Een boek gaat van de ene scène naar de volgende, naar de volgende, tot het verhaal uit is. Zo is een verhaal een opsomming van scènes. Als je wil dat zij niet lezen als een opeenvolging van gebeurtenissen die losjes aan elkaar zijn geplakt, bekijk de scène dan eens als een compleet verhaal.
Wat is een scène?
Een scène kan lang zijn, of kort. Hij kan een dialoog bevatten, of een actiescène. Maar ongeacht wat erin staat, is een scène in beginsel een stuk tekst dat je in een zin kan samenvatten wat er in een deel van de tijdlijn gebeurt.
– Hier ontmoeten de personages elkaar
– Hier krijgen ze ruzie
– Een wandeling in het park waarin de held over zijn leven nadenkt
– Hier komt de strijd tussen Held en Slechterik
Kortom: denk terug aan de basisschool en je slechtste boekbespreking. “En toen gingen ze, en toen, en toen, en toen… Wat daar wordt opgesomd, dat zijn scènes.
De diashow
Zoals die jongen uit groep 5 een boekbespreking houdt, klinkt een boek wel heel erg saai, ongeacht wat erin gebeurt. Met een beetje schrijfinzicht en schrijfervaring zal je deze diashow niet zo snel schrijven. De diashow is als je scènes zo duidelijk een voor een geschreven zijn dat het hele boek er een staccato ritme van krijgt. En hier gaat mijn held op reis. In het vliegtuig zit een krijsende baby. In de volgende scène landt het vliegtuig en vindt mijn held geen douche op het vliegveld. In de volgende scène…
Hoewel enkele goedgeschreven zinnen er al voor kunnen zorgen dat een hardnekkige diashow uitblijft, kan je een scène eindeloos veel sterker maken als je ze ziet als verhalen in het klein.
Wat is een sterke verhaalbasis?
Laten we een aantal basisfactoren van een goed verhaal nog eens op een rij zetten.
* Het heeft een begin, midden en een eind
* Het heeft een structuur, zoals bijvoorbeeld dat van save the cat (ook wel: drieaktenstructuur) waarin:
– de spanningsboog een bepaalde lijn heeft, niet van de hak op de tak gaat
– er vallen en opstaan wordt gevraagd van de personages die erin voorkomen.
Wat die personages betreft:
– Die willen iets, dus die gaan ergens naar handelen om dat proberen te bereiken
– Dat wat het personage verlangt, wordt niet zomaar gegeven: er komt een obstakel, vaak in de vorm of met hulp van een tegenstander.
– Je personage moet een bepaalde vindingrijkheid laten zien: het valt en staat op.
Als je deze zaken in een scène terug laat komen, weet je zeker dat die inhoud heeft. Hij gaat ergens naartoe en vooral ook ergens over.
Verschil tussen een compleet verhaal en een scène
In een scène moet je in met een relatief klein woordenaantal meer informatie kunnen geven. Dat betekent dat de subtekst en sfeeromschrijvingen belangrijk zijn: die zullen het meeste gewicht krijgen.
Dat kan lastig zijn. Probeer het als een handige houvast te zien dat je met een uitdaging als: ‘schrijf in 300 woorden hoe in dit gesprek de personages uitgroeien van kennissen tot vrienden’. Dan moet je bijvoorbeeld in het hoofd van je personages en diens gevoelens gaan duiken. Het dwingt je om die kostbare 26 woorden die:
“Ha, Sjors, hoe gaat het?”
“Hoi Kim, goed en met jou?”
“Goed hoor, wat fijn om je weer te zien. Dat is al even geleden hè?”
In te korten of te schrappen. Als je een scène als miniverhaal ziet, denk je waarschijnlijk wel twee keer na voordat je een hoog percentage van je woordenaantal van je verhaal aan iets besteedt dat geen echte toevoeging is voor het verhaal. Dat brengt ons bij het tweede verschil tussen een scène en een verhaal.
Doel van een scène
Een verhaal, als groot geheel, heeft grotere doelen dan een scène. Een verhaalthema uitdiepen, een moraal overbrengen, een aantal uur ontspanning bieden. Vanwege zijn kortere aard, kan scène daar niet altijd of allemaal aan voldoen. Dat zijn bonuspunten. Er zijn twee mogelijke doelen die typisch zijn voor een scène. Een interessante scène voldoet aan minstens een van de twee doelen, soms aan allebei.
* De scène helpt het verhaal vooruit
* De scène geeft informatie over je personage
Waar kan je aan denken als je deze doelen ziet?
| ‘Verhaal vooruit’ is bijvoorbeeld | ‘Verhaal vooruit’ is niet | goede personage-info is | goede personage-info is (doorgaans) niet |
| er worden nieuwe banden gesmeed | een vrij letterlijke of weinig subtiele : ‘we komen hier later op terug’ | de grootste angst | uiterlijke details |
| er is een nieuwe hint gegeven | ‘zoek het maar uit, personage’, zonder verdere echte hint | kunde om iets op te lossen, of gebrek daaraan | hobby’s |
| er is iets nieuws op te lossen | als het meerdere scènes duurt voor het duidelijk wordt wat het conflict in scène 1 nu was. | hoe het omgaat met een tegenslag | routine |
| je vraagt je af: ‘hoe nu verder?’ | als in plaats van de lezer alleen je personages zich afvragen: ‘hoe nu verder?’ | achtergrond die het karakter heeft gevormd | iets wat na een of twee hoofdstukken niet meer terugkomt |
Valt het je op dat een scène zelden tot nooit oppervlakkig hoort te zijn? Zelfs als je over een doodnormale dag op het strand wil schrijven, kan je het nog een redelijke diepgang geven. Beschrijf bijvoorbeeld met sfeeromschrijving hoe het zand tussen de tenen van je personage kriebelt en hoe dat kriebelt of juist irriteert. Dat kan een bruggetje vormen naar hoe gewenst deze rustige dag op het strand was: want je personage komt er nu eindelijk achter dat de werkdruk niet meer normaal is. Er kan een burn-out op de loer liggen…
Scènes zijn in zekere zin niet alleen onderdeel van het verhaal, maar ook het verhaal zelf. Probeer het ook zo te benaderen. Dan onthoud je makkelijker dat je om een lezer geïntegreerd te houden, je continu ook een verhaal hebt dat het lezen of vertellen waard is. Laat het feit dat een scène relatief kort is, je niet verleiden tot de valkuil dat je nu wel even ‘gewoon iets leuks’ mag schrijven tussendoor.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je scènes? Ik kan je helpen met de structuur en invulling. Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.
Foto door Olga Tutunaru, verkregen via Unsplash.










