Expositie schrijven vanuit het perspectief van een personage

Expositie is de manier waarop je informatie deelt met de lezer. Vaak is daar een voorwerp bij betrokken. Maar je kan ook je personage aan het woord laten, door vanuit diens perspectief te vertellen wat het weet. Dat kan een struikelblok zijn, maar als je het goed doet, hangt de lezer aan je lippen.

De basis van expositie

Ik schreef al eerder over de basistechnieken en valkuilen van expositie. Samenvatting van de valkuilen die de blogpost benoemt:

  • Je personage vertelt letterlijk aan een ander wat er in het verhaal gebeurt: een gevaarlijke mix van infodump en tell.
  • Er is een enkel personage dat alles weet: het personage komt op de preekstoel
  • Een voorwerp wordt als cliché gebruikt om een aankomende onthulling te verklappen. Een voorbeeld is de verstopte liefdesbrief op zolder.

De paradox van expositie

Expositie kan erg lastig zijn om goed te schrijven. Het is immers broodnodig om bepaalde informatie met je lezer te delen, zodat die kan leren over relaties tussen personages onderling, nieuwswaardige gebeurtenissen in je fictieve wereld, enzovoorts. Maar als je personages altijd die informatie delen of daar zelf achter komen op het exacte moment dat de lezer die informatie ook hoort te weten, dan gaat dat erg geforceerd overkomen. Zo kan je al snel in een paradox belanden: je moet informatie delen op het moment dat je lezer het hoort te weten, maar niet op dat exacte moment dat je niets anders kan doen dan informatie delen op het moment dat het plot met informatie aangevuld moet worden.

Het perspectief van een personage bij expositie

Als je expositie niet geforceerd wil laten overkomen, helpt het uitgangspunt : ‘Zie het feit dat je personage überhaupt iets aan een ander uitlegt als een cliché’ en ga het dan clichébestendig maken. Het uitgangspunt en resultaat draaien dan om de intrinsieke motivatie van je personage om die krant aan te geven waar het verschrikkelijke nieuws in staat, om nu alle kaarten op tafel te leggen, een geheim te verklappen waardoor een mysterie wordt opgelost…

Je kan jezelf verschillende vragen stellen die je helpen om te bepalen hoe je personage de expositie kan inzetten en waarom.
* Waarom besluit je personage uitgerekend nu iets te vertellen?
– Heeft het eindelijk voldoende informatie verzameld om te delen?
– Kan het het gewicht van een geheim niet meer dragen?
– Voelt het zich in dit moment enorm eenzaam en zegt je personage dus iets om maar gehoord te worden?
– Is er sprake van acute noodzaak?

Bij de vraag: ‘Waarom nu?’ is het belangrijk dat je het antwoord een aanloopje geeft of dat het wat ‘aangekleed’ wordt in de scène, soms zelfs in de meerdere scènes die eraan voorafgaan. De mate daarvan is afhankelijk van hoe belangrijk de expositie is. Denk bij ‘aankleding en aanloopjes’ aan dingen als:

  • Als je personage een geheim gaat vertellen, laat dan in eerdere scènes wat geruchten gonzen, geef hints naar het geheim en maak het personage een paar momenten voor het vertellen van het geheim bloednerveus.
  • Een goede sfeeromschrijving. Dat doet wonderen: is de kamer al bedompt of donker voordat het eenzame personage de kamer betreedt?
  • Andere belangrijke medepersonages wachten met smart op de informatie die ze gaan krijgen van de hoofdpersoon. Dan voorkom je dat vergadervoorzitter op een slaapverwekkende infodumppreekstoel komt te zitten. Als andere personages horen of ze ontslagen worden of promotie krijgen -lees: als er voor hen iets persoonlijk op het spel staat– is de informatie geen droge kost meer.

Vraag jezelf ook af met welk personage je te maken hebt en welke karaktertrekken het heeft. Die vind je in de personagebiografie. Stel dat de partner van je hoofdpersoon een rommelige chaoot is. Dan kan je personage het wereldnieuws van die dag horen op het achtuurjournaal. Maar ’s ochtends vroeg is de partner bij het ontbijt rustig de krant aan het lezen, kijkt vervolgens op de klok, schrikt zich dood en vertrekt in alle haast, waarbij de krant op de grond valt. Je hoofdpersoon ziet de schreeuwende kop dan al als die de krant op wil rapen.
Dit trucje is wel een grijs gebied; als je het te vaak toepast of het er duimendik bovenop legt, dan kan het alsnog een deus ex machina lijken. Maar het is sowieso genuanceerder dan het recht voor zijn raap cliché: “Heb je het al gehoord?!”

De overbodige schrijver

In zekere zin gaan deze tips voor vlotte expositie uit van het principe dat de schrijver overbodig zou moeten zijn.
Als jij een plot hebt wat ergens heen gaat of heen moet, en je personages hebben eigen drijfveren en willetjes, dan gaan zowel het plot als de personages niet ‘wachten’ tot de lezer iets snapt. Het plot moet verder en de personages gaan ook verder met hun leven, want die hebben niet door dat ze geschreven worden, dat ze fictief zijn. Probeer het verhaal en de personages visueel voor je te zien als een film die zich als vanzelf ontvouwt. Wat zou er dan gebeuren als jij als schrijver niet ingrijpt of iets stopzet omwille van verduidelijking voor de lezer? Probeer dingen die je daar als een ‘show don’t tell’ ziet gebeuren te gebruiken als middel voor expositie.

Spreid de informatie

Soms ontkom je er niet aan en moet je veel informatie delen. Probeer die zoveel mogelijk over je boek te verspreiden. Mocht het dan zo zijn dat je bij de onvermijdelijke ‘verklarende expositiemonoloog’ beland, waar alle informatie op een rijtje komt te staan, dan voelt het niet meer als een grote brok aan informatie, maar als een hoop puzzelstukjes die ineens in elkaar passen. Dat leest heel fijn voor de lezer en als schrijver is het heel bevredigend: daar komt al je harde werk mooi bij elkaar op een rijtje: dat heb je toch maar goed voor elkaar gekregen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Je personage: het lievelingskostje

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting over het lievelingskostje. Als je wat met taal en associaties durft te spelen, kan dat een schat van informatie opleveren.

Wanneer kan dit relevant zijn?

Laten we eerst eens kijken wat een lievelingskostje over je personage kan zeggen. Het kan een show, don’t tell zijn van een bepaalde levenswijze. Neem kaviaar. Dat is niet het lievelingskostje van iemand die dat nooit geproefd heeft als diegene dat domweg niet kan betalen. Iemand die dol is op maaltijdshakes, zal met waarschijnlijk veel met (gezond) gewicht en beweging bezig zijn.
Je kan ook spelen met symboliek. Zo is het suikerzoete meisje dol op pannenkoeken met een lading stroop en schrikt de pittige tante niet van sterk gekruide curry, integendeel zelfs.

Soms kan iets tussen de regels door veel over je personage zeggen. Nu gaan we echt spelen met taal! ‘Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet.’  Boer Piet is daarom niet alleen dol op aardappels met vlees en groenten, maar gaat ook van zijn lang zal ze leven Nederland niet verlaten. Dat ‘gekke buitenland’, met andere talen, gewoontes en – jawel – eten, dat hoeft van hem allemaal niet zo.

Je hoeft niet per se zaken over je personage te kennen die je tussen de regels door iets meer vertellen, maar als je dit soort dingen opmerkt, doe er dan vooral je voordeel mee. Wie weet waar je nog meer achter komt…

Staat dit gegeven vast?

Natuurlijk kan je lievelingskostje veranderen, anders waren we met zijn allen nog net zo dol op frietjes als toen we kleuters waren. Hoewel je favoriete eten an sich weinig zegt, kan het feit dat je smaak letterlijk verandert, wel een mooie manier zijn om de groei of verandering van je personage aan te duiden.
Ammenooitniet zou jouw personage in hoofdstuk 1 slijmerige, glibberige, zoute oesters eten. Maar in hoofdstuk 4 is er wel een overwinning als die bij het proeven best lekker blijken. Het personage is de comfortzone uitgegaan en daarmee gegroeid. Speel op zo’n zelfde manier ook met symbolieken. Het eten van de oesters kan dan een aanleiding zijn om symbolisch aan te geven dat ook de smaak van je personage vanaf nu ook in andere opzichten  gaat veranderen. Een paar hoofdstukken later is de kledingstijl van je personage veranderd. Misschien kan je ook wel te weten komen of daar – los van eten of de symboliek van smaak-  een expliciete reden voor is.
Gaat je personage zich bijvoorbeeld stijlvoller kleden nu het meer zelfvertrouwen heeft gekregen?

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Het lievelingskostje wordt pas belangrijk in de zuivere zin van dat woord wanneer je het gebruikt zoals in dit artikel: als symboliek, of een  waardevolle informatie die je tussen de regels door oppikt. Natuurlijk kan het lievelingskostje ook gewoon een grappig, onbelangrijk detail blijven wat grappig is voor jou als schrijver, maar om verder niets mee te doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Wanneer is iets belangrijk genoeg om op te schrijven in je boek?

Informatie geven in je verhaal kan lastig zijn. Welke informatie moet je delen en wanneer doe je dat? Waar het ene detail op een bepaald moment het hele verhaal bepaalt, kan iets wat in het verhaal als geheel zeer belangrijk lijkt, een irrelevant detail zijn. De vraag die je jezelf moet stellen is: ‘Wat is nu van belang in deze scène?’ In deze blogpost leer je hoe je die afweging maakt.

Is dit detail onbelangrijk in mijn boek?

Laten we beginnen met iets wat een open deur lijkt: een detail is iets kleins. Maar dat betekent niet altijd dat het onbelangrijk is. Het hangt van de context af. Soms kan iets kleins een groot verschil maken, of iets ‘groots’ helemaal niet van belang zijn. Dit is belangrijk om te weten als je een personagebiografie maakt. Zodra je het onderbuikgevoel krijgt dat iets belangrijk is, schrijf het dan op. Je zal ervan schrikken hoe vaak iets weten – al is het maar ‘voor het geval dat’- je later in het uitschrijven van je verhaal je verder kan helpen, zoals bij het beslissen hoe je een bepaalde relevantie bepaalt.

Voorbeeld: Japans spreken

Ik kan een beetje Japans spreken. Als ik niet dichtklap, spreek ik het goed genoeg voor een paar minuten redelijk vlotte smalltalk. Ik heb een aantal situaties in gedachten die ik verderop uitschrijf, om te laten zien wanneer iets inderdaad relevant is en wanneer niet.
Schrijf voordat je verder leest eens op wanneer je denkt dat dat nuttig is voor een lezer om te weten voor het verhaal en wanneer niet. Vooropgesteld: in jouw scène is mijn persona in Japan.

Kijk nu eens naar deze tabellen. Staan er dingen in vermeld die je niet verwacht had, of zelf(s) in de andere tabel had geplaatst?

Het is belangrijk om te weten dat Nadine Japans spreekt alsomdat
ze verdwaald is…dit nu eerder een probleem dan een conflict vormt: de taalbarrière is immers weg.
ze verdwaald is …de gemiddelde Japanner al verbaasd is als je meer dan ‘konichiwa’ kan zeggen. Je kan verwachten dat je heel wat vragen en een kort gesprekje krijgt als je een paar volzinnen Japans spreekt. Wie weet wat de wegwijzer Nadine nog allemaal vertelt. Wat ze in de omgeving kan doen, bijvoorbeeld. Daardoor kan Nadine besluiten om haar hele reisplan om te gooien.
ze in een restaurant zit …de lezer weet dat ze krijgt wat ze lekker vindt, niet verrast wordt met iets onverwachts. Dat soort informatie kan een spanningsboog bepalen of veranderen.
een reis alleen maakt …de hele reiservaring (lees: het verhaal) anders is als je een vreemde taal in een vreemd land al dan niet spreekt.
Het is niet belangrijk om te weten dat Nadine Japans spreekt alsomdat…
ze verdwaald is…Nadine in de middle of nowhere is. Dat ene hert dat ze tegenkomt, spreekt Nederlands noch Japans…
Ze in een in een restaurant zit …het gemiddelde Japanse restaurant het menu in plastic in de etalage heeft staan, of anders op hun papieren menu foto’s van alle gerechten zet. De kans is dus klein dat je ècht niet weet wat er op je bord komt, ook als je geen Japans spreekt.
Ze in een restaurant zit …ze aan het begin van de scène het eten al besteld heeft. En je mag niet praten met volle mond 😉
Ze een groepsreis maakt met een reisgids…voordat Nadine de kans krijgt om echt Japans te spreken, ze alweer achter het vlaggetje van de gids aan moet lopen.

Sommige voorbeelden zijn erg flauw, maar ik hoop dat je ziet welk punt ik wil maken. Iets wat essentieel lijkt, is al eerder duidelijk gemaakt, of totaal niet belangrijk op het moment zelf. Of is juist erg belangrijk op een moment of een manier die je in eerste instantie niet verwacht.

Het belang van een gegeven in het moment bepalen

Er zijn twee manieren om relatief makkelijk te bepalen wanneer iets relevant is om te noemen. Begin met jezelf de vragenreeks van 5W1H te stellen.
Wie? Wie speelt er in deze scène mee? Als er meer mensen zijn, bedenk dan wat hun onderlinge relatie is.
Wat? Wat is er aan de hand?
Wat? Wat wordt er in gang gezet? Als je plot een pageturner moet worden, moet het oorzaak en gevolg hebben.
Waar? Waar speelt de scène zich af?
Wanneer? Welke tijd van de dag is het? Welke dag van de week? Welke eeuw? Context van tijd kan een groot verschil maken.
Waarom? Waarom schrijf je deze scène überhaupt, wat wil je ermee duidelijk maken? En waarom schrijf je hem nu, en niet een alinea of hoofdstuk eerder of later?
Hoe? Hoe ziet de omgeving eruit waar de scène zich afspeelt? Besteed de nodige aandacht aan sfeeromschrijving. Dan kom je vanzelf te weten of het belangrijk is om de kleuren van het huis te benoemen, of juist niet.
Probeer de ruimte zo visueel mogelijk voor je te zien. Onderschat daarbij niet dat vooraf schrijfonderzoek doen erg belangrijk kan zijn. Je zou door de mand vallen als je een klein Japans restaurant hetzelfde zou omschrijven als een klein Nederlands eetcafé. Een klein restaurant betekent in Japan: iedereen eet aan de bar, met de neus op de kookpotten, en er is plaats voor net of nog geen tien mensen.

Nog iets over de ‘watten’. Probeer daarbij verder te kijken dan je neus lang is, verder dan alleen de scène die je schrijft. Dus niet alleen: Nadine zit te eten met een tafelgenoot waar ze indruk op probeert te maken. Dat kan namelijk van alles zijn en verschillende redenen hebben. Er komt hier nog een extra wat bij, zo je wil. Wat houdt die ‘wat’ in?
Wil mijn persona indruk op die man maken omdat ze daar wel een beschuitje mee zou willen eten, of is het een belangrijke zakenrelatie en staat er een belangrijk contract op het spel? ‘Indruk maken op’ heeft hier twee heel verschillende betekenissen. Als vanzelf zijn er dus andere dingen en details van belang om al dan niet mee te nemen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto banner door Falco Negenman op Unsplash.

Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: de praktijk

Je kan een onmogelijk of onlogisch lijkend verhaal geloofwaardig en leesbaar houden. Deze week kijken we naar de praktijk.

Hoe schrijf je iets ongeloofwaardigs geloofwaardig op?

Je kan allerlei zaken in je voordeel gebruiken om iets ongeloofwaardigs realistisch te laten lijken. Ik gaf vorige week al al een aantal voorbeelden. Je kan ook zelf wat meer experimenteren en bedenken. Maar je creativiteit en je talent geven uiteindelijk de doorslag, er is niets wat je moet gebruiken als het om uitschrijven gaat. Maar als het gaat om de manier waarop je schrijft, zijn er wel een aantal dingen doorslaggevend.
* eigenlijke gebeurtenissen
* de waarheid van je personage
* sfeeromschrijvingen

en wel in die volgorde. Oftewel: er gebeurt iets, dat beleeft je personage op diens eigen manier, waardoor er een bepaalde sfeer ontstaat.

De beleving van je hoofdpersonage moet kloppen

Hakim wordt ontvoerd door een T-rex. Hij is doodsbang, dus de sfeer wordt angstig en grimmig. Vast en zeker beschrijft de volgende scène hoe de woeste T-rex Hakim bijna gaat oppeuzelen.
Maar Imran is een T-texfluisteraar. Die zal het dus supertof vinden dat hij eindelijk weer eens zo’n wezen tegenkomt. De scène zal vrolijk of tragisch verdergaan, al naargelang wat de T-rex bezighoudt in het leven. Sowieso ga je niets bloedstollends meer lezen; Imrans perspectief en de vaststaande gebeurtenissen zijn er niet naar.

Bang voor Rex of niet, in beginsel zijn beide verhalen over Hakim en Imran ongeloofwaardig; je kan überhaupt geen T-rex tegenkomen. Maar houd je aan de eigenlijke fictieve of ongeloofwaardige feiten van je boek, borduur verder op de waarheid van je personage en zet vervolgens de bijpassende sfeer of toon voor het verhaal. Dan is het alsnog makkelijk voor de lezer om zich over het absurde van het verhaal heen te zetten en zal die ‘geloven’ dat dinosaurussen nog bestaan.
Een lezer beleeft het verhaal altijd vanuit het perspectief een personage en wat dat meemaakt of overkomt. Zolang het idiote of onwaarschijnlijke plot aansluit bij hoe het personage dat beleeft, gelooft de lezer je vaak, hoe absurd het verhaal ook is.

Casus: de verliefde nazisoldaat

Wat als er veel meer en ingewikkeldere, diepgaandere zaken spelen dan levende T-rexen?
Casus: een nazi wordt verliefd op een Jood en later trouwen ze. Dit gegeven begon als een idee voor een casus, maar toen ik ging googelen, scheen dat ook daadwerkelijk gebeurd te zijn. (Om ‘te gek om te geloven’ maar weer even te ontkrachten.) Ik baseer mijn voorbeeld echter niet op de waargebeurde casus.

Bedenk als eerste wat de geloofwaardigheid van het verhaal in de weg staat.
* Je hebt de tijd niet om verliefd te worden als je iemand binnen een tel dood hoort te schieten.
* Je wordt ook niet verliefd op iemand als je die vanwege indoctrinatie niet eens als menselijk beschouwt.
* Je valt niet op iemand als je denkt dat diegene aankijken alleen al je dood kan betekenen.
enzovoorts, enzovoorts.

Bedenk dan wat de makkelijke weg is om die lastige omstandigheden te omzeilen. Dat gebeurt meestal met behulp van:
* Schadelijk overromantiseren: ‘de Jodenvervolging was niet zo erg als wordt beweerd, want er waren ook soldaten die niet elke Jood doodgeschoten die ze zagen…’ ‘Liefde op het eerste gezicht overwint alles!’
* Enorm toeval/ Deus ex machina 10.0: De Nazisoldaat kent iemand die iemand kent die alles geheim kan houden. Die persoon staat ook nog eens in contact met degene die de Jodin haar onderdakadres heeft bezorgd. Zo blijft alles veilig en geheim.
* Een buitengewoon machtige Pixie: de collega van de soldaat heeft in het geheim ook een relatie met een Jodin. Daarom voert hij allerlei dingen in het geheim uit, om de liefde van zijn collega óók mogelijk te maken. Zodanig veel, dat er voor het aankomende koppel zelf relatief niets meer is om zich zorgen om te maken.
Zoals je waarschijnlijk ziet, zijn is er vaak een combinatie van bovenstaande factoren in het spel.

Wees vervolgens eerlijk: draai die makkelijke manieren om en kijk wat er aan harde realiteit overblijft. Word een historicus en psycholoog. Het centrale conflict in jouw verhaal met de bijbehorende harde realiteit is nu eenmaal ingewikkeld, dus daar moet je ook de nodige verdieping over geven. Doe schrijfonderzoek en vraag je dingen af als:

*Hoe moeilijk en eng moet het zijn om verliefd te worden als iemand je daarom kan vermoorden, zodra dat naar buiten komt? Als je weet dat cupido je personages niet zomaar redt, hoe ga je er dan over schrijven?
* Hoe gaat de soldaat zijn contact met de Jodin verklaren, als zijn meerdere hem vraagt waarom de vrouw nog steeds niet is geëxecuteerd? Wat zouden historisch gezien de gevolgen zijn? Hoe denken de geliefden daarover en hoe handelen ze daarnaar?

Ook als je verhaal niet per se duister van toon is, maar wel onmogelijk lijkt, is de realiteit ‘hard‘. Stel dat je schrijft over een stel dat in gelukkige omstandigheden bij elkaar komt, maar de kans een op de miljard is dat ze bij elkaar blijven. Ook al is dood en verderf daar niet de oorzaak van, dan nog moet je gaan onderzoeken -net als je personages dat zullen doen- wat er moet gebeuren om die nihile kans alsnog te laten slagen? En omdat dat zoeken is naar een speld in een hooiberg ter grootte van de Mount Everest, zullen ze daar echt wel moedeloos van worden. Het centrale conflict is gewoon per definitie moeilijker als de kans van slagen kleiner is. De ‘vrolijke en makkelijke’ overvloeden aan Deus, Cupiodo’s en Pixies hebben in een realistisch verhaal wat dat betreft weinig tot niks te zoeken.

Ga als laatste het rijtje van eigenlijke feiten, persoonlijke beleving en sfeeromschrijvingen af. Voor de nazisoldaat zou dus gelden dat:
Door het regime zijn liefde onmogelijk en verboden wordt geacht. Hij is zelf al niet de dapperste, dus waar hij sowieso dag en nacht op zijn hoede was door de oorlog, is hij nu al helemaal op zijn scherpst. Dat zou een duistere, beklemmende sfeer aan je tekst geven. Misschien wordt je soldaat met vlagen wel paranoïde. Dan zou je dus een surrealistische, enge horrortoon kunnen schrijven. En omdat het realistisch is dat de soldaat zich zo zou voelen, wordt het onwaarschijnlijke element in het verhaal als vanzelf niet meer waar het verhaal van valt of staat.

Heel simpel samengevat moet je dus ervoor zorgen dat niet het onwaarschijnlijke feit zelf, maar al het realistische eromheen je verhaal gaat dragen.
Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door by Giorgio Trovato op Unsplash.

Je personage: wat zou het doen met een miljoen?

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Deze week een toelichting bij de essentiële kennis over wat het zou doen met een miljoen.


Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Toegegeven, het is een cliché, maar het is erg handig om te weten wat je personage met een miljoen zou doen. Een miljoen is namelijk een geldbedrag waarmee je heel wat hindernissen uit de weg kan halen. Je kan er studie volgen aan de universiteit zonder in geldnood of schulden te komen, hypotheken aflossen, een duur medicijn voor een zeldzame ziekte mee bekostigen, of zonder zorgen eerder stoppen met werken en pensioneren in een verafgelegen paradijs. Deze hindernissen gelden echter voor de meeste mensen. Er is ook een handjevol mensen voor wie een miljoen een schijntje is. Dan kan je je afvragen: wat zou je personage doen met wat voor diegene niets voorstelt, maar waar je in de praktijk wel een project mee op poten zou kunnen zetten?

Wat kan je te weten komen?

Geld maakt niet gelukkig, maar het kan wel verschillende dingen voor elkaar krijgen, zoals je al kon lezen. Als je personage ergens het geld niet voor heeft, dan wordt het dus ergens in gehinderd. Het kan niet doen wat het graag zou willen doen. Bedenk dus: wat zou mijn personage doen als geld geen bezwaar is? Dat kan een droom weerspiegelen, maar ook andere karaktertrekken van je personage blootleggen. Als het (plotseling) rijk is, is het dan gul met dat geld, of juist krenterig? Dat kan vrijgevigheid of egoïsme laten zien, of de angst controle (over het geld) te verliezen. Wat het antwoord daarop ook is, meestal is dat informatie die je ergens wel terug kan laten komen in je verhaal, of die zelfs broodnodig is om over je personage te weten.

Staat dit gegeven vast?

Net zoals een droom in de loop der tijd kan veranderen, kan het ook veranderen hoe en waaraan je personage geld besteedt. Denk aan verschillende levensfasen. Een dertiger zet waarschijnlijk geld opzij zodat de kinderen later kunnen studeren. Bij een pensionaris of hoogbejaarde is het waarschijnlijker dat die het in een keer aan iets uitgeeft om nog een laatste wens te vervullen.
Maar dit gegeven kan ook van de een op andere dag veranderen.  Als je huis van de een op de andere dag door natuurgeweld verwoest wordt, dan ga je het geld niet meer aan een luxe wereldreis besteden… Gebruik deze vraag dus gerust óók om na te denken over mogelijke, spannende, plottwists.

Moet dit gegeven in je verhaal terugkomen?

De welbekende miljoenvraag is een mooi voorbeeld van iets dat je bijna altijd in de personagebiografie laat staan en niet met de lezer deelt. Gebruik je bevindingen uit de bovenstaande alinea’s als show, don’t tell of om je personage verder uit te werken. Laat je het personage zomaar antwoord geven op de miljoenvraag, dan komt het vaak als een infodump over.
De miljoenvraag is vaak een ‘personage in ontwikkeling’- vraag. Een vraag die jij als schrijver jezelf stelt aan de tekentafel. En de tekentafel hoort niet in een uitgewerkt verhaal thuis.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Robert Anasch op Unsplash.

Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: inleiding

Schrijven is heerlijk om te doen, omdat in je creativiteit de mooiste dingen kan vertellen. Maar die creativiteit heeft grenzen: om plezierig te lezen, moet een verhaal logisch blijven. Maar soms bedenk je een plot wat in eerste instantie niet logisch is. Gelukkig hoef je dan niet meteen je hele verhaal te parkeren. Als je verhaal niet realistisch is of lijkt, dan moet je het realistisch maken met een logica die passend is voor het verhaal. In deze post gaan we kijken wat je dan kan doen.

Wat is realistisch in een verhaal?

Ik schreef eerder dat je verhaal in de basis logisch moet zijn om nog te kunnen volgen. Toch valt niet te ontkennen dat er vele goede verhalen zijn, die in beginsel niet logisch of realistisch zijn of lijken. Denk aan:
* het complete fantasygenre
* verhalen met extreme vormen van toeval waar géén deus ex machina het werk lijkt te zijn
* waargebeurde verhalen waarvan je het plot niet zou geloven als je niet zou weten dat het echt gebeurd was.

De geloofwaardigheid binnen het fantasygenre is vrij makkelijk te verklaren: de lezer weet dat het genre aan elkaar hangt van dingen die niet kunnen, dus verwacht die er ook geen verklaring voor. Bij de andere twee punten is het resultaat logisch omdat het logisch wordt gemaakt. Daar gaat deze blogpost verder op in.

Je kan het zo gek niet bedenken…

…of het is al eerder bedacht of gedaan. Je zou ervan schrikken hoe vaak dit waar is. Bedenk een werkelijk idioot wereldrecord en het blijkt daadwerkelijk bestaan. Daar is het Guinness World Book of Records een mooi voorbeeld van. Of als je denkt de mens toch niet zó slim, vredelievend, wreed of…. kan zijn: die waren er.
* Denk aan mensen als Einstein, Gandhi, of de traditie om zoutzuur in het gezicht van je vrouw te gooien. Ja, als traditie… (In deze trailer van Woman krijg je het te zien en te horen. Waarschuwing: het is geen prettige aanblik…)

In zekere zin kan je zeggen: niets is te gek om geloofwaardig te zijn. Nogal een paradox, omdat sommige dingen toch te mooi/gek/ eng… blijven om waar te lijken. Als je een ‘te gek’ moment in je plot wil verwerken, dan kan dat dus vrijwel altijd, maar moet je dus zorgen dat dat om wat voor reden dan ook niet meer te gek lijkt.

Iets te geks logisch maken

Een te gek gegeven kan je logisch maken door goed gebruik te maken van verschillende factoren zoals:
* eigenlijke gebeurtenissen
* het karakter van je personage
* beweegredenen van je personage
* sfeeromschrijvingen
* een samenhang van dingen die vaststaan
* een butterflyeffect

meestal vormt een optelsom van deze factoren een verklaarbaar resultaat.

Laten we een veelgebruikte trope van de onmogelijke/verboden liefde eens bekijken. Die klinkt waarschijnlijk ontzettend cliché en zoetsappig. Dat komt omdat die trope vaak voorkomt in het romantische genre en dat dat genre eist dat het stel met elkaar eindigt. De reden dat die verhalen vaak flinterdun zijn, is omdat die eis het enige doel van het boek lijkt te zijn. “Logica? Laat maar. Het moet een verhaal zijn wat lekker wegleest. De logica zou dat verpesten.” Dat is niet waar, maar de romantische verhalen worden vaak geschreven met kwantiteit boven kwaliteit als devies. En dan moet logica helaas sneuvelen.
Kortom: als je iets geks of zeer onwaarschijnlijks schrijft, is het de bedoeling dat je je kop erbij houdt en je schrijfkwaliteit voorop stelt om te voorkomen dat het verhaal flinterdun, cliché, ongeloofwaardig of dertien-in-een-dozijn wordt.

Laten we zeggen dat een jonge Nazisoldaat verliefd moet worden op een jonge Jodin die hij op straat tegenkomt en daardoor de wapens neerlegt. Niet echt geloofwaardig, omdat hij haar al moet arresteren voordat hij daar de kans toe krijgt. Het romantisch genre heeft dat snel opgelost: de Jodin is een prachtige vrouw, de pijlen van Cupido doen hun werk en na enkele worstelingen is de rest geschiedenis. Ik vind het idee van liefde op het eerste gezicht schadelijk voor een fatsoenlijke verhaalopbouw, zoals je hier al kon lezen.

Je zal veel van de eerder genoemde factoren moeten gebruiken om het verhaal nog enigszins leesbaar en niet suikerzoet te maken. Daarover schrijf ik in blogpost van volgende week; die uitleg verdient meer dan een vlugge honderd woorden.

Waargebeurde verhalen logisch laten overkomen

Als een verhaal van ongeloofwaardigheden aan elkaar hangt, maar echt zo is gebeurd, dan heb je weinig tot geen creatieve vrijheid als je het verhaal trouw wil blijven.
Ik ben de titel van de film helaas vergeten, maar ik las ooit een filmrecentie die het plot van een op waarheid gebaseerde film samenvatte als:

Zo bizar dat het wel waargebeurd móet zijn.

Lees: dit kun je eenvoudigweg niet verzinnen, omdat het plot uitgaat van een kans op een op de negenhonderdmiljard/ tenzij je een psychopaat bent/ omdat het plot uitgaat van butterfly effect met twintig schakels, waar zelfs ’s werelds grootste fantast er hoogstens veertien zou kunnen verzinnen…
Als van jouw waargebeurde verhaal het woord ‘bizar’ zowel het plot, thema, conflict en titel zou kunnen vormen en je de nieuwe Franz Kafka lijkt te zijn, dan mag je erop rekenen dat de lezer het bizarre in het boek in die extreme vorm gewoon voor lief neemt. Ergens weet de lezer ook wel dat er een moment waarop verklaringen, hoeveel je die ook zou hebben, niet zouden voldoen om het verhaal nog logisch te maken.

Samenhang van logica zoeken

Volgende week ga ik zoals gezegd een uitgebreide casus schrijven om te laten zien hoe je iets zeer onwaarschijnlijks logisch kan laten lijken. Maar dit is alvast een regel: in alle afzonderlijke factoren die je gebruikt, moet iets klein en logisch beginnen, waarna je dat vervolgens langzaam maar zeker groter maakt, zodat het groteske ervan niet uit de lucht komt vallen. Vervolgens bedenk je hoe deze afzonderlijke factoren en dat grote ervan samen een logisch geheel kunnen vormen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.

Je personage: het standbeeld

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. Wat moet je in dat document toevoegen en wat is optioneel?
Als je er meerwaarde in ziet, bedenk dan eens voor wie je personage een standbeeld neer zou zetten.


Wanneer kan dit relevant zijn?

Iemand een standbeeld gunnen, vertelt wie de persoonlijke held van je personage is, of naar wie het zelfs opkijkt. Dat laatste is voer voor een thriller. Wanneer je personage iemand verafgood, is het belangrijk om te weten hoeveel macht die ‘inspirerende’ persoon over je personage heeft. Als je personage vanuit aanbidding naar iemand kijkt, wordt het een prooi voor mensen met slechte bedoelingen. Daar kan je vast een plot mee aanvullen of zelfs bedenken. Je personage hoeft daarvoor niet eens in persoonlijk contact te staan met diens ‘persoonlijke god’. Als je personage helemaal geobsedeerd is door Elon Musk, kan je het in de extreme ban van Twitter laten komen…

Staat dit gegeven vast?

Het klinkt wat zoetsappig, maar uiteindelijk is het in veel verhalen het doel dat je personage een standbeeld voor zichzelf neer zou zetten. Het kan dan immers met een goed en trots gevoel terugkijken op diens eigen persoonlijke groei en heldenreis. Maar gedurende die heldenreis zal je personage verschillende mensen bewonderen, omdat die al zijn waar je personage naartoe groeit.  Dit gegeven kan dus veranderlijk zijn.
Een bonustip voor de thrillerschrijvers onder jullie: je kan er een plot van maken dat iemand die zo trots is op persoonlijke groei inderdáád een standbeeld voor zichzelf neer wil zetten en grootsheidswaanzin krijgt…

Wat kan je te weten komen?

Je zou een standbeeld neerzetten voor iemand om grofweg twee redenen. Omdat je wil zijn zoals diegene in doen en laten, of omdat diegene het boegbeeld is van het uitdragen van waarden die je personage bewondert.
“Mijn vriendin verdient een standbeeld, omdat zij zo heldhaftig heeft gevochten tegen haar ziekte.”
“Nelson Mandela verzette zich tegen apartheid en aangezien ik racisme het grootste probleem op de wereld vindt, is het terecht dat die man standbeelden heeft gekregen.”
Dus zo kom je te weten wat je personage bewondert, belangrijk vindt, of uit wil dragen in het leven.

Wanneer is dit belangrijk genoeg om uit te schrijven?

Het is zelden tot nooit belangrijk voor de lezer om zo uitgesproken te weten wie bewondering oogst bij je personage. Liever ziet je lezer door show, don’t tell hoe het personage zelf in het leven staat. Maar de kennis over de ‘standbeeldheld’ van je personage helpt wel om dat middels diezelfde techniek uit te werken in je boek.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Schrijfoefening: Wat zou je personage op het spel zetten?

“Voor jou zou ik een kogel vangen.” In zekere, hetzij lugubere zin is dat makkelijk gezegd. Als je eenmaal dood bent, heb je letterlijk en figuurlijk niks meer om voor te leven. Het is narratief gezien waardevoller als je je afvraagt wat je personage op het spel zou zetten. Dan kom je te weten wat iemand voorgoed zou willen opgeven of riskeren, om lange tijd of altijd met vreselijke gevolgen te moeten leven Dat levert een schat aan informatie over je personage op.

Iets op het spel zetten

Wat doe je eigenlijk als je iets op het spel zet?
In de hoop iets (goeds) te bereiken, riskeer je het verlies van iets. Dat kan grote, nare gevolgen hebben. Dat risico neem je in de wetenschap dat de gevreesde uitkomst uit kan blijven.

Je personagein de hoop datje hebt die garantie niet omdatMet het risico dat
vangt een kogel voor iemanddiegene blijft leveneen volgende schutter zomaar een tweede kogel kan hebben…iedereen alsnog sterft
vangt een kogel voor iemanddiegene verliefd op je wordt/ blijftliefde zich niet laat bepalen. De kans wordt misschien groter, maar een garantie is een ander verhaal.je sterft of invalide raakt vanwege een onbeantwoorde liefde
gaat als soldaat leger inhet bijdraagt aan het einde van de oorlog je misschien wel ernstig gewond raakt voor je goed en wel op missie wordt uitgezondenje sterft voor je iets hebt bijgedragen
gaat als soldaat het leger inhet diens vaderland wil beschermenAls de tegenstander de oorlog wint en jouw thuisland verovert, is dat allemaal vergeefs geweestje voor niets sterft en je kinderen zonder ouder opgroeien
liegt tegen een vriend door een zielig verhaal op te hangendie vriend meer aandacht aan diegene besteedtde vriend de leugen kan doorzien en alleen maar kwaad wordtde vriendschap eindigt
liegt tegen een vriend door een zielig verhaal op te hangendie hem geld geeft omdat het personage blut isDe vriend denkt “Ik ben je pixie niet, dus als je zielig doet, help ik je niet. Alleen als je zelf de schouders bereid bent de schouders eronder te zetten.”je personage onterecht de vriend gaat wantrouwen

Merk op dat:

  • Soms het lot aan zet is, niet de handelingen van je personage
  • Je personage niet in een bubbel leeft, acties of meningen van anderen kunnen de uitkomst veranderen
  • Een andere intentie achter een actie ook een andere reactie op kan leveren. (De vriend van het personage zou wel bereid kunnen zijn om even in medelijden mee te zwelgen, maar niet om geld te geven, bijvoorbeeld)

Houd dat in gedachten: met deze elementen kan je een mooi plot maken 🙂

De risico’s van een beslissing

Bedenk wat je personage op het spel zou zetten en meteen daarna of het zich bewust is van de risico’s en de bijbehorende mogelijke gevolgen. Dat is namelijk niet altijd zo. Je personage kan naïef zijn, over onvoldoende (voor)kennis beschikken, of worden verblind door liefde of grootsheidswaanzin. Die dingen zijn altijd nuttig om te weten.
Als je personage wel weet wat de mogelijke gevolgen zijn, kom je veel te weten over diens normen en waarden, karaktertrekken en manieren van denken.

  • Als jij geld aan een vriend in nood geeft dat anders naar je skivakantie zou gaan, dan zegt dat dat je trouw en gul bent. En dat vriendschap hoger in het vaandel staat dan persoonlijke ontspanning. En dat je het er ook voor over zou hebben dat je wederhelft even flink tegen je schreeuwt en je er een ruzie aan overhoudt. Met het risico dat die uit de hand loopt en het je relatie kost. Dit geeft blijk van roekeloosheid.
  • Je personage droomt om door te breken als actrice. Ze struint eindeloos audities af, waardoor haar sociale leven op een laag pitje komt te staan. Dan is ze ambitieus en doelgericht, maar ze loopt het risico dat ze straks geen sociaal leven meer over heeft. Trouw aan vrienden zal bij haar niet de hoogste norm zijn. Ze kan denken: “Als ik straks beroemd ben, dan zien mijn vrienden die ontrouw voor ambitie aan en dan komt het goed.” Of dat waar blijkt, is aan jou als schrijver, maar je ziet wel hoe zij denkt en dus ook handelt.

Voer voor conflict

Zie je dat je door te weten wat je personage op het spel zou zetten heel veel kan aanvullen of zelfs bepalen? Het kan narratieve conflicten opleveren, het centraal conflict bepalen, plotwendingen in gang zetten, de spanningsboog verhogen… Let er alleen wel op dat je niet vergeet dat deze vraag vrij heftig van aard is. De kans is groot dat zodra je het antwoord erop weet, je dieper gaat graven dan nodig is in de psychologie van je personage. Of dat je het gevoel krijgt, nu wel iets zwaars te ‘moeten’ schrijven. Een personage heeft immers principes nodig en die worden hiermee duidelijk op een manier die pageturner lijkt te schreeuwen. Het antwoord op deze vraag geeft voer voor conflict, maar dat voer hoeft dan niet meteen een caloriebom te zijn 😉
Bedenk daarom ook waar de limieten van je personage liggen als het om deze principes gaat.

Het limiet van de bereidwilligheid van je personage

Een limiet van bereidwilligheid is ook erg belangrijk om over je personage te weten. Die heeft namelijk ook iedereen.
De oppastiener wil dus wel helpen met huiswerk van het oppaskindje, maar niet eindeloos; De puber heeft ook een leven. Of wil betaald worden als het meer dan een uur extra werk per week oplevert.
Als je dit soort limieten duidelijk hebt, levert dat ook een aantal belangrijke voordelen op, naast de verdieping die je al hebt gekregen door het eerste deel van de oefening te doen.

  • Je zoekt en vindt de gezonde balans tussen goed en slecht van je personage, waardoor het geen schijnheilige engel wordt
  • Als je personage in een duivels dilemma komt, dan helpen deze bevindingen je makkelijker te beslissen

Laat je dus vooral inspireren door te kijken waar je personage offers voor zou brengen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Lance Reis op Unsplash.

Je personage: de grootste droom

Als je een personage gaat schrijven, biedt een personagebiografie een handig overzicht van diens doen en laten en geschiedenis. In dat overzicht kan de grootste droom niet ontbreken.

Waarom is dit belangrijk om dit te weten?

Een droom is iets waar je je zinnen op zet, of waar je heimelijk van – inderdaad – droomt. Met goede moed of schoorvoetend, de droom is datgene waar je personage in een verhaal voor moet gaan om het verhaal lopende te houden. Een droom voor ogen houden kan ervoor zorgen dat je personage de hoop niet verliest als het valt, het nodige zelfvertrouwen geven, het kan het laatste lichtje in de duisternis zijn, of wanneer zelfs dat gedoofd is, het slot van een droevig verhaal betekenen. Kortom: de droom is de belichaming van een hoop narratieve voorwaarden.

Wat kan je te weten komen?

De grootste droom is van zo’n grote narratieve waarde omdat die ontzettend veel over je personage kan vertellen. Als de grootste droom is om de nieuwe Einstein te worden, geeft dat talent en interesse in exacte vakken aan. Als je personage zich volop de droom stort, kan dat getuigen van zelfvertrouwen, maar ook van roekeloosheid. Is je personage bang zich in het avontuur van dromenjagen te storen, dan is die berekenend of onzeker. Bedenk ook eens wat je personage ervoor over heeft om de droom te bereiken. Wat zou het ervoor opofferen? Dat kan ook een onverwachte en zelfs duistere kant laten zien. Karaktereigenschappen, talenten, persoonlijkheid en normen en waarden: de grootste droom geeft een ware schat aan informatie.  

Staat dit gegeven vast?

In de basis staat de droom vast in een verhaal. Je personage gaat niet dromen van een succesvolle carrière op Wall Street om even later naar een rustig huisje-boompje-beestje bestaan te verlangen. Dat zouden twee aparte verhalen zijn. Je personage kan – en gaat! – echter wel met de droom ‘meegroeien.’ Onze aandelenhandelaar zal bijvoorbeeld naar New York gaan emigreren, waar hij eerst zei dat in Amerika wonen niet zijn ding was. Of hij legt de lat wat lager en gaat eerst in Nederland in aandelen handelen. Dan wordt hij in New York niet in het diepe gegooid en kan hij met de werkervaring die hij heeft opgedaan, later in de Verenigde Staten indruk maken.
Het is mogelijk om de droom te laten veranderen, doordat het pesonage een groei heeft doorgemaakt, maar je moet dan genoeg tijd nemen voor deze groei om de grote verandering geloofwaardig te maken.
Je personage zal zichzelf of de droom kneden om de kans van slagen van de droom zo groot mogelijk te maken. Soms doet het lot dat voor hem: dan overkomen je personage dingen waardoor hij op plan B over moet gaan om de droom nog na te kunnen jagen.

Moet je dit in je verhaal laten terugkomen?

De grootste droom moet beslist in een bepaalde vorm terugkomen. Het hoeft niet altijd letterlijk – al komt dat wel vaak voor. Maar een afspiegeling ervan is wel een absolute voorwaarde. Stel dat je personage een wereldreis wil maken. Dan hoeft dat niet te gebeuren of zelfs maar een mogelijkheid te zijn. Als je personage blut is, houdt het gewoon op. Maar laat je personage dan wel fan zijn van reisprogramma’s, verschillende talen leren, of verschillende keukens leren koken. Met andere woorden: laat merken dat je met een globetrotter te maken hebt.
Een droom bepaalt zo veel van de (beleef)wereld van je personage dat je een compleet ander personage zou hebben als die droom er niet toe zou doen of iets anders zou zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Wolf Zimmermann on Unsplash

De gekleurde bril beter bekeken: je generatie

Iedere schrijver ziet dingen door een persoonlijke bril. Je kan jezelf trainen om daar alert op te zijn. Deze blogpost gaat in op de gekleurde bril van verschillende generaties.

De bril van een generatie

“Okay boomer!” “Luie millennials” “De jeugd van tegenwoordig…” Iedereen heeft een andere generatie dan die van zichzelf wel eens over een kam geschoren. Dat soort uitspraken zijn erg gevaarlijk voor een neutrale blik. Maar waarom maken we ons er dan toch allemaal schuldig aan? Een mogelijke reden dat dit kan botsen, is omdat iemand jouw persoonlijke waarheid niet als zodanig respecteert of dat niet lijkt te doen.
Je persoonlijke waarheid van eigenlijke waarheid kunnen onderscheiden is een belangrijk onderdeel van een neutrale bril ontwikkelen. En de tijd waarin je opgroeit, heeft daar veel invloed op.

Bedenk: als je kind was in de Tweede Wereldoorlog, groeide je heel anders op dan een kind van nu. Niet alleen omdat we nu in vredestijd leven, ook vanwege bepaalde sociale en technische ontwikkelingen. Hoogbejaarden konden zich als kind een televisie nauwelijks voorstellen, laat staan een draagbare computer altijd in je broekzak hebben.
Andersom zal een tiener van nu zich lastig kunnen voorstellen hoe het is om op te groeien zonder dezelfde dingen.

Waarom moet je deze bril kennen?

Hoe meer brillen je af kan zetten als schrijven, hoe beter. Maar in het geval van een bril van tijd, kan je jezelf trainen om hiermee het schrijfonderzoek doen makkelijker te maken. Je ziet beter wat geschiedkundig belangrijk is om mee te nemen in je verhaal en je kan een verhaalthema soms makkelijker bepalen of duidelijker naar voren laten komen.
In welke tijdsperiode je ook bent opgegroeid of in welk decennium je een bepaalde leeftijd had, er is een aantal vragen die je jezelf kan stellen om de bril van tijd iets meer af te zetten.

Vragen voor een bril van tijd

De volgende vragen helpen je bij het afzetten van je bril van tijd.
* Wat was er voor handen voor jou?
* Wat bestond er simpelweg nog niet?
* Wat was het maatschappelijke gedachtegoed?
* Waar vocht men voor?
* Wat werd normaal gevonden?

Wat was er voor handen?

Waar had jij en/of jouw gemiddelde leeftijdsgenoot toegang tot? Bekijk dit heel breed. Dit kan zijn:
* een volle koelkast (ondenkbaar in de hongerwinter)
* tijd om als kind urenlang buiten te spelen (in de jaren ’50 een stuk makkelijker dan voor de kinderen van nu, die naar de bso en talloze clubjes gaan)
* iedere week nieuwe kleren, omdat dat bij de Primark nou eenmaal niks kost? Zeg dat maar eens tegen de vijftienjarige versie van je oma…

Wat bestond er nog niet?

Als schrijven zonder papier al onmogelijk lijkt, stel je dan eens voor dat je alleen maar een schermpje aan hoeft te raken om binnen een tel geld over te maken naar de andere kant van de wereld.
Of dat je zonder limiet vrijwel kosteloos zou kunnen internetten. Hoezo? Als je gaat internetten ligt de telefoonlijn eruit en betaal je per minuut tien cent. 24/7 internet ja, dat zal wel…
Het is makkelijk om te vervallen in “Vroeger” (of vroegah, vrûûger of al die andere varianten ;)) maar dat is het laatste wat je moet doen. Vergelijk tijdsperioden niet, maar kijk naar de tijdsperiode zoals die was. Dan krijg je een blik zonder gekleurde bril. Iets vergelijken met iets letterlijk onvoorstelbaars, is geen goede vergelijking.

Maatschappelijk gedachtegoed

Wilde je in de jaren vijftig zelfstandig een kind opvoeden? Succes, meisje… Nu is dat normaler, maar onderschat niet dat een maatschappelijk gedachtegoed kan bepalen hoe je mening wordt gevormd. Als iedereen vrijwel van hetzelfde is overtuigd, is het soms verdraaid lastig om daar je vraagtekens bij te zetten. Stel dat je bent opgeroeid met het idee dat alleenstaande moeders taboe zijn, ga dan eens na: vond/ vind ik ongetrouwde moeders om persoonlijke redenen echt niet kunnen -wat gewoon mag!- of wist ik niet beter? Ben ik wat kortzichtiger over dit onderwerp omdat iedereen dit dacht en ik nooit een andere visie hoorde? Wees daarin niet te streng voor jezelf. Ongetwijfeld kijken we over dertig jaar ook ergens met schaamrood op de kaken op terug waar we nu nog niet (veel) bij stilstaan.

Waar vocht men voor?

Of het daadwerkelijk vechten of demonstreren betrof: waar vocht men voor in die periode? Dat zegt ook veel. Neem het homohuwelijk. Bij zulke kwesties zie je vaak een overgang van ‘dit is ondenkbaar’ naar ‘dit is toegestaan/normaal’. Als er ergens voor gestreden wordt, krijgt dat aandacht. Dat geeft aan waar jij of de meeste mensen zich mee bezig hielden. Waar één generatie boven jou nog iets raar vond, vind jij dat inmiddels normaal. Dat maakt ook een verschil voor je wereldbeeld. Zo kan plaats ook nog verschil uitmaken, want nog niet overal ter wereld is het homohuwelijk meer dan twintig jaar na dato -vanuit Nederlands perspectief- nog steeds niet toegestaan.
Een ander voorbeeld: het klimaat. Mensen die nu tachtig zijn, hebben daarbij persoonlijk vrijwel niets meer te winnen of te verliezen. Voor mensen van twintig wordt het een zaak van leven of dood. De bejaarde zal zich daar dus minder mee bezig houden dan een jongere.

Wat was normaal?

Of het nu normaal was dat je als twintiger als eenverdiener een hypotheek kon krijgen, of juist rond die leeftijd ging backpacken rond de wereld, er zijn ook dingen die ‘normaal’ zijn voor de ene generatie en ondenkbaar voor de andere. Net zoals bij maatschappelijk gedachtegoed en technologische ontwikkelingen is het verleidelijk om dit te vergelijken met een andere tijdsperiode of met ‘vroeger’. Alleen heeft het hier wél nut, omdat het hier over wat abstractere zaken gaat. Let maar eens op: Schrijf op wat normaal is voor jou, maar abnormaal voor iemand uit een andere generatie. Dan zal je merken dat ‘normaal’ eigenlijk maar een heel abstract begrip is…

Ik ben trouwens heel benieuwd hoe jij spottend ‘Vroeger’ zegt. 🙂 Laat het me weten in de reacties!

Foto door Gemma Evans op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.