat logisch uit. Een ideaal hulpmiddel hiervoor zijn de culturele dimensies van Geert Hofstede.
In deze dimensies worden verschillende culturele aspecten naast elkaar gelegd. Vervolgens wordt verklaard waarom de ene cultuur anders reageert op een situatie dan een andere cultuur.
Deze dimensies zijn: machtsafstand, individualisme vs. collectivisme, masculiniteit vs. femininiteit onzekerheidsvermijding en lange termijn- vs. korte termijn oriëntatie.

Neem individualisme vs collectivisme.
In een individualistisch land is het gedachtegoed: eigenbelang gaat voor dat van de groep, in een collectivistisch land is dat andersom.
Amerika scoort hoog op de individualistische schaal; kijk maar naar de american dream: Ik jaag mijn eigen succes na, ik ben daarvoor zelf verantwoordelijk en ik doe wat mij het beste lijkt. Aziatische landen daarentegen zijn over het algemeen collectivistisch: daar is het groepsgevoel groter en zal je dus niet zo snel iets doen waar anderen het mee oneens zijn of wat de familienaam schaadt. Maar mensen zullen je eerder helpen, omdat het “een voor allen, allen voor een” is, waar een Amerikaan er eerder alles zelf moet rooien.
Als je de dimensies invult tijdens het creëren van je maatschappij, zal je merken dat zaken als het waarom van politieke overtuigingen, gemeenschapszin en het economisch stelsel, zich bijna als vanzelf gaan verklaren of ontvouwen. De uitwerking van je wereld -al komt het leeuwendeel daarvan nooit verder dan je persoonlijke opschrijfboekje– wordt dan geloofwaardig, ook al is het misschien niet vergelijkbaar met een bestaande cultuur.

Historisch logisch

Bedenk wat er in een bepaald tijdperk aanvaardbaar of zelfs maar voorstelbaar (lees: logisch) was.
Kiesrecht was er niet voor Jan-met-de-pet tijdens de Middeleeuwen. Besef dat sommige dingen zo normaal waren dat niemand er zelfs maar vraagtekens bij zette, laat staan ertegen in opstand kwam. Net zoals wij het normaal vinden dat je belastingen betaalt (ik heb het niet over de hoeveelheid belastingen, hè? 😉 ). Misschien krijgen we ooit een totaal ander betaalsysteem dat geld en belastingen een lachertje laat lijken… Praten met iemand die ver weg is? Dat konden de Romeinen zich niet eens voorstellen. Wij vinden videobellen inmiddels doodgewoon.

Als je over een gebeurtenis schrijft die zich in de geschiedenis herhaalt (oorlogen, bepaalde bestuursvormen…) kijk dan goed wat steeds terugkomt in deze scenario’s:
* Een absolute monarchie verliest vroeg of laat de macht vanwege protest van het volk, of het verlies aan materieel dat nodig is het volk in toom te houden;
* Een dictator wint vertrouwen bij het volk door de vijand af te schilderen als minder dan menselijk;
Wijk je van die dingen af, dan voelt het verhaal minder logisch aan.

Psychologisch of sociaal logisch

Een kind dat zijn leven lang is mishandeld, rent niet vrolijk in de armen van zijn nieuwe adoptieouders. Hij zal tijd en therapie nodig hebben om zijn nieuwe verzorgers te leren vertrouwen. Een herstellend alcoholist vindt een verjaardag waarop veel wijn wordt geschonken ongemakkelijk.
Ga je personagebiografie na om te zien wat er psychologisch/sociaal logisch is voor je personage.

Verdrink niet in logica

Op jouw fictieve planeet is de zwaartekracht zes keer zo sterk als hier. Natuurlijk moet je weten wat voor gevolgen dat heeft en wat er vervolgens (niet) kan. Maar je hoeft niet te weten volgens welke formule van de algemene relativiteit de manen van jouw planeet zich bewegen.

“Het is prima als je mijn geliefde in elkaar slaat,” is gewoon raar. Je hoeft geen psycholoog te zijn om dat onlogisch te vinden. Doe onderzoek tot je een basiskennis hebt die logisch is en bepaalde verbanden duidelijk maakt en geniet dan van je nieuwe creaties!

Dreig je alsnog te verdrinken in allerlei ideeën bij het schrijven van je boek? Schakel mij dan in als schrijfcoach.

Moet je schrijftechnieken kennen om te kunnen schrijven?

Je wil je boek zo mooi mogelijk maken. Er bestaan talloze schrijftechnieken die je daarbij helpen. Je vindt ze op internet, in fora, boeken en als je kletst met medeschrijvers pik je er ook wat van mee. Maar waarom moet je de technieken kennen? Wanneer hou je je eraan en wanneer moet je vooral je eigen ding blijven doen?

Wat is het nut van schrijftechnieken?

Is advies over schrijftechnieken nuttig? Dat hoor ik graag, want dan weet ik of mijn andere blogposts een beetje aanslaan ;).
Maar zonder grapjes: als je wil leren schrijven, is het handig om de basisprincipes van het schrijven onder de knie te krijgen. Het zal je helpen om wat technieken te leren; zowel van naam als de toepassing ervan. Als je je manuscript naar een uitgever stuurt en je leest: ´infodump‘ als feedback in de kantlijn, dan is het handig om te weten waar het over gaat en ook hoe je dat kan verbeteren.
De uitgever gaat er namelijk van uit dat je dat je die kennis hebt. Het zou te veel tijd vergen om dat elke keer opnieuw uit te moeten leggen.

Wat leer je van onderzoek naar schrijftechnieken?

Zodra je van bepaalde schrijftechnieken weet en ze in verhalen herkent, weet je ook waarom een boek (niet) fijn leest. In plaats van dat je zegt: “Het personage kwam niet realistisch over,” kun je zeggen: “De hoofdpersoon was een Mary Sue“. En je krijgt misschien in de gaten dat een verhaal niet lekker loopt, omdat er gaten zitten in het schema van save the cat. Als je alert bent op dat soort dingen, leer je van andermans fouten en hoef je ze zelf niet meer te maken. Handig, toch?

Schrijftechnieken toepassen gaat niet vanzelf

Dus als je maar alle schrijftechnieken oefent, kent en toepast, kun je goed schrijven?
Helaas is het niet zo simpel. Sterker nog: het kan je in de weg gaan staan:

“Hé verdorie, deze zin voldoet niet aan show don’t tell.”
“O help, ik schrijf volgens mij een magic pixie! Ik gooi het hele verhaal maar om…”
“Doe ik het wel goed met Chekhov’s gun? Als het misgaat, is mijn hele boek verpest.”

Om maar wat mogelijke scenario’s te noemen. Probeer niet al te veel waarde te hechten aan het schrijven volgens een bepaalde techniek of met vuistregels over plot of personage in je achterhoofd. Dat verstoort namelijk je schrijversflow en dan krijg je nooit iets af.

Geef die hele berg aan advies over schrijftechnieken niet te veel gewicht. Schrijven moet vooral leuk blijven.

Je kan beter goed onderzoek doen en je personagebiografie maken als voorbereiding en daarna lekker gaan schrijven. Zodra je een hoofdstuk of boekdeel klaar hebt, kun je er (nog eens) kritisch naar kijken.

Door de bril van een redacteur naar schrijftechnieken kijken

Je hebt iets moois geschreven en je huurt een redacteur in. (Als mijn tips je bevallen, kijk dan eens in mijn webshop.) De spreekwoordelijke rode pen heeft zijn werk gedaan. En nu? Alles aanpassen? Nee! Je moet nooit klakkeloos iets van iemand aannemen. Ook niet van een redacteur. Die verleiding is er misschien wel: de redacteur heeft er toch verstand van? Die verdient nota bene zijn brood met redigeren!
Dat klopt, maar ook een redacteur heeft een bepaalde bril of persoonlijke voorkeuren. Goed schrijven is subjectief. Hoe professioneel iemand ook is, een persoonlijke mening kun je nooit volledig uitschakelen.

Als je schrijft over een huwelijksaanzoek na een boottochtje bij volle maan en met een bos bloedrode rozen, dan zegt de professionele blik van een redacteur: dit is te cliché, dat gaat niet werken.
Nu schrijf je over een speurtocht die met hartvormige post-its naar een gesloten kistje leidt. Met het sleuteltje dat ernaast ligt, maakt de jonge vrouw het open en ziet ze de sleutel van het huis waarin ze met haar vriend gaat samenwonen… De ene redacteur zal dat heel leuk en origineel vinden. De ander zal het als te zoetsappig zien, omdat hij sowieso meer is van de historische romans dan van de romantische verhalen en hij dit net een tikje te ver vindt gaan. Als clichés niet meer overduidelijk zijn, komt er op een bepaald moment een grijs gebied waarin twee redacteurs andere meningen hebben, zonder dat dat betekent dat ze al dan niet professioneel zijn.

Onthoud goed dat het ook jouw verhaal moet moet blijven. Het moet niet dat van de redacteur worden. Wat dat betreft zijn redacteurs niet anders dan lezers: ieder zo zijn eigen smaak en je zal het nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Redacteuren kunnen streng overkomen, maar laat je niet te snel intimideren door hun opmerkingen!

Als je twijfelt of de persoonlijke bril van de redacteur aanwezig is in zijn opmerkingen, kun je proeflezers vragen of zij het met de opmerking eens zijn. Zegt de meerderheid ja, dan zie je waarschijnlijk niet dat het hier om een darling ging. Zo niet, dan was de redacteur zelf misschien niet in een romantische bui ;).

Tips van een manuscriptredacteur

Natuurlijk zegt een redacteur ook dingen waarvan je uit kan gaan dat hij iets ziet wat gewoon niet zo sterk is. Dat zijn de dingen die min of meer ‘vastliggen’. Dit zijn:

Verkeerde kenmerken

Als je personage zes van de zeven kenmerken van een sexy lamp heeft, zal je haar moeten herschrijven. Een sexy lamp is niet sterk als hoofdpersonage. En de kenmerken staan vast. (Zonder kenmerken kun je geen definitie maken).

Rode vlaggen in een boek

Er zijn rode vlaggen die laten zien dat iets niet gaat werken.
Bijvoorbeeld: infodump kan overal in het verhaal voorkomen, maar als je de eerste pagina’s van je verhaal daarmee vult, dan is niet een ‘toevallige fout’, maar een fout die veel schrijvers maken. Hieraan ziet een uitgever dat de schrijver nog moet leren. De redacteur zal deze fouten aanmerken om te voorkomen dat je niet uit de slushpile komt.

Ontbreken van belangrijke punten of schrijftechnieken in je boek

Iets dat in elk goed geschreven verhaal (enigszins) moet terugkomen, mist. Een verhaal zonder enkele vorm van show don’t tell of centraal conflict heeft geen kans van slagen.

Het gebruik van symboliek in verhalen

Symboliek kan helpen om een verhaal beeldend en diepzinnig te maken. Maar een verkeerd gebruik van symbolen kan je verhaal weer dramatisch maken. Hoe vind je een goed evenwicht in het gebruik van symbolen?

Symbolen en symboliek in verhalen

Symbolen zijn er bijna altijd in verhalen. Soms liggen ze er duimendik bovenop. Dan bestaat het risico dat je in clichés verzandt. Maar als je een boek hebt waarin de symboliek subtiel en diepgaand is, dan is het verhaal zeer waarschijnlijk van goede kwaliteit. Helaas is er geen kant en klaar recept om symboliek te gebruiken. Niets is zwart-wit. Aha, zwart-wit, dat is een veelgebruikt symboliek. Laten we dat eens gebruiken om te zien wat er allemaal fout kan gaan.

Te makkelijke symboliek in verhalen

Zwart en wit zijn elkaars tegenpolen. In kleuren, maar nog meer in symboliek. Wit staat dan meestal voor datgene wat positief is, zwart voor het negatieve. Denk aan:
* goed – kwaad;
* licht – donker;
* onschuld – schuld;
* hemel – aarde (of hel);

Deze tegenpolen zijn prima te gebruiken; ze helpen je lezer een stapje op weg naar wat je tussen de regels door aan hem duidelijk wilt maken. Het nadeel is alleen dat als je een cliché krijgt als je tegenstellingen houdt zoals ze zijn en daar niet dieper op ingaat.

Romantici en weerwolven: jullie weten wat jullie te doen staat, toch? 😉

Bijvoorbeeld: als je je held in (maagdelijk) wit gekleed laat gaan, golvend blond haar en een engelachtige, loepzuivere stem geeft en de vijand in het zwart rondloopt en donker haar en een rokershoestje heeft… Dan wordt de boodschap niet zozeer overgebracht, maar eerder door de strot van de lezer geduwd. Te veel tegenstellingen laten je lezer met de ogen rollen.

Nog een andere valkuil met symboliek en tegenpolen is dat je de symboliek als verklaring gaat gebruiken waar dat niet gepast is.
“Dit personage kan die moord nooit gepleegd hebben. Ze is mooi, maagd en draagt altijd wit.”
Zeker weten? Ik weet toevallig dat ze vorige week nog tegen haar vader schreeuwde dat ze hem en zijn minnares zou vermoorden als ze kon bewijzen dat hij haar moeder bedroog. Waarom zou ze nu anders zo’n haast hebben om haar voetstappen in de sneeuw richting van het huis van de minnares uit te wissen?

Soms is een mes geen symboliek voor goede kookkunsten, eerder van slagerskunsten…

Vergeet niet dat je personage altijd gedreven wordt door omstandigheden en motieven, niet door hoe ze eruit zien. Zelfs de gebochelde van de Notre Dame wordt niet gedreven door zijn lelijkheid. Het zijn de omstandigheden en hoe hij en anderen met dat uiterlijk omgaan die de drijfveer en het verloop van het verhaal bepalen.

Als je ervoor kiest voor symboliek en karaktereigenschappen te combineren in plaats van symboliek en uiterlijkheden, gaan dezelfde regels nog steeds op. Neem de moordenares. Misschien is ze normaal gesproken wel lief en al het andere wat bij symbolische onschuld past. Maar als de omstandigheden juist (of in dit geval ongunstig) zijn, bijvoorbeeld vanwege een serie traumatische gebeurtenissen, dan kan dat haar alsnog uit haar karakter halen.
Een topfitte, actieve sporter wil ook wel eens een avondje niksen op de bank. Gewoon eens lekker lui, de tegenpool van actief. Zo is het met karaktereigenschappen ook. Niets is volledig zwart-wit.

Is het je ooit opgevallen dat Mary Sue bol staat van de symboliek (mooi, jong, lief, zacht, onschuldig, moederfiguur)? Dat is een van de redenen waarom ze zo’n slecht uitgewerkt personage is: ze is te symbolisch. Ze is een hyperbool van het symbolisch vrouwelijke. Zo is Joe Sixpack ook een hyperbool, maar dan van symbolische masculiniteit (sterk, machtig, dominant).

Goede, diepgaande symboliek in verhalen

Goede symboliek zit hem in subtiliteit en tussen de regels door lezen. En in spelen met woorden. Als je wil weten wat voor symboliek bij je verhaal past, dan vind je een mogelijk antwoord in je verhaalthema. Een mindmap kan daarbij helpen. Stel je thema centraal en ga de vakjes invullen.
Laten we ‘geboorte’ als voorbeeld nemen.
De eerste dingen die in je opkomen zijn waarschijnlijk: baby, moeder, kind, zwangerschap, verloskundige, enzovoorts. Je kan je hoofdpersonage dan een verloskundige maken. Maar je kan ook een stapje verder denken. Waarvoor staan geboorte en zwangerschap mogelijk nog meer symbool voor?
* een nieuw begin
* iets creëren
* groei (fysiek of van vaardigheden)

Met deze elementen kan je over een uitvindster schrijven. Eerst moet zij studeren (de groei van kennis), dan iets creëren (de uitvinding maken) en vervolgens is de uitvinding zo succesvol dat het de wereld verandert en er een nieuw tijdperk begint. Om de overkoepelende symboliek te verduidelijken, laat je haar een moeilijke zwangerschap doormaken. Of misschien is de vriendin die af en toe inzichten aandraagt wel de voorgenoemde verloskundige.

Het cirkeltje rondmaken in verhalen met behulp van symboliek

“En ze leefden nog lang en gelukkig” past bij sprookjes en kan ook in de figuurlijke zin een mooi einde van het verhaal aangeven. Dat is een lineair einde. Met de symboliek die je hebt gebruikt kan je ook een mooi rondje maken: “Nu is de cirkel rond”. Laat de dochter van de uitvindster later gynaecologie studeren. Dan kan zij weer helpen de kleindochter van de inspirerende verloskundige ter wereld helpen. Natuurlijk ligt het cliché hier ook weer op de loer. Of op zijn minst het risico dat je verhaal suikerzoet en klef wordt. Als je de heldenreis van je personage in de gaten houdt, is dat risico kleiner. Ga na welke obstakels er overwonnen zijn en welke offers daarvoor zijn gemaakt. Dan is het einde al gauw een oprecht passende beloning voor je held. Als je held echt iets heeft verdiend, is dat einde veel bevredigender dan wanneer al zijn wensen op de valreep op een gouden bordje worden gepresenteerd.

Hoe dan ook is het toverwoord voor het gebruik van symboliek: subtiliteit. Zolang als je subtiel bent in het gebruik van symbolen, zal je vast een mooie onderliggende boodschap kunnen meegeven. Bijkomend voordeel is dat het symbool dan ook die boodschap op een prachtige manier kan onderstrepen!

Wil je weten of jouw symboliek effectief is? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Het woordenaantal van je boek: wat moet je weten?

Als je gaat schrijven, heb je waarschijnlijk in gedachten hoe dik je boek wordt. Dan komt het woordenaantal om de hoek kijken. Hoe kan je dat in de gaten houden?

Hoeveel woorden heeft een boek meestal?

Het ligt aan je doelgroep en genre wat het gemiddelde woordenaantal van een boek is.
Hier is een lijstje:
* 20.000 tot 55.000 woorden voor een kinderboek.
* 70.000 tot 80.000 woorden is klein maar fijn voor een roman.
* 80.000 tot 100.000 woorden voor een gemiddelde roman.
* meer dan 100.000 is veel voor een roman, maar normaal voor een genre waar worldbuilding noodzakelijk is, zoals bij fantasy en science fiction.

Waarom is het woordenaantal van je boek belangrijk?

Een woordenaantal zegt meer over hoe lang je tekst is dan het aantal pagina’s. Als je een lettertype hebt van 14, is een pagina sneller gevuld dan met lettertype 11. Maar het verhaal verandert er niet door als de woorden hetzelfde zijn.
Als je je manuscript instuurt, zal de uitgever naar het woordenaantal kijken om te zien of het een beetje met de gemiddelden overeenkomt. Zo weten ze of je waarschijnlijk nog veel moet schrappen of aan moet vullen.

Woordenaantallen in je hoofdstukken

Het is overzichtelijk voor jou tijdens het schrijven en prettig leesbaar voor je publiek als je het aantal woorden per hoofdstuk ongeveer gelijk houdt. In het schema van save the cat kun je een verhaalopbouw zien en elementen die daarbij komen kijken. Niet elk element is per se een apart hoofdstuk. Als je van één obstakel een hoofdstuk maakt, kan het te lang worden.
Maar als je dat in de gaten houdt hoe groot je hoofdstukken ongeveer moeten zijn, merk je al sneller wanneer je afdwaalt. Als je normaal 1500 woorden besteedt aan een hoofdstuk, zal de echtelijke ruzie van 2500 woorden waarschijnlijk moeten worden ingekort.

Hoeveel woorden ga je vuil maken aan een ruziënd stel? Weten ze zelf nog waar ze precies over bekvechten?

Voorbeeld van woordenaantallen bewaken in je hoofdstukken

Weet je zeker dat de echtelijke ruzie nog steeds gaat over de vakantie die niet doorgaat? Misschien is het stel elkaar ondertussen al de schuld aan het geven wie te krenterig was om een annuleringsverzekering af te sluiten. Dan gaat het al om karaktereigenschappen, niet zozeer meer om een gebeurtenis waar ze zich druk om ‘moeten’ maken. Als je thema scheiding is en die afgelastte vakantie het domino-effect in gang zet, dan moet die beschuldiging misschien wel komen. Maar spreid dat dan over verschillende hoofdstukken: hoofdstuk A beschrijft de eerste ruzie, in hoofdstuk B blazen de echtelieden stoom af bij vrienden en in hoofdstuk C volgt de beschuldiging over krenterigheid.

Wat kun je schrappen bij een groot woordenaantal?

Ik heb al uitgebreider geschreven over het schrappen van bepaalde delen in je verhaal en over kill your darlings. Je kan ook Checkhov’s gun gebruiken om te schrappen, zodat alles wat je schrijft een doel heeft. In het kort vertellen deze blogposts:

* Let op irrelevante details en uitgebreide beschrijvingen.
* Laat personages elkaar niet onnodig herhalen in dialogen.
* Wees je ervan bewust dat je soms iets schrijft omdat je er zelf ‘fan’ van bent, maar dat datgene voor het verhaal onbelangrijk kan zijn.
* Als alles wat je opschrijft een functie voor het grote geheel moet hebben, schrijf je niet zo snel te veel.

Woordenaantal vergroten

Als je woordenaantal aan de lage kant is, kan het helpen om:
* de achtergrond van je personage wat meer naar de voorgrond te halen. Gebruik daarvoor je personagebiografie.
* te kijken of je geen stappen uit save the cat hebt gemist;
* een personage toe te voegen dat je protagonist kan helpen met zijn heldenreis.

Woordenaantal en verhaalthema

Het is ook een goed idee om je verhaalthema en de boodschap van het verhaal in gedachten te houden.
Stel dat je thema milieubehoud is en de boodschap dat men minder plastic moeten gaan gebruiken. Dan is de plastic soep een goed symbool om te gebruiken. Als je personages steeds spreken over de plastic soep, of jij steeds meer verdiepend over dat verschijnsel gaat schrijven, kost dat meer woorden.
Daarmee blijft het thema milieubehoud en krijgt het het subthema behoud van de oceanen. Het kan dus voordelen hebben om veel woorden te gebruiken.
De andere kant van de medaille is dat je centrale conflict verandert van avonturiers op een reinigingsmissie naar een zoektocht naar milieuvriendelijker verpakkingsmateriaal.
Blijf dus goed bij de les en vraag je af waar je verhaal eigenlijk over gaat als je een subplot schrijft of verdiepende informatie geeft.

Kies je woorden goed uit!

Hetzelfde geldt voor je personages. Een figurant is niet belangrijk genoeg om honderden woorden aan te besteden.

Wanneer moet je het woordenaantal van je boek gaan tellen?

Je kan het beste je woorden pas tellen als je iets geschreven hebt. Een hoofdstuk- zoals eerder geschreven- is daar een goed kader voor. Maak je niet druk over hoeveel woorden je al dan niet gebruikt tijdens het schrijven van een scène, het beschrijven van een personage, of in het heetst van de spreekwoordelijke strijd.

Het heetst van de strijd is een goede metafoor om te onthouden.
Stel dat je een soldaat in een slagveld bent. Als je binnen luttele seconden een schot moet afvuren, ga je echt niet tellen of die handvol kogels die je in je wapen stopt er vijf zijn of zeven. Je laadt tot het geweer vol zit of totdat je noodgedwongen eerder moet schieten.

Als je te veel naar je woordenaantal kijkt, vergroot je de kans dat je de schrijversflow aan je voorbij laat gaan. En dat is zonde, want een schrijversflow laat prachtige teksten ontstaan. Meestal maak je de mooiste teksten als je gewoon op je gevoel afgaat. Daarna volgt dan wel een revisie, maar dat is normaal. Zodra je een goed beeld hebt van je verhaal, je personages, conflict en je je onderzoek hebt gedaan, is het tijd om gewoon lekker te gaan schrijven. Je hebt al zoveel voorbereidend werk gedaan, dat je nu kan beginnen met het leukste deel van het schrijven van een een boek: het schrijven zelf!

Heb je hulpnodig met het schrijven van je boek? Kijk dan eens in mijn webshop. Ik bied verschillende vormen van begeleiding aan.

Een goede synopsis schrijven voor je boek

Als je je manuscript naar een uitgever wil sturen, wordt er vaak om een synopsis gevraagd. Waar moet je op letten als je een synopsis schrijft?

Wat is een synopsis?

Een synopsis is een samenvatting van je manuscript, die kort en krachtig weergeeft waar je verhaal over gaat, wat de belangrijkste conflicten zijn, hoe het verhaal afloopt en wat jouw verhaal uniek/ uitgeverwaardig maakt.

Waar is de synopsis voor bedoeld?

Zie de synopsis als de pitch van je boek. Net zoals een gewichtig zakenman die een klant in een hoek duwt en zijn bedrijf aan de man brengt met een snel verkooppraatje.
Nu hoef je als schrijver geen ‘Wolf of Wall street’ te zijn. Toch zet je synopsis je verhaal kort en krachtig in de schijnwerpers. Het is het visitekaartje van je manuscript dat een twijfelende uitgever over de streep moet trekken.

Een uitgever heeft veel leeswerk. Een synopsis maakt het werk voor iedereen makkelijker.

Eisen aan een synopsis

Elke uitgever stelt eisen aan een synopsis. Ze verschillen per uitgever, maar iedere uitgever wil:
* een synopsis van maximaal 1 à 1.5 A4;
* het einde en plottwists weten (als het plotverloop of einde niet aansluit bij het lezerspubliek, wil men dat weten voor het contract is getekend);
* een idee krijgen hoe de protagonist zich ontwikkelt (dus of je een goed onderbouwd centraal conflict hebt);
* een verkoopbaar of uniek verhaal onder ogen krijgen.

Hou een regelafstand van 1.5 aan. Zo kan de uitgever met een pen aantekeningen maken, zonder dat de tekst onleesbaar wordt.

Valkuilen van een synopsis

Je wil zo mooi mogelijk schrijven, maar dat is een valkuil bij het schrijven van een synopsis. Als vuistregel kun je aanhouden: een synopsis moet effectief zijn, niet mooi.

Een checklist voor een synopsis:
* Wijk niet uit over de (details van) subplots. Je hebt geen ruimte om over alles te schrijven. Alleen gebeurtenissen en personages die direct effect hebben op de protagonist of zijn heldenreis zijn belangrijk.
* Prijs je eigen tekst niet aan. Je wil graag uitgegeven worden, dus heb je misschien de neiging om je tekst extra mooi te maken. Maar een uitgever prikt daar makkelijk doorheen.
De valkuil hier is dat je niet uitgesproken hoeft te schrijven: Mijn geweldige verhaal leest fantastisch. Soms heb je zelf niet in de gaten dat je je tekst een beetje oppoetst. Een voorbeeld:
Barno bezoekt een belangrijke moskee tijdens haar wereldreis. Als ze uit de moskee komt, ontmoet ze de vriendelijke Sherzod, met wie ze later trouwt.
Twee details uit dit voorbeeld zijn overbodig in een synopsis:
– De status van de moskee
– Het karakter van Sherzod

Als je een kijkje in de moskee geeft, schrijf je al snel een reisgids, geen synopsis.

Dit soort belevingen zijn voor in het verhaal zelf. In een synopsis kunnen die lezen als onnodig oppoetsen van je verhaal. Ik laat Barno niet zomaar een moskee inlopen. Als ik schrijf dat de moskee spectaculair is, ziet de uitgever dat haar wereldreis episch is. Zo bedoel je het niet, maar beschrijvingen komen in een synopsis vaak niet tot hun recht. Een wereldreis wordt niet episch door de gebouwen die worden bezocht, maar de gebeurtenissen die onderweg plaatsvinden. Evengoed zegt het weinig dat Sherzod aardig is. Dat moet in het verhaal uit zijn acties blijken.
Wees dus extra alert op bijvoeglijke naamwoorden. In een synopsis zijn die eerder je vijand dan je vriend.

* Gebruik weinig show don’t tell. Twee nadelen van show ten opzichte van tell bij een synopsis:
– Het neemt meestal meer ruimte/woorden in (die je niet veel hebt in een synopsis).
Barno ging naar de moskee, waar honderden vrouwen zich voorbereidden op het vrijdaggebed. versus: Barno bezocht een drukke moskee.
– Je schrijft al snel details die niet belangrijk zijn voor het geheel. Neem bovengenoemd voorbeeld: het moment in de moskee is belangrijk voor het verhaal. Maar heeft het meerwaarde voor de synopsis dat de ontmoeting in een moskee heeft plaatsgevonden?
Als het verhaal gaat over een moslima op wereldreis die het lastig vindt om moskeeën te vinden, heeft dat een extra betekenis voor het algehele verhaal. Voeg het dan sowieso toe.
Als de religie zelf niet belangrijk is voor het verhaal, kun je twee dingen doen:
– Je wijdt niet verder uit: Ze ontmoeten elkaar in een moskee. Punt. Beschrijf dan niets meer van de (ligging van) de moskee of op welke dag van de week de ontmoeting plaatsvindt.
– Je haalt het weg: Ze ontmoeten elkaar.

Kortom: ga goed na wat de kern van het verhaal is. Met kill your darlings kom je daar achter. Het helpt je ook met makkelijker schrappen. Je synopsis hoeft je mooie schrijfstijl niet te weerspiegelen. Daar geniet de uitgever pagina’s lang van tijdens het lezen van je manuscript 🙂

Vermijd de droge synopsis

Inmiddels lijkt het misschien alsof een synopsis de droogste tekst ooit moet zijn. Dat is niet zo, want je synopsis moet nog wel vlot lezen. Hier en daar omschrijven kan dus geen kwaad. Maar hou het in de gaten.

Als je de vuistregel : “een synopsis moet effectief zijn, niet mooi,” te streng aanhoudt, ligt er een andere valkuil op de loer: de ‘leeshandleiding’.
Gebruik liever geen omschrijvingen als:
* Het verhaal begint met…
* Maar middenin het avontuur blijkt…
* Zodra dit probleem is opgelost…
* Een nieuw probleem dient zich aan wanneer…
* Het gelukkige einde blijkt uit…

Je kan dan beter op een verhalende manier oorzaak en gevolg aanduiden:
Barno en Sherzod ontmoeten elkaar in een kleine, verstopte moskee. Ze hebben tijdens hun wereldreis geen andere moslims ontmoet en raken in gesprek over hun geloof. Ze blijken allebei een andere visie over de islam te hebben. Dit vormt genoeg gespreksstof voor hen om te besluiten langer met elkaar op te trekken. Er bloeit een relatie tussen hen op, waardoor de wereldreis eindigt met hun huwelijk.

Hier is de grootte van de moskee belangrijk, omdat dat die nu een functie heeft: als er overal moskeeën te vinden waren, was de rest van het verhaal niet in gang gezet. Dit zijn goede momenten om een aantal beschrijvingen toe te voegen aan je synopsis.

Ik kijk je symnopsis graag voor je na! Kijk in mijn webshop voor de kosten van een synopsisrevisie en manuscriptredactie.

Een sprookje als schrijfoefening

Er was eens… Ja, ja, sprookjes ken ik onderhand wel. Zeker weten?
Als je sprookjes ontleedt, heb je een schat aan informatie tot je beschikking. Het zal helpen met het schrijven van een goed opgebouwd verhaal.

Kenmerken van een sprookje

Sprookjes zijn meer dan ‘Er was eens’ en ‘Ze leefden nog lang en gelukkig.’ Kun jij meer kenmerken van sprookjes noemen voordat ik dat doe? 😉

* Er zit een duidelijk moraal in.
* Het heeft elementen van magie, fantasie of iets bovennatuurlijks (draken, toverkracht, pratende dieren).
* Het getal zeven komt vaak voor (zevenmijlslaarzen, zeven geitjes, zeven zonen).
* Het getal drie zie je ook vaak:
– Drie zoons of prinsessen.
– De molenaarsdochter krijgt drie dagen de tijd om Repelsteeltjes naam te raden;
– Drie schuren waaruit het stro tot goud moet worden geweven in ‘Repelsteeltje’;
– De jongste zoon is vaak de slimste, omdat het doel pas na drie pogingen wordt gehaald;
* Ze zijn bruut! (Ga maar na: een kind vermoorden omdat ze mooier is dan jij? Spiegeltje spiegeltje, wie is hier volledig doorgedraaid?) Luister hier naar de originele versie van Andersens zeemeermin. (Disney heeft wat af geromantiseerd…) Hier is een afspeellijst van de boekenserie waaruit het sprookje wordt voorgelezen. Zo kan je talloze sprookjes (her)ontdekken 🙂

Het verschilt per sprookje of er al dan niet een pratend dier, ridder of prins in voorkomt, maar bovenstaande elementen zou je in elk westers sprookje terug moeten vinden.

Sprookjeselementen zijn waarschijnlijk net zo vertrouwd als Roodkapje en de wolf zelf.

Moraal in een sprookje en een verhaalthema

Een overduidelijk kenmerk van sprookjes is het duimdikke moraal. Dat geeft ook verdieping in het verhaalthema. Als het moraal is: ‘praat niet met vreemden’, dan is het thema bijna als vanzelf ook gevaar. (Praten met vreemden is gevaarlijk: in sprookjes word je dan meestal ontvoerd of opgegeten.)
Omdat thema en moraal in sprookjes niet moeilijk te vinden zijn, kun je ze als vergrootglas gebruiken. Als je thema gevaar is, waar kun je dan mee dreigen? Hoe kan een personage reageren als ze geconfronteerd wordt met de dood van haar (groot)ouders? Wat doet het met een kind om in armoede op te groeien?

Wat is de achterliggende gedachte?

Verwacht van sprookjes geen diepzinnige opbouw. Toch leren ze over het belang van verhaalelementen en personagebiografieën. Let daarvoor op de oppervlakkige en steeds terugkerende elementen in sprookjes en je vindt al snel wat eerste bouwstenen om op voort te bouwen. Zowel voor verhaalelementen als voor je personagebiografie.

Neem een ridder. Die is dapper, want hij gaat de draak verslaan. Je bent dapper als je je leven op het spel zet. Maar wat kan er nog meer gebeuren?
* De ridder overleeft, maar verliest een arm en gaat als mindervalide door het leven;
* De ridder kan ernstig ziek worden door ondervoeding.
Nu gebeurt zoiets nooit in sprookjes, omdat de personages daarin min of meer vaste rollen hebben. Sprookjes worden nooit zo ingewikkeld. Maar juist daardoor is het makkelijker om in te zoomen op wat bepaalde elementen eigenlijk weerspiegelen.

Wij weten dat het de ridder gaat lukken om de draak te verslaan, hij niet. Hij zal dus een betere inschatting van mogelijke gevolgen maken. Daaruit blijkt zijn echte moed. Je bent niet dapper als je bereid bent te sterven als je weet dat die kans vrijwel nul is.
In de VS sterven jaarlijks twintig mensen door toedoen van koeien. Maar we noemen niet iedereen die in de buurt van koeien durft te komen een onverschrokken superman; de verhouding zou krom zijn. Als je een koe dichtbij ziet komen, denk je waarschijnlijk iets als: loeiend beestje, herkauwer… Niet: help, potentiële moordmachine!

Ren voor je leven nu het nog kan! 😉

Je bent onverschrokken als je iets doet terwijl het waarschijnlijk is dat je iets vreselijks mee gaat maken.

Sprookjes als clichédetector

Je zet er waarschijnlijk geen vraagtekens bij als ik zeg dat de ridder de draak gaat verslaan. Dat gebeurt namelijk vrijwel altijd. Misschien hebben clichés wel hun oorsprong in sprookjes. Het zijn per slot van rekening verhalen die met eenzelfde formule eeuwenlang zijn doorverteld. Kijk eens wat er vaak in sprookjes voorkomt:
* Het goede is mooi, zacht of onschuldig.
* Het slechte is lelijk, mismaakt of sluw.
Als je sprookjes als casusstudie gebruikt, zie je wat hier de voor- en nadelen van zijn.
Lees hier uitgebreider over clichés en tropes.
Als toevoeging wat betreft spookjes zijn hier nog wat extra voorbeelden.

Voordeel van een sprookjescliché

Sprookjes kunnen dus goede bouwstenen geven om op verder te gaan. Waarom precies? De clichés in sprookjes zijn in bepaalde mate op waarheid gebaseerd:
* De wijze is een oude vrouw. Ze heeft levenservaring die een kind nog niet kan hebben;
* De mooie dame met de zachte stem die een hongerige reiziger eten geeft, is de heldin van het verhaal. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar als je het wat meer zwartwit bekijkt: iemand die met een bloederig mes in de stad rondloopt, heeft iets op zijn kerfstok. Zou jij de vrouw of de messendrager om hulp vragen? Soms is iets geen cliché, maar een show don’t tell. Vroeger waren sprookjes namelijk bedoeld om normen en waarden aan te leren, niet als vermaak. Sprookjes kunnen daarom een goede manier zijn om clichés van tropes te leren onderscheiden.

Nadelen van sprookjesclichés

Sprookjes zijn clichés. Van sprookjes wordt dat verwacht, maar je kan er niet alles van afkijken wat betreft verhaalopbouw. Voor het schrijven van verhalen die je wil uitgeven, zijn ze te eenvoudig (tenzij je dat in eigen beheer zou doen).
Daarnaast:
* zijn de vrouwen vaak een sexy lamp;
* worden de moralen redelijk kort door de bocht behandeld.

Lees deze blogpost eens. Het onderwerp is de alfaman. Maar ik schreef hier ook over hoe jij als schrijver moet weten welke waarden jij belangrijk vindt en hoe je dat persoonlijk kan invullen. Sprookjes winden er geen doekjes om wat je moet geloven en zijn heel standvastig in hun boodschap. Dat heeft de oorsprong in hun originele functie. Maar zoveel eeuwen later heeft een lezer behoefte aan verhalen die meer ruimte geven voor discussie, of in ieder geval hun argumenten onderbouwen.

Heb jij een verhaal geschreven dat leest als een sprookje? Ik kijk het graag professioneel voor je na. Kijk daarvoor in mijn webshop.