Je boek uitgeven bij een uitgever

Als je je boek wil uitgeven kun je zelfstandig uitgeven of je kan bij een grote uitgever terecht. Het is allebei een aparte manier van werken, met bijbehorende voor-en nadelen.
Welke manier van uitgeven past het beste bij jou? In dit artikel: de gang van zaken bij een reguliere uitgeverij.

Traditioneel uitgeven bij een uitgeverij

Als je ervan droomt om schrijver te worden, is de kans groot dat je het proces van uitgeven voor je ziet zoals dat gaat bij een traditionele uitgeverij. Je stuurt je manuscript in dat geaccepteerd wordt en de uitgever zorgt ervoor dat je boek in de boekhandel komt te liggen. Dat is de het gedroomde pad, maar zo eenvoudig is het niet. Er komt veel meer bij kijken.

Je manuscript opsturen is op veel dingen letten en veel afwachten…

Je manuscript aanleveren bij een uitgever

Het lijkt een open deur intrappen, maar er zijn veel aspirant schrijvers die het vergeten: hun manuscript goed aanleveren bij de uitgever. Meestal heeft de uitgever de richtlijnen daarvoor wel op de website staan, maar in ieder geval moet je ervoor zorgen dat je regelafstand 1.5 aanhoudt. Zo kan een redacteur je manuscript uitprinten en tussen de regels aantekeningen maken met een pen. Meestal vraagt de uitgever ook om een synopsis mee te sturen. In het begeleidend schrijven van je mail kun je een samenvatting van een paar regels meesturen en jezelf kort voorstellen. Om teleurstelling te voorkomen, moet je eerst goed uitknobbelen of je manuscript past bij het fond van de uitgever.

Wachten op antwoord: de slush pile

Na het opsturen van je manuscript volgt de slush pile. Dat is verreweg het moeilijkste van het uitgeefproces bij een reguliere uitgever: je komt er namelijk lastig doorheen. De slush pile is het postvak in van een uitgever. En die zit altijd boordevol. Daarom moet je op twee dingen rekenen:
* Je krijgt niet altijd (persoonlijk) antwoord als je manuscript wordt afgewezen: er is simpelweg te veel aanwas om iedereen een bericht te sturen.
* Als je al antwoord krijgt, duurt dat maanden: ga uit van ongeveer een half jaar.

Dat wachten is vervelend: op een bepaald moment weet je niet of de uitgever op het punt staat contact met je op te nemen met goed nieuws, of dat je bent afgewezen. Dat is je eerste proef.

Aan de slag met de redacteur

Als je goed nieuws hebt gekregen, is het nog steeds niet zover. Je uitgever zal met je om de tafel willen gaan zitten, omdat niet alles is geschreven zoals de uitgever het graag ziet. Omdat de uitgever aan jouw boek moet gaan verdienen, kan het zijn dat bepaalde plottwists, personages andere zaken niet optimaal verkoopbaar lijken voor de uitgever. Het zou zomaar kunnen dat je nog relatief veel aan je verhaal zal moeten veranderen. Wees voorbereid op een kritische redacteur: ook al is je verhaal in principe in jouw ogen af, je zal nog een en ander moeten schrappen of herschrijven. De redacteur heeft het beste met je voor: samen met jou wil hij of zij kijken hoe je eruit kan halen wat erin zit. Maar deze fase van uitgeven gaat vooral om feedback verwerken.

Het is belangrijk dat je open staat voor feedback, maar je moet ook beseffen dat een redacteur dingen niet weet die jij wel weet. Denk aan de details uit een personagebiografie. Ken je verhaal goed. Weet wat je aan je verhaal kan veranderen zonder dat het in elkaar zakt, en ook wat je uit je verhaal kan verwijderen zonder dat het gevolgen heeft. Ken je belangrijkste oorzaken en gevolgen, wat een butterfly-effect in de hand kan werken. Deel dat eventueel samen met een redacteur, zodat jullie samen tot het beste resultaat kunnen komen.

Je kan overwegen om voordat je naar de uitgever gaat, een redacteur in te huren, zodat je weet of je kans maakt bij een uitgever, om te zien hoe je met feedback omgaat en hoe het werken met een redacteur in zijn werk gaat. Ik kan je daar ook bij helpen. Kijk eens in de verhaal en taal webshop voor mijn werkwijze en tarieven.

Schreeuw het van de (digitale) daken

Een traditionele uitgever zal de promotie van je boek op zich nemen. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je het risico loopt om een roepende in de woestijn te worden met je gedrukte boek, dat is een risico dat je wel loopt met zelfstandig publiceren. Desondanks zal de uitgever wel van je verlangen dat je naar voren treedt met je verhaal. Als je de kans krijgt om te worden geïnterviewd, zal je die moeten pakken. En in het digitale tijdperk is het belangrijk dat je ook een online aanwezigheid hebt. Maak de mensen vast warm voor je boek. Kondig aan dat je boek wordt uitgegeven, deel de stappen van het uitgeefproces en laat vooral weten hoe goed de verkoop gaat, waar je signeersessies houdt…

Het is je gelukt om je spreekwoordelijke kindje op de wereld te zetten. Nu is het tijd om er schaamteloos mee te pronken! Wees gewaarschuwd: als je het er niet zo op hebt om de (online) publiciteit op te zoeken of moeite voor de promotie te doen, zal je dat waarschijnlijk wel te horen krijgen van je uitgever…

Je moet hard durven schreeuwen in het grote oerwoud van schrijvers en boeken 😉


Het werkt enorm in je voordeel als je veel volgers hebt op sociale media. Dan ziet de uitgever dat je een groot aantal potentiële lezers (kopers, dus) hebt zonder er al te veel voor te doen. Zodra je het goede nieuws hebt gehoord dat je bij een reguliere uitgever binnen bent, is het dus verstandig om je sociale media actiever bij te gaan houden of om ermee te starten als je dat nog niet gedaan hebt.

Als je je boek wel gedrukt wil zien, maar niet per se veel tijd en moeite in de verkoop wil steken (bijvoorbeeld omdat je het verhaal alleen aan bekenden wil laten lezen) is zelfstandig publiceren waarschijnlijk geschikter voor je.

Ben ik een getalenteerde schrijver?

Als je graag en veel schrijft, komt vroeg of laat de vraag: “Ben ik getalenteerd genoeg om een schrijver te zijn?” Laten we die vraag zo goed en eerlijk mogelijk proberen te beantwoorden.

Bepaal je eigen definitie van getalenteerd

Als eerst moet je bij jezelf nagaan wat jouw persoonlijke definitie is van ‘getalenteerd genoeg’ en die van ‘schrijver zijn’. Je kan het al voldoende vinden om een verhaal af te maken en te kunnen uitgeven in eigen beheer. Dat is een heel ander doel dan te hoogwaardige literatuur te willen schrijven en over honderd jaar nog geciteerd te worden.

Schrijftalent en boeken: verschil in niveau

Niet elk boek dat wordt uitgegeven is even goed. Anders zou de Nobelprijs voor literatuur aan elk gepubliceerd boek worden gegeven en zijn waarde verliezen.
Maar het goede nieuws is dat niet elk boek even goed hoeft te zijn, en daarmee geldt hetzelfde voor schrijvers. Waar een lezer een boek pakt om heerlijk te ontspannen en nergens aan te hoeven denken, leest iemand anders om intellectueel uitgedaagd te worden. Zo kun je verhalen opdelen in ‘moeilijkheidsgraden’. Daar zijn grofweg drie ‘niveau’s’ van. Laten we boeken over of met erotiek erin als voorbeeld nemen.

De makkelijkste boeken zijn de bouquetromans. Een steenrijke Joe Sixpack valt voor een vrouw en ze vormen razendsnel een perfect koppel, omdat de seks fantastisch is. In deze verhalen komen geen echte conflicten in voor, eerder ruzies die snel opgelost worden. Even voor de afwisseling op de keukentafel in plaats van in bed en de ruzie is bijgelegd en de passie teruggekeerd. Iemand die de tortelduifjes dwarszit wordt zonder echte gevolgen uit hun leven gebonjourd. Alles bij elkaar spendeert het verhaal het overgrote deel aan geflirt, vleselijk verlangen en erotiek. De personages hebben vaak geen diepgaande personagebiografie. Als ze die al hebben, worden die eerder in een aantal zinnen verteld dan gedoseerd over het verhaal verspreid.
Deze boeken horen makkelijk leesbaar te zijn. Daardoor zijn ze ook relatief makkelijk te schrijven. (Verstand op nul en zoek de spannendste kamer uit 😉 ) Iedereen die denkt te kunnen schrijven, kan waarschijnlijk een makkelijk verhaal voltooien.

Bouquetromans: je hoeft ze niet gelezen te hebben om ze te (her)kennen. Het zijn, met andere woorden, makkelijke verhalen Afbeelding: uitgeverij Harlequin

Het volgende niveau in het rijtje: de zwijmelroman, waarin er een echt conflict voorkomt. Je leert de personages wat beter kennen door hun opbloeiende romance. Ze duiken niet meteen (en alleen maar) in bed. Het koppel krijgt ook met een conflict te maken dat meer vergt om op te lossen dan alleen naar de vijand te schreeuwen dat hij moet opdonderen. Ze moeten hun relatie onder ogen zien en hun verwachtingen kunnen en willen bijstellen. Hun normen, waarden en levensgeschiedenis gaan een grotere rol spelen in hun beslissingen. En oké, uiteindelijk zullen ze samen douchen, maar dat is niet het belangrijkste punt in het verhaal.
Om deze verhalen goed te kunnen schrijven, moet je op zijn minst een aantal basistechnieken kennen. En meer oefenen met schrijven en tijd in je onderzoek steken.

Literatuur heeft een hoge lat. Hierin zal bijvoorbeeld één personage het andere hersenspoelen door de ander seksueel te verleiden. Zo wordt het slachtoffer gedwongen om deel te nemen aan een massamoord. Weten hoe je iemand zodanig moet hersenspoelen dat diegene het oké vindt om in ruil voor seks meerdere moorden te plegen… (en hoe hersenspoeling sowieso werkt…) Veel onderzoek, heel stevige personagebiografieën, en subtiel maar ook duidelijk kunnen spelen met woorden, motieven, plottwists, en nog veel andere dingen zijn essentieel om zulke verhalen goed te kunnen schrijven.

Vertrouw eerst op je werk, kijk dan pas naar talent

Bedenk eerst op welk ‘niveau’ je kan en wil schrijven als het ‘vraagstuk talent’ in je opkomt. Als je al een maatstaf wil of zelfs kan hebben, dan moet het dáár beginnen. Meten met twee of verkeerde maten is niet goed voor je creatieve proces. Als je niet eens durft te schrijven omdat je teveel met het resultaat (lees:’ben ik goed genoeg?’) bezig bent… Veel mensen lopen daar vast. “Het lukt me toch niet een bestseller te schrijven, dus waarom zou ik het proberen?” Veel mensen willen schrijven, maar durven (en doen het daardoor!) niet. Voordat je getalenteerd in iets kan zijn, moet je het vertrouwen hebben dat je het überhaupt kan doen. Als je beginnende schrijver bent komt schrijven zelf eerst, dan het resultaat.

Starten met schrijven is belangrijker dan het meteen geweldig doen

Schrijven is subjectief

Als je serieuze schrijversambities hebt, moet je één ding onthouden: goed schrijven is subjectief. Wat één redacteur (zoals ik, kijk eens mijn webshop; ik help je graag!) of uitgever geweldig vindt, vindt de ander oninteressant. Maar deze mensen kunnen wel inschatten hoe getalenteerd je bent: het is hun vak om professioneel naar een tekst te kijken. Laat ze dus wat van je schrijfstukken lezen. Of doe mee aan schrijfwedstrijden. Maar laat niet teveel afhangen van de uitslag. Verliezen maakt je geen mislukte schrijver en winnen maakt je niet automatisch een nieuwe Harry Mulisch.

De enige echte houvast: feedback verwerken

Je kan niet zeggen: Ik kan een verhaal afmaken/ ik beheers een tiental schrijftechnieken/ ik kan een origineel verhaal bedenken, dus ik ben een getalenteerde schrijver.
Als je serieuze schrijfcarrière ambieert, is er één ding wat je per definitie kan maken of breken: het kunnen en willen verwerken van feedback. Want daaruit blijkt dat:
* je bereid bent mee te werken met (de wensen van) een uitgever
* je weet hoe je verhaal in elkaar steekt. Wat kan je al dan niet veranderen zonder dat het verhaal in elkaar stort?
* je inzicht hebt in creatief schrijven; je kan bijvoorbeeld niet alleen een infodump identificeren, maar ook verbeteren.
* je jouw verhaal de wereld insturen belangrijker vindt dan het idee dat je jezelf schrijver kan noemen.

Vooral de laatste twee punten zijn belangrijker dan je misschien denkt. Er zijn getalenteerde schrijvers die met een geweldig manuscript bij een uitgever binnenkomen. Maar halverwege valt alles alsnog stil omdat ze de feedback niet kunnen of willen verwerken.

De achterflaptekst voor je boek schrijven

De achterflaptekst schrijven voor je boek is een belangrijke klus. Veel mensen bepalen of ze een boek gaan lezen door eerst de achterflap te lezen. Hoe krijg je het voor elkaar om van deze mensen jouw lezers te maken?

Functie van de achterflaptekst

De tekst van je achterflap is erg belangrijk: hij moet potentiële lezers over de streep trekken. Een titel en een mooi ontwerp op de voorkant zijn niet voldoende, want die geven vrijwel niets prijs over de inhoud.

Neem de titel. Als een boek de naam van je personage als titel heeft, zegt dat vrijwel niets. Want wat is Emma voor iemand? Waar en wanneer leeft ze?
Getallen zijn de laatste tijd ook erg populair in titels.
23 seconden, 19 minuten, 24 dagen … Om Vijftig tinten grijs en allerlei variaties van aantal tinten en kleuren, zoals twee tinten blauw of duizend kleuren blauw niet te vergeten. (Dit zijn allemaal bestaande titels).
Maar op zichzelf weet je niet of die verhalen erotisch, misdadig of dramatisch zijn. Of kun jij wèl raden waar mijn splinternieuwe verhaalidee voor Acht maanden paars over gaat? 😉

En het ontwerp van de voorkant… dat kan heel mooi zijn, maar zou jij uren van je tijd besteden aan lezen vanwege een afbeelding, terwijl het om het verhaal gaat?

Wat moet er in de achterflaptekst staan?

Een achterflaptekst is ontzettend kort. Het woordenaantal kan per uitgever schelen, maar ga uit van ongeveer 75 à 100 woorden. Toch moet je veel in deze korte samenvatting verwerken.

De rode draad en het centrale conflict

Schrijf in de achterflaptekst alleen over je hoofdpersonage en de direct betrokkenen. De direct betrokkenen zijn de personages of omstandigheden die het centrale conflict in gang zetten.

Als Shanti een spelshow wint, waant ze zich een heerlijke week miljonair. Maar dan krijgt ze een stel verdachte geluiden over de spelshow te horen. Opeens is ze haar nieuwe fortuin niet meer zeker.

Hier zet de spelshow het centrale conflict in: er komt geld in het spel waarvan de origine achterhaald moet worden.

De tweede akte in de achterflaptekst

De heldenreis/ het centrale conflict is niet alleen een uitdaging, maar ook een hindernis voor je protagonist die hij daadwerkelijk moet aangaan. Kijk voor een uitgebreide uitleg in het schema van save the cat: de tweede clue in de tweede akte is vaak handig om toe te voegen. Sprookjes geven duidelijke voorbeelden hiervan.

In ons voorbeeld van Shanti:

…haar beste vriend lijkt meer over het voorval te weten. Shanti zal hun vriendschap moeten riskeren om te weten te komen of hij wel is wie hij altijd gezegd heeft te zijn.

Shanti zal moeten afwegen of ze voor het geld of voor haar vriendschap kiest. En niet alleen dat: ze vermoedt al dat haar vriend iets achterhoudt. Ze zal hoe dan ook opnieuw over de vriendschap na gaan denken. Dat belooft conflict, drama; een (boeiend) verhaal.

De cliffhanger op de achterflaptekst

De cliffhanger: “Wat gaat er hierna gebeuren? Spannend!”
“O nee! Nu gaat de drama pas echt beginnen.”
De DUM DUM DUMMM -jingle aan het einde van een soapaflevering.
Je kent het principe wel.

Moet er een cliffhanger op een achterflaptekst? Het korte antwoord is nee. Het uitgebreide antwoord is: nee, omdat je de achterflaptekst als één grote cliffhanger kan zien. Hij moet aanzetten tot het lezen van het boek. Hij heeft net genoeg informatie gegeven aan de lezer om hem nieuwsgierig te maken.

Een verhaal heeft, hoe uniek ook, raakvlakken met het gros van de verhalen van hetzelfde genre. Dat maakt je verhaal niet onmiddellijk cliché, maar wel tot op zekere hoogte voorspelbaar. Dat werkt (desondanks) in je voordeel: als je lezer een spannend verhaal zoekt, vindt hij je makkelijk tussen de andere thrillers. Als je het uitzonderlijk uniek en onvoorspelbaar maakt, past het nergens in een bepaalde kast van een boekhandel. Zo wordt het dus nooit gevonden.

Dit is een tafel met een bepaald onderwerp. Zo zullen horrorverhalen niet bij de streekromans liggen. Je boek zal altijd op een bepaalde tafel thuis of kast moeten horen en dus enigszins voorspelbaar moeten zijn.

De cliffhanger forceren

Als je de verwachting rondom het genre of het centrale conflict gaat benadrukken, werkt een zin met een cliffhangertoon op de achterflaptekst averechts.

Zal dit romantische stel van arm en rijk de kloof van hun status kunnen overwinnen?
Phoe, goeie vraag! Het gebeurt misschien een op de duizend keer nìet. En dat ene boek ligt dan waarschijnlijk bij de dramaboeken op tafel. Ik vond dit verhaal gewoon in de kast met zwijmelverhalen. Dus voor de grap gok ik erop dat dat wel lukt.

Hier komt over een paar tellen geen zoen, maar een krokodillenaanval! Logisch toch, in een romantisch verhaal? Daarmee fop je niemand. In plaats van die zoen kan je je beter concentreren op de manier waarop de relatie opbloeit of in gevaar komt. Iets wat binnen genres of verhalen wèl het verschil uitmaakt tussen het ene verhaal en het andere.

De invulling van de cliffhanger open houden

Je kan wel een cliffhanger gebruiken voor de achterflap, maar dan kan je het beste:

  • Geen vraag stellen: Gaat het lukken om…? Hoe gaan ze…? Wat zal er gebeuren…?
    Dat ligt de cliffhangertoon er te dik bovenop.
  • Niet aansturen op iets dat op één van twee scenario’s uitloopt.
    Nu moet het kersverse stel hun relatie zien te redden (De relatie strandt of houdt stand.) Je kan dan beter schrijven: zodra er een krokodillenaanval komt, moet de man bewijzen hoeveel hij voor zijn vriendin overheeft. Dat gaat de relatie het evengoed al dan niet overleven. Maar nu heb je er nog een extra vraagstuk bij: hoeveel heeft hij voor zijn wederhelft over? Niks? Een gebroken been? Zijn leven?
Maak ik nou een grapje met al die krokodillen of niet? Om daar achter te komen, moet je mijn fictieve boek lezen. Nieuwsgierigheid naar je verhaal is essentieel voor een goede achterflaptekst.

Je hebt maar weinig woorden voor de achterflaptekst. Het wordt dus puzzelen, maar met deze puzzelstukjes kom je daar wel uit.

Dit moet je weten over uitgeverfonds

Je hebt een prachtig verhaal geschreven en wil ermee naar een uitgeverij. Naar welke uitgeverij stuur je jouw manuscript op? Bespaar jezelf een hoop teleurstelling en ga goed na bij welke uitgeverij je aanklopt.

Een passende uitgever vinden

Het spreekt voor zich dat een manuscript bij een uitgever moet passen. Iedereen begrijpt dat je met een erotisch verhaal niet bij een kinderboekenuitgever moet zijn.
Maar misschien weet je niet dat het tegelijkertijd ook weer niet zó simpel ligt als: “Ik heb een fictieve roman geschreven, dus nu kan ik bij elke uitgever terecht die geen kinder- of informatieve boeken uitgeeft.”

Als je de teleurstelling wil vermijden dat je niet uit de slushpile komt, zijn er twee dingen goed om vooraf na te gaan:
* Wie is je doelgroep?
* Welke uitgever heeft een fond wat bij mijn verhaal zou passen?

Het eerste punt zou zoals genoemd al meteen een aantal uitgevers van je lijstje kunnen halen. Het tweede punt vergt wat meer onderzoek.

Wat is een uitgeverfond?

Een uitgeversfond geeft aan wat de soort verhalen zijn die een uitgever interessant vindt om uit te geven. Als je buiten dit fond valt, zal de uitgever je boek niet willen uitgeven. Hoe goed en boeiend je verhaal ook is.
Zie het zo: als jij een heerlijk nieuwe sushisalade hebt bedacht, zal een veganistisch restaurant dat niet op zijn menukaart zetten. Ook al vindt de kok (die een visgerecht eten als guilty pleasure heeft) het best goed smaken.

Hoe heerlijk dit ook is: een veganistisch restaurant zet dit niet op het menu. Zo is het met uitgevers ook: bekijk vooraf goed wat zij op hun (fond)menu hebben staan.

Uitgeversfond: genres en verhaallijnen

Een uitgeversfond zoeken dat bij je past is in het begin meestal niet moeilijk. Meestal staat op de website van de uitgevers welke genres in zijn fond zitten. Heb je een thriller geschreven? Kijk dan eerst eens of dat genre binnen het fond valt. Op die manier kun je opnieuw een flink aantal uitgeverijen schrappen. Zie je dat: “Ik schrijf een roman voor volwassenen, dus daar kan ik bij elke niet-kinderboekenuitgever bij terecht,” niet opgaat?

Zodra je een handvol uitgevers overhoudt met jouw genre in hun fond, moet je wat gerichter gaan kijken. Ook uitgevers moeten met elkaar concurreren. En ook binnen genres zijn er grote verschillen in verhalen, centrale conflicten en verhaalthema’s. Of juist andersom: binnen verschillende genres komen bepaalde thema’s of conflicten terug.

Op dit punt moet je wat meer gaan opletten. Uitgevers moeten zich van elkaar kunnen onderscheiden, dus waar de ene uitgever iets aanbiedt, zal de ander zich elders in specialiseren.

Een heel simpel voorbeeld van verschillen binnen genres:
In het ene verhaal laait onmiddellijk passie op, maar komt het koppel obstakels tegen die overwonnen moeten worden. Het andere verhaal gaat er juist over hoe een romance opbloeit en wat er moet gebeuren met de personages om naar elkaar toe te groeien.

Dit zijn allebei romantische verhalen, maar de uitwerking ervan is compleet anders. Zo kun je met je genre bij een specifieke uitgever binnen het fond vallen en bij een andere uitgever met hetzelfde genre in zijn fond juist daarbuiten.

De toon van het uitgeversfond

We zagen eerder al dat verhaalthema’s ook in verschillende genres terug kunnen komen.
Neem moederliefde. Dat kan in een roman voorkomen als de moeizame weg naar het moederschap. Na talloze ivf-pogingen slaagt een zwangerschap en lees je over de eerste gelukkige en gezegende jaren van het moederschap. Iets voor een streekroman.
Maar moederliefde kan ook betekenen dat zoon wordt opgepakt voor een ernstig misdrijf en dat moeder alles doet wat in haar macht ligt (zoals in drugs gaan handelen) om de kosten voor een advocaat te kunnen dekken. Dan ga je al meer richting de thriller- misdaadroman.
Om deze redenen beperken uitgevers zich meestal niet tot een genre. Probeer erachter te komen of de uitgever die je aanspreekt thema’s of centrale conflicten heeft die steeds terugkomen. Denk aan dingen als :

* zijn de hoofdpersonages meestal sterke vrouwen, of gaan de verhalen vaker in op meer conservatieve protagonisten?
* hebben de boeken altijd een licht spirituele ondertoon of een wijze verteltoon?
* zijn de meeste boeken voorspelbaar of komen er juist vaak plottwists voor?

Dit soort vragen helpen je om je te verplaatsen in de markt die de uitgever voor zich heeft. Als de lezers van de uitgever ‘gewoon lekker weg willen lezen’, dan zullen ze er niet van gediend zijn als ze een verhaal krijgen dat vol zit met ingewikkelde subplots.

Een grote uitgever of een kleine uitgever kiezen?

Uitgeven bij een grote uitgever klinkt als de meest verstandige keuze. Je krijgt immers meer bekendheid. Maar juist omdat grote uitgevers meer publiek ( moeten) trekken, zullen ze minder snel geneigd zijn om een verhaal uit te geven dat buiten de gebaande paden treedt. Een kleine uitgever kan dat risico wat makkelijker nemen.
Hetzelfde geldt voor naamsbekendheid. Je komt als debutant moeilijker binnen bij een grote uitgever omdat je nog geen lezerspubliek hebt opgebouwd.

Een limonadeverkoper behaalt zijn eerste succes meestal op straat, niet meteen bij Coca Cola.

Je kan gerust aankloppen bij een grote uitgever, maar wees je ervan bewust dat de kans dat je daar als debutant binnen komt ontzettend klein is.
Een kleine uitgever levert geen slechter werk dan een grote uitgeverij. Een kleine uitgever heeft minder te besteden. Juist daarom zal hij er alles aan doen om de boeken die hij wel uitgeeft alle nodige aandacht en moeite te geven die nodig is om het te laten verkopen.

Als beginnend auteur is het voornamelijk heel belangrijk dat je veel opties openhoudt en openstaat voor avontuur. Kijk wat er bij jouw boek of manuscript past en ga op die manier verder met je schrijversdroom. Je kan eigenlijk niet veel fout doen als je een uitgever zoekt, zodra je een uitgever met een passend fond hebt gevonden. Behalve dan als je er niet voor openstaat om feedback te ontvangen. Maar je bent een echte avonturier, dus daar schrik je niet van terug, toch? 😉

Moet je schrijftechnieken kennen om te kunnen schrijven?

Je wil je boek zo mooi mogelijk maken. Er bestaan talloze schrijftechnieken die je daarbij helpen. Je vindt ze op internet, in fora, boeken en als je kletst met mede-schrijvers pik je er ook wat van mee. Maar waarom moet je de technieken kennen? Wanneer hou je je eraan en wanneer moet je vooral je eigen ding blijven doen?

Wat is het nut van schrijftechnieken?

Is advies over schrijftechnieken nuttig? Dat hoor ik graag, want dan weet ik of mijn andere blogposts een beetje aanslaan ;).

Maar zonder grapjes: als je wil leren schrijven, is het handig om de basisprincipes van het schrijven onder de knie te krijgen. Het zal je helpen om wat technieken te leren; zowel van naam als de toepassing ervan. Als je je manuscript naar een uitgever stuurt en je leest: ‘infodump‘ als feedback in de kantlijn, dan is het handig om te weten waar het over gaat en ook hoe je dat kan verbeteren.
De uitgever gaat er namelijk van uit dat je dat je die kennis hebt. Het zou te veel tijd vergen om dat elke keer opnieuw uit te moeten leggen.

Wat leer je van onderzoek naar schrijftechnieken?

Zodra je van bepaalde schrijftechnieken weet en ze in verhalen herkent, weet je ook waarom een boek (niet) fijn leest. In plaats van dat je zegt: “Het personage kwam niet realistisch over” kun je zeggen: “De hoofdpersoon was een Mary Sue“. En je krijgt misschien in de gaten dat een verhaal niet lekker loopt omdat er gaten zitten in het schema van save the cat.
Als je op dat soort dingen alert bent leer je van andermans fouten en hoef je ze zelf niet meer te maken. Handig, toch?

Schrijftechnieken toepassen

Dus als je maar alle schrijftechnieken oefent, kent en toepast, kun je goed schrijven?
Helaas is het niet zo simpel. Sterker nog: het kan je in de weg gaan staan:

“Hé verdorie, deze zin voldoet niet aan show don’t tell.”
“O help, ik schrijf volgens mij een magic pixie! Ik gooi het hele verhaal maar om…”
“Doe ik het wel goed met Chekhov’s gun? Als het misgaat, is mijn hele boek verpest.”

Om maar wat mogelijke scenario’s te noemen. Probeer niet al te veel waarde te hechten aan het schrijven volgens een bepaalde techniek of met vuistregels over plot of personage in je achterhoofd. Dat verstoort namelijk je schrijversflow en dan krijg je nooit iets af.

Geef die hele berg aan advies over schrijftechnieken niet te veel gewicht. Schrijven moet vooral leuk blijven.

Je kan beter goed onderzoek doen en je personagebiografie maken als voorbereiding en daarna lekker gaan schrijven. Zodra je een hoofdstuk of boekdeel klaar hebt, kun je er (nog eens) kritisch naar kijken.

Door de bril van een redacteur

Je hebt iets moois geschreven en je huurt een redacteur in. (Als mijn tips je bevallen, kijk dan eens in mijn webshop.) De spreekwoordelijke rode pen heeft zijn werk gedaan. En nu? Alles aanpassen? Nee! Je moet nooit klakkeloos iets van iemand aannemen. Ook niet van een redacteur. Die verleiding is er misschien wel: de redacteur heeft er toch verstand van? Die verdient nota bene zijn brood met redigeren!
Dat klopt, maar ook een redacteur heeft een bepaalde bril of persoonlijke voorkeuren. Goed schrijven is subjectief. Hoe professioneel iemand ook is, een persoonlijke mening kun je nooit volledig uitschakelen.

Als je schrijft over een huwelijksaanzoek na een boottochtje bij volle maan en met een bos bloedrode rozen, dan zegt de professionele blik van een redacteur: dit is te cliché, dat gaat niet werken.
Nu schrijf je over een speurtocht die met hartvormige post-its naar een gesloten kistje leidt. Met het sleuteltje dat ernaast ligt, maakt de jonge vrouw het open en ziet ze de sleutel van het huis waarin ze met haar vriend gaat samenwonen… De ene redacteur zal dat heel leuk en origineel vinden. De ander zal het als te zoetsappig zien, omdat hij sowieso meer is van de historische romans dan van de romantische verhalen en hij dit net een tikje te ver vindt gaan.
Waar clichés niet meer overduidelijk zijn, komt er op een bepaald moment een grijs gebied waarin twee redacteurs andere meningen hebben, zonder dat dat betekent dat ze al dan niet professioneel zijn.

Onthoud goed dat het ook jouw verhaal moet moet blijven. Het moet niet dat van de redacteur worden. Wat dat betreft zijn redacteurs niet anders dan lezers: ieder zo zijn eigen smaak en je zal het nooit iedereen naar de zin kunnen maken.

Redacteuren kunnen streng overkomen, maar laat je niet te snel intimideren door hun opmerkingen!

Als je twijfelt of de persoonlijke bril van de redacteur aanwezig is in zijn opmerkingen, kun je proeflezers vragen of zij het met de opmerking eens zijn. Zegt de meerderheid ja, dan zie je waarschijnlijk niet dat het hier om een darling ging. Zo niet, dan was de redacteur zelf misschien niet in een romantische bui ;).

Tips van een redacteur

Natuurlijk zegt een redacteur ook dingen waarvan je uit kan gaan dat hij iets ziet wat gewoon niet zo sterk is. Dat zijn de dingen die min of meer ‘vastliggen’. Dit zijn:

Verkeerde kenmerken

Als je personage zes van de zeven kenmerken van een sexy lamp heeft, zal je haar moeten herschrijven. Een sexy lamp is niet sterk als hoofdpersonage. En de kenmerken staan vast. (Zonder kenmerken kun je geen definitie maken).

Rode vlaggen

Er zijn rode vlaggen die laten zien dat iets niet gaat werken.
Bijvoorbeeld: infodump kan overal in het verhaal voorkomen, maar als je de eerste pagina’s van je verhaal daarmee vult, dan is niet een ‘toevallige fout’, maar een fout die veel schrijvers maken. Hier ziet een uitgever aan dat de schrijver nog moet leren. De redacteur zal deze fouten aanmerken om te voorkomen dat je niet uit de slushpile komt.

Ontbreken van belangrijke punten of technieken

Iets dat in elk goed geschreven verhaal (enigszins) moet terugkomen, mist. Een verhaal zonder enkele vorm van show don’t tell of centraal conflict heeft geen kans van slagen.

Een goede synopsis schrijven

Als je je manuscript naar een uitgever wil sturen, wordt er vaak om een synopsis gevraagd. Waar moet je op letten als je een synopsis schrijft?

Wat is een synopsis?

Een synopsis is een samenvatting van je manuscript, die kort en krachtig weergeeft waar je verhaal over gaat, wat de belangrijkste conflicten zijn, hoe het verhaal afloopt en wat jouw verhaal uniek/ uitgeverwaardig maakt.

Waar is de synopsis voor bedoeld?

Zie de synopsis als de pitch van je boek. Net zoals een gewichtig zakenman die een klant in een hoek duwt en zijn bedrijf aan de man brengt met een snel verkooppraatje.
Nu hoef je als schrijver geen ‘wolf of wall street’ te zijn. Toch zet je synopsis je verhaal kort en krachtig in de schijnwerpers. Het is het visitekaartje van je manuscript dat een twijfelende uitgever over de streep moet trekken.

Een uitgever heeft veel leeswerk. Een synopsis maakt het werk voor iedereen makkelijker.

Eisen aan een synopsis

Elke uitgever stelt eisen aan een synopsis. Ze verschillen per uitgever, maar iedere uitgever wil:

* een synopsis van maximaal 1 à 1.5 A4
* het einde en plottwists weten (als het plotverloop of einde niet aansluit bij het lezerspubliek, wil men dat weten voor het contract is getekend).
* een idee hebben hoe de protagonist zich ontwikkelt (dus of je een goed onderbouwd centraal conflict hebt).
* een verkoopbaar of uniek verhaal onder ogen krijgen.

Hou een regelafstand van 1.5 aan. Zo kan de uitgever met een pen aantekeningen maken, zonder dat de tekst onleesbaar wordt.

Valkuilen van een synopsis

Je wil zo mooi mogelijk schrijven, maar dat is een mogelijke valkuil bij het schrijven van een synopsis. Als vuistregel kun je aanhouden: een synopsis moet effectief zijn, niet mooi.

Een checklist voor een synopsis:
* wijk niet uit over de (details van) subplots
Je hebt geen ruimte om over alles te schrijven. Alleen gebeurtenissen en personages die direct effect hebben op de protagonist of zijn heldenreis zijn belangrijk.

* prijs je eigen tekst niet aan
Je wil graag uitgegeven worden, dus heb je misschien de neiging om je tekst extra mooi te maken. Maar een uitgever prikt daar makkelijk doorheen.
De valkuil hier is dat je niet uitgesproken hoeft te schrijven: Mijn geweldige verhaal leest fantastisch. Soms heb je zelf niet in de gaten dat je je tekst een beetje oppoetst. Een voorbeeld:
Barno bezoekt een belangrijke moskee tijdens haar wereldreis. Als ze uit de moskee komt, ontmoet ze de vriendelijke Sherzod, waarmee ze later trouwt.

Twee details uit dit voorbeeld zijn overbodig in een synopsis:
– De status van de moskee
– Het karakter van Sherzod

Als je een kijkje in de moskee geeft, schrijf je al snel een reisgids, geen synopsis

Dit soort beleving is voor in het verhaal zelf. In een synopsis kan het lezen als onnodig oppoetsen van je verhaal. (Ik laat Barno niet zomaar een moskee inlopen. Als ik schrijf dat de moskee spectaculair is, ziet de uitgever dat haar wereldreis episch is.)

Zo bedoel je het niet, maar beschrijvingen komen in een synopsis vaak niet tot hun recht. Een wereldreis wordt niet episch door de gebouwen die worden bezocht, maar de gebeurtenissen die onderweg plaatsvinden. Evengoed zegt het weinig dat Sherzod aardig is. Dat moet in het verhaal uit zijn acties blijken.
Wees dus extra alert op bijvoeglijke naamwoorden. In een synopsis zijn die eerder je vijand dan je vriend.

*gebruik weinig show don’t tell
Twee nadelen van show ten opzichte van tell bij een synopsis:
– Het neemt meestal meer ruimte/ woorden in (die je niet veel hebt in een synopsis)
Barno ging naar de moskee, waar honderden vrouwen zich voorbereidden op het vrijdaggebed. versus: Barno bezocht een drukke moskee.
– Je schrijft al snel details die niet belangrijk zijn voor het geheel. Neem bovengenoemd voorbeeld: het moment in de moskee is belangrijk voor het verhaal. Maar heeft het meerwaarde voor de synopsis dat de ontmoeting in een moskee heeft plaatsgevonden?
Als het verhaal gaat over een moslima op wereldreis die het lastig vindt om moskeeën te vinden, heeft dat een extra betekenis voor het algehele verhaal. Voeg het dan sowieso toe.
Als de religie zelf niet belangrijk is voor het verhaal, kun je twee dingen doen:
– Je wijdt niet verder uit: Ze ontmoeten elkaar in een moskee. Punt. Beschrijf dan niets meer van de (ligging van) de moskee of op welke dag van de week de ontmoeting plaatsvindt.
– Je haalt het weg: Ze ontmoeten elkaar.

Kortom: ga goed na wat de kern van het verhaal is. Met kill your darlings kom je daar achter. Het helpt je ook met makkelijker schrappen.

Je synopsis hoeft je mooie schrijfstijl niet te weerspiegelen. Daar geniet de uitgever pagina’s lang van tijdens het lezen van je manuscript 🙂

Vermijd de droge synopsis

Ondertussen klinkt het misschien alsof je de droogste tekst ooit moet schrijven. Dat is niet zo, want je synopsis moet nog wel vlot lezen. Hier en daar omschrijven kan dus geen kwaad. Maar hou het in de gaten.

Als je de vuistregel : “een synopsis moet effectief zijn, niet mooi,” te streng aanhoudt, ligt er een andere valkuil op de loer: de ‘leeshandleiding’.
Gebruik liever geen omschrijvingen als:
* Het verhaal begint met…
* Maar middenin het avontuur blijkt …
* Zodra dit probleem is opgelost…
* Een nieuw probleem dient zich aan wanneer…
* Het gelukkige einde blijkt uit…

In plaats daarvan kun je beter op een verhalende manier oorzaak en gevolg aanduiden:

Barno en Sherzod ontmoeten elkaar in een kleine verstopte moskee. Doordat ze lange tijd geen andere moslims hebben ontmoet tijdens hun wereldreis, raken ze in gesprek over hun geloof. Ze blijken allebei een andere visie over de islam te hebben. Dit vormt genoeg gespreksstof voor hen om te besluiten langer met elkaar op te trekken. Er bloeit een relatie tussen hen op waardoor de wereldreis eindigt met hun huwelijk.

Hier beschrijf ik de grootte van de moskee, omdat het nu een functie heeft: als er overal moskeeën te vinden waren, was de rest van het verhaal niet in gang gezet. Dit zijn goede momenten om een aantal beschrijvingen toe te voegen.

Slush pile: het postvak in van een uitgeverij

Zodra je je manuscript naar de uitgever stuurt, ben je razend benieuwd wanneer je antwoord krijgt. Maar dat duurt sowieso altijd even en je krijgt het niet altijd. Dat komt door de slush pile.

Wat is een slush pile?

Omdat veel mensen een schrijversdroom hebben, komt er elke week een stortvloed aan manuscripten bij een uitgever binnen.
Zie het als een overvol postvakje dat de uitgever door moet werken.

Dit is een goed beeld van een slushpile: de inbox is altijd overvol en maar heel weinig manuscripten halen de outbox.

De slushpile als mailbox

Zie de slushpile van een uitgever als je eigen mailbox. Waarschijnlijk krijg je ook tientallen mails per dag. Ik denk niet dat je elke mail leest, aangezien er vaak berichten of nieuwsbrieven tussen zitten die je niet (langer) interesseren.

Een uitgever moet alles lezen. Als hij willekeurig manuscripten ongelezen laat, loopt hij de kans een goudmijntje weg te gooien. Als er een onbekende auteur aanklopt bij de uitgever, heeft de uitgever geen idee hoe goed of slecht die auteur is.

Werkwijze van de slushpile

Omdat een uitgever dus wel alles wil lezen, maar dat postvakje overvol blijft, is er de werkwijze van de slushpile.

De uitgever leest jouw manuscript zoals jij een nieuwsbrief leest die af en toe iets leuks te melden heeft: je blijft erop geabonneerd omdat er zo nu en dan iets boeiends in vermeld staat. Maar als de eerste aanblik niets interessants biedt, lees je de nieuwsbrief niet verder uit.

Als auteur wil je een ‘nieuwsbrief’ hebben die opvalt tussen alle anderen en die uitnodigt tot lezen. Als je ‘de slushpile uit bent’ is dat net als in het plaatje: jij bent in het postvak uit belandt, waarmee de kans dat je uitgegeven wordt groter is.

De slushpile niet uitkomen

De tientallen nieuwsbrieven die jij per dag niet leest, geef je verder geen aandacht. Je gaat niet elke website mailen waarom je de artikelen niet interessant vond. Helaas geldt dat ook bij uitgevers. Je kan er het best vanuit gaan dat je niets meer van de uitgever hoort.

Uit de slushpile komen

Mocht je wel dat felbegeerde plekje in het ‘postvak uit’ halen, dan moet je alsnog veel geduld hebben:

* je bent sowieso niet de enige in het ‘postvak uit’. Je bent dichterbij, maar nog niet bij de finish.
* de uitgever moet ruimte hebben om je verhaal uit te geven.
* je genre/ verhaalthema moet op dat moment op de prioriteitenlijst van de uitgever staan.

Hoe succesvol een uitgever ook is, hij kan niet alle boeken uit zijn ‘postvak uit’ ineens uitgeven. Om ervoor te zorgen dat de boeken die uitgegeven worden ook goed verkopen, moet er voldoende tijd aan ieder boek worden besteed. Daarom kan het even duren voordat jouw boek aan de beurt is.

Iedere uitgever heeft een zogenoemd fonds. Dat wil zeggen dat ze bepaalde genres al dan niet uitgeven. Een uitgever met meerdere genres in zijn fonds zal misschien jouw feelgood even laten liggen, omdat ze net een feelgood hebben uitgebracht en het nu tijd is om een thriller de wereld in te sturen.

Ook bij uitgevers die zich specialiseren in één genre kunnen verhalen rouleren. Bouquetverhalen lopen volgens een redelijk strakke formule. Maar toch zul je zien dat de hoofdpersoon van het verhaal nu een oliesjeik moet zijn. Daarna is het pas de beurt aan jouw westerse multimiljardair.

De vuistregel is dat je na een halfjaar na het insturen van je manuscript eventueel goed nieuws krijgt van de uitgever.

Vergroot je kans om de slushpile door te komen

Als je je kans wil vergroten om de slushpile door te komen, zijn er een aantal dingen die je kan doen:

* controleer of je verhaal bij het fonds van de uitgever past
* voeg een overzichtelijke en boeiende synopsis toe in je e-mail
* schrijf in de begeleidende tekst van je e-mail een samenvatting van twee zinnen.
* het helpt als je online actief bent op sociale media. Dat geeft aan dat je al een potentieel lezerspubliek hebt

Sowieso is het verstandig om proeflezers in te schakelen. Met de slushpile in het achterhoofd, is het verstandig om hen te vragen of ze meteen vanaf het begin af aan geboeid zijn.
Een redacteur inhuren kan ook helpen je manuscript aantrekkelijk(er) te maken voor een uitgever. Kijk hiervoor eens in mijn webshop.

De uitgever meteen prikkelen

Een uitgever kan dus niet veel lezen. Daarom is het ontzettend belangrijk dat je de uitgever meteen weet te prikkelen. De eerste anderhalve pagina van je manuscript wordt gelezen, dan wordt er al een oordeel over geveld.
Bij een zeer grote uitgever kan dit zelfs aanzienlijk korter zijn. Enkele alinea’s of zelfs een paar regels aan leestijd komen dan ook voor.

De uitgever kan in zo’n korte tijd zien of je schrijfstijl al dan niet goed genoeg is. Daar hoef je niet op te letten. Als daar de fout ligt, moet je je persoonlijke schrijfstem nog vinden, of meer oefenen met schrijven.

Inhoudelijk moet je op twee dingen letten. In pakweg de eerste pagina moet je:
* een conflict of actie beloven
* aantonen dat je kort en krachtige actie kan schrijven

Het conflict of de verandering hoeft niet meteen het centrale conflict te zijn, maar wel iets wat de lezer doet afvragen: “Wat is er aan de hand?” of “Hoe gaat dit verder?”. Dit kan al zo simpel zijn als: “Waarom huilt dit personage?”. Kom dan niet met iets simpels als: Ze stootte haar teen. Laat zien wat het karakter van het personage weggeeft. Bijvoorbeeld dat ze bang is aangelegd. Langzaam maar zeker kan je dan gedurende je verhaal onthullen waarom dat zo is.

Kort en krachtige actie hoeft evengoed geen explosies of een gigantisch drama te betekenen. Eerder: kun je (middels show don’t tell) binnen enkele regels of alinea’s duidelijk maken dat je personage bang is? Doe je dat op een spannende manier op een prettig tempo? Gebruik je geen vijf pagina’s waar vijf regels zouden volstaan, of laat je juist cruciale informatie achter, waardoor je de lezer verwart?

Self-publishing: uitgeven in eigen beheer

Als je jezelf officieel schrijver wil kunnen noemen, kun je self-publishing proberen. Wat houdt het in, wat zijn de voor- en nadelen en wanneer is het iets voor jou?

Wat is self-publishing?

Self-publishing houdt in dat je een uitgever hebt, maar zelf voor vrijwel alles moet zorgen:

* de opmaak van de tekst
* controle en verbetering van spelling en grammatica
* foto’s voor de cover en van je portret
* de promotie van je boek

Zelfstandig een boek uitgeven is niet veel meer dan een uitgever zoeken die zorgt voor het drukwerk, het ontwerp van het omslag en een ISBN- nummer, waarmee je een officiële auteur wordt en als zodanig bij het Centraal Boekhuis ingeschreven staat.

Printing on demand

Omdat self-publishing zo toegankelijk is, komen er veel manuscripten binnen bij dit soort uitgevers. Het is dan niet rendabel meer om honderden of duizenden exemplaren te drukken. Daarom werkt men met ‘printing on demand’: er wordt pas een exemplaar van een boek gedrukt zodra het is besteld. Zo komt de uitgever niet met onverkochte exemplaren te zitten en lopen ze vrijwel geen financieel risico.

Zelf je boek promoten

Als je in eigen beheer uitgeeft, zal je zelf je promotie moeten doen. Wees dus voorbereid om veel tijd te besteden aan sociale media, lokale kranten om een interview te vragen en niet te bescheiden te zijn als je de kans krijgt je boek aan de man te brengen.

De uitgever zal de mogelijkheid bieden om bijvoorbeeld visitekaartjes en posters voor je boek in te kopen, maar daar komen dan wel extra kosten bij.

Levert self-publishing iets op?

Als auteur van een roman bij welke uitgever dan ook, staat je salaris (oftewel je royalties) wettelijk vast. Je krijgt 10% van de verkoopprijs per verkocht exemplaar. In de praktijk komt dat neer op ergens tussen 1,40 en 1,90. Je zal dus eerder geld inleveren, als je de kosten van promotiemateriaal nog mee moet rekenen.

Is self-publishing iets voor mij?

Self-publishing is een fantastische en laagdrempelige eerste mogelijkheid om van het schrijverschap te proeven. Als je je verhaal graag professioneel gedrukt wil hebben en wil ervaren hoe je met het promoten omgaat, is het perfect.
Self-publishing gaat heel makkelijk: zolang je geen aanstootgevende teksten schrijft, is de kans vrij klein dat je manuscript wordt afgewezen.
Als je echt professioneel wil uitgeven en grote ambities hebt, ben je bij deze uitgevers niet aan het goede adres. Vanwege de eerdergenoemde zelfstandigheid die de uitgever van je verwacht, maar juist ook omdat deze manier van uitgeven erg laagdrempelig is geworden.

Schrijver versus auteur

Je bent een schrijver als je een verhaal van A tot Z kan afmaken en dat laat drukken. Je bent een auteur als je kwalitatief goed werk levert, naar een professionele uitgever gaat en een noemenswaardig lezerspubliek weet te trekken. Een schrijver is de amateur, waar de auteur professioneel is.

Deze vergelijking maak ik even om de nadelen van self-publishing te kunnen schetsen.

De reactie van je naasten als schrijver

Meestal zijn de (proef)lezers van een schrijver diens naaste omgeving. Die mensen vinden het idee van een compleet boek kunnen afmaken al heel knap. Maar zij hebben het goed met je voor en kunnen meestal geen professionele blik werpen op je werk.

Ik spreek uit eigen ervaring. Ik gaf mijn eerste roman uit toen ik zestien was. Iedereen vond het een geweldig interessant verhaal: “Jouw boek is echt heel interessant en boeiend, dit moet naar een uitgever.”

Het verhaal was redelijk oke. Maar de stortvloed aan infodump, tell, regieaanwijzingen en slechte opmaak waren dat zeker niet. Voor een eerste poging op die leeftijd deed ik het redelijk. Maar een professionele uitgever had het meteen weggelegd. (Dat doe ik nu zelfs. De tekst leest voor mij nu alsof ik Rembrandt ben die naar zijn peutertekeningen kijkt. Ik ben sindsdien veel gegroeid als schrijfster 😉 )

Geniet van het gevoel nu een schrijver te zijn; een eerste finishlijn is gehaald!

Nadelen van self-publishing

Hoewel niet altijd, zijn verhalen van uitgevers in eigen beheer regelmatig in romanvorm gegoten levensverhalen. De schrijver heeft tegen kanker gevochten, de wereld rondgetrokken of een kind verloren. Het kan fijn zijn iets van je af te schrijven en aan andere mensen te kunnen geven. Toch schrijven deze mensen eerder iets op in verhaalvorm, dan dat ze daadwerkelijk een kwalitatieve roman leveren. Daar is op zich niets mis mee, maar als je serieuze ambities hebt, moet je een paar dingen weten over self-publishing.

Je krijgt geen feedback

Je krijgt geen redacteur als je uitgeeft in eigen beheer. Dat betekent dus ook dat niemand je werk inhoudelijk professioneel na zal kijken. (Dat kan ik voor je doen. Kijk eens in mijn webshop.) Schrijf je met onnodige expositie of is de beste vriend van je hoofdpersoon een blije Magic pixie? De uitgever zal het je niet vertellen. Self-publishing laat je dus niet groeien als schrijver.

Je wordt niet beroemd

Tenzij je eigenhandig tienduizenden mensen persoonlijk weet te bereiken, zal je niet beroemd worden. Zelfstandig promotiewerk doen levert niet genoeg op om een serieuze naam te maken.

Je ego kan een onterechte boost krijgen

Je hebt een boek uitgegeven in eigen beheer. Gaaf! Nu ben je officieel een schrijver. Net als nog honderdduizenden (!) andere mensen in Nederland. Tja…
Ondanks dat je jezelf officieel een auteur kan noemen als je uitgeeft in eigen beheer, zegt dat niet veel. Want hoeveel van die honderdduizenden schrijvers ken jij bij naam?Misschien ben je echt getalenteerd, maar zie dat zelfstandig uitgegeven boek niet als bewijs.

Self-publishing is helaas geen verkorte weg naar erkenning in de schrijverswereld.

Sowieso moet er je als schrijver waken dat je ego niet te groot wordt. Ook als je getalenteerd bent, moet je je ego kunnen parkeren. Want als je uiteindelijk bij een professionele uitgever terecht komt, moet je open kunnen staan voor feedback van de redacteur. Je zal fouten maken, hoe getalenteerd je ook bent. Maar dat geeft niet. Niemand is perfect. Of wilde je soms zeggen dat jij een Mary Sue of Joe Sixpack bent die uit papieren bladzijdes is opgestegen? 😉

Hoe lever je je manuscript aan bij een uitgever?

Je hebt een manuscript en je wil het naar een uitgever opsturen. Hoe doe je dat en wat kan je verwachten?

Aanleveren van het manuscript bij een uitgever

Als je je manuscript aanlevert bij een uitgeverij zijn er richtlijnen waar je je aan moet houden. Deze zijn bij elke uitgever anders, dus ga ze goed na. Ga er in ieder geval van uit dat je het manuscript in een specifieke opmaak moet aanleveren.
Denk aan dingen als:
* regelafstand
* lettertype
* lettergrootte

Controleer of je niet vergeten bent te schrappen. Misschien heb je nog wel duizenden woorden aan darlings en infodump die je kan wissen.
Ga niet zomaar aan het woordenaantal van je boek sleutelen om specifiek aan de eventuele eisen van die ene uitgever te voldoen. Als de uitgever je verhaal niet zit zitten, heeft dat in de allereerste fase zelden iets met het woordenaantal te maken.
Toch is het nuttig om nog eens kritisch naar je werk te kijken voordat je naar een uitgever stapt.

Wat moet er in de samenvatting staan?

Soms vraagt een uitgever een samenvatting mee te sturen. Die moet kort zijn. Denk aan 300-400 woorden. Soms mag het langer, maar meer dan één of twee A4 wordt het nooit. Omdat je een verhaal hebt van tienduizenden woorden kan het lastig zijn daar de essentie uit te halen. Je wil waarschijnlijk uit de doeken doen hoe je personage groeit, je geniale subplot beschrijven… Dat gaat hem niet worden, ben ik bang.

Wat moet er in de samenvatting terugkomen?

* Allereerst en het belangrijkst: het centrale conflict. Maak duidelijk wie je hoofdpersonage is, waar zijn heldenreis begint, en wat het conflict tot daadwerkelijk conflict maakt voor je personage.

* Beperk de beschrijvingen van plotwendingen en overige personages. Schrijf alleen over iets dat bijdraagt aan het centrale conflict.

Vertel dat een student geneeskunde een turbulente stage beleeft die zijn leven op zijn kop zet. Introduceer de beste vriend die het emotionele vangnet is tijdens die heftige periode, waardoor hij in staat is de opleiding te voltooien. Het leven bij de studentenvereniging is niet interessant genoeg in vergelijking met de eerste baby die sterft op de OK, waardoor hij besluit van kindergeneeskunde zijn specialisatie te maken.

Om je een idee te geven: deze hele blogpost is tot nu toe 385 woorden lang. Je hebt gewoon geen tijd om over die spannende scharrel in het subplot te schrijven 😉

* verklap eventuele plottwists

Een uitgever wil weten wat voor vlees hij in de kuip heeft. Allereerst en het belangrijkst: beschrijf het centrale conflict. Maak duidelijk wie je hoofdpersonage is, waar zijn heldenreis begint, en wat het conflict tot daadwerkelijk conflict maakt voor je personage.

Lees hier het kopje ‘blijft het conflict hetzelfde?’. Een plottwist kan een zodanig andere wending aan het verhaal geven dat het geheel niet meer bij de uitgever past. En daar wil hij niet pas achterkomen als er al bijna een contract is aangeboden…

* Voeg een samenvatting van ongeveer twee zinnen toe voor in de begeleidende mail:

Een student geneeskunde maakt een heftige stageperiode mee wanneer hij persoonlijk betrokken raakt bij een stervende baby op de OK.

Professioneel of in eigen beheer uitgeven?

Tegenwoordig zijn er veel schrijvers. Het aantal mensen dat een verhaal schrijft is objectief gezien veel groter dan het aantal mensen dat goed genoeg kan schrijven om professioneel uitgegeven te worden. Niemand let je om je levensverhaal op te schrijven over hoe je tegen kanker hebt gevochten, maar als iedereen die dat deed door een grote uitgever werd gepubliceerd…
Negen van de tien keer zijn persoonlijke levensverhalen beter voor uitgeven in eigen beheer. Daar schreef ik hier over.

Toch belanden de persoonlijke manuscripten vaak bij grotere uitgevers. Daardoor heeft een uitgever veel werk en duurt het even voor je antwoord krijgt. Ga uit van ongeveer een half jaar. De uitgever kan door het grote aantal opgestuurde manuscripten helaas niet iedereen beantwoorden. Als je werk wordt bekeken en al binnen enkele minuten wordt afgekeurd, gaat de uitgever niet de moeite doen om je een afwijzing op te sturen. Daarom is het belangrijk dat de lezer (in dit geval de uitgever) meteen geboeid is. In medias res kan een manier daarvoor zijn.

Kans vergroten om uitgegeven te worden

Als je de stap aandurft om naar een professionele uitgever te gaan, is een goed verhaal niet meer genoeg. Een uitgever kijkt niet alleen naar je verhaal, maar ook naar je potentiële lezerspubliek. Ben daarom actief als schrijver, zodat je al een beetje naam hebt gemaakt. (Lees: laat zien dat je met schrijven bezig bent of al een schare fans of volgers hebt.) Dit kan je doen door:

* verhalen te plaatsen op schrijversplatformen
* mee te doen aan schrijfwedstrijden
* actief deel te nemen binnen schrijfgerelateerde groepen op social media
* een eigen blog- of vlogkanaal te maken over schrijven

Er bestaat geen eenduidige weg naar een bestseller, maar naamsbekendheid helpt wel

Checklist voor je manuscript en schrijfproces

Als je je manuscript voor het eerst naar een professionele uitgever opstuurt, is dat een spannende stap. Zorg dat je manuscript in orde is, zodat je laat zien dat je oprechte ambities en talent hebt. Tot slot is er nog een kritische laatste ronde van zelfreflectie.

Voordat je de grote sprong waagt, moet je nog een checklist afgaan

Bedenk altijd voordat je op de verzendknop van de mail klikt:

* is de opmaak in orde (spelling, grammatica, regelafstand enz.)?
* is het duidelijk waar het verhaal naartoe gaat? (grote plotwendingen en het centrale conflict moeten duidelijk beschreven zijn)
* zijn alle overbodige darlings en infodumps geschrapt?
* heb ik proeflezers ingeschakeld? Dit is belangrijk om meerdere redenen:

  • je weet al enigszins wat een lezer wil en verwacht van je verhaal
  • als je wordt uitgegeven, krijg je een redacteur die met feedback komt. Dan is het fijn als je al weet hoe je feedback moet ontvangen en toepassen
  • je leert bescheiden te zijn: Je bent (nog) niet de nieuwe Dan Brown of Nicholas Sparks. Met een zelfingenomen houding kom je niet ver in het uitgeefproces. Je moet met een redacteur kunnen werken die aanpassingen van je verhaal verlangt.

Het kan fijn zijn om vooraf een redacteur in te schakelen. Dan heb je al wat begeleiding gehad. Zo komt je manuscript al extra opgepoetst bij de uitgever.
Kijk eens in mijn webshop als je manuscriptbegeleiding van mij wil.

Fanfictie: test je schrijversvaardigheden

Fanfictie wordt niet altijd serieus genomen. Kan je wel schrijven als je schrijft over een verhaal van iemand anders? Maar fanfictie kan heel nuttig zijn om je schrijversvaardigheden te testen!

Fanfictie als perfecte startblokken

Fanfictie is een verhaal dat is gebaseerd op een bestaande film of boek die de schrijver naar zijn wensen herschrijft. Het is niet ongewoon dat een schrijver zijn alter-ego in het verhaal schrijft. Dat is ook een van de redenen dat fanfictie niet altijd serieus genomen wordt. De alter-ego’s van schrijvers in fanfictie zijn er berucht om vaak een Mary Sue of Joe Sixpack te zijn.

Fanfictie is een makkelijke manier om te leren schrijven. Je vindt het originele verhaal leuk, anders begin je er niet aan. Dat heeft het voordeel dat je de personages al kent, net als de plottwists van het verhaal. Je weet dus hoe het verhaal anders had kunnen lopen. In plaats van het wiel zelf of opnieuw uit te vinden kun je het omdraaien:

– Je kan een personagebiografie maken van een geliefd personage om te oefenen met een biografie van een eigen personage.
– Verander een belangrijke gebeurtenis in het verhaal eens om te zien hoe een butterfly-effect ontstaat, of wat een plottwist tot plottwist maakt.
– Je hoeft geen onderzoek te doen. Je kan je op het schrijven zelf concentreren, niet op alles wat erbij komt kijken.
– Je leert rekening te houden met je personage. Bij fanfictie kun je alles bepalen, maar als jij the Joker ineens een liefhebbende opa maakt… voelt dat waarschijnlijk toch raar. Zo oefen je met luisteren naar je personage.

Fanfictie: is schrijven iets voor mij?

Als je zelf een verhaal wil schrijven, moet je wèl alles zelfstandig doen of uit het niets verzinnen. Wanneer je bij fanfictie al zucht bij het idee dat je iets moet aanpassen, onderzoeken of ergens echt voor moet gaan zitten… Dan gaat het zelf schrijven van een boek je waarschijnlijk zwaar vallen.

Andersom kan fanfictie je ook laten ontdekken dat je meer of beter kan schrijven dan je in eerste instantie denkt. Zeker als je jezelf toestaat lekker ‘lui’ te schrijven, zoals ik schreef in de post over de sexy lamp. Maak je niet druk, het is fanfictie. Daar mag alles. En dan kun je het feit dat het genre niet altijd serieus genomen wordt, in je voordeel gebruiken.

Fanfictie: werelden op zijn kop

Zet Frodo Balings eens in de hallen van Zweinstein. Oftewel: plaats de personages uit een verhaal eens letterlijk in een andere wereld. Als Frodo plotseling bedreven zou zijn in toverkunst zou zijn reis een stuk makkelijker worden. Maar: hobbits gaan niet naar school. Zou Frodo misschien een slechte leerling zijn, waardoor hij alsnog niets aan een toverstok zou hebben? Wat zou zijn favoriete spreuk zijn? Als je dat te weten komt, kun je ook andere conclusies trekken waardoor je het personage beter leert kennen. Dat kun je weer gebruiken voor het creëren van je eigen personages.

Of laat Spiderman hier eens een weekje logeren…

Fanfictie: mix and match!

Fanfictie heeft nog een voordeel: je kan met de personages en hun karakters eindeloze variaties in plot en relaties uitproberen. Ze staan klaar om alles te testen!

* Laat de slechterik eens winnen. Hoe reageren de andere personages daarop? Hoe beïnvloedt dat het verhaal?

* Maak van de nerd de populaire van de klas of andersom. Wat gebeurt er dan in de groepsdynamiek?

* Mix en match de eventuele romantische paartjes. Dit is misschien wel de beste ‘test’.
Niet alleen werkt dat voor het oefenen met plottwists en verhaallijnen. Je kan dit ook gebruiken voor je eigen toekomstige personages. Ga maar na:

Heb je in plaats van een relatie tussen twee hoogopgeleiden in het originele verhaal nu een relatie tussen een hoog- en laag opgeleide?
Dat doet niet alleen iets met je (fanfictie) verhaal. Als je dat verhaal uitwerkt, doet dat waarschijnlijk ook iets in die relatie. Denk aan dingen als:

– overleeft de relatie het überhaupt wel?
– uitgaan verandert van lezingen bezoeken naar vaker een bezoek aan een feestcafé
– gespreksonderwerpen tussen de geliefden veranderen
– misschien worden de kinderen anders opgevoed, omdat er minder middelen beschikbaar zijn

Dit gebeurt niet altijd. Het ligt ook niet per se aan je schrijftalent of aan de personages. Maar mocht je zoiets opvallen (Dit werkte in het originele verhaal wel, maar in mijn fanfictie niet) dan kun je het in je voordeel gebruiken.

Stel dat je de strenge advocaat en de losbandige feestganger niet gekoppeld krijgt. Nog los van je verhaal, wat kun je daarvan leren?

* misschien werkt ‘soort zoekt soort’ beter in dit/mijn/ een verhaal?
* een streng personage komt misschien meer tot zijn recht in een verantwoordelijke baan dan een super romantische relatie
* misschien moet iemand die iets te losbandig is, eerst op avontuur gaan, voor hij tevreden is met een huisje- boompje- beestje bestaan.
* De feestganger is door al zijn feestjes vaak blut. Daardoor komt hij in de schulden, wat het centrale conflict verandert.

Als je dat weet, dan kan je daarmee een realistische biografie maken voor een ander personage voor je eigen verhaal.
Van een feestbeest wiens drinkgedrag zo uit de hand loopt dat hij een alcoholist wordt die in de schulden belandt, bijvoorbeeld.

Fanfictie: schrijfwedstrijden

Schrijversplatformen zoals Sweek organiseren regelmatig schrijfwedstrijden. Soms mag fanfictie daar ook aan meedoen. Sterker nog: soms zijn de schrijfwedstrijden georganiseerd in samenwerking met uitgevers! Nu zullen uitgevers geen fanfictie uitgeven, maar het komt wel voor dat je als prijs professionele feedback kan krijgen. Dan weet je hoe je jezelf kan verbeteren en je bent als schrijver als eens langsgekomen als auteur. Schrijf fanfictie dus niet zomaar af.

Toen ik in 2018 als finalist eindigde van een fanfictiewedstrijd heb ik Loeff bureau creative mijn verhaal laten vereeuwigen 🙂 Lees het verhaal hier

Maar: neem fanfictie ook niet àl te serieus. Al je jezelf een schrijver wil noemen, moet er uiteindelijk ook iets uit je pen komen dat helemaal uit jouw fantasie is ontstaan.