Sexy Lamp: een knappe vrouw als prijs

Een sexy lamp is geen goed idee om te schrijven. Het is namelijk een vrouw, geen aantrekkelijk object dat licht geeft. Ze is zo oppervlakkig als maar kan. Hoe schrijf je haar, of beter gezegd: hoe schrijf je haar niet?

Wat is een sexy lamp?

Een sexy lamp is een vrouwelijk personage dat sexy is en dat moet zijn. Niets meer, niets minder. Een lamp staat als voorwerp ook alleen maar te staan. Een lamp vindt niets, denkt niet, is vervangbaar…
Als de vrouw niet meer doet dan een lamp met de beste wil van de wereld kan doen, is ze een sexy lamp.

Voor je beeldvorming: dit is de sexy lamp waaruit de term ontstaan is: een lampstandaard met het uiterlijk van een vrouwenbeen in een hoge hak met een netkous.

Bot gezegd: een sexy lamp windt de man op of wakkert zijn fantasieën aan, maar is verder nergens goed voor.

Sexy lamp in de praktijk

Wat is een sexy lamp in de praktijk? Een voorbeeld:
“Koene ridder, ga de draak doden. Slaag je, dan mag je met de mooie prinses trouwen.”
De ridder werpt een blik op de prinses en ziet zichzelf al nachtelijke avonturen met haar beleven. Daar wil hij zijn leven wel voor wagen. Maar wat weet hij (of zelfs de lezer van zo’n sprookje) verder van de prinses? Niets. Wat zegt of doet ze verder? Niets. Ze is er alleen maar, puur omdat ze sexy is.

Als je de ridder de sexy lamp met de netkous had gegeven, dan was het ook goed geweest. (Zeker in de Middeleeuwen… Bijlo, een ontbloot been van een vrouwspersoon! Nimmer aanschouwde ik eerder iets zó erotisch…)
Zonder geintjes, uiteindelijk komt het wel daarop neer. Een vrouw die een sexy lamp is, is er alleen als (seksuele) beloning, want ze voegt niets anders aan het verhaal toe. In de meest extreme gevallen zegt de sexy lamp helemaal niets, zoals de Middeleeuwse prinses die in de laatste scène nog even snel de ridder kust. Maar het kan ook iets subtieler. Met de nadruk op iets. Want zodra je weet wat een sexy lamp is, zal je haar makkelijk herkennen.

Sexy lamp test

Wil je testen of een personage een sexy lamp is? Hier zijn wat kenmerken.
Een sexy lamp is altijd:
* seksueel aantrekkelijk;
* de beloning voor de man;
* als persoon eendimensionaal, zo niet nuldimensionaal.

Een sexy lamp zal nooit:

* in het verhaal te vinden zijn buiten de context van: ‘de beloning voor de man’;
* als persoon iets extra’s aan het verhaal toevoegen (spanning, een subplot, enzovoorts);
* een leven hebben (denk eraan: ze had evengoed levenloos kunnen zijn);
* met ideeën komen die het plotverloop veranderen.

MacGuffin en sexy post-it

Soms komt een sexy lamp wel met een plotveranderend idee:
“Ridder, de draak woont in een grot hier rechtsaf,” zegt de prinses.
Dat verandert het plot, want anders vindt de ridder de draak niet. Maar als de prinses vervolgens alsnog als niets minder dan een wandelende vagina wordt gezien, dan blijft ze een sexy lamp. Volgens de algemeen gebruikte term is ze dan een sexy lamp met een post-it briefje. Ze heeft de benodigde aanwijzing dan als een figuurlijke post-it op haar hoofd (Hier rechtsaf!) maar dan is ze hoogstens gepromoveerd van sexy lamp naar sexy wegwijzer. Nog steeds is ze evenveel waard als een levenloos object. Als een voorwerp dezelfde functie heeft als een sexy post-it, dan heet dit in de schrijverswereld een MacGuffin.

Waarom is de sexy lamp in het verhaal?

Hou jezelf niet voor de gek: in een scenario met een sexy lamp gaat het om niets meer of minder dan de beloning van de held. Niet dat het dorp wordt gered van een draak, of dat de prinses wordt gered. Het gaat zelfs niet om de heldenreis van de ridder. Daar lijkt het misschien op, maar als dat het belangrijkste was, dan was hij mensen tegengekomen die hem persoonlijk lieten groeien. Niet alleen mensen aan wie hij zijn spierballen kan laten zien.

Wat zegt een sexy lamp over de held?

Dat hij helemaal niet zo heldhaftig is als hij in eerste instantie lijkt. En dat seks zijn motivatie is. Ja, dat is kortzichtig en nuldementionaal. Net als de sexy lamp.

Sexy lamp: simpeler schrijven kan niet

Schrijf je een sexy lamp en met alles wat daarbij komt kijken, dan schrijf je:
* zonder personagebiografie;
* met een Mary Sue;
* een storend cliché;
* zonder afweging van hoe je personages overkomen;
* lui, want je hoeft geen schrijfonderzoek te doen.

Reden om een sexy lamp te schrijven

Als het om publiceren gaat, is er geen reden om over een sexy lamp te schrijven. Vrijwel iedereen vindt het storend of flinterdun. Toch is het nuttig om een keer te doen. Kijk eens wat voor schrijftechnieken je al beheerst als je je verstand op nul kan zetten en gewoon maar wat gaat tikken. Bij een sexy lamp hoef je geen rekening te houden met een diepgaand plot of personages. Als je schrijft over onze sexy lamp ridder en je denkt verder niet teveel na, heb je dan een verhaal:
* met show don’t tell?
* zonder infodump?
* zonder te veel bloemig taalgebruik?
* waarvan je kan oordelen wat je kan schrappen en wat je moet laten staan?
* met logische alinea- en hoofdstukindelingen?
* met goede spelling en grammatica?

Enzovoorts.

Bechdel test en Mako Mori test

Er zijn nog twee testen die ook testen op sexy lamp elementen, maar daarin nog wat dieper gaan:
* Bechdel test: praten de vrouwen over iets anders dan een man (uit zichzelf of als vrouwen onderling?)
* Mako Mori test: de vrouw moet een eigen verhaallijn hebben en die verhaallijn mag niet dienen als een hulpmiddel voor de verhaallijn van de man.

Ik hou niet van sexy lamps. Als je wil dat ze genadeloos worden opgespoord en uit je boek worden geschrapt, schakel me dan in voor manuscriptredactie.

Expositie: hoe maak je informatie bekend in je boek?

Expositie is de manier waarop je informatie uitlegt of gebeurtenissen onthult aan je lezer. Doe je dat goed, dan loopt je verhaal met een sneltreinvaart. Doe je het fout, dan gaat het faliekant mis.

Kenmerken van een slechte expositie

Als jouw personages alles uit hun wereld verklaren zodat de lezer weet hoe die in elkaar steekt, is er sprake van slechte expositie. Of als hij weet: over drie tellen komt er een onthulling waarvan de uitkomst voorspelbaar en saai gaat zijn. Kortom: slechte expositie is zo’n moment waarop de lezer denkt: moet ik daar nou echt op déze manier achter komen?
Je vindt een roman met een uniek en super interessant onderwerp en verheugt je op een geweldig verhaal. Het enige wat je krijgt is personages in de beloofde wereld die niets anders doen dan zeggen in wat voor wereld ze leven. Wat een domper, waar is het verhaal gebleven?

Iets vertellen of een verhaal lezen?

Let eens op het verschil tussen deze voorbeelden. In het eerste wordt het verhaal voorgekauwd, bij het tweede krijg je als lezer de kans om een verhaal ook echt te beleven.

Ik heb het vermoeden dat er iets mis is met de buurman, ik heb hem al zo lang niet meer gezien,” zei Mariska tegen Annabelle.

Na die laatste groet liep de lijkbleke buurman zijn huis weer in. Een week later hadden de kranten in de brievenbus van de buurman zich opgestapeld en had Mariska hem nog steeds niet gezien.
Wat is spannender? Dat laatste natuurlijk.

Expositie versus infodump

Zie je in het eerste voorbeeld overeenkomsten met een infodump? Slechte expositie en infodump lijken op elkaar, want ze vertellen allebei iets dat onnodige of te veel informatie betreft. Het verschil is dat infodump over feiten van het verhaal gaat en expositie over gebeurtenissen in het verhaal.

Expositie: personage op de preekstoel

Bij slechte expositie vertelt je personage wat er gaande is. Show don’t tell wordt zelden zo letterlijk. Hou eens op met praten, personage! Ik ben hier niet om een preek aan te horen, ik wil een verhaal lezen. Practice what you preach!
Dat praten is niet storend omdat het personage praat, het is vervelend omdat een personage ergens over praat: “Ik las gisteren in de krant over de vliegtuigcrash” versus: Frans zette de televisie en zag een reportage over een vreselijke explosie, die van een vliegtuigcrash afkomstig leek te zijn.

Dit soort preek is de enige die interessant kan zijn. Tenzij je personage een geestelijke is, hoeft hij er dus geen te houden.

Slechte expositie is als je saaiste geschiedenisleraar

Als slechte expositie de boventoon van je boek voert, is het net je saaiste geschiedenisleraar: “Oké. Mensen, Tweede Wereldoorlog. 10 mei 1940. Duitsland valt Nederland binnen. 6 juni 1944, D-day. 5 mei 1945. Nederland wordt bevrijd. 9 augustus 1945. Amerika bombardeert Nagasaki, wat het einde van de oorlog inluidde.” Oké. Zal wel. Als jij het zegt.
‘Als jij het zegt,’ zijn hier de toverwoorden. De geschiedkundige feiten kloppen allemaal. Maar als de leraar zegt het, moet jij het maar geloven. Prikkelt deze informatie je verbeelding? Niet echt. Ik zou er niks van onthouden. Deze informatie is slaapverwekkend droog en laat vragen als deze onbeantwoord:
* Hoe werd Nederland binnengevallen en weer bevrijd?
* Wat hield D-day in?
* Er zijn talloze steden gebombardeerd tijdens de oorlog. Waarom eindigde de oorlog dan met de bom van Nagasaki?

Uit de verhalende hand: de beste geschiedenisleraar

Dan is er de geschiedenisleraar die zijn vak verstaat:
“Stel je voor dat je met een parachute uit een vliegtuig in zee wordt gedropt. Op je rug heb je kilo’s aan wapenuitrusting. Als je op het strand aankomt, vallen je makkers dood naast je neer omdat de vijand de verrassingsaanval heeft opgemerkt. Jij kan ook elk moment sterven. Dat was de realiteit van een geallieerde soldaat tijdens D-Day.”
En deze geschiedenisleraar was er zelf niet eens bij! Zie je wat voor een kans je laat liggen als je een personage over zijn leefwereld laat vertellen als de opdreunende docent? Iemand die erbij is, beleeft de actie uit de eerste hand en dat heeft in een verhaal meerwaarde.

Expositie door voorwerpen

Voorwerpen kunnen zowel een handig als een clichématig middel voor expositie zijn. Houd als vuistregel aan: Hoe meer (emotionele) waarde het voorwerp heeft, hoe dramatischer en geforceerder de expositie overkomt.
Als iemand een trouwring heeft, is diegene bezet. Dat kan een handige, korte omweg zijn om informatie te geven, maar ook aanzet voor enorme drama.
Als Karin haar goede vriend Job tien jaar na de middelbare school terugziet, kan ze denken: Wat leuk, hij is getrouwd en daarna gezellig met haar oude vriend gaan kletsen. Maar ze kan ook diezelfde avond huilend in slaap vallen omdat ze in haar romantische hart nog altijd stiekeme hoop koesterde.

Als het over expositie gaat, heeft ‘waarde van een voorwerp’ vele gezichten: de prijs in euro’s, de emotionele waarde, of het belang van het voorwerp in het verhaal. Ook hier kun je een vuistregel aanhouden: hoe vaker een voorwerp voorkomt in het verhaal, hoe groter zijn waarde is.

Expositietrope: de brief

De brief is een bekende trope van voorwerpexpositie: er wordt een brief overhandigd met de eindresultaten van een forensisch onderzoek. Nu ontmaskert de lezer de moordenaar. Een document met de resultaten van een dna-test zegt dadelijk dat Harold toch niet de vader was.

Tot slot is er nog de verloren gegane liefdesbrief waaruit zal blijken dat Nezire toch voor Hassan had moeten kiezen. Hij is altijd van haar blijven houden! Dat ondertussen allang versleten strikje om die vergeelde brief schreeuwt: ER KOMT EEN ONVERWACHTE ONTHULLING AAN! (Je weet toch wel dat subtiliteit een voorwaarde is voor iets onverwachts, lief strikje?)

Een envelop waar zoveel liefde en aandacht aan is besteed, bevat geen boodschappenlijstje, maar een belangrijke onthulling.

Niet zo onverwacht meer dus… Als het zicht van het voorwerp alleen al denkbeeldig tromgeroffel aanwakkert, doe je iets niet helemaal goed. Tenzij je de trope creatief weet te verbuigen. Het lijkt een liefdesbrief, maar het is een vermomde bombrief!

Expositie herkennen door veel lezen

Zoals zoveel aspecten van het schrijven is expositie een kwestie van oefenen en uitproberen. Maar als je veel leest, zal je makkelijker structuren kunnen ontdekken. Succes!

Heb je een strenge blik van een ander nodig om dit soort slechte expositie te herkennen? Dan heb je aan mij een goede, ook als het met een zachtere aanpak mag 😉 Kijk in mijn webshop voor mijn tarieven.

Schrijven is schrappen, en zo doe je dat

Schrijven is schrappen. Maar wat schrap je dan? Een aantal woorden, dialogen, complete hoofdstukken, of zelfs personages? Schrappen kan soms net zo lastig zijn als schrijven. Maar goed schrappen heeft ironisch genoeg goed schrijven tot gevolg. Je moet namelijk bepaalde schrijftechnieken begrijpen om te weten wat je weg kan laten.

Schrap langdradige teksten

Eindeloos vertellen of omschrijven is onnodig. Langdradige teksten zie je vaak in een infodump of bloemig taalgebruik. Vergelijk: ‘De kamer met donkergekleurde meubels, versleten tapijt, haakleedjes, koekoeksklok, asbak, houtkachel en droogbloemen had een nostalgische sfeer.’ met ‘De kamer deed met zijn houtkachel en haakkleedjes ouderwets aan.’ Omschrijven moet natuurlijk wel, maar je zal ervan schrikken hoeveel pagina’s (!) je in totaal kan besparen door hier en daar omschrijvingen te schrappen.
Als je mijn blogpost over bloemig taalgebruik hebt gelezen, dan weet je dat overdadig beschrijven show don’t tell in de weg staat. Wil je tekst schrappen, kijk dan of je misschien iets minder beschrijvingen kan gebruiken.

Schrappen in dialogen

Een meisje dat verkering vraagt, zegt in het echt iets als: “Ik vroeg me… nou, ik bedoel, uuh ik wilde uuh vragen… man, wat is dit lastig! We kennen, ik uuh, ik vind je uh heel… al… lang aardig en nu wil uuh.. Nou ja… wil je verkering?” Dit leest voor geen meter. Dus dan zou je eerder opschrijven:
“Ik uhh.. we kennen elkaar al zo lang, en.. ik mag je. Wil je verkering?” De aarzeling is nog duidelijk, maar de tekst verzandt niet in eindeloos gebrabbel, terwijl dat in wezen wel realistischer zou zijn.
Ik las laatst een boek waarin een personage een sigaret aanbood. Hij rookte Malboro, zij Camel. “Ik hoop dat u niet vies bent van Malboro.” werd beantwoord met: “Nee, daar ben ik niet vies van, graag zelfs, dank u.” Dat zijn elf woorden. Eentje (“Graag!”) had volstaan. Als de schrijver de beleefde omgangsnorm wilde benadrukken was “Dank u” erachteraan ook genoeg geweest. Dat scheelt nog steeds acht woorden.
Dat hele boek had deze schrijfstijl, dus ik legde het uiteindelijk weg. Ik deed langer over de eerste vijftig bladzijdes van dat boek dan over de eerste 125 van een vlot geschreven boek dat ik later die week las!
In dit voorbeeld komt ook nog iets belangrijks naar voren. De ‘Cameldame’ herhaalt vrijwel letterlijk de vraag van de ‘Malboroman’:
“Bent u vies van Malboro?’
‘Nee, daar ben ik niet vies van…”

Je lezer is niet dom! Ken je die belangrijke regel nog? Lees hem anders hier terug. Als je binnen twaalf woorden er acht vrijwel letterlijk herhaalt, dan voelt de lezer zich als dom bestempeld.

Te veel praten kan overweldigend worden voor je lezer: “Ja, ja, het punt is al duidelijk, hoor!”

Je kan hier aan show don’t tell een andere betekenis geven: Don’t tell: laat je personages niet onnodig praten. Als we praten tellen we onze seconden en woorden niet. Het boeit niemand of een bedankje één of drie woorden of seconden lang is. Maar dat is het ‘m net: je praat niet, je schrijft.

Wat is belangrijk bij schrijven en schrappen?

Het antwoord zit al in de vraag. Schrijf wat belangrijk is en schrap het andere. Ga ervan uit dat je eerder te weinig schrapt dan te veel. Je begint sowieso met veel tekst, dus dan kun je er ook (veel) uit verwijderen.
Als je bovenstaande stappen volgt, kom je al ver. (Tel voor de grap eens hoeveel woorden je zo schrapt uit vijf pagina’s tekst. Waarschijnlijk meer dan duizend!)

Schrijf op wat je zeker niet wil vergeten, als je de schrapmodus ingaat.

Wees niet bang om te schrappen. Je merkt het als je te veel hebt weggelaten. Je bent schrijver, dus voel je aan of weet je wat nog leesbaar is en wat niet. Als je ingekorte tekst niet meer fijn leest, kun je het altijd weer aanvullen. Bewaar eventuele persoonlijke pareltjes in je opschrijfboekje zodat je die niet definitief kwijt bent en je ze ergens anders in je verhaal kunt schrijven.

Schrappen in een personagebiografie

Een personagebiografie is meestal uitgebreid, omdat je er een schat aan informatie over je personages in kwijt moet. Bepaalde dingen moet je uitwerken, omdat je lezer anders geen beeld van je personage geeft en het verhaal onstabiel wordt. Maar waak ervoor dat je te veel uit die biografie met de lezer deelt. Infodumps liggen dan op de loer. Een infodump 2.0, zou je zelfs kunnen zeggen. In een personagebiografie schrijf je ook dingen op die jij als schrijver moet weten, maar die de magie van het verhaal voor de lezer onnodig kunnen verpesten.
Stel dat je schrijft over een loodgieter met een heldhaftig karakter. Hij is tot zijn beroepskeuze gekomen vanwege de doodgewone reden dat zijn vader ook loodgieter was. Maar als je dat gegeven openlaat en het heldhaftige karakter van de man alle aandacht geeft, kan het zijn dat je lezer denkt dat hij loodgieter wilde worden om verloren trouwringen uit de leiding te halen. Het kan in je voordeel werken om bepaalde informatie achter te houden.  

Infodump 2.0 in de praktijk

J.K. Rowling geeft al jaren veel informatie prijs uit de Harry Potterserie die de boeken of films niet haalden, van details tot hele pagina’s uit personagebiografieën. De meningen daarover zijn zeer verdeeld. Vaak zeggen minder toegewijde fans dat al die aanvullende informatie het grote plaatje verpest: “We waren verliefd op de serie vanwege de toverkunst en de universele verhaalthema’s. Niet omdat we wilden weten of een onbelangrijk personage later ging trouwen.”
Daar zit een wijze les in: Als Rowling die details wel zo massaal had gedeeld in de boeken, had ze misschien nooit fans gehad. Die krijg je niet met een infodumphel. Rowling komt er enigszins mee weg omdat ze al een gigantische schare fans heeft, die niet genoeg van Harry Potter kunnen krijgen. Letterlijk niet.
Dus deel niet te veel personage-informatie. Behalve als je miljoenen fans over de hele wereld hebt, dan mag het misschien. Maar waarom heb je de schrijftips op mijn blog dan nog nodig? 😉

Hulp nodig met schrappen? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe schrijf je over toeval?

Toeval bestaat niet. Dat hoor je vaak. Als schrijver gebruik je toevalligheden wanneer je wilt, als god van je gecreëerde wereld. Totdat realisme om de hoek komt kijken. Lezers haken af als alles moeiteloos gebeurt of jij de omstandigheden een handje blijft helpen. Dat pikken ze alleen bij Guus Geluk uit de Donald Duck strips. Toch zal je toeval nooit helemaal kunnen omzeilen. Hoe vind je de balans?

Een uitleg van het butterfly-effect

Het butterfly-effect is het verschijnsel dat iets bijna onmerkbaars gigantische gevolgen kan hebben; de vleugelslag van een vlinder veroorzaakt uiteindelijk een orkaan. Het is een rijtje van waardoor…waardoor… waarbij elke actie steeds een groter effect heeft. Uiteindelijk komt het neer op een reeks aan toevalligheden.
Een voorbeeld van een verhaal met een butterfly-effect:
Als Dirk zijn telefoon naast het bed had opgeladen, had zijn moeder nog geleefd. Hoezo? Ze belde midden in de nacht naar Dirk omdat ze zich niet goed voelde. Een paar minuten later, vlak voor ze 112 wilde bellen, stortte ze in. Omdat Dirks telefoon in zijn woonkamer lag, hoorde hij de eerste oproep niet, waardoor zijn moeder overleed omdat er geen hulp arriveerde. Het butterfly-effect heeft meestal meer ‘tussenstations’, maar een bijna onmerkbaar gegeven aan het begin heeft opvallend grote of opmerkelijke gevolgen.

Toeval in het echte leven

Mijn grootste persoonlijke ervaring met toeval:
Toen mijn broer in Japan studeerde ging ik hem opzoeken. Ik was in Osaka, in een restaurant waar men hoge pannenkoeken serveerde, maar waar je geen mes bij kreeg. Opeens hoorde ik vanaf het tafeltje naast mij iemand mompelen: “Hoe snij je zo’n ding?”
Ik draaide me om, verrast om Nederlands te horen. Ik legde het de vrouw naast me uit. Zij bleek ook een broer te hebben die in Japan studeerde.
“Toevallig! Welke studie doet hij?” vroeg ik.
Dezelfde als mijn broer, zo bleek.
“Aan welke school?”
Dezelfde waaraan mijn broer studeerde. Onze broers bleken zelfs klasgenoten te zijn. Ga eens na: een ander moment, een ander tafeltje in een restaurant van een stad met 2.5 miljoen inwoners of de zus die niet hardop mompelde en dit gesprek had niet plaatsgevonden. Vier jaar later verbazen mijn broer en ik er ons nog steeds over.

In deze stad zaten Zus en ik zomaar naast elkaar in een restaurant…

Toeval of het butterfly-effect zijn niet per se onrealistisch. Ze zijn echter wel onwaarschijnlijk. Neem als vuistregel: als je na een aantal maanden je het voorval nog steeds zou herinneren, dan heeft het een hoog toevalligheidsgehalte.

Als je meer dan eens een hoge toevalligheidsfactor gebruikt in een verhaal, zal het ongeloofwaardig worden. Kleine toevalligheden als: “Ik wilde jòu net bellen!” kun je vaker gebruiken. Ze gebeuren vaker en daardoor onthoud je ze minder makkelijk. Maar gebruik ze maar af en toe, anders komt Guus Geluk weer aanzetten. Kleine toevalstreffers kunnen zich opstapelen tot één groot, ongeloofwaardig toeval.

Toeval en realisme combineren in een verhaal

Als je schrijft over een groot toeval moet je het doel en de noodzaak ervan goed begrijpen. Stel dat het in mijn verhaal de bedoeling was dat ik een andere Nederlander in Japan zou tegenkomen (ongeacht welke landgenoot) om de eerste cultuurschok te verminderen. Dan is dat hele universiteitsverhaal niet nodig, omdat het de toevalfactor onnodig verhoogt. Bovendien kan dat toeval afleiden van de rode draad. Als Zus en ik dan over onze broers zouden praten, verzandt het thema cultuurschok in irrelevante details, waardoor het verhaal vaart verliest.
Soms moet je bepaalde details wél vertellen om het plot op gang te houden, of om een toeval te verklaren. Maar soms zitten er gewoon twee Nederlanders in hetzelfde restaurant in Osaka en moet je er niet te veel achter zoeken. (Hoe gebeurt er anders überhaupt nog iets dat belangrijk is voor het verhaal?)
Kijk naar jouw doel van het toeval en wat je daarmee wil bereiken. Misschien doet een toeval het verhaal eerder slecht dan goed.

Moet je iets toevalligs schrijven?

In mijn voorbeeld gebeurde er na die avond niets speciaals meer. Ik ontmoette Zus of haar broer niet meer, waardoor (vul hier een mogelijk plotvervolg in) niet gebeurde. In een boek zou dat een anticlimax zijn: met zó veel toevalligheden schep je een bepaalde verwachting.
Als ik specifiek die broer moest ontmoeten, dan heeft het meerwaarde als het verhaalthema romantiek is. Het zwijmelgehalte stijgt er enorm van als die broer en ik een stelletje zouden worden. Moesten wij uiteindelijk collega’s worden, dan is dat toeval onnodige opvulling en had mijn broer ons simpelweg aan elkaar kunnen voorstellen, of we hadden elkaar op LinkedIn kunnen vinden.

Als dit gebeurt, moet je wèl een en ander uitleggen…. (Guus Geluk © Disney)

Vraag je daarom af: laat ik het aan het (absurde) toeval over, of laat ik alles wat normaler gebeuren? Het antwoord ligt vaak in de plaats van je verhaallijn.

Een goede plaats voor toeval in het plot

Een verhaal heeft een conflict nodig en moet daarom ergens vastlopen.
Een detective kan niet binnen twee dagen een moordzaak oplossen. Maar hij zou zijn vak niet verstaan als hij vergeet om getuigen te ondervragen. Als hij alle logische stappen al gevolgd heeft en er nog niet uitkomt, is toeval handig. Hij hoort iemand iets zeggen op straat en daar is zijn laatste puzzelstukje. Toeval is misschien een cliché-achtige oplossing, maar dat heeft een reden. Gebruik het wel verstandig; verkeerde timing van toeval kan gevolgen hebben voor:
* Logische opbouw van het verhaal;
* Geloofwaardigheid van het centrale conflict;
* Hoe realistisch je personages overkomen.

Gebruik toeval in je voordeel. Schrijf het alleen zo dat het er niet duimendik bovenop ligt. Tenzij toeval het thema van je verhaal is. Ga er maar mee spelen. Hou in de gaten dat toeval vatbaar is voor clichés.

Wanneer schrijf je iets toevalligs?

Een checklistje voor het gebruik van toeval:
* Is het toeval nodig voor het verhaalverloop? Heeft het een hoger doel?
* Is de toevalligheidsfactor niet te hoog? Kan – of moet!- het minder voor het gewenste effect?
* Bevindt het toeval zich op de juiste plaats in de vehaallijn?

 Zo kom je er uit wat er (toevallig) in je verhaal gebeurt!

“Is wat ik heb geschreven té toevallig?” Ik wijs je erop als je mij inschakelt voor manuscriptredactie. Kijk in mijn webshop voor de tarieven.

Magic pixie dream girl: de onrealistische vriendin

Hoewel het vlot en fris klinkt, moet je geen magic pixie dream girl schrijven. En dat doe je sneller dan je denkt. Als je weet dat een personage niet perfect moet zijn en hij moet groeien, zit je al gevaarlijk dicht in de buurt. Geef je mannelijk personage tot slot een relatie om van te leren en de eerste alarmbellen gaan af.

Mary Sue versus magic pixie dream girl

Mary Sue is een belichaming van onrealistische perfectie. De magic pixie dream girl is een trope die de perfectievalkuil slim ontwijkt, maar daardoor andere problemen met zich meebrengt. Een magic pixie dream girl -Pixie-boy bestaat ook, maar is zeldzamer- is de gedroomde vrouw van je personage, maar is iets realistischer dan Mary Sue. Ze heeft namelijk tekortkomingen. Hoewel vaak, is ze niet per se knap, ze vindt zichzelf niet de belangrijkste en kan zo betrokken zijn dat het het hoofdpersonage soms irriteert. Maar verder is ze perfect voor elke man in nood.

Karakteristieken van een magic pixie dream girl

Een magic pixie heeft bestaansrecht omdat de man een probleem heeft. Haar karakter is doorgaans vrolijk, onbevangen en ze heeft bepaalde wijsheid. Maar een leven heeft ze niet. Geen dromen, angsten, eigen vrienden, een veeleisende baan of conflicten. Soms heeft ze die wel, maar dan komen die zo kort aan bod dat de lezer het nauwelijks onthoudt. Als de man geen probleem had, zou haar rol in het verhaal compleet anders zijn. Ze lijkt op een vlotte toverfee die met haar toverstaf in een klap de man van al zijn problemen verlost. Een filmcriticus heeft de term magic pixie dream girl in het leven geroepen vanwege Claire Colburn, een personage uit de film Elisabethtown.

Het enige doel in het leven van een magic pixie dream girl: een blije man. En dat doel bereikt ze altijd.

Magic puxie dream girl: meisje zonder leven

Een magic pixie duikt op in verhalen waar een man het niet meer ziet zitten. Dat kan uiteenlopen van neerslachtigheid tot suïcidale neigingen. In ieder geval zit hij vast. Uiteindelijk eindigt dit verhaal goed, doordat zijn leven weer gaat stromen. De magic pixie dream girl is een essentieel element van het verhaal als oplossing van het centrale conflict. Maar omdat ze niets van zichzelf heeft, houdt niets haar tegen. Letterlijk niet. Ze heeft niemand anders die om haar geeft, geen opleiding die haar concentratie vereist, geen ziekte die haar ergens in verhindert, geen… Ze heeft een toverstafje en daarmee zorgt ze ervoor dat alles wat de man wil onmiddellijk gebeurt, tot zijn beschikking is, of is opgelost.

Zeer zwakke verhaallijn

Je hebt met een magic pixie dream girl een flinterdunne verhaallijn. Er is een centraal conflict, maar zonder details, nuances, of diepgang. Een magic pixie dream girl is bovendien hoofdpersonage een dat je niet kan uitwerken. Je kan haar geen inhoudelijke personagebiografie geven. Doe je dat wel, dan pak je haar toverstokje af en is ze geen magic pixie meer. En met een toverstafje voorhanden, kun je je afvragen of er nog wel een echt conflict is in het verhaal.

Magic pixie dream girl met bijbehorende toverstaf: een personage, plot én een (middel voor de) oplossing van het centrale conflict ineen.

Wat zijn boeiende verhalen?

Denk aan verhalen die je aanspreken. Dat zijn hoogstwaarschijnlijk scenario’s met een ‘als-dit- dan-nog-steeds-dat-element’. Bij een huwelijksaanzoek is het wachten op de ‘ja’ spannend. Maar het wordt spannender als de vraag oprijst: “Maar hoe gaan ze dat betalen?” “O jee, we hebben de schoonmoeder nog…”
Een bankoverval lijkt in eerste instantie geslaagd, maar de overvaller heeft ruzie met zijn neef die bij de politie zit. Of de vluchtwagen is een oud barrel dat het elk moment kan begeven… Zoiets trekt je lezers het verhaal in, maakt het spannend en zorgt dat je personage en je verhaal realistisch blijven.

Geen beloning zonder inspanning

In de Disneyfilm ‘Hercules’ heeft Hercules een moment waarop alles moeiteloos lijkt om te schakelen waarin hij van een niemand naar een aanbeden figuur gaat. Dat hoor je in het liedje ‘Van knoeier tot kanjer’. Maar belangrijk is dat Hercules na die scène (zelf!) nog problemen op moet lossen. Uiteindelijk krijgt hij niets zomaar cadeau en kan hij de held van het verhaal blijven.

De held van het verhaal

Een hoofdpersonage wordt ook wel de held van het verhaal genoemd. Hij hoeft daarvoor geen superkrachten te hebben. Hij moet alleen zijn problemen onder ogen zien en ze aangaan. Soms lost hij zijn probleem op, soms niet. Maar zijn heldenreis hoeft niet te slagen om interessant te zijn. Een topsporter die je hard ziet trainen, hoeft niet te winnen. Zolang je hem voor zijn doel ziet werken, is dat genoeg om het verhaal boeiend te houden.
Een suïcidale alcoholist zonder magic pixie dream girl gaat bijvoorbeeld naar de A.A. Alles gaat goed, maar na drie maanden krijgt hij een enorme terugval. Misschien heeft je lezer medelijden met hem, maar die kan ook boos op of teleurgesteld in hem zijn. In ieder geval is de lezer al betrokken bij de (mislukte) heldenreis. De lezer weet namelijk dat er dingen gebeuren met vallen en opstaan en dat er dingen slagen en soms mislukken. Zoals in het echte leven.

Een held van niks

Dan is daar de suicidale man met een magic pixie dream girl. Zij komt in zijn wereld, vertelt hem hoe hij alles kan oplossen en voilà, zo geschiede, zonder enige moeite of opoffering.

Als dit de man en zijn magic pixie dream girl zijn, duim ik stiekem voor een aankomende scheiding…

Als je lezer bij het lezen van het verhaal van een man met een Magic pixie dream girl de middelvinger opsteekt, geef ik hem geen ongelijk. Waarom zou je zo iemand nog een held noemen? Hij heeft een probleem, maar gaat het niet aan, laat iemand anders het oplossen en krijgt er nog een bonus bovenop… Ja, het is erg dat hij suïcidaal was, maar verwacht niet dat de lezer nu rode de loper voor hem uitrolt omdat hij weer mentaal gezond is.

Heb jij onbedoeld onrealistische pixies in je verhaal? Schakel mij in voor manuscripredactie via mijn webshop, dan help ik je om dit te verbeteren.

Hoe bepaal je een verhaalthema voor je boek?

Onvoorwaardelijke liefde, (on)trouw, verraad… Keuze genoeg voor verhaalthema’s. Maar hoe werk je ze goed uit? Een personagebiografie schrijven en schrijfonderzoek doen vormen een effectieve optelsom voor een goed geschreven verhaalthema.

Je verhaalthema uitwerken

Zorg dat verhaalthema logisch aansluit op je personage. Schrijf een bijbehorende personagebiografie. Onderzoek zijn leefwereld. Daarna kun je het verhaalthema bepalen. Wat zijn de normen en waarden van de maatschappij waarin je personage leeft? In hoeverre botsen die met die van je personage? Of heeft je personage daar juist zijn comfortzone en moet je het centraal conflict iets aanpassen?

Je schrijft over een vrouw die wil werken voor haar geld. Als ze in de Middeleeuwen leeft, is emancipatie vrijwel zeker een thema in je verhaal. Leeft zij in onze tijd, dan kan ze het hoofdpersonage zijn van elk denkbaar genre. Als ze voor emancipatie strijdt, dan moet ze meer doen dan alleen werken. Als je emancipatie je verhaalthema wil maken en nog geen personage hebt, kun je uitzoeken waar en wanneer emancipatie relevant en logisch is. Dan kun je een personage erbij verzinnen dat leeft in bijvoorbeeld de Middeleeuwen of in bepaalde niet-Westerse landen.

Onderzoek doen tijdens het schrijfproces

Je hebt je verhaalthema gekozen en de personagebiografie gemaakt. Nu is het tijd voor schrijfonderzoek. Naar de rechten van vrouwen in de Middeleeuwen, of de hedendaagse vrouwenbeweging. Maar wat als je een thema hebt dat niet aan tijd en plaats gebonden is, zoals liefde tussen moeder en kind, eenzaamheid of rouw?
Een thema heeft eindeloos veel mogelijke gezichten. Een tiener kan eenzaam zijn omdat hij door iedereen op sociale media wordt genegeerd. Een Amerikaanse oorlogsveteraan die door een mislukt re-integratietraject op straat belandt, ervaart eenzaamheid vanwege totaal andere redenen. Ook zal de mate van eenzaamheid verschillen. Ga goed na wat de oorzaak van je verhaalthema is en hoe dat je personage beïnvloedt. Onderzoek zo nodig eerst de effecten van sociale media bij tieners, of het beleid van de Amerikaanse regering betreft de opvang van veteranen. Ga vooral veel lezen als je je verhaalthema gaat bepalen.

Een schrijver moet veel lezen

“Je kunt geen schrijver zijn die niet leest.” Wat wordt daarmee bedoeld?
Als je veel leest, krijg je oog voor dingen die herhaaldelijk in verhalen terugkomen. Dan merk je wat goed werkt voor de leesbaarheid en waarom bepaalde dingen terugkomen. Sprookjes zijn een goed voorbeeld, met de regel van drieën. De held doet drie pogingen zijn doel te bereiken. De eerste keer mislukt het, de tweede keer mislukt het nogmaals, ondanks de nieuwe strategie. Pas de derde keer wordt het monster verslagen, de prinses gered… Repelsteeltjes naam wordt op de derde dag geraden, enzovoorts. Dit laat de moraal zien dat je met vallen en opstaan iets bereikt. Zoiets valt niet op als je maar één sprookje leest. Lees je er veel, dan wordt het uiteindelijk overduidelijk. Als je veel leest, zul je dus verhaalstructuren en schrijftechnieken gaan ontdekken.

Het pad naar goed schrijverschap is lezen. Veel lezen.

Hoe komt een verhaalthema tot stand?

Stel dat je leest over een vrouw die een scheiding aanvraagt als haar rijke man werkloos raakt. Dan kun je jezelf vragen stellen als:
* Wat zegt dit over de vrouw?
*Wat zegt dit over de man?
*Waarom werkt de vrouw niet?
*Waarom vindt de vrouw werkeloosheid een reden om de man te dumpen?
*Waarom schaamt de man zich als hij buiten zijn macht om ontslagen wordt?

Probeer deze vragen te beantwoorden, dan doe je al kleinschalig onderzoek. Met weinig moeite kom je een hoop te weten over de personages. Zo kom je meer te weten dan alleen een snelle aanname; de vrouw is een golddigger, de man is een zuiplap.

Achterliggende invulling van het verhaalthema

Ja, de man was alcoholist. Maar waarom drinkt hij? Als je erachter komt dat eenzaamheid de boosdoener is, dan is daar je verhaalthema. Was het vanwege een rotjeugd waar hij nooit overheen is gekomen? Dan is het verhaalthema trauma. De insteek van het verhaal verandert wanneer de man nooit drinkt en de vrouw de golddigger is. Zij brengt dan het verhaalthema hebzucht met zich mee. Maar als ze materiële zaken nodig heeft om bepaalde leegtes mee op te vullen, dan is het verhaalthema eenzaamheid. Die zaken komen niet uit de lucht vallen. Daarom is de personagebiografie nodig om het geheel rond te maken.

Betreft een biertje het verhaalthema genieten of alcoholisme? Dat ligt aan de biografie van je personage.

Persoonlijke invulling van het verhaalthema

Een verhaalthema kan veel invullingen hebben. Zo kan bedrog bijvoorbeeld slaan op vreemdgaan, landverraad of op een man die de bankrekening van een vriend leegrooft. Binnen deze subthema’s kunnen verschillende scenario’s voorkomen. Schrijf voor jezelf op wat je spannend of leuk vindt om te lezen en waar je je aan stoort. Dan weet je waar je zelf al dan niet mee wil gaan werken. Vervolgens kan je gaan spelen met elementen en bepalen wat je ombuigt, behoudt en hoe je je eigen verhaal uiteindelijk vormgeeft.

Boodschap van een verhaalthema

Onthoud dat bepaalde scenario’s onbedoelde of onbewuste boodschappen kunnen overbrengen.
Betrapt de vrouw haar man met zijn minnares op de keukentafel? Of vervangt hij de sloten als vrouwlief op shopweekend is met vriendinnen, zodat alleen hij en zijn minnares het huis nog binnen kunnen? Het eerste zal waarschijnlijk vanwege de sensatiefactor die alle verhalen in bepaalde mate moeten hebben, niet al te veel losmaken. Dat laatste kan de indruk wekken dat je beweert dat mannen harteloze, enkel op seks beluste en onbetrouwbare wezens zijn. (Nee, dan zijn niet alle mannen, je beschrijft nu Joe Sixpack.) Ongetwijfeld gaan sommige lezers zich daaraan storen en je boek wegleggen. Ook bij het uitwerken van je thema geldt: je lezer is niet dom.

Een goed uitgewerkt verhaalthema is heel belangrijk. Schakel mij in voor manuscriptredactie om te controlen of het goed tot zijn recht komt.

Schrijfonderzoek doen bij creatief schrijven

Je verhaal is ongeloofwaardig, vervelend en soms zelfs irritant als je geen onderzoek doet. Je lezer zal dan snel afhaken, dus het is heel belangrijk. In de post over schrijven over diversiteit geef ik er basisuitleg over.

Onderzoek je personagebiografie

Onderzoek je personagebiografie en ga goed na wat logisch is. Dat kan iets zijn wat je makkelijk kan bedenken. Een Drents plattelandsmeisje wil in New York gaan studeren en uiteindelijk in een vijfsterrenrestaurant gaan werken. Vanwege haar achtergrond heeft ze geen verstand van haute cuisine. Dan moet ze zich laten bijscholen of gaan stagelopen, anders krijgt ze die baan niet. Soms moet je ergens langer over brainstormen. Als je schrijft over een onderwerp dat je niet kent (cultuur, tijdperk, omgangsregels, wat dan ook) dan moet je meer onderzoek doen.

De belezen lezer

Je lijkt een schrijver van likmevestje als iets schrijft dat Wikipedia binnen twee minuten tegenspreekt. Stel dat je schrijft over Japan in 1700, waarin een Spanjaard naar Japan emigreert. Lees deze Wikipediapagina over de geschiedenis van Japan eens. Hoeveel minuten of zelfs seconden duurde het voordat je wist dat dat historisch gezien onmogelijk is? Niet iedere lezer weet dat. Maar een lezer die het wel weet, vergeeft je zulke luiheid niet. Reken er dan maar op dat je boek meteen wordt weggelegd, omdat je niet de moeite hebt gedaan om zelfs maar twee minuten feiten te controleren.

Duur van je schrijfonderzoek

Het kan weken, soms maanden duren om goed onderzoek te doen. Natuurlijk heb je binnen een halfuur nog niet voldoende gelezen over een (sub)cultuur of tijdperk. Als jouw personages daarin leven, moet je goed begrijpen welke gewoonten, wetten, sociale regels, enzovoorts er geld(d)en. Dat kan een enorm gevolg hebben voor een biografie van je personage en dus voor je verhaal. Onderzoek is dus niet zomaar gedaan.

Het belang van grondig schrijfonderzoek

Bepaalde feiten kunnen grote gevolgen hebben voor je personages. Denk aan een homoseksuele Arabier. Je moet uitgebreid onderzoek doen naar de wetten rondom homoseksualiteit in het Midden-Oosten om zijn verhaal geloofwaardig te houden. Zo kun je met ontwikkelingen en nuances spelen en een goed verhaal schrijven. Als je niets onderzoekt en alles verzint, gaat de lezer denken: “Ik weet niet waarom, maar dit klopt niet.” Daar hoeft hij zelf de regels niet (allemaal) voor te kennen. Je lezer is niet dom.

Doe je geen onderzoek? Hoe durf je! Je lezer kan protesteren door je boek weg te leggen.

Te veel informatie delen

Pas op voor de andere kant van de medaille: laat je personage niet alle regels en wetten vertellen aan een andere. Als je lezer daarover meer wilde weten, las hij wel een non-fictieboek. Expositie is een slecht vermomde infodump. Gebruik show don’t tell om belangrijke feiten duidelijk te maken. In een verhaal over de Europese middeleeuwen kun je beter schrijven: Jan lag doodziek en overdekt met rattenbeten op bed, terwijl een schuimbekkende rat wegschoot uit de woonkamer. In plaats van: “Er gaan geruchten dat iedereen sterft doordat de ratten ziekten met zich meebrengen. Zou dat waar zijn?”

Show don’t tell is belangrijk om de verbeelding van je lezer aan het werk te zetten. De rest komt dan vanzelf. Je lezer begrijpt echt wel dat een kamer vol met 24-karaats gouden kandelaren en Perzische tapijten toebehooren aan een rijke man. Als de beste man een rondleiding van zijn huis geeft, hoef je niet meer te schrijven: De man is steenrijk. Als je je feiten niet controleert of je lezer te veel voorkauwt, zal die zich bewust of onbewust als dom bestempeld voelen. Dan ben je hem kwijt en krijg je hem niet meer terug.

Hoi lezer, zo zie ik jou! Niet bepaald een goede manier om je lezer te behouden.

Personagegericht onderzoek

Onderzoek de leefwereld van je personages en zoek betrouwbare bronnen om meer informatie te verzamelen. Een paar voorbeelden. Als je schrijft over een:
advocaat:
* interview een advocaat;
* volg een cursus wetgeving voor beginners;
* zoek betrouwbare websites op over rechtspraak;

miljardair:
* kijk een documentaire die antwoord geeft op de vragen:
– hoe ziet zijn dagindeling eruit?
– welke schandalen treffen machtige en rijke mensen?
– hoeveel macht heeft een miljardair precies?

almachtig heerser
* zoek in de geschiedenisboeken op:
– wanneer en waar kwamen of komen ze voor?
– hoe kwamen ze aan hun macht?
– hoe hielden ze hun macht?
– hoe valt een dictatuur?

ziekte
* wat zijn de symptomen en gevolgen?
* hoe zien behandeling en revalidatie eruit?
* wat kan een ervaringsdeskundige vertellen?

Onderzoek bij het schrijven van fantasy

Omdat je bij fantasy letterlijk een hele wereld opbouwt, moet je daarvoor veel onderzoeken. Wat kan of mag er (niet) in je verhaal? Als je willekeurig met regels en magische wetten gaat strooien, is je verhaal niet meer te volgen. Je doet dus niet zozeer onderzoek, maar je schrijft eerder je eigen ‘wetboek.’ Dit heet ‘worldbuilding’.

Onderzoek voor een goede worldbuilding

Het kan handig zijn om onderzoek naar bepaalde mythologie te doen, zodat je daar inspiratie vandaan kunt halen. Zo is de steen der wijzen niet alleen iets uit Harry Potter. Dat voorwerp heeft een eeuwenlange geschiedenis. Eeuwenoude culturen schreven er al over. Als je je daarin verdiept, kom je meer over magie te weten, wat een stevige worldbuilding goed kan doen.

Terug de schoolbanken in?

Je mag alles verzinnen als je fantasy schrijft, maar hele vertrouwde natuurwetten (zoals fotosynthese) kun je maar beter laten voor wat ze zijn. Wil je er een beetje mee spelen, fris dan je biologie, natuur- aardrijks-of scheikunde op. Lees hier meer over schrijven met zelfbedachte elementen. Net zoals bij cultuur en geschiedenis, moet je de basis waar je over schrijft begrijpen. Zo weet je zeker dat je niet ongeloofwaardig overkomt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: je lezer is niet dom en legt je boek gewoon aan de kant als het niet goed is uitgewerkt.
Daarom is onderzoek doen misschien wel het belangrijkste aspect van het hele schrijfproces!

Wil je weten of je schijfonderzoek en de moeite die je hebt gedaan zichtbaar is in je boek? Schakel mij in voor manuscriptredactie en je komt erachter!

Schrijven over en met diversiteit

Personages schrijven is moeilijker dan ooit. Niet alleen moeten ze interessante mensen representeren, tegenwoordig moet je ook diversiteit meenemen in het ontwerpen van je personages. Laten we dat eens van dichterbij bekijken.

Whitewashing: de start van een discussie

Whitewashing is blanke acteurs een rol geven, terwijl het originele personage in het boek niet blank was. Daar startte in Hollywood een aantal jaren een fikse discussie die nog steeds voortduurt. De kritiek op deze praktijk luidde: “Alsof er geen acteurs van de ‘originele’ afkomst te vinden zouden zijn. Hollywood is racistisch!”

Tegenbeweging van whitewashing: inclusiviteit

De tegenbeweging van whitewashing, inclusiviteit had als aanname: ook minderheden zijn mensen als jij en ik, dus waarom krijgen die geen rol in je verhaal? Zie je ze soms als minderwaardig? Ben je soms racistisch, homofoob of een antisemiet?
Niemand wil als racist bekendstaan. Daardoor kwam er een heel scala aan boeken waarin vrijwel iedere religie, seksuele oriëntatie en ieder ras door een personage werd belichaamd.

Vastlopen in inclusiviteit

Het is niet realistisch dat een groot scala aan diverse personages elkaar treffen. Zeker niet in bijvoorbeeld dunbevolkte gebieden. En als je over een minderheid schrijft, waarom is jouw personage dan uitgerekend een blanke biseksuele in plaats van een homoseksuele Aziatische moslim? Als je uiteindelijk kiest voor een heteroseksuele latino als hoofdpersonage: help! Je bent niet racistisch, maar je lijkt wel homofoob…

De oplossing voor diversiteit…

Veel schrijvers handhaven nu het idee: “Ik kies een hoofdpersonage dat blank is en maak zijn beste vriend zwart. De rest van de vriendengroep is Aziatisch, Joods, homoseksueel, dik of rolstoelgebonden. Probleem opgelost. Iedereen doet mee.`

…is niet zo simpel.

Je kan een groot aantal personages niet even belangrijk maken. Hoe dan ook komt er eentje op de achtergrond (of in ieder geval niet steeds op de voorgrond). Kijk uit, je bent zo weer handifoob, want het rolstoelgebonden meisje is niet de beste vriendin. Waarom schuif je de (noem een willekeurig ander personage) niet wat meer op de achtergrond? Je doet het nooit goed…

Als dit je uitgangspunt is, is helaas NIET alles opgelost…

Positief discriminerend

Voor je het weet ben je ‘positief discriminerend’. Deze term verzin ik. Ik bedoel ermee dat je met de beste bedoelingen een minderheid een plek in je verhaal geeft. Je personage krijgt daarbij echter niet voldoende pagina’s om zijn karakter helemaal uit te werken, waardoor hij een bijrol krijgt. En juist omdat dat personage een minderheid is, kan je daardoor weer beschuldigd worden van stereotypering of racisme. “Tuurlijk, die jongen met overgewicht is de clown.” “Ja ja, het Aziatische meisje zal zich wel weer op de achtergrond houden.” “O, is dat meisje met de handicap te zwak om mee te gaan bergbeklimmen? Niet iedereen met een handicap is meteen kreupel!”
Deze beweringen merken storende stereotypen op. Stereotypen die je boek niet horen te halen.
Maar soms ontgaan bepaalde stereotypen je of vergeet je dat de lezer bepaalde informatie niet heeft, omdat je een infodump wil voorkomen. Je lezer kan boos worden als die niet weet dat Kaixin van haarzelf terughoudend is en dat haar ouders nooit verlangden dat ze zich ondergeschikt naar wie ook zal gedragen.

Maar hoe schrijf je dan wel met diversiteit?

Diversiteit is een gevoelig onderwerp in de schrijverswereld, waar de meningen over verdeeld zijn. Dit is de mijne.

Ik ben geen voorstander van zoveel mogelijk verschillende mensen in je verhaal verwerken, vanwege de rommelige structuur die je verhaal dan krijgt, om over ‘positief discriminerend’ nog maar te zwijgen. Maar ik vind ook dat het tijd wordt dat de blanke, mannelijke hoofdpersonages iets meer ruimte maken voor Aziatische meiden en dat de volle moslima’s onderhand iets vaker de spotlights moeten krijgen dan de graatmagere blondines. Er is diversiteit op de wereld, waarin geweldige -en vreselijke- mensen te vinden zijn. Daarom adviseer ik de documentaire ‘Human the movie’ te kijken. Het mooie van verhalen is dat ze een kijkje in de keuken van een andere visie of cultuur kunnen geven die je anders niet zou kennen.

Mensen versus personages

Mensen zijn wie ze zijn, dat verander je niet. Bij mensen kan alles. Omdat personages verzonnen zijn, kan het geforceerd overkomen om veel ‘minderheidskenmerken’ aan een personage te geven. Ook al zijn er ongetwijfeld (veel) mensen zijn die al die kenmerken bezitten. Daarom zijn personagebiografieën en kennis van het gebruik van clichés en tropes belangrijk. Kijk ook goed naar het verhaalthema.
Wil je schrijven over een absurd rijke familie? Dan kun je denken aan een Hollywoodster of aan een rijke man in Dubai. In het kader van diversiteit kies je voor de Dubaier. Geen probleem, maar je krijgt er wel een uitdaging bij. Ook al staat zijn fortuin gelijk aan dat van meneer Beverly Hills, zijn leven, overtuigingen en werkelijkheid zullen hoe dan ook anders zijn.

Over wie, waar en wanneer schrijf je?

Het is het belangrijkst om na te gaan waarom je kenmerk X aan een personage geeft en welke omstandigheden relatief normaal of juist het engst of interessantst zijn om in te leven. Daar zal je schrijfonderzoek voor moeten doen.

Waar in Los Angeles de regenboogvlag openlijk kan waaien, staat in Dubai op homoseksualiteit een zware straf. Je kan de Hollywoodster dus gerust een homoseksuele beste vriend geven. Doe je dat met de Dubaise hoofdpersoon, dan zal je daar veel meer over moeten uitweiden en het verhaal meer conflicten moeten geven om het geloofwaardig te houden. Zo’n conflict kan een verhaal interessant maken, dus het is niet per definitie verkeerd. Maar een gesprek waarin de homoseksuele Dubaier tussen neus en lippen door zonder gevolgen praat over zijn liefdesleven, kun je wel vergeten.

Als de beste vriend van onze rijke hoofdpersoon in een vrolijk verhaal met deze vlag gaat wapperen, weet ik zonder verdere uitleg dat het zich niet afspeelt in de Verenigde Arabische Emiraten…

Als er een element in je verhaal voorkomt dat gevaarlijk of hinderlijk is voor je personage in de tijd, plaats of omstandigheden waarin het leeft, kun je dat niet negeren. Haal dat element er uit, of werk het uit.

Als je wil weten of je goed schrijft over diversiteit, schakel mij dan in voor manuscripredactie.

Moet je clichés en tropes gebruiken of vermijden?

Een trope is een voorspelbaar bouwsteentje voor een verhaal. Het is niet per se irritant. Een cliché is voorspelbaar èn irritant. Om met de deur in huis te vallen… O, wacht. Ik gebruik een cliché. Of is het een trope? 

Wat is een trope?

Een trope is een veelvoorkomende omgeving, omstandigheid of een karaktertrek van een personage. Je gebruikt het als middel om snel iets duidelijk te maken. Met een trope trekt je lezer snel en makkelijk conclusies. Denk aan een surfer met een sixpack of een toerist met een reisgids. De surfer is vanwege zijn sixpack sportief. En de toerist met de reisgids wil meer over weten over zijn vakantiebestemming. Een trope is eigenlijk niets meer dan een bouwsteentje voor een verdere uitwerking van een gegeven.

Wat is een cliché?

Een cliché is niets meer dan een trope die zodanig wordt gelezen of gebruikt dat die de lezer irriteert en uit het verhaal haalt. Die ziet de schrijver dan als ware aan het werk (hier doet de schrijver zus en zo, zodat ik als lezer dit en dat ga denken of voelen) in plaats van dat je het verhaal blijft beleven.

Een verhaal zonder clichés

Je kan geen boek schrijven zonder clichés. Ook al heb je een uniek verhaal, je moet tropes gebruiken om je verhaal leesbaar te maken. En omdat elke trope een mogelijk cliché kan zijn, afhankelijk van een individuele lezer, moet je slim met tropes omgaan. Anders komt je boek nooit af.

Cliché versus trope

Het is makkelijk om te beweren dat een schrijver een cliché schrijft als je iets irritant vindt lezen, maar dat is niet zo. Niet per se, tenminste. Het verschil tussen clichés en tropes is persoonlijk en daardoor soms moeilijk te onderscheiden.

Waarom is een cliché persoonlijk?

De surfer kan bij de lezer (grofweg) twee reacties ontlokken: “Yes, dit wordt een gaaf verhaal, ik hou ook van surfen!” / “Heerlijk, daar zwijmel ik bij weg.” Of: “Niet weer een flinterdun zwijmelverhaal waarin de held net zo veel spieren als een gebrek aan hersens heeft.”
Het is maar net wat de lezer (niet) leuk vindt.

Roept dit avontuur, vakantie, een zwijmelsessie of ergernis bij je op? Deze foto an sich laat te weinig zien om een vaststaand verhaal van dit plaatje te maken.

Hoe gebruik je tropes?

Als een trope een mogelijk cliché in wording is, waarom zou je die dan gebruiken? Omdat je bepaalde (voor)oordelen en/of stereotypen in je voordeel moet gebruiken als je een verhaal gaat schrijven. Anders komt je verhaal ongeloofwaardig of warrig over.
Stel dat je de moordenaar over wie je schrijft, niet cliché wil maken. Dan maak je hem fan van Hello Kitty en eigenaar van een Kinderdijkse molen waar hij een B&B runt. Onder de Chinese toeristen is deze man beroemd en daardoor held geworden in oosterse plattelandsfolklore.
Niemand houdt je tegen. Maar ik wens je succes met het schrijven van een geloofwaardige overgang van lieve, zéér unieke man naar moordenaar. Het startpunt van een bedrogen man die de minnaar wil vermoorden is vaker gedaan, waardoor je lezer het verhaal makkelijker inkomt.

Van veelgebruikte trope…

Een bekende trope, de liefdeskloof tussen rijk en arm, gaat vaak zo:
Ouders van de rijke: “Zo hebben we je niet opgevoed!”
Ouders van de arme: “Zodra de roze wolk voorbij is, wordt je gedumpt voor iemand die wel geld heeft.”
Tortelduifjes: “Wij overstijgen alle verwachtingen. Onze liefde kan alles aan.”
Ze krijgen uiteindelijk gelijk. Maar wel pas na talloze huilbuien, ruzies en gesneuvelde vazen. 

…naar een unieke invulling

Als je aan de verwachtingen van een trope sleutelt en enkele elementen verandert, verlaag je de kans op een cliché. Als bijkomend voordeel komt er vaak show don’t tell bij.
Jongen: “Ik hou van je, maar we krijgen te veel tegenstand, omdat je analfabeet bent. Ga naar school, ik zal dat betalen. Dan zien mijn ouders dat je geen armzalige nietsnut bent en je jezelf wil ontwikkelen. Ik zorg dat je in mijn buurt kan wonen, zodat we kunnen blijven daten. We moeten alleen niet meteen willen trouwen.”

Zet je lezer op scherp met een goede trope

Met een trope-invulling zoals hierboven verras je de lezer: “Ren gewoon weg!” “Waar is dat ‘Onze liefde overwint alles’ gebleven?” “Wordt ze nu gedumpt?!”
Je kan deze verwarring van de lezer gebruiken om het begrip ‘liefde’ onder de loep te nemen. Is het liefde als de jongen het meisje ontwikkelingskansen geeft, of moet hij van haar houden zoals ze is? Jouw invalshoek, jouw keuze. Maar hoe dan ook zal het verhaal meer diepgang krijgen en is het minder clichégevoelig.
Zo zet je de lezer op scherp. Het verhaal verloopt niet zoals gewoonlijk, dus zal het spannender worden.

Nieuwe mogelijkheden in je verhaal met een goede trope

Als een personage groeit, geeft dat je verhaal veel mogelijkheden. Het meisje gaat naar school en ontwikkelt zich. Later zet het koppel een schooltje op in een ontwikkelingsland, waar het meisje lesgeeft. Dan hebben ze zelfs een bonus bovenop hun lang en gelukkige einde wat ze volgens de standaard trope al hadden gekregen!

Speel met tropes. Zo vermijd je clichés en wordt je verhaal uniek. Daar profiteren uiteindelijk meerdere mensen van 😉

Frisse trope, frisse verhaallijn

Als je de trope op zijn kop gooit, komt daar bijna als vanzelf een origineel verhaal uit. Wordt het meisje door haar scholing misschien zo slim dat ze de jongen op de lange duur van zijn fortuin weet te beroven? Of is het betalen van de scholing van het meisje toch een aanwijzing dat deze loverboy zijn verliefdheid veinsde? Hier zie je de eindeloze mogelijkheden die je krijgt door met tropes te spelen en dat ze dus niet meteen clichés zijn.

Guilty pleasure clichés

Er zijn tropes die bijna iedereen als cliché beschouwt. De kloof tussen arm en rijk. De butler heeft het gedaan. Wat als jij daarvan smult? Schrijf er dan lekker over. Het is vooral belangrijk dat je weet wat tropes en clichés zijn zodat je weet wat je schrijft en hoe het overkomt. Zo verbeter je je schrijftechniek. Daarvoor lees je deze blog, toch? 😊
Misschien schrijf je wel de tweede werkende liefdesdriehoek!

Is je boek vrij van clichés, zoals je hoopt? Laat het me lezen en schakel mij via mijn webshop in voor manuscriptredactie.

De liefdesdriehoek: schrijf hem niet

Lezers smullen doorgaans van een liefdesdriehoek: twee mannen proberen dezelfde vrouw voor zich te winnen en zij kan niet kiezen. De liefdesdriehoek zit in veel verhalen en zorgt voor drama en romantiek. Bovendien is er ook meteen een subplot voor je verhaal. Dus waarom zou je geen liefdesdriehoek schrijven? Er zijn veel redenen…

Een liefdesdriehoek is een cliché

Zeg ‘liefdesdriehoek’ en je kan waarschijnlijk meteen een handvol verhalen noemen. Het principe is zo vaak gebruikt dat de definitie het complete plot en de plottwists vaak al verraadt. Als er één trope bijna standaard een cliché is, dan is dat de liefdesdriehoek.
In de standaarduitwerking ervan maken de mannen ruzie: wie verdient de affectie van de vrouw? Intussen wordt de vrouw hysterisch onder keuzestress. Als ze uiteindelijk kiest, blijft ze twijfelen. De mannen blijven indruk maken op de vrouw en de cirkel blijft zo eindeloos doorgaan. De omstandigheden verschillen per verhaal, maar de strekking is zelden anders.

Kijk eens in de spiegel en zeg eerlijk met wie je jezelf verder ziet leven. “IK WEET HET NIET!” Goh, wat een verrassing…

Een liefdesdriehoek schaadt personages en leidt af van het plot

Drie verliefde mensen maken nog geen liefdesdriehoek. De vrouw kan kiezen en een van de mannen met een gebroken hart achterlaten. De liefdesdriehoek is dat bekende recept van drama en romantiek. Het probleem is dat het vrijwel onmogelijk is om de liefdesdriehoek op de achtergrond te schuiven. De liefde(sdriehoek) is maar al te vaak het eerste en enige uitgangspunt van de interpersoonlijke relaties en de motieven van de personages.

Een Middeleeuwse liefdesdriehoek

Om duidelijk te maken hoe een liefdesdriehoek een heel verhaal kan blokkeren, volgt hier een voorbeeld van een liefdesdriehoek in de middeleeuwen.

Ridder Boudewijn maakt zich klaar voor de strijd. Hij trekt zijn wapenuitrusting aan terwijl het hele dorpsplein toekijkt. Dan ziet hij zijn geliefde Catharina in de menigte. Onmiddellijk gaat hij haar nog een laatste keer zoenen. En als hij Ansem ziet, gaat hij nog even met hem knokken. Over Boudewijns lijk gaat deze rivaal zijn jonkvrouw inpikken terwijl hij zijn leven waagt. Het dorp mag hopen dat Boudewijn de enige krijger van het dorp is die verwikkeld is in een liefdesdriehoek, anders zijn ze verloren….

Verliefdheid kan mensen (en dus ook personages) ontzettend in beslag nemen. Bij personages is er dan vaak geen ruimte meer om andere karaktereigenschappen uit te lichten. Misschien kan Boudewijn prachtig glasblazen. Maar als Catharina langsloopt, is hij dat talent meteen vergeten… Zolang Boudewijn en Catharina de hoofdpersonages zijn, zullen ze in een liefdesdriehoek eendimensionaal blijven en leert de lezer ze niet beter kennen.

Vechten Boudewijn en Ansem voor hun dorp, of voor Catharina?

Een liefdesdriehoek is vrouwonvriendelijk

In een liefdesdriehoek komen een aantal dingen opvallend vaak terug:
* Omdat de vrouw mooi is, worden de mannen verliefd op haar. Pas later leert de man (als dat al gebeurt) het karakter van de vrouw kennen.
* De mannen zijn de ‘redder’: soms is de vrouw in gevaar, andere keren voelt ze zich opgesloten in een levensstijl of sociaal systeem. In een gemiddelde liefdesdriehoek kan een vrouw daar niet uit ontsnappen. Ze is vaak de ‘jonkvrouw in nood’. Zelf vechten, ontsnappen of een ander plan bedenken doet ze vrijwel nooit zonder de hulp van een man.

Misschien vind je dit niet vrouwonvriendelijk. Dat kan. Toch geeft dit bepaalde boodschappen af:
* Vrouwen kunnen alles krijgen wat ze willen als ze mooi zijn. Dat is genoeg. Andere goede karaktereigenschappen als bijvoorbeeld moed, doen er niet toe.
* Een man krijgen is het belangrijkste (of enige) doel in het leven van een vrouw.
* Een vrouw heeft de hulp van een man nodig om zaken in gang te zetten, dat kan ze niet zelf.

Zo wordt de vrouw in de driehoek makkelijker een Mary Sue of een sexy lamp.

Wanneer werkt een liefdesdriehoek?

Een liefdesdriehoek kan werken. De theorie erachter is heel simpel: je moet liefde krijgen of liefde winnen niet het belangrijkste motief van de personages maken. Maar dat is moeilijk, vanwege eerdergenoemde bijkomende effecten van verliefdheid. Ik ken maar één liefdesdriehoek die goed werkt. Hij zit in de Disneyfilm De klokkenluider van de Notre Dame.

Esmeralda en Phoebus
Esmeralda, een Romani, komt eigenhandig in opstand tegen de onderdrukking van haar volk. (Yes, een dappere vrouw!). De soldaat Phoebus moet de Romani vervolgen, maar wordt verliefd op Esmeralda. Phoebus volgt zijn bevelen niet op. Vanwege zijn verliefdheid, maar ook omdat zijn morele kompas dat niet toelaat.

Quasimodo en Esmeralda
Quasimodo de klokkenluider zit al zijn hele leven in de Notre Dame opgesloten. Dat wil zijn voogd Frollo, dezelfde persoon die het bevel heeft gegeven voor de Romani-genocide. Quasimodo’s grootste wens is om een dag buiten de kerk onder de mensen te zijn. Als hij uiteindelijk ontsnapt, wordt hij gemarteld door het volk vanwege zijn mismaakte gezicht. Esmeralda stopt die marteling, schreeuwt letterlijk om gerechtigheid en toont respect voor Quasimodo als mens van vlees en bloed. Dat heeft Quasimodo nog nooit meegemaakt. Als dat geen reden is om verliefd te worden… Bekijk de scene hier.

Gezamenlijk doel
Esmeralda kiest uiteindelijk voor Phoebus, maar daarvóór verslaat het trio samen het regime van Frollo, waarna Quasimodo als held wordt onthaald en voortaan in vrijheid kan leven. Quasimodo en Phoebus kunnen samenwerken, ook al zijn ze rivalen zijn op liefdesgebied. Dat komt doordat hun belangrijkste doel hetzelfde is: vrijheid en gerechtigheid. Hierdoor worden de personages realistischer en krijgt het plot meer diepgang.

Quasimodo en Phoebus
Het is ook verfrissend dat de mannen elkaar menselijk blijven behandelen. Phoebus bewondert Quasimodo’s vriendschap jegens Esmeralda openlijk wanneer hij haar in de hoedanigheid van soldaat komt zoeken. Quasimodo geeft uiteindelijk zijn zegen aan de relatie van Esmeralda en Phoebus: Esmeralda heeft een man met een goed hart en hij heeft zijn vrijheid. Hij verlangt niets meer; hij heeft de vrijheid gekregen waar hij zijn hele leven naar verlangde. Bekijk de scene hier.

Voorwaarden van een respectvolle liefdesdriehoek

De theorie voor een goede en respectvolle liefdesdriehoek is heel simpel: romantiek mag niet op de eerste plaats staan. Je plot, personages en hun doelen én de interpersoonlijke relaties moeten daarnaast zowel realistisch als sterk zijn. Maar dat is lastig om te schrijven. Zolang je deze elementen niet allemaal goed kan samenvoegen en uitwerken, is mijn advies de liefdesdriehoek te mijden.

Wil je weten hoe je in jouw verhaal de liefdesdriehoek door een effectievere romance kan vervangen? Schakel mij in voor manuscripredactie via mijn webshop.