Schrijfoefening: reacties spieken bij een filmkijker

Pak je opschrijfboekje en wat popcorn: voor deze schrijfoefening gaan we gebruik maken van het filmmedium. Hoewel een boek en een film in verschillende opzichten van elkaar verschillen, is een film bij uitstek geschikt voor schrijvers om te kunnen spieken bij een publiek. Als je dat goed doet, kan je je bewuster worden van wat je vindt of hoopt dat je moet opschrijven, omdat je iets voor je ziet wat betreft de beleving van je verhaal, terwijl een ander dat misschien helemaal niet zo beleeft.

“Huil je nu al?” “Huil je nu pas?”

Soms zijn de kijkers het er helemaal over eens dat een boek, film of scène een bepaalde emotie oproept, maar verschilt het per persoon wanneer die emotie wordt opgeroepen.
Dat betekent dat iedereen een ander tempo heeft om in het verhaal te komen. Het kan je een idee geven of iets überhaupt aankomt zoals een regisseur of schrijver het bedoelt. Misschien ziet de kijker wel iets op een manier waar je helemaal niet bij had stilgestaan dat het ook zo geïnterpreteerd kon worden. Dat kan handig zijn om op te merken: “als dat een bouwsteen is voor een plottwist, dan moet je misschien wel iets specifieker zijn…”

Als met een ander mee kan kijken, kan je zien wat (bijna) altijd werkt voor de beleving die je wil oproepen of wat nauwelijks wordt opgemerkt. Dat kan een goede les zijn voor schrijven in het algemeen.
Deze schrijfoefening werkt het beste bij een film die je al door en door kent, of op zijn minst een keer gezien hebt. Zoek op YouTube naar ‘First time watching’ en voer de titel van je film van voorkeur in. Als de film (enigszins) bekend is, levert dat al gauw handenvol aan voorbeelden op.

Casus: Percy Wetmore

Percy is een personage uit de film The Green mile en wordt vaak een van de meest verachtelijke personages in de filmgeschiedenis genoemd. Hij is een bewaker van de dodencellen en is ronduit sadistisch: hij heeft een woedebeheersingsprobleem, geniet van zijn machtsmisbruik en vindt het plezierig om anderen te zien lijden. Het leerzame van zijn personage is dat het van het begin af aan al duidelijk is dat het geen fijn mens is. De een wordt na letterlijk twintig seconden al misselijk van hem -zoals ik- , bij de andere duurt dat meerdere scènes. Maar als Percy uiteindelijk zijn verdiende loon krijgt, is iedereen het erover eens dat die straf meer dan passend is. In chronologische volgorde zie je Percy onder andere het volgende doen:
* Een nieuwe gevangene vernederen
* De vingers van een gevangene breken
* Een geliefde muis doodtrappen die een gevangene tam heeft gemaakt
* Een gevangene willens en wetens een uiterst gruwelijke en pijnlijke dood bezorgen.

De eerste twee punten kan je in deze clip bekijken. Goed om te weten: dit is de scène waarin de kijker kennismaakt met Percy. Het is voor de insteek van de schrijfoefening handig om op te merken dat duidelijk is dat zijn leidinglevende helemaal niets van hem moet hebben: hij wijst Percy onmiddellijk terecht en stuurt hem uiteindelijk weg. Dat is een aardige show don’t tell voor: Percy heeft niet zomaar een slechte dag, dit is waarschijnlijk zijn normale, lompe manier van doen. Als je een personage hebt dat van meet af aan lomp is en de andere personages zijn hem in zijn introductiescène al meer dan eens beu, dan zou het theoretisch gezien geen verrassing moeten zijn dat Percy uiteindelijk veel meer doet dan alleen arrogant rondstruinen. Toch zijn er mensen die pas als het ronduit sadistisch wordt de hoop opgeven dat er iets goeds in Percy schuilt en zijn ware aard als zodanig aannemen.

Wat kun je noteren bij het meekijken van reacties?

Zet de popcorn even aan de kant en pak je opschrijfboekje. Schrijf zaken op als:

  • De kijker is iets opgevallen dat ik nog niet had gezien
  • De kijker wordt door een detail afgeleid, terwijl ik zó in het verhaal was meegezogen dat ik op het puntje van mijn stoel zat
  • De kijker begint te huilen bij een scène waar ik eerder bezig was met puzzelstukjes in elkaar te passen
  • Ik zat bij deze scène te huilen, terwijl de kijker ontzettend boos wordt. (iedereen beleeft emoties anders!)
  • Waarom vind de kijker dit zo spannend? Ik zat echt te slapen bij deze scène…

Schrijf vooral op welke reactie een contrast vormt met jouw eigen ervaringen. Bijna alsof jij de scenarioschrijver van de film bent en zou kunnen zeggen: “Maar zó bedoelde ik het niet toen ik dat schreef!” of “Als ik had geweten dat het zo lang duurde voordat je de clou in de gaten had, had ik die een hoofstuk eerder opgeschreven.”

Wat doet de schrijver hier?

Als je je lijstje hebt gemaakt, ga je kijken waarom de scène opvallend is of zodanig goed geschreven dat die een reactie uitlokt bij jou of de kijker. Probeer hem vervolgens zo goed mogelijk te ontleden. De reden dat ik Percy na twintig seconden al kan wurgen is:
– Een gigantisch arrogante, zelfvoldane blik
– Een hanenloopje
– Vernedering van een nieuwe gevangene en daarmee misbruik maken van zijn machtspositie
– Oogcontact zoeken met de andere gevangenen: zie je dat ik de belangrijke bewaker ben hierzo? Kijk naar mij!
– En bijna letterlijk van de daken schreeuwen, acht keer, tot hem de mond wordt gesnoerd

Grrr…

De acteur doet ook goed zijn werk: ik weet niet of dit alles zo in het script stond. Maar als je schrijver van een boek bent, heb je geen acteurs tot je beschikking en mag je dus zelf beslissen hoe je een sfeer- of personageomschrijving invult.
Maar blijkbaar is dit niet voor iedereen voldoende om Percy al vanaf het prille begin te hekelen. Zou het een keuze zijn geweest om daarom zijn leidinglevende onmiddellijk die klare taal te laten gebruiken, om de kijker een zetje te geven? Probeer zo eens naar de dialogen, plotlijnen en misschien zelfs de invullingen die de acteurs aan de rol geven te kijken. En als je denkt dat jij het anders zou schrijven, bijvoorbeeld door Percy’s leidinggevende andere of geen tekst te geven, probeer dat dan gerust uit.
Kijk op eenzelfde manier hoe het in de schrijftechnische zin van het woord mogelijk is dat er iemand boos wordt waar jij huilt.
Veel plezier met het doorgronden van je favoriete film!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Corina Rainer, verkregen via Unsplash.

Schrijfprompts: omschrijf eens…

Omschrijven klinkt makkelijk, maar is een hele kunst. Als je iets omschrijft, moet je dat doen met voorbeelden die duidelijk genoeg zijn om een goed beeld bij te krijgen. Houd je de beschrijvingen echter te algemeen, dan komt er niets voor het geestesoog van je lezer. Specifieke details kunnen zowel dat ene zetje geven om iets algemeens tot iets unieks te maken, als wel details blijven.
Daarom kan omschrijven heel erg lastig zijn. Hoewel er geen formule bestaat voor succesvol omschrijven, kunnen een aantal uitgangspunten wel een opzetje vormen. Ik heb er een aantal schrijfprompts bij bedacht, waarbij ik gebruik van iets wat je moet gebruiken en moet vermijden. Zo hoop ik dat je je bewust wordt wat meer algemene beeldvormingen zijn en welke details een omschrijving meer kunnen verrijken. Schrijf zoveel meer als je wil, maar houd je aan de restricties en voorwaarden in de tabel. Veel plezier en succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Personageprompts

Omschrijf eens een personage.

Dit beeld moet duidelijk wordenDit mag je niet omschrijvenWaarom werkt dit meestal niet beeldend?Dit moet je omschrijvenWaarom werkt dit meestal  beeldend?
 het algemene uiterlijk haar en ogen Het is cliché, en zegt weinig: zelfs bij rood haar en blauwe ogen. Dat is vrij uniek, zeker, maar heb je nu echt een compleet beeld van het uiterlijk? Nee.  houding, in de brede zin van het woord.  het straalt een (gebrek aan) zelfvertrouwen uit. Dat zegt veel meer over de uitstraling en indruk van je personage als geheel dan (wanneer het al dan niet aantrekkelijk is door) bepaalde fysieke kenmerken.
 kledingstijl welke specifieke kledingstukken het personage draagtals je personage een rok draagt, is dat een minirok of een rok tot op de grond. Het is een te breed begrip.  kleur van de kledingstukken en de staat waarin ze verkeren.  gebruik van kleur kan een symboliek zijn van karaktertrekken of een show don’t tell van de mate waarin je personage expressief is.
De staat waarin de kleren verkeren, vertelt je hoe verzorgd je personage is, of (misschien) hoe vaak het nieuwe kleren kan kopen.
 het personage is aantrekkelijkalles wat met de ogen en mond te maken heeft: kleur, vorm, de uitstraling ervan. Alles aan een lichaam dat ‘traditioneel gezien’ aantrekkelijk gevonden wordt (van ogen tot lippen, van borsten en billen tot een mooi sixpack…) ‘De ogen zijn de spiegel van de ziel’. ‘De liefste lach die ik ooit zag. ‘Wat een mooi lijf!’ Dat hebben we nog nooit gehoord… Wat kan er er nog meer aantrekkelijk zijn aan iemand? unieke uiterlijkheden opvallendheden of maniertjes
en/of iets wat het personage doet, in plaats van hoe het er fysiek uitziet.
als je personage een (bijvoorbeeld) opvallend mooie neus heeft, is dat nog steeds mooi, maar komt die omschrijving oprechter over, omdat er normaalgesproken vaker over ogen, billen etc. worden geschreven als het over attractieve uiterlijkheden gaat.

Beschrijf je maniertjes of iets wat het personage doet als aantrekkelijk, dan is het logischer als een ander personage daadwerkelijk verliefd op de held wordt. Dan is het geen lust, maar echt liefde.
 het personage heeft macht  de kledingstijl en het taalgebruik dure kleren en formeel en/ of indrukwekkend lijken. Maar inhoudelijk leeg taalgebruik is redelijk cliché om te laten zien dat je met een hoge pief te maken hebt die gewend is anderen naar de mond te praten.hoe het omgaat met iemand die een lagere status heeft. Is het personage oprecht aardig, of overdreven amicaal? Keurt het de ander geen blik waardig, of is het zich nauwelijks tot niet bewust van het machtsverschil? je kan macht gebruiken en je kan macht misbruiken. Het hebben van macht op zichzelf is nietszeggend. Hoe je ermee omgaat zegt echter heel veel.

Omgevingprompts

Schrijf eens op hoe de omgeving eruit ziet

Dit beeld moet duidelijk wordenDit mag je niet omschrijvenWaarom werkt dit meestal niet beeldend?Dit moet je omschrijvenWaarom werkt dit meestal  beeldend?
Een toeristische attractiede (naam van de) eigenlijke attractie het omschrijft de attractie alleen  de sfeer eromheen: waarom de mensen de moeite nemen het te bezoeken dan snap je waarom de attractie de moeite waard is. Waarom zou je er anders heen gaan? Times Square is een plein met een reclamebord. De Notre Dame is een mooie kathedraal, maar is echt niet de enige op de wereld: dat idee.
een drukke markt  de hoeveelheid mensen die er zijn  dat kan ook een winkelcentrum, concertzaal, voetbalstadion… betreffen de geuren en kleuren, de gesprekken die worden gevoerd de ouderwetse markt is een feest voor de zintuigen! Ook heeft het vaak een sociale functie: mensen komen ernaartoe om te kletsen en de kooplui kennen hun vaste klanten.
Als je een omgeving omschrijft, bedenk dan ook wat die omgeving anders maakt dan iets soortgelijks (zoals bijvoorbeeld een markt versus een winkelcentrum)
 een huis de grootte als een gigantisch huis in verval is, is het niet zo luxe: dan is een kleine woning veel huiselijker en prettiger om in te wonen.
Bedenk goed of de algemene aanname bij een woord ook altijd opgaat (een groot huis is luxe, duur eten is lekkerder, enzovoort)
 de inrichting  dit geeft sfeer en persoonlijke smaak weer
  een natuurgebied de algemene bewoordingen ‘bergen’ ‘strand’ ‘bos’je doet het begrip ‘natuur’ tekort als je het breed omschrijft. Dan wordt het eerder een clichésetting voor de clichéhippie die een wil zijn met de natuur hoe je de natuurkrachten aan het werk ziet. Hoe voelt of klinkt de wind? Waar hoor je beekjes kabbelen? Waar zie je tekenen van leven? Op wat voor manier?de natuur heeft (meestal) aantrekkingskracht vanwege het feit dat het ‘leeft’, niet gemaakt of niet ‘zielloos’ is. Niet omdat mensen of dingen die door mensen is gemaakt afwezig zijn.

Sfeerprompts

Beschrijf een sfeer van een situatie

Dit beeld moet duidelijk wordenDit mag je niet omschrijvenWaarom werkt dit meestal niet beeldend?Dit moet je omschrijvenWaarom werkt dit meestal  beeldend?
er is hier iets niet pluisde eigenlijke angst voor het onbekende  het ligt er te dik bovenop wat er anders is dan het vertrouwde dan kan de lezer meepuzzelen en het is als vanzelf spannend
er is rust hoe stil het is rust is niet alleen stilte, het kan ook andere dingen betekenen de afwezigheid van stress of drukte zo leer je je personage beter kennen. Krijgt het rust door stilte? Door te gaan hardlopen? Koken? Dansen met het volume op tien?
 je personage is ongewenst prikkende blikken, geroddeldit is een show don’t tell met een tell effect hoe dat negeren voor het personage zelf voelt dat is een show, don’t tell met de waarheid van je personage
er gaat iets langverwachts gebeuren iedereen staat te kwebbelen en te stralen van opwinding het is oppervlakkig en het kan ook op iets anders wijzen: een gezellig feestje, bijvoorbeeld waarom is dit moment zo langverwacht? Wat staat er op het spel? Laat de personages het moment beleven.  dan krijgt de scene inhoud en blijft het niet alleen bij een sfeeromschrijving.

Foto door Sigmund op Unsplash.

Schrijfoefening: de ontmaskering van je personage

Ieder personage heeft vreselijke onzekerheden, die het zal proberen te verbergen. Als iemand daar doorheen prikt, zal je held waarschijnlijk eerst stekels op gaan zetten. Maar wat gebeurt er na die eerste primitieve reactie? Deze schrijfoefening gaat verder in op die vraag.

Je personage als bedrieger

Het gevoel hebben ieder moment door de mand te vallen, omdat je denkt dat je iets niet kan of goed genoeg doet, terwijl het tegendeel waar is. Je eigen prestaties niet kunnen erkennen of op waarde schatten. Dit is een beschrijving van het oplichterssyndroom. Hoewel de term anders doet vermoeden, is dit geen psychologische stoornis. Bovendien hebben veel meer mensen dan je wellicht denkt hier in meer of mindere mate wel eens last van.

In deze schrijfoefening zegt iemand iets wat de vinger op de zere plek legt, precies op het moment dat je personage dit soort kwetsbare gedachten heeft. Met andere woorden: het personage lijkt als bedrieger ontmaskerd te worden.
Let wel: ik heb het hier niet over het betrappen van iemand die daadwerkelijk iets op zijn kerfstok heeft. Er wordt dus geen moordenaar betrapt of een leugen ontkracht.

Wat gebeurt er als je personage betrapt wordt op een fout of gedachte die menselijk is, terwijl hij denkt dat ieder ander zoiets ‘idioots’ nooit zou overkomen?

Het akelige moeten

Als je erachter wil komen hoe je personage zich een bedrieger kan voelen, bedenk dan wat het kan of moet kunnen. Dat moeten is vooral belangrijk, want daar gaat het pijnpunt zitten. Van wie en waarom moet het eigenlijk iets kunnen?
* Moet de held iets kunnen (of hebben) vanwege een bepaalde sociale of culturele verwachting of druk?
* Moet het personage zichzelf bewijzen voordat het vindt dat het ‘erbij hoort’ en heeft het de lat veel te hoog gelegd?
*Moet er bepaalde kennis paraat zijn om een beroep goed uit te oefenen?

Het akelige moeten van het bedriegerssyndroom is dat het dit ‘moeten’ volledig opblaast, totdat je gelooft dat iedereen ter wereld (of al jouw vrienden of collega’s) een Mary Sue is die alles foutloos en moeiteloos doet, en jij als enige fouten makende sterveling op de aardkloot rondloopt. Dus áls je dan een keer door de mand valt of een fout(je) maakt, dan lijkt dat een bevestiging dat je de mislukkeling bent die je altijd al vreesde te zijn.
Dus een advocaat die de naam van een bepaalde wet nogal eens vergeet, terwijl de collega’s die altijd zonder problemen benoemen, kan ervoor zorgen dat hij denkt dat hij waardeloos is. Wat voor advocaat ben ik als ik niet eens de naam van een wet kan onthouden? Terwijl zijn summa cum laude diploma recht voor zijn neus ingelijst aan de muur hangt.

Kijk eens waar je personage (stiekem) trots op is, wat het goed kan en/of waar het hard voor heeft moeten werken. De kans dat daarover bedriegergedachten op de loer liggen, is groot.

De confrontatie

Ik schreef niet voor niks het woord ‘idioot’ in de beschrijving van de oefening. Het is niet fijn om jezelf als idioot te zien en als iemand het tegen je zegt, ervaar je dat als scheldwoord. Dus uit woede, schaamte, verdriet, wanhoop of… zal je personage de ander tegenspreken als hij ook maar denkt dat hij als idioot wordt gezien.
De advocaat uit het voorbeeld kan dus al stekelig worden als de collega zegt: “Ben je de naam van die wet vergeten?”
Ook al wilde ze haar zin voltooien met: “Jij ook al? Wat een rotnaam heeft die ook hè?” of “Heb jij even mazzel dat je alleen díe naam niet kan onthouden. Ik worstel soms wel eens met meerdere benamingen van belangrijke wetten.”

Maar zoiets rationeels als een uitspraak helemaal afwachten doet het bedriegerssyndroom niet. Dus als de collega halverwege haar opmerking is, zijn de stekels al opgezet. Nu is de grote vraag: en dan? Of liever: wat schuilt er achter die stekels? Welke onderliggende emotie wordt ‘ontmaskerd’ bij je personage?

Emoties, heldenreis en motief ineen

Als je weet welke emoties worden aangesproken de ervaring geven als een zogenaamde idioot ontmaskerd te zijn, kan dat heel veel zeggen over je personage: hoe dat moet groeien in het plot en hoe hij dat zelf voor elkaar denkt te krijgen.
Om te beginnen is het handig als je weet wat de kernemotie is van je personage op dat moment, zodat je je ook niet vergist in de ‘near enemy’ daarvan. Dan weet je zeker dat je de emotie goed identificeert en dus ook correct kan uitschrijven.

Stel dat je personage onmiddellijk ontploft als hij alleen al denkt dat hij een idioot wordt genoemd. Hij zegt niet eerst: “Pardon?!” of “Moet dat nou zo?” maar loopt meteen rood aan en begint meteen te schreeuwen en te schelden. Je komt erachter dat je personage niet gefrustreerd, maar boos is. Dan zou ik hem naar woedebeheersingstraining sturen. Blijkt er frustratie in het spel te zijn en er iets buiten de macht van het personage om zijn persoonlijke omstandigheden vervelender te maken (de advocaat wordt door zijn vrouw ook dagelijks een idioot genoemd) dan moet niet hijzelf, maar iemand anders veranderen. Je zal de advocaat eerder moeten helpen dan afstraffen, wil je hem in zijn heldenreis verder helpen.

Als je weet waar de ‘zwakke plek’ van je personage zit en hoe het reageert als je hem daarop pakt, kom je er dus achter wat het gaat doen om die aanval af te weren of te overleven. Dat kan ervoor zorgen dat je achter informatie komt die eerst nog verborgen voor je was. Schrijf die op in de personagebiografie! Zodra je al je (nieuwe) informatie op een rijtje hebt, kijk je naar het einde van de heldenreis – of je verhaal, zo je wilt-. Wat moet er vóór het einde nog gebeuren of veranderen, wil je personage daar uitkomen?
Bedenk dat je personage altijd vanuit een eigen motief handelt. Het weet niet dat het alleen op papier bestaat en trekt zich dus niets van jouw plan aan. De bevindingen uit deze schrijfoefening kunnen je wat meer trucjes geven om je te helpen jouw personage net iets meer jouw kant op te duwen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Afbeelding van Stefan Keller via Pixabay

Schrijfoefening: Wat zou je personage op het spel zetten?

“Voor jou zou ik een kogel vangen.” In zekere, hetzij lugubere zin is dat makkelijk gezegd. Als je eenmaal dood bent, heb je letterlijk en figuurlijk niks meer om voor te leven. Het is narratief gezien waardevoller als je je afvraagt wat je personage op het spel zou zetten. Dan kom je te weten wat iemand voorgoed zou willen opgeven of riskeren, om lange tijd of altijd met vreselijke gevolgen te moeten leven Dat levert een schat aan informatie over je personage op.

Iets op het spel zetten

Wat doe je eigenlijk als je iets op het spel zet?
In de hoop iets (goeds) te bereiken, riskeer je het verlies van iets. Dat kan grote, nare gevolgen hebben. Dat risico neem je in de wetenschap dat de gevreesde uitkomst uit kan blijven.

Je personagein de hoop datje hebt die garantie niet omdatMet het risico dat
vangt een kogel voor iemanddiegene blijft leveneen volgende schutter zomaar een tweede kogel kan hebben…iedereen alsnog sterft
vangt een kogel voor iemanddiegene verliefd op je wordt/ blijftliefde zich niet laat bepalen. De kans wordt misschien groter, maar een garantie is een ander verhaal.je sterft of invalide raakt vanwege een onbeantwoorde liefde
gaat als soldaat leger inhet bijdraagt aan het einde van de oorlog je misschien wel ernstig gewond raakt voor je goed en wel op missie wordt uitgezondenje sterft voor je iets hebt bijgedragen
gaat als soldaat het leger inhet diens vaderland wil beschermenAls de tegenstander de oorlog wint en jouw thuisland verovert, is dat allemaal vergeefs geweestje voor niets sterft en je kinderen zonder ouder opgroeien
liegt tegen een vriend door een zielig verhaal op te hangendie vriend meer aandacht aan diegene besteedtde vriend de leugen kan doorzien en alleen maar kwaad wordtde vriendschap eindigt
liegt tegen een vriend door een zielig verhaal op te hangendie hem geld geeft omdat het personage blut isDe vriend denkt “Ik ben je pixie niet, dus als je zielig doet, help ik je niet. Alleen als je zelf de schouders bereid bent de schouders eronder te zetten.”je personage onterecht de vriend gaat wantrouwen

Merk op dat:

  • Soms het lot aan zet is, niet de handelingen van je personage
  • Je personage niet in een bubbel leeft, acties of meningen van anderen kunnen de uitkomst veranderen
  • Een andere intentie achter een actie ook een andere reactie op kan leveren. (De vriend van het personage zou wel bereid kunnen zijn om even in medelijden mee te zwelgen, maar niet om geld te geven, bijvoorbeeld)

Houd dat in gedachten: met deze elementen kan je een mooi plot maken 🙂

De risico’s van een beslissing

Bedenk wat je personage op het spel zou zetten en meteen daarna of het zich bewust is van de risico’s en de bijbehorende mogelijke gevolgen. Dat is namelijk niet altijd zo. Je personage kan naïef zijn, over onvoldoende (voor)kennis beschikken, of worden verblind door liefde of grootsheidswaanzin. Die dingen zijn altijd nuttig om te weten.
Als je personage wel weet wat de mogelijke gevolgen zijn, kom je veel te weten over diens normen en waarden, karaktertrekken en manieren van denken.

  • Als jij geld aan een vriend in nood geeft dat anders naar je skivakantie zou gaan, dan zegt dat dat je trouw en gul bent. En dat vriendschap hoger in het vaandel staat dan persoonlijke ontspanning. En dat je het er ook voor over zou hebben dat je wederhelft even flink tegen je schreeuwt en je er een ruzie aan overhoudt. Met het risico dat die uit de hand loopt en het je relatie kost. Dit geeft blijk van roekeloosheid.
  • Je personage droomt om door te breken als actrice. Ze struint eindeloos audities af, waardoor haar sociale leven op een laag pitje komt te staan. Dan is ze ambitieus en doelgericht, maar ze loopt het risico dat ze straks geen sociaal leven meer over heeft. Trouw aan vrienden zal bij haar niet de hoogste norm zijn. Ze kan denken: “Als ik straks beroemd ben, dan zien mijn vrienden die ontrouw voor ambitie aan en dan komt het goed.” Of dat waar blijkt, is aan jou als schrijver, maar je ziet wel hoe zij denkt en dus ook handelt.

Voer voor conflict

Zie je dat je door te weten wat je personage op het spel zou zetten heel veel kan aanvullen of zelfs bepalen? Het kan narratieve conflicten opleveren, het centraal conflict bepalen, plotwendingen in gang zetten, de spanningsboog verhogen… Let er alleen wel op dat je niet vergeet dat deze vraag vrij heftig van aard is. De kans is groot dat zodra je het antwoord erop weet, je dieper gaat graven dan nodig is in de psychologie van je personage. Of dat je het gevoel krijgt, nu wel iets zwaars te ‘moeten’ schrijven. Een personage heeft immers principes nodig en die worden hiermee duidelijk op een manier die pageturner lijkt te schreeuwen. Het antwoord op deze vraag geeft voer voor conflict, maar dat voer hoeft dan niet meteen een caloriebom te zijn 😉
Bedenk daarom ook waar de limieten van je personage liggen als het om deze principes gaat.

Het limiet van de bereidwilligheid van je personage

Een limiet van bereidwilligheid is ook erg belangrijk om over je personage te weten. Die heeft namelijk ook iedereen.
De oppastiener wil dus wel helpen met huiswerk van het oppaskindje, maar niet eindeloos; De puber heeft ook een leven. Of wil betaald worden als het meer dan een uur extra werk per week oplevert.
Als je dit soort limieten duidelijk hebt, levert dat ook een aantal belangrijke voordelen op, naast de verdieping die je al hebt gekregen door het eerste deel van de oefening te doen.

  • Je zoekt en vindt de gezonde balans tussen goed en slecht van je personage, waardoor het geen schijnheilige engel wordt
  • Als je personage in een duivels dilemma komt, dan helpen deze bevindingen je makkelijker te beslissen

Laat je dus vooral inspireren door te kijken waar je personage offers voor zou brengen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Lance Reis op Unsplash.

Schrijfoefening: de doodnormale treinreis

Vorig jaar organiseerde ik de schrijfwedstrijd Portland Pen. Ik kreeg spectaculaire reisverhalen terug om te lezen, maar ik wil nu laten zien dat er verborgen informatie verstopt zit in een scène met een doodnormale treinreis

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Deze schrijfoefening gaat in op het idee dat:
* iets voor de een alledaags is, en voor de ander een hele onderneming
* iets niet per definitie spectaculair hoeft te zijn, voordat je iets over je verhaal of personage kan leren
* je soms juist in de details of tussen de regels van het schijnbaar normale door iets te weten komt over je verhaal of personage. Iets wat je niet zou zien als het verhaalthema zelf al tot de verbeelding spreekt.

De alledaagse treinreis

In deze schrijfoefening gaat je personage
* een kaartje kopen voor de trein
* naar het station
* de trein instappen
* een keer overstappen: de dienstregeling is hierbij prima, er is geen vertraging in het spel
* de trein weer uit, op weg naar een vriend of familielid om een alledaags bakje koffie te drinken. (Lees: je personage is niet op weg naar een begrafenis, het vliegveld voor een belangrijke zakendeal, kraamvisite…) De reden voor dit treinritje is relatief saai.
Tijdens deze treinrit mag je personage geen getuige zijn van een vechtpartij, sjans hebben met de toekomstige partner… Bovendien reist je personage gewoon binnen Nederland. Er is geen taalbarrière, ingewikkeld gedoe met wisselen van vervoerders…Dit ritje is op zichzelf in elk opzicht alledaags.

Met andere woorden: op zichzelf is deze treinreis doodnormaal. De vraag is alleen of jouw personage dat ook zo beleeft, en waarom (niet). Ongeacht dat antwoord ga je kijken waaraan je dat ziet en wat er alsnog gebeurt waaraan je iets aan je personage of het plot opmerkt. Of wat deze ogenschijnlijk saaie scène alsnog interessant maakt of kan maken.

De extremen op een rijtje

Gegevendoorgewinterde treinreiziger reiziger die normaalgesproken altijd met de auto gaat
kaartje kopen doet dat niet: de ov-chipkaart wordt automatisch opgeladen bij een bepaald bedrag.moet nog een ov-chipkaart kopen en uitvinden hoe je die oplaadt en hoe de stationspoortjes werken
naar het stationhoeft maar op de klok te kijken om te weten wanneer hij moet vertrekken moet nog een website (weten te) vinden waarop de dienstregelingen vermeld staan
de trein instappenziet een trein aankomen en weet aan de hand van de lengte van de trein en de tijd van de dag waar hij de grootste kans op een zitplaats heeftweet misschien niet dat er ook stiltecoupés zijn en baseert de zitplaatskeuze daar dus ook niet op
overstappengaat in een coupe zitten die dicht bij de trap naar het andere perron stil gaat staanhoud de dienstregeling goed in de gaten of heeft de hele week al in het hoofd dat van spoor zeven de volgende trein gaat, met een overstap van zès minuten
het station verlatenheeft nauwelijks door dat de treinreis erop zit en vervolgt routineus de reiskijkt verwoed waar de bussen staan of belt meteen de vriend op: ‘Alles is goed gegaan, waar staat de P&R waar jij wacht?’

Alles in kleine stapjes…

Als je de tabel ziet, gaat de treinreiziger zowat emotieloos door het leven, waar de autobestuurder ’s werelds grootste stresskip lijkt. Dat is dus uitgesproken niet de bedoeling van deze scène. Idealiter ligt het resultaat ergens in het midden: bijna alles lijkt normaal, zoals bij de treinreiziger, maar ergens valt er iets kleins op of gebeurt er iets relatiefs eenvoudigs, waardoor er nog ergens over te schrijven valt.

Welke van deze elementen zou iets over je personage kunnen zeggen?
Is je personage vaak blut? Misschien werkt die automatische bijschrijving dan niet meer, of is het extra stressen als een kaartje uit de automaat een euro duurder blijkt te zijn dan die online een te kopen.
Of als je personage zich soms verslaapt…

In deze schrijfoefening gaat er niets mis, maar als je wil schrijven over iets alledaags, moet je wel – al is het maar in het achterhoofd- bedenken wat er mis zou kunnen gaan. Anders wordt je verhaal ècht eentonig en emotieloos. Je personage mag dan niet continu interessante dingen denken, het denkt en observeert wel degelijk. Wees niet bang om dat zo nu en dan uit te schrijven:
“Ik moet eens ophouden iedere dag koffie te halen op het station. Dan heb ik zo die ene citytrip bij elkaar gespaard.”
“Joepie, een dubbeldekker. Daar wilde ik als kind al in rijden. Ik hoop dat er boven nog een plaatsje vrij is!”

Kies het element wat voor je personage om wat voor reden dan ook het interessantst is en schrijf daar iets omheen wat het schrijven waard is. Zo kan de doorgewinterde reiziger genieten van de overstap omdat hij iets aan het station nog altijd mooi vindt om te bekijken. De nieuwe treinreiziger kan naar het station gaan het belangrijkst vinden, omdat die daar nog alles moet ontdekken.

Vervolgens laat je iets kleins gebeuren. Er schiet je personage plotseling iets te binnen (al dan niet door iets wat die ziet of wat er gebeurt), er komen gevoelens opzetten (fysiek of emotioneel) waardoor je personage de treinrit op een bepaalde manier beleeft. Laat de conducteur op een goede vriend lijken, de wc wel heel erg stinken…

… En actie!

Wat doet je personage met dit kleine gegeven? Soms zeggen de kleinste acties veel over hoe je personage in elkaar steekt!

Meldt je personage de stankoverlast? Groet die de conducteur? Heeft dat nog gevolgen voor het latere plot? (‘Laat ik die lang verloren gewaande vriend weer eens bellen..’) Is het voorval aan het eind van de rit weer vergeten of is dat de reden om vaker met de trein te gaan of juist een auto aan te schaffen?

Zenmomentje

In deze scène zal er niets gebeuren wat het complete plot op zijn kop zet, hoogstens vormt het een van de tientallen schakeltjes. Maar je kan van deze oefening wel iets over je personage leren. En het geeft een prettig narratief ‘zenmoment’, waar je sfeeromschrijving goed tot zijn recht kan laten komen.
Een paar honderd of soms tientallen woorden volstaan vaak al voor dit soort scènes, anders verliezen ze hun kracht. Maar ze zijn dan wel kort en krachtig!

Foto door Finn IJspeert op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening de digitale ridder: heb je een goed open einde?

Bij een open einde interpreteert de lezer de afloop van je einde. Daarvoor moet je wel vaste aanknopingspunten kunnen geven. Om te laten zien wat voor effect interpretaties van een lezer kunnen hebben op je verhaal, trekken we een ridder een pixelpak aan en plaatsen we hem in een videogame.

De controle(r) uit handen geven

Bij een videogame heeft de speler een controler in handen. Afhankelijk van diens wil of onkunde bepaalt dat of de ridder de draak kan verslaan of niet. Een videogame heeft ook opties die het plotverloop bepalen. Vaak vraagt een voorbijganger iets waar je bespeelbare personage antwoord op moet geven. Afhankelijk van dat antwoord gaat er een poort open, krijg je een extra wapen, ruzie met iemand…
Zo kan een gamer je het verhaal beïnvloeden. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening.

Gevolgen van keuzes

Onze ridder komt halverwege zijn missie op een kruispunt. Daar staat iemand die hem de weg verspert. Als hij linksaf gaat, zal hij een drankje vinden waardoor hij minder kwetsbaar is voor het vuur dat de draak spuwt. Gaat hij rechtsaf, dan kan hij een aantal gevangenen bevrijden. Aan de gamer de keuze. Dat maakt voor het karakter van de ridder een redelijk verschil, wat weer weerslag kan hebben op het plotverloop. Is de ridder eerder bezorgd om ieders welzijn (A), of is hij slechts gericht op het doden van de draak vanwege de roem? (B)

Komt hij bij een tweede kruispunt en krijgt hij de keuze tussen de prinses of rijkdom, dan geldt hetzelfde. Maar als je eerst optie A hebt gekozen en nu optie B kiest, dan stuit je op een paradox wat betreft het karakter van de ridder. Dat is dan niet logisch meer. Op den duur heeft dat gevolgen voor het plot. Maar omdat de gamer de touwtjes in handen houdt, blijft die optie wel mogelijk.
Lees: keuzes hebben gevolgen. En die keuzes en gevolgen moet je kennen om je verhaal en het open einde logisch te kunnen houden.

Waar gaat het verhaal hoe dan ook over?

Als je doet alsof je met een gamer in plaats van met een lezer te maken hebt, krijg je een duidelijker referentiepunt wat je in een open einde uit moet sluiten of moet verklaren en wat je open kan laten.

Neem het tweede kruispunt van de ridder. Bij het eerste kruispunt heeft de gamer besloten of hij voor een wapen of voor het bevrijden van gevangenen gaat. Dat zijn verschillende keuzes met andere bijbehorende moralen. Maar uiteindelijk hebben ze wel iets gemeen: beide opties maken van de ridder een held. En dáár draait de kern van je verhaal om; het gaat over een ridder, niet over een laffe bankhanger.

Zonder het gegeven dat je over een held/ ridder schrijft, kan je verhaal geen kant op en heeft het geen basis. Maar mèt die basis van het verhaal over een ridder kan je juist tientallen kanten uit. Je kan eindeloze kruispunten in het verhaal schrijven, zo je wil. Dat doe je met schrijven eigenlijk altijd. En net als de gamer die bij een kruispunt staat, komt dat vaak neer op een ja/nee antwoord:

* Verslaat de ridder de draak? ja/nee
* Wordt mijn personage ernstig ziek? ja/nee
* Breekt mijn held in dit gevecht een been? ja/nee
* Schrijf ik over een verhaal in de jungle? ja/nee
* Schrijf ik over een verhaal in de grote stad? ja/nee
* Schrijf ik over een meisje met rode krullen? ja/nee

Jij bepaalt uiteindelijk hoeveel je de controle(r) uit handen geeft.

Vaak ben je je alleen bewust van de vragen waarop je met ja antwoord geeft. Als je een horrorverhaal schrijft, denk je niet aan de vraag ‘Zal het stelletje lachend van de met bloemen begroeide helling afrollen en elkaar daarna zoenend in de armen nemen?’ Natuurlijk is dat antwoord nee. Maar in theorie kan het (wie weet hoe creatief je bent met plotten invullen ;))

Zoek de absolute ja-vragen

Als je bij de wrap-up van het verhaal aangekomen bent, moet je gaan bepalen wat je duidelijk wil afronden en wat je open laat. Om een goed open einde te waarborgen moet je zoeken naar de ‘absolute ja-vragen’. De vragen die laten zien dat je al die tijd over een ridder hebt geschreven, niet over een bankhanger, ongeacht wat een lezer verder ook met de eigen fantasie mag aanvullen. Vragen die, als ze ‘nee’ als antwoord zouden hebben, een totaal ander verhaal zouden vertellen.

* Wordt de draak verslagen? Ja
* Wordt de prinses gered? Ja
* Wordt de ridder als held onthaald? Ja

Bepaal de ‘vul uw voorkeur in’ vragen

Bij een open einde zijn er talloze vragen die een ja/nee antwoord hebben en houden.
* Trouwen de ridder en de prinses? (Let op: bij subpersonages hoort deze vraag altijd in deze categorie. Lees hier waarom.)
* Raakt de ridder later aan de drank door PTSS?
* Komt er ooit nog een andere draak in de grot wonen?
* Blijken de ridder en de prinses lang verloren gewaande broer en zus te zijn en ligt er incest op de loer?

Ho, dat laatste is wel erg luguber. Hoe kom je daar nou bij? Ik wil niet iemand zo over mijn verhaal gaat denken…
Blijkbaar heb ik als gamer van jouw videospel een kruispunt gehad met een optie die die incest suggereerde. Of in gewone boekentaal: tussen de regels door heb je een plotpunt, dialoog of een karaktertrek van een personage zodanig geschreven dat een lezer daar incest in zou kunnen zien.
Je hebt nu drie opties:
1 Maak van het familievraagstuk een absolute ja-vraag “De ridder keek de bakker nog eens goed aan. Hij bleek precies dezelfde ogen en neus te hebben.” Is de ridder de zoon van de bakker? Ja.
2 Laat je tekst zoals die is en neem er genoegen mee dat je tekst anders wordt geïnterpreteerd dan jij bedoelde. Je kan je afvragen of – duistere onderwerpen als incest of niet- je je verhaal wel een open einde wil geven als je je druk maakt om wat de lezer anders leest dan jij wilde overbrengen.
3 Lees je verhaal in zijn geheel nog door op dit soort ‘onregelmatigheden’. Zo’n dubbelcheck is altijd goed om te doen.

Foto door Nikita Kachanovsky op Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: stilte in een dialoog

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik fan ben van de documentaire Human van Yann Arthus Bertrand.
Ook bij deze schrijfoefening maak ik weer gebruik van deze diepgaande interviews.

De opzet van Human the movie

Human is eigenlijk niet veel meer dan een reeks interviews over allerlei aspecten van een mensenleven, afgewisseld door beelden van de wereld. (Maar het is wel meer dan prachtig!)
Soms aarzelen mensen voordat ze verder praten. Die aarzelingen zijn het uitgangspunt voor deze schrijfoefening.
Je gaat kijken hoe lang en wanneer de mensen aarzelen, kijken naar hun gezichtsuitdrukking op het moment dat ze dat doen en wat voor gedachte er achter die aarzeling lijkt te zitten.
Waarschuwing: er zitten interviews in deze selectie die heftige dingen erg specifiek omschrijven, waaronder beschrijvingen van mishandeling of (bijna-)moord (Sylver, Leonard, Zohar), en rouw (Aidan, Siobhan)

Voorbeelden van stiltes in een gesprek

Aarzeling lijkt te zeggenZoals te zien in het interview met
Ik moet mijn woorden zoekenJonathan Zohar Aidan Leonard Raul Milia
Laat wat ik zeg goed tot je doordringenZohar Zica Caleb
Ik kan (het gewicht van) wat ik wil zeggen niet in woorden uitdrukkenJonathan Caleb
Sylver
Zohar
Leonard
Ik word emotioneel en kan daardoor even niet pratenSiobhan Aidan Leonard Camille Robert
Ik besef nu pas hoeveel invloed dit onderwerp op me heeft (gehad). Er valt een kwartje, emoties die ik altijd heb vastgehouden komen nu los. Christian Caleb Katie
Siobhan Aidan Leonard Camille Milia Robert

Je ziet dat er meerdere dingen aan de hand kunnen zijn. Dat is interessant, want dat maakt een zin als ‘er viel een stilte’ plotseling erg riskant. Natuurlijk zal je met show don’t tell in de zinnen die volgen of eraan vooraf gaan wel wat meer duidelijk kunnen maken.
Ik heb dit overzicht concreet en kort proberen te houden. Misschien zie of hoor jij wel iets meer of iets anders in deze stiltes dan ik in de tabel schrijf. Dat brengt ons bij de hamvraag.

Hoe beschrijf je stilte in een gesprek?

Net zoals er verschillende manieren zijn om een stilte te interpreteren, zo zijn er ook verschillende manieren om stiltes te omschrijven. Waar je vooral op moet letten is:

* de eigenlijke woorden die je personage al dan niet uitspreekt
* wat bij je personage past
* het gebruik van regieaanwijzingen en beschrijvingen van expressie
* het moment waarop de stilte valt

Onuitgesproken woorden

Als er een stilte valt, worden er vaak bepaalde woorden niet uitgesproken. Dat kan je goed in deze interviews terugzien. Iedereen die woorden lijkt te zoeken of bij wie er een kwartje lijkt te vallen, laat blijken dat er nog een complete geschiedenis achter deze woorden zit. Een geschiedenis van relaties of emoties. Dan is het de kunst om die emoties of relaties in eerdere zinnen of scènes al duidelijk te hebben gemaakt. Oftewel: zorg dat duidelijk is (voor jou en je lezer!) waarom je personage even niets weet te zeggen, of waarom dat kwartje juist nu valt.
Zo zal Raul misschien nu pas beffen hoeveel hij van zijn vrouw houdt. Of hoort Robert zichzelf nu voor het eerst hardop zeggen dat hij niet de vader kan zijn voor zijn zoon die hij graag wil zijn.

Wat past er bij je personage? Wanneer valt de stilte?

Ieder personage reageert anders op situaties. Zowel in emoties als in de intensiteit ervan. Leonard en Aidan vormen een mooi contrast om te vergelijken. Beide mannen houden het uiteindelijk niet droog als ze het hebben over het gemis van liefde. Maar Leonard kan eerst nog heel beheerst spreken over het gemis en verkeerde begrip van liefde dat hij in zijn jeugd meekreeg. Hij begint ‘pas’ te huilen als hij omschrijft dat hij heeft geleerd wat liefde is, niet als hij spreekt over het het feit dat hij dat jarenlang niet gehad heeft. Die ‘inleiding’ kan hij nog relatief makkelijk vertellen. Aidan huilt ‘al’ zodra hij vertelt dat hij liefde van zijn vader mist.
Natuurlijk zijn hun situaties niet zomaar met elkaar te vergelijken. Leonard praat over levenslange mishandeling en de door hem gepleegde moorden, Aidan vertelt over een liefdevolle vader en nog verse rouw.
Maar het betekent wel dat beide mannen wel op een andere manier met hun emoties om (kunnen) gaan en om andere dingen stil vallen. Wat raakt jouw personage zo dat het erdoor stilvalt? Waarom is dat zo? Door diens geschiedenis, het karakter? De relatie met anderen? Deze geschiedenis van je personage is belangrijk om mee te nemen om de stiltes veelbetekenend te maken.

Expressie en regieaanwijzingen bij stilte

Op het moment dat je een spreekwoordelijke speld kan horen vallen, kijk dan vooral goed naar regieaanwijzingen en de expressie in het gezicht van je stilgevallen personage. Met name regieaanwijzingen (of sommige bijvoeglijke naamwoorden) moet je niet te groot inzetten. Dat zou zijn alsof je op een harde toeter zou blazen tijdens een plechtig moment. De intensiteit komt dan namelijk heel ‘snel’, waar een stilte juist een moment is wat je langzaam zou kunnen noemen. Het gesprek valt namelijk even stil. Je kan dan beter show don’t tell gebruiken of lichaamstaal of gezichtsexpressie beschrijven.

Kijk eens naar dit verschil:
“Ik ben gescheiden.” proest Milia beschaamt uit. Even later biedt ze herhaaldelijk haar excuses aan voor haar woorden, die ze brutaal lijkt te vinden.

“Ik ben gescheiden.” Milia begint te lachen, maar er wellen tranen in haar ogen op. Dan draait ze haar gezicht van me weg, terwijl ze haar tranen wegveegt. Ze blijft zenuwachtig giechelen en biedt haar herhaaldelijk excuses aan voor haar ongepaste woorden.

Als het langer duurt om te lezen, komt de stilte en daarmee de emotie erachter meer binnen bij de lezer. Zie stilte niet als iets wat koste wat kost (snel) doorbroken moet worden. Er zit vaak een schat aan informatie verborgen in een stilte die je durft te laten duren.

Voor je opschrijfboekje

Ik heb gebruik gemaakt van Human om concrete voorbeelden te kunnen geven. Maar deze oefening is ideaal voor in je opschrijfboekje. Details zoals gezichtsexpressie en stiltes in een gesprek vergeet je namelijk relatief snel. Wees alert op de wereld om je heen en houd pen en papier paraat 🙂

Foto door Ernie A. Stephens op Unsplash


Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.



Schrijfoefening: de communicatiemanieren en het karakter van je personage

Als schrijver weet je hoe belangrijk zelfexpressie en kunnen lezen zijn. Wat als dat allemaal ineens weg zou vallen? Je zal ervan schrikken hoeveel je dan over je personage te weten komt.

Uitgangspunt van de schrijfoefening

Je personage is in een land waar het zich niet verstaanbaar kan maken en geen wijs kan uit het plaatselijke schrift. Bovendien zijn er geen klanken uit te onderscheiden zijn waar het op terug kan vallen. Denk aan Japans, Arabisch en Thais (休日, العطل , วันหยุด). In deze oefening:
* is internet niet beschikbaar: dag, Google Translate, Google Maps en Google Images om te helpen…
* begrijpen je personage en diens gesprekspartner alleen ‘help’, ‘ja’, ‘nee’, ‘dank u’, ‘alstublieft’, ‘hallo’ en ‘tot ziens’ in een en dezelfde taal.
* mogen de gesprekspartners tekenen om een ander duidelijk te maken, maar dan beperken de tekenkunsten zich tot iets als dit:

“Ik zoek de sportschool, snapt u?” 😉
Afbeelding: https://www.deviantart.com/cold-hearted-world/art/stickman-contest-entry-147423216

Dat kan even spannend en grappig zijn, maar als dat te lang duurt, word je geconfronteerd met je (gebrek aan) vindingrijkheid, tolerantie, manieren, geduld, moed en ontdek je de comfortzone. Zo leer je een personage dus erg goed kennen! Je kan belangrijke informatie voor je personagebiografie ontdekken met deze oefening.

Wie wordt de gesprekspartner?

In mijn voorbeelden houd ik een personage aan dat op vakantie is. Dit personage verkeert dus niet in acuut gevaar. Maar omdat je personage wel aan rust toe is en die niet krijgt als de communicatie niet vlot verloopt, zal het wel even boos, verdrietig, paniekerig of chagrijnig worden…
Veel van de mogelijke gesprekspartners die volgen laten ook zien hoe hoog het Karengehalte van je personage is. Als jouw verhaal geen receptionist heeft omdat je personage niet in een hotel gaat slapen, kijk dan of de gesprekspartner in jouw verhaal een vergelijkbare rol vervult.

Kijk voor deze schrijfoefening wat er belangrijk is voor jouw verhaal. Wat gebeurt er in je plot? Hoe moet je personage groeien in zijn centrale conflict? Als je een dystopisch verhaal schrijft, is het interessant als de gesprekspartner iemand is die als enige de weg weet naar de laatste schuilkelder. In een verhaal over een belangrijke zakendeal is het handig om te kijken wat er gebeurt als je personage lastig met een concullega kan communiceren.

Receptionist

De persoon die makkelijk te misbruiken is door een lagere rang en een kwetsbare positie.

Een eventuele Karen ontpopt zich bij de receptionist in volle glorie. De receptionist verleent een dienst: een luxe dienst; vakantie vieren is een voorrecht, geen recht. De receptionist is de laagste in rang, of het ‘laagste schakeltje’ binnen zo’n luxe dienstverlening. En hij heeft een manager boven zich werken, dus een klacht indienen is zo gebeurd.
Als je personage zich een bepaalde luxe kan permitteren, heeft het dan de neiging om zich als belangrijker voor te doen dan de ander, of blijft het de receptionist als gelijkwaardige behandelen? Ook iets om over na te denken: beseft je personage dat het zichzelf niet kan inchecken en de receptionist de eerste in een schakeltje van het hotelverblijf is? Als het communiceren in het begin al moeizaam gaat, is dat niet het moment om (al) de degens te gaan kruisen. Daar wordt alles alleen maar vermoeiender van. Heeft jouw personage dat door?

Taxichauffeur

Hoe gedraagt je personage zich tegenover iemand die lager in rang is, maar wel een zekere macht over haar heeft?

De taxichauffeur heeft veel gemeen met de receptionist: hij is een relatief ‘lage’ dienstverlener. Karen, let op: er is een belangrijk verschil! Als je boos wordt op een taxichauffeur kan hij je ergens droppen, zonder dat je weet waar je bent en hoe je daar weer weg moet komen. Dan ben je nog verder van huis (of je hotel, zo je wil). En een klacht indienen kan je niet ter plekke doen…

De serveerster

Een persoon in lagere rang, maar die wel iets doet of heeft voor jou dat essentieel is om te overleven of in ieder geval de dag fatsoenlijk door te komen.

Net als de receptionist en de taxichauffeur is de serveerster wat lager in rang. Maar als ze jou geen eten kan of komt brengen en je daarmee niet in een van je eerste levensbehoeften wordt voorzien… Iets om over na te denken wat betreft hoe je personage daarop reageert. Een leuk extraatje: als je personage een serieuze allergie heeft, dan wordt het een stuk belangrijker om zowel duidelijk te kunnen communiceren als de serveerster te vriend te houden. Hoe doet je personage dat?

De receptionist, taxichauffeur en de serveerster verlenen een dienst waarvan je als vakantieganger weet dat je er gebruik van gaat maken. In hoeverre bereidt je personage zich daar extra op voor, of juist niet? Misschien vindt het het wel lachen om met handen en voeten met de receptionist te moeten praten, maar als er serieuze allergieën in het spel zijn, zal je toch iets meer moeten voorbereiden. Voor zover je personage zich kan voorbereiden op dit soort situaties, zegt het ook iets over hem in hoeverre het dat ook doet. Heeft het een controledwang of is het juist zo laks dat hij daardoor makkelijk(er) in de problemen komt?
Bovendien: probeert je personage mee te denken in de oplossing, of houdt hij zich aan het principe dat hij als betalende klant zich nergens mee hoef te bemoeien? Dat zegt iets over zijn trots, of bereidheid in het algemeen om in actie te komen.

Medevakantiegangers

Als het gaat om rang of status, is er bij deze mensen niets te halen of te verliezen: ze zijn gelijkwaardig aan je personage. Wil of durft je personage het aan om met handen en voeten vriendschappelijk contact te leggen? Of gaat hij van een mooi boek genieten? Dat zegt iets over zijn sociale behoeften (op dat moment). En wat als er de clichéruzie uitbreekt over de handdoeken bij het zwembad? Nu de gesprekspartner niet betaald wordt om een conflict op te lossen, zal dat anders verlopen en je personage zich ofwel anders gedragen of een andere aanvalstactiek moeten bedenken.

Het idool

Daar komt het idool van je personage onverwacht over straat aangelopen! Iemand van hoge(re) rang en bovendien is je personage even pen en papier kwijt, dus een blocnote en pen onder de neus schuiven in de hoop dat de extase in de ogen het wel doen… Dat gaat even niet op.
Durft je personage het risico zich voor schut te zetten om iets te bereiken bij iemand waar het ontzag voor heeft? Of wordt het door diegene en de situatie geïntimideerd en vraagt het daarom niet wat het wil of nodig heeft?

De hotelmanager

Iemand met een relatief hoge(re) rang, maar bij wie wel iets te halen valt.

Knik even veelbelovend in de richting van je drie Guccitassen en de hotelmanager biedt je misschien wel iets extra’s aan, in de hoop dat je een hogere fooi geeft. Probeert je personage zoiets omdat het vindt dat het recht heeft op een voorkeursbehandeling? Gaat het hielenlikken tot er kwijl op het tapijt ligt?
Doet het dat niet omdat het tevreden is met de hotelkamer die is geboekt? Vraagt het vriendelijk of er misschien nog (tegen betaling) bepaalde upgrades beschikbaar zijn? Of durft het de hotelmanager niet eens naar zoiets of zelfs überhaupt iets te vragen omdat het denkt zelf in veel lagere rang te zijn?
De omgang met de hotelmanager kan je veel vertellen over de mate van tevredenheid, eigenwaarde en zelfvertrouwen die je personage heeft. En hoe het zijn eigen status ziet.

De dokter

Je personage krijgt een ongeluk en wordt naar het ziekenhuis gebracht. Het ziet allerlei professionele zorgverleners aan het werk gaan, maar wat er mankeert, is onduidelijk. Het enige wat je personage weet, is dat het in pijn verkeert. Hoe bang is je personage in zo’n situatie? Vertrouwt het op de zorgprofessionals en laat het zich bijna vertroetelen in de zorg die het krijgt? Of kan hij het niet aan als onbekenden hem aanraken, zonder te weten wat ze precies doen of gaan doen? Dat laatste kan iets zeggen over de medische toestand van je personage: wat als het duidelijk moet maken dat het allergisch is voor bepaalde medicijnen? Het zegt ook iets over hoe goed je personage al dan niet in zijn lijf zit. Stel dat het zich schaamt voor zijn lijf en ook al niet weet wat die zusters allemaal aan hem zitten te sjorren, dan kan het zomaar zijn dat hij de behandeling bemoeilijkt door hen dwars te zitten.
En wie probeert jouw personage als eerste te contacteren om te laten weten dat hij in het ziekenhuis ligt? Waarom die persoon? Of licht hij niemand in, om pas later als alles – hopelijk- weer over is, te kunnen zeggen: “Ik heb een uurtje op de EHBO gelegen, maar ik wilde je niet ongerust maken, dus ik heb niets laten weten.”

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: interview over een levensverhaal

Als schrijver kan je soms te enthousiast raken over je eigen verhaal. Omdat je je personages goed leert kennen, maak je ze soms leuker dan ze moeten zijn voor het verhaal. Of heb je net iets meer medelijden met hen dan goed is voor het plotverloop. Dat kan ten koste gaan van je neutrale bril. Deze oefening helpt je om van een afstandje te kijken naar je personage.

Interview met een nabestaande

Als je mijn blog al wat langer leest, weet je dat ik de documentaire Human een fantastische inspiratiebron vind voor het ontwikkelen van personages. Deze schrijfoefening gaat ook uit van de opzet van deze documentairefilm. Een relatief simpele vraag: “Hoe is jouw leven en wat speelt daarin?” kan een namelijk een schat aan informatie opleveren.

In deze schrijfoefening is je hoofdpersoon overleden en ga je een nabestaande interviewen (echtgenoot, vriend, zus, tante et cetera). Dit personage hoeft geen grote rol in het verhaal te hebben, maar moet je hoofdpersonage wel goed kennen. Voor een ideale duur van het interview, spreek je de ‘tekst’ van de nabestaande hardop uit. Ga echt even in diens schoenen staan. Aarzel ook even om je woorden te vinden, bijvoorbeeld. Zet een timer van drie minuten. Dan blijf je bij de kern van het verhaal blijft zonder het tekort te doen.

Opzet van het interview

Jij vertelt de nabestaande over het interview:
“Ik maak een documentaire over de levens van verschillende mensen en wil die in een tijdcapsule stoppen. Jouw geliefde is helaas al overleden, maar hoe zou jij willen dat die in de spreekwoordelijke geschiedenisboeken komt te staan?”


Het interview met Donatella hierboven is een heel goed voorbeeld uit de documentaire. Ze vertelt over haar gesloten vader. Hij kreeg door Alzheimer een andere persoonlijkheid. Daardoor was hij in de laatste periode van zijn leven opener en zachter naar zijn dochter.

Donatella stond dicht genoeg bij haar vader om te kunnen vertellen over hoe hij was. Ze vindt en weet er ook wat van:
* Het was moeilijk een relatie met hem op te bouwen;
* Hij was diep vanbinnen liefhebbender dan hij liet blijken;
* Hij had het allerbeste voor met zijn gezin.

Maar wat je niet uit dit interview te weten komt, zijn dingen als:
* waar hij werkte;
* wat zijn grootste angst was;
* die ene keer dat hij een flinke ruzie had met zijn beste kameraad.

Ze geeft een algemene indruk van haar vader en vertelt over de dingen die zij als het belangrijkste acht om die algemene indruk te kunnen schetsen.

Het belang van de algemene indruk

De algemene indruk van je personage geeft je een belangrijke houvast. Zo vergeet je niet wie je hoofdpersonage in de kern is en dwaal je minder makkelijk af : “Ja, mijn personage is gesloten, maar hij is ook een harde werker, een postzegelverzamelaar, dol op gebakken eitjes en heel goed in Duits.” Als je moeite hebt met het bepalen wat al dan niet belangrijk is om in een subplot te verwerken, kan je dat met deze oefening makkelijker afbakenen.

Nog een belangrijk voordeel is dat je niet te snel op de zaken vooruitloopt. Dan kan je belangrijke karaktereigenschappen of gebeurtenissen minder belangrijk maken dan ze zijn. In het geval van Vader Donatella: “Ja, maar ik weet dat hij in wezen een lieve man is, dus ook al vóór zijn Alzheimer laat ik hem hier en daar al zacht zijn.”
Dat is dus niet de bedoeling: je weet van het interview met Donatella dat dat (nog) niet aan de orde was. Hoe beter je je personage leert kennen, hoe groter de kans dat hij (of iets van hem) een darling wordt. Als je met andere ogen/ van een afstandje naar je personage kijkt, verklein je die kans.

De meerwaarde van de geliefde

Een persoon of personage kan nooit volledig door een neutrale bril kijken. De nabestaande dus ook niet. Maar een personage heeft een heel groot voordeel wat jij als schrijver niet hebt: een nabestaande hoeft geen plot in de gaten te houden. Als Vader Donatella een gesloten man was gebleven, dan had Donatella dat gewoon gezegd. Ze was er misschien wat treuriger om geweest, maar ze zou niet zomaar verzinnen dat haar vader Alzheimer kreeg en een lievere man werd. Dat zou eerder iets zijn wat jij als schrijver graag zou zien voor een mooi verhaalthema.

Voorwaarde van de nabestaande

De nabestaande heeft een belangrijke voorwaarde om geïnterviewd te mogen worden: hij mag niet verblind zijn door emoties. Denk aan dus bijvoorbeeld:
* De man die zijn vrouw zodanig verafgoodde dat hij ook haar drankprobleem niet als iets negatiefs zag; alles, echt álles aan vrouwlief was positief;
* De zoon die is mishandeld door zijn vader en niet meer over hem kan zeggen of denken dat het een eersteklas ^*$&! was;
* De ex-vrouw die is bedrogen en nooit over die verbittering heen is gekomen.

Kies in dat geval een ander personage voor het interview.

Donatella is een heel mooi voorbeeld van de ideale persoon om te interviewen: ze zegt eerlijk dat de relatie met haar vader grofweg het langste deel van haar leven erg lastig voor haar is geweest. Ze vertelt ook dat dat zelfs uitmondde tot andere rare situaties en een ernstig gemis. Als ze eenmaal over de ziekteperiode van haar vader begint, verwoordt ze wat dat teweegbracht. Ze koppelt wel een bepaald oorzaak en gevolg, maar dat geeft een mooie samenhang, zonder dat het ene gegeven het andere kleurt of tenietdoet.

Dingen om op te letten

Deze schrijfoefening kan je onverwachte inzichten geven. Het scheelt per interview wat voor nieuwe informatie je krijgt of waar je in bevestigd wordt. Maar na het afnemen van het interview kan je jezelf in ieder geval deze vragen stellen:
* Is mijn personage inderdaad (nog) wie ik dacht dat hij was?
* Loop ik vooruit op bepaalde zaken in het plot?
* Heb ik darlings over mijn personage ontdekt? Welke zijn dat?
* Zijn eventuele subplotten inderdaad zo belangrijk voor het verhaal als ze lijken?

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: achter de foto

Misschien ken je het wel van vakantie: je neemt een hoop foto’s, maar als je ze terugkijkt, doen ze teniet aan de ervaring. Ofwel omdat er buiten het zicht van de camera een hele sfeer was die je niet kon vangen, of er buiten beeld iets heel speciaals speelde dat aanleiding gaf tot de foto, of gewoon omdat je maar één berg op de foto kreeg, terwijl je was omringd door een complete bergketen.
Het uitgangspunt: ‘maar er was nog zoveel meer dan je hier ziet’ vormt de basis van deze schrijfoefening.

Wat is een foto waard?

Beeld je in dat je in de vorige eeuw leeft en foto’s maken nog speciaal is. Je maakt ze niet met een zwiep van je telefoon, maar per fotorolletje van zesendertig stuks, die je later nog moest laten ontwikkelen en het resultaat pas een week later te zien kreeg. Misschien moet je zelfs drie weken vooraf een afspraak maken bij een fotograaf om één enkel kiekje te mogen schieten. Dan ga je wel even nadenken wat de moeite van het gedoe en de kosten waard zijn. Zoek een scène of een moment uit in je boek uit die om wat voor reden dan ook speciaal is.
Probeer daar in je geestesoog ook echt een foto van te maken, zodat het beeld concreet wordt en je een duidelijk uitgangspunt hebt voor deze oefening. Onderstaande foto neem ik als voorbeeld.

Foto door Mason Dahl via Unsplash

Achtergrond van de foto

Op bovenstaande foto zie je een groep mensen picknicken. Het is lekker weer op de foto, dus het is waarschijnlijk een fijne dag geweest: lekker eten en fijn gezelschap. Maar dat is alles wat je ziet. Ook al ken je deze mensen persoonlijk, aan de foto zelf kun je niet veel méér afleiden.

Als een van deze mensen deze foto ziet en dit moment speciaal is, zullen ze gaan vertellen:

* “Die dag was vreselijk: vlak na die picknick kreeg ik te horen dat mijn vader ernstig ziek was…”
* “Die picknick was echt leuk. Het was een aanloop naar een huwelijksaanzoek.”
* “Tijdens die picknick kwam er een vrouw gillend naar ons toe omdat haar man een hartaanval kreeg. We hebben de ambulance gebeld en later bleek dat die man het door ons snelle handelen had overleefd.”

Naar de foto kijken

Als je de goede foto voor de oefening hebt gekozen, dan komen er bij je personage duidelijke emoties of sprekende herinneringen bovendrijven. Dit is waar deze oefening waardevolle informatie over je personage of zijn biografie kan geven. Een herinnering of een moment waarover je personage veel te vertellen heeft kan een schat aan informatie opleveren. Misschien is de foto zelf wel een schakeltje in een belangrijk butterfly-effect van je plot. De voorbeeldfoto ging vooraf aan de hartaanval van de omstander.
Dan kan je bijvoorbeeld van je personage, die de foto veertig jaar later ziet, horen: “Ik was nog aan het oriënteren wat ik met mijn studie wilde doen. Ik had al een cursus EHBO gedaan, maar toen die man een hartaanval kreeg en ik hoorde dat ik zijn leven had gered, besloot ik dat ik een medische studie wilde doen. Nu ga ik over een jaar met pensioen na een carrière als succesvol en gerespecteerd cardioloog.”

Als het dat ene moment het leven van het personage verandert of heeft veranderd, dan moet er veel zijn losgemaakt op dat moment sûpreme. Wat ging er door hem heen? Wat was het moment dat er iets ‘klikte’ of wanneer gebeurde dat? Steeg het personage als het ware boven zichzelf uit en kon hij de situatie van bovenaf bekijken? Kreeg hij zo’n ongekend hoge dosis van een bepaalde emotie (blijdschap, schok, verdriet, verontwaardigdheid…) dat hij er daarna wel iets mee móest doen? In therapie gaan, een liefdadigheidsorganisatie opzetten, wat dan ook?
Kijk goed wat er met je personage gebeurt als je hem naar de foto laat kijken. Waarschijnlijk komen de belangrijkste elementen uit de biografie voorbij. Dat kunnen de vaststaande elementen zijn zoals in die post beschreven staan, maar je kan ook andere belangrijke zaken voor jouw personage tegenkomen. Schrijf het allemaal op!

Voorbeelduitwerking casus

Onze cardioloog kan verschillende dingen vertellen als hij zegt hoe heftig het was om de man die hartaanval te zien krijgen:
* “De paniek van de echtgenote ging door merg en been. Het deed fysiek pijn om het zelfs maar aan te moeten zien. Ik heb wekenlang nachtmerries gehad en ben doodsbang geweest zoiets weer mee te maken. Op dat moment besloot ik dat ik iets zou gaan doen wat mensen die paniek en angst zou kunnen besparen of verminderen.”
* “Ik had de week ervoor mijn moeder verloren: ze was aangereden door een dronken automobilist. Niemand had haar kunnen redden. Toen ik die hartaanval zag gebeuren, besefte ik dat de dood soms te voorkomen is. Als ode aan mijn moeder wilde ik zo’n levensreddend vak leren.”

Je kan hier al belangrijke zaken als een trauma of de grootste angst van je personage uit opmaken. Tussen de regels door kan je vaak ook iets van waarde vinden. Als de moeder van het personage is overleden door een ongeluk, is dat uiteraard heftig geweest. Maar wat voor gevolgen heeft dat precies gehad?
Misschien durft je personage nu geen auto meer te rijden, of is hij verder opgegroeid met een door de schok aan de alcohol geraakte vader. Dat zal ook geen pretje zijn geweest.
Of was je personage al volwassen? Dan heeft dat geen invloed op de jeugd gehad, maar misschien heeft moeder daardoor wel de aankomende bruiloft van je personage gemist. Allemaal bruikbare nieuwe informatie.

Wat is de gedachte erachter?

Bedenk dat je personage niet voor niets deze foto heeft gekozen. Reken erop dat alles wat hij zegt een dubbele laag of diepere betekenis heeft. Als je dan wat gaat graven, kan je veel extra informatie over je personage ontdekken.
Probeer – nog meer dan anders- in het hoofd van je personage te kruipen en uit te vinden wat zijn gedachten achter zijn woorden zijn.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.