Schrijfoefening: wanneer leest iets geforceerd?

Schrijven is altijd maatwerk. Dat wordt zelden duidelijker dan bij een geforceerde tekst. Iets wat op de tekentafel eruit ziet als iets wat goed werkt, werkt de tekst in gedrukte vorm alleen maar tegen. Hoe herken je geforceerd geschreven teksten en hoe kan je die voorkomen? Dit kan je oefenen door reclames te observeren, om later uit te zoomen naar schrijftechnieken in boeken met behulp van de vraag: wanneer is iets té…?

Geforceerd: té graag, té snel, té…

Een tekst leest geforceerd zodra het er duimendik bovenop ligt dat de schrijver wil dat de lezer absoluut merkt dat er moeite wordt gedaan om iets op te laten vallen. Je móet als lezer dit plotpunt, deze woordgrap of deze… meekrijgen. Het is een innerlijke voorlezer die met nadruk leest, zonder dat de schrijver moeite doet om dat te verbergen. Onhandige nadruk is een ding, maar nadruk die willens en wetens wordt gebruikt en daarbij maling heeft aan de beleving van de lezer, dat wekt altijd irritatie op.
Het woordje ‘te’ vormt het onderscheid tussen onhandige en geforceerde nadruk. Bij een onhandige nadruk wil de schrijver graag dat een lezer iets meekrijgt, bij forcering wil die dat te graag. Zowel lezer als schrijver is zich in dit geval bewust van het woord ‘te’. In het geval van de schrijver zelfs twee keer: het is te veel van het goede én hij besluit desondanks er niets mee te doen. Het is echt gewoon té, in elk opzicht. Of het dan over ‘snel’ ‘graag’ ‘schokkend’ of wat dan ook gaat, doet er niet meer toe.

Irritante reclames? Nee, geforceerde reclames!

Laten we reclames als voorbeeld nemen om dit punt te verduidelijken.
Iedereen ergert zich aan reclamepauzes tijdens het televisiekijken. Zelden zien we iets voorbijkomen waar we om moeten lachen. Maar niet iedere reclame is meteen echt vervelend. Denk aan de gemiddelde autoreclame waar je gewoon even naar een rijdende auto moet kijken, onderbroken door een korte jingle. Nee, de echte ergernis komt pas als de reclames te geforceerd zijn. Laten we eens kijken waar ze zoal ‘te’ zijn:
* Een voice-over schreeuwt te hard
* Een achtergrondmuziekje is te aanwezig
* De humor is te flauw of overdreven
* De acteurs spelen te slecht
* Dat lingerie-of parfummodel kijkt te hitsig om nog comfortabel mee te zijn
* De verkoopboodschap in de tekst is te opdringerig (gesproken door acteurs, in de voice-over of geschreven in de reclametekst of het bedrijfsmotto)
enzovoorts.

Vooral op geschreven tekstniveau komt het nogal eens voor dat wat ‘pakkend’ (of op zijn minst ietwat origineel) lijkt op papier in de praktijk ronduit tenenkrommend wordt. Een goed recent voorbeeld vind ik de reclame van een supermarkt die het plantaardige assortiment aan de man moet brengen. De vrouw is boodschappen aan het uitpakken en haar echtgenoot biedt aan om te helpen: “Da’s plantaardig van je!” Niet de allerbeste woordspeling, maar in de context past hij wel: op papier kan hij er nog enigszins mee door. Maar in de reclame zelf gaat die woordspeling van enigszins aanvaardbaar naar ronduit ongemakkelijk en irritant.
De reclame slaagt in zijn opzet: ik praat er nu over en het is duidelijk blijven hangen… Maar een reclame heeft doorgaans enkele (tientallen) seconden om de boodschap over te brengen én moet de kijker overhalen iets te kopen. Dat scheelt nogal met een lezer die uit vrije wil fictieve avonturen wil beleven en veel meer tijd heeft.

Toch is het wel handig om reclames eens te observeren met het idee ‘Wat maakt het precies té?’ Zo train je jezelf met zoeken naar ergernis die werkelijk overal vandaan kan komen. Want helaas sluipt té soms ook in een boek, al is het vaak subtieler. Observeren om te leren gaat makkelijker met overduidelijke voorbeelden dan naar meer subtiele voorbeelden zoeken.

Forcering in boeken: ontleed clichés en slechte teksten

Een cliché is er vaak pas een als je dat zelf ook zo ervaart. Het haalt je uit een verhaal, wanneer wat dan ook té wordt om nog in het verhaal geïnvesteerd te kunnen blijven. Een element dat geforceerd is, heeft dat met een cliché gemeen, al is iets geforceerds soms iets wat je voor de eerste keer leest. Probeer de eerstvolgende keer dat je een cliché leest te achterhalen wat er ‘té’ is om zo te zien de tekst als geheel zo geforceerd doet overkomen. Als je weet waar je zoeken moet, dan zitten geforceerde verhaalelementen werkelijk overal en nergens. Ook in de ‘foute schrijftechnieken en schrijftrucs’ die je misschien al wat bekender zijn. Kijk maar eens.

SchrijfelementStoort omdat het element zelf is té
infodumpde verbeelding op slot wordt gezet, het tempo van de tekst vertraagtdetailgericht
slechte dialooghet onnatuurlijk klinktbraaf (of nietszeggend, zo je wil), er wordt geen ‘narratieve ruzie‘ gemaakt
bloemig taalgebruikhet te lang duurt voor verhaal verder gaat ten behoeve van sfeeromschrijvingbeeldend: soms geldt: less is more
Een overdreven klef stelde romance het verhaal wordt, in plaats van het verhaalelement of het thema dat het hoort te zijngericht op romantiek, niet zozeer op liefde
een slechterik met een tragisch achtergrondverhaalhet iets goedpraat in plaats van verklaartbang voor de rauwe waarheid
te grote regieaanwijzingende tekst er schreeuwerig van wordtbang dat de lezer een nadruk mist
een slechte plottwisthij niet te herleiden valt gericht op het verrassingselement, in plaats van de logica van het verhaal als geheel

Kijk eens of deze tabel zelf nog verder aan zou kunnen vullen. Vergeet niet dat je als schrijver wel met je neus bovenop je tekst zit. Je leest hem dus anders dan een lezer waarschijnlijk doet. Schakel altijd een of meerdere proeflezers in als je denkt dat je iets geforceerds hebt geschreven. Alleen zij kunnen zien of er iets zo duimendik bovenop ligt als jij denkt of vreest. Maar voorkomen is beter dan genezen. Hopelijk helpt deze oefening je vooruit om het aantal geforceerde elementen in je verhaal te verminderen. Als iets geforceerds eenmaal opmerkt is het vaak een kwestie van een hyperbool wat minder ‘opblazen’.

Succes!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een dialoog schrijven: start de ruzie

Een van de duidelijkste momenten dat je het verschil ziet tussen echte personen en personages is tijdens een gesprek. Houd je een dialoog waarheidsgetrouw, dan komt alles in je boek tot stilstand. Een dialoog moet juist een element zijn waar er heel veel informatie duidelijk wordt, zodat alles weer vooruit kan, of er dingen ontdekt kunnen worden. En dat bereik je met ruzie.

Het nut van een dialoog vanuit schrijversperspectief

Een lezer kijkt mee in een fictieve wereld door de ogen van personages. Dus als die gedachten verwoorden, is dat een uitstekende manier om meer te weten te komen over hun beleving van de wereld, of om de voortgang van het plot of een verhaalthema verder te kunnen uitdiepen. Ook kun je met een dialoog in het hoofd van je personage duiken en daarmee verborgen motieven blootleggen. Daarmee kan het centraal conflict ook duidelijker worden.

Het nut van een gesprek vanuit personageperspectief

Je personage is een sociaal wezen, net als echte mensen. Daarom zal het met anderen willen praten. Maar bij een dialoog is een grijs gebied te vinden tussen personen en personages. Dat grijze gebied kan je goed onthouden met het zinnetje:

Ik heb iets te vertellen

In het geval van mensen moet je dat letterlijk zien: “ik wil je vertellen over mijn werkdag, hoe vreselijk ik het weer vind, waarom ik dit een geweldig boek vind…”
Bij een personage is dat eerder figuurlijk, zo niet schrijftechnisch: ik heb iets te vertellen over het plot, het verhaalthema, onderlinge relaties tussen personages, enzovoorts.

Daarom kan een mens eindeloos doorkeuvelen over het weer en is dat nooit – of pas na heel lang- vervelend, maar irriteert het bij personages vrijwel onmiddellijk als het om iets eenvoudigs gaat. Het sluit niet aan bij het achterliggende doel van de schrijver om in een dialoog altijd iets meer uit te diepen dan er daadwerkelijk wordt gezegd.

Achterliggende doel van een dialoog: ruziemaken

Een conflict is in een verhaal niet hetzelfde als ruziemaken. Een conflict is waar je held van groeit, een ruzie is die eindeloze: ‘ja maar (jij)…’ in een verbaal gevecht.
Maar op eenzelfde manier is een dialoog ook altijd een ruzie, zonder dat er meteen vazen sneuvelen of stemmen verheven worden.

In een dialoog betekent ruzie dat er altijd sprake is van aanvallen (‘ja, en [wat ik zeg klopt ook] ..’) of verdedigen ‘nee, want…[hier heb jij niet aan gedacht]’. Net als bij het verschil tussen ruzie en conflict in de narratieve zin is aanvallen en verdedigen en de bijbehorende ‘ja maar’ en ‘nee want’ niet letterlijk. Zie het meer als een ‘aanvulling’ op hetgeen wat de ander net heeft gezegd. En ja, soms is dat inderdaad ruziën of discussiëren, maar het kan net zo goed een lieflijk gesprek tussen een moeder en kind zijn:
“Wat was het leuk in de dierentuin vandaag!”
“De leeuw had zulke grote tanden, hè, mama?” (Ja, het was leuk en [de leeuw was het indrukwekkendst])
“Daar kon hij een zebra mee opeten!”
“De leeuw zat zo mooi op de rots te brullen” (Nee de leeuw eet geen zebra op, want [de leeuw was te druk met brullen op de rots])” Wat ook kan: (“Ja en [ik kon bij het brullen zijn grote tanden zien waarmee hij die zebra op kon eten]).

Afhankelijk van hoe moeder dit interpreteert, kan dit gesprek verdergaan:

Hoort ze vooral de nee, dan zegt ze misschien: “Hoe hard denk je dat een leeuw kan brullen?” Hoort ze de ja, dan vraagt ze: “Zou je dat zielig vinden, als de leeuw de zebra op zou eten?” om het gesprek verder op gang te houden.

Een echte discussie in een dialoog

Natuurlijk wordt er ook wel eens echt gediscussieerd in een dialoog. Dan is het zaak dat je binnen de regel van ‘ja en’ ‘nee, want’ uiteenzet waarom personages vinden wat ze vinden. In een echte discussie is er niets zo vervelend als het argument: omdat ik dat vind. In een boek is die irritatie nog drie keer groter, omdat het verder geen inzicht geeft in wat personages denken, waarom ze dat denken en het het verdere plot ook niet vooruit helpt. Dialogen zijn bij uitstek momenten waarop je kan zaaien en oogsten. Denk aan de echtelijke ruzie over de afwas. Dat gaat echt niet meer over de vuile vaat als het argument valt: ik doe het hele huishouden altijd, en jij doet nooit wat (nee, ik ben geen nutteloze partner [want ik ben hier degene die altijd alles regelt]) (Ja, jij bent wel de schuldige [en jij bent degene die alles fout doet])

Altijd meer zeggen dan er gezegd wordt

Op die manier moet er in een dialoog altijd meer bedoeld worden dan er eigenlijk gezegd wordt. Zodat je later in het plot kan zeggen: en daarom ging Karin vreemd met Gerard, omdat híj wel eens iets regelde in het huishouden. Een belangrijk plotpunt, waar het hele verhaal naartoe liep door middel van een goede expositie in een dialoog verstopt. Terug naar het idee dat:
“Lekker weertje!’
” Ja, lekker weertje, hè?
in een boek zelden tot nooit werkt in een dialoog. De oorzaak daarvan is dat er niet meer wordt bedoeld dan de ‘mededeling’ dat het lekker weer is. Het geeft geen verdere inkijk in het hoofd van het personage, het is geen zaaien en oogsten in een plot. dat tot uiting kan komen.. Dat wil niet zeggen dat je daar niets mee kán.
Soms is het zo simpel als veranderen naar: “alweer die stomme regen, nu kan ik alweer niet gaan fietsen…” [nee, ik ben hier niet blij mee, want nu zie ik mijn fietsmaatjes alweer niet…]

Als je er dan nog voor zorgt dat je wat kleine, persoonlijke maniertjes van personages en algehele sfeeromschrijving aan toevoegt is je dialoog al snel vlot en levendig. Voeg daarbij nog de regel van actie en reactie toe en je dialoog spat van de pagina’s af.

Foto door Daniel Lonn on Unsplash.
Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching. Meer weten over het schrijven van een dialoog? Je kan ook mijn cursus volgen.

Een anekdote interessant schrijven: de duimpjesjager

Soms heb je geen compleet verhaal, maar slechts een leuke anekdote om te schrijven. Hoe doe je dat zonder je verhaal compleet op te blazen?

Internetforum Readers

Welkom op Readers, het fictieve internetforum van verhaalentaal.blog! Op dit forum delen mensen hun persoonlijke verhalen naar aanleiding van een vraag, zoals: Obers: wat is het gekste gesprek dat je hoorde terwijl je mensen bediende?
Mensen kunnen op elkaars posts reageren, en elkaar duimpjes omhoog en omlaag geven. Bij honderd duimpjes omhoog krijgt de schrijver een sterretje en een speciale melding: hoera, je post is populair!
Niet iedereen houdt zich aan de waarheid, maar soms krijg je alsnog gekke verhalen, want soms klopt het cliché: dit moet waargebeurd zijn, want dit krijg je niet verzonnen. De opdracht voor jou, nieuw forumlid: zorg dat je veel duimpjes of de felbegeerde ster krijgt, zonder het verhaal aan te dikken.

Start met de setting van het verhaal

Er is een reden dat ‘Er was eens, in een land hier ver vandaan…’ al eeuwenlang werkt als verhaalintroductie. Je weet over wie het gaat en waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Als je dat overslaat, kan je de verbeeldingskracht van de lezer niet aan de slag gaan en blijft je verhaal een opsomming van feiten.
Beginnen met: ik werkte in een all-you-can-eat sushirestaurant en er kwamen twee graatmagere klanten binnen is al voldoende. De verbeelding kan nu invullen dat er sushi op de borden van de klanten ligt, en geen nachos. Ook geef je al aan dat het over magere klanten gaat die kunnen eten zoveel ze willen. Gaan ze zich dan inderdaad volproppen? Of zijn deze mensen die zo te zien weinig eten al verzadigd na zes stukjes sushi en blijven ze de rest van de avond kletsen? Het kan allebei. Hoeveel iemand eet op zichzelf is niet echt interessant, maar iets is beter dan niets en het helpt de verbeelding of fantasie mee aan het werk te zetten.

Wat valt op?

Je brein pikt eindeloos veel informatie op een dag op. Slechts een deel daarvan bereikt je bewustzijn. Zo merk je bijvoorbeeld niet hoe je brein opdracht geeft aan je bloedbaan om te blijven stromen. En sluit je ook je oren vanzelf af voor vertrouwd, eenzijdig omgevingsgeluid. Dan blijven er nog de indrukken achter die je wel opmerkt, maar die je negeert. Als je door de winkelstraat loopt, ga je niet ieder gezicht onthouden of uitgebreid bestuderen.
Als er dus iets echt opvalt, is dat een aanleiding dat daar je anekdote over kan gaan. Schrijf dus ook waarom het zo opvalt. Twee magere klanten in een restaurant? Nou en? Op dit punt is de vraag: ‘veel of weinig eetlust’ niet genoeg: je moet toewerken van feit naar verhaal. Maar je hebt wel genoemd dat deze klanten mager zijn, dus dan verwacht de lezer dat dáár iets geks mee gebeurd. Werk dus net iets meer uit waarom het postuur van deze mensen zo opvalt, als je als ober talloze mensen met een soortgelijk postuur op een dag ziet. Deze klanten waren graatmager en grauw in het gezicht, alsof ze al tijden niet goed gegeten hadden en elk moment konden flauwvallen van de honger.

Het personage als getuige

Het personage dat de anekdote ziet gebeuren, heeft op dit moment verwachtingen of een zekere hoop. Dat is het moment in een anekdote waar je in het hoofd van het personage duikt en echt mee gaat leven. Dit vormt het kloppend hart van ieder verhaal: het moment waar je empathie op kan roepen. Dat is de eerste aanzet voor de rest van je anekdote. Als je empathie opgeroepen hebt, heb je de lezer te pakken.
Vooral de langste van de twee leek echt ondervoed. Ik had echt de neiging om meteen wat gefrituurde kip op tafel neer te zetten, zodat ze wat konden aansterken.
Je hebt nu personages die iets noemenswaardigs gaan beleven – anders waren ze niet opgemerkt of genoemd- en een personage en daarmee een lezer die op een zekere afloop hopen. Dan is het tijd voor de ‘ en toen en toen’ test.

Van het ene denkwaardige moment naar het andere

Met de ‘en toen en toen’- test kan je de rest van een anekdote vullen, zonder dat die gaat vervelen. Het spreek meestal wel voor zich wat voor gebeurtenissen zich lenen voor de invulling van de anedokte. Het is sowieso datgene wat de gebeurtenis opmerkelijk maakte, en dat staat zelden op zichzelf. Momenten vallen niet uit de lucht: er is altijd een actie-reactie. Als iemand een huwelijksaanzoek in het openbaar doet, dan gaat diegene zelden meteen op de knieën: er zal misschien nog een bepaalde aankleding komen, of een zichtbare reactie. Denk aan restaurantpersoneel dat een taartje met een bruidspaarfoto erop naar de tafel brengt, de aanzoeker die nog even zenuwachtig met de voeten schuifelt voor hij op de knieën gaat… Zo kan je het hele verhaal van de anekdote uitwerken. Wissel gebeurtenissen af met de gedachten van je personage en houdt het geleerde in het achterhoofd, dan krijg je iets als:

Dat hoefde niet; voordat ik naar de tafel kon lopen, werd er al door de zaak geschreeuwd: “geef maar gewoon veel, verras ons!” Ik wist niet of ik zomaar wat op tafel mocht zetten, dus ik ging naar ze toe. Een potje iene-miene-mutte later koos het paar blind meteen tien gerechten per persoon uit. Ik vond het apart dat ze inderdaad zoveel wilden eten als ik dacht dat ze moesten doen. Maar ze aten alles op en bestelden nog eens vijf kleine porties.

Sluit af met een conclusie

Een anekdote werkt goed als je afsluit met een conclusie die verklaart waarom je het de moeite vond om deze anekdote te vertellen. Ik heb nog nooit iemand met zo veel gemak zo veel zien eten. Het personeel noemde hen die dag dan ook de sushismakkers.

Dit zou je de basis moeten geven voor het behalen van de felbegeerde Readersster ;). Wil je oefenen met het schrijven van een anekdote, gebruik dan gerust de reacties!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door John Schnobrich verkregen via Unsplash.




Zo schrijf je een goed wraakverhaal

Bij een wraakverhaal denk je aan spanning, intriges en uitspattingen. Een echt recept voor een pageturner dus. Als je een wraakverhaal goed schrijft, zit de lezer inderdaad op het puntje van de stoel. Doe je het fout, dan komt het verhaal eerder slap over dan het stevige verhaal dat je voor je ziet.

Wraak begrijpen om een wraakverhaal te schrijven

Om een goed wraakverhaal te kunnen schrijven, moet je begrijpen wat wraak is. Zowel als wat het met je doet als waarom je personage op wraak uit is. Dat moet allebei helemaal kloppen, anders is het verhaal al snel wankel. En een wankel wraakverhaal is gedoemd om te mislukken. Laten we eens beginnen wat wraak met je doet, of wat je doet als je wraak gaat nemen. Dit is maar een globale schets, natuurlijk kunnen er veel meer meer emoties meespelen die ook genuanceerder kunnen zijn dan wat ik hier samenvat.

* Je bent boos
* Je voelt je tekort gedaan
* Je gaat (snode) plannen smeden om het de antagonist betaald te zetten.

Als je boos bent en je tekort gedaan voelt, dan vreet dat energie. En de tijd die je in je plannen steekt, had je liever aan een hobby besteedt. Als je wraak wil, is er iets gebeurt waarvan je niet wilde dat het was gebeurd. Met andere woorden: wat het ook is dat is voorgevallen, je personage denkt: dit had niet zo moeten zijn. Daar kan je bij laten, maar dat doet je wraakzuchtige personage niet, ondanks de tijd, woede en stress die het oplevert om wraak te nemen. Er moet dus wel iets heel ergs zijn gebeurd, wil je personage al die pijn en moeite van het wraaknemen ondergaan.

Dat brengt ons bij het tweede punt. Wat is er gebeurd en waarom is dat zo erg voor je personage? Specifieer dat ‘zo’:
* Kan je personage niet meer slapen door traumatische nachtmerries?
* Durft je personage niet meer onder bepaalde mensen te komen en wordt de vrijheid daarmee ingeperkt?
* Ziet je personage de zin van het leven niet meer in omdat de vijand iets essentieels van je protagonist heeft afgenomen?
Kortom: hoe heeft dat invloed (gehad) op het leven van je personage? Het is belangrijk om dat goed uit te werken, want zo leert je lezer de held kennen. Dat kweekt begrip voor de situatie. Ook al is de hele familie van de held vermoord, je mag er niet zomaar op rekenen dat je lezer daardoor met het hoofdpersonage meeleeft.

Het gevaar van wraak voor een verhaal

Wraak nemen is van zichzelf al iets groots: het heeft veel meer voeten in de aarde dan je onvrede en woede uitschreeuwen met je gezicht in een kussen geduwd. Het is niet gek of ongewoon dat het een leven helemaal kan overnemen. Zowel in de emotionele zin – je voelt alleen nog maar die wraakzucht en boosheid en blijdschap vervaagt daardoor- als dat je nog maar weinig aandacht hebt voor andere dingen in het leven, zoals bijvoorbeeld je baan of je sociale leven. Daarom is een wraakverhaal een van het soort waar je altijd goed op moet passen: voor je het weet, gaat het plot over niets anders dan de snode plannen, of lees je alleen maar over een woedend personage. In dat opzicht heeft een wraakverhaal een aantal raakvlakken met de liefdesdriehoek. Pas dus op die valkuilen!

Effectief wraak nemen in een verhaal

Een wraakverhaal heeft wel een aantal aanzienlijke voordelen ten opzichte van de liefdesdriehoek die je in je voordeel kan gebruiken.
* Bij een liefdesdriehoek is verliefdheid de oorzaak. En verliefdheid is een gegeven: dat gebeurt gewoon. Als je wraak wil nemen, doe je dat niet om een simpel gegeven. Daar gaat altijd al een verhaal aan vooraf. Van bedrog, onrecht… Dat zijn complete verhaalthema’s. Heel wat diepgaander dan het simpele gegeven: voltreffer van Cupido.
* Wraak nemen gaat in stappen. De wil om het te doen, het besluit om het te doen, het smeden van de uitvoering, de uitwerking daarvan… Wraak nemen geeft veel mogelijkheden om scènes te spreiden en de spanningsboog van je verhaal een oppepper te geven op het moment dat er in de volgende scène wel erg volgende scène wel erg veel op het spel staat. Speel met tempo, toon en spreiding, daar wordt en blijft wraaknemen spannend van, in plaats van een klusje dat moet worden afgevinkt in het vullen van een plot.
* Wraak nemen kan alleen. Of juist niet. Waar kiest je personage voor? Op allerlei manieren vergt wraaknemen afwegingen. Dat biedt veel mogelijkheden om in het hoofd van je personage te duiken en diens logica verder te ontdekken. Let op: logica: dus wat je personage bedenkt, logisch vindt of bepaalde oorzaken aan gevolgen koppelt. De logica van een personage ontdekken is altijd interessant: het heeft een actie-reactie element in zich.
Ter vergelijking met de liefdesdriehoek: ‘Ik voel me hoteldebotel.” Dat is wederom eerder een gegeven dan iets waar je uitgebreid op in kan gaan: verliefdheid an sich omschrijven is óf zo gedaan, óf je besteedt er zodanig veel woorden aan dat je bijna niet anders kan dan een cliché schrijven. Doe er met een wraakverhaal je voordeel mee dat je de diepte in kan duiken.

Wat deed de antagonist eigenlijk?

Degene die je held iets heeft aangedaan, heeft iets gedaan. Maar wat eigenlijk? Belangrijker nog: had de antagonist het kunnen voorkomen? Was het met voorbedachte rade? Of heeft je held door de emotionele klap de schuld in de schoenen van de antagonist geschoven om maar niet naar de eigen pijn – ja, misschien zelfs een (deel) eigen schuld!- te hoeven kijken? ‘Waar twee vechten hebben twee schuld’ hoeft niet altijd waar te zijn, maar het is zeker iets om te onderzoeken. Een wraakverhaal is een genre waar je held gebaat kan zijn bij het hebben van een blinde vlek. Dat kan een extra manier zijn om je wraakverhaal echt dat verhaal te maken waar je lezer van gaat smullen!

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Foto door Niranjan _ Photographs verkregen via Unsplash

/


Zo schrijf je een tekst met een sprookjesachtige toon

“Dit verhaal leest als een sprookje.” Is dit ooit over jouw verhaal gezegd, of zou je dat wel willen? Laten we eens kijken wat een verhaal een sprookjesachtige toon kan geven.

De basis van een sprookje: magie

Een sprookje zou geen sprookje zijn als het niet aan bepaalde voorwaarden zou voldoen. Lees in deze blogpost terug waar je aan moet denken, zoals het getal drie en pratende dieren. En toch worden er ook vaak verhalen als sprookjesachtig bestempeld zonder dat er meteen iets magisch of fantastisch in gebeurt. Of je sprookje nu daadwerkelijk van fabelachtige zaken aan elkaar hangt of gewoon ‘als een sprookje leest’, het kernwoord wat ze delen is magie. Iets aan het verhaal bevat magie of voelt magisch aan. Zodra je dit toverwoord ( 😉 ) kan verwerken als thema, is de toon van een sprookje gezet.

Wat leest magisch?

Overduidelijke magie van toverspreuken en draken terzijde, iets kan ook magisch voelen door de combinatie van buitengewoon en – in het geval van de typisch sprookjesachtige toon- rust.

Iets buitengewoons moet je in dit geval lezen als buiten-gewoon: niet zozeer spectaculair, als wel: buiten het gewone om. Die toon houd je een tijdje vast, zodat de lezer kan laten bezinken dat dit moment niet alledaags is en een leven kan veranderen. In dat buiten-gewone moment houdt je het personage een spiegel voor. Daarin reflecteert het over hoe diens leven ervoor staat, of waar het naar streeft. Op een bepaalde manier -meestal door wat een medepersonage zegt, laat zien of het personage laat doen- krijgt je personage een levensveranderend inzicht of iets aangereikt wat het leven vanaf dat moment kan veranderen. Dit buiten-gewone moment wordt zo ook echt buitengewoon en daarmee magisch.

In tegenstelling tot de echte spookjes met heksen en draken zijn sprookjesachtige verhalen niet zo vaak echt spectaculair. Integendeel: ze zijn gebaat bij de eerder genoemde rust. In plaats van hele drakenkolonies te moeten verslaan, gaat het in deze verhalen erom dat de schoonheid van kleine dingen de aandacht krijgen. En die schoonheid kun je niet bewonderen als je op standje turbo door het verhaal gaat. Zie je het al voor je?

Zoals hij daar naar de zonsondergang keek, mijmerend over het ritme van de seizoenen en hoe het volgende jaar zijn potentieel tot volle bloei zou komen, zwiepte hij uit volle kracht met zijn zwaard om de draak te onthoofden.

Dat werkt niet echt hè? 😉 Als je het tempo van rust bij een sprookjesachtig verhaal wil testen, denk dan aan een poort waar je personage doorheen stapt en alles in slow-motion gebeurt. Dan heeft het alle tijd om na te denken en te zien hoe alles zich ontvouwt. Wie weet blijft ook bepaalde symboliek niet onopgemerkt. In deze rustige waakzaamheid kan je personage zich als het ware ook openstellen om die sprookjesachtige toon voor zich te laten ontvouwen, alles maar laten gebeuren.
Laat de wijsheid van die ene vreemdeling rustig op je personage inwerken in dat ene café waar ze elkaar ontmoeten. Of laat in een oorlogsgebied waar dood en verderf de norm zijn de liefde van die ene goede Samaritaan goed zien door er in detail en een rustig tempo bij stil te staan. Dat is de ‘magie’ die een verhaal sprookjesachtig kan maken.
Maar met alleen magie ben je er nog niet. Ook het ritme is erg bepalend.

Het ritme van een sprookjestekst

Zoals iedere goede tekst heeft ook een sprookje drie akten met een begin, midden en een eind. Maar waar een verhaal al snel moet uitbreiden en verdiepen met die drie akten met momenten als de clues, inciting incidents en de wrap-up, blijft een sprookjesachtige tekst bijna belachelijk banaal bij die basis van die drie akten
1) Iemand zit mentaal in de put.
2) Een ontmoeting met een tuinman in een prachtig park schijnt een ander licht op de zaak.
3) Je hoofdpersonage gaat met een voldaan gevoel en misschien wel nieuwe inzichten naar huis.

Natuurlijk kan je wel wat dingen uitdiepen over wat je personage(s) bezighoudt. Dat moet zelfs, want hoe mooi de omgeving en omstandigheden ook zijn: een stuk karton is hoe dan ook geen interessante held. Maar je hoeft er geen letterlijk en figuurlijk verhaal van te maken. Een sprookjesachtige tekst is wat dat betreft eerder een momentopname. Als een foto waar je een verhaal bij kan vertellen. Je ziet misschien enkel mensen op een picknick, maar je kan als je het verhaal kent, precies vertellen dat dat die ene picknick was op je personage later op de dag ten huwelijk werd gevraagd.
Dan hoef je echt niet in te gaan op hoe de aanstaande bruid op dat moment een studie ICT volgde, in haar vrije tijd aan judo deed en hoe haar relatie met haar technisch slimme lievelingstante ertoe heeft geleid dat je personage ook een exact beroep ambieert. Juist niet! Ga in op dat ene moment – dat dan ‘toevallig’ een dag lang duurt. Beschrijf het weer, de sfeer, het moment waarop Romeo op zijn knieën ging en de reactie van de omstanders.
Als je een bepaald moment in het verhaal niet de tijdelijke schijnwerpers geeft, maar het hele verhaal daarom drááit, met een gevoel dat het verhaal ‘na de laatste bladzijde’ een goede afloop heeft, of een prettig vervolg krijgt, is je verhaal al snel sprookjesachtig.

En ze leefden nog lang en…?

Nee, niet iedere sprookjesachtige tekst hoeft gelukkig te eindigen. Bitterzoet is zeker niet uitgesloten, soms kan een einde zelfs ronduit verdrietig zijn bij een verhaal dat toch als een sprookje leest. De crux zit hem dan niet in het einde, maar wat er in het grote middenstuk, die foto gebeurt of gebeurd is. Voor een sprookjesachtige tekst is het vooral essentieel dat even alles goed leek of goed leek te komen. Dat ‘even’ kan wat langer voortduren of bij dat magische blijven, maar zolang als er een magisch moment is geweest, zit je algauw goed met een sprookjesachtige sfeer in je verhaal.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Een verhaal zonder goedheid– rauw schrijven

Bij vrijwel alle verhalen is er een geld of een goed moraal, waar het boek plezierig van wordt of de goede moralen uiteindelijk overwinnen. Maar soms is de held helemaal geen goeierik, of is het verhaal zodanig eng, gemeen of duister dat goede dingen niet voorkomen of anders ver op de achtergrond staan. Kortom: hoe schrijf je een verhaal dat van slechtheid aan elkaar hangt, zonder dat het cartoonesk wordt?

Een verhaal zonder licht

Er zijn verhalen die niet tot hun recht komen als je de balans tussen goed en kwaad zou bewaren. Gemakshalve noem ik dit ‘verhalen zonder licht’. Het is niet zozeer dat er geen enkele fijne scène, of een rustig moment zonder ellende in het verhaal zit, maar er is geen licht in de spreekwoordelijke duisternis. Ook al zijn er fijnere, of rustige of zelfs hoopvolle momenten, die zijn zodanig klein of paradoxaal pijnlijk in contrast met de ellende dat ze alsnog alleen maar pijnlijk zijn. Denk aan iets als:
* Een verhaal dat volledig ingaat op een doodziek kind. In detail, zonder hoop, zonder tijdelijke opluchting van een bezoek van een Cliniclown. Het is echt een en al ellende. Dan zegt het kind: “Mama, ik heb geen pijn vandaag.”
* Een verhaal over genocide. De familie wordt verplaatst van een getto naar een plek waarvan je weet dat moeder en kinderen elkaar nooit meer levend terugzien.

De lezer kiest er bij deze boeken en films zelf voor om verder te lezen of te kijken en de ogen uit zijn hoofd te huilen, als het te confronterend wordt. Jij hoeft deze lezer niet te sparen. Die heeft nog altijd een functionerende hand om het boek dicht te klappen of de tv uit te zetten als het allemaal teveel wordt. Jouw verantwoordelijkheid als schrijver is in dit geval om het verhaal recht aan te doen. Met als gevolg de kernregel: romantiseren is uit den boze als je rauw wil schrijven.

Wat is rauw schrijven?

Rauw schrijven is er geen doekjes om winden; romantiseren is absoluut niet toestaan. Rauw schrijven is schrijven zoals iets écht is, voelt of zou zijn. We kennen allemaal het zinnetje: ‘Dat gebeurt alleen in de film.’ Hoewel niet altijd, komt deze zin bovendrijven als iets ‘romantischer’ is dan in het echte leven. Als je schrijft over hongersnood, kan de fictieve moeder vrijwel altijd wel een restje brood vinden en haar kind daarmee voeden. Het echte leven houdt zich niet aan plotontwikkeling en daardoor kan het ondervoede kind soms vrijwel onmiddellijk overlijden. Niet pas – als het dat al doet- na verschillende maanden, waar talloze mensen nog proberen het kind te redden.
En als iemand het slachtoffer is van verkrachting heeft diegene in fictie vaak een vriend die diegene kan helpen of op zijn minst gelooft. Het echte leven is niet altijd zo genadig.
Zelfs in meer onschuldige situaties zie je het terug. Neem de verboden liefde. Deze trope is zo bekend, zó cliché, dat ik verhalen ken van echte mensen die oprecht denken: ‘maar mijn verboden liefde moet goed aflopen, want zo gaat dat altijd.’ Nee. Dat is dat romantiseren: sturen naar een goede afloop omdat dat in entertainment verwacht wordt, zo niet bijna hoort. Bij rauw schrijven laat je alles los wat zogezegd verwacht wordt of waar de gemiddelde lezer op hoopt.

Je schrijft echt zoals het is: ‘raw and real.’

Citaten die rauw schrijven oproepen

Als je ooit een rauw geschreven boek of film hebt gelezen of gezien, dan heb je ongetwijfeld iets geroepen als:
* “Een keer en nóóit meer!”
* “Toegegeven, het is een meesterwerk, maar het is tegelijkertijd ook een *#&@^#&-film”.
* “Dat was niet gewoon een verdrietige tranentrekker, dat deed oprecht pijn.”
* Ik kon het boek niet uitlezen, het werd me te echt.”

Enkele voorbeelden: Schindler’s list, The green mile, Tomstone for fireflies, 1984, de jongen in de gestreepte pyjama en – persoonlijk voorbeeld van laatstgenoemd citaat- Een ladder naar de hemel.

Let op bepaalde woorden uit deze citaten: meesterwerk, oprechte pijn en te echt. Als je die woorden als uitgangspunt neemt, kan je proberen een rauw meesterwerk te schrijven (proberen ja, want dit is zo’n gevalletje: de theorie is makkelijk te begrijpen, maar doen is anders…). Om dat te bereiken is een vraag je ideale houvast: wat is rauw, wat is Hollywood?

Rauw versus Hollywood

Om rauw te schrijven, moet je onderscheid kunnen maken tussen wat echt is en wat gedramatiseerd is, om iets heftig(er) te laten lijken. Bedenk daarbij:
* Het echte leven volgt geen drie-aktenstructuur
* In fictie kan een held groeien in zijn heldenreis, waar het echte leven daar niet altijd ‘tijd voor neemt’
* soms zijn ‘grote reacties’ eerder drama dan echt.

Enkele voorbeelden om je op weg te helpen:

VoorbeeldRauwHollywood
Er wordt iemand neergeschoteniemand valt onmiddellijk, recht en stijf neer, zonder geluid te geven. iemand vliegt drie meter achteruit, schreeuwt en stuiptrekt
een kind lijdt aan hongersnoodDe verhongerende ouder is te uitgeput om het kind te troostende ouder blijft sterk en blijft het kind sussen
Een vriend sterft voor je ogenJe kan niet meer dan wegkijken of de hand vasthouden: spreken gaat nietDe mooiste one-liners komen naar boven.
iemand is zwaargewond en je moet diegene verplegen terwijl je niet weet hoeJe staat te trillen op je benen, en bevriest. Je bent misschien nog net helder genoeg om 112 te bellen, of een voorbijganger om hulp te vragen. totale paniek en snel uitgesproken ‘O mijn god o mijn god, o mijn god, wat nu?’
Een liefdesverklaring voor iemand die je lang of nooit meer gaat zien. Een brok in de keel die je ervan weerhoudt lange tijd iets te zeggen. Als het dan uiteindelijk lukt, komt er niet meer dan een schor: “Tot ziens” uit, waarna misschien nog een korte, ongemakkelijke kus volgt. “Jij bent het allerbangrijkste in mijn leven en ik zal altijd van je houden en iedere avond huilen omdat ik je zo ga missen.” Met een minuutlange zoen erachteraan.

Natuurlijk moet je hierbij niet de karakteristieken van je personage uit het oog verliezen. Een wijs mens kan misschien wel mooie woorden delen aan het eind van het leven. Maar ik hoop dat deze post in ieder geval een idee geeft waar je op moet mikken als je rauw wil schrijven.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.


Foto door Brett Jordan op Unsplash.

Zo gebruik je show don´t tell om je personage interessant te maken

Als je al even schrijft, weet je dat show don’t tell een belangrijke schrijftechniek is. Maar als je het te eenvoudig toepast, is de techniek alsnog niet al te effectief. Probeer daarom de techniek zo toe te passen dat je je personages er beter door leert kennen.

Show don’t tell in het kort: matigheid op de loer

In het kort betekent show don’t tell dat je iets laat zien in plaats van dat je ronduit schrijft wat er gaande is. Tell is: ‘hij huilt.’ Show is: ‘er biggelen tranen over zijn wangen.’ Over het algemeen is show een vlottere schrijftechniek dan tell. Maar je kan ook show schrijven zonder dat het echt tot de verbeelding spreekt. Neem bovenstaand voorbeeld. Als je tranen over wangen ziet lopen, spreekt dat meer tot de verbeelding dan wanneer je schrijft dat er iemand huilt. Maar zijn die tranen over de wangen nou echt zo bijzonder? Niet echt: het is de meest standaard manier van huilen beschrijven die je zo ongeveer kan bedenken. Als je dus te standaard bent met je shows, kan er alsnog een matige tekst ontstaan.

Verboden woord: voelen

Als je over gevoelens schrijft, is het woord ‘voelen’ een taboe, omdat het een tell in de hand werkt:
* Ik voel me verdrietig versus: de tranen prikken achter mijn ogen.
* Ik voel me duizelig versus: de wereld om me heen begint te tollen.

Maar ook bij een show ligt ‘voelen’ eerder op de loer dan je misschien denkt.
* Ik voel het bloed in mijn oren bonken.
* Ik voelde mijn hart als een razende tekeer gaan.

Herschrijf de zin zonder ‘voelen’ of probeer een ‘als(of)-zin’ te schrijven:
* Het bloed bonkte in mijn oren.
* Mijn hart ging tekeer als een op hol geslagen pauk.
* Door de spanning was het alsof er een kolonie mieren door mijn bloedbaan racete.

Leer het karakter van je personage kennen

Je hebt nu een aantal manieren gelezen om een standaard manier van show te voorkomen. Als je een show ook echt levendig wil maken, kijk dan ook eens naar wie jouw personage als persoon is. Bij de onderstaande tabel met mogelijke shows horen bepaalde emoties:

Vrolijkheid VerdrietWoede
In de handen klappen van plezierTranen flink de loop laten Een schop tegen de tafelpoot geven
Een vreugdedansje doenNiets (meer) zeggen en in een hoekje kruipenEen woedende kreet slaken
GlimlachenWeglopen van gezelschapMet een rood hoofd zwijgend voor je uit staren
Mogelijke shows bij een aantal basisemoties

Geen van deze voorbeelden is goed of fout. Maar zodra je beter naar je personage kijkt, zou je daar wel van kunnen spreken. Een makkelijk voorbeeld is om een extravert en een introvert personage met elkaar te vergelijken.
Het extraverte personage zal waarschijnlijk een vreugdedansje doen, flink huilen en een schop tegen de tafelpoot geven. De introverte tegenhanger glimlacht, kruipt in een hoekje en staart zwijgend voor zich uit terwijl de woede vanbinnen als een malle door het lijf gaat.
Natuurlijk kan een introvert ook ooit schreeuwen en de extravert rustig glimlachen. Maar als je deze afwegingen maakt in het schrijven van je shows, zal je niet makkelijk meer middelmatig schrijven. Ook al wijk je dan een keer uit naar iets standaards als tranen die over de wangen lopen.

Omstandigheden en medepersonages

Je personage zal net als echte mensen ook anders zal reageren naarmate er andere medepersonages of omstandigheden aan de orde zijn.
Uma heeft liefdesverdriet en huilt de ogen uit haar hoofd. Ze belt haar vriendin Sarah op om te vragen of het aan haar lag dat ze is gedumpt. Had ze zich misschien toch wat vaker sexyer moeten kleden voor deze mooie man, of schatte Hans haar gewoon niet op waarde? Sarah is nog niet zo lang geleden zelf afgewezen en kan zich dus goed in Uma verplaatsten: “Nee, meid, Hans was gewoon een botterik.” Een ideale vriendin, toch?
Maar dan overlijdt Uma’s favoriete tante in een auto-ongeluk. Nu hoeft ze niet te twijfelen of zij wel aantrekkelijk genoeg was om dit verdriet te voorkomen. Dit is domme pech en ze krijgt haar tante nooit meer terug. Uma kan niet terecht bij Sarah, want zij is doodsbang om te praten over alles wat met overlijden en rouw te maken heeft.
In plaats van tranen met tuiten te huilen bij een vriendin, kruipt Uma nu een aantal dagen in een hoekje. Ze durft niet te huilen, uit angst dat ze er nooit meer mee kan stoppen als ze daarmee begint.
Je kan erachter komen wat (op welk moment) goed bij je personage past door de personagebiografie nog eens goed te lezen en daaruit bepaalde conclusies te trekken.

Schreeuwt ze van verdriet achter haar handen of snikt ze zachtjes? Ze is in ieder geval verdrietig, maar welke van de twee opties je kiest, zal afhangen van haar karakter en de omstandigheden.

Spreid de show

Een valkuil van show don’t tell is dat je te veel op zinsniveau gaat denken. Mag je wel ronduit zeggen dat iemand verdrietig kijkt? Natuurlijk: soms is tell nodig voor een fijne tekst. Het gaat er vooral om dat jouw shows in het geheel van het verhaal de overhand hebben.
Als Uma verdriet heeft, kan je een prachtige show-oneliner over haar verdriet bedenken, maar als je het daarbij laat, schiet dat alsnog weinig op. Het kan net zo goed, zo niet beter werken om een heel hoofdstuk aan dat verdriet te wijden. Daarin kan je dan beschrijven hoe ze haar bed niet uitkomt, hoe haar ogen droevig staan als ze tegen iemand praat en haar stem door het verdriet een half octaaf lager lijkt te klinken. Voeg bijvoorbeeld een eetscène toe waarin je laat zien dat Uma niet eet, met haar eten speelt of minder praat dan anders. Zo’n scène schrijf je niet in de enkele zin: Uma had geen eetlust.
Wees niet bang om een show wat langer uit te smeren. Daardoor leer je een personage beter kennen en hoef je ook niet krampachtig op zinsniveau de meest beeldende shows te gaan verzinnen.

Heb je hulp nodig bij het schrijven van je verhaal? Kijk eens in mijn webshop voor de mogelijkheden van mijn schrijfcoaching.

Dit is het nut van schrijversgroepen

Als je schrijft, is het fijn om feedback te krijgen. Je kan daarvoor proeflezers inschakelen, maar soms is het niet je inhoudelijke tekst, maar het schrijversinzicht waar je hulp mee wil krijgen. Voor beide manieren van feedback kan je terecht in schrijversgroepen.

Feedback van schrijversgroepen

In schrijversgroepen wordt er van alles en nog wat besproken. Meestal wordt er vooral feedback gevraagd en gegeven. Het fijne van een schrijversgroep is dat je de feedback die je krijgt wordt gegeven door mensen die zelf met schrijven bezig zijn. Dat wil niet altijd zeggen dat de mensen ook professionele feedback kunnen geven, maar het heeft hoe dan ook voordelen:
* je vindt altijd wel iemand die op hetzelfde ‘niveau’ zit als jij. Begin je net met schrijven? Dan kan je vast iemand vinden die ook nog worstelt met een personagebiografie, omdat het de eerste keer is dat ze die schrijft.
Ben je al jaren bezig met creatief schrijven? Dan kun je over de combinatie van talloze schrijftechnieken praten met iemand die literaire werken schrijft. Als je de juiste schrijversgroep vindt, kan je altijd wel iemand vinden met wie je kan sparren over schrijven op een manier waar jij iets aan hebt.
* Wie schrijft, moet lezen. Dat betekent dus ook dat de mensen in een schrijversgroep een meer geoefende blik hebben op wat prettig leest dan mensen die nauwelijks lezen en die jij vraagt voor een keer proeflezer te zijn.

Schrijversgroepen: een nieuwe kijk op tekst

Tenzij je een schrijversgroep vindt die gericht is op een specifiek genre, zal je medeschrijvers tegenkomen die een ander genre schrijven dan jij. Doe daar je voordeel mee. Je kan veel leren door veel te lezen van hetzelfde genre als je zelf schrijft. Zo kom je erachter welke elementen gevoelig zijn voor clichés. (Had de rijke Joe Sixpack geen vaderfiguur en weet hij daarom niet hoe een ‘echte man’ zich hoort te gedragen?) Maar je doet er goed aan om ook te lezen buiten het genre wat je zelf graag leest en/of schrijft. Dan zal je zien dat er ook als je geen genre-specifiek cliché hebt om op te letten, er in elk genre een aantal technieken of personageontwikkelingen terugkomen. Dat valt soms meer op als je een tekst ziet die betreft verhaalthema weinig met dat van jou gemeen heeft.

Leren schrijven van verschillende teksten is soms net als het welbekende spelletje bij een tweeling: zoek de verschillen en overeenkomsten.

Jij bent je Joe Sixpack aan het schrijven, maar wil dat wel goed doen. Je wil dus weten hoe je schrijft over bepaalde aspecten van mannelijkheid. Maar mannelijkheid komt niet alleen in de context van romanceboeken voor. Het ziet er vaak alleen (een beetje) anders uit. In een verhaal over een conservatieve familie zal pa met een kantoorbaan echt geen wasbordje hebben. Maar als kostwinner van het gezin draagt hij wel degelijk mannelijke waarden uit. Op deze manier krijg je te zien hoe je mannelijkheid ook of nog meer kan portretteren. Dat gaat makkelijker als je toegang hebt tot voorbeelden uit andere genres. Dat voorkomt dat je schrijft ‘omdat het zo hoort’ in plaats van dat je je eigen creativiteit zijn gang laat gaan.

Korte feedback in schrijversgroepen

Het is fijn om in een schrijversgroep te zitten, omdat je antwoord kan krijgen op een simpele vraag. Als je twijfelt of je goede symboliek in je verhaal hebt toegepast kan je een blogpost daarover lezen en je voor de zesde keer afvragen of je de theorie wel goed begrepen hebt. Of je stelt een simpele vraag in de schrijversgroep:
Hoi allemaal,
Ik schrijf een fantasy en heb een gemeen trol-achtig wezen ontworpen dat ondergronds leeft en niet het meest op de hoogte is van de ontwikkelingen van de wereld in zijn geheel. Dit heb ik gedaan vanwege de symboliek van ‘onder een steen leven’ of ‘ondergronds leven is duister en gemeen.’ Vinden jullie dat cliché of goed gebruik van symboliek?

Als je creatief wil schrijven, moet je schrijfinzicht vergaren. Dat kan je leren door je in technieken te verdiepen, maar ook door naar de meningen van andere schrijvers te luisteren. Zo leer je dat er verschillende smaken zijn. Met een beetje oefening kan je jezelf aanleren om daar zodanig tussen te schipperen dat je het beste van beide werelden samenvoegt tot een uniek geheel:
Welk element van een Mary Sue vinden jullie het meest storend?
“Dat ze de lat voor ‘een goede vrouw zijn’ veel te hoog legt voor mij,” zegt de een.
“Dat ze altijd een perfect leven lijkt te hebben”, zegt de ander.
Dus bedenk jij: misschien kan ik dan het beste over een vrouw schrijven met een minder dan perfect leven die bovendien niet aan alle traditionele vrouwelijke waarden voldoet. Dan is mijn personage waarschijnlijk snel Mary Sue af.

Deze korte antwoorden van anderen kunnen soms ineens een aha-momentje geven dat je niet krijgt als je alleen maar leest over tips om een Mary Sue vermijden. Soms ligt het antwoord in een simpele, snelle observatie (van anderen), niet in het minutieus ontleden van alles dat je hebt geschreven.

Soms moet je schrijven zo simpel mogelijk houden. Niet alleen wat betreft je uitwerking, maar ook betreft je uitgangspunt.

Zelf feedback geven in een schrijversgroep

Als je oefent met feedback geven door naar de teksten van anderen te kijken, wordt uiteindelijk jouw eigen tekst ook beter. Als je een aantal keren hebt geschreven over de tekst van een ander: pas op dat je zinnen niet te lang worden, ik zie soms drie komma’s in een enkele zin staan. Dan word je alerter op kommagebruik. En dan bedenk je opeens: Verdorie, dat doe ik zelf ook! Zo zie je een zwakke plek van jezelf die je anders misschien niet had kunnen ontdekken. Als je ergens geen (specifieke) aandacht aan besteedt, gaat het sneller aan je voorbij. Besteed daarom zo nu en dan ook eens wat tijd aan de teksten van anderen, niet alleen aan die van jezelf.

Zit je niet in een schrijversgroep, maar wil je wel professionele feedback? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Zo leest een tekst heel natuurlijk

Als schrijver ben je een god van je eigen geschapen wereld. Je kan dus schrijven wat je wil, totdat je je plot en je lezer in de gaten moet gaan houden.

Je hebt geen eindeloze ruimte voor speling

Als schrijver ben je de baas over hoe het verhaal verloopt. Daarin lijk je dus alles over het verhaal te kunnen bepalen. Hoe het verhaal loopt, hoe de personages zich ontwikkelen… Maar dat heeft zijn grenzen. Je moet denken aan wat past binnen de resultaten van je schrijfonderzoek en je personagebiografieën. Daarbij moet je ook rekening houden met wat natuurlijk overkomt. Een van de dingen waar een verhaal op stuk kan lopen, is dat de gebeurtenissen uit de lucht komen vallen: ineens zijn mensen vrienden, verliefd of woedend op elkaar.

Als dit in een tekst gebeurt, ligt de oorzaak vaak bij de schrijver. Die is al zo in het verhaal verdiept, dat hij vergeet om dingen uit te werken: ‘Leon en Jos moeten verliefd worden.’ Prima, maar hoe komt die verliefdheid tot stand? Je kan niet schrijven: Jos viel in katzwijm, Leon glimlachte een keer terug en nu hebben we de romance van de eeuw. Die kerels hebben elkaar net één keer aangekeken.
Stel je voor dat je een potentiële liefdesrelatie hebt met iedere voorbijganger die je in het voorbijgaan vriendelijk groet. Dat is niet vol te houden! Je zal ofwel voortaan steevast met een chagrijnig hoofd rond moeten rondlopen om je potentiële vrijers op afstand te houden, of je bent de rest van je leven bezig om al je liefjes (lees: voorbijgangers) te versieren.
‘Dit is zo omdat ik als schrijver wil dat het zo is,’ is een uitgangspunt waardoor de logica uit je tekst verdwijnt. Je moet erop kunnen vertrouwen dat de lezer bepaalde signalen kan oppikken, anders resulteert dat in een infodump. Tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat die signalen wel genoeg opvallen.

Unieke en terugkerende details

Hoe zorg je ervoor dat belangrijke details in een verhaal opvallen, bijblijven en vlot leesbaar zijn? Zorg voor een combinatie van uniekheid en herhaling.

* herhaling: zorg ervoor dat de details zich herhalen. Laat Leon vaker dan eens naar Jos teruglachen, of andere subtiele seintjes van flirten vertonen.

* uniekheid: de details moeten uniek zijn. Dat kun je op twee manieren opvatten:
– Varieer in de details, zodat niet steeds hetzelfde gebeurt. Als Leon tien keer flirt, laat hem dan geen tien keer glimlachen. Zorg ervoor dat hij ook een keer knipoogt, Jos een complimentje maakt, bloost als hij hem ziet…
– Maak de details zo min mogelijk clichégevoelig. Kijk of er een mogelijkheid is om een detail passend te maken bij je unieke personages of je specifieke plot. Iedereen kan de hand van de ander pakken als gebaar van affectie. Maar als Jos weet dat Leon dol is op een bepaald kledingmerk, laat hem dan een trui van dat merk dragen als ze op date gaan. Dat maakt het gebaar extra speciaal, en zo voelen Jos en Leon aan als een passend koppel.

Suus gaat reizen en is doodsbang om iets te vergeten. Herhaal dat Suus iedere keer opnieuw haar koffer op de inhoud controleert. Iedere keer ziet zij dat een ander voorwerp is ingepakt. De ene keer ziet zij dat haar gelukssokken gelukkig op de kofferbodem liggen, de volgende keer is ze in de stress omdat haar paspoort misschien wel is verlopen -o nee, toch niet- en weer een andere keer is ze haar reisgids misschien vergeten. Hoe weet Suus dan wat ze op vakantie kan eten? Kortom: gebruik show don’t tell.

“Hoe weet je zonder je reisgidsje of dit spul veilig is om te eten?” Als Suus inktvisjes op een stokje ziet, heeft ze haar bedenkingen…

Show don’t tell bij het schrijven van details

Show don’t tell is belangrijk om relevante details op te laten vallen. Als je ze herhaalt, blijft datgene wat je als geheel duidelijk wil maken in het achterhoofd van je lezer. Varieer je ook nog in de details, dan kan je meer informatie duidelijk maken met een en hetzelfde voorbeeld. Zo komt alle informatie nog duidelijker, én minder geforceerd over.
Neem die inktvisjes op een stokje. Suus controleert eindeloos de inhoud van haar koffer, omdat ze bang is dat ze iets vergeet. Dat geeft aan dat ze zenuwachtig is. Maar als ze uitgerekend bang is haar reisgids te vergeten omdat ze bang is voedselvergiftiging op te lopen, kan dat ook een (eerste) aanwijzing zijn dat ze niet zo avontuurlijk is ingesteld. Iemand die dat wel is, stopt die inktvis gewoon in de mond. Diegene kan zich vervolgens kapot lachen bij de nieuwe ontdekking dat er een kwartelei in het hoofd van zo’n inktvis zit. Suus zou dat misschien al gelezen hebben in haar reisgids, waarna ze denkt: “Ieuw! Ammenooitniet eet ik een inktvis met een ei in zijn kop!” Een avonturier ziet daar juist de lol van in of wordt nieuwsgierig: “Avontuur zit in het onbekende.” of “Avontuur betekent proberen.”

Stel dat hoofdstuk 1 van Suus’ verhaal het inpakken van haar koffer betreft. Dan duurt het waarschijnlijk nog een aantal hoofdstukken voordat Suus aankomt bij de markt waar ze deze lekkernij ziet liggen. Maar als deze scène zes hoofdstukken later komt, wordt er relatief subtiel verwezen naar Suus’ behoefte aan controle. Dat leest over het geheel al minder geforceerd dan dat Suus in hoofdstuk 1 of 2 ook nog eens vijf uur voor vertrek op het vliegveld aankomt.

Hé Suus, dit is jouw vertrekkende vliegtuig… Over drie-en-een-half uur. Waarom ben je nu al bij je boarding gate?

Dan ligt alles er te dik bovenop en kan de karaktertrek cartoonesk overkomen. Kom je daar in hoofdstuk 7 weer (subtiel) op terug, dan is de lezer hoofdstuk 1 alweer enigszins vergeten. Dan denkt de lezer waarschijnlijk iets als: “O ja, Suus wil graag controle houden. Maar dat past bij haar. De een is nu eenmaal relaxed, de ander wat meer zenuwachtig.’

Kortom: als je details herhaalt, ermee varieert en ze showt komt je tekst al gauw natuurlijk over.

Hulp nodig bij het schrijven van je tekst? Schakel mij in voor manuscriptredactie.

Hoe vermijd je Deus ex machina in een boek?

Zodra je personage in het nauw wordt gedreven, heeft hij dringend een oplossing nodig. Zoveel problemen, zoveel oplossingen. Maar het getuigt niet echt van creatief schrijven als je je toevlucht zoekt tot Deus ex Machina.

Wat is Deus ex Machina?

Letterlijk betekent Deus ex Machina ‘God der machines’. In fictie wordt de term gebruikt wanneer er een oplossing komt die uit de lucht lijkt te vallen. Een oplossing die zó onwaarschijnlijk dat is dat de enige logische verklaring is dat de hand van God aan het werk is. Als je wat voorbeelden ziet, herken je deze luie schrijftechniek ongetwijfeld.

Voorbeelden van een Deus ex machina

Dit zijn wat voorbeelden van een Deux ex machina:
* Een tel voor je personage wordt neergeschoten, schiet iemand anders de schutter neer, terwijl er twee tellen geleden nog niemand in de kamer was;
* Op het moment dat er een ingewikkelde wiskundige formule nodig is om een bijna ontploffende bom onklaar te maken, herinnert het personage dat welgeteld één keer een voldoende voor wiskunde heeft gehaald, zich een formule die blijkt te werken om de ontploffing te voorkomen;
* Een computer is al drie kwartier bezig een wachtwoord te kraken. Je personage slaat in frustratie op zijn toetsenbord en tikt daarmee een reeks toetsen in die ‘toevallig’ dat onbreekbare wachtwoord vormen.

Kortom, het is een extreme vorm van toeval.

Van een Deus ex Machina is je lezer totaal niet onder de indruk… Kan het niveau soms nóg lager?

Als je als lezer een Deus ex Machina leest, denkt die waarschijnlijk iets als: Ja hoor, túúrlijk… Ja, zo kan ik óók een superheld zijn… Of, als iemand graag schrijft: Mag ik alsjeblieft die scène herschrijven? Ik zou dit beter kunnen.

Deus ex machina als god van de clichés

De meest voor de hand liggende reden dat je een deus ex machina moet vermijden, is omdat je lezer je anders als gemakzuchtig en lui gaat zien en je verhaal niet meer graag zal lezen. Daarnaast is een Deus ex machina een gigantisch cliché. Misschien is de manier waarop God zich plotseling in je verhaal laat zien best origineel. Maar het effect is hetzelfde als dat van een cliché: je lezer wordt uit het verhaal gehaald, omdat hij ziet dat er een schrijver aan het werk is.

Een beroving van de heldenreis

Stel je een epische heldenreis van een ridder voor, compleet met een lange en moeilijke training in zwaardvechten, vele botbreuken en nachten vol doodangst of hij zijn missie wel gaat overleven. Op het moment sûpreme staat de ridder oog in oog met de draak. De ridder wil de draak de genadeklap geven, maar plotseling slaat de bliksem in, brokkelt er een zwaar rotsblok van de berg af en valt dan op de kop van de draak. De vuurspuwende vijand is in een klap morsdood. Om te kunnen bewijzen dat de draak dood is, wrikt de ridder een van zijn tanden uit zijn bek en keert hij huiswaarts. Zodra hij thuiskomt wil iedereen weten hoe hij het vreselijke monster heeft gedood. Als de ridder zich aan de waarheid houdt, kun je je de reacties misschien wel voorstellen. “Nou, dappere ridder ben jij. Je kan niet eens een draak doden: je bent gewoon afhankelijk van stom toeval.” “Dus jij bent helemaal niet de dapperste ridder van het land. Je bent gewoon degene met het meeste geluk.” Dat is niet eerlijk voor de ridder. Hij wist vooraf niet hoe zijn avontuur ging eindigen en hij heeft in zijn trainingen meer dan genoeg moed laten zien, door zich niet te laten afschrikken door verwondingen. Om over de vele nachtmerries nog maar te zwijgen.

Een draak verslaan klinkt al heel wat minder eng als je de garantie hebt dat je in de allerlaatste seconde zal worden gered door iets totaal willekeurigs.

Een moment sûpreme wordt niet voor niets zo genoemd. Het is een belangrijk moment, dus dat is iets dat de lezer bijblijft. Bij een centraal conflict zijn er meestal twee dingen die een lezer na een lange tijd nog onthoudt. Het conflict zelf en de oplossing. Ga maar na: als iemand zegt dat hij een spannend verhaal kent, zijn de meest gestelde vragen daarna vaak: Wat is het verhaal en hoe loopt het af? De eerste vraagt gaat over het conflict zelf, de tweede over hoe dat uiteindelijk wordt opgelost. Er wordt meestal niet gevraagd naar het vallen en opstaan, hoewel dat essentieel is voor een geslaagde heldenreis.
Er zijn meerdere redenen waarom iemand minder snel over het vallen-en-opstaanproces:
* het vallen en opstaan is lastiger om kort en bondig samen te vatten, omdat het zowel divers is als het overgrote deel van het verhaal. Kijk maar in het schema van save the cat als je daar een visuele voorstelling bij wil hebben.
* het vallen en opstaan wordt pas interessant als je geïnvesteerd hebt in het verhaal en de personages. Zolang je niet langere tijd hebt kunnen meelezen met hoe de held obstakels overwint, zijn de obstakels net zulke droge feiten als in een saai geschreven (medisch) dossier.

Deus ex machina schrijven voorkomen

Mocht de oplossing van je conflict een potentiële Deus ex Machina zijn, dan kun je hem voorkomen door aan je hints te werken. In het geval van de draak en het dodelijke rotsblok kun je schrijven dat de draak in een gebied woont waar veel lawines voorkomen. Dan heeft de lezer als het ware een waarschuwing gekregen voor een Deus ex Machina of een cliché. Het is nog altijd beter als je held ook daadwerkelijk een laatste grote overwinning boekt. Past dat echter niet in je verhaal, dan kunnen kleine hints de Deus ex machina al een stuk minder onlogisch laten lijken.

Een meevaller?

Soms wordt een Deus ex Machina onterecht bestempeld met het idee: “Ach, soms heb je geluk hè?” Dan heb je veel mazzel met deze lezer, de meeste zullen dat niet denken. Mocht je personage een wel heel toevallige redding krijgen, laat het hem dan in ieder geval beseffen. Je slaat de plank mis als je personage denkt dat het doodgewoon is dat hij ter nauwe nood aan de dood ontsnapt.

Ik kan een Deus ex machina voor je opsporen: schakel mij daarvoor in via mijn webshop.