Als creatieve vrijheid dreigt te botsen met het plot: inleiding

Schrijven is heerlijk om te doen, omdat in je creativiteit de mooiste dingen kan vertellen. Maar die creativiteit heeft grenzen: om plezierig te lezen, moet een verhaal logisch blijven. Maar soms bedenk je een plot wat in eerste instantie niet logisch is. Gelukkig hoef je dan niet meteen je hele verhaal te parkeren. Als je verhaal niet realistisch is of lijkt, dan moet je het realistisch maken met een logica die passend is voor het verhaal. In deze post gaan we kijken wat je dan kan doen.

Wat is realistisch in een verhaal?

Ik schreef eerder dat je verhaal in de basis logisch moet zijn om nog te kunnen volgen. Toch valt niet te ontkennen dat er vele goede verhalen zijn, die in beginsel niet logisch of realistisch zijn of lijken. Denk aan:
* het complete fantasygenre
* verhalen met extreme vormen van toeval waar géén deus ex machina het werk lijkt te zijn
* waargebeurde verhalen waarvan je het plot niet zou geloven als je niet zou weten dat het echt gebeurd was.

De geloofwaardigheid binnen het fantasygenre is vrij makkelijk te verklaren: de lezer weet dat het genre aan elkaar hangt van dingen die niet kunnen, dus verwacht die er ook geen verklaring voor. Bij de andere twee punten is het resultaat logisch omdat het logisch wordt gemaakt. Daar gaat deze blogpost verder op in.

Je kan het zo gek niet bedenken…

…of het is al eerder bedacht of gedaan. Je zou ervan schrikken hoe vaak dit waar is. Bedenk een werkelijk idioot wereldrecord en het blijkt daadwerkelijk bestaan. Daar is het Guinness World Book of Records een mooi voorbeeld van. Of als je denkt de mens toch niet zó slim, vredelievend, wreed of…. kan zijn: die waren er.
* Denk aan mensen als Einstein, Gandhi, of de traditie om zoutzuur in het gezicht van je vrouw te gooien. Ja, als traditie… (In deze trailer van Woman krijg je het te zien en te horen. Waarschuwing: het is geen prettige aanblik…)

In zekere zin kan je zeggen: niets is te gek om geloofwaardig te zijn. Nogal een paradox, omdat sommige dingen toch te mooi/gek/ eng… blijven om waar te lijken. Als je een ‘te gek’ moment in je plot wil verwerken, dan kan dat dus vrijwel altijd, maar moet je dus zorgen dat dat om wat voor reden dan ook niet meer te gek lijkt.

Iets te geks logisch maken

Een te gek gegeven kan je logisch maken door goed gebruik te maken van verschillende factoren zoals:
* eigenlijke gebeurtenissen
* het karakter van je personage
* beweegredenen van je personage
* sfeeromschrijvingen
* een samenhang van dingen die vaststaan
* een butterflyeffect

meestal vormt een optelsom van deze factoren een verklaarbaar resultaat.

Laten we een veelgebruikte trope van de onmogelijke/verboden liefde eens bekijken. Die klinkt waarschijnlijk ontzettend cliché en zoetsappig. Dat komt omdat die trope vaak voorkomt in het romantische genre en dat dat genre eist dat het stel met elkaar eindigt. De reden dat die verhalen vaak flinterdun zijn, is omdat die eis het enige doel van het boek lijkt te zijn. “Logica? Laat maar. Het moet een verhaal zijn wat lekker wegleest. De logica zou dat verpesten.” Dat is niet waar, maar de romantische verhalen worden vaak geschreven met kwantiteit boven kwaliteit als devies. En dan moet logica helaas sneuvelen.
Kortom: als je iets geks of zeer onwaarschijnlijks schrijft, is het de bedoeling dat je je kop erbij houdt en je schrijfkwaliteit voorop stelt om te voorkomen dat het verhaal flinterdun, cliché, ongeloofwaardig of dertien-in-een-dozijn wordt.

Laten we zeggen dat een jonge Nazisoldaat verliefd moet worden op een jonge Jodin die hij op straat tegenkomt en daardoor de wapens neerlegt. Niet echt geloofwaardig, omdat hij haar al moet arresteren voordat hij daar de kans toe krijgt. Het romantisch genre heeft dat snel opgelost: de Jodin is een prachtige vrouw, de pijlen van Cupido doen hun werk en na enkele worstelingen is de rest geschiedenis. Ik vind het idee van liefde op het eerste gezicht schadelijk voor een fatsoenlijke verhaalopbouw, zoals je hier al kon lezen.

Je zal veel van de eerder genoemde factoren moeten gebruiken om het verhaal nog enigszins leesbaar en niet suikerzoet te maken. Daarover schrijf ik in blogpost van volgende week; die uitleg verdient meer dan een vlugge honderd woorden.

Waargebeurde verhalen logisch laten overkomen

Als een verhaal van ongeloofwaardigheden aan elkaar hangt, maar echt zo is gebeurd, dan heb je weinig tot geen creatieve vrijheid als je het verhaal trouw wil blijven.
Ik ben de titel van de film helaas vergeten, maar ik las ooit een filmrecentie die het plot van een op waarheid gebaseerde film samenvatte als:

Zo bizar dat het wel waargebeurd móet zijn.

Lees: dit kun je eenvoudigweg niet verzinnen, omdat het plot uitgaat van een kans op een op de negenhonderdmiljard/ tenzij je een psychopaat bent/ omdat het plot uitgaat van butterfly effect met twintig schakels, waar zelfs ’s werelds grootste fantast er hoogstens veertien zou kunnen verzinnen…
Als van jouw waargebeurde verhaal het woord ‘bizar’ zowel het plot, thema, conflict en titel zou kunnen vormen en je de nieuwe Franz Kafka lijkt te zijn, dan mag je erop rekenen dat de lezer het bizarre in het boek in die extreme vorm gewoon voor lief neemt. Ergens weet de lezer ook wel dat er een moment waarop verklaringen, hoeveel je die ook zou hebben, niet zouden voldoen om het verhaal nog logisch te maken.

Samenhang van logica zoeken

Volgende week ga ik zoals gezegd een uitgebreide casus schrijven om te laten zien hoe je iets zeer onwaarschijnlijks logisch kan laten lijken. Maar dit is alvast een regel: in alle afzonderlijke factoren die je gebruikt, moet iets klein en logisch beginnen, waarna je dat vervolgens langzaam maar zeker groter maakt, zodat het groteske ervan niet uit de lucht komt vallen. Vervolgens bedenk je hoe deze afzonderlijke factoren en dat grote ervan samen een logisch geheel kunnen vormen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Nick Fewings op Unsplash.

Wat mag je open laten als je een open einde schrijft?

Als je een verhaal schrijft zonder een duidelijk antwoord op belangrijke vragen in het verhaal, heb je een open einde. Een open einde geeft de lezer de mogelijkheid zijn eigen fantasie op een verhaal los te laten, maar kan het verhaal ook spannend maken. Toch mag je niet zomaar alles open laten in je boek. Hoe weeg je af wat je invult en wat je openlaat?

Invullen of openlaten

Het kan een groot verschil maken of je iets openlaat of invult voor de lezer. Ongetwijfeld heb je zelf eerder een boek met een open einde gelezen waarvan je het gevoel kreeg dat er iets belangrijks nog niet was onthuld. Of het omgekeerde: je kwam in de wrap-up een stukje informatie tegen waarvan je dacht ‘Nou en?’ of ‘Dat is precies het tegenovergestelde van hoe ik het verhaal al die tijd had geïnterpreteerd. Ik vind het niet passen.’ Waarschijnlijk kelderde je leesplezier in die paar laatste minuten enorm. Hoewel je dit niet voor iedere individuele lezer kan voorkomen, kan je de kans daarop wel verkleinen.

Wat moet duidelijk zijn aan het einde van je boek?

Er zijn verschillende dingen die je kan doen om een open einde te rechtvaardigen en in goede banen te leiden. De belangrijkste vraag die je jezelf daarvoor moet stellen is: wat is belangrijk voor mijn verhaal? Denk daarbij aan de basis die een verhaal of een personage überhaupt nodig heeft om interessant te zijn. Hoewel er meerdere dingen te benoemen zijn, zijn de volgende zaken belangrijk om te bepalen hoe je einde eruit gaat zien.
* Het verhaalthema
* Het centraal conflict
* Het willen en nodig hebben van je personage
* De grootste angst van je personage
* De grootste leugen van je personage

Deze elementen zijn belangrijk voor het bepalen van je open einde. Niet alleen omdat ze een belangrijke drijfveer van je verhaal an sich vormen, maar ook omdat deze zaken zich op verschillende manieren kunnen manifesteren. Sterker nog: je hebt verschillende opties die geen van allen het enige juiste antwoord zijn. Stel dat je verhaalthema eenzaamheid is en je personage zowel vrienden wil als die nodig heeft. Dan heb je een narratief acceptabel einde als hij eenzaam en alleen in een gevangenis sterft, maar ook als hij een gezin sticht en een bloeiend sociaal leven krijgt. Beide opties hebben met eenzaamheid te maken, het zijn alleen twee (extreem) andere kanten van dezelfde medaille.

Maatwerk leveren voor het open einde

Je zal vast begrijpen dat je over bepaalde zaken uitsluitsel moet geven bij een open einde. Als de lezer geen flauw benul heeft of de eenzame held ooit nog vriendschappen sluit, is dat geen prettig einde. Maar je kan wel openlaten of er nog een vriendschap in het verschiet ligt als je laat doorschemeren dat de held daar nu in ieder geval de sociale vaardigheden voor heeft aangeleerd. Dan geef je de lezer de mogelijkheid om zelf een einde te bedenken, met een basis om op terug te vallen.

Je lezer kan fan zijn van een open einde of niet, maar als je die echt niets geeft om op terug te vallen, dan irriteert dat altijd.

Omdat ieder verhaal uniek is, is daar een inhoudelijk afvinklijstje daar niet of nauwelijks voor te geven. Wat je wel kan doen is de zaken uit de vorige alinea één voor één terugbrengen naar een enkel kernwoord of korte zin. Dan heb je al duidelijker voor ogen waar het om draait. Als vanzelf kan je ook duidelijker krijgen wat je open mag laten, of waar je echt enig uitsluitsel over moet geven om het einde niet als een groot gat te laten voelen voor de lezer.

Voorbeeld: criteria voor een open einde bepalen

De welbekende ridder gaat op pad om de draak te verslaan en de prinses te redden. Gegeven bij ons verhaal is:
* verhaalthema: moed
* centraal conflict: de ridder moet sterk genoeg worden om de draak te verslaan
* willen en nodig hebben van de ridder: de ridder wil bejubeld worden door het hele land. Hij heeft het nodig dat iemand hem ziet staan
* grootste angst van de ridder: als lafaard worden bestempeld
* grootste leugen van de ridder: ik ben niet bang

De clichéafloop met de prinses als sexy lamp kennen we allemaal. Wat als we bepaalde zaken open laten voor de lezer? Je zou kunnen zeggen dat iedere afloop beter is dan het welbekende cliché, maar dat is niet zo. Als je te veel of de verkeerde dingen openhoudt, heb je alsnog een slecht verhaal. Laten we per criterium eens bekijken wat moet en wat mag bij het einde van dit verhaal.

* verhaalthema: het is al moedig dat de ridder de draak wil verslaan. Kan je er nog iets bij bedenken wat voor de ridder persoonlijk moedig is om te doen? Geef daar dan uitsluitsel over of een duidelijk uitgangspunt voor.
* centraal conflict: maak duidelijk of de draak wordt verslaan. Je mag open laten of de ridder met de prinses gaat trouwen, maar de draak moet al dan niet verslagen worden.
* willen en nodig hebben van de ridder: de prinses en het land mogen hem al dan niet als held bestempelen en je mag openlaten wat zijn (gebrek aan) heldenstatus oplevert. Maak wel duidelijk hoe het zelfbeeld van de ridder aan eind van het verhaal ervoor staat.
* grootste angst van de ridder: komt deze al dan niet uit? Je mag openlaten hoe het letterlijke verhaal verdergaat, je moet duidelijk maken hoe de ridder daarop reageert en hoe dat (grofweg) zijn verdere leven zal beïnvloeden.
* grootste leugen van de ridder: als deze in het plot is uitgekomen, doe je er goed aan om grofweg weer te geven wat voor gevolgen dat heeft of houd. Zo niet, dan kan je hinten dat dat gevolgen heeft en dat open laten, of je kan deze grootste leugen alsnog negeren.

Dit geeft hopelijk wat meer houvast voor het schrijven van een open einde. Volgende week post ik een schrijfoefening om je te helpen de gevolgen van een open einde wat helderder te krijgen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zaaien en oogsten: subtiel en pakkend schrijven

Zaaien en oogsten is een van de manieren om je lezer helemaal in je verhaal mee te nemen. Je geeft ergens bijna achteloos iets prijs, om dat later te herhalen voor een emotioneel effect. Of je laat je personage iets ‘nutteloos’ leren om daar vervolgens de wereld mee te redden.

Wat is zaaien en oogsten bij creatief schrijven?

Om de lezer in je verhaal te zuigen moet je die betrekken bij je verhaal. Dat kan op veel verschillende manieren. Interessante personages schrijven, herkenbare momenten schrijven, of door zaaien en oogsten.
Zaaien en oogsten is het principe van relatief subtiel ergens in het verhaal enkele dingen naar de voorgrond te halen, om hetzelfde later in de grote schijnwerpers te zetten. Enkele voorbeelden:

ZaaienOogsten
Een kindje zegt: tijdens het spelen een keer trots tegen opa: ‘Mijn teddybeer beschermt me tegen alle kwaad.’Het kindje geeft Teddy aan opa wanneer er kanker bij hem wordt geconstateerd. Zo kan hem niks gebeuren.
Een vrouw woont een karateworkshop bij, omdat zij en haar vriendinnen eens een keer iets ‘out of the box’ willen doen als meidenuitje.De vrouw kan haar overvaller zes weken later een flinke karatetrap verkopen.
Na een marathon van Koreaanse series kent een tienermeisje de zin ‘Kan ik helpen?’ in het Koreaans.Als een Koreaan in de stad slachtoffer is van racisme, kan het meisje het slachtoffer in diens moedertaal benaderen.

Zaaien kan grote gevolgen hebben voor het plot, zoals bij de overval. Andere keren betaalt het effect zichzelf vooral emotioneel uit, zoals bij de teddybeer. Soms is datgene wat wordt geoogst, relatief eenvoudig. De Koreaan en het meisje houden er niet meteen een levenslange vriendschap aan over. Maar wat het effect van het oogsten ook is: zonder het zaaien zou het oogsten minder effect hebben of zelfs niet kunnen.

Waarom moet je zaaien bij creatief schrijven?

Neem de jonge vrouw die karate kent. Je hoeft haar niet op karakteles te laten gaan, maar ze moet wel blijk geven van fysieke dosis kracht en/ of lef. Stel je voor dat ze bang en zwak is en ze de overvaller alsnog te grazen neemt. Zowel haar vrienden als de lezer zullen dan denken: “Wauw, dat had ik niet achter je gezocht.” Het verschil is dat haar vrienden trots zullen zijn, maar de lezer met de ogen gaat rollen; dit is een Deus ex-machina.
Het is belangrijk om te weten dat zaaien niet meteen complete scènes in beslag hoeft te nemen. Sterker nog, het werkt vaak goed als het ‘tussen neus en lippen door’ gebeurt. Laat de vrouw een keer haar vader tegenspreken, vervolgens nog een keer een zware doos of tillen en voilà: een sterke, mondige vrouw!

Voordelen van zaaien en oogsten ten opzichte van een formule volgen

Als je goed zaait en oogst, zet je dus relatief subtiel iets in gang. Daarvoor moet je dus goed kijken naar wat er bij jouw verhaal past. Een formule volgen en dan succesvol zaaien en oogsten is veel moeilijker, omdat bij een formule meer van een groot geheel dan van de details uitgaat. Lees deze post en kijk naar de bijbehorende afbeelding. Vergis je niet: Nicholas Sparks doet niet aan zaaien en oogsten door een verboden liefde alsnog te laten werken, ondanks de tegenslagen. Dat is niet wat zaaien en oogsten inhoudt.
Neem The Notebook: Noah en Allie zijn als tieners verliefd geworden en ondanks obstakels alsnog met elkaar getrouwd. Nu heeft Allie Alzheimer en herinnert ze zich Noah niet meer. Maar Noah heeft hun romance in een dagboek genoteerd. Zo nu en dan herinnert Allie zich haar man weer als hij haar zijn herinneringen voorleest.
Maar dit dagboek wordt nergens echt gebruikt in de film. Er wordt enkel en alleen uit voorgelezen. Als Allie zich nu iets herinnert, is dat alleen vanwege het idee dat liefde alles overwint. Niet vanwege het principe van zaaien en oogsten. Dat is jammer, want er valt veel uit te halen, nog buiten het feit dat Allies heldere momenten dan ook daadwerkelijk ergens op terugslaan.

* Laat de verplegers aan Allie vragen of ze dat dagboek ooit gezien heeft. “Vroeger was je daar zo zuinig op…”
* Laat het dagboek in een scènes terugkomen als Noah en Allie nog jong zijn. In plaats van 365 brieven te schrijven, had Noah ook kunnen zeggen dat hij jarenlang zijn hart uitstortte in een dagboek.
.* Laat Noah het verstoppen en Allie het vinden, waardoor ze later niet alleen het fysieke boek, maar ook passages herkent.
* Jonge Allie kan het dagboek opgestuurd hebben gekregen van de jonge Noah. Als zij het dan jarenlang voor haar ouders heeft moeten verstoppen, is dat niet alleen mooie symboliek – ze moet ook haar liefde voor Noah verbergen- maar dan krijgt oude Allie in ieder geval een helder moment wat logisch te herleiden is als ze het dagboek weer ziet.

Zie je de voordelen? Als je niet klakkeloos een formule volgt, maar de unieke details het werk laat doen, blijkt dat de schrijver ook moeite heeft gedaan om de personages te leren kennen. Een ‘spontaan’ helder moment bij dementie is aandoenlijk, maar het is zoveel mooier als er ook nog iets achter zit wat de personages ervoor hebben moeten doen, of meegemaakt. Bovendien beloon je de lezer als die zaait: “Je bent bij de les gebleven en daarom mag je nu genieten van het emotionele effect van de blijdschap/opluchting/ het warme gevoel dat het zaaien je geeft.”

Zaaien en oogsten: kort en krachtiger

Zoals je misschien al hebt gezien, is zaaien en oogsten in zekere zin een show don’t tell. De vrouw die eerst een grote mond opzet is een voorbode in show don’t tell vorm gegoten: deze vrouw is niet bang aangelegd. Daarna tilt ze een zware doos op: ze is sterk. Deze voorbeelden zou je kunnen zien als oneliners; aan dat soort voorbeelden besteed je geen handvol alinea’s. Deze korte ‘zaadjes’ zijn doorgaans effectief, omdat het alternatieve uiterste vaak geforceerd overkomt. Als je je heldin ieder hoofdstuk voor de zwakkeren op laat komen, of haar een bodybuilder maakt, is een overvaller afweren niet indrukwekkend meer, Je lezer zou dat zelfs als cliché kunnen zien. Korte zaadjes vallen niet zo (duidelijk) op, waardoor het oogsten logisch en natuurlijk overkomt, zonder meteen te lezen als een sarcastisch ‘Goh, dat zagen we echt niet aankomen…’

Hier schrijf ik hoe je zaaien en oogsten in de praktijk kan brengen.

Foto door Jametlene Reskp op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Het plot van een verhaal uitdenken

Het plot is een van de belangrijkste dingen in een verhaal. Daarom moet je het goed uitwerken. Maar voor je het kan uitwerken, moet je het uitdenken. Dat voorkomt een hoop schrapwerk en zorgt ervoor dat je een plottwist tijdig goed in de steigers hebt staan.

Wat voor plotschrijver ben je?

Er is geen perfecte manier om te beginnen met schrijven. Sommige schrijvers plannen alles tot in de puntjes voordat ze beginnen met schrijven. Anderen schrijven de grote lijnen uit en zien wel waar het schip strandt zodra ze met schrijven beginnen. Maar zelfs de schrijvers van de laatste categorie doen er goed aan om het een en ander uit te werken voor ze starten met een verhaal neerpennen. Het is een ding om aan versie negentien van hoofdstuk een te beginnen omdat je alwéér een geniale ingeving hebt gekregen. Het motiveert een stuk minder als versie twintig van hoofdstuk een voor je ligt omdat je opnieuw alles in je plot moest bijschaven…

Wat maakt een plot?

Personages, subplots, verhaalthema’s, interpersoonlijke relaties, heldenreizen, wetten van je worldbuilding… eigenlijk maakt alles wat deel uitmaakt van je verhaal deel uit van je plot. Dat zou in ieder geval moeten, want alles wat niet bijdraagt aan het plot – in grote of kleine vorm- is vrijwel altijd verspilling van woorden. Die soort zaken moet je dus schrappen. Maar als je nog niet weet wat er komen gaat, hoe weet je dan wat er in ieder geval zeker moet worden uitgedacht, uitgewerkt en opgeschreven?

Verhaalthema of moraal

Je kan met een verhaalidee beginnen waar je maar wil. Misschien zie je mooie bergen voor je en is dat de plaats waar je jouw nieuwe verhaal wil laten afspelen. Of ben je geïnteresseerd in de luchtvaart en wil je daarom van je hoofdpersonage een piloot maken. Maar zodra je je gaat bedenken wat belangrijk is om globaal uit te werken, kijk dan niet verder dan je verhaalthema of moraal. Dit is namelijk het kort en krachtige: als het erop aankomt, gaat mijn boek over X. Bijvoorbeeld:
* liefde
* familie is belangrijker dan vrienden ( of andersom)
* reizen maken
* iemand die vanuit armoede in de Quote 500 belandt

enzovoorts, enzovoorts. Waarom is dit het belangrijkste? Omdat een thema of moraal een verhaal aan elkaar breidt en een logisch geheel van allerlei losse elementen maakt. Het verhaalthema is een soort butterfly-effect, maar dan zonder de chaos. (Het butterfly-effect wordt ook wel de chaostheorie genoemd.)
Waar een ‘traditioneel butterfly-effect’ over oorzaak en gevolg, gevolg en nog meer gevolg gaat, is een verhaalthema als het ware datgene waar alles terug naar toe gaat. Terug naar de oorzaak. Een voorbeeld:

Je schrijft over een gebroken gezin. Het eerste waar je aan denkt is misschien een scheiding. Maar als een gezin gebroken is -al dan niet door een scheiding- kom je onherroepelijk ook zaken als verdriet, verwarring, ruzie en eenzame momenten tegen. Zodra je weet wat er aan de basis van je verhaalthema ligt, kan je vandaaruit van alles en nog wat verzinnen. Of liever, dan is de kans groot dat het als vanzelf komt bovendrijven.

Het hoofdpersonage en de heldenreis

Als je weet dat je over een gebroken gezin gaat schrijven en weet wat onderliggende subthema’s zijn, komt het hoofdpersonage vaak in ruwe schetsen al naar voren. Het moet ellende meemaken. En, omdat een held een centraal conflict nodig heeft om te groeien, blijft dat altijd in hetzelfde straatje van het verhaalthema. Je personage zal bijvoorbeeld een groeiproces doorgaan wat betreft omgaan met verdriet. Dat is een logisch voortvloeisel uit het thema van een gebroken gezin. Misschien bedenk je dan als vanzelf ook dat het personage eerder introvert is dan extravert. Zo kan je langzaam maar zeker een personagebiografie beginnen te maken.

Subplots en medepersonage als spiegels

Je subplots en medepersonages zijn sterk op het moment dat ze als een spiegel werken van het verhaalthema en/of je hoofdpersonage. Bijvoorbeeld:
* is je held verlamd door schaamte over een gebroken gezin? Laat zijn beste vriend zijn baan verliezen. (Lees: er is ook iets gebroken, en er komt ook verlies, verdriet en verwarring bij kijken.)
* Als je held moet leren om met verdriet om te gaan, komt hij mensen tegen die ook verdriet hebben gehad. Deze mensen zijn ook aan het leren om met verdriet om te gaan, of kunnen dat al.
* Als je thema verslaving is, kan je hoofdpersonage aan de drugs zijn. Een ander personage is ook verslaafd, maar wel aan iets wat minder opvalt, omdat de maatschappij die verslaving wat meer accepteert. Denk aan werkverslaafd, of verslaafd aan de smartphone.

Plottwist: zo kan het ook

Omdat een plottwist hints moet geven om goed te werken, moet je die vooraf in je opschrijfboekje goed uitwerken. Bedenk tijdens het uitdenken van een plottwist dat die het thema naar voren moet laten komen in een vorm die de lezer niet verwacht. De twist moet een gevoel opleveren dat zegt: ‘zo kan het ook’. Deze zin betreft dan wederom het verhaalthema of het moraal. Wat voorbeelden:
* Het thema is ouderschap:
Je hoofdpersonage heeft al heel lang problemen met zijn vader en heeft daardoor nooit een echt vaderfiguur gehad. Plottwist: uiteindelijk vindt je personage het langverwachte vaderfiguur in zijn nieuwe baas, met wie hij een fijne band opbouwt. Nee, de baas is niet de biologische vader, maar hij vervult wel een vaderrol. “Zo kan het ook.”
* Het thema is liefde:
Iemand doet alle moeite om de ware te vinden, maar dat lukt maar niet. Dan gaat diegene in een kinderdagverblijf werken, waar er eindeloze liefde voor en van de kinderen aanwezig is. Het is geen romantische liefde, maar het is liefde in een andere vorm. “Zo kan het ook.”

Dit is óók liefde. Als je je laat beperken tot gebruikelijke definitie van liefde die naar romantiek verwijst, kan je jezelf en daarmee je verhaal enorm beperken. Bedenk bij een verhaalthema wat het nog meer kan betekenen dan het eerste beeld dat in je opkomt. Dan zijn subplots en plottwists een stuk makkelijker te bedenken.
Foto door Kateryna Hliznitsova op Unsplash.

Als je deze zaken in het achterhoofd houdt, wordt de kans dat je je complete verhaal om moet gooien een stuk kleiner. Ga zelf maar eens aan de slag met deze tips om zo ook te knutselen met je worldbuilding, subplots, scènes en karakterrtrekken van je personages.

Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Zo wordt koppelen in een verhaal een absolute doodsteek

Of het nu een liefdesverhaal is of niet, in bijna elk boek komt er wel een romantisch koppel voor. Het lijkt bijna een ongeschreven regel dat er mensen verliefd moeten worden. Daarom kan je de aandrang voelen om personages te gaan koppelen, ook al passen ze misschien niet bij elkaar. Waarom is dat het laatste wat je moet doen?

Ko en Koosje Koppel

Om makkelijker te kunnen uitleggen (en ook omdat het lekker maf klinkt 😉 ) noem ik de slachtoffers van een geforceerde koppelpoging in deze blogpost Ko en Koosje Koppel.
Ik heb ze in mijn fictieve verhaal op een feestje aan elkaar voorgesteld en de koppelaar loopt om de tien minuten van de een naar de ander:
“En Koosje, vind je niet dat Ko een indrukwekkende baan heeft?”
“Ko, wist je al dat Koosje ontzettend bekwaam is in handboogschieten? Jij houdt toch van dames met talent?”

In het echte leven zou je als toeschouwer – ook bij subtielere voorbeelden- van plaatsvervangende gêne in elkaar krimpen en bij een verhaal is dat niet veel anders. Maar waarom niet?

Liefdesdriehoek

Iedereen die ooit een romantisch drama heeft gelezen kent de liefdesdriehoek. Die kan een heel verhaal opslokken. Hoewel dat niet altijd het geval is bij een geforceerd koppel, gaat daarbij ook aandacht naar romance, terwijl die ergens anders naartoe hoort te gaan. Niet alleen komt koppelen over als iets dat overbodig is voor het eigenlijke verhaal, het leidt ook nog eens af van belangrijke(re) zaken in het plot. En dan ook nog eens afleiding in de vorm van het thema verliefdheid. Goh, dat hebben we nog nooit gelezen… Een cliché ligt hier op de loer.

Eigenschappen van personages

Koosje is een fervent handboogschutster, maar Ko is een no-nonsense zakenman die stiekem geïntimideerd wordt door vrouwen die niet meteen traditioneel zacht zijn. Geef Koosje dan maar een hobby die te maken heeft met een mogelijk wapen… Dat gaat hem niet worden. Ko en Koosje Koppel zijn als het goed is (enigszins) belangrijke personages voor het verhaal. Zelfs de schrijvers die koste wat kost liefdespaartjes schrijven, weten dat de lezer Ko en Koosje meer dan oppervlakkig moet kennen, wil het hem überhaupt wat kunnen schelen of ze met elkaar eindigen of niet.

Als je geforceerd gaat koppelen, riskeer je dat alles wat je geschreven hebt over Ko’s succesvolle bedrijf of Koosjes weg naar de kwalificatie voor het WK handboogschieten wordt afschildert als onbelangrijk. Waarom zou je in de rest van het boek dan nog zoveel moeite doen om dat nauwkeurig uit de doeken te doen?
Goede koppeltjes werken omdat hun karaktertrekken, interesses en persoonlijkheden gedurende het verhaal zichtbaar op elkaar aansluiten. Als je pretendeert dat die elementen van je personages onbelangrijk zijn, doe je je personages vreselijk tekort.

De eigenschappen van je personage negeren tijdens het vormen van een potentieel koppel, is net zoiets als iemands cv uit het raam gooien tijdens een sollicitatiegesprek: het slaat nergens op en het kan het verdere proces vermoeilijken. Foto door Van Tay Media op Unsplash

Verhaalthema

Ko en Koosje Koppel zijn doorgaans belangrijke subpersonages, maar niet de hoofdpersonen in een verhaal.
Ook al is je verhaalthema liefde of romance, dan nog zijn Ko en Koosje niet de voornaamste personages om dat thema uit te dragen, maar de hoofdpersonen. Als je thema iets anders dan liefde of romance is, is het al helemaal misplaatst om Ko en Koosje (nog) per se te gaan koppelen. Stel dat je thema verslaving is. Wat heeft dat nog met liefde(skoppeltjes) te maken? Dat zou net zo gek zijn als wanneer je in een verhaal over een onderzeeër nog een subthema over dinosauriërs in je verhaal zou verwerken.

Centraal conflict

Hoewel Ko en Koosje Koppel als subpersonages niet het gewicht van het hele verhaal op hun schouders dragen, zijn ze wel belangrijk genoeg om als driedimensionale personages uit te werken en als zodanig aan je lezer voor te stellen. Hier komen twee belangrijke regels om de hoek kijken:
* Subpersonages voelen zich de held van hun eigen verhaal, niet een subpersonage in het verhaal van de held.
* Iedere held heeft een eigen centraal conflict.

Voor Ko en Koosje betekent dat dus dat zij als belangrijke subpersonages ook eigen worstelingen hebben. Die komen niet zo duidelijk naar voren als die van de held, maar je zal wel de nodige tijd moeten besteden aan het feit dat Ko zich voorbereidt op een belangrijke vergadering. Of dat Koosje in paniek schiet als ze net voor een belangrijke handboogwedstrijd een blessure oploopt. Dat is nodig om ze driedimensionale personages te maken, in plaats van figuranten.
Stel je nu eens voor dat je het centrale conflict van de held van je verhaal volledig aan de kant schuift om hem maar gekoppeld te krijgen. Dan houd je niet veel van een (interessant) verhaal over… Datzelfde principe gaat op voor Ko en Koosje Koppel.

Ko en Koosje Koppel denken dat ze hun eigen spreekwoordelijke verhaal schrijven, niet dat ze spelen in dat van een ander. Dat principe moet jij aanhouden in hun uitwerking. Foto door Content Pixie op Unsplash.

Wrap up

De wrap up is het punt in het schema van save the cat waarop je je verhaal afrondt. Hier worden vaak nog mensen gekoppeld. Dat geeft dan nogal eens een toon die leest als: ‘Trouwens, Ko en Koosje worden ook nog verliefd.’ ‘Trouwens’ vat samen waarom dat dat niet wenselijk is voor een goedlopend verhaal. Een goede wrap up geeft namelijk een soort samenvattende oorzaak-gevolg aan van het hele verhaal. Denk aan en ze leefden nog lang en gelukkig in sprookjes. De hoofdpersonages kunnen lang en gelukkig verder leven, omdat ze samen al gelukkig waren, maar het gevaar is geweken nu de boze wolf dood is.
Voeg een ‘trouwens’ toe in de wrap up en je benoemt iets uit het subplot, terwijl je in die laatste pagina’s het hoofdplot dient af te sluiten.
Soms kan je een element uit het subplot benoemen, zonder dat het storend is: Het jongste van de zeven geitjes werd later een klokkenmaker. Hier zou het werken, omdat gedurende het verhaal er (symbolische) verwijzingen zijn naar het jongste geitje en diens band met klokken. Maar als Ko en Koosje Koppel toch al niet op de voorgrond stonden in het verhaal en hun (gebrek aan) romance inhoudelijk weinig aan het hoofdplot toevoegde, komt hun ‘trouwens-verliefdheid’ erg geforceerd over.

Soms ontkom je er niet aan en moet je personages koppelen. Hier lees je hoe je dat op een goede manier kan doen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Wat en waarom: twee woorden voor een pageturner

Een pageturner schrijven klinkt als een droom. Maar wel een die moeilijk te verwezenlijken is. Toch kom je met de vragen: ‘Wat?’ en ‘Waarom?’ al een heel eind. Als je lezer een van deze twee vragen kan stellen, zit die op het puntje van de stoel.

Wat moet een goed boek bieden?

Iedere lezer wil met een fictief verhaal mee op ontdekkingstocht worden genomen. Komt de lezer erachter wie de moord heeft gepleegd? Of het stel met elkaar zal eindigen? Wat die buitenaardse wezens van plan zijn met onze planeet? Het kan zelfs zo simpel zijn als: ‘krijgt het personage zijn droombaan?’ Maar hoe dan ook moet je je lezer samen met het hoofdpersonage laten ontdekken hoe het verhaal zich ontvouwt. Een lezer leest om achter een bepaald verloop van zaken te komen. Dat belooft een verhaal dat zich langzaam ontvouwt, in plaats van een feit. Als jij simpelweg zegt: “De butler heeft het gedaan!” is daar niets leuks aan. Het wordt pas leuk als je als lezer langzaam maar zeker die puzzelstukjes kan verzamelen, de butler leert kennen, de geschiedenis van de rijke oude dame die is vermoord, enzovoort.
Verhalend en verhaal lijken qua woorden niet voor niets zoveel op elkaar. Al ‘verhalend’ wil je lezer achter een verhaal komen. Die ontdekkingsreis moet dus in gang worden gezet en voort blijven duren om tot een mooi verhaal te komen.

De ontdekkingsreis gaande houden

Bij een pagetuner is de lezer zo bij je verhaal betrokken dat die niet kan wachten om de reis voort te blijven zetten. Vergelijk het met het beklimmen van een berg, waarbij de top bereiken het einde van je boek is. Bij een pageturner maak je het vooruitzicht om de bergtop te bereiken zo aanlokkelijk voor de lezer dat die zonder pauze naar de top blijft lopen. ‘Die boterhammen die ik voor een pauze had ingepakt, wachten maar: die eet ik op de top wel op. Ik ben veel te benieuwd naar die top om dat moment nog een extra kwartier uit te stellen, alleen omdat ik mijn bammetjes wil eten…’

Ja, dit is een geweldige picknickplek. Maar kijk die bergtop eens…. Je wil toch liever de top van de wereld staan? Inpakken die bammetjes en doorlopen 😉

De top van de metaforische kan berg soms nog ver lijken (bij de bovenstaande foto zou je echt nog heel wat uurtjes moeten lopen…) Een boek uitlezen is net zo: je hebt nog meerdere honderden pagina’s en meerdere uren te gaan. Je moet er dan voor zorgen dat die honderden pagina’s geen lange of zware opgave lijken. Dat doe je door de lezer altijd met een vraag bezig te laten zijn. Om nog een laatste keer de bergmetafoor te gebruiken: zorg voor een afwisselend en interessant uitzicht om de (lange) weg naar de top ook onderweg dragelijk en leuk te houden.

De vragen achter ‘wat?’ en ‘waarom?’

Wat en waarom zijn toverwoorden, omdat ze je lezers altijd bij de les houden en hen laat uitkijken naar een nieuwe onthulling. ‘Wat?’ is belangrijk, want daarmee vraagt de lezer zich af dan af: ‘Wat is er aan de hand?’ en dat antwoord wil hij weten!

Een echtpaar komt thuis en ziet chaos. De vaas met bloemen is kapot gevallen. Glasscherven en tulpen liggen over de vloer verspreid. Er ligt een stoel naast waarvan de poot is afgebroken en alle keukenkastjes zijn opengetrokken. Her en der liggen er voedselresten en verpakkingen op de grond.
Dit is geen normale situatie, dus de lezer vraagt zich dan af: “Wat is er aan de hand?”
En omdat de lezer (nog) van niks weet, kan er van alles en nog wat aan de hand zijn:
* Was een dronken puberdochter afgelopen nacht aan het feesten?
* Heeft de oppas haar baan niet goed gedaan en hebben jonge kinderen deze chaos aangericht?
* Is er een -hetzij onvoorzichtige- inbreker in huis geweest?

Omdat de situatie ongewoon is en er meerdere opties mogelijk zijn, zal je lezer verder willen lezen om op zoek te gaan naar het antwoord op de wat-vraag. Dan heb je je lezer alweer een pagina laten omdraaien (the page has been turned 😉 )
Na die ene bladzijde komt je lezer erachter dat er sprake was van de dronken puberdochter. Maar ja, je eigen huis slopen en dan de boel de boel laten tot je ouders dat zien… Die zullen een rolberoerte krijgen. Dus dan komt het waarom: waarom ruimt de dochter die troep niet op? Ook daar zijn verschillende oorzaken voor te bedenken:
* Ze was te dronken om nog zo rationeel na te denken;
* Ze is een verwend nest dat van de huishoudster verwacht dat ze die rotzooi binnen een minuut voor haar opruimt.

Het boeketje staat er niet meer zo mooi bij als op deze foto, dus dan vraag je jezelf vanzelf af: Wat? en Waarom?

Met deze openstaande waarom-vraag zal je lezer weer verder willen lezen. Dat antwoord komt niet veel later: ze was echt te ver heen om nog fatsoenlijk na te kunnen denken.

Op dit moment is het de truc om je lezer nog steeds in afwachting te laten. Stel opnieuw een wat-vraag of een waarom-vraag. Hier is geen goed of fout. Maar stel een van de vragen en weet dat je keuze verder bepaalt welke richting je verhaal neemt.
Stel je de wat-vraag: ‘Wat voor straf gaat ze nu krijgen?’ dan maak je je klaar voor een gezinsruzie die waarschijnlijk relatief kort duurt. De waarom-vraag is vaak al diepzinniger: waarom zuipt deze meid zich zo klem? Omdat ze nou eenmaal een puber is, of omdat ze haar verdriet wegdrinkt over de slechte relatie die ze met haar ouders heeft? Als dat laatste het geval is, heb je weer een wat-vraag: ‘Wat is er dan aan de hand dat de situatie zo erg is?’

Het is inschatten wanneer je dieper moet gaan met ‘waarom?’ en wanneer je het even eenvoudig moet houden met ‘wat?’ maar als je je lezer altijd een van deze vragen te stellen geeft, zal die je verhaal interessant blijven vinden.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een gemene deler als stevige verhaalbasis

Er zijn verhalen die zo absurd zijn in hun plot of in hun personages dat ze alleen in hun opzet al gedoemd lijken om te falen. En toch werken ze soms nog steeds en leveren ze juist fantastisch vermaak op. Hoe kan dat en wat is de basis waar het verhaal stevig van blijft?

Gemene deler van de personages

Je kan allerlei kanten op met je plot of je centraal conflict: laat olifanten rondvliegen, een oude dame karatekampioen zijn… Iedereen weet dat verhalen in de meeste gevallen fictief zijn. Als vanzelf krijg je ook een bepaalde artistieke vrijheid mee: ‘ Ach, het is maar een boek. ‘ Dat gebeurt alleen in een film.’ Bij fantasyverhalen moet je worldbuilding goed op orde zijn, maar voor elk (ander) verhaal waarin gekke dingen gebeuren is het belangrijk om je personages een gemene deler te geven. Dat geeft de lezer een houvast. En het fijne is: meestal is die voor de gemiddelde lezer onzichtbaar. Je hoeft dus niet moeilijk te gaan doen met symboliek.

De onzichtbare houvast van een verhaal

De onzichtbare houvast is een combinatie van het verhaalthema en het willen en nodig hebben van je personages. De basis van je verhaal wordt enorm versterkt als je personages allemaal binnen eenzelfde thema iets willen, maar elk een andere manier vorm geven aan die zoektocht, of spreekwoordelijk op een ander punt in diezelfde zoektocht zitten. Stel dat het verhaalthema moed is. Dan zou je de volgende personages kunnen schrijven:
* Degene die zegt nergens bang voor te zijn, terwijl hij later met een grote angst wordt geconfronteerd;
* Het kind dat nog moet leren wat moed betekent en dat nog alleen aan superhelden kan koppelen;
* Iemand die voor een zeer moeilijke keuze staat en de moed moet opbrengen om de knoop door te hakken, ook al weet hij dat de beste beslissing niet de makkelijkste is en anderen hem niet zullen begrijpen.

Moed is niet alleen maar extreme dingen durven.

Personage 1 heeft een verkeerd beeld van moed, (moed betekent niet dat je geen angsten hebt: iedereen heeft angsten en het vergt moed om dat onder ogen te zien) personage 2 moet zijn beeld ervan nog vormen, en personage 3 weet wat moed is, maar moet het nog in de praktijk brengen.
Zo op het eerste gezicht is dat misschien overduidelijk, maar verwerf dat in een plot en het is al een stuk subtieler:

Vader is directeur van een miljardenbedrijf en zo machtig dat hij denkt dat hij een soort god is en hem niets meer kan overkomen. Hij koopt mensen wel om, regelt wel een dealtje… Hij hoeft nergens meer bang voor te zijn. Zijn oudste zoon van twintig moet later het bedrijf overnemen. Zijn jongste zoon is acht, dol op Spiderman en ziet papa als superheld. Maar de oudste zoon wil het bedrijf helemaal niet overnemen. Hij besluit het uiteindelijk aan vader te vertellen, die daardoor woedend op hem wordt. Die woede is een masker om niet te laten zien dat hij bang is wat er met de familienaam en het bedrijf kan gebeuren. Als je de gemene deler van de personages, hun willen en nodig hebben en het verhaalthema in het achterhoofd blijft houden en die bij elkaar houdt, dan kan je een verhaal zo absurd maken als je wil.

Little miss sunshine

Little miss sunshine is een perfect voorbeeld van een film die van absurde en extreme situaties aan elkaar hangt, zonder dat hij zijn eigen draad kwijtraakt of overdreven wordt.
Olive is een mollig en muizig meisje. Ze doet mee aan Little miss sunshine, een schoonheidswedstrijd voor meisjes van zeven. Olive lijkt in de verste verte niet op haar concurrenten, hieronder op de foto.

Beeld uit de film. (Ik weet het… Ieuw!) Bron: shemazing.net.

De reis naar de wedstrijd is het plot van de film. Er gaat tijdens die reis van alles en nog wat mis. En sowieso is Olives familie ook niet de meest normale: haar vader is geobsedeerd met zijn werk, moeder is gestrest, oom is suïcidaal, haar tienerbroer weigert te spreken en opa is uit een ontwenningskliniek weggestuurd omdat hij stal en zich misdroeg tegenover het personeel. Hij snuift nu nog steeds. Enkele voorbeelden die niet te veel verklappen voor als je de film nog wil kijken (zeker doen!) die de absurditeit van de film onderstrepen.
* De auto krijgt panne en ze kunnen hem weer aan de gang krijgen door met zijn allen keer op keer te duwen als ze wegrijden;
* Pa rijdt midden in de nacht nog veertig kilometer met een scooter in de hoop een zakendeal te redden;
* Opa adviseert zijn kleinzoon om toch vooral seksueel actief te worden voordat hij 18 wordt: zolang jullie allebei nog minderjarig zijn kan er niemand jullie iets maken en onder de 18 zijn jullie nog jong en fris. (Ik zeg dat nog netjes, geloof me, opa doet dat niet ;))
* Als de familie staande wordt gehouden door een agent worden ze gered door de aanwezigheid van een stel seksblaadjes.
Laat het duidelijk zijn: deze film is bizar, maar op een leuke manier. Maar als je bovenstaande voorbeelden afzonderlijk leest, denk je misschien: hoe krijg je dit ooit in één logisch, kloppend plot, narratief gezien?

Het thema in de film is een mix van ‘winnaar zijn’ en ‘goed genoeg zijn’. Alle personages willen winnaars zijn. Dat is bij iedereen het ‘willen’. Hun ‘nodig’ is ook hetzelfde: ze moeten weten dat ze goed genoeg zijn om geaccepteerd te worden, dan wel door henzelf dan wel door hun familie. Het enige echte verschil zit in hun eigen persoontjes en bijbehorende karaktertrekken en heldenreizen.
Vergelijk vader maar eens met opa:
Vader is zo bang om te falen dat hij niet van opgeven weet, zelfs als er geen hoop meer is. Hij vertikt het om een verliezer te zijn. Opa zegt daarentegen: ‘Een verliezer is iemand die zo bang is om niet te winnen dat hij het niet eens probeert.’ Vader worstelt nog met zijn heldenreis rondom winnen, waar opa die al geaccepteerd heeft.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Hoe kan je gaten in je plot opmerken?

Gaten in je plot zijn link: ze kunnen je lezers in verwarring achterlaten of je boek zelfs weg laten leggen. Er is een aantal manieren om dit te voorkomen. Van een lijstje aflopen tot de superfan worden van je eigen verhaal.

Hoe ontstaat een gat in een plot?

Een gat in je plot ontstaat doordat je iets onvoldoende hebt uitgewerkt. Bepaalde belangrijke details missen of kloppen niet, waardoor er iets gebeurt wat niet logisch is of wat simpelweg niet kan. Een personage wordt opgesloten en doet drie pagina’s later zelf de deur open, zonder dat er een sleutel is genoemd.
Of er is iemand vermoord, maar je vergeet te melden dat de moordenares op die ene dinsdag tegen haar vrouw zei dat ze ziek thuis bleef om de minnares van haar vrouw te vermoorden. Maar als je lezer niet weet dat de moordenares ´ziek thuis´ zat op dinsdag terwijl de moord op een dinsdag werd gepleegd… Ze kan die moord niet hebben gepleegd. Ze werkt toch altijd op dinsdag?
Dan heb je gaten in je plot.

Voorzichtigheid geboden

Hoewel je in theorie altijd kleine continuïteitsfoutjes kan maken, zoals het opgesloten personage dat zichzelf ineens weet te bevrijden, is er wel een aantal zaken die extra gevoelig zijn voor plotgaten en waar extra voorzichtigheid geboden is.

* plottwists;
* schakels in een butterfly effect;
* belangrijke momenten of wezenlijke beslissingen die je personage neemt. Meestal zitten die verstopt in een clue van het save the cat schema.
Het kan helpen om scènes op een rijtje te zetten in een schema te zetten, zodra je ze geschreven hebt. ”Wie A zegt, moet ook B zeggen” (of andersom, als je niet chronologisch schrijft). Heeft ieder belangrijk plotpunt in je verhaal zowel de A als de B die samen dat logische geheel vormen? Ben je niets vergeten? Als je alles wat je hebt uitgeschreven in een schema zet, zijn plotgaten makkelijk te vinden. Eventuele belangrijke scènes staan dan simpelweg niet in je schema.

Een checklistje kan wonderen doen om gaten in het plot te voorkomen.

Proeflezers als redmiddel

Het is nogal verleidelijk om te denken dat jij als schrijver van het verhaal dat ook het beste kent. Maar helaas, een blinde vlek blijft toch echt iets onvermijdelijks. Als je eindeloos schrijft en herschrijft, raak je op een bepaald moment het overzicht kwijt. Proeflezers inschakelen is daarom ideaal. Kies bij voorkeur proeflezers die nog helemaal niets van je verhaalverloop weten, zodat ze zich ook niet kunnen laten foppen door hun voorkennis. Vergeet niet om je proeflezers expliciet te vragen om uit te kijken naar onregelmatigheden. Anders kunnen ze dat vergeten, omdat er waarschijnlijk ook op meerdere dingen gelet moet worden.

Je eigen fantheorie maken bij je eigen boek

Er zijn film- en boekenseries die echte hardcore fans hebben. Die fans hebben de boeken tientallen keren gelezen of de film net zo vaak gezien en zoeken voor de lol achter bijna of soms letterlijk elke regel wel een reden om daar een fantheorie aan te hangen: ‘Personage X is heimelijk verliefd op personage Y, want in boekdeel vijf, hoofdstuk zesentwintig, op bladzijde 147 staat Hij keek vluchtig van haar naar oma’s ring die hij om zijn vinger had. En we weten allemaal hoe groot de emotionele waarde van oma’s ring is en hoeveel hij van oma hield! Bovendien kijkt hij wel heel snel van haar weg in boekdeel vijf, hoofdstuk achtentwintig, bladzijde 165.” Je kent dat idee vast wel.

Superfans: mensen die onvoorwaardelijk juichen voor jou en je boek. (Bron: https://www.under30ceo.com/crowdfunding-make-sure-you-have-the-crowd-first/)

Voor deze methode heb je een beetje fantasie nodig. Hij gaat zo:
Beeld je in dat je óók zo’n gigantisch toegewijde groep fans hebt. In plaats dat ze door zelf puzzelen menen te zien dat personage X en Y op elkaar verliefd zijn, moet je proberen je denkbeeldige fans als het ware vóór zijn. Als zij naar je zouden twitteren: wij hebben dit en dat bedacht op basis van passage zus en zo, zou je dan moeten kunnen zeggen: je hebt goed opgelet, want dat is nou precies wat er (tussen de regels door) al staat 😉

Ga alsjeblieft niet zo extreem op je details letten zoals een hardcore fan dat doet. Je denkbeeldige fans mogen gek zijn op jouw boek, maar jij mag er niet gek van worden.
Waar het om gaat is: als je een belangrijk moment in je verhaal hebt waar je iets tussen de regels door duidelijk wil maken, moet alle informatie wel ergens staan. Zodat diezelfde fan straks kan constateren dat er in boekdeel drie, hoofdstuk twee, bladzijde zesentwintig inderdaad al iets weggeeft wat zijn fantheorie (lees: jouw tekstdoel, alle uitwerkingen van je (sub)plot, tussen-de-regels-door-hint…) bevestigt.

In de praktijk betekent dat dat je niet per se hoeft te letten op details, maar of alle schakels van je butterfly effect aanwezig zijn. Deze schakels kunnen in dit geval grote lijnen of alsnog kleine details zijn. Maar als je je inbeeldt dat je superfan naast je zit en je vraagt of hij dat ergens gelezen heeft, dan moet je denkbeeldig horen: ”Ja! Op pagina X van boekdeel Y.” Of, als het iets groters is: “Tuurlijk, dat is toch het hele verhaalthema van boek drie?” of ”Daar draait heel hoofdstuk zes nou net om…”.

Een paar voorbeelden van een ‘gesprek’ tussen jou en je superfan:
‘Is het duidelijk dat Lizzy gemeen is, superfan?’
‘Ja, ze pakt in hoofdstuk drie in de zesde alinea een lolly af van een kleuter en ze berooft een bejaarde in hoofdstuk acht, alinea vijf.’
‘Komt eenzaamheid thematisch gezien meer dan drie keer voor?’
‘Leonard wordt in hoofdstuk twee niet gekozen bij gym, in hoofdstuk acht is er een eenzame lockdown en hij sterft alleen in het slothoofdstuk. Check!
‘Is het duidelijk dat Edward met Bella flirt?’
‘Volgens mij knipoogt hij niet eens naar haar…’
‘Wacht even, dan ga ik nog even wat meer uitwerken, voordat je elkaar aankijken al als flirten gaat beschouwen…’

Onthoud dat niet alleen de superfans, maar ook normale lezers je verhaal nog moeten kunnen volgen 😉

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Save the car: wat maakt een kort verhaal interessant?

Het schema van save the cat is erg nuttig, maar soms heb je korte verhalen waarin geen uitgebreide akten aan bod komen. In dat geval biedt save the car uitkomst.

Save the car: even bellen…

Deze blogpost is een casusstudie van de reclames waar Nederland al jarenlang om kan lachen: die van Centraal Beheer. Vandaar save the car: er gaat met enige regelmaat is mis met een auto, of een auto is de boosdoener van het probleem. En het lijkt ook nog eens op save the cat. Want geloof het of niet, in de verzekeringsreclames van Apeldoorn komen een aantal dingen steevast terug die het verhaal interessant houden. Het gaat alleen anders dan bij save the cat, omdat je in een spotje van een minuut nu eenmaal geen comfortzones kan verlaten en drie grote clues kan verwerken.
De humor van de Apeldoorn reclames is eigenlijk erg simpel, zo niet flauw. In theorie kan je de hele grap in een zin samenvatten. En toch voelen de spotjes aan als verhalen met een echte opbouw.
Hoe kan iets dat zo tegenstijdig lijkt toch kloppen en wat je daar van kan leren als het gaat om de opbouw van een kort verhaal?

Welke auto’s worden gered?

Ter referentie: de auto’s die ‘gered’ moeten worden en waar de desbetreffende reclame over gaat.
Birdie: twee mannen parkeren hun auto op het terrein waar een monstertruck over een stel auto’s gaat rijden.
Picknick: Doordat hij de handrem is vergeten, rijdt de auto van een man van een heuvel af. Als hij in de auto weet te springen, zitten zijn sleutels nog op de kofferbak, waardoor de auto alsnog onbestuurbaar is.
Rapper: door personal voice control verliest een rapper zijn auto en richt zijn auto ook nog eens schade aan.

Als je de clous van deze reclames ziet, zijn ze helemaal niet zo grappig. Integendeel zelfs, het zijn droge feiten, met weinig (grappige) context. Dus of Nederlanders hebben een raar gevoel voor humor, -mensen gaan echt voor deze reclames zitten- of er zit meer achter…

De onhandige held

De held van al deze reclames is in verschillende opzichten nogal onhandig. De picknickvader is van middelbare leeftijd, kalend en niet bepaald gespierd. De mannen in de Birdie-auto zijn echte helden op sokken. Ze durven zich wel aan te stellen voor een mooie dame, maar als ze maar een keer vuil worden aangekeken door een gespierde man, druipen ze meteen af. En de rapper is stoer als alles goed gaat, maar als het misgaat, weet hij ook niet wat hij moet doen.

De Centraal Beheer helden zijn minder stoer dan ze soms lijken 😉

Geef je personage een aantal zwaktes of onhandigheden (overmoed is dat zeker ook!) mee, zodat je lezer weet dat er óf iets mis kan gaan, of zodat hij harder juicht voor de heldenreis op zich. Dan is je personage sowieso Mary Sue af. Zoals je in deze commercials kan zien, heb je daar maar enkele regieaanwijzingen of typerende gezichtsuitdrukkingen voor nodig, dat hoeft niet altijd hele pagina’s te kosten.

De aanloop

Bij een kort verhaal ben je voor je het weet bij de clou. In het geval van de rapper- en birdie-reclame zou je de reclame zelfs met vrijwel een minuut in kunnen korten: parkeer de auto’s, laat de monstertruck en de voice-control hun gang gaan en het grapje is nog steeds hetzelfde. Maar dan is het verhaal een stuk minder grappig, omdat je geen context of sfeer hebt.
De birdie-mannen zijn nogal onhandige sufferds. Om dat duidelijk te maken, zie je ze eerst gênant flirten, bang worden van een spierbonk en tussen mensen zitten die de oncharmante vogeltjesdans doen. Dan past het dat ze de uiterst domme zet maken om hun auto in de vuurlinie te parkeren.

Lachen, die vogeltjesdans maar intelligent en charmant is anders… Laat de vogeltjesdans nu symbool staan voor het karakter van de Birdie-mannen… Je kan van alles combineren en bedenken om een verhaal levendig te maken zonder dat dat veel tekst kost. (Afbeelding :costumepub.com)

De rapper kan supergrote velgen hebben die goud waard zijn, dat stopt de auto niet van schade aanrichten. Dan had hij misschien toch liever milkshake op de bekleding gekregen…

Bij een kort verhaal is het belangrijk om juist relatief veel aandacht aan je personageopbouw en de aanloop van het verhaal te besteden. Dat maakt het verschil kunnen een feitelijk (flauw) grapje en iets dat als een compleet verhaal aanvoelt.

Sfeermakers

De picknickreclame is een goed voorbeeld van een aantal dingen die nog wat extra kan onderstrepen om je lezer met kleine dingen nog verder mee in je verhaal te nemen. In dit geval de muziek: onze kalende papa -eerder een anti-held- wordt een echte superheld door de ondersteunende muziek ‘Daddy cool’, ook al klunst hij nog steeds door -zijn manier van rennen doet niet meteen aan een olympische sprinter denken- en hij ‘struikelt’ eerder de auto in dan dat hij er (alsnog) als echte superheld in springt. (Het moet gezegd worden, deze acteur is echt fantastisch gecast!)
Kijk ook eens naar jouw ‘casting’: wat voor kleine uiterlijkheden of maniertjes kan je je personage geven zodat hij de algemene sfeer van je verhaal nog beter benadrukt?
Als je maar weinig ruimte hebt om iets uit te werken, zit het hem in de kleine dingen!

Je kan de rol van muziek vervangen door een aantal korte, rake dialogen of een uitgesproken sfeeromschrijving. Beschrijf de omgeving met een aantal opvallende zaken, gebruik subtiele symboliek of kleed de omgeving aan met een aantal opvallende attributen of kleuren. Je kan ook een enkel voorwerp een onderdeel van een plottwist maken. Er zijn opties genoeg. Over plottwists gesproken: de gouden regel: eerst investeren en dan omkeren is duidelijk in de Centraal Beheer reclames. Er komt altijd een plottwist. En die werkt vervolgens, omdat je in het verhaal geïnvesteerd bent.

Deze casusstudie is een resultaat van mijn opschrijfboekje. Onderschat dat middel niet als het gaat om het opdoen van en combineren voor inspiratie 😉

Ik kan controleren of je verhaal interessant is: kijk in mijn webshop.

Willen en nodig hebben deel 2: de toon van je einde

Er is veel te schrijven over willen en nodig hebben. Daarom volgt hier deel 2 van willen en nodig hebben, over hoe je na de climax de toon van je verhaal bepaalt. Lees hier deel 1.

Willen en nodig hebben: een opfrisser

Je personage streeft ernaar te bereiken wat hij wil, maar meestal is het iets anders dat hij eigenlijk nodig heeft. Dat kan je zien in deze tabel:

Je personage wil Je personage heeft nodig
een stroopwafelvoedsel
een flink aantal likes op zijn facebookberichtde bevestiging dat mensen geïnteresseerd zijn in haar doen en laten
een zonvakantie op een tropisch eilandtijd om even bij te komen van maandenlang hard werken

Jij kan als schrijver zelf bepalen wat je personage krijgt of niet krijgt. Je hebt daarbij vier mogelijkheden:
* Je personage krijgt wat hij wil, maar niet wat hij nodig heeft. Dat geeft het einde een onbehaaglijk gevoel van iets onvoltooids.
* Je personage krijgt wat hij wil en wat hij nodig heeft. Dat is het traditionele ‘en hij leefde nog lang en gelukkig’.
* Je personage krijgt wat hij nodig heeft, maar niet wat hij wil. Dan is het einde bitterzoet of gevoelvol.
* Je personage krijgt niet wat hij nodig heeft en ook niet wat hij wil: Dat geeft het verhaal een zeer somber einde.

Het begin van het einde

Zoals je in deel 1 van deze blogpost hebt kunnen lezen, wordt het einde van het verhaal in gang gezet na de climax. Dat is ook het moment waarop je het personage (niet) gegeven hebt wat hij wil of nodig heeft. Daarna rest in het schema van save the cat nog een laatste obstakel, de wrap up en het eigenlijke einde. In de context van ‘willen en geven’ kun je die fases als volgt zien:
* Laatste obstakel: een terugblik op wat het personage nu eigenlijk wilde en nodig had.
* Wrap up: hoe ziet het leven van het personage er nu uit, nu willen en nodig hebben zijn ‘uitgedeeld’?
* Het einde: hoe voelt het personage/ mijn lezer zich daarbij?
Geen twee verhalen zijn hetzelfde. Toch zal je in deze verschillende einden een bepaald patroon terugzien. Binnen deze patronen blijft er een vergelijkbaar gevoel hangen bij verhalen met eenzelfde soort einde.

Het onvoltooide einde

* Laatste obstakel: als het personage anders had gehandeld, was hij gelukkiger geweest.
* Wrap up: je personage heeft ergens spijt van, of voelt zich bedonderd door een hogere macht.
* Het einde: een knagend gevoel van pijn of onbehagen.

Bij een onvoltooid einde moet je er gedurende je verhaal vooral op letten dat je je personage voldoende kansen geeft om te krijgen wat hij nodig heeft. Vervolgens mag je personage die kansen níet grijpen.
Let op: een onvoltooid einde is niet hetzelfde als een open einde!

Het gelukkige einde

* Laatste obstakel: het personage heeft gehandeld zoals hij dat moest doen en is gegroeid als persoon.
* Wrap up: het beste leven mogelijk.
* Het einde: tevreden, voldaan, gelukkig.

Zorg er bij een gelukkig einde vooral voor dat je personage duidelijk en vaak beloond wordt voor het feit dat hij vaak is gevallen en weer is opgestaan.

Het gelukkige einde geeft een algemeen gevoel van terechte overwinning.

Het bitterzoete einde

* Laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage.
* Wrap up: je personage zal als motto hebben: Dat is het leven in al zijn facetten, met eb en vloed.
* Het einde: verdrietig, maar tevreden. Een bitterzoet einde kan het verhaal als diepzinnig labelen.

Let bij een bitterzoet einde extra goed op of je een balans hebt tussen fijne en vervelende gebeurtenissen. Uiteindelijk moet het goede net wat meer overheersen, maar dat mag het vervelende niet naar de achtergrond verdrijven.

Het gevoelvolle einde

* Laatste obstakel: het had anders gekund, maar het is goed zo, want er is toch nog iets moois uitgekomen voor het personage.
* Wrap up: je personage zal op haar leven terugkijken alsof zij de schrijfster van haar eigen verhaal is. Zij ziet alles wat er in is gebeurd en observeert simpelweg. Als je personage nog iets zou kunnen zeggen over haar leven, zal zij waarschijnlijk zeggen: ‘Als ik mijn jongere zelf iets zou kunnen vertellen dan…’ ze zou die zin dan afmaken met een bepaalde opgedane wijsheid.
* Het einde: een bepaalde berusting of verwondering over de manieren waarop een leven kan lopen.

Oude, wijze oma in de schommelstoel die terugkijkt op haar leven is een goed beeld bij een gevoelvol einde.

Let bij het gevoelvolle einde vooral op de uitwerkingen van de relaties tussen je personages. Overweeg om op belangrijke punten een butterfly-effect toe te voegen om je personage makkelijker te kunnen laten terugkijken op ‘de wonderlijke samenhang van het leven’.

Het sombere einde

* Laatste obstakel: je personage krijgt nog een laatste klap.
* Wrap up: alles is nog steeds even slecht, nog slechter of je personage gaat dood.
* Het einde: een flink rotgevoel.

Bereid je gedurende je hele verhaal voor op verdriet en een algemeen rotgevoel. Misgun je personage gedurende het verhaal al van alles en nog wat, anders werk je een anticlimax in de hand. Wees gewaarschuwd: een verhaal waarin je personage niet krijgt wat hij wil en ook niet wat nodig heeft, is extreem moeilijk om te schrijven. Het morrelt namelijk aan de basisstructuur van elke andere verhaalvorm. Vallen en opstaan zoals in het centrale conflict? Vergeet het maar; als je je personage niet eens de kans geeft om op te staan en hem blijft trappen als hij nog op de grond ligt…
Een zuiver somber verhaal/einde is niet per se slecht, zoals de film Grave of the fireflies bewijst. Maar je lezer zal uiteindelijk wel denken: Wat een vreselijk naar boek is dit, zeg. Dit ga ik dus echt niet herlezen…
Ook als is het een kwalitatief meesterwerk, je lezer zal dit verhaal nooit tot zijn favorieten rekenen.
Als je net begint met schrijven, raad ik je aan om nog even te wachten met dit soort verhalen.

Heb je hulp nodig met het bepalen van je einde? Schakel mij in voor manuscripredactie.