Een scène als een verhaal in het klein

Een boek gaat van de ene scène naar de volgende, naar de volgende, tot het verhaal uit is. Zo is een verhaal een opsomming van scènes. Als je wil dat zij niet lezen als een opeenvolging van gebeurtenissen die losjes aan elkaar zijn geplakt, bekijk de scène dan eens als een compleet verhaal.

Wat is een scène?

Een scène kan lang zijn, of kort. Hij kan een dialoog bevatten, of een actiescène. Maar ongeacht wat erin staat, is een scène in beginsel een stuk tekst dat je in een zin kan samenvatten wat er in een deel van de tijdlijn gebeurt.
– Hier ontmoeten de personages elkaar
– Hier krijgen ze ruzie
– Een wandeling in het park waarin de held over zijn leven nadenkt
– Hier komt de strijd tussen Held en Slechterik

Kortom: denk terug aan de basisschool en je slechtste boekbespreking. “En toen gingen ze, en toen, en toen, en toen… Wat daar wordt opgesomd, dat zijn scènes.

De diashow

Zoals die jongen uit groep 5 een boekbespreking houdt, klinkt een boek wel heel erg saai, ongeacht wat erin gebeurt. Met een beetje schrijfinzicht en schrijfervaring zal je deze diashow niet zo snel schrijven. De diashow is als je scènes zo duidelijk een voor een geschreven zijn dat het hele boek er een staccato ritme van krijgt. En hier gaat mijn held op reis. In het vliegtuig zit een krijsende baby. In de volgende scène landt het vliegtuig en vindt mijn held geen douche op het vliegveld. In de volgende scène…
Hoewel enkele goedgeschreven zinnen er al voor kunnen zorgen dat een hardnekkige diashow uitblijft, kan je een scène eindeloos veel sterker maken als je ze ziet als verhalen in het klein.

Wat is een sterke verhaalbasis?

Laten we een aantal basisfactoren van een goed verhaal nog eens op een rij zetten.
* Het heeft een begin, midden en een eind
* Het heeft een structuur, zoals bijvoorbeeld dat van save the cat (ook wel: drieaktenstructuur) waarin:
– de spanningsboog een bepaalde lijn heeft, niet van de hak op de tak gaat
– er vallen en opstaan wordt gevraagd van de personages die erin voorkomen.
Wat die personages betreft:
– Die willen iets, dus die gaan ergens naar handelen om dat proberen te bereiken
– Dat wat het personage verlangt, wordt niet zomaar gegeven: er komt een obstakel, vaak in de vorm of met hulp van een tegenstander.
– Je personage moet een bepaalde vindingrijkheid laten zien: het valt en staat op.

Als je deze zaken in een scène terug laat komen, weet je zeker dat die inhoud heeft. Hij gaat ergens naartoe en vooral ook ergens over.

Verschil tussen een compleet verhaal en een scène

In een scène moet je in met een relatief klein woordenaantal meer informatie kunnen geven. Dat betekent dat de subtekst en sfeeromschrijvingen belangrijk zijn: die zullen het meeste gewicht krijgen.
Dat kan lastig zijn. Probeer het als een handige houvast te zien dat je met een uitdaging als: ‘schrijf in 300 woorden hoe in dit gesprek de personages uitgroeien van kennissen tot vrienden’. Dan moet je bijvoorbeeld in het hoofd van je personages en diens gevoelens gaan duiken. Het dwingt je om die kostbare 26 woorden die:
“Ha, Sjors, hoe gaat het?”
“Hoi Kim, goed en met jou?”
“Goed hoor, wat fijn om je weer te zien. Dat is al even geleden hè?”
In te korten of te schrappen. Als je een scène als miniverhaal ziet, denk je waarschijnlijk wel twee keer na voordat je een hoog percentage van je woordenaantal van je verhaal aan iets besteedt dat geen echte toevoeging is voor het verhaal. Dat brengt ons bij het tweede verschil tussen een scène en een verhaal.

Doel van een scène

Een verhaal, als groot geheel, heeft grotere doelen dan een scène. Een verhaalthema uitdiepen, een moraal overbrengen, een aantal uur ontspanning bieden. Vanwege zijn kortere aard, kan scène daar niet altijd of allemaal aan voldoen. Dat zijn bonuspunten. Er zijn twee mogelijke doelen die typisch zijn voor een scène. Een interessante scène voldoet aan minstens een van de twee doelen, soms aan allebei.
* De scène helpt het verhaal vooruit
* De scène geeft informatie over je personage

Waar kan je aan denken als je deze doelen ziet?

‘Verhaal vooruit’ is bijvoorbeeld‘Verhaal vooruit’ is nietgoede personage-info is goede personage-info is (doorgaans) niet
er worden nieuwe banden gesmeedeen vrij letterlijke of weinig subtiele : ‘we komen hier later op terug’de grootste angstuiterlijke details
er is een nieuwe hint gegeven‘zoek het maar uit, personage’, zonder verdere echte hintkunde om iets op te lossen, of gebrek daaraan hobby’s
er is iets nieuws op te lossenals het meerdere scènes duurt voor het duidelijk wordt wat het conflict in scène 1 nu was. hoe het omgaat met een tegenslagroutine
je vraagt je af: ‘hoe nu verder?’als in plaats van de lezer alleen je personages zich afvragen: ‘hoe nu verder?’achtergrond die het karakter heeft gevormdiets wat na een of twee hoofdstukken niet meer terugkomt

Valt het je op dat een scène zelden tot nooit oppervlakkig hoort te zijn? Zelfs als je over een doodnormale dag op het strand wil schrijven, kan je het nog een redelijke diepgang geven. Beschrijf bijvoorbeeld met sfeeromschrijving hoe het zand tussen de tenen van je personage kriebelt en hoe dat kriebelt of juist irriteert. Dat kan een bruggetje vormen naar hoe gewenst deze rustige dag op het strand was: want je personage komt er nu eindelijk achter dat de werkdruk niet meer normaal is. Er kan een burn-out op de loer liggen…

Scènes zijn in zekere zin niet alleen onderdeel van het verhaal, maar ook het verhaal zelf. Probeer het ook zo te benaderen. Dan onthoud je makkelijker dat je om een lezer geïntegreerd te houden, je continu ook een verhaal hebt dat het lezen of vertellen waard is. Laat het feit dat een scène relatief kort is, je niet verleiden tot de valkuil dat je nu wel even ‘gewoon iets leuks’ mag schrijven tussendoor.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je scènes? Ik kan je helpen met de structuur en invulling. Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Olga Tutunaru, verkregen via Unsplash.

Zo schrijf je een perfecte dialoog: zeven aandachtspunten

Een perfecte dialoog heeft geen eenvoudige formule.  Je plot en je personages hebben er grote invloed op. Maar met deze zeven aandachtspunten kom je een heel eind.

1)  Je personage mag geen publiek hebben

Schrijf nooit iets wat leest alsof je personage de lezer direct informeert over een bepaalde stand van zaken. Weten je held en de gesprekspartner wat er aan de hand is, wat de relaties onderling zijn, maar de lezer niet? Als je dat uitschrijft, is dat een ‘As you know, Bob’. Blijf weg van deze Bob!

2) Laat het begrip ‘realistisch’ los

Bedenk wat een personage in het grote geheel met deze dialoog wil bereiken. In zekere zin kan je stellen dat mensen tijdens praten socialiseren in het achterhoofd hebben. Personages daarentegen moeten vooral iets duidelijk maken. Soms over zichzelf, soms over de plot. Maar gewoon kletsen, dat doen ze zelden tot nooit. Schrap dat ‘lekker weetje hè?’ dus vooral. ‘Realistisch praten’ hoeft een personage niet.

3) Laat weten wie er aan het woord is en waarom

Ieder personage kan praten, maar kan je ook aan het taalgebruik ook zien wie er aan het woord is, ook als dat niet uitgeschreven staat in de scène? Deze manier van gepersonaliseerd taalgebruik geeft iedere dialoog een origineel tintje. Al helemaal als je laat zien wat de reden is dat je personage blijft praten in plaats van ermee stopt.

4) Bedenk wat er nog meer wordt gezegd

Omdat personages niet hetzelfde praten als mensen, bedoelen ze negen van de tien keer meer dan ze eigenlijk zeggen. Neem deze subtekst mee in je dialoog om hem levendig te maken.

5) Als het lichaam spreekt…

Soms zegt lichaamstaal veel meer dan gesproken woorden. Maak daar dan ook gebruik van, ook in een dialoog!

6) Neem de juiste regie

Regieaanwijzingen in een dialoog kunnen zowel een vloek als een zegen zijn. Overweeg goed wanneer en hoe je ze gebruikt, dan weet je zeker dat je dialoog goed in balans blijft.

7) Bepaal de laag

Een dialoog kent drie mogelijke lagen. Die van de buitenkant, de binnenkant en de verborgen laag. Bepaal eerst het doel van je scène om te weten wat het nu is dat jij en je personages letterlijk dan wel figuurlijk gaan zeggen. Kijk vervolgens hoe ze dat gaan doen en hoeveel ze weg willen geven. Aan hun gesprekspartner of de lezer. Dan weet je welke laag passend is voor je dialoog en blijft je lezer op het puntje van de stoel zitten.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Jarritos Mexican Soda verkregen via Unsplash.

Zo kies je de juiste regieaanwijzing: het wachtwoord

Een regieaanwijzing kan een dialoog levendiger maken. Kijk goed of je regieaanwijzing groot of klein genoeg is om de sfeer van het moment of de scène goed weer te geven. Maar wat als het de vraag is niet hoe groot die moet zijn, maar welke regieaanwijzing je kan gebruiken, kan ‘het wachtwoord’ helpen.

Regieaanwijzing als emotie-aanduider

In een regieaanwijzing krijg je altijd een zekere mate van emotie mee. Zo zit er vrijwel zeker ofwel woede ofwel blijdschap in een schreeuw. Je zal dan niet snel denken aan twijfel. Zo vertelt een regieaanwijzing je ook bijna altijd tussen de regels door wat er aan de hand is. Je gaat niet sluipen als je je op je gemak voelt. Waarschijnlijk word je bijna betrapt of kom je in gevaar als je gezien of gehoord wordt. Daarom ga je niet stampvoetend door de gang lopen.

In een tekst zijn regieaanwijzingen geslaagd als ze deze emotie van de scène of het personage kunnen ondersteunen zonder overweldigend te worden. Er is niets zo vermoeiend als over iets of iemand te lezen die continu hoog in de emotie zit. Of dat nu blijdschap, woede, verdriet of… betreft. Daarom kan het lastig zijn om te bedenken welke regieaanwijzing je gebruikt. Laten we gaan kijken naar een casus: het wachtwoord.

Geef mij het wachtwoord

In deze casus betekent een wachtwoord dat van de Middeleeuwse, analoge soort. Achter de deur of poort waar een wachtwoord wordt gevraagd, bevindt zich iemand die jij graag wil spreken, die jou kan helpen, die je een medicijn aanbiedt, of die jou op het matje heeft geroepen. Een betoverde deurklopper vraagt je naar het wachtwoord en kan de deur laten openzwaaien als het wachtwoord juist is.

Mogelijke wachtwoorden zijn:
– Chocolademelk
– Duimschroeven
– Verlossing
– Doe open

Deze wachtwoorden staan symbool voor een gemoedstoestand van je personage of de toon van een scène. Stel je eens voor dat je naar de persoon achter de gesloten deur wil omdat er net iemand is vermoord. Daar kom je dan: “Help, moord, brand, CHOCOLADEMELK!”

.Nee toch?

Anders gezegd: als de wachtwoorden de regieaanwijzingen zijn, moet je niet alleen weten of je ze wel moet gebruiken, maar ook of het wel bij het grotere geheel past. In het geval van de moord ‘Doe open!’ omdat het aansluit bij je paniek of ‘duimschroeven’ om het lugubere thema wat meer kleur te geven.

Voorbeelden van regieaanwijzingen als wachtwoord

Kijk eens naar deze scenario’s.

Scenarioje personage voelt zichDe persoon achter de deurhet wachtwoord iseen passende regieaanwijzing zou zijn
een routineuze vergaderingverveeldis de net zo verveelde collegadoe openmompelen
een routineuze vergadering goed in zijn velis een bevriende collegachocolademelk zei hij opwekt.
Of gewoon:
‘chocolademelk!’
De deur ging open
een noodgevalangstigmoet worden geëvacueerddoe open
duimschroeven (als er oorlog is)
schreeuwen
een romantisch afspraakjeZenuwachtigmoet nog worden veroverdverlossing
( na het vinden van liefde, of van de zenuwen)
fluisteren
een romantisch afspraakjezelfverzekerdis er helemaal voor in doe openzei ze zangerig/ zwoel
een promotie is vol zelfvertrouwenheeft er zin in goed nieuws te brengendoe open
verlossing (een lekker groots woord)
de deur gaat open, zei ze zelfverzekerd
een geheim wordt gedeeldweet nog van niks en is nog op zijn hoedeweet dat er niets ernstigs aan de hand is chocolademelk ( alles komt goed) doe openzei hij aarzelend

Kijk goed naar je personage en hoe die iets uitspreekt. Daar zit een samenhang in. Ook zit er een samenhang met de situatie, het wachtwoord en de relatie tussen je held en het eventuele medepersonage. Anders gezegd: als je een regieaanwijzing weloverwogen inzet, kan het een complete sfeeromschrijving worden van een scène, de verhoudingen van je personage en anderen of het plot… Het kan zelfs een show don’t tell worden die je nergens anders kwijt kan.

Het belangrijke van deze bevindingen is dat je een regieaanwijzing zo wel veel meer gewicht kan geven dan hij eigenlijk dragen kan. Als je ervanuit gaat dat de regieaanwijzing een scène of dialoog aan moet vullen, maar niet de boventoon moet voeren of zelfs de toon moet zetten, dan zit je goed.

Een ‘wachtwoord’ of regieaanwijzing kiezen

We zetten de chocolademelk aan de kant: hoe kies je een passende of originele regieaanwijzing in de praktijk?
Het werkt bijna hetzelfde als in het schema, alleen moet je de chocolademelk naar iets concreets vertalen. Daar kan je een aantal vragen voor gebruiken:
– Wat is er precies aan de hand?
– Wat gaat er nu gebeuren (en weet mijn held dat ook?)
Deze vragen kan je samenvatten als de sfeer.

Maak dan een woordenweb van woorden die bij de sfeer passen in acties die je kan uitvoeren, emoties die je kan voelen of gedachten die je kan hebben. Als de sfeer ongemakkelijk is krijg je bijvoorbeeld:
ijsberen, blozen, gêne, ongeduld, verwarring ‘Oh help’ ‘Kan ik hier weg?’

Kijk vervolgens naar het plot en de doel van de scène: wat moet er tussen de regels door duidelijk worden?
– Moet er een relatie veranderen?
– Moet er iemand tot actie worden aangezet?
– Moeten de gedachten of motieven van de held duidelijk worden?
Kijk nogmaals in je woordenweb en vul het desnoods nog aan als er je iets te binnen schiet. Wat zijn woorden uit het web die hierbij passen? Schrijf omcirkel deze woorden in je web.

Kijk tot slot naar je held en het punt in de heldenreis waar die zich bevindt. Dan krijg je dingen als:

– Is je held iemand die van zichzelf passief is of meer actief? In het laatste geval vertaalt de regieaanwijzing zich eerder naar ijsberen – iets fysieks- dan in elkaar krimpen, een iets passievere actie.
– Moet je held nog leren van zijn zelfzuchtigheid los te komen? Die zelfzuchtigheid vertaalt zich eerder naar verbale zelfverdediging in de vorm van een ongeduldige snauw dan een zelfreflecterend gebloos. Dat komt pas als je personage daarin wat meer is gegroeid.

Hopelijk helpt deze post om creatiever regieaanwijzingen te kiezen en het gebruik ervan beter te begrijpen.

Foto verkregen via Unsplash.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: show, don’t speak

Show don’t tell is zo’n beetje dé basisregel van creatief schrijven. Zonder deze regel wordt een verhaal erg langdradig, of komt de tekst niet tot leven. Er zijn verschillende manieren om show don’t tell toe te passen, waarvan een er vaak wordt vergeten.

De basis van show don’t tell: terecht tegenprotest?

‘Schrijf ‘de tranen lopen over mijn wangen’ in plaats van ‘ik huil’.’ Voilà: show don’t tell in een notendop. Iedere schrijfcoach hamert erop hoe belangrijk die regel is en geeft verschillende manieren en redenen om show don’t tell toe te passen. Maar theoretische regels zijn nooit heilig, al wordt show don’t tell soms wel zo gezien. Zodanig zelfs dat er ook een tegenbeweging voor deze schrijftechniek is ontstaan. Onterecht, maar daar moet wel een kanttekening bij geplaatst worden. Show don’t tell wordt alleen onterecht heilig als je die notendopregel als enige interpretatie van de regel ziet.

Nu gaan we praten…

Beginnende schrijvers schrijven vaak dat de tranen over de wangen rollen, om vervolgens alsnog in een overdaad aan tell te belanden, vaak in de vorm van een as you know Bob. Zo raken sfeeromschrijvingen en dialogen met elkaar verweven op een manier die het allebei die schrijfvormen alleen maar teniet doet. Daarom kijken we tijdens deze schrijfoefening naar een nieuwe regel/ term: show, don’t speak. Je beschrijft iets zonder een dialoog. Als je van lichaamstaal uitgaat, kan je namelijk show don’t tell toepassen zonder alsnog in een dialoog of ergens anders compleet de mist in te gaan met een overdaad aan ‘tell’.

Show don’t speak: start met een voorspelbare trope

Voor deze schrijfoefening ga je observeren. In het openbaar of een wat meer vertrouwde setting, dat is aan jou. Zorg er wel voor dat je weet wat je grofweg kan verwachten of wat er gaat gebeuren: je moet gaan werken met een enigszins voorspelbare of vertrouwde trope. Denk daarbij aan:
* Een treinreiziger
* Een verliefd stel
* Een verjaardag
Kortom: iets wat je al zo vaak hebt gezien dat je kunt wachten op het moment dat de reiziger ongeduldig op zijn horloge gaat kijken, de conducteur langskomt, het stelletje koosnaampjes gaat gebruiken of gaat kussen, of er iemand lang-zal-ze-leven gaat zingen. Tante Sjaan natuurlijk, want tante Bep is een minuut daarvóór de taart gaan halen.

Bepaalde dingen lopen volgens een bepaald stramien dat je ziet aankomen als je grofweg tien jaar of meer aan levenservaring hebt. Probeer nu eens te bepalen waarom je dat nu precies aan ziet komen. Want die treinreiziger gaat echt niet zeggen: ‘ik word hier altijd zo ongeduldig van, als de trein weer eens drie minuten te laat komt en ik moet hollen voor mijn overstap.’ Nou vooruit, sommige mensen zijn levende as you know Betty’s ( ;)) maar die zijn zeldzaam. We zijn meestal bang dat mensen denken dat we gek zijn als we hardop in onszelf praten. Daar kan je je voordeel mee doen.

Schrijf om te beginnen op waaraan je de ‘start van de trope’ ziet:
* Die twee mensen houden handen vast, dat is een verliefd stel
* Die man in pak in de trein is een zakenman op weg naar een vergadering
* Een groep tienermeiden steekt de koppen bij elkaar: er komt een roddel aan

Wat gebéurt er nu?

Omdat we er zo gericht zijn om naar inhoudelijke spraak te luisteren, vergeten we te kijken naar wat er gebéurt. Dat is de volgende fase: goed opletten. Houd je ogen en oren open en probeer als er sprake is van gesproken taal, die weg te filteren. Dat kan aanvoelen als een focus op detail. Het kan zo uitpakken, maar dat hoeft niet zo te zijn.
Kijk eens naar deze tabel. Je zal zien dat er non-verbale, maar duidelijke dingen zijn die geen extra verbale uitleg meer nodig hebben, en details zijn die al zo veelzeggend zijn dat het geforceerd over zou komen als je personage nog zou zeggen: ‘dus ik voel me…’ of ‘dus ik bedoel maar:…’

Opvallende zakenDetails
iemand loopt met open armen op de ander af iemand speelt met de haren, terwijl die de geliefde aankijkt
diepe zucht en fronsend voorhoofdiemand schuift subtiel een eindje weg van de ander op een stoel, of keert de rug wat meer naar de ander toe
rennen in plaats van lopenEen stem breekt wanneer iemand start met praten
een stel dat je naar een hotelkamer wil stureniemand blijft een paar tellen voor een deur staan vóór het binnenlopen

Kijk vooral naar de kolom met details. Waarschijnlijk lijken dat geen details meer op het moment dat je ze zo afzonderlijk ziet staan. Want als dat verliefde meisje dat met de haren speelt geen (heimelijke) kus wenst of probeert te stelen… En als de stem op het punt staat te breken, volgt er geen leuk nieuws. Dan hóef je niet te weten wat er inhoudelijk gezegd gaat worden om het beeld te snappen. Dat vormt het uitgangspunt van deze schrijfoefening: probeer een (niet zo subtiel) detail of iets opvallends te vinden en schrijf dat uit in een korte sfeeromschrijving, zonder dat je terugvalt op dialoog. Je zal zien dat deze ‘show don’t speak’- scène heel interessant kan zijn zonder gesproken tekst.

Iemand wil opbiechten hoeveel de ander voor hen betekent, maar dat mislukt.

‘Show and speak’ wordt:
Het bloed racete door haar aderen toen ze hem aankeek. Ze slikte. Precies die blik deed haar geloven dat ze meerwaarde had.
“Je moest eens weten hoeveel…”
“Ja?” vroeg hij geduldig.
Maar haar stem wilde niet meer.

‘Show don’t speak’ wordt:
Haar handen trilden terwijl ze hem aankeek. Haar blik hield de zijne vast. Ze deed haar mond open en weer dicht. Ze merkte dat haar hand ongemerkt naar de zijne was opgeschoven, alsof die die van hem had willen pakken. Ze schudde verwoed haar hoofd en draaide van hem weg, hopend dat hij de opkomende tranen niet had gezien.

Zoals altijd zijn toepassingen van schrijftechnieken slechts richtlijnen. Maar voeg ‘show don’t speak’ zeker toe aan je arsenaal van schrijftechnieken als een mogelijke vervaging van ‘show dont tell’.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door 青 晨 verkregen via Unsplash

Zo wordt een ruzie tussen Romeo en Julia een aanvulling op het verhaal

De eerste verliefdheid is fantastisch, maar ook Romeo en Julia moeten eraan geloven dat er scheurtjes komen in de roze wolk en er een keer ruzie wordt gemaakt. Niet voor niets heeft de term ‘narratief conflict’, wat de plot aan de gang houdt, het woord ‘conflict’ in zich. Maar onze tortelduifjes zijn doorgaans heel goed in ruziemaken, maar niet zo goed in het hebben van een waardevol narratief conflict. Hoe zorg je ervoor dat een ruzie tussen een verliefd stelletje interessant is voor het verhaal?

Het onnodige misverstand: ga gewoon praten…

“Ik heb je een andere vrouw zien omhelzen, bedrieger! Ik maak het uit!”
“Lieverd, dat was de nieuwe buurvrouw die me vertelde dat haar moeder plotseling was overleden…”

In romantische verhalen komen dit soort ruzies tussen Romeo en Julia vaak voor. Het soort waarvan honderd pagina’s aan drama wordt bespaard als ze gewoon zouden praten, of vragen wat er aan de hand is.

Het klinkt misschien interessant om zo’n misverstand heel lang te rekken. Er moet immers conflict in een verhaal komen. Het geeft ook een vraag en uiteindelijk ook een antwoord: gaat de relatie dit overleven? Maar denk iets langer na en je ziet hoe belachelijk het is om iets wat met één gesprek of verklaring al opgelost kan worden het belangrijkste punt in het verhaal te maken.

“Ik hou zielsveel van jou, met jou wil ik oud worden en kinderen krijgen, maar als er één keer iets gebeurt wat me niet onmiddellijk bevalt, of wat ik niet meteen snap, dan zet ik per direct een punt achter een maanden-  of jarenlange relatie.”  Tot zover ‘onze liefde overwint alles’  en de ruggengraat van je personage. En misschien nog wel belangrijker: het geduld van je lezer voor dit ‘perfecte koppel’…

Wat zijn goede ruzies voor Romeo en Julia?

Romeo en Julia moeten wel degelijk een keer een hobbel of ruzie in hun relatie meemaken, anders worden ze het suikerzoete koppel waarbij een teiltje onmisbaar is. Een lezer wil bij het lezen van fictie meestal een balans tussen ontsnappen aan de echte wereld en realisme. Een koppel moet dus iets voor de kiezen krijgen dat in het echte leven ook aan oprechte spanningen in een relatie zou zorgen. Er komt een probleem dat niet (makkelijk) opgelost kan worden, er moet een beslissing worden gemaakt met lastige afwegingen, of er moet een keuze worden gemaakt op basis van normen en waarden die tussen de twee geliefden niet helemaal overeenkomen. Of er moet een knoop worden doorgehakt die hoe dan ook vervelende gevolgen gaat hebben. Al is het maar voor even.

Stel dat Julia uit Europa komt en Romeo uit Australië. Als ze samen een leven willen opbouwen, moet de ander dus zo ver van huis emigreren als mogelijk is. Daar komen ze waarschijnlijk wel uit als ze – daar is ‘t weer- goed praten en overleggen.  Maar dat wil niet zeggen dat Romeo niet éven probeert om Julia over te halen om naar Australië te komen, als dat betekent dat hij zijn vrienden en familie voortaan nog maar eens in de paar jaar gaat zien. Wat natuurlijk net zo goed voor Julia geldt als de zaak wordt omgedraaid…

Hoe bepaal je waarover Romeo en Julia ruziemaken?

Om het onderwerp van de ruzie te bepalen, kijk je naar een aantal punten:

  • Is er een onderwerp dat aansluit op een verhaalthema?
  • Hoe groot wordt het conflict, realistisch gezien? Waar past dat bij? Het hoofdplot of het subplot?
  • Wat kan in het heetst van de strijd jouw lezer meer leren over Romeo en/of Julia? Gebruik een ruzie voor een diepere kennismaking met je personages.
  • Kan je ervoor zorgen dat de grootste angst wordt aangesproken? Dan heb je een intense ruzie waar veel bij op het spel staat.

Met deze vragen kan je vast een ruzie bedenken die oprecht aanvoelt en ook spannend is om over te lezen. Succes!

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Foto door Kenny Eliason verkregen via Unsplash

Zo schrijf je een koppel dat ook echt bij elkaar past

Wat je ook schrijft, als er iets een doodssteek is, is het wel dat de lezer opmerkt dat iets alleen gebeurt omdat de schrijver dat wil. Bij een koppelpoging is dat gevaar misschien wel het allergrootst. Want als een verhaal valt of staat bij de aanwezigheid van een koppel, dan moeten er wel personages bij elkaar komen. Maar als je dat forceert, is je verhaal ook niet interessant meer.  Hoe zorg je ervoor dat een koppel als koppel eindigt omdat het gewoon klopt?

Wat past bij het verhaalthema en de heldenreizen?

In het echte leven passen mensen meestal goed bij elkaar omdat ze bepaalde dingen gemeen hebben. Eenzelfde hobby, karaktereigenschappen, interesses… Dat is in een boek ook zo, alleen is het belangrijk om goed te kijken naar wat het verhaal dient. Dan kan je bepalen wat de belangrijkste ‘koppelfactor’ wordt.

Uiterlijk is in een verhaal nóóit de belangrijkste koppelfactor. In het echte leven kan je kijken naar dingen die relatief oppervlakkig zijn. Houden ze van dezelfde hobby’s? Kennen ze elkaar van een festival, wat eenzelfde muzieksmaak aanduidt? Dan kijk je verder naar: delen ze ook belangrijke levensvisies?

In een boek is dat eerder andersom. Een romance is interessanter als Romeo en Julia allebei een leerproces hebben dat hetzelfde is of in hetzelfde straatje, of liever, verhaalthema valt.  Zelfacceptatie, bijvoorbeeld. Romeo kan zich rot voelen vanwege zijn kippenborstje in een vriendenkring vol wasbordjes en Julia kan ermee worstelen dat ze vmbo volgt als kind van een advocatenfamilie. Uiterlijkheden en opleidingsniveau hebben op de oppervlakte weinig met elkaar gemeen, maar een verhaalthema kan daarin de verbindende, zo niet de koppelende factor vormen.

Twee is een plus een

Een plus een is twee: twee individuen maken een koppel. Een koppel dat vervolgens samen verliefd kan zijn, groeien, elkaar kan aanvullen en zo het plot kunnen vullen. Maar draai het eens om: Twee is een plus een. Oftewel: je hebt twee individuen die op zichzelf al een verhaal in zich hebben, voordat ze een koppel zijn. Een goed koppel kan niet bestaan als de individuen binnen dat koppel de persoonlijkheden hebben van een stuk karton. Zelfs niet als Julia op zo’n persoonlijkheid zou vallen. Je moet de lezer ook nog tevreden houden. Een goede oefening om te controleren of je verliefde personages individueel nog interessant zijn is om in je opschrijfboekje een verhaal te kort verhaal te schrijven. Daarin komen de personages elkaar wel tegen, maar worden ze niet verliefd. Heb je dan nog steeds een verhaal met twee interessante personages, dan ben je op de goede weg.

Waarom eigenlijk romance?

Vraag jezelf eens af waarom Romeo en Julia verliefd zouden moeten worden. Waarom volstaat een goed vriendschap niet in dit verhaal? ‘Omdat ik een romance wil schrijven,’ is hier geen aanvaardbaar antwoord. Denk aan dingen als: ze hebben beide eenzelfde trauma meegemaakt en kunnen zo samen een rouwproces aangaan, Julia zorgt ervoor dat Romeo in een lastige periode jaar normen en waarden niet vergeet als die op de proef worden gesteld. Natuurlijk kan vriendschap zoiets ook bieden. Maar als je een (aanstaande) liefdesrelatie bekijkt met een dieper doel dan alleen: ‘later kinderen krijgen’ of ‘straks naar de slaapkamer!’ wordt het verhaal minder clichégevoelig.

De slaapkamer verdienen

Neem ook eens als uitgangspunt dat de personages seks met de ander moeten verdienen. Niet door met wimpers te wapperen, of door spierballen op te laten bollen, maar door (serieuze) opoffering. Romeo neemt een extra baantje om Julia te helpen haar studiekosten te betalen. Daarvoor moet hij een deel van zijn sociale leven opgeven. Dat heeft hij ervoor over, omdat hij van Julia houdt, maar leuk is het niet.
Laat merken hoe Romeo baalt dat hij bioscoopbezoekjes met vrienden mist omdat hij moet werken. Kortom: schrijf eerder ‘raw and real’ dan dat je de zwijmeltoon kiest – wat romantisch dat hij dat doet!-. Die kan je beter bewaren voor als Romeo en Julia later zoenend op de bank zitten of de slaapkamer hebben gehaald.

Dit artikel verscheen eerder op Schrijven Online.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Toa Heftiba verkregen via Unsplash.

Een waarheidsvooroordeel bij je personage

De waarheid van je personage serieus nemen is een essentiële vaardigheid om een personage goed te kunnen portretteren. Als je daarmee hebt geoefend, lijkt het alsof daarmee nooit meer in de fout kan gaan. Maar je moet altijd scherp blijven, want je hebt nog altijd lezers. En die zijn minder genadig naar personages als er in de uitwerking van een persoonlijke waarheid iets mist.

Wat is de waarheid van je personage?

De waarheid van je personage houdt in dat je personage op een bepaalde manier naar de wereld kijkt en dat jij als de schrijver van het verhaal dat beeld serieus moet nemen. Als je personage door alles en iedereen gemeen wordt behandeld, dan zal het waarschijnlijk zeggen dat de wereld één grote, gemene plek is. Als je dat betwijfeld omdat je overtuiging is dat de meeste mensen deugen of omdat je zelf meestal aardig wordt behandeld, moet je je eigen overtuigingen tijdelijk uit het raam gooien, om zo je personage goed te kunnen portretteren. Dat afzetten van je eigen bril is even oefenen, maar meestal is het daarna niet al te moeilijk. Behalve dan zodra je beseft dat er perspectieven bestaan waar je gewoon niet aan gedacht hebt.

Casus: wat is er vervelend aan knap of lelijk zijn?

Een goed voorbeeld is om een uitzonderlijk knap en een erg lelijk personage met elkaar te vergelijken. Ze melden allebei wat er naar is aan hun ‘status’ betreffende hun uiterlijk. Hoe denken zij dat anderen hen behandelen aan de hand daarvan?

Mooi personage Lelijk personage
Andere mensen denken soms dat ik geen problemen kan hebben: “Maar je bent zo mooi!”Als ik doodnormaal introvert ben, heb ik meteen geen leven en kwijn ik waarschijnlijk weg, omdat ik ‘geen vrienden heb’.
Om geen Mary Sue te lijken moet ik continu positieve aspecten van mijn persoonlijkheid ‘verbergen’, dat is doodvermoeiend. Ik mag geen make-up dragen, “want jij blijft toch lelijk”.
Mensen willen je daten om je uiterlijk, als een soort trofee. Wie je verder als persoon bent, is niet belangrijk meer. Als ik een complimentje geef, moet ik bang zijn voor een melding van seksueel overschrijdend gedrag. Een knap persoon ‘flirt’ dan gewoon.
Ik kan niet ‘gewoon’ aardig zijn, want dan ben ik meteen aan het flirten. Als ik een doodgewoon complimentje geef, word ik afgewezen alsof dat automatisch een vraag om een date is. of: “Uit jouw mond zegt dat niks.” Alsof mijn lelijkheid zo erg is dat jouw sociale status zou zakken als je complimentjes van (alleen) mij zou krijgen.
Ik ben eenzaam. Het andere geslacht wil alleen maar seks. Hetzelfde geslacht is bang dat ik hun partners afpak. Nu is er niemand meer over. Als ik zeg dat schoonheid van binnen zit: “Natuurlijk zeg je dat, want jouw buitenkant wil toch niemand.”
Als je kijkt naar de vraag van de casus: dan bestaat de kans dat je een paar van je eigen vooroordelen in deze tabel terug ziet. Dat is vervelend, maar niet erg, zodra er tijdig achter komt. Want dan kun je proberen je blik te verruimen. Belangrijker voor deze schrijfoefening is: valt het je op dat beide personages met soms hetzelfde eindresultaat ervaren voor vrijwel dezelfde reden, hetzij vanwege de tegenoverstelde reden?
Gewoon aardig zijn gaat niet, er wordt meteen gedacht dat je wil daten. Vanuit schoonheid is dat waarschijnlijk omdat het een soort wishful thinking is: jij bént aan het flirten, want ik wil zo’n prachtig persoon daten. Bij lelijkheid is het ‘voordat je ideeën krijgt, zo’n lelijk iemand als jij wil ik niet daten’.

Wat speelt er bij een waarheidvooroordeel?

Je ziet waarschijnlijk dat het soms nodig is om de waarheid van je personage niet alleen serieus moet nemen, maar ook rekening houden met in hoeverre de maatschappij/ de gemiddelde lezer die gaat geloven. De meeste mensen zullen denken dat het lelijke personage het van de twee het het lastigst heeft, met alle vooroordelen die bij lelijkheid komen kijken. Want als je lelijk bent, heb je veel dat je tegenwerkt. En dat is tot op zekere hoogte misschien ook zo. Maar dat wil niet zeggen dat de belevenissen van de mooie persoon niet gerechtvaardigd zijn. En toch zal het niet de eerste keer zijn dat een mooi persoon te horen krijgt: ‘Wees blij dat je niet lelijk bent, die mensen hebben het pas moeilijk.’

Er zijn dus momenten waarop je weet dat de meeste mensen je personage niet zullen geloven of een waarheid bagatelliseren, maar waarbij je je personage dus wel serieus moet nemen. Dan heb je wat ik noem een waarheidsvooroordeel. Dan moet je dus als het ware vooroordelen de echte wereld insturen. Want je kan er niet omheen dat er overeen bepaalde opvatting vooroordelen ontstaan, maar je mag omwille van het verhaal dat niet afraffelen, meegaan in het cliché of op een andere manier de lezers ‘zomaar gelijk geven’.

Aandachtspunten bij een waarheidsvooroordeel

Goed schrijven lukt je niet door alleen een checklistje na te lopen , zeker niet bij iets als dit waarin zoveel dingen tegelijk spelen. Daarom zijn deze punten niet compleet, maar ze zouden je al een eind op weg moeten helpen.

  • Maak het waarheidsvooroordeel waarmee je personage worstelt groot óf laat het weg uit je verhaal. Als je het niet serieus aanpakt, wordt het of niet serieus genomen. Het is dus minstens een subplot, zo niet het centrale conflict.
  • Neem het willen en nodig hebben rondom dit probleem mee.
  • Je kan ook het probleem overromantiseren in je opschrijfboekje. Dan weet je waar je personage zo mee in de knel zit door wat het steeds van anderen hoort. Dat helpt je ook om te bepalen wat je personage kan doen of moet leren om dit probleem te overwinnen. Maar in hemelsnaam: houd die overgeromantiseerde uitwerking ook echt in je opschrijfboekje!
  • Kijk extra goed of je personage en Harry Potter onder de Harry’s wordt. Met andere woorden: controleer of je met de basisprincipes werkt die empathie voor je personage teweeg brengen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

In dialoog met je personage: voice dialogue

Voice dialogue is het principe dat iedereen innerlijke stemmen heeft met een bepaald karakter. Spreek je jezelf streng toe? Dan is dat de stem van Politieagent. Heb je een stem die zegt dat je goed bezig bent? Dan is dat de stem van Lieve Juf. Gebruik dit principe om de heldenreis goed af te stemmen en levendig te maken.

Wie staat er aan het roer in je hoofd?

De innerlijke stem die zegt dat je geweldig, een watje, of te perfectionistisch bent. Of die zegt dat je je klein moet houden, wat meer op je grote mond moet letten… Je gedachten schieten soms alle kanten op. Het kan helpen om die gedachten te groeperen en daar personages van te maken. Dat is het globale idee van Voice dialogue. Zo kan je makkelijker naar een/ je groeiproces kijken. Merk je dat de strenge stem die je Politieagent hebt genoemd wel erg vaak aan het woord is? Besluit dan dat Lieve Juf Politie van de preekstoel haalt. Dan hoor je weer even een aanmoedigend woord van jezelf.

Voice Dialoguepersonages maken

Kijk eens of je al voice dialoguepersonages hebt. Die vind je in gedachten als:
* Ik zeg vaak tegen mezelf dat…
* Inwendig heb ik vaak gedachten die vinden dat ik ….. ben/moet zijn
* Soms kom ik over als een … Dat is op momenten wanneer ik…

Gedachteovertuiging/ innerlijke stem mogelijke naam voice dialoguepersonage
Ik ben lui….. dus ik moet meer sportenTrainer Loopband
Ik doe mijn best…… en dat is goed genoeg Coach Pieter
Ik ben af en toe wel erg filosofisch…… dan ik lijk wel dertig jaar ouder Oma Sofie
Ik ben niet goed genoeg…en hoor daarom nergens echt bij Siem

Merk op aan de namen van deze personages dat je daarmee iedere kant op kan. Je kan je een bijna cartooneske naam geven, de naam associëren met die van iemand anders, woordspelingen gebruiken of ‘gewoon’ een naam verzinnen. Alles mag als het voor jouw beleving klopt.

Het is handig om dit principe eerst bij jezelf uit te proberen om iets bekender te raken met het idee. Je kan het oppervlakkig houden, maar je kan ook diep psychologisch graven. Ook hierbij geldt: kijk wat je lukt, wat voor je werkt en wat nog houdbaar is. Probeer het dan uit voor je personages.

Aandeelhoudersvergadering

Als je de voice dialoguepersonages voor je held hebt bedacht, kan je een aandeelhoudersvergadering gaan houden met hen. Niet in de economische zin, maar iets letterlijker: wie van deze personages heeft het grootste aandeel in het leven/ hoofd van je held? Iemand die erg onzeker is, zal vaker bezoek krijgen van Trainer Loopband en Siem. Waarschijnlijk zijn die vooral aanwezig in het begin: onzekerheid is in boeken vaak een mooi thema om in te kunnen groeien, om als comfortzone te verlaten. Je zou dan kunnen zeggen dat het personage als doel kan hebben om Coach Pieter de overhand te laten krijgen. Maar als dat het gewenste resultaat is, wie kan daar dan bij helpen? Oma Sofie? Misschien: filosofisch zijn kan zorgen voor een goede introspectie. Maar als je personage zich daardoor oud en versleten voelt, kan Siem met haar in discussie gaan. Dan heeft hij misschien daarin te veel de overhand. Mis je misschien nog een personage? Wat dacht je van Stan? Hij twijfelt continu. Niet zozeer aan zichzelf, maar wat de beste oplossing of manier van handelen, of überhaupt waar is. Hij kan dus vertegenwoordigen hoe je held zot wordt van dat continue heen en weer van Coach Pieter naar Trainer Loopband.

Hoe vind je de voice dialoguepersonages?

Als je in de fase bent beland dat je personage al levensecht is geworden voor je geestesoog, dan kan je je personage vragen wie er allemaal in het hoofd aan het kletsen is. Ben je nog niet zover, lees de personagebiografie dan nog eens door. Tussen de regels door kan je waarschijnlijk wel wat personages vinden.

Is je personage onzeker, kritisch en gevoelig voor groepsdruk? Dan is de kans groot dat Scarlett regelmatig opduikt en je heldin vertelt dat ze toch echt meer aandacht aan haar uiterlijk moet besteden, voordat ze als enige in haar klas vol zestienjarigen straks geen vriendje heeft die haar mee naar het schoolfeest vraagt.

Heb je al bedacht dat het je personage wraak gaat nemen? Dat is nogal heftig. Ergens zit daar waarschijnlijk een niet genezen psychologische wond. Wat is dat? Verdriet, woede, schaamte? Je kan dit onzichtbare, weggestopte deel van je ook een naam (Onno) geven. Dat kan helpen om dit belangrijke deel niet vergeten mee te nemen. Als je in je opschrijft in je opschrijfboekje ‘Onno moet nog een keer in een scène voorkomen’ is dat concreter en makkelijker uit te werken en onthoud je dat beter dan ‘Ooit moet Geert nog eens zijn verleden onder ogen zien.’

Balans in voice dialogue, balans in je plot

Als je de aandeelhoudersvergadering hebt, kan het handig zijn om te noteren hoe vaak ieder voice dialoguepersonage grofweg aan het woord komt, of waarvan je denkt die vaak in het verhaal terug moet komen. Turven kan hierbij erg overzichtelijk zijn. Zo voorkom je dat je alsnog met je plot afdwaalt, of van het hoofdplot een subplot maakt, of andersom.
Als je personage ernaartoe moet groeien dat coach Pieter het meest aan het woord is, dan zullen Siem en trainer Loopband het vaak met elkaar eens zijn. Toch maakt het voor het centraal conflict veel uit wie van de twee het is. Als je personage vooral van de bank af komen, heb je meer scènes nodig waarin Trainer Loopband aan het roer staat. Siem kan namelijk ook een veel breder of zelfs een ander verhaal met zich meebrengen, zoals onzekerheid over het sociale voorkomen. Verdeel op die manier de rollen en het aandeel van de voice dialoguepersonages over je plot en dan krijgt dat een stevige basis. Hoewel deze interne personages niet zichtbaar aan het woord hoeven te komen, kunnen ze je achter de schermen enorm helpen om je held levendiger te laten lezen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Schrijfoefening: wanneer leest iets geforceerd?

Schrijven is altijd maatwerk. Dat wordt zelden duidelijker dan bij een geforceerde tekst. Iets wat op de tekentafel eruit ziet als iets wat goed werkt, werkt de tekst in gedrukte vorm alleen maar tegen. Hoe herken je geforceerd geschreven teksten en hoe kan je die voorkomen? Dit kan je oefenen door reclames te observeren, om later uit te zoomen naar schrijftechnieken in boeken met behulp van de vraag: wanneer is iets té…?

Geforceerd: té graag, té snel, té…

Een tekst leest geforceerd zodra het er duimendik bovenop ligt dat de schrijver wil dat de lezer absoluut merkt dat er moeite wordt gedaan om iets op te laten vallen. Je móet als lezer dit plotpunt, deze woordgrap of deze… meekrijgen. Het is een innerlijke voorlezer die met nadruk leest, zonder dat de schrijver moeite doet om dat te verbergen. Onhandige nadruk is een ding, maar nadruk die willens en wetens wordt gebruikt en daarbij maling heeft aan de beleving van de lezer, dat wekt altijd irritatie op.
Het woordje ‘te’ vormt het onderscheid tussen onhandige en geforceerde nadruk. Bij een onhandige nadruk wil de schrijver graag dat een lezer iets meekrijgt, bij forcering wil die dat te graag. Zowel lezer als schrijver is zich in dit geval bewust van het woord ‘te’. In het geval van de schrijver zelfs twee keer: het is te veel van het goede én hij besluit desondanks er niets mee te doen. Het is echt gewoon té, in elk opzicht. Of het dan over ‘snel’ ‘graag’ ‘schokkend’ of wat dan ook gaat, doet er niet meer toe.

Irritante reclames? Nee, geforceerde reclames!

Laten we reclames als voorbeeld nemen om dit punt te verduidelijken.
Iedereen ergert zich aan reclamepauzes tijdens het televisiekijken. Zelden zien we iets voorbijkomen waar we om moeten lachen. Maar niet iedere reclame is meteen echt vervelend. Denk aan de gemiddelde autoreclame waar je gewoon even naar een rijdende auto moet kijken, onderbroken door een korte jingle. Nee, de echte ergernis komt pas als de reclames te geforceerd zijn. Laten we eens kijken waar ze zoal ‘te’ zijn:
* Een voice-over schreeuwt te hard
* Een achtergrondmuziekje is te aanwezig
* De humor is te flauw of overdreven
* De acteurs spelen te slecht
* Dat lingerie-of parfummodel kijkt te hitsig om nog comfortabel mee te zijn
* De verkoopboodschap in de tekst is te opdringerig (gesproken door acteurs, in de voice-over of geschreven in de reclametekst of het bedrijfsmotto)
enzovoorts.

Vooral op geschreven tekstniveau komt het nogal eens voor dat wat ‘pakkend’ (of op zijn minst ietwat origineel) lijkt op papier in de praktijk ronduit tenenkrommend wordt. Een goed recent voorbeeld vind ik de reclame van een supermarkt die het plantaardige assortiment aan de man moet brengen. De vrouw is boodschappen aan het uitpakken en haar echtgenoot biedt aan om te helpen: “Da’s plantaardig van je!” Niet de allerbeste woordspeling, maar in de context past hij wel: op papier kan hij er nog enigszins mee door. Maar in de reclame zelf gaat die woordspeling van enigszins aanvaardbaar naar ronduit ongemakkelijk en irritant.
De reclame slaagt in zijn opzet: ik praat er nu over en het is duidelijk blijven hangen… Maar een reclame heeft doorgaans enkele (tientallen) seconden om de boodschap over te brengen én moet de kijker overhalen iets te kopen. Dat scheelt nogal met een lezer die uit vrije wil fictieve avonturen wil beleven en veel meer tijd heeft.

Toch is het wel handig om reclames eens te observeren met het idee ‘Wat maakt het precies té?’ Zo train je jezelf met zoeken naar ergernis die werkelijk overal vandaan kan komen. Want helaas sluipt té soms ook in een boek, al is het vaak subtieler. Observeren om te leren gaat makkelijker met overduidelijke voorbeelden dan naar meer subtiele voorbeelden zoeken.

Forcering in boeken: ontleed clichés en slechte teksten

Een cliché is er vaak pas een als je dat zelf ook zo ervaart. Het haalt je uit een verhaal, wanneer wat dan ook té wordt om nog in het verhaal geïnvesteerd te kunnen blijven. Een element dat geforceerd is, heeft dat met een cliché gemeen, al is iets geforceerds soms iets wat je voor de eerste keer leest. Probeer de eerstvolgende keer dat je een cliché leest te achterhalen wat er ‘té’ is om zo te zien de tekst als geheel zo geforceerd doet overkomen. Als je weet waar je zoeken moet, dan zitten geforceerde verhaalelementen werkelijk overal en nergens. Ook in de ‘foute schrijftechnieken en schrijftrucs’ die je misschien al wat bekender zijn. Kijk maar eens.

SchrijfelementStoort omdat het element zelf is té
infodumpde verbeelding op slot wordt gezet, het tempo van de tekst vertraagtdetailgericht
slechte dialooghet onnatuurlijk klinktbraaf (of nietszeggend, zo je wil), er wordt geen ‘narratieve ruzie‘ gemaakt
bloemig taalgebruikhet te lang duurt voor verhaal verder gaat ten behoeve van sfeeromschrijvingbeeldend: soms geldt: less is more
Een overdreven klef stelde romance het verhaal wordt, in plaats van het verhaalelement of het thema dat het hoort te zijngericht op romantiek, niet zozeer op liefde
een slechterik met een tragisch achtergrondverhaalhet iets goedpraat in plaats van verklaartbang voor de rauwe waarheid
te grote regieaanwijzingende tekst er schreeuwerig van wordtbang dat de lezer een nadruk mist
een slechte plottwisthij niet te herleiden valt gericht op het verrassingselement, in plaats van de logica van het verhaal als geheel

Kijk eens of deze tabel zelf nog verder aan zou kunnen vullen. Vergeet niet dat je als schrijver wel met je neus bovenop je tekst zit. Je leest hem dus anders dan een lezer waarschijnlijk doet. Schakel altijd een of meerdere proeflezers in als je denkt dat je iets geforceerds hebt geschreven. Alleen zij kunnen zien of er iets zo duimendik bovenop ligt als jij denkt of vreest. Maar voorkomen is beter dan genezen. Hopelijk helpt deze oefening je vooruit om het aantal geforceerde elementen in je verhaal te verminderen. Als iets geforceerds eenmaal opmerkt is het vaak een kwestie van een hyperbool wat minder ‘opblazen’.

Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een dialoog schrijven: start de ruzie

Een van de duidelijkste momenten dat je het verschil ziet tussen echte personen en personages is tijdens een gesprek. Houd je een dialoog waarheidsgetrouw, dan komt alles in je boek tot stilstand. Een dialoog moet juist een element zijn waar er heel veel informatie duidelijk wordt, zodat alles weer vooruit kan, of er dingen ontdekt kunnen worden. En dat bereik je met ruzie.

Het nut van een dialoog vanuit schrijversperspectief

Een lezer kijkt mee in een fictieve wereld door de ogen van personages. Dus als die gedachten verwoorden, is dat een uitstekende manier om meer te weten te komen over hun beleving van de wereld, of om de voortgang van het plot of een verhaalthema verder te kunnen uitdiepen. Ook kun je met een dialoog in het hoofd van je personage duiken en daarmee verborgen motieven blootleggen. Daarmee kan het centraal conflict ook duidelijker worden.

Het nut van een gesprek vanuit personageperspectief

Je personage is een sociaal wezen, net als echte mensen. Daarom zal het met anderen willen praten. Maar bij een dialoog is een grijs gebied te vinden tussen personen en personages. Dat grijze gebied kan je goed onthouden met het zinnetje:

Ik heb iets te vertellen

In het geval van mensen moet je dat letterlijk zien: “ik wil je vertellen over mijn werkdag, hoe vreselijk ik het weer vind, waarom ik dit een geweldig boek vind…”
Bij een personage is dat eerder figuurlijk, zo niet schrijftechnisch: ik heb iets te vertellen over het plot, het verhaalthema, onderlinge relaties tussen personages, enzovoorts.

Daarom kan een mens eindeloos doorkeuvelen over het weer en is dat nooit – of pas na heel lang- vervelend, maar irriteert het bij personages vrijwel onmiddellijk als het om iets eenvoudigs gaat. Het sluit niet aan bij het achterliggende doel van de schrijver om in een dialoog altijd iets meer uit te diepen dan er daadwerkelijk wordt gezegd.

Achterliggende doel van een dialoog: ruziemaken

Een conflict is in een verhaal niet hetzelfde als ruziemaken. Een conflict is waar je held van groeit, een ruzie is die eindeloze: ‘ja maar (jij)…’ in een verbaal gevecht.
Maar op eenzelfde manier is een dialoog ook altijd een ruzie, zonder dat er meteen vazen sneuvelen of stemmen verheven worden.

In een dialoog betekent ruzie dat er altijd sprake is van aanvallen (‘ja, en [wat ik zeg klopt ook] ..’) of verdedigen ‘nee, want…[hier heb jij niet aan gedacht]’. Net als bij het verschil tussen ruzie en conflict in de narratieve zin is aanvallen en verdedigen en de bijbehorende ‘ja maar’ en ‘nee want’ niet letterlijk. Zie het meer als een ‘aanvulling’ op hetgeen wat de ander net heeft gezegd. En ja, soms is dat inderdaad ruziën of discussiëren, maar het kan net zo goed een lieflijk gesprek tussen een moeder en kind zijn:
“Wat was het leuk in de dierentuin vandaag!”
“De leeuw had zulke grote tanden, hè, mama?” (Ja, het was leuk en [de leeuw was het indrukwekkendst])
“Daar kon hij een zebra mee opeten!”
“De leeuw zat zo mooi op de rots te brullen” (Nee de leeuw eet geen zebra op, want [de leeuw was te druk met brullen op de rots])” Wat ook kan: (“Ja en [ik kon bij het brullen zijn grote tanden zien waarmee hij die zebra op kon eten]).

Afhankelijk van hoe moeder dit interpreteert, kan dit gesprek verdergaan:

Hoort ze vooral de nee, dan zegt ze misschien: “Hoe hard denk je dat een leeuw kan brullen?” Hoort ze de ja, dan vraagt ze: “Zou je dat zielig vinden, als de leeuw de zebra op zou eten?” om het gesprek verder op gang te houden.

Een echte discussie in een dialoog

Natuurlijk wordt er ook wel eens echt gediscussieerd in een dialoog. Dan is het zaak dat je binnen de regel van ‘ja en’ ‘nee, want’ uiteenzet waarom personages vinden wat ze vinden. In een echte discussie is er niets zo vervelend als het argument: omdat ik dat vind. In een boek is die irritatie nog drie keer groter, omdat het verder geen inzicht geeft in wat personages denken, waarom ze dat denken en het het verdere plot ook niet vooruit helpt. Dialogen zijn bij uitstek momenten waarop je kan zaaien en oogsten. Denk aan de echtelijke ruzie over de afwas. Dat gaat echt niet meer over de vuile vaat als het argument valt: ik doe het hele huishouden altijd, en jij doet nooit wat (nee, ik ben geen nutteloze partner [want ik ben hier degene die altijd alles regelt]) (Ja, jij bent wel de schuldige [en jij bent degene die alles fout doet])

Altijd meer zeggen dan er gezegd wordt

Op die manier moet er in een dialoog altijd meer bedoeld worden dan er eigenlijk gezegd wordt. Zodat je later in het plot kan zeggen: en daarom ging Karin vreemd met Gerard, omdat híj wel eens iets regelde in het huishouden. Een belangrijk plotpunt, waar het hele verhaal naartoe liep door middel van een goede expositie in een dialoog verstopt. Terug naar het idee dat:
“Lekker weertje!’
” Ja, lekker weertje, hè?
in een boek zelden tot nooit werkt in een dialoog. De oorzaak daarvan is dat er niet meer wordt bedoeld dan de ‘mededeling’ dat het lekker weer is. Het geeft geen verdere inkijk in het hoofd van het personage, het is geen zaaien en oogsten in een plot. dat tot uiting kan komen.. Dat wil niet zeggen dat je daar niets mee kán.
Soms is het zo simpel als veranderen naar: “alweer die stomme regen, nu kan ik alweer niet gaan fietsen…” [nee, ik ben hier niet blij mee, want nu zie ik mijn fietsmaatjes alweer niet…]

Als je er dan nog voor zorgt dat je wat kleine, persoonlijke maniertjes van personages en algehele sfeeromschrijving aan toevoegt is je dialoog al snel vlot en levendig. Voeg daarbij nog de regel van actie en reactie toe en je dialoog spat van de pagina’s af.

Foto door Daniel Lonn on Unsplash.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching. Meer weten over het schrijven van een dialoog? Je kan ook mijn cursus volgen.